Gemeenteblad van Culemborg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Culemborg | Gemeenteblad 2025, 232948 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Culemborg | Gemeenteblad 2025, 232948 | beleidsregel |
Regeling briefadres gemeente Culemborg 2025
Artikel 4 Gemeentelijk briefadres
Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, indien:
Artikel 6 Termijnen briefadres
Als de aangever voor een bepaalde termijn, tot maximaal 8 maanden, naar het buitenland vertrekt, een briefadres aanvraagt en het verblijf in het buitenland wordt verlengd, dan dient de aangever zelf een schriftelijk verzoek in te dienen om het briefadres te verlengen dan wel, bij verblijf in het buitenland langer dan 8 maanden over een jaar, diens emigratie door te geven.
Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel, is de briefadreshouder die een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóor de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.
Onderzoek vindt plaats door het opnieuw toesturen van de vragenlijst herbeoordeling briefadres, met het verzoek deze in te vullen en in persoon te verschijnen, om inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres. Dit geldt zowel voor de briefadreshouder als de briefadresgever. Het is aan de beoordeling van de gemeente om hiervan eventueel af te wijken.
Artikel 8 Controlemaatregelen meerdere briefadressen bij briefadresgever
Als blijkt dat de briefadresgever aan een gezinshuishouden of een alleenstaande toestemming heeft gegeven voor een briefadres en briefadresgever vervolgens toestemming verleent voor een volgend briefadres, dan wordt briefadresgever opgeroepen voor een persoonlijk gesprek, waarin diens medewerking aan het verstrekken van de briefadressen dient te worden toegelicht.
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Van onbillijkheid kan sprake zijn als in een specifieke situatie het strikt vasthouden aan de regeling als onredelijk kan worden aangemerkt of als er onevenredige schade zou ontstaan.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 22 april 2025.
de secretaris,
Dhr. E.J. Kruijswijk Jansen
de burgemeester,
Dhr. J. Geurts
Toelichting op de Regeling briefadres gemeente Culemborg 2025
De wet BRP heeft als belangrijkste uitgangspunt om elke burger in te schrijven op een woonadres. Pas als dat woonadres ontbreekt wordt gekeken naar het gebruik van een briefadres als inschrijfadres.
De Regeling briefadres gemeente Culemborg 2025 heeft als doel om briefadressen in de BRP mogelijk te maken voor burgers zonder woonadres en voor kwetsbare burgers en daarnaast het misbruik van briefadressen in de BRP tegen te gaan.
Hieronder volgt de artikelsgewijze toelichting op de Regeling briefadres gemeente Culemborg 2025.
Toelichting artikel 1, lid 1 onder e
Als een inwoner beroepshalve gaat varen aan boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft en er is bij vertrek een redelijke verwachting dat hij niet langer dan twee jaar buiten Nederland zal verblijven, dan hoeft de inwoner geen aangifte te doen van vertrek zoals bedoeld in artikel 29 Besluit BRP. Een voorwaarde is wel dat de inwoner gedurende het verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in Nederland. Veelal zal dit een briefadres zijn.
Het is de inwoner niet verplicht, maar wel toegestaan om aangifte van vertrek naar het buitenland te doen in deze situatie.
Toelichting artikel 1, lid 2 onder a
In de circulaire BRP en briefadres van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 oktober 2016 (kenmerk 2016-0000656211) is geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door onbevoegden.
Toelichting artikel 1, lid 2 onder b en c
Degene die zijn woonadres heeft in een instelling als bedoeld in artikel 2.40 wet BRP, kan in afwijking van artikel 2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1 van de wet BRP in plaats van inschrijving op zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 wet BRP zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan worden.
Het college van B&W is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, lid 4 wet BRP, instellingen op het terrein van beschermd wonen of maatschappelijke opvang aan te wijzen.
Als de burgemeester van oordeel is dat het om veiligheidseisen gewenst is een persoon niet op het woonadres in te schrijven, kan inschrijving op een briefadres plaatsvinden. Deze verklaring zal veelal bij de afdeling burgerzaken terecht komen via de interne kanalen van de gemeente.
Dit artikel biedt extra mogelijkheden voor toepassing van de menselijk maat. Onder 'de menselijke maat’ wordt in dit verband verstaan, recht doen aan de belangen van burgers bij de totstandkoming en uitvoering van beleid.
Indien degene die aangifte doet van adreswijziging, waarbij een briefadres wordt gekozen, één of meer sociaal-maatschappelijke problemen heeft, zullen de gegevens van de aanvrager gedeeld worden met het team Procesregie van de gemeente Culemborg. Bij sociaal-maatschappelijke problematiek kan gedacht worden aan psychische problematiek gecombineerd met problemen zoals schulden, dakloosheid en werkloosheid.
De bedoeling is dat de afdeling Burgerzaken samen met het Sociaal Team de mogelijkheden onderzoekt, indien inwoners niet op grond van bestaande regels ingeschreven kunnen worden op een (brief)adres en daardoor in een schrijnende (financiële en/of maatschappelijke) situatie verkeren.
Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een woonadres werd gehouden. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die de briefadreshouder daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
Toelichting artikel 2, lid 2 en 3
Bij de aangifte dient een schriftelijke verklaring van instemming te worden gevoegd van degene bij wie het briefadres wordt gehouden op grond van artikel 2.45 lid 2 van de wet BRP. In de schriftelijke aangifte, waarbij briefadres wordt gekozen, dienen de redenen van het briefadres en de te verwachten duur van het briefadres te worden opgenomen. De aangever dient tevens een (kopie van een) geldig identiteitsbewijs zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van zichzelf als van degene bij wie het briefadres wordt gehouden te overleggen.
Het is niet waarschijnlijk dat de briefadreshouder bij diens aangifte altijd de verklaring van de burgemeester zal kunnen overleggen. De verwachting is, dat deze verklaring veelal bij de afdeling burgerzaken terecht komt via de interne kanalen van de gemeente.
Maximaal 2 briefadressen betekent aan maximaal twee gezinshuishoudens, twee alleenstaanden of aan éen gezinshuishouding en éen alleenstaande.
Het blijft mogelijk en is toegestaan dat een briefadresgever meer dan éen briefadreshouder op zijn woonadres kan hebben, bijvoorbeeld een particulier die al dan niet tegen betaling briefadresgever is voor meerdere gedetineerden, omdat zij hun familie daar niet mee willen belasten. In dat geval kan uitgeweken worden naar de hardheidsclausule van artikel 10 van deze regeling.
Als de gemeente zelf of een instelling voor maatschappelijke opvang als briefadresgever optreedt, is de beperking die lid 7 van deze regeling vermeldt, niet van toepassing.
Ontbreekt bij de aangifte tot briefadres éen of meer van de benodigde stukken, dan wordt de aangifte behandeld als een onvolledige aangifte. De aangever wordt schriftelijk in de gelegenheid gesteld binnen 14 dagen de benodigde stukken te overleggen. De aangever mag eenmalig verzoeken de termijn van 14 dagen met nogmaals 14 dagen te verlengen.
Wanneer de aangever niet binnen 14 dagen zijn aangifte aanvult of uitstel aanvraagt, zijn er twee mogelijke opties:
Voor de personen bedoeld in artikel 1, lid 1 onder f van deze regeling gelden extra voorwaarden voor het houden van een briefadres op het adres Ridderstraat 250b van de gemeente Culemborg. Deze voorwaarden worden ook vastgelegd in een contract met de briefadreshouder.
Artikel 5 betreft een niet-limitatieve opsomming van weigeringsgronden voor de aangifte van een briefadres.
In de gevallen dat een briefadres wordt toegekend vanwege veiligheidsredenen, vastgesteld door de burgemeester zoals bedoeld in artikel 1 lid 3 van deze regeling óf omdat de briefadreshouder behoort tot een kwetsbare groep zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van deze regeling, zal de gemeente zelf altijd de afweging maken tot het al dan niet toekennen van een briefadres.
Met de hier vermelde weigeringsgrond wordt bedoeld dat een briefadres alleen verleend kan worden op een woonadres waar nog geen of slechts éen briefadres is geregistreerd.
Hierbij geldt een briefadres verleend aan een gezinshuishouden als éen briefadres. Dit betekent dat er aan maximaal óf twee alleenstaanden, óf twee gezinshuishoudens, óf éen alleenstaande en éen gezinshuishouden een briefadres kan worden toegekend op éen adres.
Zie ook de toelichting bij artikel 2, lid 7.
Er kan geen briefadres worden gekozen indien de aangever een woonadres heeft. Onder woonadres wordt verstaan een adres als bedoeld in artikel 1.1 Wet BRP.
Dit kan ook betekenen een adres waar:
In de situaties dat geen woonadres vastgesteld kan worden, moet gekozen worden voor een briefadres.
Aanvullende afspraken en uitzonderingen gelden voor zogenaamde verwarde personen. Hierbij vindt afstemming en overleg met collega’s van team Procesregie plaats. Zo ook voor personen waarbij naar het oordeel van de burgemeester het om veiligheidsredenen niet wenselijk is om betrokkene op een woonadres in te schrijven.
Het permanent bewonen van een recreatiewoning wordt aangemerkt als het hebben van een woonadres en is dus géén reden voor het toekennen van een briefadres.
Toelichting artikel 5 sub h en i
Er dient aangifte van vertrek uit Nederland te worden gedaan, als betrokkene(n) langer buiten Nederland verblijft dan twee derde deel van een jaar. Dit hoeft niet een aaneengesloten periode van 8 maanden te betekenen.
In dat geval, kan niet gekozen worden voor een briefadres. Hierop is een uitzondering mogelijk voor betrokkenen die beroepshalve op een schip varen.
Zie hiervoor de toelichting artikel 1, lid 1 onder e.
Toelichting artikel 6, lid 1 en 2
Om het tijdelijke karakter te benadrukken, is besloten om een termijn van telkens 3 maanden te stellen aan de toekenning van een briefadres.
Na het verloop van deze periode kan belanghebbende worden opgeroepen voor het verstrekken van inlichtingen of het doen van aangifte van verhuizing naar een feitelijk woonadres.
Deze termijn is eveneens gekozen om met regelmaat een contactmoment te hebben met de briefadreshouder en bijvoorbeeld de inspanningen tot het verkrijgen van een feitelijk woonadres te kunnen beoordelen.
Als van tevoren bekend is dat iemand voor een bepaalde periode (maximaal 8 maanden van een jaar) in het buitenland zal verblijven en geen woonadres heeft, dan kan voor maximaal deze periode een briefadres worden verleend.
De Wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van een nieuw adres. Zodra een briefadreshouder verhuist naar een woonadres of kiest voor een ander briefadres, dan moet hiervan tussen 4 weken vooraf en uiterlijk 5 dagen na de verhuisdatum of wijziging briefadres aangifte worden gedaan. Er mag niet worden gewacht tot de eerder bepaalde of afgesproken termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een ander briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden van deze regeling en die van de Wet BRP.
De gemeente moet periodiek controleren of een inschrijving op een briefadres nog terecht is. In dit artikel staat de frequentie van herbeoordeling voor verschillende groepen en situaties omschreven. De gemeente mag hiervan afwijken.
In artikel 2 lid 7 is het maximale aantal briefadressen op een adres aangegeven. Het is echter toegestaan dat iemand voor meerdere personen of gezinnen als briefadres fungeert, bijvoorbeeld de particulier, stichting of instelling die, al dan niet tegen betaling, briefadresgever is voor bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld gedetineerden. De briefadresgever dient ten alle tijden diens wettelijke verplichtingen na te komen.
De gemeente mag dit toestaan, maar zal hierop wel moeten blijven controleren.
Op grond van artikel 4.17 Wet BRP kan een bestuurlijke boete worden opgelegd als er geen of een onjuiste aangifte van een briefadres wordt gedaan. Dit geldt ook als niet voldaan wordt aan de verplichting om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders inlichtingen te vertrekken die noodzakelijk zijn voor een juiste bijhouding van de basisregistratie zoals bepaald in artikel 2.45 Wet BRP of desgevraagd in persoon te verschijnen.
Voor de op te leggen bestuurlijke boete geldt een maximaal bedrag van € 325.
Artikel 10 van deze regeling is het maatwerkartikel. De gemeente mag in individuele situaties afwijken van het bepaalde in deze regeling. Het maatwerkartikel ziet toe op het voorkomen van schrijnende situaties in geval van sociaal-maatschappelijke problemen of onbillijkheden bij strikte toepassing van deze regeling. In bijzondere- of uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van het bepaalde in deze regeling, teneinde als gemeentelijk dienstverlener nooit de menselijke maat uit het oog te verliezen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-232948.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.