Tijdelijke verkeersmaatregelen en tijdelijke plaatsing verkeerstekens in verband met bouwproject ‘Leostraat (ongenummerd)’

Kenmerk: dossier 7941363, document 7941364

BESLUIT

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) neemt een verkeersbesluit voor de volgende straten:

  • · Leostraat (Ring)

  • · Leostraat (ventweg)

  • · Piuslaan

  • · Leenderweg

  • · Leliestraat

  • · Asterstraat

Voor de volgende inrichtingselementen is een verkeersbesluit vereist:

  • 1.

    het instellen van geslotenverklaringen in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee;

  • 2.

    het instellen van een geslotenverklaring in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee (uitgezonderd aanwonenden);

  • 3.

    het instellen van een geslotenverklaring voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor;

  • 4.

    het instellen van een geslotenverklaring voor fietsen en voor gehandicaptenvoertuigen zonder motor;

  • 5.

    het instellen van een geslotenverklaring voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen;

  • 6.

    het instellen van een maximumsnelheid van 50 km/u;

  • 7.

    het instellen van een verplicht fietspad in twee richtingen;

  • 8.

    het instellen van een verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen;

  • 9.

    het instellen van parkeerverboden;

  • 10.

    het instellen van gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 11

    het fysiek afsluiten van de weg door middel van hekwerken.

Wettelijk kader

De basis voor het nemen van dit verkeersbesluit is het bepaalde in:

  • · de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994);

  • · het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990);

  • · het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW);

  • · de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit genomen worden voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit genomen worden bij maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

Het gemeentebestuur is bevoegd tot het nemen van dit besluit. De basis hiervoor is artikel 18, lid 1, sub d van de WVW 1994.

De bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten als bedoeld in artikel 15 van de WVW 1994 is krachtens het ‘Mandaatregister gemeente Eindhoven’ gemandateerd aan het hoofd van de afdeling Mobiliteitstransitie en Bereikbaarheid.

Op grond van het bepaalde in artikelen 34, 35 en 37 van het BABW kan het bevoegd gezag ingeval van de uitvoering van werken tijdelijke verkeerstekens plaatsen of tijdelijke verkeersmaatregelen uitvoeren. In bepaalde situaties behoeft geen verkeersbesluit te worden genomen. Onder de gegeven omstandigheden wordt dit thans wél nodig geacht, omdat de hierboven beschreven tijdelijke inrichtingselementen langer gaan duren dan vier maanden.

De onderstaande belangen zijn de basis voor het verkeersbesluit. Zij staan in artikel 2 van de WVW 1994:

  • · het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • · het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • · het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • · het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade.

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is overleg gepleegd met de politie Oost-Brabant, district Eindhoven, basisteam Zuid. De politie adviseert positief op het genomen verkeersbesluit. Zij adviseert om toezicht te houden op de effectiviteit van de maatregelen en op de verkeersveiligheid. De suggestie van de politie om de verlaging van de maximumsnelheid naar 50 km/u al voor het kruispunt met de Leenderweg te laten ingaan, is overgenomen.

Aanleiding

Op 3 april 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor realiseren van 102 appartementen in 5 gebouwen (zaaknummer: EHV-ZP2023-004004).

Voor de realisering van de appartementen worden bouwterreinen ingericht. In verband met de in acht te nemen bouwveiligheidszones, het faciliteren van ruimte voor het opstellen van bouwmateriaal en hijsmaterieel en het faciliteren van een veilige route en parkeergelegenheid voor het werkverkeer, dient een aantal tijdelijke verkeersmaatregelen te worden getroffen in bovenvermelde straten.

Nieuwe tijdelijke inrichting

De bouw vindt gefaseerd plaats en de te treffen verkeersmaatregelen zijn per fase in een tekening uitgewerkt. In verband met de voorziene overlap van de diverse fases, worden de verkeersmaatregelen ook deels gelijktijdig uitgevoerd.

De tijdelijke inrichtingselementen staan weergegeven op de volgende verkeerstekeningen:

Tekening 25.14.0263.1; fase fietspad verbreden:

Tekening 24.29.0160.2; fase 2 blok 1 en 2:

Tekening 24.29.0160.3; fase 3 blok 3+4+5:

Tekening 24.29.0160.4, fase 2 + 3:

Tekening 24.29.0160.8 fase 2 en 3; blok 1+2+3+4+5:

Tekening 24.29.0132.6; voetpad afsluiting:

 

 

Verkeersmaatregelen

De bouw van de appartementen vindt binnen bouwhekken plaats. De bouwterreinen zijn deels gesitueerd in de Leostraat (ventweg), Leliestraat en de Asterstraat. De wegen dienen gedeeltelijk te worden vrijgehouden voor het af- en aanvoeren en het opstellen van het materieel, dan wel het creëren van de benodigde bouwveiligheidszone. Tevens dient ruimte te worden gecreëerd ten behoeve van het werkverkeer, waarbij voertuigen voldoende ruimte hebben om binnen de bouwhekken te parkeren.

De bouwhekken dienen tevens ter afsluiting van de bouwterreinen, zodat onbevoegden zich geen toegang tot het terrein kunnen verschaffen en de voortgang van de werkzaamheden kunnen verstoren.

Hieronder volgt een uiteenzetting van de te treffen verkeersmaatregelen. Voor de exacte locaties wordt verwezen naar bovenstaande tekeningen, die tevens als bijlagen 1 t/m 6 aan dit verkeersbesluit zijn toegevoegd. De genoemde verkeersborden zijn conform de modellen van bijlage 1 van het RVV 1990.

Leenderweg

Voordat de bouwwerkzaamheden van start gaan, wordt ten behoeve van een veilige verkeersafwikkeling van het fietsverkeer het verplichte fietspad aan de westzijde van de Leenderweg verbreed. Fietsverkeer wordt zo in twee richtingen mogelijk gemaakt.

Hiertoe worden gedurende de gehele bouwperiode verkeerborden model G11 en onderborden OB505 geplaatst.

Voor het verbreden van het westelijke fietspad zelf, dienen voor kortere periode het voetpad en fietspad aan de westzijde van de Leenderweg te worden afgesloten. Fietsverkeer wordt omgeleid, voetgangers worden verwezen naar het trottoir aan de overzijde van de weg. De maatregelen zijn uitgewerkt in tekening 25.14.0263.1 (fase fietspad verbreden).

Leostraat (ventweg)

De ventweg Leostraat zal gedurende de fase van verbreding van het fietspad in de Leenderweg en gedurende de verschillende bouwfasen gedeeltelijk voor al het verkeer worden afgesloten (uitgezonderd bouwverkeer en aanwonenden). Afhankelijk van de specifieke bouwfase blijven delen van ventweg voor motorvoertuigen toegankelijk en is verkeer via de Versantvoortstraat mogelijk. In verband met de uitgezette omleidingsroutes voor het brom- en fietsverkeer, zal de ventweg gedurende alle bouwfasen (uitgezonderd de bouwfase waarin enkel de trottoirs worden afgesloten) voor dit verkeer gesloten zijn.

De wegen worden afgesloten door middel van het plaatsen van hekwerken en borden modellen C1 en C15. De maatregelen zijn uitgewerkt in tekeningen 24.29.0160.2, 24.29.0160.3, 24.29.0160.4 en 24.29.0160.8.

In een latere bouwfase kan de rijbaan weer worden opengesteld en worden enkel de trottoirs afgesloten. Voetgangers maken in deze fase gebruik van de rijbaan. Vanwege de afsluiting van de trottoirs en de gedeelde rijbaan, geldt in deze fase een parkeerverbod. Hiertoe worden borden model E1 geplaatst. De maatregelen zijn uitgewerkt in tekening 24.29.0132.6 (voetpad afsluiting). 

Piuslaan/Leostraat (Ring)

Gedurende alle bouwfasen (uitgezonderd de fase van afsluiting van de trottoirs) geldt, in verband met de gewijzigde verkeerssituatie op de ventweg, een maximumsnelheid van 50 km/u op de Ring. Deze verlaagde maximumsnelheid gaat in ter hoogte van Piuslaan 100 en geldt tevens voor het wegvak van de Leostraat tussen de kruispunten met de Leenderweg en de Aalsterweg. Hiermee worden weggebruikers extra geattendeerd op de aanwezige bouwwerkzaamheden.

In verband met de afsluiting van de ventweg Leostraat, kan het bromfietsverkeer ter plaatse niet meer van de Ring af worden geleid. Vanaf het kruispunt met de Leenderweg geldt derhalve een geslotenverklaring voor het bromfietsverkeer. (Brom)fietsers worden omgeleid.

Voor kortere perioden (2 à 3 dagen) zal in verband met de levering en plaatsing van kanaalplaatvloeren, breedplaatvloeren, dakplaten en lamellenroosters de rechter rijstrook van de Ring worden afgesloten. Ten behoeve van het efficiënt kunnen ritsen geldt in die perioden een verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen.

 

 

Asterstraat en Leliestraat

De bouwterreinen beslaan voor een deel de Asterstraat en de Leliestraat. Deze straten worden gedeeltelijk voor alle voertuigen (uitgezonderd bouwverkeer) en het voetgangersverkeer afgesloten. Dit gebeurt door middel van het plaatsen en fysiek afsluiten van de weg met hekwerken.

Binnen de afsluiting (hekwerken) zijn diverse parkeergelegenheden gelegen. Deze parkeergelegenheden zijn vanwege de bouwterreinen niet toegankelijk zijn. Gedurende de bouwperiode geldt derhalve een parkeerverbod. Enige tijd voor aanvang van de werkzaamheden wordt dit parkeerverbod ter plaatse aangekondigd.

De maatregelen zijn uitgewerkt in tekeningen 24.29.0160.3 en 24.29.0160.8.

Planning

De start van de werkzaamheden staat gepland in mei 2025. De werkzaamheden zullen naar verwachting duren t/m juli 2026.

De tijdelijke verkeersmaatregelen zullen van kracht blijven tot het bouwproject volledig is afgerond.

Communicatie en afstemming

De verkeersmaatregelen zijn afgestemd met de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Cure Afvalbeheer en de Fietsersbond. Omwonenden worden over de tijdelijke verkeersmaatregelen geïnformeerd via een wijkinformatiebrief.

Belangenafweging

Met dit verkeersbesluit stelt het college tijdelijke verkeersregels vast in verband met het faciliteren van een bouwterrein voor het bouwproject ‘Leostraat (ongenummerd)’.

Deze regels dienen de hierboven genoemde verkeersbelangen van artikel 2 van de WVW 1994.

Door het instellen van de tijdelijke verkeersmaatregelen kan:

  • 1.

    het werkverkeer op een goede en efficiënte wijze de bouwplaats bereiken en verlaten;

  • 2.

    een bouwplaats worden gerealiseerd, waarin ruimte is voor het opstellen en afvoeren van (bouw)materieel en waarin werkvoertuigen voldoende ruimte hebben om ter plaatse te kunnen parkeren;

  • 3.

    de noodzakelijke bouwveiligheidszone worden gerealiseerd;

  • 4.

    de bruikbaarheid van de weg zoveel mogelijk worden gewaarborgd.

Zonder deze tijdelijke verkeersmaatregelen kunnen er onveilige en/of overlastgevende situaties ontstaan.

De verkeersmaatregelen kunnen echter ook nadelige gevolgen met zich meebrengen. Door het fysiek afsluiten van de rijbaan met hekwerken zal de verkeerscirculatie voor het gemotoriseerde verkeer, het brom-, snor- en fietsverkeer en het voetgangersverkeer wijzigen. Weggebruikers dienen in sommige situaties een aangepaste – wellicht langere – route te nemen.

Het tijdelijke parkeerverbod en het niet beschikbaar zijn van een aantal parkeerplaatsen in de Leostraat (ventweg), de Asterstraat en de Leliestraat kunnen nadelige gevolgen met zich meebrengen, doordat er tijdelijk minder parkeergelegenheid is in de straten. Op momenten waarop de parkeerdruk hoger is, kan het voorkomen dat men iets verder van de bestemming af een parkeerplaats moet vinden. Daarbij kan worden opgemerkt dat de parkeervraag reeds is afgenomen, doordat de voormalige woningen binnen het projectgebied reeds gesloopt zijn.

Het college is van mening dat de mogelijke ongemakken voor weggebruikers beperkt zijn, mede doordat de maatregelen van tijdelijke duur zijn en er alternatieve routes en alternatieve parkeergelegenheden in de buurt beschikbaar zijn.

Het belang van de bruikbaarheid van de weg ten behoeve van het werkverkeer, het belang van het creëren van een bouwveiligheidszone en het belang van het verzekeren van de veiligheid op de weg prevaleren boven het belang van het waarborgen van de vrijheid van het verkeer en het parkeerbelang.

Volgens vaste jurisprudentie moeten tijdelijke verkeersmaatregelen worden beschouwd als een normale maatschappelijke ontwikkeling waarmee iedereen kan worden geconfronteerd. De nadelige gevolgen van dergelijke maatregelen mogen echter niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen belangen. De tijdelijke verkeersmaatregelen leiden volgens het college niet tot onevenredige hinder of overlast voor betrokkenen (artikel 3:4, lid 2, van de Awb).

Besluit

Het college besluit tot:

  • 1.

    het instellen van geslotenverklaringen in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee;

  • 2.

    het instellen van een geslotenverklaring in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee (uitgezonderd aanwonenden);

  • 3.

    het instellen van een geslotenverklaring voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor;

  • 4.

    het instellen van een geslotenverklaring voor fietsen en voor gehandicaptenvoertuigen zonder motor;

  • 5.

    het instellen van een geslotenverklaring voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen;

  • 6.

    het instellen van een maximumsnelheid van 50 km/u;

  • 7.

    het instellen van een verplicht fietspad in twee richtingen;

  • 8.

    het instellen van een verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen;

  • 9.

    het instellen van parkeerverboden;

  • 10.

    het instellen van gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 11

    het fysiek afsluiten van de weg.

De maatregelen worden uitgevoerd door middel van:

  • 1.

    het plaatsen van borden model C1;

  • 2.

    het plaatsen van borden model C1 en een onderbord met de tekst ’uitgezonderd aanwonenden’;

  • 3.

    het plaatsen van een bord model C13;

  • 4.

    het plaatsen van een bord model C14;

  • 5.

    het plaatsen van een bord model C15;

  • 6.

    het plaatsen van borden model A1-50;

  • 7.

    het plaatsen van borden model G11 en onderborden model OB505;

  • 8.

    het plaatsen van een bord model F1;

  • 9.

    het plaatsen van borden model E1 met onderborden met de tekst ‘<nader te bepalen tijdvenster> in verband wegwerkzaamheden’;

  • 10.

    het plaatsen van borden model D2;

  • 11

    het plaatsen hekwerken.

De hierboven genoemde verkeersborden zijn conform de modellen van bijlage 1 van het RVV 1990.

De tijdelijke maatregelen zijn weergegeven op tekeningen 25.14.0263.1 (v1), 24.29.0160.2 (v9), 24.29.0160.3 (v12), 24.29.0160.4 (v10), 24.29.0160.8 (v4) en 24.29.0132.6 (v2).

Eindhoven, 26 mei 2025

Hoogachtend,

namens burgemeester en wethouders van Eindhoven,

I.J.C. Brouwer

hoofd afdeling Mobiliteitstransitie en Bereikbaarheid

Bijlage 1 t/m 6: tekeningen 25.14.0263.1 (v1), 24.29.0160.2 (v9), 24.29.0160.3 (v12), 24.29.0160.4 (v10), 24.29.0160.8 (v4) en 24.29.0132.6 (v2).

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen, tot uiterlijk 6 weken na publicatie van het besluit, schriftelijk bezwaar indienen bij burgemeester en wethouders, Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en bevat ten minste:

  • 1.

    de naam en het adres van de indiener

  • 2.

    de dagtekening

  • 3.

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht

  • 4.

    de gronden van het bezwaar.

Het bezwaar schorst niet de werking van het besluit.

Wel kan een belanghebbende, met een spoedeisend belang, binnen dezelfde termijn een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van Rechtbank Oost-Brabant, Postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch.

Het verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan dezelfde eisen als een bezwaarschrift.

Naar boven