Gemeenteblad van Stichtse Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 219502 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 219502 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Wmo Stichtse Vecht 2025
Deze nadere regels geven gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen:
Deze nadere regels ondersteunen, net als de Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 (hierna: ‘de Verordening’), de werkwijze van de gemeente waarbij meegedacht wordt met de inwoner over het effect dat hij wil bereiken en bekeken wordt of dit past binnen de doelstelling van de wetten van het sociaal domein. Vervolgens wordt bekeken welke wettelijke instrumenten de gemeente heeft om dit doel met en voor de inwoner te realiseren.
De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners kunnen meedoen aan de samenleving. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de:
Deze nadere regels geven invulling aan de Verordening en de wettelijke regels. Het zijn regels voor de uitvoering. De begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de wet en in de Verordening
Collectief vervoer bestaat uit een regiotaxipas waarmee tegen gereduceerd tarief maximaal 3000 kilometer per jaar kan worden gereisd. Als de inwoner naast de regiotaxipas ook een andere vervoersvoorziening heeft zoals bijvoorbeeld een scootmobiel dan kan hij maximaal 1500 kilometer tegen gereduceerd tarief reizen. De inwoner kan in aanmerking komen voor een collectieve vervoersvoorziening als hij geen 800 meter (eventueel met hulpmiddel) zelfstandig kan afleggen en/of het openbaar vervoer niet in kan komen. Collectief vervoer is bedoeld voor sociaal recreatieve doeleinden in de regio tot maximaal 25 kilometer vanaf het vertrekadres. Collectief vervoer mag niet gebruikt worden voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer en vaste ritten naar dagbesteding of dagbehandeling.
Alleen wanneer (op basis van medisch advies) is vastgesteld dat de regiotaxi voor de inwoner niet voldoet kan hij in aanmerking komen voor een vergoeding voor individueel vervoer. De vergoeding voor taxikosten bedraagt jaarlijks op declaratiebasis maximaal €1.208,50 voor rolstoeltaxikosten bedraagt deze jaarlijks op declaratiebasis maximaal €1.812,70 en voor gebruik eigen auto bedraagt deze jaarlijks op declaratiebasis maximaal €878,25
Als een inwoner zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen. In de Wmo word uitgegaan van een levensduur van minimaal 10 jaar van de aanpassingen. Bij verstrekking van autoaanpassingen is het daarom redelijk om van de aanvrager te verlangen dat hij aantoont dat de aan te passen auto de investering nog waard is, dus naar verwachting nog minimaal 10 jaar mee kan.
Bij een indicatie voor Begeleiding Groep wordt in het onderzoek betrokken of de inwoner in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Als de inwoner in staat is met het openbaar vervoer te reizen of met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger, indien beschikbaar) de dagbesteding kan bereiken dan is dat uiteraard voorliggend. Wanneer dit niet mogelijk is wordt vervoer van en naar de dagbesteding geïndiceerd.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vervoer basis en vervoer rolstoel.
Een woningaanpassing is bedoeld om het normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. Er worden geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat het hier geen elementaire woonfuncties betreft. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel.
Wanneer de inwoner in een instelling woont kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van de ouders) bezoekbaar gemaakt worden. Bezoekbaar houdt in dat de inwoner toegang tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet heeft. Er worden geen aanpassingen vergoed om logeren mogelijk te maken. De gemeente waarin de Wlz-instelling staat, is verantwoordelijk voor het bezoekbaar maken van een woning.
De tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt op declaratiebasis maximaal €2.927,50.
Als een inwoner ten gevolge van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt geconfronteerd dan kan een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt.
Ook aan de inwoner die een aangepaste woning, op verzoek van de gemeente verlaat kan een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt. De tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten bedraagt op declaratiebasis maximaal €2927,50.
In uitzonderlijke situaties kan een vergoeding worden geboden voor tijdelijke dubbele woonlasten (maximaal 3 maanden) bijvoorbeeld wanneer inwoner gedurende de uitvoering van de woningaanpassing niet in de eigen woning kan wonen.
Aan de eigenaar van een woning kan een voorziening ‘huurderving’ worden toegekend met het doel deze woning ter beschikking of opnieuw ter beschikking van een inwoner met een beperking te laten komen. Deze voorziening kan alleen uitbetaald worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming aan de eigenaar van de woning. De voorwaarden zijn:
Keuring, onderhoud en reparatie woonvoorzieningen
Voor trapliften, rolstoel of plateauliften, woonhuisliften, patiëntenliften, mechanische inrichting voor het in hoogte verstellen van keukenblok, bad- of wastafel, elektromagnetische openings- en afsluitingsmechanismen van deuren is vergoeding mogelijk voor kosten van keuring, onderhoud en reparatie. De vergoeding bedraagt 100% van de werkelijk gemaakte kosten.
Als een inwoner zonder sporthulpmiddel niet op een aanvaardbaar niveau kan participeren of zelfredzaam kan zijn dan kan een sporthulpmiddel worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. De inwoner moet actief lid zijn van een sportvereniging of op een andere manier kunnen aantonen dat er sprake is van actieve sportbeoefening. De vergoeding voor aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt op declaratiebasis maximaal €3513. Dit bedrag is voor drie jaar, onderhoud en reparatie zijn inbegrepen.
4 Persoonsgebonden budget (pgb): voorwaarden en kwaliteit
Als de hoogte van het pgb niet toereikend is of de voorziening niet kan worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, dan wordt de hoogte van het pgb bepaald op het bedrag van de goedkoopste door de gemeente geaccepteerde offerte voor zover het gaat om een voorziening die niet te verkrijgen is via zorg in natura. De inwoner overlegt minimaal twee offertes. Deze bepaling betreft een uitwerking van artikel 6.3.4, eerste lid, van de Verordening.
4.3.1 Verplichtingen aan de hulpverlener bij formele hulp
De formele hulpverlener met rechtspersoonlijkheid die zorg verleent, moet ingeschreven staan bij de KvK met een SBI code op het gebied van gezondheid- en welzijnszorg.
4.3.2 Kwaliteitseisen aan de formele hulpverlener
De formele hulpverlener werkt, op een aantoonbare manier, aan de doelen die de inwoner samen met de consulent van de gemeente heeft opgesteld. De hulp wordt uitgevoerd volgens de beschikking van de gemeente. De hulpverlener werkt daarbij actief en integraal samen met andere zorgverleners in het belang van de inwoner.
De gemeente eist van de formele hulpverlener dat deze in het bezit is van een geldige VOG. De VOG mag niet eerder zijn afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de zorgverlener voor de aanbieder ging werken. De gemeente kan bepalen dat elke drie jaar de VOG opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten van een VOG worden niet door de gemeente vergoed.
4.4 Pgb bij hulp door informele hulp (sociaal netwerk)
4.4.1 Kwaliteitseisen aan de informele hulpverlener (sociaal netwerk)
De informele hulpverlener moet, indien gevraagd, beschikken over een geldige VOG. De VOG is niet ouder is dan 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de hulp. De gemeente kan bepalen dat elke drie jaar de VOG opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten van een VOG worden niet door de gemeente vergoed.
4.5 Aanvullende bepalingen aan het pgb bij overige voorzieningen
Bij het verlenen van een pgb voor overige voorzieningen zoals bijvoorbeeld een hulpmiddel of een woonvoorziening gelden de volgende verplichtingen:
de inwoner of budgethouder verantwoordt een voorziening waarvoor een eenmalige uitkering is verstrekt, binnen 6 maanden na aanschaf van de voorziening. Dit moet worden gedaan met een kopie van het aankoopbewijs. Het pgb-bedrag wordt betaald nadat de gemeente de factuur met het bedrag van de voorziening van de inwoner ontvangt.
Wanneer de inwoner kiest voor een pgb krijgt hij in de beschikking een programma van eisen waar de voorziening aan moet voldoen. De inwoner kan op basis van dit programma van eisen zelf de voorziening aanschaffen. Als de inwoner een andere voorziening wil voor hetzelfde doel, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De gewenste voorziening moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren als in het programma van eisen wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen.
De voorziening in de vorm van een pgb wordt toegekend voor een periode van 7 jaar (tenzij anders beschreven in de beschikking). Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van veranderde omstandigheden, kan geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening en/of aanpassing van de voorziening.
De situatie van de inwoner kan verslechteren. Als wordt verwacht dat deze (langzaam) achteruit gaat, wordt dit ook opgenomen in het programma van eisen. Indien nodig dient inwoner mee te werken aan een medisch onderzoek of een passing. De voorkeur van de gemeente gaat in een dergelijke situatie uit naar zorg in natura.
In de beschikking wordt een bedrag opgenomen voor de voorziening en een bedrag voor reparatie en onderhoud. De hoogte van het pgb-bedrag en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking. Als het door de inwoner gewenste hulpmiddel duurder is dan de goedkoopst, vergelijkbare voorziening in natura, betekent het niet dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Inwoners kunnen er voor kiezen om zelf bij te betalen wanneer het tarief van de door hen gewenste voorziening duurder is.
Omzetting pgb in voorziening in natura
Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura is niet meer mogelijk nadat het pgb reeds is besteed aan een voorziening. De inwoner moet dan ten minste 7 jaar wachten met het doen van een nieuwe aanvraag. Een voorziening of een pgb voor een voorziening wordt maar éénmaal per 7 jaar verstrekt.
De gemeente is blij met iedereen die voor een familielid, vriend of iemand in de buurt zorgt. Daarom biedt de gemeente mantelzorgers iets extra’s aan. Dat gebeurt via de mantelzorgwaardering. De mantelzorgwaardering bestaat uit een cadeaukaart te besteden bij de deelnemende lokale ondernemers. De hoogte van de cadeaukaart kan per jaar variëren.
Voorwaarden mantelzorgwaardering;
Je komt niet in aanmerking voor mantelzorgwaardering als je betaalde zorg levert (bijvoorbeeld via een Pgb).
In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke regels vervangen worden door deze nadere regels en wanneer deze nadere regels ingaan. Hier is ook opgenomen dat de gemeente met regelmaat beoordeelt of de nadere regels nog goed werken, wat de officiële naam is van deze nadere regels en dat de gemeente van deze nadere regels kan afwijken als dit echt nodig is.
6.1 Afwijken van de nadere regels (hardheidsclausule)
De gemeente kan afwijken van een regel in deze nadere regels als het toepassen van die regel volgens de gemeente een onredelijk resultaat oplevert voor de inwoner of voor iemand anders die direct betrokken is bij het besluit. Een resultaat is in ieder geval onredelijk als de doelen van de wetten en Verordening of de doelen van deze nadere regels, niet worden bereikt door het toepassen van de regels.
In deze nadere regels worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten en de Verordening waarop deze nadere regels zijn gebaseerd. In deze nadere regels worden ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten en de Verordening. Deze zijn hier omschreven.
aanbieder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in opdracht van de gemeente een voorziening, dienst of hulp levert.
budgethouder: persoon die wettelijk verantwoordelijk is voor uitvoering van de taken verbonden aan het PGB (overeenkomsten aangaan, werkgever zijn, declareren en verantwoorden).
budgetplan: door de inwoner ingediend inhoudelijke plan met begroting en doelen voor de invulling van het persoonsgebonden budget.
participatie: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer/leven.
SVB: Sociale Verzekeringsbank.
VOG: Verklaring omtrent gedrag.
zorgovereenkomst: overeenkomst waarin afspraken tussen hulpverlener en budgethouder worden vastgelegd volgens het model van de Sociale Verzekeringsbank.
Aldus besloten in de vergadering van het college van de gemeente Stichtse Vecht, gehouden op 6 mei 2025,
Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,
de gemeentesecretaris,
de burgemeester
Bijlage 1. Richtlijn Hulp bij het Huishouden
Ondersteuning vanuit de gemeente bij het voeren van een huishouden helpt de inwoner om het resultaat ‘een schoon een leefbaar huis’ te behalen.
De gemeente bekijkt hierbij ook de mogelijkheden van de inwoner:
Het type en de grootte van de woning heeft geen invloed op het aantal uren hulp bij het huishouden. De woningkeuze is namelijk een eigen keuze van de inwoner en heeft hier dus zelf invloed op. Dit geldt ook voor het verzorgen van huisdieren (behalve hulphonden/dieren). Het onderhoud van de tuin hoort niet bij het huishouden.
Is de inwoner al gewend om zelf een schoonmaakhulp in te huren en te betalen, dan is alleen het feit dat zich beperkingen voordoen geen reden om ondersteuning vanuit de gemeente te vragen. In de Wmo staan oplossingen die op eigen kracht gedaan kunnen worden namelijk voorop. Wel wordt gekeken of de inwoner kan doorgaan met de particuliere hulp en of deze hulp voldoende is.
Het resultaat van de hulp is dat de inwoner beschikt over een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer(s), de keuken, sanitaire ruimtes (badkamer en toilet) en gang/trap. De genoemde ruimtes dienen regelmatig schoongemaakt te worden. Een schoon huis betekent niet dat alle ruimtes wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en op vaste momenten schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren.
Basisuren voor een schoon huis
Hulp bij het huishouden bestaat uit basisuren (of een deel daarvan) voor een schoon huis en extra uren die individueel en op maat toegekend kunnen worden als dit nodig is. Het werkelijke aantal uren wordt per individu bepaalt en is afhankelijk van de eigen kracht en de aanvullend daarop benodigde uren. Maximaal zijn er 108 basisuren beschikbaar.
De basisuren worden toegekend als de inwoner recht heeft op ondersteuning bij het huishouden. Met de basisuren kan het huis schoon gehouden worden op het door de gemeente omschreven niveau van schoon.
Het aantal uren dat verstrekt wordt via de basisuren én het niveau van schoon dat hiermee behaald kan worden is gebaseerd op het objectieve en onafhankelijke onderzoek, uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM.
Wanneer door aantoonbare (medische) beperkingen een inwoner niet genoeg ondersteund wordt door de basisuren, kunnen aanvullende uren ingezet worden. Dit kan ook als een ander noodzakelijk resultaat behaald moet worden. Via een onderzoek wordt bepaald of de inwoner aanvullende uren nodig heeft.
Er zijn twee vormen van aanvullende uren:
De volgende resultaten vallen onder Aanvullende enkelvoudige ondersteuning
A. Een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren
Deze aanvullende uren kunnen ingezet worden als de inwoner door aantoonbare medische/fysieke belemmeringen niet genoeg resultaat kan bereiken met het slim inzetten van de beschikbare basisuren voor het realiseren van een schoon huis. Daarbij moet inhoudelijk geen ander resultaat behaald worden. Reden voor de inzet van deze aanvullende uren kan zijn:
Ook kan de aanwezigheid van kinderen onder de 13 jaar ervoor zorgen dat een huis sneller vies wordt. Van ouders wordt verwacht dat zij proberen om kinderen zo min mogelijk extra rommel te laten maken, maar het kan een reden zijn voor extra uren op maat. De leeftijdsgrens van 13 jaar komt uit het Protocol voor huishoudelijke hulp van het CIZ uit 2006.
De gemeente doet onderzoek en kijkt of het nodig is om, door de (medische) beperkingen van de inwoner, extra schoonmaaktijd in te zetten.
B. Het klaarzetten of bereiden van eten en drinken
Maaltijdverzorging is het verzorgen van de broodmaaltijd, koffie en thee zetten en/of de warme maaltijd opwarmen. Voor de broodmaaltijd wordt 1 keer per dag tijd ingepland. Op dat moment worden 2 broodmaaltijden klaargezet. Voor de warme maaltijd wordt 1 keer per dag tijd ingepland.
C. Beschikken over schoon linnen- en beddengoed en schone kleding
Het doel van dit resultaat is het hebben van schoon linnen- en beddengoed en/of schone kleding. Het gaat om het wassen in de wasmachine, laten drogen en opvouwen van kleding en linnen- en beddengoed.
Van de inwoner wordt verwacht dat:
Omvang, vorm en bepalen van aanvullende uren (enkelvoudig)
Richtlijn individuele weging aanvullende uren enkelvoudige ondersteuning
De volgende resultaten vallen onder Aanvullende complexe ondersteuning
D. Thuis zorgen voor kinderen onder de 6 jaar
Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kinderen. De gemeente ondersteunt alleen als ouders door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor kinderen tot en met de leeftijd van 5 jaar. De ondersteuning is dus altijd tijdelijk, in afwachting van een definitieve oplossing. Een indicatie wordt afgegeven voor maximaal 3 maanden om ouder(s) of verzorger(s) de mogelijkheid te bieden een oplossing te realiseren. Van ouders wordt verwacht dat zij zich maximaal zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Kinderopvang, peuterspeelzaal en voor- en naschoolse opvang zijn voorliggend aan de hulp van de gemeente. Ook wordt bekeken of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo. De zorg voor kinderen omvat het wassen, douchen, aankleden, verschonen van luiers en het voeden van het kind. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat.
E. Organiseren van huishoudelijke taken
Als een inwoner niet zelf zijn huishouden kan organiseren, kan de gemeente hier hulp voor inzetten. Naast het overnemen van huishoudelijke taken, heeft de hulp, aansturende- en regietaken. Daarbij heeft de hulp een extra verantwoordelijkheid, namelijk het signaleren van ongewenste of zorgelijke situaties bij de inwoner. Ook kan hulp bestaan uit het helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden. Het doel van het voeren van de regie over het huishouden is het schoon houden van het huis, maar ook hulp bij het organiseren van het huishouden. Het overnemen van de regie over het huishouden kan nodig zijn als de inwoner niet meer zelfstandig beslissingen kan nemen (bijv. een terminale situatie) of als disfunctioneren dreigt.
Voorbeelden hiervan zijn een woning die erg vervuild is, het niet meer hebben van schone kleding, het niet hebben van genoeg eten en drinken of een huishouden wat niet meer op orde is waardoor een inwoner zich ook buitenshuis niet meer goed kan redden.
De hulp betrekt de inwoner zoveel mogelijk bij het maken van keuzes. Daarbij sluit de hulp aan bij het niveau, de vaardigheden en het leervermogen van de inwoner. Bij een deel van deze groep zal geen sprake zijn van ontwikkelvermogen, eerder van afnemende zelfredzaamheid. Bewaken of het nog verantwoord is dat de inwoner zelfstandig woont, is daarom onderdeel van het resultaatgebied (signaleren en doorgeven aan de gemeente).
Omvang, vorm en bepalen aanvullende uren (complex)
Richtlijn individuele weging aanvullende uren complexe ondersteuning
Bijlage 2 Richtlijn Begeleiding
Individuele begeleiding of groepsbegeleiding is bedoeld voor inwoners die zelfstandig wonen en onder de Wmo vallen, beperkt zelfredzaam zijn en niet volledig door het eigen sociale netwerk, maatschappelijke partners of andere partijen in de sociale basis kunnen worden ondersteund, vanwege het intensieve dan wel specifieke karakter van de zorgvraag.
Beperkingen in zelfredzaamheid en participatie
Er is sprake van beperkingen in zelfredzaamheid en participatie als het zelfstandig nemen van besluiten of oplossen van problemen niet vanzelfsprekend is. Wanneer de inwoner hulp nodig heeft bij het regelen van dagelijkse bezigheden of bij het aanbrengen van dagelijkse routine en structuur, niet goed begrijpt wat anderen zeggen of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. Als gevolg van deze problematiek is er bijsturing van taken vereist door een professional, omdat de situatie anders verslechtert en/of waardoor de veiligheid van de inwoner en/of zijn omgeving in gevaar zijn.
De beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie kunnen het gevolg zijn van belemmeringen op de volgende terreinen:
Beperkingen in cognitief functioneren
Beperkingen in cognitief functioneren kunnen het gevolg zijn van GGZ- en psychosociale problematiek, een Licht Verstandelijke Beperking (LVB) of (Niet) Aangeboren Hersenletsel ((N)AH), als ook dementie. Als gevolg van de beperkingen in het cognitief functioneren ondervindt de inwoner belemmeringen in het dagelijkse leven en kan zich bijvoorbeeld sociaal niet goed redden. Er is vaak sprake van leerproblemen en soms ook van (ernstige) gedragsproblemen. Er kan ook sprake zijn van meervoudige problematiek zoals een combinatie van NAH met bijkomende GGZ- en psychosociale problematiek. Cognitieve beperkingen uiten zich in problemen met het geheugen, de snelheid van het denken, aandacht en concentratie, taalbegrip en uiten van taal, plannen, organiseren en overzicht bewaren of problemen in de waarneming. In het geval van dementie is er sprake van structurele beperkingen in oriëntatie en geheugen, waarbij er problemen zijn met het herkennen van personen en omgeving en desoriëntatie. Er vaak hulp nodig is bij het uitvoeren van (eenvoudige) taken en het vasthouden van een structuur gedurende de dag.
Beperkingen in psychisch en psychosociaal functioneren
Er is sprake van beperkingen in het psychisch functioneren van de inwoner als er regelmatig hulp nodig is vanwege problemen die veroorzaakt worden door een psychische en emotionele gesteldheid. Dit kan het denken, voelen en handelen zodanig beïnvloeden dat er structurele beperkingen ontstaan die leiden tot aanzienlijke belemmering van zelfredzaamheid en participatie. Deze beperkingen kunnen het gevolg zijn van GGZ- en psychosociale problematiek, zoals een stoornis in het autisme spectrum. Vaak gaat het om meervoudige (complexe) problematiek, soms om ernstige psychiatrische problematiek. Wanneer er sprake is van een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is er altijd sprake van een combinatie van medische en sociale problematiek.
Er is sprake van lichamelijke beperkingen wanneer inwoner wordt belemmerd door een verminderde/afwezige werking van lichamelijke functies (bijvoorbeeld handfunctie) waardoor structurele beperkingen ontstaan die leiden tot aanzienlijke belemmering van zelfredzaamheid en participatie. Deze lichamelijke beperking kan het gevolg zijn van lichamelijke problematiek als ook GGZ-problematiek of Aangeboren- of Niet Aangeboren Hersenletsel. Hierdoor is er hulp nodig bij het uitvoeren van taken en mogelijk moeten er taken worden overgenomen. Een (later in het leven optredende) lichamelijke beperking kan ook leiden tot gedragsproblematiek en/of een beperking in het cognitief en emotioneel functioneren van de inwoner, zoals bijvoorbeeld het geval is bij dementie of Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).
Het resultaat van de begeleiding is het bereiken en behouden van een zo groot mogelijke zelfredzaamheid en/of participatie, waarbij de inwoner wordt ondersteund door een begeleider. Het resultaat kan ook zijn dat de ondersteuning kan worden afgebouwd of overgedragen kan worden aan maatschappelijke partners in de sociale basis.
Bij het onderzoek of de maatwerkvoorziening begeleiding noodzakelijk is worden de volgende elementen betrokken:
Omvang Individuele Begeleiding
Individuele begeleiding wordt vastgesteld in uren, minimaal 1 maximaal 25 uur per week. Meer uren per week zijn indien nodig en duidelijk gemotiveerd mogelijk. De omvang van de indicatie (het aantal uren begeleiding) is gebaseerd op de optelsom van de duur van de betreffende activiteiten: Dus welke activiteiten zijn nodig, hoeveel tijd kosten deze activiteiten, hoe vaak per week en zijn de activiteiten planbaar of niet planbaar of is er ook vaak toezicht nodig? Deze indicatie is maatwerk.
Begeleiding groep wordt vastgesteld in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal 4 aaneengesloten uren. Het maximum is 9 dagdelen dat is gelijk aan een in Nederland gebruikelijke 36-urige werkweek. Het aantal dagdelen Begeleiding Groep dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van de noodzaak, de mogelijkheden van de inwoner en het doel dat met de dagbesteding beoogd wordt.
Kortdurend verblijf of respijtzorg
Bij kortdurend verblijf logeert iemand maximaal 3 etmalen, (72 uur) per week in een instelling. Bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is of als iemand zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn.
Beschermd wonen, beschermd thuis en maatschappelijke opvang
Cliënten die door hun beperkingen (tijdelijk) niet in staat zijn zelfstandig te wonen, kunnen terecht in beschermd wonen. Beschermd wonen vindt vaak intramuraal plaats bij een instelling met een cluster van woonruimten, met een eigen leefeenheid of alleen een eigen slaapkamer. Beschermd wonen is belegd bij de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht ontvangt het budget voor deze taak en is verantwoordelijk voor de indicatiestelling. Het voortraject: onderzoek en doorgeleiding naar Utrecht vindt plaats in Stichtse Vecht. Over de uitstroom van mensen vanuit een beschermde woonvorm of de maatschappelijke opvang zijn afspraken gemaakt. Zoveel als mogelijk keren deze inwoners terug naar de gemeente van herkomst (beschermd thuis). Bij beschermd thuis is er 24 uur per dag een begeleider bereikbaar. Bij beschermd wonen is er 24 uur per dag een begeleider aanwezig.
Maatschappelijke opvang is bedoeld voor daklozen. Utrecht voert deze taak voor Stichtse Vecht uit. De daklozenopvang bevindt zich met name in Utrecht. Inwoners komen hier zelf terecht of via de centrale toegang van de gemeente Utrecht. Daklozen inwoners binnen Stichtse Vecht waar sprake is van meerdere (ernstige) problematieken vallen onder de verantwoordelijkheid van Utrecht, zij moeten voor een bed zorgen. Bij lichtere problematiek is Stichtse Vecht zelf verantwoordelijk en moet zorgen dat er een bed beschikbaar komt.
Een beroep doen op andere wetgeving en meervoudige domeinoverstijgende problematiek
De Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo. De Wlz kan voorliggend zijn als blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig is. De Zvw kan voorliggend zijn als behandeling mogelijk is. Wanneer de doelgroep te maken heeft met meervoudige problematiek op het terrein van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Participatiewet wordt voor een goede afstemming van de ondersteuning gezorgd.
Wanneer er geen sprake is van geneeskundige zorg en ook geen risico daarop, maar wel behoefte aan lijfgebonden of lichaamsgerichte zorg, valt persoonlijke verzorging onder de Wmo en niet onder de zorgverzekeringswet. De behoefte aan persoonlijke verzorging hangt samen met de behoefte aan begeleiding. Bij zorgen over mogelijke verzwakking / verergering van de klachten is het van belang dat de Wmo-aanbieder afstemt met de wijkverpleegkundige of andere specialist, zodat tijdig de behoefte aan geneeskundige zorg, of risico daarop, wordt gesignaleerd.
In geval de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, gaat het aanvragen van persoonlijke verzorging via de Zorgverzekeringswet voor op het eventueel bieden van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. Indien de enige huisgenoot van belanghebbende vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is, wordt dit betrokken bij de afweging of de gebruikelijke hulp daadwerkelijk geleverd kan worden. Persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 kan dan bestaan uit hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
Bijlage 3. Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Een Algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is, niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen. Daarnaast moet het gangbaar zijn onder de gehele bevolking.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen komen niet in aanmerking voor een vergoeding van de gemeente. Het hangt altijd van de omstandigheden van de inwoner af of iets als algemeen gebruikelijk wordt gezien. De gemeente beoordeelt dit.
De gemeente merkt in ieder geval de volgende voorzieningen als algemeen gebruikelijk aan:
accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar wel als nuttige accessoires aangeboden zoals:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-219502.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.