De burgemeester van Velsen;
gelet op artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 5:4 van de Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024;
overwegende dat:
• Op donderdag 29 mei 2025 de voetbalwedstrijd SC Telstar – Willem II plaatsvindt;
• deze wedstrijd wordt gespeeld in het kader van de Keuken Kampioen play-offs,
• er daarom voor beide partijen een aanzienlijke kans is op promotie naar de eredivisie;
• de gemoederen dan ook hoog kunnen oplopen;
• er grote kans is dat er daardoor confrontaties of conflicten tussen de verschillende supportersgroepen zullen plaatsvinden;
• inwoners en supporters welke geen rol hebben in bovengenoemde confrontaties en conflicten hierdoor geconfronteerd kunnen worden met openlijke geweldplegingen;
• het risico op onschuldige slachtoffers hierdoor aanwezig is;
• toezicht op straat door politie en boa's als preventief middel dan niet afdoende is;
• door politie een tweetal specifieke locaties is aangewezen waar het risico op escalatie in het bijzijn van publiek het grootst is;
• het hierbij gaat om de zijde van het voetbalstadion van SC Telstar, te weten de zijde waarin zich het zogenaamde ‘uitvak’ bevindt en waar tevens de bussen met deze uitsupporters zullen parkeren en deze supporters de bus verlaten resp.na de wedstijd weer zullen binnentreden;
• de burgemeester op grond van artikel 151c van de Gemeentewet, in samenhang gelezen met artikel 5:4 van de Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024, kan besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op openbare plaatsen;
• de burgemeester bepaalt binnen welk gebied camera’s worden ingezet en voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt;
• de inzet van cameratoezicht tot doel heeft om escalatie en confrontatie tussen supporters en sympathisanten van beide clubs te voorkomen op deze openbare plaatsen;
• de inzet van cameratoezicht bijdraagt aan het vergroten van het veiligheidsgevoel bij bewoners, bezoekers en passanten van de betreffende locaties;
• bij de inzet van cameratoezicht vereist is dat het gebruik van camera’s kenbaar is voor iedereen die zich in het aangewezen gebied bevindt;
• gelet daarop het belang van de handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan het recht op privacy van personen die zich in het aangewezen gebied bevinden;
• de aanwijzing van de gebieden in eerste instantie aanvangt anderhalf (1 ½) uur voorafgaand aan de wedstijd tot twee (2) uur en vijftien (15) minuten na beëindiging van de wedstijd plaatsvindt;
• de duur van het cameratoezicht en de omvang van het aangewezen gebied proportioneel is in relatie tot het beoogde legitieme doel; en
• de officier van justitie en de teamchef van de politie zijn gehoord over het voorstel de betreffende gebieden aan te wijzen als gebied waarbinnen cameratoezicht wordt ingezet.