Gemeenteblad van Kaag en Braassem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kaag en Braassem | Gemeenteblad 2025, 23246 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kaag en Braassem | Gemeenteblad 2025, 23246 | beleidsregel |
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR 8)
De gemeente Kaag en Braassem, gelegen in het landelijke Groene Hart, omvat elf dorpskernen waar diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Deze variëren van grote woningbouwprojecten en integrale reconstructies van wegen inclusief rioolvervanging tot kleinschalig onderhoud aan plantvakken. Hoewel de gemeente soms zelf als initiatiefnemer en uitvoerder optreedt, ligt de uitvoering meestal bij ontwikkelaars, aannemers of andere contractpartners. Daarnaast zijn er vaak projecten waarbij zowel het initiatief als de uitvoering volledig door derden wordt verzorgd..
De Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) is van toepassing op alle initiatieven in de openbare ruimte binnen de gemeente. De LIOR biedt duidelijkheid over processen en randvoorwaarden voor het waarborgen van kwaliteit en uniformiteit in het beheerareaal. Het document stelt eisen en aanbevelingen voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, zodat deze kwaliteit behoudt en toekomstbestendig kan worden onderhouden. Hoewel de LIOR niet allesomvattend is, biedt het een basis van doelvoorschriften en technische kwaliteitseisen. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat openbare ruimten, na oplevering, voldoen aan de gewenste standaarden voor duurzaam beheer.
De LIOR is opgebouwd uit algemene voorwaarden, aangevuld met specifieke technische eisen per beheerdiscipline. Sommige voorwaarden betreffen technische specificaties, terwijl andere meer doelvoorschriften of aanbevelingen zijn. In de Standaarddetailbundel zijn standaarddetails opgenomen die initiatiefnemers kunnen gebruiken bij hun ontwerpen. Voor specialistische onderdelen, zoals riolering, zijn aanvullende Programma’s van Eisen (PvE’s) beschikbaar, die op verzoek of proactief door de gemeente worden verstrekt bij relevante projecten.
De LIOR is niet vrijblijvend. Initiatiefnemers moeten in de ontwerpfase aantonen dat hun plannen voldoen aan de gestelde voorwaarden. Afwijkingen zijn alleen toegestaan als deze goed onderbouwd zijn en goedkeuring van de gemeente hebben gekregen (zie paragraaf 3.4). Door de gestructureerde opzet maakt de LIOR het eenvoudiger voor initiatiefnemers om de geldende voorwaarden te begrijpen en hierover met de gemeente te communiceren.
Aan de hand van de volgende nummering zijn de voorwaarden per beheerdiscipline eenvoudig te bepalen.
3.1. Ruimtelijke visie, opgaven en ambities Kaag en Braassem
De LIOR is primair een overzicht van technische specificaties gerelateerd aan wet- en regelgeving, gemeentelijk beleid en lokale kennis en ervaring. De LIOR vormt de basis voor de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte bedoeld voor planvorming, ontwerpfase, uitvoering en beheer. Voor iedere initiatiefnemer in de openbare ruimte is het belangrijk om ook op strategisch en bestuurlijk niveau de ambities van de gemeente Kaag en Braassem te kennen en te betrekken in de planvorming. In de omgevingsvisie en het omgevingsplan beschrijft de gemeente Kaag en Braassem de ruimtelijke opgaven en ambities. De omgevingsvisie vormt de strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, duurzaamheid, energie, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente Kaag en Braassem stelt. Tenslotte geeft het Raadsakkoord 2022-2026 inzicht in de bestuurlijke ambities.
3.2. Beleid, wet- en regelgeving
Elke ontwikkeling of activiteit in de openbare ruimte dient conform geldende wet- en regelgeving plaats te vinden. Voor het lokale en regionale beleid gelden de meest recente beleidsnota’s en -regels. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om zich te informeren over de meest actuele wet- en regelgeving en geldende beleidsregels. Daarnaast geldt een formele inspanningsverplichting voor het tijdig in bezit hebben van alle benodigde vergunningen. Hieronder volgt ter ondersteuning een overzicht van relevant lokaal beleid en wet- en regelgeving.
Milieu, groen, bodem, klimaatadaptatie, water en riool
Indien een ruimtelijk plan of voorziene werkzaamheden op bepaalde voorwaarden voorziet af te wijken van de LIOR dan dient dit schriftelijk onderbouwd en gemotiveerd te worden richting de gemeente. Deze onderbouwing omvat tenminste:
De beheerders, projectleider en strategisch beheerders van de gemeente beoordelen eerst in hoeverre wordt afgeweken van de LIOR en maken vervolgens een onderbouwde afweging over de voorgestelde afwijking. In de regel zal hierover een dialoog met de initiatiefnemer plaatsvinden. Pas na schriftelijke goedkeuring door de gemeente kan de afwijkende oplossing worden toegepast.
Een standaardformulier om afwijkingen op de LIOR overzichtelijk te onderbouwen en ter beoordeling aan te leveren bij de gemeente is terug te vinden als bijlage 18.1. Aanleveren van dit formulier maakt een verplicht onderdeel uit van het planproces voor elk initiatief waarbij de LIOR van toepassing is.
4. Proces en indieningsvereisten inrichting openbare ruimte
5. Algemene Vereisten en Uitgangspunten
|
Planbeoordeling tijdens de ontwerpfase is vereist door het hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeente. Hierbij gelden de volgende eisen:
|
|
|
Watergangen dienen te worden ingepeild. De peiling moet volgens de SIKB richtlijnen worden uitgevoerd en aangeleverd bij de gemeente. |
|
|
Inlaatplaatsen, beheer en onderhoud watergangen Openbaar water moet bereikbaar zijn voor machinaal onderhoud door middel van een onderhoudsstrook aan één zijde van de watergang met een minimale breedte van 3 meter en een goed te onderhouden verhang van maximaal 1:3. Transport- en verwerkingskosten van baggerspecie zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Inlaatplaatsen worden bepaald door het hoogheemraadschap en de gemeente. De gemeente wijst locaties aan waar tewaterlaatplaatsen voor onderhoudsvaartuigen moeten worden gerealiseerd. Een tewaterlaatplaats voor het uitvoeren van varend onderhoud dient te worden opgebouwd met onderstaande uitgangspunten. - Aanbrengen damwand minimaal 4m1 met dubbele gording met minimaal 3 ankers voorzien van stabiliteitsberekening. Hoogte t.o.v. de waterlijn in afstemming met de gemeente (afhankelijk van de situatie). - Vanaf de openbare verharding een cunet graven van 3,5m breed. - Aanbrengen geotextiel. - Aanbrengen menggranulaat in een laagdikte van minimaal 25cm. - Stellaag van minimaal 6cm drainagezand. - Tegen de damwand aanbrengen betonplaat (groenspoorplaat) van 3x2mx14cm met een max. belasting van minimaal 15 ton aslast. - Bij grotere afstand tot de betonplaat vanaf de openbare verharding tot de betonplaat aanbrengen van graskeien 3m breed. - Graskeien opvullen met teelaarde en inzaaien met graszaad i.o.m. de gemeente. |
|
|
Watergangen dienen tot op de vaste bodem te zijn ontdaan van alle baggerspecie. Vervolgens dempen met materiaal met aan te tonen gelijkwaardige zettingseigenschappen als de naastliggende gronden. |
|
|
De eisen voor materialisatie en afwerking van natuurvriendelijke oevers en taluds van het hoogheemraadschap zijn leidend. Bij harde oeverconstructies minimaal één fauna uittreedplaats aanbrengen per 50 meter oeverlengte. Zie ook M7.3 wat betreft gemeentelijke eisen ten aanzien van natuurvriendelijke oevers. |
|
|
Aanplant natuurvriendelijke oevers Aanplant natuurvriendelijke oevers met gebiedseigen soort vegetatie. Geschikte oplossing is de toepassing van aquaflora rollen. De NVO dwarsdoorsnede van de gemeente in de Standaarddetailbundel is leidend. Toe te passen doorsnede altijd afstemmen met gemeente. |
|
|
Voorkeur gaat uit naar het gebruik van kunststof beschoeiingen van leveranciers HIPgroen of Lankhorst. Als gebruik van kunststof schoeiingen technisch niet wenselijk is kunnen hardhouten beschoeiingen gebruikt worden. Deze dienen van een duurzaamheids-keurkmerk voorzien te zijn. Zie standaardtekening in de Standaarddetailbundel |
|
|
Natuurlijke hemelwaterafvoer en waterprocessen Creëer zo mogelijk hoogteverschillen in de openbare ruimte om pieken van hemelwater op maaiveld te bergen. Houdt er rekening mee dat het watersysteem een relatie heeft met de aan te leggen groengebieden. Zorg voor een zo hoog mogelijke waterkwaliteit door optimaal verloop van natuurlijke processen. |
|
Weginrichting dient conform de meest recente CROW-richtlijnen waaronder de ASVV vormgegeven te worden. Hierbij is specifiek aandacht vereist voor:
|
|
|
Het aantal benodigde parkeerplaatsen bij ontwikkelingen wordt getoetst aan de meest recente CROW-publicatie ter attentie van parkeernormering. En de gemeentelijke parkeernormen in de Beleidsregel parkeernormen Kaag en Braassem 2018 (of actualisaties hiervan). Per deelplan moet een parkeerbalans worden opgesteld. Indien er meerdere verschillende voorzieningen in nabijheid zijn, moet in de berekening rekening worden gehouden met de aanwezigheidspercentages van de verschillende voorzieningen. Hierbij worden onderstaande loopafstanden aangehouden. |
|
|
De funderingsconstructie is deels afhankelijk van de ondergrond. Daarnaast is het type voorbelasting van belang bij het bepalen van de uiteindelijke funderingstype. Onafhankelijk verhardingsonderzoek is vereist en voor rekening van de ontwikkelende partij. Het opgestelde advies dient te goedkeuring aan de gemeente te worden opgeleverd. |
|
|
T oegankelijkheid en draagkracht Rekening houden met hulpdiensten, gladheidsbestrijding en afvalinzameling bij vormgeven en bepalen draagkracht van wegen. Fietspad zodanig dimensioneren dat een klein strooivoertuig (2,20m breedte) over de verharding kan rijden zonder schade aan te richten 7500 kg) en bereikbaarheid mogelijk is voor hulpdiensten en afvalinzameling. Opstelplaatsen ladderwagen brandweer bij hoogbouw. Ook aandacht vereist voor onkruidverwijdering en veegmachines, voor (1) onkruidbeperking door materiaal keuze en toepassing, (2) beperken obstakels en (3) zorgen voor bereikbaarheid voor veegmachines, machinale onkruidverwijdering. |
|
|
Verwezen wordt naar de Standaarddetailbundel waarin een groot aantal voor dit hoofdstuk relevante- en voor de inrichting verplichte standaarddetails is opgevoerd. |
|
|
Categorisering bestratings- en verhardingsmaterialen Voor de toe te passen bestratings- en verhardingsmaterialen wordt uitgegaan van de beleidslijn behorende bij het navolgende categoriseringsplan en tevens het volgende:
|
|
Bochtstralen (binnenbocht) in woonstraten uitvoeren in minimaal R = 6,00 meter, voor overige locaties waaronder bedrijfsterreinen, de bochtstralen aanpassen aan het type verkeer. Overgang van asfalt naar elementenverharding
|
|
|
|
|
|
|
|
Eventueel in overleg wegbeheerder/verkeerskundige van de gemeente de lengte haaksparkeren inkorten met 50 cm ten bate van trottoir, i.v.m. overstek:
Gehandicaptenparkeervakken zijn voorzien van verkeersbord E06 uit bijlage 2 van de RVV 1990 en vakaanduiding met een kruismarkering (optioneel in overleg met gemeente) op het wegdek. Thermoplast op asfalt, gestraat met witte verkeersstenen in elementenverharding. |
|
|
|
|
Voor de verharding van rotondes dient de totale constructiedikte niet te worden gewijzigd, maar dient wel gebruik te worden gemaakt van zogenaamde stabiele asfaltmengsels (SMA, combinatiedeklaag of AC 22 bind). Op de rotondes wordt geen geluidsreducerend asfalt toegepast. Toepassen van rotonde elementen (Leicon of gelijkwaardig) inclusief rammelstrook bestaande uit betonstraatstenen dik 10 cm. Prefab betonband type Girotondebanden, afmetingen 420/500x500 mm voor goede aansluiting op de rammelstrook. Deze elementen dienen te worden gesteld in stelspecie. |
|
|
Geluid reducerend asfalt toepassen, indien om geluidredenen een stil wegdek vereist is. De algemene regel van de Wet geluidhinder dat bij het wijzigen van de wegconstructie geen verhoging van de geluidsbelasting mag optreden, betekent immers dat nadat eenmaal een stil wegdek is aange¬bracht dit later niet zonder meer kan worden vervangen door een minder stil wegdek. Geluid reducerende deklagen hebben over het algemeen een dikte van 20 tot 30 mm. In CROW-publicatie 200 is een categorie-indeling gegeven voor dunne asfaltdeklagen. Deze categorieën zijn onderverdeeld naar de mate van gewenste geluidsreductie. Een dunne asfaltdeklaag heeft geen constructieve eigenschap en kan desgewenst vaker worden vervangen om de mate van geluidsreductie of het toepassen van ander geluid reducerend asfalt mogelijk te maken. In publicatie 200 staan meer specificaties (www.stillerwegdek.nl). In onderstaande tabel zijn de geluid reducerende eigenschappen (in dB(A)) van de verschillende deklaagtypen vermeld. |
|
|
Afschot en afwatering verhardingen
|
|
|
Thermoplastisch materiaal toepassen op gesloten verharding, markeringsstenen in open verharding. |
|
|
Stenen trommelen bij herbestrating en voldoende nieuw zand aanbrengen. Onkruid werende verharding toepassen op verkeerstechnische locaties. |
|
|
Waar ruimte is voor een verkeerseiland bij een voetgangers oversteek plaats altijd een prefab eiland plaatsen met aan beide kanten een verkeersbord D2. Fietsversmallingen op de rijbaan altijd een prefab eiland plaatsen en dan met 1 of 2 flexpaal per versmalling. |
|
Normoppervlakten en aantallen. De volgende normen voor te realiseren openbaar groen (inclusief speelruimte) als richtlijn hanteren voor het ontwerp: - Uitbreidingslocaties woonwijk : 45 m2 groen/wooneenheid - Inbreidingslocaties woonwijk : 45 m2 groen/wooneenheid - Hoogbouw : 60 m2 groen/max. aantal wooneenheden op één verdieping - Centra : maatwerk iom gemeente - Voorzieningen : maatwerk iom gemeente - Bedrijventerrein : 12 % per m2 uitgeefbare grond - Aantal bomen in nieuwbouwprojecten is 0,6 bomen per woning plus het aantal bomen dat voor het project is gekapt. |
|
|
Ontwerp dient ter goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd. Rekening houden met de volgende vereisten: - Verwezen wordt naar de Standaarddetailbundel waarin een aantal voor dit hoofdstuk relevante- en voor de inrichting verplichte standaarddetails is opgevoerd. - Benoem in een groenplan hoe invulling is gegeven aan kringlopen en natuurlijke processen; hiermee wordt ecologische kennis bedoeld zodat plantecologie, type beplanting, groeiplaatsomstandigheden en onderhoud op elkaar en de omgeving aansluiten. Werk zoveel mogelijk met gebiedseigen flora en fauna. Keuzes dienen bij te dragen aan verbetering van de biodiversiteit. - Maatvoering getekende boomkronen op schaal op basis van eindsituatie voor zowel bovenaanzicht als zijaanzicht; - Het is vereist de groeiplaats van bomen mee te nemen in een dwarsdoorsnede, conform hoofdstuk Bomenontwerp van Handboek Bomen; - Voorkom sociaal onveilige groenplekken door aandacht te hebben voor doorzicht en overzichtelijkheid; - Pas groen functioneel toe en houdt groen geconcentreerd, creëer geen “restsnippers” groen. Pas zo nodig ontsnipperende maatregelen toe door verbindingen van groenstructuren of tunnelconstructies. - Iedere aanplant moet schoon van wortelonkruiden uitgevoerd worden. |
|
|
- Minimale vakoppervlakte 10,0 m². - Minimale vakoppervlakte 50,0 m². - Minimale vakoppervlakte 10,0 m². - Minimale vakoppervlakte 10,0 m². - Voor gazons en recreatief gras geldt bij aanleg en inrichting een minimale manoeuvreerruimte van 3m draaicirkel ivm beheer. - Minimale vakoppervlakte 100,0 m². - Niet steiler aanleggen dan 1:3. - Minimale afstanden obstakels 3,0m. - Niet steiler aanleggen dan 1:3. Plantvak bollen: - Minimale vakbreedte 1,0 m. |
|
|
Bestaande bomen bij ontwikkelingen waar mogelijk handhaven, rekening houden bij ontwerpfase met reeds aanwezige of omliggende groenstructuur. Bij werkzaamheden rondom bomen rekening houden met vereisten zoals beschreven in handboek bomen hoofdstuk 2 “Werken rond bomen” (zie ook poster van norminstituut). Voor elke boom die verwijderd wordt moet een boom van dezelfde klasse binnen het plangebied terug geplant worden. Het potentiële boomkroonvolume (BKV) moet in totaal ten minste gelijk blijven, of groter worden (zie overzicht 1.18.a Referentiewaarden BKV Bomenwontwerp Handboek Bomen). |
|
|
Een Bomen Effect Analyse is noodzakelijk voor motivatie keuze behoud of kap indien het >9 bomen betreft en bij toepassing (onder)bemaling. |
|
|
Conform Handboek bomen hoofdstuk 1 “Ontwerp”. Voor de levensduur bomen gelden zonder kunstingrepen (frequente voeding of bewatering) de volgende kengetallen; Bomen in verharding en heesterbeplanting 30 jaar ambitie niveau “redelijk” Bomen groen/park/gazon > 50 jaar ambitie niveau “optimaal”. Voor boombestand bomen geldt een goede verhouding (min 20% van elke grootte) tussen 1e, 2e en 3e grootte bomen. Per grootte geldt tenminste een aandeel van 20% van het totaal bestand. Gebruik de tool boommonitor van het norminstituut Bomen, lever de berekening aan bij de beoordeling ontwerp. |
|
|
- Garantie dient minimaal voor beplanting 1 jaar & bomen 2 jaar te zijn, na formele oplevering aan gemeente. - Aanleveren van gegevens over de groenvakken, toegepaste substraat en volume per locatie voor vastlegging in het beheersysteem is vereist (zie ook V4.7). |
|
|
Toplaag groenvakken dient voor minimaal 0,40 m teelaarde te bestaan voorzien van het RAG keurmerk en schoon van wortelonkruiden. |
|
|
- Meest recente versie van de ontwerpeisen Handboek Bomen van Norminstituut Bomen hanteren. - Bij aanplant van nieuwe bomen dient een minimale doorwortelbare ruimte aanwezig te zijn. Voor 1e grootte 20m3, 2e grootte 16m3 en 3e grootte 8 m3, conform Handboek Bomen. - Beluchtingslang aanbrengen van composteerbare bio buis met kokos met twee composteerbare bio T-stuk doorsnee van 80 mm en twee composteerbare eindkappen met luchtgleuven. - LDPE gietrand aanbrengen kleur groen 30 cm hoog waarvan 10 cm in de grondaanbrengen dikte gietrand 3 mm. - Boompalen moeten zijn 2x naaldhout onbehandeld diameter 10 cm lengte 1,80 meter, op 0,80 boven maaiveld. - Aanbrengen van boombanden kruislings te bevestigen (bij voorkeur biologisch afbreekbaar). - Wortelschermen toepassen (HDPE wortelweringswand 100 cm, HDPE 2 mm Type: WB/BB 100/2 BIO). - Bomengranulaat ten minste 10 cm boven het grondwaterpeil (zomerpeil) aanbrengen |
|
|
Aanplant in boomspiegels is wenselijk bij voorkeur in gemengde beplanting met meerwaarde voor insecten. Alternatieven in overleg met gemeente. Voorbeeld https://www.greentocolour.com/projecten/. |
|
|
- Minimaal groepsgrootte 5,0 m² per soort. - Plantafstanden onderling 0,4 – 0,5 m. |
|
|
- Minimaal groepsgrootte 15 m² per soort. - Plantafstanden onderling 1,50 – 3,00 m. - Afstand tot achterkant kantopsluiting 1,5 x plantafstand. - Boomvormers minimaal 5,00 m uit de randen planten. |
|
|
- Minimaal groepsgrootte 5,0 m² per soort. |
|
|
- Minimale vakoppervlakte in plantenbakken 4,0 m². - Minimaal groepsgrootte 3,0 m² per soort. |
|
|
- Minimale hoogtemaatvoering hagen 60/80, 3/5 tak. - Plantafstanden onderling 5,0 st per m¹. - Afstand tot achterkant kantopsluiting 1x plantafstand. - Wanneer een haag word toegepast, dient dit een gemengde haag te zijn. Bestaande uit minimaal 4 verschillende soorten. Voorbeelden van betreffende hagen die kunnen worden toegepast: Ligustrum ovalifolium, Acer campestre, Spiraea vanhouttei, Forsythia intermedia ‘Spectabilis’, Ribes sanquineum ‘King Edward’, Prunus Laurocerasus ‘Reynvaanii’. Of keuze in overleg met de groen beheerder. |
|
|
- Grasmengsel in overleg met gemeente. Uitgangspunt is gazon type Barenburg B3 hoeveelheid 2 kg/100m² het zaad 10 tot 20 mm onderwerken en de grond aandrukken. - Taluds inzaaien met langzaam groeiend grasmengsel 3,0m. - Minimaal 20 cm schone teelaarde als toplaag, vrij van puin. |
|
|
- Zaadmengsel ‘Gebiedseigen gemeentemengsel Kaag en Braassem’ beschikbaar bij Cruydt Hoeck: https://www.cruydthoeck.nl/gebiedseigen-gemeentemengsel Gebruik passende grond voor beoogde doelsoorten. |
|
|
Bollen dienen een bijdrage te leveren aan insecten zoals bijen. - Minimaal groepsgrootte 2,0 m² per soort. - Plantafstanden onderling 40,0 tot 150,0 st per m². - Plantafstanden verwilderende soorten onderling 100,0 st per m². |
1. Indieningsformulier afwijken van het LIOR
Een versie in MS Word is voor een praktische digitale invulling beschikbaar.
Afwijken van de LIOR is goed mogelijk, mits voorzien van een voor de gemeente acceptabele motivatie voor een alternatieve oplossing. Indien een ruimtelijk plan, project of voorziene werkzaamheden op bepaalde voorwaarden voorziet af te wijken van de LIOR dan dient dit met dit formulier schriftelijk onderbouwd en gemotiveerd te worden richting de gemeente. Deze onderbouwing omvat tenminste:
Afwijkingen van de LIOR dienen zo vroeg mogelijk in het planproces kenbaar gemaakt te worden bij de gemeente. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient minimaal in de ontwerpfase als onderdeel van het voorlopig ontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) dit formulier ingediend te worden bij de gemeente.
Initiatiefnemer verklaart dat het project aan alle overige voorwaarden en ambities zoals benoemd in de LIOR 8.0 van de gemeente Kaag en Braassem voldoet.
Initiatiefnemer verklaart zich er mee akkoord dat mogelijk technische- of financiële consequenties als gevolg van niet tijdig gemelde afwijkingen op het LIOR volledig voor verantwoordelijkheid komen van de initiatiefnemer.
Initiatiefnemer begrijpt dat pas na schriftelijke goedkeuring door de gemeente de voorgestelde afwijkingen van de LIOR en voorgestane oplossingen kunnen worden toegepast in de verdere planvorming.
Project: ......................................................................................................
Naam indiener: ..........................................................................................
Organisatie: ...............................................................................................
Plaats: .......................................................................................................
Datum: ......................................................................................................
Handtekening: .............................................................................................
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-23246.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.