Verkeersmaatregel Sint Hubertuslaan

Ruimte / Mobiliteit / 2025-1340449

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats en een leveranciersparkeerplaats voor de politie.

 

Overwegingen

De Sint Hubertuslaan is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom van de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

 

Aan de Sint Hubertuslaan is het politiebureau gelegen. Bij het bureau is een personeelsparkeerplaats gelegen en een parkeerplaats voor dienstvoertuigen. De verkeersdruk op deze parkeerplaatsen is hoog.

 

Er is een behoefte aan extra gehandicaptenparkeerplaatsen voor medewerkers en een vaste parkeerplaats voor leveranciers voor de politie.

 

Direct rechts van de inrit aan de Sint Hubertuslaan naar het politiebureau is een parkeerstrook gelegen voor 3 voertuigen. Deze parkeerstrook is vanaf de openbare weg vrij bereikbaar;

 

Gezien de parkeerdrukte is het gewenst om deze parkeerstrook in te richten met twee ruimere parkeervakken waarbij er één wordt aangewezen als gehandicaptenparkeerplaats uitsluitend voor medewerkers van de politie en één wordt aangewezen als parkeerplaats uitsluitend voor leveranciers voor de politie.

 

Deze maatregel wordt genomen om de veiligheid op de weg te verzekeren, het beschermen van weggebruikers en passagiers en het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

 

Deze maatregel wordt genomen om het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Sint Hubertuslaan in hun besluit van 22 januari 2021, Ruimte / Mobiliteit / 2021-01942 en in hun besluit van 24 september 2014, Ruimte / Mobiliteit / 2014-36517;

  • 2.

    een parkeervak direct rechts van de inrit aan de Sint Hubertuslaan naar het politiebureau aan te wijzen als gehandicaptenparkeerplaats uitsluitend voor medewerkers van de politie door het plaatsen van het bord E6 van bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitsluitend medewerkers Politie;

  • 3.

    een parkeervak direct rechts van de inrit aan de Sint Hubertuslaan naar het politiebureau aan te wijzen als parkeerplaats uitsluitend voor leveranciers van de politie door het plaatsen van het bord E4 van bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitsluitend leveranciers Politie;

  • 4.

    de verkeerstekens te plaatsen zoals aangegeven is in de bijlage;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

 

  • 5.

    de borden A1 (zone) van bijlage I van het RVV 1990 om de maximale snelheid op de Sint Hubertuslaan, voor het deel tussen de Prins Bisschopsingel en de Luikerweg, in te stellen op 30 km/uur;

  • 6.

    de borden B4, B5 en B6 van bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om aan te wijzen als voorrangskruispunten:

    • a.

      de kruising onverplicht fietspad naar de Tapijnkazerne en de Sint Hubertuslaan waarbij het verkeer op de Sint Hubertuslaan voorrang heeft;

    • b.

      de kruising Henri Hermanspark en de Sint Hubertuslaan waarbij het verkeer op de Sint Hubertuslaan voorrang heeft;

    • c.

      de kruising Prins Bisschopsingel en de Sint Hubertuslaan waarbij het verkeer op de Prins Bisschopsingel voorrang heeft;

    • d.

      de noordelijke rechtsafstrook van de Prins Bisschopsingel waarbij het verkeer op de Sint Hubertuslaan voorrang heeft;

    • e.

      de zuidelijke rechtsafstrook van de Prins Bisschopsingel waarbij het verkeer op de Sint Hubertuslaan voorrang heeft;

    • f.

      de kruising Aylvalaan en de Sint Hubertuslaan waarbij het verkeer op de Sint Hubertuslaan voorrang heeft;

  • 7.

    het bord C17 van bijlage I van het RVV 1990 om een geslotenverklaring in te stellen voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord is aangegeven voor de Sint Hubertuslaan vanaf het Henri Hermanspar in de richting van de brug over de Jeker;

  • 8.

    de borden E1 (zone) van bijlage I van het RVV 1990 om een parkeerverbodszone in te stellen voor de Sint Hubertuslaan;

  • 9.

    de borden E6 van bijlage I van het RVV 1990 om vijf parkeerplaatsen op het terrein van de Tapijnkazerne aan te wijzen als algemene gehandicaptenparkeerplaatsen;

  • 10.

    de borden G7 van bijlage I van het RVV 1990 om aan te geven dat de paden op het terrein van de Tapijnkazerne voetpaden zijn;

  • 11.

    het bord G12a van bijlage I van het RVV 1990 om, aan te wijzen als fiets/bromfietspad:

    • a.

      het vrijliggende pad aan de oostzijde van de Sint Hubertuslaan, gelegen tussen de Aylvalaan en de Prins Bisschopsingel;

    • b.

      het vrijliggende pad aan de noordzijde van de Sint Hubertuslaan, gelegen tussen de hoofdingang van de Tapijnkazerne en de Prins Bisschopsingel;

  • 12.

    het bord G13 van bijlage I van het RVV 1990 en onderbord om het pad ter hoogte van het Henri Hermanspark dat toegang geeft tot het terrein van de Tapijnkazerne aan te wijzen als onverplicht fietspad;

  • 13.

    een onderbroken streep en fietsvignet om aan te wijzen als fietsstrook:

    • a.

      de strook aan de oostzijde van het noordelijke deel van de Sint Hubertuslaan voor het gedeelte tussen de Prins Bisschopsingel en het Henri Hermanspark;

    • b.

      de strook aan de westzijde van het noordelijk deel van de Sint Hubertuslaan vanaf de Prins Bisschopsingel tot aan de brug over de Jeker;

  • 14.

    de zebramarkering als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 om de oversteekplaatsen ten noordoosten en ten zuidwesten van de kruising Sint Hubertuslaan en Prins Bisschopsingel aan te wijzen als voetgangersoversteekplaatsen.

 

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 27 mei 2025

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven