Gemeenteblad van Wassenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2025, 232373 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2025, 232373 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Subsidieregeling Welzijn jeugd gemeente Wassenaar 2025
Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar;
het gemeentebestuur wil zorgen dat iedereen kan meedoen en wil voorkomen dat bij jeugdigen en hun gezinnen vermijdbare ondersteunings-, hulp- of zorgvragen ontstaan;
daartoe maatschappelijke opgaven, doelen en effecten heeft beschreven in het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar en de realisering daarvan wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
de artikelen 2.1 t/m 2.15 van de Jeugdwet;
de artikelen 2.1.1 en 2.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
artikel 1:3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;
de Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2025;
het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar;
de Subsidieregeling Welzijn jeugd gemeente Wassenaar 2025 vast te stellen.
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
|
financiële bijdrage of bijdrage in natura niet zijnde de subsidie als onderdeel van een dekkingsplan; |
|
|
het aanpakken van maatschappelijke opgaven op een gezamenlijke manier en voor groepen in plaats van voor individuele inwoners; |
|
|
de SDG's, oftewel de Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen), zijn 17 doelstellingen opgesteld door de Verenigde Naties in 2015. (www.sdgnederland.nl); |
|
|
vrij besteedbaar eigen vermogen conform de voor die aanvrager geldende boekhoudkundige principes conform laatst bekende begroting of jaaroverzicht; |
|
|
een richtlijn die is opgesteld om goed bestuur, toezicht en verantwoording te waarborgen binnen organisaties in de welzijnssector en maatschappelijke dienstverlening. Het doel van deze code is om transparantie, integriteit en professionaliteit te bevorderen, zodat organisaties op een verantwoorde manier hun maatschappelijke doelen kunnen nastreven. (https://www.nvtz.nl/thema/governancecode/); |
|
|
de overheadkosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Deze kosten zijn nodig om de organisatie in zijn geheel goed te laten functioneren en vallen vaak onder de categorie van indirecte kosten. Voorbeelden hiervan zijn: kosten voor huisvesting, personeel, administratie, ICT en management; |
|
|
SMART is een methode om duidelijke en haalbare doelen te stellen. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgeboden; |
|
|
het bedrag dat gedurende een bepaalde periode beschikbaar is voor alle voor toewijzing in aanmerking komende aanvragen; |
|
|
met een verbonden rechtspersoon wordt bijvoorbeeld een steunstichting of een ‘Vrienden van…’ bedoeld. Een verbonden rechtspersoon is een juridische entiteit die wordt opgericht om een specifiek doel te ondersteunen, zoals het financieren van een goed doel of een organisatie; |
|
|
een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opgestelde verklaring die laat zien dat het (justitiële) verleden van een sollicitant of medewerker geen bezwaar vormt voor een bepaalde baan of functie; |
|
|
full time equivalent, oftewel de rekeneenheid waarmee de omvang van een functie wordt uitgedrukt. 1 fte omvat de standaard werkweek in de desbetreffende organisatie.. |
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op subsidies die zijn verstrekt op grond van deze regeling.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn alle kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten met dien verstande dat kosten per voltijdsequivalent die meer bedragen dan de loonkosten in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst moeten worden voorzien van een toelichting.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
Subsidieaanvragen van meer dan € 100.000 bevatten tevens inzicht in de mate waarin de Governancecode Sociaal Werk (Welzijn) en Zorg wordt gehanteerd, dan wel de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector of, indien deze code niet van toepassing is, de mate waarin vergelijkbare principes van goed bestuur worden gehanteerd.
Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Awb en artikel 2:5 van de Asv kan de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als:
Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd afdeling 4.2.4 van de Awb en de artikelen 3:1 en 3:2 van de Asv gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
de subsidieontvanger van meer dan € 100.000 is verplicht haar organisatie te besturen volgens de Governancecode Sociaal Werk (Welzijn) en Zorg dan wel te handelen in overeenstemming met de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector, of, indien deze code niet van toepassing is, vergelijkbare principes van goed bestuur;
Artikel 12. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000
In aanvulling op artikel 3:5 en 3:6 van de Asv moet bij de verantwoording in ieder geval worden gerapporteerd over:
Als een bepaling in deze regeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college besluiten deze buiten toepassing te laten.
Aldus vastgesteld in de vergadering, gehouden op 29 april 2025,
drs. K.D. Handstede
gemeentesecretaris
drs. L.A. de Lange
burgemeester
In dit artikel staan de definities van specifieke begrippen die worden genoemd in deze regeling. Indien de definitie van een bepaald begrip niet in deze lijst staat beschreven, dan staat deze mogelijk beschreven in de Asv. De Asv moet in samenhang met deze subsidieregeling worden gelezen.
Deze subsidieregeling is alleen van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. Regels in deze regeling gelden dus niet voor andere subsidies die de gemeente verstrekt.
Alle activiteiten die overwegend zijn gericht op jeugdigen en die volgens het college bijdragen aan het doel van de subsidieregeling komen voor subsidie in aanmerking.
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Alle kosten die noodzakelijk zijn voor de activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De overheadkosten (vaste kosten) van de organisatie komen alleen in aanmerking voor subsidie als deze niet al zijn meegenomen in de berekening van de loonkosten. Vaste kosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld kosten voor telefoon en internet, portokosten, energiekosten, verzekeringskosten en onderhoudskosten. Afschrijvingen komen voor subsidie in aanmerking voor zover deze toerekenbaar zijn aan het jaar van de subsidieperiode. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Subsidie die niet is besteed aan de bij verlening afgesproken activiteiten wordt in principe teruggevorderd, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
Subsidieaanvragen worden in principe in drie stappen beoordeeld.
Stap één: is de aanvraag tijdig en volledig ingediend?
Als de aanvraag niet volledig (ook niet na herinnering) en binnen de aanvraagtermijn is ingediend dan wordt deze niet verder in behandeling genomen.
Stap twee: in behandeling genomen aanvragen worden getoetst aan de weigeringsgronden en er wordt bekeken in hoeverre de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidiabel zijn.
Stap drie: wanneer stap één en twee zijn doorlopen dan komt de subsidieaanvraag in aanmerking voor subsidie. Soms komen meer aanvragen in aanmerking voor subsidie dan dat de gemeente middelen beschikbaar heeft. In dat geval wordt een rangschikking aangebracht in de subsidieaanvragen die stap één en twee hebben doorlopen. Het kan dan zijn dat een aanvraag wel tijdig en volledig is, en niet (deels) wordt geweigerd, maar toch te weinig punten haalt om subsidie te krijgen.
Toelichting op de rangschikking:
Aanvragen van ten hoogste € 5.000 worden gerangschikt op basis van drie rangschikkingscriteria. Hogere aanvragers worden gerangschikt op basis van meer rangschikkingscriteria.
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de lokale binding door contacten, samenwerkingen, overlegstructuren etc. van de organisatie. Het college vindt vaak vooral belangrijk dat het netwerk lokaal is.
b. Maatschappelijke resultaten binnen subsidieperiode
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de veranderingen direct na de interventie.
De beoogde resultaten moeten SMART zijn beschreven.
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld doelgroeponderzoek, interventiemethodieken. Duidelijk moet worden waarom de activiteiten nodig zijn.
Aanvullend voor aanvragen van meer dan € 5.000
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de achtergrond, (bij)scholing, diploma’s, intervisiestructuren van beroepskrachten en vrijwilligers, klanttevredenheidsonderzoeken, lerend vermogen.
Voor dit onderdeel kunnen punten worden verdiend als de activiteiten worden bekostigd met niet alleen subsidie van de gemeente maar ook met bijvoorbeeld eigen middelen, fondsbijdragen en donaties, inbreng van eigen vermogen, natura bijdragen. Dit mag vormvrij worden onderbouwd maar moet wel concreet zijn, bijv. in uren of geld. Het is ook mogelijk om punten te krijgen voor dit onderdeel wanneer een goed plan wordt aangeleverd over hoe in de toekomst cofinanciering zal worden georganiseerd.
f. Bijdrage aan ten minste twee doelen.
Wanneer de activiteiten bijdragen aan twee of meer doelen kan een voldoende of hoger worden behaald.
Aanvullend voor aanvragen van meer dan € 25.000
g. Collectivering van aanbod en innovatie
Dit kan blijken uit het bij toename van individuele vragen op een onderwerp of thema, hier bijeenkomsten, voorlichtingen of trainingen voor worden ontwikkeld en aangeboden, waardoor meerdere inwoners in één keer dezelfde informatie ontvangen en ook kunne leren van elkaars situatie en vragen. Bij voorbeeld het ‘het mantelzorg café’ of de cursus “KIES of ‘Houd me vast’.
h. Maatschappelijke bijdrage voorbij de subsidieperiode
Dit gaat om de periode na de subsidieperiode. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de aannemelijkheid dat de activiteiten lange termijn veranderingen teweeg gaan brengen, bijvoorbeeld dat cliënten weer zelfstandig de financiële administratie kunnen voeren, goede handvatten hebben om zelfstandig de uitdagingen bij opvoeden op te kunnen lossen, goed kunnen omgaan met de problemen rondom dementie van een familielid.
Aanvragen worden gescoord op de daarvoor van toepassing zijnde rangschikkingscriteria. Voor aanvragen van meer dan € 5.000 en meer dan € 25.000 gelden aanvullende rangschikkingscriteria. Dit betekent dat grotere aanvragen meer punten kunnen halen en daardoor hoger uit zouden komen in de rangschikking. Daarom wordt gebruik gemaakt van een correctiefactor. De behaalde score wordt toegerekend naar een gestandaardiseerde score op een schaal van 100 punten volgens de formule:
(aantal behaalde punten gedeeld door het maximaal aantal punten per categorie) maal 100.
Een rekenvoorbeeld van de gestandaardiseerde score:
Een aanvraag van ten hoogste € 5.000 met een score van 40 punten krijgt een score van:
Een aanvraag in de categorie meer dan € 5.000 met een score van 60 punten krijgt een score van:
Een aanvraag van meer dan € 25.000 met een score van 60 punten krijgt een score van:
Het onderstaande schema laat zien hoe het college de aangeleverde informatie waardeert. Sommige rangschikkingscriteria vindt het college belangrijker dan anderen. In dat geval kunnen niet maximaal 10 maar 20 of 30 punten worden behaald.
Naast de eisen die worden gesteld aan een subsidieaanvraag in de Asv moet de aanvrager inzicht verschaffen in het eigen vermogen en de mate waarin is gezocht of zal worden gezocht naar alternatieve financiering zodat het college kan toetsen in hoeverre de subsidie noodzakelijk is. Voor hogere aanvragen gelden meer eisen.
In 2025 kunnen subsidieaanvragen worden ingediend van 1 mei tot 1 augustus 2025.
Vanaf 2026 kunnen alle subsidieaanvragen jaarlijks worden ingediend van 1 maart tot 1 juni (conform Asv).
Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan subsidieaanvragen geheel of deels weigeren. Bijvoorbeeld indien het college vindt dat de aangevraagde subsidie te hoog is in relatie tot het eigen vermogen van de aanvrager of dat van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen. Aanvragers van een eenmalige subsidie van minder dan € 2.500 moeten zich eerst wenden tot het Fonds Wassenaar en laten zien dat een (nagenoeg) dezelfde aanvraag daar is afgewezen. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor incidentele projecten eerst het Fonds Wassenaar moet worden benaderd. Voor de structurele activiteiten hoeft de aanvrager zich niet eerst tot het Fonds te wenden.
In 2025 beslist het college op alle soorten subsidieaanvragen uiterlijk op 1 november 2025.
Vanaf 2026 beslist het college op alle soorten subsidieaanvragen uiterlijk op 1 oktober (conform Asv).
Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Naast de verplichtingen die gelden of kunnen worden opgelegd zoals genoemd in de Awb en de Asv moet de subsidieontvanger zich ook inspannen om te zorgen dat de activiteiten toegankelijk en inclusief worden uitgevoerd, en beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een VOG (met het juiste screeningsprofiel) indien wordt gewerkt met kwetsbare doelgroepen. Ook moet bij hogere aanvragen een tussenrapportage worden aangeleverd.
Artikel 12. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000
Uit het inhoudelijke verslag (volgens het digitale format) moet blijken in hoeverre de doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd en aan de verplichtingen is voldaan. Daaronder wordt in ieder geval ook verstaan de mate waarin de activiteiten zijn uitgevoerd conform de rangschikkingscriteria van artikel 6.
Artikel 13. Bevoorschotting en betaling in gedeelten
In artikel 3:3 van de Asv staat dat het college subsidies van ten hoogste € 5.000 direct vaststelt. Dit betekent dat de subsidie meteen wordt betaald en er geen (of steekproefsgewijze) controle achteraf plaatsvindt. Soms vindt het college het echter belangrijk om de subsidie eerst te verlenen en pas vast te stellen nadat bijvoorbeeld is aangetoond dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.
In dat geval wordt de subsidie betaalt door middel van een voorschot. Subsidies van meer dan € 25.000 per jaar worden betaald door middel van twee gelijke voorschotten. De eerste bij de start van de activiteiten en de tweede na zes maanden of – indien de subsidieduur niet precies een jaar is – na verstrijken van de helft van de subsidieduur.
In uitzonderlijke gevallen kan het college van de regeling afwijken. De subsidieaanvrager of subsidieontvanger moet zelf een beroep doen op deze clausule.
De regeling geldt vanaf 1 mei 2025 en eindigt op 30 april 2026. De regeling wordt op of omstreeks 1 januari 2026 geëvalueerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-232373.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.