Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 222087 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 222087 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Parkeerbelastingen 2025 - 2026
Verordening Parkeerbelastingen 2025 – 2026
De raad van de gemeente Amersfoort;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18 maart 2025
vindt het gewenst regels te stellen voor het innen van belastingen inzake het parkeren in de gemeente Amersfoort;
gelet op artikel 147, eerste lid, en artikel 149, artikel 225 en artikel 228 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;
vast te stellen de Verordening parkeerbelastingen 2025 – 2026
Artikel 1. Begripsomschrijving
In deze Verordening en daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder:
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig of aanhangwagen met eigen kenteken, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het kentekenregister zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 was ingeschreven met dien verstande dat indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als houder van het voertuig;
degene die krachtens een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij, anders dan degene bedoeld onder ᵒ1. de feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven of;
parkeerplaats: ruimte op de openbare weg waar het parkeren van een motorvoertuig of aanhangwagen met eigen kenteken niet door een wettelijke bepaling verboden is. Hierin wordt onderscheid gemaakt in parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven (zoals een afgebakend parkeervak of een parkeerstrook) en parkeerplaatsen op de openbare weg zonder specifieke aanduiding;
adres met parkeren op eigen terrein (POET):
adres met een (voormalige) parkeerplaats op eigen terrein al dan niet in een garage of garagebox die volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst toebehoort aan een specifiek adres;
adres met geen recht op een parkeervergunning (GROP):
adres die onderdeel uitmaakt van een bouwplan waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd. Een adres in deze categorie komt niet in aanmerking voor een parkeervergunning, omdat in theorie alle bewoners op eigen terrein zouden moeten kunnen parkeren;
adres waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst vrijstelling is verleend voor het aanleggen van parkeerplaatsen. Een adres in deze categorie komt niet in aanmerking voor een bewonersvergunning, omdat de bewoners in theorie geen behoefte aan een parkeerplaats zouden hebben vanwege de beschikbaarheid van alternatieve vervoerswijzen en/of het voorzieningenniveau in de nabije omgeving van het adres;
Artikel 2. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerapparatuurplaatsen
Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing bekend van de plaats waar, het tijdstip, de maximale parkeerduur en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a mag worden geparkeerd binnen de grenzen vergunningparkeren als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Parkeerverordening Amersfoort.
Parkeerplaatsgeld als bedoeld in artikel 228 van de Gemeentewet, wordt geheven voor parkeerplaatsgebruik waaronder moet worden verstaan het houden van een voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of aanhangwagen met eigen kenteken, op een parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats als daar een ontheffing voor is verleend, als bedoeld in artikel 7, derde lid van de Parkeerverordening Amersfoort.
De belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, wordt niet geheven van degene die op de voet van tweede lid onder b als degene die het motorvoertuig of de aanhangwagen met eigen kenteken heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat tijdens het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig of aanhangwagen met eigen kenteken heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
Parkeerplaatsgeld, als bedoeld in artikel 3, tweede lid wordt geheven van de natuurlijke of rechtspersoon, die de parkeerapparatuurplaats of belanghebbendenplaats afzet of laat afzetten dan wel het betreffende voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, op een parkeerapparatuurplaats of op een belanghebbendenplaats houdt.
Als plaats waar tegen betaling van belasting mag worden geparkeerd, als bedoel in artikel 2, eerste lid van de verordening, heeft het college van burgemeester en wethouders in het Aanwijzingsbesluit betaald- en vergunningparkeren tariefzones aangewezen. Het belastingtarief voor het parkeren van een motorvoertuig of aanhangwagen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a van de verordening voor deze tariefzones wordt als volgt vastgesteld:
Als plaats waar het parkeren door vergunninghouders is toegestaan, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Parkeerverordening Amersfoort zijn in bijlage 1 van de Parkeerverordening Amersfoort vergunningzones aangewezen. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders in het Besluit uitgifte parkeervergunningen vergunningtypen vastgesteld. Het belastingtarief voor een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b van de verordening, voor deze vergunningtypen en vergunningzones zijn als volgt vastgesteld:
Tabel tarieven Bewonersvergunningen:
|
Derde, vierde, vijfde en zesde bewonersvergunning vergunningzones B |
|
|
Derde, vierde, vijfde en zesde bewonersvergunning vergunningzones C en D |
|
(*1) kleinste afrekening in eenheden per minuut
Tabel tarieven Bedrijfsvergunningen:
Het tarief voor parkeerplaatsgeld, als bedoeld in artikel 3, tweede lid van de verordening, bedraagt €15 per dag per parkeerplaats.
Artikel 10. Wijze van heffing en termijn van betaling
De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de voldoening op aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen op het centrale register via een telefoon of een ander communicatiemiddel.
De houder van een gehandicaptenparkeerkaart is vrijgesteld van betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a en b, als:
houder de gehandicaptenparkeerkaart heeft aangemeld in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem. De aanmelding in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem gebeurt op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. Het tonen van de papieren gehandicaptenparkeerkaart geeft geen recht op vrijstelling van betaling;
De kosten van de naheffingsaanslag voor de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a bedragen € 78,80 zegge: achtenzeventig euro en tachtig cent (Regeling Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d 29 augustus 2024, nr. 2024-0000695934)
Artikel 14. Nadere regels door burgemeester en wethouders
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven voor de heffing en invordering van parkeerbelastingen.
In artikel 2 is geregeld dat burgemeester en wethouders betaalzones mag aanwijzen binnen de vergunningzones die de raad onder artikel 2 van de parkeerverordening heeft gedefinieerd. Een betaalzone is een gebied waar eenzelfde tariefstelling gehanteerd wordt. Binnen de betaalzones kan het college parkeerplaatsen aanwijzen waar parkeergeld wordt geheven.
In artikel 11 is geregeld dat houders van een gehandicaptenparkeerkaart een vrijstelling van betaling krijgen als ze een digitale gehandicaptenparkeervergunning (GPK) hebben of als ze parkeren op een Algemene gehandicaptenparkeerplaats. In de huidige situatie t/m 2024 levert de houder van een GPK het bewijs van het feit dat deze recht heeft op vrijstelling door de papieren GPK achter de voorruit te plaatsen volgens de geldende richtlijnen. In de nieuwe situatie is het gebruik van de papieren kaart alleen nog nodig bij de gehandicaptenparkeerplaatsen aangeduid met verkeersbord E06. Voor de overige (fiscale) parkeerplaatsen geldt het digitale bewijs; de fysieke kaart geldt dan niet meer als bewijsmiddel.
De overgangsbepaling houdt rekening met de situatie dat op de ingangsdatum van de verordening de papieren GPK nog als vrijstelling wordt gezien omdat het digitale systeem nog niet beschikbaar is of we als gemeente daar nog geen gebruik van wil maken. Ook wordt rekening gehouden met een overgangsfase, waarin beide producten als geldig recht naast elkaar bestaan. De overgangsbepaling biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid om, zodra het digitale systeem beschikbaar is en de gemeente daar gebruik van wil maken, de overstap te maken op het digitale systeem.
In de artikel 5 worden aan de, door burgemeester en wethouders aangewezen, tariefzones verschillende tarieven gekoppeld binnen de, door burgemeester en wethouders gedefinieerde, belastingtijdvakken. Binnen deze tariefzones wordt eenzelfde tariefstelling gehanteerd.
Op grond van de Parkeerverordening Amersfoort heeft het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen voor het gebruik van vergunningzones en hierbij onderscheid te maken naar verschillende doelgroepen. In het Besluit uitgifte parkeervergunningen heeft het college vergunningtypen vastgesteld voor de verschillende doelgroepen. In artikel 6 van deze verordening worden aan de verschillende vergunningtypen tarieven gekoppeld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-222087.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.