Gemeenteblad van Alkmaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alkmaar | Gemeenteblad 2025, 228330 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alkmaar | Gemeenteblad 2025, 228330 | beleidsregel |
Parkeernormennota Alkmaar 2025-2027
De raad van de gemeente Alkmaar;
Het besluit van burgemeester en wethouders van
Het bepaalde in het Paraplubestemmingsplan Parkeren.
Alkmaar wil een parkeervriendelijke stad zijn. De stad moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, werknemers en bezoekers, waarbij parkeernormen de verschillende belangen borgen binnen de schaarse openbare ruimte. Alkmaar heeft ambities met woningbouw en stadsontwikkeling. Bij nieuwe ontwikkelingen voor woningbouw, kantoren, winkels en andere voorzieningen gebruikt de gemeente Alkmaar parkeernormen om vast te stellen hoeveel parkeerplaatsen er nodig zullen zijn. Dit zorgt ervoor dat het parkeren van een auto bij nieuw- of verbouw in de verre toekomst op een goede wijze plaatsvindt. Goede parkeernormen dragen bij aan een parkeervriendelijke en bereikbare en tevens leefbare stad.
Er is een evaluatie gedaan door de ervaringen van de afgelopen jaren te bekijken. Hieruit is gebleken dat kleine aanpassingen in de normen beter passen bij de Alkmaarse situatie dan de landelijke richtlijnen en dat sommige landelijke richtlijnen zijn aangepast.
Bovenstaande punten passen binnen het Coalitieakkoord 2023-2026 (Vertrouwen in Alkmaar, verschil mag er zijn) en de Stedelijke Mobiliteitsvisie Alkmaar 2040.
Het is belangrijk om deze aanpassingen te doen, zodat beter ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen en de normen weer aansluiten op de landelijke kerncijfers van het CROW uit 2012.
In de nota komen een aantal belangrijke begrippen meermaals terug. Deze begrippen worden uitgelegd in een begrippenlijst (bijlage 1).
Parkeernormen zijn in de gemeente Alkmaar van kracht via het Paraplubestemmingsplan Parkeren. In dit bestemmingsplan wordt verwezen naar het vigerend beleid voor parkeernormen. Dit is ook conform het advies van het KpVV (Kennisplatform voor Verkeer en Vervoer) die ervoor pleit om voor het hele gemeentelijk grondgebied algemene parkeernormen te stellen in een beleidsnota. In bestemmingsplannen kan worden volstaan met een kwalitatieve normstelling als ‘voldoende parkeergelegenheid’ met een verwijzing naar de meest recente parkeernormen.
2 Vernieuwen van parkeernormen
2.1 De landelijke parkeernormen als basis.
In 2012 heeft het kenniscentrum voor verkeer en vervoer (CROW) de landelijke parkeercijfers vernieuwd uitgebracht. Het gros van die parkeernormen zijn één op één overgenomen en komen terug in deze nota. De hoofdregel voor de bepaling van de parkeernorm is dat nieuwe ontwikkelingen voorzien in hun eigen parkeerbehoefte.
De Alkmaarse beleidslijn, betreffende het niet afwentelen van de parkeerdruk op de omgeving, blijft van toepassing. Tegelijkertijd handelt de gemeente in overeenstemming met jurisprudentie van de Raad van State dat bij nieuwe ontwikkelingen een reeds bestaand tekort buiten beschouwing kan worden gelaten. Ontwikkelaars dienen echter bij hun initiatieven wel vooraf inzicht te geven in de toekomstige parkeerdruk. Een parkeerdruk van meer dan 90% wordt conform de Verkeersvisie (Alkmaar Bereikt) als onacceptabel geacht.
2.2 Normen zijn afhankelijk van verstedelijking
We volgen de mate van verstedelijking zoals ook het CROW aangeeft. De binnenstad heeft een bijzondere positie in de stad omdat dit gebied meer verstedelijkt is dan de rest van de gemeente en er zijn veel collectieve garages. Deze positie resulteert in lagere normen. Dezelfde lagere normen gelden ook voor de Spoorbuurt vanwege het karakter van de wijk.
Het gebied rondom de Binnenstad/ Spoorbuurt, waar het parkeren gereguleerd is, noemen we de ‘schil’. Daar waar geen gereguleerd parkeren is, heet ‘overig’. De gebieden Schil en Overig hebben verschillende parkeernormen, die aansluiten bij de verstedelijking. Wanneer een wijk wordt toegevoegd aan het gereguleerde gebied, gelden ook de ´schil´- normen voor deze wijk. De gereguleerde wijken zijn in figuur 1 afgebeeld. Kijk voor de meest recente wijkindeling op de website van Gemeente Alkmaar: https://gemeentealkmaar.maps.arcgis.com/apps/instant/basic/index.html?appid=0f92fad5f9c44b78b4a3c7edb82e8947.
Voor de hoofdcategorie ‘Wonen’ geldt een vierde categorie. ‘Binnenstad/ Spoorbuurt’ en ‘schil’ zijn hetzelfde als hierboven beschreven. Daar waar geen gereguleerd parkeren is, maar wat wel onder de bebouwde kom van stad Alkmaar valt, heet ‘bebouwde kom stad Alkmaar’, zie figuur 2. Wanneer komgrensborden worden verplaatst, verandert ook het gebied dat onder de derde categorie ‘bebouwde kom stad Alkmaar’ valt. Alles wat buiten deze drie gebieden valt, valt in de vierde categorie ‘dorpen en overig’.
Figuur 1: Gebieden met vergunninghoudersparkeren oftewel ‘schil’
2.3 Afwijkend regime voor de binnenstad (parkeerfonds)
De Alkmaarse binnenstad is een dynamisch gebied, waar ook ruimtelijk de nodige ontwikkelingen plaatsvinden. Eén van die ontwikkelingen is dat kantoren en winkels worden vervangen door woningen. De Alkmaarse binnenstad is voor een gedeelte al autovrij en in andere delen al autoluw. In de middeleeuwse binnenstad is het bouwen van parkeervoorzieningen niet goed mogelijk. Daarom kent deze nota voor de binnenstad (het gebied binnen de Singels) een afwijkend regime, waarbij bij nieuwbouw de parkeereis afgekocht kan worden door middel van een marktconforme storting in het parkeerfonds, conform de vigerende Parkeerfondsverordening Alkmaar. Wanneer er sprake is van verbouw (al dan in combinatie met functiewijziging) en er wordt gesaldeerd kan het na saldering aanwezige meerdeel ook worden afgekocht. Op Overstad geldt reeds een parkeerfonds, daartoe is de Parkeerfondsverordening Alkmaar van kracht.
Bovendien profiteert de binnenstad door de vele winkels van een combinatievoordeel. Dit dubbelgebruik zorgt ervoor dat er maar één plek nodig kan zijn voor meerdere functies, bijvoorbeeld wonen, werken en uitgaan.
In tegenstelling tot eerdere nota’s kent deze gewijzigde parkeernormennota alleen nog een minimumnorm. Uit ervaring is gebleken dat een maximumnorm weinig toevoegt. Er wordt wel meer aangelegd dan de minimumnorm, maar nooit het maximum, daarom is het maximum in feite een overbodige grens. Afschaffing van de maximumnorm sluit goed aan bij de dereguleringsdoelstellingen van deze gemeente.
3.1 Vaststellen van de parkeereis
Bij het bepalen van de parkeereis bij een bouwplan worden de volgende stappen doorlopen:
Stap 1) Bepalen normatieve parkeerbehoefte
Om de parkeervraag (gespreid over de week) van een bouwontwikkeling te berekenen wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de parkeernorm van een specifieke functie. Wanneer binnen een ontwikkeling verschillende functies gerealiseerd worden, geldt dat de parkeervraag wordt berekend door de omvang van de losse functies te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm, en deze, wederom verspreid over de week, bij elkaar op te tellen. De parkeereis wordt vervolgens gelijkgesteld aan het maximum over de week van de parkeerbehoefte van de functies gezamenlijk. De parkeereis moet gezien worden als het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen. Het is aan de initiatiefnemer om zo nodig meer te realiseren.
Stap 2) Toetsen op dubbelgebruik
Er wordt alleen rekening gehouden met dubbelgebruik als de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende doelgroepen. Als parkeerplaatsen niet kunnen worden gebruikt voor dubbelgebruik (bijvoorbeeld omdat parkeerplaatsen exclusief bij een woning gekocht zijn) worden deze buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de maatgevende parkeerbehoefte. De netto parkeerbehoefte wordt bepaald door het aantal parkeerplaatsen dat niet in aanmerking komt voor dubbelgebruik op te tellen bij de parkeerbehoefte op het maatgevend moment. Dubbelgebruik is alleen mogelijk binnen deze nota bepaalde loopafstanden (bijlage 4).
Stap 3) Rekening houden met de oorspronkelijke situatie (salderen)
Bij het voorzien in de parkeerbehoefte van verbouw (al dan niet in combinatie met functiewijziging) kan in zekere zin rekening worden gehouden met de parkeeroplossing van de oorspronkelijke situatie. Hierbij moet een bestaand pand (of delen daarvan) blijven bestaan (al dan niet in combinatie met een andere functie), zie ook 3.3. Bij nieuwbouw mag niet gesaldeerd worden, tenzij de nieuwe bovenliggende functie maatschappelijk is. Bij salderen gaat het vooral om het beroep dat vanuit de oorspronkelijke functie werd gedaan op de openbare ruimte. Bij het salderen van de parkeeroplossing gelden de volgende uitgangspunten:
Stap 4) Voor de binnenstad wordt de parkeereis afgekocht middels een storting in het parkeerfonds. Voor Overstad hebben de ontwikkelaars de keuze om de parkeereis af te kopen middels een storting in het parkeerfonds.
Tabel 1: Wanneer mag salderen?
Bovenstaande regels zijn schematisch opgenomen in het Protocol uit bijlage 7.
3.2 Gebruikersdeel en bezoekersdeel
De landelijke richtlijn is onderverdeeld in het gebruikersdeel en het bezoekersdeel. Gebruikers (bewoners en werkenden) en bezoekers stellen namelijk verschillende eisen aan parkeren. Het college wil flexibeler zijn voor ontwikkelingen en tegelijkertijd tegemoet komen aan de verschillende eisen. Hoe en waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd kan daarom verschillen.
Voorbeelden parkeereisen: parkeerplaatsen voor bezoekers moeten openbaar toegankelijk zijn, ook als de parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Anders weten bezoekers niet dat ze er kunnen parkeren. Vaste werknemers hebben liever een afgeschermde parkeerplaats, zodat niemand anders daar gaat parkeren. Een ander voorbeeld is dat dagelijkse gebruikers, zoals bewoners en werknemers, minder bereid zijn om ver te lopen naar hun parkeervoorziening dan bezoekers, dus zal het gebruikersdeel nabij de voorziening gerealiseerd moeten worden. Ook de locatie is van invloed. Vanwege de hoge parkeerdruk op straat accepteren binnenstadbewoners een langere loopafstand dan bewoners die in de schil wonen.
De gemeente maakt voor toepassing van de salderingsmethode onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Bij nieuwbouw wordt er scherper getoetst aan de parkeernomennota, bij bestaande bouw is meer flexibiliteit mogelijk. Dit is gebaseerd op een beginsel van redelijkheid. De gemeente kan immers niet verwachten dat bij verbouw (al dan niet in combinatie met functiewijziging van bijvoorbeeld kantoren naar horeca, of van bedrijven naar wonen), er eenvoudig extra parkeercapaciteit toegevoegd kan worden. Een parkeergarage aanleggen onder een bestaand pand, of een extra parkeerdek erbovenop, is vaak technisch niet mogelijk. Bij nieuwbouw is deze situatie anders.
Er is sprake van nieuwbouw als er een geheel nieuw pand wordt neergezet. Ook als er daarvoor een ander pand gestaan heeft dat is gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw. Dan geldt voor het nieuw te bouwen pand de parkeernorm voor nieuwbouw en kan er niet gesaldeerd worden. De ontwikkelaar moet op eigen terrein voorzien in de parkeerbehoefte. Dit geldt voor (kleinschalige) bouwplannen op particuliere gronden. Alleen als de nieuwbouw een bovenliggende maatschappelijke functie heeft, mag worden gesaldeerd.
Hiervan kan afgeweken worden indien er een geheel nieuwe woonwijk wordt gebouwd, of grote delen van een bestaande wijk worden vernieuwd, waarbij tevens de openbare ruimte heringericht wordt. Voorbeelden hiervan zijn de Vroonermeer-Noord en de Bloemwijk. In deze gevallen wordt de parkeerbehoefte mede in de openbare ruimte opgelost. Dit geldt voor alle functies, inclusief wonen.
Deze parkeernormennota kent alleen de terminologie nieuwbouw en verbouw (al dan niet in combinatie met functiewijziging).
Indien er sprake is van verbouw (een pand blijft bestaan, maar er komen bouwdelen bij, dan wel er worden bouwdelen gesloopt) kan de salderingsmethode worden toegepast. Het uitgangspunt daarbij blijft dat de parkeerdruk in de omgeving niet boven de onacceptabele hoogte mag groeien. Oók kan gesaldeerd worden in geval van een calamiteit (bijv. verwoesting door brand of storm), waarbij een pand mogelijk (gedeeltelijk) herbouwd moet worden. Ook hier mag gesaldeerd worden, met inachtneming van genoemde uitgangspunten.
Ontwikkelaars van miniplannen (<2pp) in het centrum, Overstad, de Spoorbuurt en oude dorpskernen1 worden vrijgesteld van de parkeereis.
3.5 Normering wonen via oppervlakte
De gewijzigde nota rekent voortaan met bruto vloeroppervlakte i.p.v. gebruikersoppervlakte. Dit is duidelijk en mede vanuit praktisch oogpunt. De bruto vloeroppervlakte is incl. meterkast en niet bruikbare ruimtes in de woning, omdat bij aanvang van een project dit eenvoudig meetbaar is. Tot slot is er een oppervlaktecategorie toegevoegd om een meer geleidelijke overgang in de parkeernormen van de verschillende woningoppervlakte te krijgen.
In de nieuwe normen telt parkeergelegenheid op eigen terrein wel mee, maar niet volledig. Bewoners gebruiken hun garages of opritten namelijk regelmatig als opslag, uitbreiding van de woning of tuin, zeker in de niet gereguleerde gebieden. Per oprit of garage is afhankelijk van grootte ervan aangegeven voor hoeveel parkeerplaatsen de oprit of garage meetelt.
Het overgangsrecht luidt als volgt:
Een conceptverzoek dat bij de inwerkingtreding van deze beleidsregels nog niet is afgehandeld, wordt afgehandeld met toepassing van de Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027. Bij een positieve reactie op het conceptverzoek geldt dat deze ten hoogste een jaar geldig is. Als binnen deze periode de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, dan wordt met toepassing van de Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027 een beslissing op die aanvraag genomen. Bij de (her)overweging naar aanleiding van een bezwaarschrift gericht tegen de beslissing op die aanvraag wordt ook met toepassing van de Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027 een beslissing genomen.
Op een aanvraag om een omgevingsvergunning die ziet op een of meerdere percelen waarop in 2024 of 2025 een bestemmingsplan is of wordt vastgesteld, wordt met toepassing van de Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027 een beslissing genomen, maar dan moet deze aanvraag wel vóór 1 juli 2026 zijn ingediend. Onder aanvraag wordt ook verstaan een aanvraag om, al dan niet op onderdelen, van het bedoelde bestemmingsplan af te wijken. Ook bij de (her)overweging naar aanleiding van een bezwaarschrift gericht tegen de beslissing op bedoelde aanvraag wordt met toepassing van de Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027 een beslissing genomen.
Op een aanvraag omgevingsvergunning voor een stedelijke ontwikkeling die (ook) voorziet in de bouw van meer dan elf woningen, maar waarvoor in 2024 of 2025 geen bestemmingsplan is of wordt vastgesteld, wordt met toepassing van de Parkeernormennota Alkmaar 2020-2027 een beslissing genomen als op de datum van inwerkingtreding van de Parkeernormennota Alkmaar 2025-2027 sprake is van:
De raad van Alkmaar, 15 mei 2025
mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester
mw. mr. V.H. Hornstra, griffier
Dubbelgebruik: Is het gebruiken van 1 parkeerplaats voor meerdere functies, bijvoorbeeld wonen, werken, uitgaan.
Maatgevend moment: Het moment in de week waarop de parkeerbehoefte van alle functies bij elkaar opgeteld het grootst is. In bijlage 6 is opgenomen welke momenten in de week berekend dienen te worden om te komen tot de parkeerbehoefte op het maatgevende moment.
Maatschappelijke voorziening/functie: een functie zonder winstoogmerk. Hieronder vallen hoofdcategorie ‘sport, cultuur en ontspanning’, hoofdcategorie ‘gezondheid en (sociale) voorzieningen’ en hoofdcategorie ‘onderwijs’, zie bijlage 5.
Meerdeel: Het verschil tussen de parkeereis vóór saldering en de parkeereis na saldering bij verbouw en/of functiewijziging van een bestaand pand.
Nieuwbouw: Er is sprake van nieuwbouw als er een geheel nieuw pand wordt neergezet. Ook als er daarvoor een ander pand gestaan heeft dat is gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw.
Parkeerbehoefte: Het aantal benodigde parkeerplaatsen op elk in bijlage 6 genoemde momenten van de week ook wel genoemd de parkeervraag.
Parkeereis: Het aantal te realiseren en/of af te kopen parkeerplaatsen, zijnde het grootste verschil tussen de parkeerbehoeftes van de oude en nieuwe situatie. De parkeereis wordt afgerond naar boven.
Parkeerfonds: Het parkeerfonds heeft tot doel een collectieve parkeeroplossing te bieden om te voorzien in de parkeerbehoefte in een bepaald gebied. Parkeerfonds geldt niet voor miniplannen, hoofdstuk 3.4.
Saldering: Het voorzien in de parkeerbehoefte van verbouw (al dan niet in combinatie met functiewijziging) of nieuwbouw met een bovenliggende maatschappelijke functie, waarbij in zekere zin rekening kan worden gehouden met de parkeeroplossing van de oorspronkelijke situatie. Hierbij gaat het vooral om het beroep dat vanuit de oorspronkelijke functie werd gedaan op de openbare ruimte.
Bijlage 2: reductiefactoren* bij bedrijven en maatschappelijke voorzieningen met een goede bereikbaarheid van openbaar vervoer of fiets.
Bijlage 5: De parkeernormen voor auto’s.
|
Sporthal/sportzaal5 |
|||||
|
Bioscoop/filmhuis6 |
|||||
|
Theater/schouwburg7 |
|||||
|
Jachthaven8 |
|||||
|
per ha. netto9 terrein |
|||||
|
per standplaats10 |
|||||
|
Religiegebouw11 |
|||||
|
|||||
|
|||||
|
|||||
|
per 100 m2 BVO14 |
|||||||
|
Kiss & Ride15 |
|||||||
|
Middelbare school16 |
|||||||
|
Woning groot (> 125 BVO)17 |
|||||||
|
Serviceflat, aanleunwoning18 , kamer voor niet-zelfstandigen, studentenkamer |
|||||||
|
Hoofdcategorie Werken 19 |
||||||||||
Bijlage 7: Protocol Parkeernormen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-228330.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.