Gemeenteblad van Laarbeek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Laarbeek | Gemeenteblad 2025, 218695 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Laarbeek | Gemeenteblad 2025, 218695 | beleidsregel |
Nota Reserves en voorzieningen 2025
De raad van de gemeente Laarbeek;
gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 18 maart 2025, aangaande Nota reserves en voorzieningen 2025.
gehoord het advies van de commissie sociale en algemene zaken d.d. 17 april 2025 om het voorstel als bespreekstuk te behandelen;
gelet op de bepalingen van de gemeentewet;
In de financiële verordening van de gemeente Laarbeek staat dat eenmaal in de vier jaar een nota Reserves en voorzieningen ter vaststelling wordt aangeboden aan de raad. De laatst vastgestelde nota dateert uit 2019, vandaar deze actualisatie.
In deze nieuwe nota Reserves en voorzieningen stellen wij een groot aantal maatregelen aan u voor die gericht zijn op het versimpelen van onze begroting. Reserves of voorzieningen die niet meer noodzakelijk zijn heffen we op. Bij sommige reserves stellen we een maximum omvang in of zien we af van een jaarlijkse storting omdat onze begroting hier elders in voorziet. Daarnaast maken we duidelijke afspraken over de reserves en voorzieningen die we behouden. Het doel hiervan is om het inzicht in de geldstromen te vergroten en dekkingsvoorstellen te vereenvoudigen.
Hoofdstuk 1 geeft het onderscheid aan tussen reserves en voorzieningen. Dit is ontleend aan de wettelijke bepalingen die zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikelen 42 tot en met 45. In hoofdstuk 2 staan de beleidsuitgangspunten van onze gemeente. De afspraken van elke reserve of voorziening (doel, werking) staan in hoofdstuk 3 beschreven. De verschillen van deze nota ten opzichte van die uit 2019 en de financiële gevolgen zijn op een rijtje gezet in hoofdstuk 4.
1. Onderscheid reserves en voorzieningen
Het onderscheid tussen reserves en voorzieningen staat in onderstaand overzicht.
Onder reserves wordt verstaan: afgezonderd eigen geld dat vrij te besteden is.
Voor stortingen in reserves en onttrekkingen aan reserves is toestemming van de raad nodig. Het college legt vooraf verantwoording af aan de raad.
Dit geldt niet voor reserves waarvan de raad vooraf heeft aangegeven dat het college hierover kan beschikken. Het college legt dan achteraf verantwoording af aan de raad. Een voorbeeld hiervan is de reserve Bomenfonds.
In hoofdstuk 3 staat bij de kenmerken van elke reserve aangegeven of het college vooraf of achteraf verantwoording aflegt aan de raad (zie: beschikkingsbevoegdheid).
Het BBV kent twee soorten reserves: de algemene reserves en bestemmingsreserves.
Algemene reserves zijn reserves waar de raad (nog) geen bestemming aan gegeven heeft. Het dient in eerste instantie als waarborg voor de continuïteit, het kan worden gebruikt voor incidentele dekking en het vormt een belangrijk onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit.
Bestemmingsreserves zijn reserves waar de raad een bestemming aan gegeven heeft. Het gaat hierbij om toekomstige bestedingen, maar geen financiële verplichtingen.
Zo heeft de raad altijd de mogelijkheid om een eerder toegekende bestemming te wijzigen. Het is wel zo dat de bestemming van de ene reserve eenvoudiger is te wijzigen dan de andere. Sommige zijn lastig omdat derden hieraan rechten kunnen ontlenen.
Of er ontstaat hierdoor een gat in de begroting dat niet altijd kan worden gerepareerd.
Uit de kenmerken van de reserves in hoofdstuk 3 is af te leiden in welke mate bestemmingsreserves eenvoudig te wijzigen zijn of niet.
Reserves kunnen de volgende functies hebben:
Als reserves worden gebruikt als eigen financieringsmiddel wordt er minder beroep gedaan op de geld- en kapitaalmarkt voor het aantrekken van leningen.
Als er structureel geld aan reserves wordt onttrokken ter dekking van structurele (kapitaal)lasten gaat het om afschrijvingsreserves. Het gebruik van afschrijvingsreserves is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit komt omdat het vanaf 2017 verplicht is om af te schrijven op investeringen in maatschappelijk nut (wegen, openbare verlichting, etc.). Deze investeringen mogen niet meer in één keer voor het volledige bedrag ten laste van een reserve worden gebracht. Alleen de jaarlijkse afschrijvingskosten komen ten laste van een afschrijvingsreserve, de rentekosten dus niet.
We zijn terughoudend met het aangaan van investeringen ten laste van onze reserve Afschrijving, omdat er na de volledige afschrijving geen geld meer beschikbaar is voor vervanging.
Reserves kunnen worden gebruikt om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Grote schommelingen in de exploitatie kunnen zo worden opgevangen.
Met name de algemene reserve dient voor het opvangen van onvoorziene uitgaven waarmee in de planning geen rekening is gehouden en die noodzakelijkerwijs plaats dienen te vinden. Hieronder valt ook het opvangen van jaarrekeningtekorten.
5. Bestedings- of spaarfunctie
Deze reserves zijn gevormd voor de realisatie van een vooraf bepaald doel.
Onder voorzieningen wordt verstaan: afgezonderd geld dat is gevormd voor het afdekken van kwantificeerbare risico’s en verplichtingen of verliezen tegenover derden, waarvan het bestaan en de omvang onzeker is, maar wel redelijkerwijs geschat kunnen worden.
Als een verplichting of verlies daadwerkelijk leidt tot een betaling is er sprake van een schuld, niet van een voorziening.
Er zijn ook voorzieningen voor kosten die in een volgend begrotingsjaar gemaakt zullen worden. Het maken van die kosten moet dan wel z’n oorsprong vinden in het begrotingsjaar zelf of in het jaar ervoor. Deze voorzieningen zorgen voor een gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal jaren (zoals bij een onderhoudsvoorziening).
Tenslotte kunnen voorzieningen worden gevormd voor de egalisatie van specifiek te besteden uitgaven in de exploitatie waar geoormerkte inkomsten, verkregen van derden, tegenover staan (zoals bij afval en riolering).
Het BBV staat geen voorzieningen toe met een negatief saldo.
2. Specifieke beleidsuitgangspunten voor reserves en voorzieningen
In dit hoofdstuk worden de beleidsuitgangspunten geformuleerd voor de reserves en voorzieningen in de gemeente Laarbeek.
2.1 Instellen en opheffen van reserves en voorzieningen
Het algemene uitgangspunt is om het aantal reserves en voorzieningen zo klein mogelijk te houden. Hierbij moet natuurlijk wel rekening worden gehouden met de wettelijke voorschriften, zoals vermeld in het voorgaande hoofdstuk.
Het aanhouden van zo min mogelijk reserves en voorzieningen bevordert de inzichtelijkheid in de financiële positie van de gemeente. Als het gaat om het realiseren van een bepaald beleidsdoel loopt dit zoveel mogelijk via de exploitatie. Hier vindt namelijk ook de integrale afweging plaats.
Te veel bestemmingsreserves leiden tot uitholling van het bestuurlijk afwegingsproces van beleidsvoornemens. Hiermee wordt bedoeld dat wanneer bepaalde beleidsvoornemens passen binnen het doel van een bestemmingsreserve (en deze daartoe voldoende financiële ruimte biedt), deze doorgaans gemakkelijker worden gehonoreerd dan beleidsvoornemens waarvoor op een andere wijze dekking moet worden gevonden.
Instelling van reserves en voorzieningen vindt plaats door middel van een raadsbesluit. Dit dient degelijk te worden onderbouwd. Het gaat hierbij om:
Reserves en voorzieningen kunnen door de raad worden opgeheven als het doel waarvoor ze destijds zijn ingesteld is achterhaald, het gewenste (beleids)doel ook via een reguliere begrotingspost in de exploitatie kan worden gerealiseerd of de wet- en regelgeving dit dwingend voorschrijft. Voorstellen over het opheffen van bepaalde reserves leest u terug in hoofdstuk 3 van deze nota.
2.2 Aanvulling van reserves en voorzieningen tot het afgesproken minimum/maximum
We stellen voor om op voorhand geen minimum omvang voor reserves en voorzieningen af te spreken. Natuurlijk kan het voorkomen dat bij sommige reserves of voorzieningen het saldo moet worden aangevuld om aan (toekomstige) verplichtingen te blijven voldoen. Deze reserves of voorzieningen worden dan aangevuld tot de noodzakelijke ondergrens, afhankelijk van de wettelijke bepaling of (eerdere) afspraken met de raad. De aanvulling komt ten laste van het resultaat vóór bestemming.
Voor reserves en voorzieningen met een afgesproken maximum geldt dat het surplus bij de jaarrekening vrijvalt ten gunste van de algemene reserve.
De beschikkingsbevoegdheid bepaalt wie wanneer mag beschikken over een reserve of voorziening.
Wij onderscheiden twee soorten bevoegdheden:
Het college vraagt voorafgaand aan de besteding toestemming aan de raad.
Het college vraagt achteraf bekrachtiging aan de raad door aan te geven over welke reserves is beschikt, voor welk bedrag en met welk doel (via financiële rapportage, jaarrekening of “losse” begrotingswijziging per raad).
De beschikkingsbevoegdheid wordt aan de hand van de volgende criteria bepaald:
|
Raad (vooraf) is de gebruikelijke procedure Raad (achteraf) tot maximaal 2% van de algemene reserve per jaar (voor incidenten) |
|
Standaard geldt dat de raad vooraf beschikkingsbevoegdheid heeft over de inzet van de algemene reserve. Aanvullend stellen wij voor om het college vooraf beschikkingsbevoegd te maken voor maximaal 2% van de algemene reserve per jaar om in te zetten voor incidentele situaties. Dit kan alleen als het ratio weerstandsvermogensratio minimaal 1 blijft, de raad hierover zo spoedig mogelijk wordt geïnformeerd en het college achteraf om bekrachtiging vraagt door de raad.
In deze nota worden meerdere reserves opgeheven. De dekking via reserves willen we namelijk zoveel mogelijk centraal laten verlopen via de algemene reserve.
Er vinden steeds vaker incidentele zaken plaats waarover het college snel moet beslissen. Met een gedeelde beschikkingsbevoegdheid van de algemene reserve beschikt het college over de benodigde slagkracht.
Bestemmingsreserves en voorzieningen
Bestaand beleid betekent hier dat over de inzet van de reserve al eerder besluitvorming heeft plaatsgevonden door de raad. Een voorbeeld is de egalisatiereserve Afvalstoffenheffing.
Bij nog te ontwikkelen beleid moet de raad nog een besluit nemen over de inzet van de reserve. Een voorbeeld is de reserve Kwaliteitsverbetering buitengebied.
Voor de beschikkingsbevoegdheid van voorzieningen geldt dat het college volledig bevoegd is voor de aanwending ervan. Wanneer in enig jaar de uitvoering qua planning, kosten of kwaliteit afwijkt van de eerder goedgekeurde (onderhouds)plannen, dan is een (aanvullend) collegebesluit nodig of een raadsbesluit als de afwijking niet egaliseert binnen de looptijd.
Er kunnen risico’s voordoen die nog niet zo concreet zijn dat er al een bestemmingsreserve of voorziening voor gevormd is. Op basis van het BBV dienen deze risico’s in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarrekening te worden opgenomen.
Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds en de benodigde weerstandscapaciteit anderzijds.
De beschikbare weerstandscapaciteit is alle middelen waaruit niet-voorziene financiële tegenvallers kunnen worden betaald. De hoogte van de algemene reserve maakt hier onderdeel van uit.
De benodigde weerstandscapaciteit is het financieel gevolg van alle risico’s vermenigvuldigd met de kans dat deze risico’s zich daadwerkelijk voordoen.
In de begroting en jaarrekening baseren wij ons bij de berekening van het weerstandsvermogen telkens op onderstaande afbeelding:
Een weerstandsvermogen van 1 wordt door de provincie aangemerkt als “voldoende”. De benodigde weerstandscapaciteit is dan gelijk aan de beschikbare weerstandscapaciteit. We streven echter naar een minimale ratio van 2. Een ratio van 2 of hoger staat voor “uitstekend”.
3. Beschrijving van de huidige reserves en voorzieningen
In dit hoofdstuk beschrijven we de reserves en voorzieningen één voor één volgens een vast stramien. Cijfers over de omvang zijn afkomstig uit de begroting 2025, evenals de bedragen vermeld bij de stortingen en onttrekkingen.
Niet opgenomen in dit hoofdstuk zijn:
Voor beide voorzieningen geldt dat deze (boekhoudkundig) worden verantwoord als correctie op de balanspost Debiteuren.
|
Het opvangen van jaarrekeningtekorten en andere financiële tegenvallers |
|
|
|
|
Minimum: zodat weerstandscapaciteit = minimaal 1 (norm van de provincie), ons streven is minimaal 2 |
|
|
|
|
|
|
Uitvoering van activiteiten gerelateerd aan (de invoering van de) Omgevingswet |
|
|
Raad (achteraf): het college is gemachtigd tot onttrekkingen van maximaal € 150.000 per jaar. |
|
Verplichtingen, verliezen en risico’s
Egalisatie van onderhoudskosten
Bijdragen van derden die specifiek besteed moeten worden
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-218695.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.