Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat volgens het Algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit Roosendaal 2011, het nemen van verkeersbesluiten op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 (verder WVW) is gemandateerd aan de teamleider van het team Beheer;
dat in artikel 21 Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (verder BABW) is bepaald dat de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval vermeldt welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, WVW genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit;
dat artikel 2 Wegenverkeerswet 1994 luidt als volgt:
1. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer
2. de krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet Milieubeheer
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden
gelet op de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;
dat het kruispunt Oostelaarsestraat-Hollewegje-Bulkenaarsestraat gelegen buiten de bebouwde kom met een snelheidsregime van 60km/uur een gelijkwaardig kruispunt is;
dat dit kruispunt binnen 20m afstand ligt van een spoorwegovergang en dat verkeer komende vanaf deze spoorwegovergang voorrang moeten verlenen aan verkeer dat uit de Oostelaarsestraat komt;
dat hiermee het gevaar bestaat dat bij veel verkeer er een wachtrij kan ontstaan die terugslaat naar en op de spoorwegovergang;
dat dit een ongewenste verkeersonveilige situatie is en dat dit voorkomen kan worden door het instellen van een voorrangsregeling waarbij verkeer uit de Oostelaarsestraat voorrang moet verlenen op het kruisende verkeer op het Hollewegje-Bulkenaarsestraat;
dat hiermee met name de belangen in acht wordt genomen zoals bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet lid 1a, 1b, 1c en 2a;
gelet op de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;