Gemeenteblad van Lochem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2025, 232255 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2025, 232255 | ander besluit van algemene strekking |
Instructie voor de consulent leerplicht van de gemeente Lochem
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE LOCHEM;
artikel 16, lid 4, van de Leerplichtwet 1969 en de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra, Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2025 in verband met de invoering van de verplichting van het melden van voortijdige schoolverlaters die niet meer verplicht zijn om naar school te gaan. En de verplichte melding van ongeoorloofde afwezigheid, en van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor het bestrijden van voortijdig schoolverlaten;
directeur: hoof in de zin van artikel 1 onder d van de wet, dat wil zeggen degene die met de leiding van de school of de instelling is belast: dan wel degene die in opdracht van het bevoegd gezag de opgave van voortijdig schoolverlaten doet als bedoeld in artikel 8.21 Wet voortgezet onderwijs (WVO 2020), artikel 47a en 47b Wet op de Expertisecentra (WEC) en artikel 8.1.8. en 8.1.8a Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB);
De consulent leerplicht zorgt ervoor dat ieder jaar afstemming plaatsvindt met het onderwijsveld. De consulent leerplicht informeert het management van de scholen (PO, VO MBO en (V)SO) in het werkgebied over zijn werkzaamheden. Dit is in ieder geval één keer per jaar. De consulent leerplicht bespreekt de aandachtspunten en de afspraken over het melden en opvolgen van verzuim en geeft een extra uitleg over de prioriteiten van de consulent leerplicht en gewijzigde wetgeving.
De consulent leerplicht zorgt ervoor dat (preventief) overleg plaatsvindt met relevante ketenpartners, waaronder het onderwijsveld en zorginstanties. Ketenpartners bespreken jongeren met een complexe problematiek. Dit is met toestemming van ouders of de jongere vanaf 16 jaar. Daarbij zijn twee mogelijkheden:
De consulent leerplicht handelt zo veel mogelijk volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). Wanneer dit niet mogelijk is, legt de consulent leerplicht uit waarom deze een andere aanpak toepast. Dit wordt opgenomen in het dossier van de desbetreffende jongere. "Pas toe of leg uit" is het principe.
Artikel 3. Leerlingenadministratie en controle absoluut verzuim
(artikel 19 Leerplichtwet; artikel 3 Leerplichtregeling)
In de leerlingenadministratie staan de persoonsgegevens van alle in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP) opgenomen personen in de leeftijd van 4 tot en met 22 jaar. De bewaartermijn van de gegevens is volgens de selectielijsten van de Archiefwet, AVG en de WPG. Wanneer de wet geen bewaartermijn aangeeft, noemt de gemeente zelf een redelijke bewaartermijn.
Wanneer een leerling niet staat ingeschreven, stuurt de administratief medewerker een brief aan de ouders/verzorgers. Ook is het mogelijk dat de administratief medewerker contact opneemt met de laatste school waarop de leerling stond ingeschreven. In de brief naar ouders/verzorgers staat dat ze binnen 5 werkdagen moeten reageren. Als ouders/verzorgers melden dat de leerling wel staat ingeschreven dan controleren we dit. Als ouders niet op een tweede (aangetekende) brief reageren en de leerling volgens de gemeente daadwerkelijk niet is ingeschreven, volgt een actie zoals omschreven in artikel 8 van deze instructie (absoluut verzuim).
Als de gemeente een bericht ontvangt dat een jongere tot 18 jaar zonder startkwalificatie niet meer op een school is ingeschreven, checkt de gemeente of er ook een bericht is ontvangen dat deze jongere op een andere school is ingeschreven of een vrijstelling heeft. Als de uit- en inschrijving niet op elkaar aansluit, neemt de consulent leerplicht contact op met de school die de jongere uitschreef. Als er geen logische verklaring is, wordt schriftelijk of telefonische contact opgenomen met de ouders/ verzorgers van de jongere.
Artikel 5. Verlof wegens andere gewichtige omstandigheden
(artikel 11 onder g en 14, derde lid, tweede volzin Leerplichtwet)
Als ouders een aanvraag doen voor verlof wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’, stuurt de consulent leerplicht een ontvangstbevestiging aan de ouders en vermeldt in de ontvangstbevestiging de termijn waarbinnen de consulent een besluit zal nemen. Als het een aanvraag is die niet meer dan 10 schooldagen betreft wordt deze doorgezonden naar de directeur van de school om een besluit te nemen. De ouders worden geïnformeerd dat de aanvraag is doorgestuurd, conform artikel 2.3 Awb. Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de desbetreffende directeur van de school gezonden.
Is de periode tussen het ontvangen van de aanvraag en het starten van het gevraagde verlof korter dan de periode die de consulent nodig heeft om een besluit te nemen? Dan deelt de consulent leerplicht dit bij de ontvangstbevestiging mede aan de ouders en wijst hij de ouders op de mogelijkheid dat de ouders de wet overtreden indien de aanvraag niet of niet geheel wordt gehonoreerd.
Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan 10 dagen controleert de consulent leerplicht of er een situatie is die buiten de wil of invloed van de ouder of de leerling ligt. Bijvoorbeeld familieomstandigheden, een medische- of sociale indicatie. De consulent leerplicht neemt een beslissing en informeert de ouders schriftelijk. Een kopie van de brief aan de ouders wordt naar de directeur van de betreffende school of instelling gestuurd.
De consulent leerplicht kan een directeur op diens verzoek adviseren over de behandeling en beoordeling van een aanvraag verlof vanwege andere gewichtige omstandigheden voor een periode van 10 schooldagen of minder. Als de consulent leerplicht een advies geeft, informeert de directeur de consulent leerplicht over zijn beslissing.
De consulent leerplicht kan directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(en) gevraagd of ongevraagd adviseren over het beleid betreffende aanvragen voor verlof wegens andere gewichtige omstandigheden voor 10 schooldagen of minder. Dit om te bevorderen dat iedere school een aanvraag hetzelfde behandelt.
Artikel 6. Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren
(artikelen 2, lid 1, 4a, 21a en 22 Leerplichtwet)
De consulent leerplicht ontvangt meldingen van schoolverzuim. Jongeren die verzuimen en onderwijs volgen aan het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs worden door hun school/ instelling gemeld via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers. Zijn er jongeren die niet-bekostigd onderwijs volgen? En waarbij de instellingen nog niet zijn aangesloten op DUO? Dan ontvangt de consulent leerplicht een melding van vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim. De consulent leerplicht maakt een leerlingdossier aan of voegt de melding toe in het al aanwezige leerlingdossier. Binnen een week meldt de consulent leerplicht via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers welke acties de gemeente gaat ondernemen. Bij jongeren die niet-bekostigd onderwijs volgen, meldt de consulent dit aan de directeur/betrokken medewerker van de schoolinstelling.
De consulent leerplicht zoekt na ontvangst van een melding contact met de ouders. Ouders krijgen de mogelijkheid om uitleg te geven over het gemelde verzuim. Ze worden geïnformeerd over de procedures en eventuele gevolgen. Dit kan schriftelijk, volgens stap 4 uit route A van de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Gaat het om verzuim van een jongere van 12 jaar of ouder? Dan zoekt de consulent leerplicht ook contact met de jongere.
De consulent leerplicht zorgt ervoor dat een melding van verzuim zo snel mogelijk wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit is dat een leerling zo snel mogelijk weer naar school gaat. De ouders, de jongere van 12 jaar of ouder, en de melder worden door de consulent geïnformeerd over de wijze van afhandeling. Daarnaast informeert de consulent de andere betrokkenen bij de verzuimsituatie over de afhandeling. Dat gebeurt mondeling of schriftelijk. Voor een inhoudelijke terugkoppeling moet toestemming zijn van de ouders of de leerling (als deze 16 jaar of ouder is). De consulent leerplicht sluit de melding af bij het Register Onderwijsdeelnemers van DUO.
De consulent leerplicht kan een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank als uit het onderzoek blijkt dat daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd verzuim én er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of jongere van 16 jaar of ouder. Dit staat omschreven in artikel 19 van deze instructie. Als de consulent van plan is deze melding te doen, roept hij de ouders en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek. Tijdens dit gesprek maakt de consulent uitdrukkelijk kenbaar dat hij van plan is de melding te doen.
Als uit het onderzoek blijkt dat daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd verzuim, én er is sprake van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere, én de jongere voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Halt, dan kan de consulent besluiten om de jongere naar Halt te verwijzen. Als de consulent, bevoegd als buitengewoon opsporingsambtenaar, besluit hiernaar te verwijzen, roept hij ouders en de jongere vanaf 12 jaar op voor verhoor. In het verhoor vraagt de consulent toestemming aan de ouders (voor een jongere tot 16 jaar) en de jongere voor verwijzing naar Halt. De consulent verwijst via een verkort proces-verbaal. De jongere ondertekent de verwijzing en geeft daarmee toestemming. Ouders en jongere krijgen een brief met de verwijzing. In deze brief staan de consequenties bij het niet nakomen van de afspraken beschreven. De consulent leerplicht stuurt de Halt-verwijzing naar Halt. De consulent licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf.
Als uit het onderzoek blijkt dat daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd verzuim, én er is sprake van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of jongere van 12 jaar of ouder, én de jongere komt niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Halt (volgens de contra-indicaties van de MAS), dan maakt de consulent leerplicht, bevoegd als buitengewoon opsporingsambtenaar, proces-verbaal op van zijn bevindingen. Het proces-verbaal zendt hij naar de officier van justitie. Als de consulent van plan is proces-verbaal op te maken, dan roept hij de ouders en jongere van 12 jaar of ouder op voor een verhoor. Tijdens dit verhoor maakt de consulent uitdrukkelijk kenbaar dat hij van plan is proces-verbaal op te maken. Het opmaken van een proces-verbaal en het doen van een melding bij de Sociale Verzekeringsbank kan tegelijk, maar ook na elkaar plaatsvinden.
De consulent stelt een onderzoek in als de consulent leerplicht hoort over schoolverzuim en de schooldirecteur hier geen melding van heeft gedaan (art. 21 Leerplichtwet). De consulent onderzoekt de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Is de directeur onwillig of nalatig? Dan kan de consulent een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs.
De consulent leerplicht kan een schooldirecteur gevraagd of ongevraagd advies geven. Dit kan de consulent doen over het beleid inzake het melden of registreren van verzuim. De consulent kan een schooldirecteur vragen om eerder melding te maken van verzuim dan de wet voorschrijft. Dit mag als de consulent dat doelmatig vindt met het oog op verzuimbestrijding/het aanwezigheidsbeleid.
Het luxe verzuim valt onder relatief verzuim en de consulent leerplicht handelt overeenkomstig dit artikel. Het opmaken van een proces-verbaal gebeurt bij luxe verzuim door de medewerker leerplicht die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar indien het verzuim meer dan 1 dag bedraagt of indien er sprake is van recidive. Daarnaast kan er een proces-verbaal opgemaakt worden indien het verzuim 1 dag bedraagt, het verzuim plaatsvindt op een laatste schooldag voor een vakantie én er voorafgaand aan deze schoolvakantie een aangekondigde leerplichtactie plaatsvindt.
Artikel 7. Absoluut verzuim van leerplichtigen en kwalificatieplichtige jongeren
(artikelen 2, lid 1, 3, 4a en 4b Leerplichtwet)
Is een leer- of kwalificatieplichtige jongere niet als leerling ingeschreven en is geen vrijstelling afgegeven? Dan onderzoekt de consulent leerplicht zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 5 werkdagen, of een inschrijving ontbreekt vanwege een administratieve onjuistheid (zie artikel 3 lid 7 van deze instructie).
Als het niet gaat om een administratieve onjuistheid, zoekt de consulent zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 5 werkdagen, contact met de ouders. De consulent stelt hen in de gelegenheid om uitleg te geven over het ontbreken van de inschrijving. Ouders kunnen worden uitgenodigd voor een gesprek. Als het gaat om een jongere van 12 jaar of ouder, zoekt de consulent ook contact met de jongere.
Als de consulent ouders het advies geeft om de jongere in te schrijven of een andere actie op te volgen, controleert de consulent binnen 5 werkdagen of ouders dit hebben gedaan. Is het advies opgevolgd? Dan verwerkt de consulent dit in het leerlingdossier. Is het advies niet opgevolgd? Dan kan de consulent, bevoegd als buitengewoon opsporingsambtenaar, een proces-verbaal opstellen en/of een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank.
Artikel 8. Kennisgeving in- en uitschrijvingen en (dreigend) voortijdig schoolverlaten van leerplichtigen (met inbegrip van verwijdering)
(artikel 18, lid 1, Leerplichtwet, artikelen 8.22 tot en met 8.25 WVO 2020, artikel 47a 162b WEC of artikel 8.1.8 en 8.3.2. WEB)
De administratief medewerker kan een melding ontvangen van (a) een (voorgenomen) beslissing tot verwijdering van een leerling, (b) van uitschrijving of (c) van voortijdig schoolverlaten. De medewerker maakt een leerlingdossier aan of voegt de informatie toe in het aanwezige leerlingdossier. Artikel 6 lid 3 t/m 13 Leerplichtwet zijn hierop van toepassing.
De consulent onderzoekt de oorzaak als sprake is van een verwijdering of het voortijdig schoolverlaten van een jongere die niet volgens de wettelijke bepalingen is gemeld. Is de directeur nalatig of onwillig? Dan roept de consulent de directeur op voor een gesprek. Op basis van het gesprek maakt de consulent een dossier van bevindingen. De consulent beslist of hij het dossier als signaal naar de Inspectie van het onderwijs stuurt (bij overtreding van art. 18 Leerplichtwet). De consulent kan ook de inspecteur van de betreffende school/ instelling informeren (bij het niet nakomen van verplichtingen vanuit artikel 8.21 WVO 2020, art. 47a WEC of art. 8.1.8. WEB).
Artikel 9. Vervangende leerplicht
(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)
De medewerker leerplicht/Doorstroompunt controleert of er een plan van aanpak is opgemaakt dat voorziet in een begeleidingsprogramma die tenminste een beschrijving omvat van de onderwijsdoelen en de praktijktijd, opgesteld door de school van inschrijving (artikel 3a) of de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden (artikel 3b)
Artikel 10. Vrijstelling wegens het volgen van ander onderwijs
(artikel 4a en 15 Leerplichtwet)
Als een 17-jarige in dienst wil bij Defensie dan stuurt de jongere een kopie van de aanstellingsbrief bij Defensie naar de consulent leerplicht. In die brief verklaart Defensie dat de 17-jarige bij hen in dienst is en voor welke functie1. In de aanstellingsbrief staat dat de 17-jarige een kopie van de brief moet inleveren bij de afdeling leerplicht van zijn woongemeente.
De consulent leerplicht stuurt de vrijstellingsbrief aan de jongere en zijn/haar ouders en een kopie aan het Dienstencentrum Human Resources2 van Defensie.
Het kan zijn dat de aanstelling van de jongere bij Defensie voor zijn/haar 18e verjaardag wordt beëindigd. Dan zet Defensie in de ontslagbrief dat met het ontslag de vrijstelling voor leerplicht vervalt, dat de jongere zich bij een onderwijsinstelling moet melden voor het behalen van een startkwalificatie en dat Defensie het ontslag meldt bij afdeling leerplicht van de woongemeente.
Artikel 11. Vrijstelling van inschrijving op een school
(artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)
De consulent leerplicht neemt de kennisgeving van het verzoek om vrijstelling zoals omschreven in artikel 6 van de Leerplichtwet in ontvangst. Hij zendt de ouders een ontvangstbevestiging. Daarin staat op welke termijn ouders een bericht ontvangen over de ontvankelijkheid van het beroep op vrijstelling.
Als ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de Leerplichtwet, betrekt de consulent de gedragswetenschapper van het Samenwerkingsverband onderwijs. Deze gedragswetenschapper kijkt of het (gedeeltelijk) volgen van onderwijs toch mogelijk is. De consulent laat een onafhankelijk deskundige een onderzoek uitvoeren naar de psychische en/of fysieke gesteldheid van de jongere. De consulent probeert ervoor te zorgen dat de aangewezen deskundige binnen 20 werkdagen de jongere onderzoekt. De onafhankelijke deskundige en de gedragswetenschapper van het Samenwerkingsverband stemmen met elkaar af over de onderwijsmogelijkheden van de jongere.
Als de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, stuurt de consulent de ouders een brief waarin staat voor welke periode de vrijstelling geldt. In de brief staat ook voor welke datum ouders de gemeente moeten informeren als zij opnieuw een beroep op deze vrijstellingsgrond willen doen. De consulent neemt de vrijstelling op in het vrijstellingsregister van onderwijsdeelnemers.
De consulent onderzoekt de bij de kennisgeving toegestuurde documenten. Vervolgens nodigt de consulent de ouders uit voor een mondelinge toelichting. Op basis van de documenten en het gesprek gaat de consulent na of de bedenkingen daadwerkelijk over de richting van onderwijs gaan. De consulent gaat na of de jongere eerder op een school of instelling ingeschreven is geweest. Een vrijstelling is niet mogelijk indien de leerling de afgelopen 12 maanden bij een school ingeschreven heeft gestaan.
Voldoet de kennisgeving wel aan de eisen van de wet? Dan laat de consulent aan ouders weten voor welke periode de vrijstelling geldt. De consulent laat ook weten voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen als zij opnieuw een beroep op deze vrijstellingsgrond willen doen. De consulent neemt de vrijstelling op in het vrijstellingsregister van onderwijsdeelnemers en geeft het aantal besluiten ook door aan het samenwerkingsverband.
Willen ouders een beroep doen op de grond zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de Leerplichtwet? En is het vanwege omstandigheden nog niet gelukt om een verklaring te overleggen van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs? Dan laat de consulent aan ouders weten op welke manier en op welk moment zij moeten aantonen dat de jongere in het buitenland onderwijs krijgt.
Voldoet de kennisgeving wel aan de eisen van de wet? Dan laat de consulent aan ouders weten voor welke periode de vrijstelling geldt. De consulent neemt ook in de brief op voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen als zij opnieuw een beroep op deze vrijstellingsgrond willen doen. De consulent neemt de vrijstelling op in het vrijstellingsregister van onderwijsdeelnemers. De consulent informeert de Arbeidsinspectie over de vrijstelling van inschrijvingsplicht als het gaat om jongeren tussen 16 en 18 jaar.
Artikel 12. Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet
(artikel 1a, 1 lid 2, 1A1 en 22 lid 4 Leerplichtwet)
De consulent neemt contact op met de onderwijsinspectie als ouders aangeven dat zij voldoen aan de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening. De consulent vraagt de onderwijsinspectie om een onderzoek in te stellen en binnen een aangegeven termijn advies uit te brengen over de vraag of de voorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet. Ouders kunnen erop worden gewezen dat zij binnen 4 weken na de feitelijke start van de school zich bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) moeten melden.
Voldoet een school niet (meer) aan de criteria van de wet en is daarom niet langer sprake van een school in de zin van de wet? Dan stelt de consulent de ouders van leerlingen van deze onderwijsvoorziening hier binnen 7 dagen van op de hoogte. Of de consulent zorgt ervoor dat hij zeker weet dat de onderwijsvoorziening de ouders schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.
Artikel 13. Aanwijzing deskundige
De consulent maakt afspraken (ad hoc of structureel) met een arts, pedagoog of psycholoog over de manier waarop hij/zij een verklaring over de geschiktheid tot toelating tot een school of instelling van een jongere geeft. Als toestemming nodig is van ouders (en de jongere vanaf 16 jaar), dan neemt de deskundige contact op met het Samenwerkingsverband over de onderwijsmogelijkheden van de jongere.
Artikel 14. Melding aan de Raad voor de Kinderbescherming
(artikel 22, lid 5 Leerplichtwet)
Als de consulent leerplicht een proces-verbaal opstelt in verband met relatief verzuim en deze naar de officier van justitie stuurt, stuurt hij een afschrift naar de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Dit geldt ook voor een herhaald proces-verbaal waar ouders en/of jongere als verdachte zijn opgenomen. De consulent kan, voordat deze proces-verbaal opmaakt, een medewerker van het Adviesteam van de RvdK consulteren over de gewenste route. Dit kan een route zijn volgens de MAS (vrijwillige hulp, een drangtraject of een civiel en/of strafrechtelijke route) en/of volgens de Jeugdbeschermingstafel (JBT).
Artikel 15. Melding aan Veilig Thuis
Vermoedt de consulent bij een onderzoek dat sprake is van verwaarlozing van de belangen van een jongere? Dan kan hij Veilig Thuis informeren met het verzoek om een onderzoek te doen. De consulent informeert de ouders hierover per brief. De consulent neemt het rapport van Veilig Thuis op in het leerlingdossier. Bij vermoeden van verwaarlozing stemt de consulent leerplicht af met de aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling en/of gedragswetenschapper van ’t Baken.
Artikel 16. Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling
(artikel 16, lid 4, sub e, Leerplichtwet)
De meldcode bestaat uit 5 stappen. De consulent leerplicht volgt deze stappen. Dit is vastgelegd in het protocol meldcode huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling van de gemeente Lochem.
Artikel 17. Melding aan de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
(artikel 23 Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)
De consulent leerplicht zorgt dat het districtshoofd van de Inspectie SZW informatie ontvangt over:
Artikel 18. Melding aan de Sociale Verzekeringsbank
(artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet)
De consulent leerplicht kan een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) als sprake is van ongeoorloofd verzuim bij een jongere van 16 of 17 jaar zonder startkwalificatie. Het gaat dan om verzuim van 16 uur of meer in een periode van 4 weken of om het niet op een school ingeschreven staan zonder vrijstelling.
Artikel 19. Melding aan de Inspectie van het Onderwijs
(artikel 16a Leerplichtwet, toezicht op de directeur /Inspectie van het onderwijs)
Als een consulent leerplicht, bij het uitoefenen van de toezichthoudende rol op leerlingen en ouders/verzorgers, tekortkomingen ziet bij een school of onderwijsinstelling bij het naleven van de Leerplichtwet, informeert en adviseert deze de school of onderwijsinstelling. Zo is de school of onderwijsinstelling zich bewust van de geldende wettelijke bepalingen.
Op het moment dat een consulent leerplicht bij een volgend bezoek signaleert dat de school of onderwijsinstelling nog steeds niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, zal deze de school verzoeken dat alsnog te doen. De consulent leerplicht geeft een schriftelijk signaal af aan de Inspectie van het Onderwijs.
Artikel 20. Jaarverslag Leerplicht
(artikel 25 Leerplichtwet; artikel 118h, zevende lid, WVO, artikel 162b, zevende lid, WEC, artikel 8.3.2, zevende lid, WEB)
Artikel 21. Samenwerking in de regio
(artikel 16, lid 4, onder c, Leerplichtwet)
De consulent leerplicht voert regelmatig (minimaal drie keer per jaar) overleg met de medewerkers leerplicht van andere gemeenten in de regio over de uitvoering van taken. De consulent neemt als het nodig is het initiatief tot het bijeenroepen van dit overleg. De informatie vanuit het overleg is eventueel beschikbaar voor het jaarverslag over het gevoerde beleid.
Artikel 22. Samenwerking met andere diensten en instellingen
(art 16, lid 4d Leerplichtwet; artikel 8.23 WVO 2020, artikel 162b, derde lid, WEC, artikel 8.3.2, derde lid, WEB)
De consulent leerplicht werkt samen met één of meer van de instellingen, opgenomen in bijlage 1.
Dit gebeurt zo vaak als de consulent wenselijk vindt. De consulent leerplicht vervult een regierol om inzichtelijk te krijgen of jongeren daadwerkelijk aankomen en verder worden geholpen bij een organisatie. De consulent leerplicht controleert, volgens de MAS, of doorverwezen jongeren daadwerkelijk in bemiddeling zijn genomen.
Artikel 23. Informatie nodig voor ontwikkeling van beleid
De consulent leerplicht blijft goed op de hoogte van regionale en landelijke ontwikkelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de leerplichttaken. In samenwerking met de beleidsmedewerker wordt gekeken of het nodig is om beleid aan te passen. Verder zorgt de consulent leerplicht ervoor dat ervaringen met de uitvoering van leerplichttaken zowel kwantitatief als kwalitatief op een systematische manier worden verzameld.
Deze instructie treedt in werking op 4 juni 2025. Dit is 14 dagen na het besluit door het college van B&W. Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding bij de consulent leerplicht in behandeling zijn, worden zo veel mogelijk in overeenstemming met deze instructie behandeld, tenzij de belangen van de jongere daardoor geschaad worden.
Bijlage 1. Instellingen waarmee wordt samengewerkt3
De consulent leerplicht voert zo vaak als hij dit voor het uitoefenen van zijn taak nodig acht overleg met:
De consulent leerplicht raadpleegt zo nodig de sociale kaart van de gemeente.
Algemene toelichting op de instructie voor de consulent leerplicht
In artikel 16 lid 4 van de Leerplichtwet 1969 staat dat het college van B&W een instructie moet vaststellen voor de consulent leerplicht. De instructie is opgesteld om de gewenste werkwijze bij het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet vast te leggen. Voor deze instructie is gebruik gemaakt van de modelinstructie van Ingrado (versie april 2022). De artikelen in de instructie komen niet overeen met artikelen uit de Leerplichtwet. Bij ieder artikel staat wel genoemd met welke wettelijke artikelen een relatie is.
In de instructie moet staan hoe de wettelijke taken van de gemeente worden uitgevoerd. Daarnaast moet in de instructie staan hoe de consulenten leerplicht overleggen met omliggende gemeenten en met welke instanties bij de uitvoering van taken wordt samengewerkt.
De instructie bevat weinig tot geen bepalingen die in wetgeving zijn opgenomen. De instructie moet daarom in nauwe samenhang met de wetgeving gelezen worden. Het gaat hierbij om de Leerplichtwet, maar ook om onderwijswetten en andere relevante wetgeving zoals de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Wetboek van Strafrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Geen wet, maar wel belangrijk is de Methodische Aanpak Schoolverzuim die ook samenhangt met de instructie.
Waar gesproken wordt over de consulent leerplicht, gaat het over de functionaris die volgens artikel 16 lid 1 wordt aangewezen en die de eed of belofte heeft afgelegd. De instructie gaat ervan uit dat de consulent leerplicht de bevoegdheid als buitengewoon opsporingsambtenaar heeft. Dan is voor strafrechtelijke handhaving de medewerking van de politie niet noodzakelijk. In de gemeente Lochem heeft één van de consulenten de bevoegdheid BOA.
Het totale takenpakket van leerplicht kent werkzaamheden van uiteenlopend niveau en verschillende complexiteit. De werkzaamheden zijn te verdelen over de functies beleidsadviseur, consulent en administratief medewerker.
Mandaat betekent letterlijk volmacht. Burgemeester en wethouders kunnen rechtstreeks de consulent leerplicht mandateren. De consulent leerplicht neemt dan namens burgemeester en wethouders een beslissing.
De consulent leerplicht is in deze instructie gemandateerd voor de artikelen:
Artikel 16 Leerplichtwet, eerste lid, bepaalt: "Het toezicht op de naleving van deze wet anders dan door de hoofden is opgedragen aan burgemeester en wethouders. Zij wijzen daartoe één of meerdere ambtenaren aan." In het tweede lid staat dat de consulenten eerst de eed of belofte moeten afleggen.
De aanwijzing volgens artikel 16 lid , betekent dat de consulent leerplicht toezichthouder is zoals bedoeld in art. 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De consulent is ‘bij of krachtenswettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.’
De bepalingen van de Awb als het gaat om de toezichthouder (en dus ook de consulent leerplicht) staan hieronder kort samengevat:
In verschillende artikelen van de instructie staan termijnen genoemd. Deze termijnen zijn soms in de wet te vinden. Als dat het geval is staat het in de artikelsgewijze toelichting. De niet in de wet opgenomen termijnen staan in de tekst van de instructie zelf en gelden als termijn van orde.
In de instructie is de bevoegdheid voor de consulent leerplicht opgenomen om het college van B&W voor te stellen een last onder dwangsom op te leggen (art. 6 lid 15). Dit bestuursrechtelijke handhavingsinstrument is op het vlak van leerplichttaken nog niet veel toegepast. Uit jurisprudentie blijk dat de bevoegdheid wel bestaat.
Artikel 125 van de Gemeentewet geeft het college de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen. Dit kan omdat zij vanuit de Leerplichtwet met handhaving van die wet zijn belast. Daarom geeft artikel 5:32 Awb het college de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen.
Het zou kunnen dat deze sancties onder bepaalde omstandigheden effectiever zijn dan de ‘klassieke’ strafrechtelijke sancties zoals het opmaken van proces-verbaal. Dit vooral wanneer de verwachting is dat de overtreding voortduurt of dat er sprake is van herhaling. Het onderscheid tussen strafrechtelijk optreden en bestuursrechtelijk optreden is grofweg als volgt te typeren:
Strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden kunnen naast elkaar bestaan. Daarover bestaat in de juridische literatuur overeenstemming.
Een voorbeeld van een voortdurende overtreding is de overtreding van de verplichting tot inschrijving en/of regelmatig schoolbezoek volgens de Leerplichtwet. Elke dag dat de betrokkenen in verzuim blijven duurt de overtreding voort. Het opleggen van een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of herhaling te voorkomen. Bij absoluut of relatief verzuim (bijvoorbeeld ernstig luxe verzuim) is dit mogelijk een passend instrument.
De dwangsom kan tot een hoog bedrag oplopen. Als de overtreders niet ruim bij kas zitten zal het instrument niet helpen. Waar niets is, is niets te halen. Een last onder dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking (art. 5:32b lid 3 Awb).
Toepassen van de bestuursrechtelijke instrumenten zijn een taak van het bestuursorgaan de gemeente. Een besluit om een last onder dwangsom op te leggen is een besluit waarop de rechtsbescherming van de Awb van toepassing is. In deze instructie is ervoor gekozen geen mandaat te verlenen voor deze bevoegdheid. Dit gezien de relatieve onbekendheid in de leerplichtpraktijk. Het ligt voor de hand in voorkomende gevallen uit te gaan van een collegebesluit.
Artikelsgewijze toelichting op de instructie voor de consulent leerplicht
In artikel 1 zijn enkele begrippen omschreven. Deze zijn niet allemaal in de Leerplichtwet opgenomen.
In de artikelen 28a WVO,47b WEC en 8.1.8a WEB is opgenomen:
"Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan Onze Minister van de gegevens van degene die voldoet aan artikel 28, eerste lid, onderdelen a en b, en die het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt.
Onze Minister neemt de op grond van dit artikel door het bevoegd gezag verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
Onze Minister bericht burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft onverwijld na ontvangst van de opgave, bedoeld in het eerste lid, dat een zodanige opgave heeft plaatsgevonden.
In het kader van de instructie wordt ervan uitgegaan dat deze taak wordt opgedragen aan een personeelslid van de school, hier aangeduid met de directeur. De 'echte' directeur kan deze taken binnen de school of instelling natuurlijk aan een ander opdragen. Mocht twijfel ontstaan over de bevoegdheid van iemand die zo'n melding doet, dan moet het bevoegd gezag uiteraard wel de bevoegdheid van de betrokkene kunnen aantonen.”
Artikel 2 gaat over preventie. In dit artikel staan een aantal proactieve informatie-instrumenten. Lid 4 en 5 gaan vooral over de afstemming tussen diverse disciplines. Vooral de ketenpartners spelen bij preventie een belangrijke rol. Met de invoering van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (2017) is opgenomen dat de consulent zoveel mogelijk volgens deze methode handelt. Pas toe of leg uit is het motto van de MAS.
Dit artikel gaat over de leerplichtadministratie. In de gemeente Lochem maken we gebruik van het systeem Carel voor uitvoering van de administratie. Het Doorstroompunt in Zutphen voert voor Zutphen en Lochem de RMC-wetgeving uit voor 18plussers. Ook zij maken gebruik van het systeem Carel.
Alle leerlingen waar een consulent leerplicht in de loop van een schooljaar mee te maken heeft, worden aan het begin van het schooljaar in de leerplichtadministratie opgenomen. De 3-jarigen worden meegenomen omdat deze kinderen in de loop van het schooljaar 4 jaar worden en bij een school worden ingeschreven (zo kunnen de kinderen die nog niet worden ingeschreven eenvoudig in beeld komen). Als een jongere een startkwalificatie heeft, wordt dit vermeld.
Lid 3 gaat over tussentijdse mutaties. Om te voorkomen dat leerlingen door verhuizing in de loop van het schooljaar tussen wal en schip raken en niet aan onderwijs deelnemen is het belangrijk om een goed sluitend systeem van tussentijdse mutaties te hebben. Aangifte van verhuizing hoort bij de beheerder van de Basisregistratie Personen (Brp) binnen te komen. Als een schoolmutatie wordt ontvangen, kan gecontroleerd worden of verhuizing op juiste wijze is gemeld.
Mutaties van in- en uitschrijvingen moeten op basis van art. 18 Leerplichtwet binnen 7 dagen (lees een week) door de school/ instelling worden gemeld.
In lid 6 is de mogelijkheid opgenomen om een signaal af te geven aan de Inspectie van Onderwijs als een directeur volhardend en verwijtbaar in gebreke blijft. Verdere uitwerking staat in artikel 20 van de instructie.
Lid 7 gaat over de controle of alle leer- en kwalificatieplichtigen op een school of instelling zijn ingeschreven. Het gaat om alle scholen en instellingen binnen en buiten de gemeente waar leerlingen woonachtig in de gemeente Lochem zijn ingeschreven. De genoemde termijn van 2 weken is een termijn van orde en geen wettelijke bepaling. Als sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van een school of instelling, dan moet daar vlot tegen opgetreden worden. De consulent leerplicht spreekt de directeur aan. Hiervan wordt een dossier gevormd. Als de directeur in gebreke blijft kan de consulent leerplicht dit signaleren bij de Inspectie voor het Onderwijs. De strafbaarheid van de directeur van de school of instelling op dit punt is opgenomen in artikel 27 Leerplichtwet.
Lid 8 gaat over de wijziging van school. Artikel 10 van de Leerplichtwet geeft aan dat de oude school pas mag uitschrijven als een nieuwe school gevonden is. In lid 8 van de instructie is aangegeven dat de administratief medewerker dit controleert. Zo nodig kan in administratieve zin bemiddelend worden gehandeld.
Lid 9 gaat over verhuizing. De leerplichtregeling 1995 (art. 3 lid 2) schrijft voor dat ‘administratieve gegevens’ aan de nieuwe gemeente worden toegestuurd. Het gaat niet automatisch om het hele leerlingdossier. Daarvoor is contact tussen de consulenten leerplicht van beide gemeenten wenselijk (‘warme overdracht’). Gegevens die wel overgedragen moeten worden zijn veroordelingen (vanwege de kans op herhaling) recente verzuimmeldingen en vrijstellingen.
Artikel 4 geeft meer informatie over het leerlingdossier. Uitgangspunt is dat van een leerling, fysiek of digitaal, een apart dossier wordt gemaakt ‘als er iets aan de hand is’. Voor een groot deel van de leerlingen zal dat nooit het geval zijn. In de gemeente Lochem wordt in het leerplichtsysteem Carel een digitaal dossier aangemaakt.
Het dossier wordt in het bijzonder beschermd door de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Belangrijkste bepalingen zijn:
Artikel 5 gaat in op verlof ‘wegens andere gewichtige omstandigheden’. De consulent leerplicht heeft de bevoegdheid tot het nemen van een besluit op een aanvraag voor extra verlof ‘wegens andere gewichtige omstandigheden’ voor meer dan 10 schooldagen per jaar. Het kan gaan om 1 aanvraag, maar ook om elkaar opvolgende aanvragen. Dit is een bevoegdheid die rechtstreeks vanuit de wet bij de consulent leerplicht is neergelegd (attributie). Er is dus geen sprake van mandaat. De consulent leerplicht is zelf ‘bestuursorgaan’ in de zin van de Awb. Komt er een bezwaar? Dan moet de consulent na advies van de gemeentelijke bezwarencommissie een besluit op bezwaar nemen.
Gaat het om minder dan 10 dagen? Dan moet de directeur van de school/ instelling hier zelf over besluiten.
Lid 1 en 2 gaan over de ontvangst van de aanvraag en de termijn voor beslissing. Het is niet mogelijk om een vaste termijn aan te houden omdat zich gevallen kunnen voordoen waarbij zeer snel een besluit nodig is. Als de spoed niet zo groot is moet een consulent ook een redelijke termijn kunnen aanhouden om tot een besluit te komen. Kijken we naar de Awb dan is een redelijke termijn 8 weken. Als die tijd er niet is en betrokkenen vertrekken voordat het besluit is genomen, dan moet de aanvraag wel verder behandeld worden. Voor ouders/ verzorgers moet het duidelijk zijn dat evt. consequenties voor eigen rekening zijn.
In lid 3 wordt beschreven wat gebeurt bij een onvolledige aanvraag. De consulent leerplicht kan, als er niet tijdig (na een hersteltermijn) een volledige aanvraag ligt, besluiten om de aanvraag buiten behandeling te laten (op grond van art. 4:5 Awb). De termijn is een periode van in ieder geval 1 week en maximaal 3 weken. De consulent leerplicht kan een formulier gebruiken om dit aan te geven. In het formulier staat dan dat de consulent een onvolledige aanvraag heeft ontvangen en welke informatie nog ontbreekt.
Het is mogelijk dat de consulent leerplicht de directeur om zijn/ haar mening vraagt. Dat is geregeld in lid 4.
Als de voorgenomen beslissing anders is dan ouders/ verzorgers hebben gevraagd, dan legt de consulent hun visie op papier vast. Afhankelijk van de leeftijd kan het wenselijk zijn om ook de visie van de jongere zelf te kennen. De consulent geeft aan op welke plek een eventueel gesprek is. Het kan bijvoorbeeld efficiënt (en klantvriendelijk) zijn om dit gesprek op school te voeren. Maar het kan ook zijn dat de consulent kiest voor het gemeentehuis. Dit omdat het in het belang van de veiligheid een betere plek is. De consulent legt de behandeling van de aanvraag zorgvuldig vast in het leerlingdossier. Dit is opgenomen in lid 5, 6 en 7 van de instructie.
Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan 10 dagen kijkt de consulent naar de ‘gewichtige omstandigheden’. Die omstandigheden zijn verder uitgewerkt in art. 14 van de Leerplichtwet. Het zijn ‘uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden’ waarvoor een kind extra verlof nodig heeft. Dit zijn situaties die buiten de wil van de ouders/ verzorgers en/of leerling liggen. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde familieomstandigheden of er is sprake van een medische of sociale indicatie. De consulent kan het verzoek neerleggen een verklaring van een professional toe te voegen aan de aanvraag. Bovenstaand is geregeld in lid 8 van deze instructie.
Gaat het om een aanvraag van minder dan 10 schooldagen, dan ligt de beslissing bij de directeur (art. 9). De directeur mag de consulent leerplicht om advies vragen als deze daar behoefte aan heeft. De consulent kan daarbij de rechtsgelijkheid (gelijke gevallen van verschillende scholen) in het oog houden. De consulent kan de scholen ook advies over het leerplichtbeleid geven (de bevoegdheid blijft liggen bij de directeuren). In de leidraad voor het aanvragen en toekennen van verlof van ’t Baken Lochem staat wanneer wel en wanneer geen extra verlof wordt gegeven. En wat nodig is bij het aanvragen van verlof. De leidraad staat op de website van ’t Baken en is bij de scholen bekend. Scholen kunnen deze leidraad gebruiken bij het opstellen van hun beleid.
Artikel 6 gaat over het relatief verzuim van jongeren. Relatief verzuim geeft aan dat een jongere na inschrijving de school niet geregeld bezoekt. Dit staat in artikel 2 en 4a van de Leerplichtwet 1969.
In artikel 21 en 21a van de Leerplichtwet staat dat de school een melding moet doen. Dit gebeurt met uitzondering van particulier onderwijs via DUO in het register onderwijsdeelnemers. De consulent leerplicht stelt dan een onderzoek in (art. 22 Leerplichtwet). In deze instructie staat de werkwijze beschreven die de consulent leerplicht volgt. In een instructie kunnen niet alle mogelijke situaties worden beschreven. Hoofdlijn moet zijn dat afwijking van de beschreven werkwijze mogelijk is, maar dat het gemotiveerd in het dossier terug te vinden moet zijn. Verzuim kan ook gerelateerd zijn aan (vermoedelijk) achterliggende problemen. De consulent leerplicht gaat dan ook in gesprek met ouders/verzorgers en leerling vanaf 12 jaar over deze achterliggende problematiek. Waar nodig worden ketenpartners hierbij betrokken.
Lid 3 van de instructie vraagt van de consulent dat hij/zij de personen die bij een onderzoek betrokken raken goed informeert. Het gaat dan over de te volgen procedure, maar ook over mogelijke consequenties van hun gedrag.
In lid 4 wordt aangegeven dat consulenten leerplicht ook hun preventieve taak kunnen uitvoeren als scholen een melding doen over een leerling die minder uren verzuimt dan wettelijk is toegestaan maar waarbij zij zich zorgen maken. Bijvoorbeeld als een leerling regelmatig te laat komt. De consulent leerplicht roept de leerling (en de ouders) dan preventief op om te ze wijzen op de mogelijke consequenties van doorgaan met te laat komen.
De consulent treedt op als sprake is van ‘verwijtbaar in gebreke blijven’ van de kant van ouders en/of jongere (van 16 jaar of ouder). Dat kan op verschillende manieren:
Een andere mogelijkheid om op te treden is het doen van een Halt-verwijzing (door een consulent met de bevoegdheid BOA) voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. De jongere en diens ouders/verzorgers (als de jongere nog geen 16 is) moeten voor deze verwijzing toestemming geven. Het gaat bij een Halt-verwijzing om minder zware problemen. Als de Halt-straf positief wordt afgerond krijgt de jongere geen strafblad na zijn 18e verjaardag. Het kan ook zijn dat de Halt-straf niet voldoende is uitgevoerd. Halt sluit het traject dan negatief af. De consulent leerplicht kan dan, na overleg met het OM en/of JBT alsnog een proces-verbaal opmaken. Bovenstaande is geregeld in lid 11 en 12 van de instructie.
In lid 15 is een mogelijkheid opgenomen een last onder dwangsom voor te stellen als ouders volhardend de schoolbezoekplicht overtreden.
Het kan zijn dat de consulent hoort over het verzuim, maar geen melding via de school heeft ontvangen. Dan stelt de consulent toch een onderzoek in. In het onderzoek wordt meegenomen waarom de directeur geen melding heeft gemaakt. Indien nodig kan de consulent een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs. Dit is geregeld in lid 15.
De consulent leerplicht kan de school in een individueel geval en in meer algemene zin advies geven. Bijvoorbeeld hoe te handelen in een bepaalde situatie of over het verzuimbeleid in het algemeen. In artikel 21 van de Leerplichtwet staan de basisegels waarin is aangegeven wanneer melding verplicht is. Er zijn ook situaties waarbij een eerdere melding wenselijk is. Denk aan onduidelijke redenen voor afwezigheid zoals vage ziekmeldingen of bepaalde verzuimpatronen.
Artikel 7 gaat over het absoluut verzuim van jongeren. Absoluut verzuim geeft aan dat een jongere niet staat ingeschreven bij een school ‘overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet. Dit staat in artikel 2 van de Leerplichtwet.
Voor het grootste deel is de werkwijze hetzelfde als genoemd onder artikel 6 van de instructie. In artikel 3 van de instructie is de ‘kapstok’ genoemd voor het ontdekken van mogelijke gevallen van absoluut verzuim. Namelijk regelmatige en systematische controle, zeker bij tussentijdse wijzigingen. Lid 2 van dit artikel sluit daarbij aan door eerst een administratieve check voor te schrijven. Pas daarna mag de consulent de ouders/ verzorgers en/of de jongere aanspreken.
Dit artikel gaat over kennisgeving van in- en afschrijvingen en dreigend voortijdig schoolverlaten van leerplichtigen. Beide situaties staan samen in 1 artikel omdat het in essentie gaat om een (dreigende) situatie waarbij de jongere buiten het onderwijs komt te staan.
Het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal (basis) onderwijs kan een leerling schorsen (voor maximaal 1 week) of definitief verwijderen van school. Bij een besluit om de leerling te schorsen wordt dit schriftelijk bekend gemaakt. Bij een schorsing langer dan 1 dag moet de school (het bevoegd gezag) de Inspectie schriftelijk informeren met vermelding van de redenen voor schorsing. Leerlingen die dreigen thuis te komen te zitten vanwege schorsingen (maximaal 5 schooldagen) worden met de consulent leerplicht en de gedragswetenschapper anoniem of met toestemming van de ouders besproken.
Als de school een leerling wil verwijderen, dan moet de Inspectie van het Onderwijs om advies gevraagd zijn. Ook moeten ouders/ verzorgers en/of de leerling zijn gehoord. De consulent leerplicht en de gedragswetenschapper van het samenwerkingsverband worden om advies gevraagd. Bovendien kan een leerling alleen worden verwijderd als een andere school bereid is om de leerling aan te nemen. Het is wenselijk dat de consulent leerplicht in zo’n geval ook contact met de Inspectie opneemt. Ofwel om achtergrondinformatie te ontvangen ofwel om de Inspectie op de hoogte te stellen (als de school dat, ten onrechte, nog niet heeft gedaan).
De wettelijke bepalingen over de melding van voortijdig schoolverlaten gaan er vanuit dat in ieder geval een melding moet worden gedaan als de leerling 4 weken aaneengesloten geen onderwijs meer volgt. Het is goed mogelijk om tot afspraken te komen waarbij de school (het bevoegd gezag) sneller melding maakt van voortijdig schoolverlaten.
In dit artikel zijn bepalingen over vervangende leerplicht opgenomen. Consulenten leerplicht kunnen besluiten namens het college van B&W. Zij hebben daarvoor het mandaat. De wet gaat uit van een door ouder ingediende en ondertekende aanvraag. In de praktijk zal het vaak zijn dat de aanvraag door school wordt voorbereid, in goed overleg met de consulent leerplicht en andere professionals. Bijvoorbeeld in een ondersteuningsteam/ ZAT.
De oudere leerplichtige, die gebruikmaakt van artikel 3b, mag werken.
In het 3e, 4e en 5e lid van deze instructie staat de werkwijze beschreven. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke eisen.
In dit artikel staan bepalingen voor vrijstelling van leerplicht wegens het volgen van ander onderwijs. Consulenten leerplicht kunnen besluiten namens het college van B&W. Zij hebben daarvoor het mandaat.
In de tekst is (in het tweede lid) een aanwijzing opgenomen voor de criteria die bij de toetsing van het 'andere onderwijs' worden toegepast. Bij de beoordeling kijkt de consulent leerplicht of leerlingen kunnen worden toegeleid naar een startkwalificatie.
Een startkwalificatie houdt in:
De procedure voor leerplichtigen die in dienst willen bij defensie staat in lid 3 tot en met 9 van dit artikel.
Een kind dat leerplichtig is, moet ingeschreven staan op een school. In een aantal gevallen kunnen ouders/verzorgers vrijstelling van deze inschrijvingsplicht vragen. In dit artikel staan bepalingen voor vrijstelling van inschrijving op een school.
De belangrijkste gronden voor vrijstelling zijn:
Consulenten leerplicht hebben het mandaat om te besluiten over vrijstelling van de inschrijvingsplicht nemen namens het college van B&W.
In lid 2 wordt gesproken over een onafhankelijk deskundige. Dit komt in art. 13 van deze instructie nog terug.
Als de ouders ‘overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs’ moet dit, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad onderzocht worden. Als vaststaat dat dat het geval is ontstaat een vrijstelling van rechtswege. Er is dan geen onderzoek naar het ‘gewicht van de bedenkingen’ mogelijk. Dat komt niet overeen met de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens de Raad van State is geen sprake van een bevoegdheid om een besluit te nemen over de bedenkingen.
Het gaat om vrijstellingen die van rechtswege ingaan als de kennisgeving van ouders aan de wet voldoet. Als de kennisgeving van ouders niet aan de eisen van de wet voldoet kan de vrijstelling niet ingaan. Bij het bericht van de consulent leerplicht over de kennisgeving kan dan ook geen bezwaar- en beroepsprocedure gekoppeld worden.
Bij een verzoek voor een vrijstelling voor onderwijs in het buitenland biedt de wet niet altijd een praktische oplossing. Daarom moet de consulent leerplicht een werkbare regeling opstellen (informatieplicht). Zo kan de consulent na terugkeer in Nederland controleren of de leerplichtige leerling na terugkeer in Nederland echt onderwijs in het buitenland heeft gevolgd. Voor deze vrijstelling moet de leerplichtige minimaal 4 maanden per kalenderjaar in Nederland verblijven.
Dit artikel geeft in enkele stappen aan wat de gemeente c.q. de consulent leerplicht moet doen als ouders hun kind van een onderwijsvoorziening gebruik laten maken die (nog) niet als school in de zin van de Leerplichtwet is aangemerkt.
Voor het aanwijzen van een deskundige is het goed om ad hoc of structureel afspraken te maken. Het kan gaan om een schoolarts, een aan een schoolbegeleidingsdienst verbonden psycholoog of pedagoog of andere (zelfstandig) professionals. Zij moeten kunnen onderzoeken en een verklaring kunnen afgeven of een jongere op een school of onderwijsvoorziening ingeschreven kan worden. Met toestemming van ouders kan de deskundige contact met het samenwerkingsverband opnemen of er mogelijkheden zijn passend onderwijs te bieden.
Bij het opstellen van een proces-verbaal voor (herhaald) relatief verzuim stuurt de consulent ook een afschrift naar de Raad van de Kinderbescherming. Daarnaast is het mogelijk om de Raad voor de Kinderbescherming te vragen mee te denken over welke route het best passend is; een vrijwillige, civiele of strafrechtelijke aanpak van het verzuim.
Dit artikel biedt de consulent leerplicht expliciet de mogelijkheid om bij casussen waar de consulent dat wenselijk vindt contact op te nemen met ‘Veilig Thuis’. Het gaat om een ‘civiele melding’.
Op 1 juli 2013 is landelijk de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. Vanaf 1 januari 2019 is er een verplicht afwegingskader vastgesteld als onderdeel van de meldcode (stap 4 en 5 van de meldcode). De meldcode geldt ook voor consulenten leerplicht. Werken volgens de meldcode is een wettelijke verplichting. De meldcode op zich is een meldrecht en geen meldplicht.
Medewerkers van ’t Baken, waaronder ook de consulenten leerplicht, gebruiken ‘het protocol meldcode huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling van de gemeente Lochem’.
In 2018 is de ‘Algemene Verordening Persoonsgegevens’ (AVG) ingegaan. De AVG is een algemeen kader, dat niet inspeelt op specifieke situaties (zoals bij een vermoeden van kindermishandeling). Daarom geldt de algemene regel dat een specifieke wet voorgaat boven de
Algemene norm van de AVG. Dat geldt ook voor de Wet Meldcode. Het recht om een dossier aan te maken en te melden bij ‘Veilig Thuis’ is er.
In dit artikel is geregeld dat Inspectiedienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid informatie ontvangt over jongeren voor wie vervangende leerplicht is goedgekeurd, die een vrijstelling van de inschrijfplicht hebben en ouder dan 16 jaar zijn of jongeren die in strijd met de voorschriften aan het werk zijn. Het is goed om af en toe contact te hebben om informatie uit te wisselen over het toezicht op arbeid door jongeren.
In artikel 18 staat dat een consulent leerplicht een melding bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kan doen als sprake is van ernstig ongeoorloofd verzuim bij 16 en 17- jarigen. Dit kan sinds de wijziging van de Algemene Wet Kinderbijslag (1 januari 2010)
Bij meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim in een periode van 4 weken kan de consulent een melding doen dat de Leerplichtwet niet wordt nageleefd. De SVB, die de kinderbijslagregeling uitvoert, kan besluiten de kinderbijslag voor de jongere stop te zetten. De Algemene Wet Kinderbijslag stelt namelijk eisen aan de dagbesteding van jongeren van 16 en 17 jaar. Dezelfde regels gelden voor wezen van 16 en 17 jaar.
Melden bij de SVB is een extra instrument dat ingezet kan worden. Eventueel naast of voordat een proces-verbaal wordt opgemaakt. Het uiteindelijke doel is dat de jongere naar school gaat. Ouders en jongere kunnen het stopzetten van de kinderbijslag voorkomen door alsnog aan de verplichtingen van de Leerplichtwet te voldoen.
Doordat de SVB altijd achteraf de kinderbijslag uitbetaalt (drie maanden na vaststelling van het recht op die kinderbijslag) is ook in administratieve zin ruimte om stopzetten te voorkomen. Er is een herstelmogelijkheid. De strafrechtelijke route kent deze herstelmogelijkheid niet. Een proces-verbaal kan niet meer teruggetrokken worden. Ook al gaat de jongere ondertussen weer naar school. De rechter bepaalt dan de straf.
Constatering van verzuim en onderzoek
Als de school verzuim (16 uur of meer in 4 weken) constateert, dan meldt de school het verzuim bij DUO. De consulent leerplicht krijgt via DUO de verzuimmelding. De leerlichtconsulent neemt contact met school op en stemt af welke stappen er gezet worden. Vervolgens doet de consulent onderzoek naar de oorzaak van het verzuim. Hiervoor roept de consulent ouders/verzorgers en de leerplichtige leerling zelf (als deze ouder dan 16 jaar is) op voor een gesprek. Er volgen schriftelijke afspraken voor het vervolg. Daarbij zijn 3 mogelijkheden:
In het onderzoek kijkt de consulent leerplicht ook in hoeverre ouders/verzorgers (mede) verwijtbaar zijn aan het verzuim. Bij een melding bij de SVB moet onderscheid gemaakt worden tussen verwijtbaarheid en medewerking door ouders. Hieronder staan een aantal situaties waar melding bij de SVB mogelijk is:
Er volgt dus geen melding bij de SVB als ouders en jongere niet verwijtbaar zijn aan het ontstaan of doorgaan van het verzuim en meewerken aan de afspraken om het verzuim te laten eindigen.
Op het moment dat de consulent leerplicht een signaal afgeeft aan de SVB, dan sluit de SVB aan bij het oordeel van de consulent4.
Bij een melding aan de SVB zet de consulent de onderstaande afspraken op papier. De consulent stuurt deze naar ouders/ verzorgers en jongere.
Een melding bij de SVB is geen besluit volgens de Algemene wet Bestuursrecht. Dus een bezwaar- en beroepsprocedure is niet nodig.
De SVB stuurt na de melding van de consulent leerplicht een beschikking naar ouder/verzorger die bekend is als aanvrager van de kinderbijslag. De SVB stopt met betalen van de kinderbijslag in het kwartaal volgend op de datum van de melding. De ouder/verzorger kan bij de SVB wel bezwaar indienen als deze het er niet mee eens is. Het kan zijn dat de consulent leerplicht dan extra informatie moet aanleveren of wordt uitgenodigd voor de hoorzitting.
De consulent leerplicht neemt contact op met de SVB om de melding ongedaan te maken als ouders/verzorgers en of jongere voldaan hebben aan de voorwaarden en het verzuim is gestopt. De consulent leerplicht bevestigt dit schriftelijk aan ouders/verzorgers en jongere.
Door een wetswijziging heeft de minister van Onderwijs sinds 2012 de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen aan de directeur van een school of instelling. De minister kan deze opleggen als een school volhardend bepalingen uit de Leerplichtwet overtreedt. Voor 2012 mocht de consulent leerplicht een proces-verbaal opmaken. De minister heeft de uitvoering neergelegd bij de Inspectie van het Onderwijs. Mogelijke overtredingen zijn:
Alle informatie die volgens de Leerplichtwet nodig is bij de uitvoering van de wet moet aan de consulent leerplicht gegeven worden. Doet een school dit niet of onvoldoende, dan meldt de consulent dit bij de inspectie. De inspectie neemt dit mee in het regulier toezicht op de school. Bij urgente signalen kan de inspectie ook direct contact met de school opnemen.
Wat betekent dit voor de gemeente?
Voor ouders en leerlingen blijven de bevoegdheden van de consulent leerplicht als toezichthouder onveranderd.
Voorheen kon de consulent leerplicht ook proces-verbaal opmaken als de directeur van een school of instelling de Leerplichtwet overtrad. De actie richting scholen ligt nu bij de inspectie. De consulent leerplicht signaleert en legt het signaal dan bij de inspectie neer. Voordat het signaal bij de inspectie kan worden neergelegd moet de consulent leerplicht hierover in gesprek met de school/instelling. De gesprekken moeten gaan over wat nodig is voor verbetering van de situatie. Deze stappen moeten in een dossier komen te staan. Bij het neerleggen van een signaal bij de inspectie wordt het dossier overgedragen. De manier waarop de signalen aan de Inspectie van het Onderwijs worden gegeven zijn opgenomen in dit artikel van de instructie.
Zowel de consulent leerplicht als de Inspectie van het Onderwijs hebben bevoegdheden die, volgens titel 5.2 van de Algemene wet Bestuursrecht worden verleend aan aangewezen toezichthouders. Maar alleen voor zover dit ‘redelijkerwijs’ nodig is voor de vervullen van de toezichttaak (art. 5:13 Awb). Het betreden van plaatsen en de inzage in gegevens en bescheiden horen daarbij. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de consulent leerplicht toegang heeft tot de school en inzage heeft in de administratie zolang het gaat om de invulling van de eigen toezichttaak (richting ouders en leerlingen). De toezichttaak op scholen, met bijbehorende bevoegdheden, hoort bij de Inspectie van het Onderwijs.
Als de consulent leerplicht vanwege de signalerende taak informatie aan de Inspectie van het Onderwijs verstrekt, dan mag dat op basis van de wet Justitiële en Strafvorderlijke Gegevens.
Dit artikel gaat over het uitbrengen van een jaarverslag over het gevoerde beleid van leerplicht en de resultaten daarvan. In artikel 25 van de Leerplichtwet staat dat het college van B&W deze plicht heeft en dat deze niet kan worden gemandateerd.
Het is de taak van consulenten leerplicht, beleidsmedewerker(s) en andere functionarissen op het gebied van leerplicht om de informatie te verzamelen, te ordenen en in de vorm van een voorstel te presenteren. In het jaarverslag moeten de kwantitatieve gegevens staan die aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden gestuurd, maar ook informatie over het gevoerde beleid.
Dit artikel gaat over samenwerking in de regio over leerplicht en het Doorstroompunt. In dit artikel wordt gesproken over een ‘matig actieve rol’. De consulent leerplicht neemt zo nodig initiatief voor overleg. Er wordt een aantal van 3 keer genoemd. Het is de inschatting dat dat aantal nodig is om elkaar in ieder geval van gezicht te kennen. Een intensievere samenwerking kan ook voorkomen. Bijvoorbeeld omdat consulenten leerplicht te maken hebben met leerlingenstromen die de gemeentegrenzen overschrijden.
Overleg is noodzakelijk als er geen regionale afspraken over bepaalde onderwerpen zijn, terwijl dat wel nodig is. Of als bestaande afspraken niet goed functioneren. Waar nodig kunnen andere partijen ook aanschuiven voor afstemming.
Het is belangrijk helder te hebben wie de samenwerkingspartners van leerplicht zijn. Dat is geregeld in dit artikel. In bijlage 1 is een niet uitputtende lijst opgenomen. Deze instellingen en diensten moeten geïnformeerd worden bij belangrijke ontwikkelingen op het gebied van leerplicht in Lochem. Het jaarverslag kan bijvoorbeeld ook aan hen worden gestuurd.
Voor de beleidsontwikkeling is het belangrijk dat de ‘eigen gegevens’ van de gemeente op een systematische manier worden verzameld en bewerkt. Lokaal en regionaal beleid kan zich baseren op deze gegevens. Verder is het belangrijk te kijken naar ontwikkelingen die zich buiten de regio voordoen. Denk aan leerplicht, maar ook aan ontwikkelingen in onderwijs, arbeidsmarkt, jeugdhulp of bijvoorbeeld beleid op het gebied van ontheemden.
In de slotbepalingen staat dat alle betrokkenen op de hoogte gesteld moeten worden van deze instructie. Ook regelt dit artikel de inwerkingtreding. Er is gekozen voor 14 dagen na bekendmaking van het besluit dat een instructie is vastgesteld. De oude instructie moet dan worden ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-232255.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.