Gemeenteblad van Hendrik-Ido-Ambacht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hendrik-Ido-Ambacht | Gemeenteblad 2025, 237540 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hendrik-Ido-Ambacht | Gemeenteblad 2025, 237540 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Algemene subsidieverordening Hendrik-Ido-Ambacht
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37);
Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvangers
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders.
Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 13. Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000
Als bij verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000
Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a tot en met b, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
TOELICHTING ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING HENDRIK-IDO-AMBACHT 2025
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit artikel is een aantal definities opgenomen. Deze definities gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. Deze definities zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken.
De begripsbepalingen gelden ook voor de subsidieregeling.
Met het eerste lid krijgen burgemeester en wethouders de bevoegdheid om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de ASV van toepassing is.
Subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is zijn begrotingssubsidies (dit zijn subsidies wanneer de subsidieontvanger en het subsidiebedrag in de begroting zijn opgenomen) en incidentele subsidies (dit zijn beperkte subsidies voor een beperkt aantal jaren; in de regel maximaal 4 jaren).
Met lid 2 kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat voor begrotingssubsidies en incidentele subsidies de ASV geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Met dit artikel mogen burgemeester en wethouders in nadere regels de te subsidiëren activiteiten bepalen. In de subsidieregeling wordt, indien van toepassing, ook bepaald wie voor subsidie in aanmerking komt, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de betaling plaatsvindt.
Staatssteun is in principe verboden. Er is sprake van staatssteun als financiële steun aan een onderneming voldoet aan de criteria uit het staatssteunverbod. Wanneer sprake is van staatssteun, maar een gemeente toch bepaalde activiteiten door middel van subsidie wil bevorderen omdat die activiteiten goed aansluiten bij het gemeentelijk beleid, is het vaak mogelijk om steun te verstrekken, mits wordt voldaan aan het Europees steunkader. Overigens is het zo dat wanneer activiteiten worden verricht die puur lokaal van aard zijn, de staatssteunregels niet van toepassing zijn.
In principe zouden staatssteunregels moeten worden toegepast op de subsidiëring van bijvoorbeeld een regionale bibliotheek of een regionale muziekschool.
Deze organisaties moeten volgens de Europese Commissie worden gezien als een onderneming omdat zij bepaalde economische activiteiten uitvoeren ( in het geval van een bibliotheek bijvoorbeeld door het verhuren van cd’s of dvd’s, het aanbieden van horeca of het optreden als een cultureel podium waar allerlei culturele activiteiten plaatsvinden). Wanneer de bibliotheek of muziekschool echter alleen op lokaal niveau actief zijn, zijn – zoals hiervoor vermeld - de staatssteunregels niet van toepassing.
Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen, moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er wordt afgeweken van de concept ASV of dat deze wordt aangevuld. Het eerste lid maakt burgemeester en wethouders daartoe bevoegd. Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van een eis van de Europese Commissie, terwijl het vierde en vijfde lid voor zichzelf spreken.
(Europese regels zijn vaak complex. Het Kenniscentrum Europa decentraal is daarom in het leven geroepen om gemeenten, provincies en waterschappen kosteloos over de toepassing van Europees recht en beleid te adviseren en te informeren).
Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begrotingsbehandeling de subsidieplafonds vast. De reden hiervan is dat het vaststellen van de subsidieplafonds tot de kaderstelling voor het subsidiebeleid kan worden gerekend en zodoende tot de bevoegdheid van de raad behoort. De subsidieverdeling per beleidsterrein/thema met de bijbehorende subsidieplafonds wordt als bijlage opgenomen in de begroting.
Burgemeester en wethouders bepalen bij subsidieregeling de wijze van verdelen. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door de raad wordt, er indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen.
Burgemeester en wethouders kunnen in bepaalde gevallen bij gebruikmaking van deze gedelegeerde bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud maken.
De aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan bij voorkeur digitaal maar ook schriftelijk worden ingediend. Voor het digitaal indienen worden de aanvraagformulieren digitaal beschikbaar gesteld op de website van de gemeente.
De leden 2, 3 en 4 spreken voor zichzelf.
Indien een aanvraag door een onderneming wordt ingediend, dient de aanvrager te voldoen aan een tweetal extra vereisten, te weten een overzicht van verkregen steun en een de-minimisverklaring.
De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar worden verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid.
Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen burgemeester en wethouders op een aanvraag voor subsidie moeten beslissen. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid.
De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient te worden.
Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden aangevuld.
Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder a). In aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.
In het derde lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Burgemeester en wethouders kunnen in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.
Artikel 10 spreekt voor zichzelf.
Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede lid) die voor alle subsidieontvangers geldt.
Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
Burgemeester en wethouders kunnen bij de toekenning subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen opnemen, in aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb).
Deze verplichtingen kunnen in de verleningsbeschikking worden opgenomen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het afsluiten van een verzekering, de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de subsidieontvanger, good governance, reservevorming, het aanstellen van toezichthouders en de inrichting van de administratie.
De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een grondslag biedt.
Dit is een nieuw artikel, dat het mogelijk maakt om in de beschikking tot subsidieverlening de vorming van een egalisatiereserve voor te schrijven. Artikel 4:72 Awb maakt een dergelijke bepaling mogelijk.
Artikel 13. Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met €5.000
Voor subsidies tot en met 5.000 euro wordt de subsidie verleend op basis van vertrouwen en wordt direct verleend en vastgesteld. Het voorschot wordt in één termijn betaald. Er hoeft ook geen aanvraag tot vaststelling worden ingediend. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.
In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden.
In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling, wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht.
Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 100.000
Voor subsidies van meer dan 5.000 euro en 100.000 euro wordt de subsidie verleend op basis van een verantwoording over de prestatie. De subsidieontvanger moet aantonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Een inhoudelijk verslag is derhalve vereist, financieel jaarverslag.
Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen bepaald worden of een andere manier van verantwoorden.
Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan €100.000
Voor subsidies van meer dan 100.000 euro wordt de subsidie verleend op basis van een verantwoording over de prestatie (inhoudelijk verslag) én een financiële verantwoording in de vorm van een financieel verslag of jaarrekening (de traditionele afrekening).
Hiernaast dient de subsidieontvanger een controleverklaring te overleggen, opgesteld door een onafhankelijke accountant.
Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen bepaald worden of andere manier van verantwoorden.
Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000
Dit artikel spreekt voor zichzelf.
Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
Als de burgemeester en wethouders uurtarieven gebruiken om te bepalen welke kosten in aanmerking komen voor subsidie, moeten ze uitleggen hoe ze deze tarieven berekenen en welke definities ze gebruiken. Dit moet worden vastgelegd in de subsidieregeling of bij het toekennen van de subsidie. Bij subsidies die onder Europese regels vallen, mogen de burgemeester en wethouders alleen tarieven en kostenbegrippen gebruiken die voldoen aan deze regels.
In de hardheidsclausule is zo concreet en nauwkeurig mogelijk (dus door het benoemen van de specifiek uitgezonderde artikelen) aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie te passen. De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot individuele gevallen. Zodra de toepassing van een hardheidsclausule voor bepaalde gevallen voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor een bestendig karakter heeft gekregen, dient dit beleid in de ASV of een subsidieregeling te worden opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-237540.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.