De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 het Didam-arrest gewezen (ECLI:NL:HR: 2021:1778). In dit arrest is bepaald dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, aan (potentiële) gegadigden de gelegenheid moet bieden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden zijn, of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zijn.
Deze mededingingsruimte hoeft niet te worden geboden als bij voorbaat al vaststaat of mag worden aangenomen dat, op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria, slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de verkoop.
Adres: Elmpterweg 55A, 6042 KJ Roermond
Perceel: Roermond, sectie O, nummer 573.
Voornemen tot aangaan koopovereenkomst en eigendomsoverdracht
De gemeente Roermond is voornemens om een koopovereenkomst aan te gaan met de eigenaar van Elmpterweg 55A te Roermond, zijnde de aan het gemeentelijke perceel grenzende eigenaar, voor de aankoop van een gedeelte van dit perceel, groot circa 1.738 m². Tevens is de gemeente voornemens een koopovereenkomst te sluiten met Waterschap Limburg voor de aankoop van het overige gedeelte van dit perceel, groot circa 267 m².
Eigenaar van Elmpterweg 55A en Waterschap Limburg zijn is de enige serieuze gegadigden
Naar het oordeel van de gemeente zijn de eigenaar van Elmpterweg 55A en Waterschap Limburg de enige serieuze gegadigden die in aanmerking komen voor aankoop van de genoemde perceelsgedeelten. Het te verkopen perceel betreft een bosperceel dat niet langer wordt onderhouden en geen openbare functie meer vervult. Het perceelsgedeelte dat aan de eigenaar van Elmpterweg 55A wordt verkocht, grenst uitsluitend aan diens eigendom, waardoor enkel deze partij het perceel op logische en doelmatige wijze in gebruik kan nemen. Het perceelsgedeelte dat wordt verkocht aan Waterschap Limburg is noodzakelijk voor het realiseren van een bredere onderhoudsstrook ten behoeve van het waterbeheer.
Op grond van deze omstandigheden biedt de gemeente geen ruimte voor mededinging, in lijn met het Didam-arrest.
Vervaltermijn
Bent u het niet eens met dit voornemen, dan dient u uiterlijk binnen 20 dagen na publicatie van dit voornemen (tot en met 16 juni 2025) een kort geding tegen dit voornemen aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg.
Bij gebreke van een tijdig gestart kort geding vervalt het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of enig andere aanspraak te baseren, althans kunt u daar geen beroep meer op doen.
De gemeente en de beoogde koper(s) zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk) kenbaar gemaakte termijn van 20 dagen alsnog tegen (een van) deze voornemens respectievelijk het aangaan van de koopovereenkomst(en) zou worden opgekomen.