Gemeenteblad van Stichtse Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 236549 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 236549 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025
2.4 Aanvullende criteria voor toekennen van een maatwerkvoorziening
In artikel 2.3.4, eerste lid onder d, van de Verordening staat dat een maatwerkvoorziening geweigerd kan worden als uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de hulp niet voldoende bijdraagt aan het wegnemen van beperkingen. Een voorziening is bewezen effectief als deze als staat opgenomen in:
3 Maatwerkvoorzieningen jeugdhulp
De gemeente beoordeelt in elke situatie of er speciale omstandigheden zijn waardoor de jeugdige of zijn ouders niet in staat zijn om zelf voor het vervoer te zorgen. Ouders dienen zelf aan te tonen waarom zij niet in staat zijn om zelf voor het vervoer te zorgen. Dit kan onderbouwd worden met bijvoorbeeld een werkgeversverklaring of een medische verklaring van een specialist.
De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen die niet in staat zijn om hun dag goed in te vullen dagbesteding kunnen krijgen. Dit betekent dat ze mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. De dagbesteding kan ook worden ingezet om de ouder(s) te ontlasten en om de jeugdige een mogelijkheid te bieden om sociale contacten te maken.
Begeleiding is bedoeld om de jeugdige te helpen bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Persoonlijke begeleiding houdt in dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en ondersteunt bij het omgaan met de omgeving. De begeleider kan ook helpen met terugkerende taken, zoals het structureren van de dag, het ondersteunen bij administratie en het omgaan met financiën. De begeleider neemt deze taken niet volledig over, maar biedt hulp waar nodig.
3.5 Logeeropvang en logeerverblijf
De gemeente kan logeeropvang of logeerverblijf toekennen als tijdelijke opvang voor jeugdigen met een ziekte, beperking, een psychische aandoening of psycho-sociale problematiek. Het doel is is om ouders/verzorgers te ontlasten. Ook als er een acute dreiging is van overbelasting van ouders/verzorgers kan logeeropvang of logeerverblijf worden toegekend.
Vaktherapie kan alleen worden ingezet als de gemeente vindt dat het noodzakelijk is voor de jeugdhulp en er geen alternatief beschikbaar is. De medewerker betrekt hierbij het advies van de behandelaar van een jeugdhulpaanbieder of een gedragswetenschapper als vaktherapie een belangrijk onderdeel is van de totale behandeling.
4 De relatie tussen jeugdhulp en onderwijs, kinderopvang en buitenschoolse opvang
4.2 Recht op hulp tijdens kinderopvang en buitenschoolse opvang
In uitzonderlijke situaties, wanneer een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, en deze begeleiding niet door de medewerkers van de opvang kan worden geboden of niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan er vanuit de wet begeleiding worden ingezet in het kader van kinderopvang en buitenschoolse opvang.
5 Persoonsgebonden budget (pgb): voorwaarden en kwaliteit
Als de hoogte van het pgb niet toereikend is of de voorziening niet kan worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, dan wordt de hoogte van het pgb bepaald op het bedrag van de goedkoopste door de gemeente geaccepteerde offerte voor zover het gaat om jeugdhulp die niet te verkrijgen is via zorg in natura. De inwoner overlegt minimaal twee offertes. De gemeente kan ter vergelijking ook aanvullende offertes opvragen.
5.4.1 Verplichtingen aan de hulpverlener bij formele hulp
De formele hulpverlener die zorg biedt en een rechtspersoonlijkheid heeft, moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel (KvK) en een SBI code hebben die hoort bij de zorg- en welzijnszorg.
5.4.2 Kwaliteitseisen aan de formele hulpverlener
De gemeente vraagt van de formele hulpverlener dat hij een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) heeft. Deze VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden op het moment dat de zorgverlener begon te werken voor de zorgaanbieder. De gemeente kan beslissen dat de VOG elke drie jaar opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten van de VOG worden niet vergoed.
5.5 Pgb bij hulp door informele hulp (sociaal netwerk)
5.5.1 Kwaliteitseisen aan de informele hulpverlener (sociaal netwerk)
De informele hulpverlener moet, als dat gevraagd wordt, een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) hebben. De VOG mag niet ouder zijn dan 12 maanden voor de start van de hulp. Het kan worden bepaald dat de VOG elke drie jaar opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten voor de VOG worden niet vergoed.
In dit hoofdstuk staan de laatste regels. Hier wordt aangegeven welke oude regels worden vervangen door deze nieuwe regels en wanneer de nieuwe regels beginnen. Ook staat hier wat de officiële naam van de regels is, en dat de gemeente kan afwijken van de regels als dat echt nodig is.
6.1 Afwijken van de nadere regels (hardheidsclausule)
De gemeente kan afwijken van een regel in deze nadere regels als het toepassen van die regel volgens de gemeente een onredelijk resultaat oplevert voor de inwoner of voor iemand anders die direct betrokken is bij het besluit. Een resultaat is in ieder geval onredelijk als de doelen van de wetten en Verordening die in 1.1 genoemd worden, of de doelen van deze nadere regels, niet worden bereikt door het toepassen van de regels.
In deze nadere regels worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten en de Verordening waarop deze nadere regels zijn gebaseerd. In deze nadere regels worden ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten en de Verordening. Deze zijn hier omschreven.
aanbieder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in opdracht van de gemeente een voorziening, dienst of hulp levert.
budgethouder: persoon die wettelijk verantwoordelijk is voor uitvoering van de taken verbonden aan het PGB (overeenkomsten aangaan, werkgever zijn, declareren en verantwoorden).
budgetplan: door de inwoner ingediend inhoudelijke plan met begroting en doelen voor de invulling van het persoonsgebonden budget.
classificatie: de vaststelling van een aandoening door een arts op een bepaald moment.
dyslexie: een probleem bij het lezen en schrijven. Mensen met dyslexie hebben moeite met het herkennen van letters en woorden.
IGJ: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
integraal werken: verschillende professionals werken samen om een persoon of situatie te ondersteunen. Ze delen informatie en werken samen om de beste zorg te bieden.
kleuter: een kind in de leeftijd van 4 tot 6 jaar.
NIP: Nederlands Instituut van Psychologen.
NVO: Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen.
participatie: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer/leven.
SKJ: Stichting Kwaliteitsregister Jeugd.
SVB: Sociale Verzekeringsbank.
toezicht: toezicht is als iemand kijkt wat er gebeurt om ervoor te zorgen dat niets verkeerds gebeurt.
verwijzer: iemand die je doorverwijst naar een andere zorgverlener voor een speciale behandeling of classificatie.
VOG: verklaring omtrent gedrag.
Wet BIG: Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
zorgovereenkomst: overeenkomst waarin afspraken tussen hulpverlener en budgethouder worden vastgelegd volgens het model van de Sociale Verzekeringsbank.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Stichtse Vecht, gehouden op 6 mei 2025,
Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,
de gemeentesecretaris,
de burgemeester
Bijlage 1 Afwegingskader onderwijs – jeugdhulp
Dit afwegingskader beschrijft de verantwoorde- lijkheden van het onderwijsveld en de gemeente op het gebied van leerlingondersteuning. In de meeste gevallen geldt de verdeling van verant- woordelijkheden tussen gemeente en onderwijs zoals beschreven. Heel soms moet worden afgewe- ken van deze verdeling, bijvoorbeeld wanneer er meer of juist minder problematiek speelt. In deze specifieke situaties is het belang van het kind leidend bij het verdelen van verantwoordelijkheden tussen gemeente en onderwijs.
Het afwegingskader kent drie onderdelen. Het eerste deel bevat de algemene uitgangspunten voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Het tweede deel gaat over jeugdigen die (grotendeels) op school zitten en daarbij extra ondersteuning nodig hebben. Het derde deel gaat over jeugdigen die (grotendeels) geen onderwijs volgen en jeugdhulp ontvangen
Deel 1: Uitgangspunten voor samenwerking onderwijs en jeugdhulp
Er is sprake van een onderwijs-jeugdhulparrangement (OJA) wanneer de ondersteuning van een leerling verder gaat dan wat de school vanuit de onderwijsondersteuning kan bieden of wanneer er vanuit jeugdhulp onderwijs aan het jeugdhulptraject wordt toegevoegd.
De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de situatie waarin onderwijs en jeugdhulp samen- werken voor de ondersteuning van een leerling of jeugdige. Dit kan zowel op school zijn, waarbij jeugd- hulp op school wordt ingezet, als in gevallen waarin een kind niet naar school kan komen en de school onderwijs aanbiedt.
Voor het bepalen van verantwoordelijkheden zijn de volgende 14 uitgangpunten bepalend:
Als een leerling niet is ingeschreven op een school, moet er vrijstelling zijn van de leerplicht (op grond van artikel 5 onder a van de Leerplichtwet). Dit geldt niet voor 4-jarige kinderen (de leerplicht gaat in vanaf de leeftijd van 5 jaar). Bij vrijstelling is er geen sprake van een onderwijs-jeugdhulp- traject en ligt er geen verantwoordelijkheid voor het onderwijs.
Bij een combinatie van een onderwijs en zorglocatie, tijdens schooltijd, moet er op basis van de Variawet instemming zijn van de Inspectie van het Onderwijs om af te kunnen wijken van de onderwijstijd. Met behulp van de Keuzehulp onderwijstijd kan de school bepalen of de Varia- wet kan worden ingezet. Indien uit de keuzehulp blijkt dat de inzet van de Variawet mogelijk is kan worden gehandeld alsof de toestemming al is verkregen.
Deel 2: Jeugdige zit (grotendeels) op school en heeft ondersteuning nodig
In dit hoofdstuk gaat het over ondersteuning op school die verder gaat dan de basisondersteuning van de school en die niet direct onderwijs gerelateerd is.
Voordat er jeugdhulp op school kan worden ingezet moeten de volgende stappen zijn doorlopen:
De school heeft onderzoek en/of observatie laten doen door een externe deskundige met relevante expertise, bijvoorbeeld een orthopedagoog. Er is een verslag van dit onderzoek dat met toestemming van de ouders gedeeld mag worden om de inzet van jeugdhulp te kunnen beoordelen. De school heeft de acties uitgevoerd die de externe deskundige heeft geadviseerd en van de resultaten daarvan een verslag gemaakt.
Kwaliteitseisen bij jeugdhulp op school
Wanneer op school jeugdhulp op basis van de Jeugd- wet wordt ingezet, moeten de kwaliteitseisen van de Jeugdwet worden nageleefd. Deze eisen zijn vastgelegd in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en artikel 5.1.1. Besluit Jeugdwet. Kort gezegd houden deze in dat de jeugdhulpaanbieder werkt met een professional met minimaal een hbo-opleiding op het gebied van jeugdhulp, die is geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of in het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Alleen als een professional heeft aangegeven dat een registratie voor de uit te voeren hulp niet noodzakelijk is mag hiervan worden afgeweken. Daarnaast vereist de Jeugdwet dat de aanpak bij voorkeur bewezen effectief is of wordt gedragen door de beroepsgroep. Ook jeugdhulp op school moet aan deze eisen voldoen. De jeugdconsulent beoordeelt of aan de kwaliteitseisen is voldaan. Jeugdhulp op school valt daarom onder de regie van de gemeente.
Overzichten verdeling verantwoordelijkheden
Persoonlijke verzorging in minuten per week:
Als een leerling niet valt onder de bovenstaande AWBZ-grondslagen, dan is de Jeugdwet van toepassing.
Deel 3: De leerling zit (grotendeels) niet meer op school: onderwijs niet op een schoollocatie
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-236549.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.