Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2025, 234034 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2025, 234034 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening gemeente Deventer 2025
Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening vult daarnaast de vrije ruimte nader in die iedere gemeente heeft bij de inrichting van het eigen financieel beleid, beheer en organisatie en de rechtmatigheid. De Gemeentewet biedt de belangrijkste kaders voor het financiële beleid, bijvoorbeeld de nadere eisen aan de inrichting van de begroting en de jaarrekening. Dit is uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies (hierna: BBV). Het BBV schrijft voor op welke wijze de gemeente moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. De financiële verordening is hierop een aanvulling.
Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording
Het college van burgemeester en wethouders (hierna het college) biedt jaarlijks, vóór 31 december, een bestuurlijke planning voor het volgende begrotingsjaar aan de gemeenteraad (hierna de raad) aan. In deze planning zijn de data opgenomen met betrekking tot het aanbieden en vaststellen van de planning- en control-documenten.
Artikel 5 Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen
Bij de behandeling van de begroting bepaalt de raad van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
In een apart onderdeel van de programmabegroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de besteding van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.
Afwijkingen die worden veroorzaakt doordat activiteiten nog niet (geheel) zijn uitgevoerd leiden tot een voordelig saldo ten opzichte van de begroting. Met een budgetoverheveling kunnen de activiteiten (verder) worden uitgevoerd in het volgende begrotingsjaar. Het college informeert de raad via de twee tussentijdse rapportages en de financiële eindprognose over de budgetten die worden overgeheveld. Bij de jaarrekening en de tussentijdse rapportages besluit de raad over deze budgetoverheveling. Met betrekking tot de budgetoverhevelingen in de financiële eindprognose kan het college uitgaven doen vooruitlopend op instemming bij de jaarrekening.
Artikel 14 Budgettaire spelregels
De raad stelt op voorstel van het college budgettaire regels vast welke gaan over de verhouding tussen het programmabudget en de algemene middelen.
Artikel 16 Voorzieningen voor oninbare vorderingen
Voor openstaande vorderingen worden voorzieningen wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling van deze vorderingen.
Artikel 18 Kostprijsberekening
Voor de toerekening van overheadkosten (genoemd in lid 2a) wordt uitgegaan van het aandeel van de personeelskosten besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen in de totale geraamde personeelskosten. Het aandeel wordt berekend op basis van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
De raad stelt op voorstel van het college een treasurystatuut vast waarin regels worden opgenomen voor het dagelijkse geldstromenbeheer en voor liquiditeitsrisico, renterisico, kredietrisico en relatiebeheer, administratieve organisatie en interne controle voor de financieringsfunctie.
Artikel 20 Registratie bezittingen, activa en vermogen en verzekeringen
Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente systematisch worden gecontroleerd. De waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden worden jaarlijks gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar.
De paragraaf financiering bevat naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV in ieder geval informatie over:
In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV in ieder geval op:
Het college legt periodiek in een beleidsnota vast hoe de gemeente besluit tot samenwerking in een verbonden partij en wat de rollen van het college en de gemeenteraad zijn bij deelname en oprichting, bij het sturen en beheersen ervan en bij de evaluatie en heroverweging van het samenwerkingsverband van verbonden partijen. In de beleidsnota worden de gemeentelijke uitgangspunten meegegeven voor de inrichting van de governance van verbonden partijen.
Hoofdstuk 4 Rechtmatigheidsverantwoording
Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening en het jaarverslag zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel en rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 29a.
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse planmatige uitvoering van interne toetsing door middel van audits welke zijn gebaseerd op een risicoanalyse van de binnen de organisatie respectievelijk te leveren diensten, voort te brengen producten, alsmede de onderliggende processen. De audits richten zich op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen, fraude- en corruptierisico’s en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen.
Artikel 29b. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Artikel 29c Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde bedrag per krediet. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Overschrijding van het totale krediet is altijd onrechtmatig.
Afwijkingen van de (bijgestelde) begroting als gevolg van hogere baten en/of lagere lasten, lagere investeringen en lagere baten zijn rechtmatig indien de afwijkingen tijdig tot een aanpassing van de begroting hebben geleid of de raad tijdig over de afwijking is geïnformeerd. Voor afwijkingen die ontstaan na de laatste tussentijdse rapportage en 31 december kan het melden en verantwoorden in de financiële eindprognose en/of jaarrekening als tijdig worden geduid.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad en als acceptabel zijn aangemerkt, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Het college draagt er zorg voor dat de administratie (niet alleen de financiële administratie maar in brede zin van het woord) zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 33 Aanbesteding en inkoop
Het college legt in de beleidsnota “inkoop- en aanbestedingsbeleid” de spelregels vast die gelden voor de inkoop en aanbesteding van werken, leveringen en diensten. De regels waarborgen, dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels van de Europese Unie.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 mei 2025
De raad voornoemd,
de griffier,
A. Kerver
de voorzitter,
R.C. König
Een aantal begrippen worden in artikel 1 van deze verordening gedefinieerd. Voor overige begrippen gelden de definities uit de Gemeentewet, de Wet Financiering decentrale overheden (Fido), het Besluit begroting en verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten (Bado).
In de jaarplanning van de planning en control documenten zijn de data opgenomen van het betreffende kalenderjaar.
De begrotingsindeling is vrij te kiezen, zowel het aantal alsook de inhoud van de programma’s kan aangepast worden aan de politiek-bestuurlijke wensen. De raad stelt deze indeling vast en kan deze wijzigen. De indeling naar taakvelden is een wettelijke verplichting, en wordt gebruikt voor het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld. Hiermee wordt beoogd gemeenten onderling vergelijkbaar te maken. De taakveldinformatie van alle gemeenten wordt gepubliceerd op www.waarstaatjegemeente.nl.
De verplichte beleidsindicatoren zijn gepubliceerd in de Regeling beleidsindicatoren gemeenten. De mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd worden ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vastgestelde indicatoren.
Artikel 5. Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen
In de paragraaf Investeringen in de begroting zijn de nieuwe en lopende investeringen en de daaraan gerelateerde kredieten opgenomen. Binnen de categorie nieuwe investeringen is een categorie opgenomen waar wel is besloten over de investering, maar het budget nog niet beschikbaar is gesteld. Dan zijn de middelen voor de investering wel gereserveerd, maar nog niet vrijgegeven. De raad bepaalt, op basis van het 1ste lid van dit artikel, welke investeringen dit betreft.
De belangrijkste regels over de autorisatie van de begroting zijn vastgelegd in de Gemeentewet en het BBV. Een paar specifieke keuzes in Deventer zijn opgenomen in dit artikel. Overige keuzes zijn vastgelegd in de Beleidsregels begroting waar lid 4 naar verwijst. Daarin zijn regels opgenomen met betrekking tot het wijzigen van de begroting en de verrekening met de algemene middelen.
Artikel 6. Uitvoering begroting
In dit artikel is geborgd dat de uitvoering van de begroting conform de kaders loopt en bij afwijkingen tijdig wordt gerapporteerd, waarbij het college een actieve informatierol heeft richting de raad.
Voor het waarborgen van integrale afwegingen bij keuzes over beleidsrichting en allocatie van de middelen is in dit artikel vastgelegd dat alleen in de perspectiefnota en de begroting nieuw beleid wordt opgenomen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het college tussentijds de raad voorstellen de begroting te wijzigen voor nieuw beleid. Alleen als het voldoet aan de criteria “onvermijdelijk”, “onuitstelbaar” en “onvoorzien”. In alle andere gevallen wordt een besluit genomen binnen de P&C-cyclus, met name bij de perspectiefnota en de begroting.
Artikel 8. Tussentijdse rapportage en informatie
Artikel 8 geeft de aard van de informatie en de frequentie van de tussentijdse rapportages. Op basis van deze informatie kan de raad tijdig de uitvoering van de begroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is.
De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening, aangevuld met het accountantsverslag, de controleverklaring en het verslag van de doelmatigheid en doeltreffendheidsonderzoeken (art. 197 Gemeentewet). Het is het sluitstuk van de begrotingscyclus, waarin het college verantwoord over de begrotingsuitvoering en daarmee de raad in staat stelt hierop te controleren. De jaarrekening is ingedeeld overeenkomstig het BBV.
Artikel 11. Incidentele lasten en baten
De begroting dient structureel en reëel in evenwicht te zijn (artikel 189 Gemeentewet). Hiervan kan de raad afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Hiervoor is inzicht in de incidentele baten en lasten noodzakelijk, zodat kan worden gecontroleerd dat deze ook daadwerkelijk incidenteel van aard zijn. Het overzicht is onderdeel van de begroting en jaarrekening, in dit artikel wordt een grensbedrag opgenomen waarboven de posten worden toegelicht. Hiermee wordt het overzicht beter leesbaar en de administratieve lasten beperkt zonder inzicht in de belangrijkste posten te verliezen.
Artikel 13 Budgetoverhevelingen
Het college geeft uitvoering aan de door de raad vastgestelde begroting en de, in aanvulling daarop, gedurende het jaar vastgestelde beleids‐ en begrotingsaanpassingen. In de praktijk wijkt de werkelijke besteding af van de in de begroting opgenomen bedragen. Het komt regelmatig voor dat deze afwijkingen worden veroorzaakt doordat activiteiten, waarvoor de raad geld beschikbaar heeft gesteld, nog niet (geheel) zijn uitgevoerd. Dit leidt dan tot een voordelig saldo ten opzichte van de begroting. Het doel van een budgetoverheveling is de activiteiten in het volgende begrotingsjaar (verder) uit te voeren.
De raad kan binnen het begrotingsjaar tot en met de 2e tussentijdse rapportage beslissen over budgetoverheveling. Voor de periode na de 2de tussentijdse rapportage worden de voorstellen voor budgetoverheveling opgenomen in de financiële eindprognose (in het jaar volgend op het begrotingsjaar). De financiële eindprognose wordt niet vastgesteld door de raad, bij de jaarrekening en de daarin opgenomen resultaatbestemming stemt de raad in met het overhevelen van de niet aangewende middelen. Vooruitlopend op de autorisatie door de raad is – conform de beleidsregels begroting – het college bevoegd verplichtingen aan te gaan en uitgaven te verrichten ten laste van de overgehevelde budgetten. Dit is alleen rechtmatig als de raad voldoende is geïnformeerd in de tussentijdse rapportages en de eindprognose.
In de beleidsregels begroting zijn de voorwaarden opgenomen waaronder het toegestaan is een restantbudget van de exploitatie naar een volgend jaar over te hevelen. De uitvoering van de ‘overgehevelde’ activiteiten en bijhorende lasten worden ten laste van de exploitatie en de onttrekking uit de reserve overlopende uitgaven in het nieuwe jaar verantwoord.
Artikel 18. Kostprijsberekening
Dit artikel legt de uitgangspunten voor de kostentoerekening vast, waarmee rekening wordt gehouden in het bepalen van heffingen, tarieven en prijzen.
De compensabele BTW (lid 3) voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing worden meegenomen omdat deze kosten reeds zijn gemaakt via een korting op het gemeentefonds.
De overhead (lid 4) moet bij de kostprijsberekening op een consistente wijze worden toegerekend, op grond van dit artikel. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan de overheadkosten niet meer bij de programma’s/taakvelden van bijvoorbeeld leges, riolering en afvalverwerking. De toerekening van overhead wordt toegelicht in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en jaarrekening.
De gemeente mag haar tarieven niet lager vaststellen dan de integrale kostprijs inclusief de kosten van overhead (lid 5), waar het gaat om economische activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Deze bepaling is niet van toepassing op economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang. Wat onder ‘algemeen economisch belang (AEB)’ valt bepaalt de raad. Het besluit waarin de algemeen belangvaststelling is opgenomen, dient goed onderbouwd te worden.
Het treasurystatuut geldt als een gedragscode voor de Gemeente Deventer als het gaat om het nemen van beslissingen op het gebied van financiering, beleggingen, rentemanagement, liquiditeitenbeheer en de financiële logistiek. Het treasurystatuut bevat de kaders voor de uitvoering, besluitvorming en verantwoording over de activiteiten binnen het treasuryproces.
Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt de raad welke dit zijn.
Artikel 28. Verstrekking subsidies
De subsidieverordening gaat in op procedures voor het verstrekken van subsidies. De nota gaat niet over inhoudelijke afwegingen om bepaalde programmatische doelstellingen via subsidies te bereiken maar over het systeem van toekenning, monitoring en vaststelling. Hierbij wordt aandacht besteed aan recht- en doelmatigheid en het voorkomen van oneigenlijk gebruik.
Dit artikel draagt het college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of voorafgaand aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administratie een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten en lasten en balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen. Het college legt verantwoording af over de rechtmatigheid, de accountant rapporteert over de getrouwheid.
Het college legt verantwoording af over negen rechtmatigheidscriteria in de jaarrekening. Verantwoording over getrouwheid en rechtmatigheid komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium. Hierover wordt niet verantwoord in de rechtmatigheidsverantwoording. Die gaat de overige drie criteria:
In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is in het eerste lid opgenomen dat de raad bij aanvang van iedere raadsperiode vaststelt op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken geïnformeerd wil worden over rechtmatigheid.
In het tweede lid stelt de raad de verantwoordingsgrens van 1% vast, waarboven het college moet rapporteren aan de raad. Deze grens moet tussen 0% en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.
Het derde lid geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke afwijkingen nader moeten worden toegelicht (rapportagegrens).
In de rechtmatigheidsverantwoording rapporteert het college aan de raad over afwijkingen als die in totaal groter zijn dan de verantwoordingsgrens van 1% van het totaal van de gemeentelijke lasten (inclusief toevoegingen aan de reserves). In de paragraaf bedrijfsvoering worden alle afwijkingen toegelicht als die groter zijn dan €200.000. Hierbij worden de maatregelen vermeld, die het college neemt om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de wet Fido en bijbehorende Regelingen moeten worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (kadernota rechtmatigheid).
Artikel 29b Voorwaardencriterium
In dit artikel wordt de definitie weergegeven van het voorwaardencriterium, het zogenaamde “normenkader” dat door de raad moet worden vastgesteld en voor het einde van het jaar aan de raad moet worden aangeboden. Het normenkader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 29c Begrotingscriterium
Dit artikel gaat expliciet in op de begrotingsrechtmatigheid. In het eerste lid wordt het begrip begrotingsrechtmatigheid gedefinieerd – waar de begroting het normenkader vormt.
In het tweede lid is bepaald dat afwijkingen worden beoordeeld op het niveau van de begrotingstotalen van de individuele programma’s; het niveau waarop de raad de begroting autoriseert (vastgelegd in artikel 3 van deze verordening). Er wordt daarmee niet gekeken naar overschrijdingen van individuele budgetten of taakveldtotalen. Voor kredieten geldt het totale kredietbedrag (per krediet) als norm voor de begrotingsrechtmatigheid (lid 3).
Lid 4 gaat over de weging van de afwijkingen. De baten en lasten moeten zich bewegen binnen de door de raad goedgekeurde en vastgestelde budgetplafonds. Indien er een overschrijding plaatsvindt is er in principe sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Uitzondering worden genoemd in lid 4a. Dit is verder uitgewerkt in de beleidsregels begroting zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
In lid 4b is bepaald dat overige afwijkingen alleen rechtmatig zijn als die tijdig worden gemeld.
Artikel 29d Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
Dit artikel gaat in op het zogenaamde “misbruik en oneigenlijk gebruik criterium”. In het eerste lid wordt het criterium gedefinieerd. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan is. In het tweede lid wordt aan het college opgedragen regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Het college rapporteert over dit criterium in de paragaaf bedrijfsvoering (lid 3). Geconstateerd misbruik waarbij het M&O beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening, wordt niet betrokken bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Wel dient via de paragraaf bedrijfsvoering inzicht te worden gegeven in de aard en de (financiële) impact van het bij de gemeente geconstateerde misbruik.
In artikel 30 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van de gemeente, welke gegevens moeten worden vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze verordening regelt niet de regels en activiteiten die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Het college zal deze zaken in een besluit vastleggen voor de aansturing van de ambtelijke organisatie. Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun rol als toezichthouder en aan het rijk, zoals de verplichte informatievoorziening voor derden (IV-3).
Artikel 32. Financiële organisatie
Dit artikel geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie burgemeester en wethouders beleid en interne regels stellen. De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en het financieel beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen.
Artikel 33. Aanbesteding en inkoop
De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen hebben. Het hanteren van spelregels is tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden beperkt en jegens derden wordt rechtszekerheid gecreëerd. Doordat de regels worden vastgelegd kan de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een onderdeel van de rechtmatigheidstoets.
Deze verordening treedt in de plaats van de vorige financiële verordening. Omdat een aantal artikelen gewijzigd zijn die betrekking hebben op de jaarstukken over het voorgaande jaar wordt deze verordening met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 van kracht. Dit heeft betrekking op het artikel 13 en 29c, en niet op wijzigingen over de P&C planning en in de toelichtingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-234034.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.