Gemeenteblad van Steenwijkerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenwijkerland | Gemeenteblad 2025, 216562 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenwijkerland | Gemeenteblad 2025, 216562 | beleidsregel |
Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018
In de Kadernota zijn de kaders gesteld voor o.a. bedrijfsinvesteringen, de bedrijfsreserve, budgetoverhevelingen en de budgettaire verwerking voor loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast is vastgelegd welke functionaris over welke budgetten kan beschikken en hoe zich dat verhoudt tot de in 2017 vastgestelde 'Mandaatregeling gemeente Steenwijkerland'.
Aanleiding voor de het opstellen van de Kadernota is een brede herziening van de bestaande financiële verordeningen en nota’s van de gemeente Steenwijkerland, omdat deze veelal zijn gedateerd. Daarnaast is de recente organisatieontwikkeling die in 2017 is doorgevoerd binnen de ambtelijke organisatie een belangrijke reden om de bestaande documenten te actualiseren. Er is sprake van een wijziging van de hoofdstructuur van de organisatie en een ander aansturingsmodel. Als gevolg daarvan is de algemene mandaatregeling1 ingrijpend herzien. De organisatieontwikkeling brengt andere rollen en verantwoordelijkheden mee van vooral concernmanager (voorheen afdelingsmanager), teamleider en procesregisseur.
In navolging van de actualisatie van de mandaatregeling zijn de volgende (bestaande) documenten geactualiseerd en geïntegreerd tot één 'Kadernota financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018':
Er is een bedrijfsreserve ingesteld.
Het doel van de bedrijfsreserve is om financiële middelen achter de hand te hebben voor bestedingen in de bedrijfsvoering gericht op:
In de nota Reserves en voorzieningen zijn de volgende criteria voor de bedrijfsreserve vastgesteld:
Bedrijfsinvesteringen zijn investeringen in bedrijfsmiddelen. De kapitaallasten van deze investeringen maken deel uit van de bedrijfslasten.
Het concern managementteam (CMT) moet de bedrijfsinvesteringen goedkeuren. Deze goedkeuring wordt verleend op basis van een meerjarig investeringsplan. Bedrijfsinvesteringen worden beoordeeld op nut en noodzaak, waarbij wordt uitgegaan van bedrijfseconomisch verantwoorde afschrijvingstermijnen zoals gedefinieerd in de nota Afschrijvings- en activeringsbeleid.
De gemeenteraad stelt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting het krediet beschikbaar dat nodig is voor de aanschaf/vervanging van de diverse bedrijfsmiddelen.
Bedrijfsinvesteringen, in de vorm van vervangingsinvesteringen, worden gedekt door de post vrijvallende kapitaallasten. Bedrijfsvoeringsinvesteringen als gevolg van nieuw beleid worden ten laste gebracht van het saldo van de programmabegroting.
De wens om budgetten over te hevelen is in het algemeen een teken dat de begrotingsramingen niet steunen op een realistische planning. Bovendien stroken budgetoverhevelingen niet met het kostentoerekeningsprincipe op basis van het stelsel van baten en lasten. Tegenover over te hevelen budgetten staan immers geen prestaties. Eén en ander is reden voor een terughoudend beleid.
Aan de overheveling van budgetten worden voorwaarden gesteld:
Het doel van tijdschrijven is om inzicht te verkrijgen in het aantal gewerkte uren dat toegerekend kan worden aan:
Tijdschrijven is verplicht als gewerkt wordt voor/aan genoemde drie bovenstaande activiteiten, met uitzondering van medewerkers van de eenheid Organisatie ondersteuning.
Met behulp van tijdschrijven is het mogelijk om toe te rekenen uren realistisch te ramen en achteraf op een goede wijze te verantwoorden. Jaarlijks wordt voor de begroting een inschatting gemaakt van de toe te rekenen uren. Deze uren worden vertaald in het zogenaamde prestatiecontract, dat wordt vastgesteld door het CMT, samen met het uurtarief.
De budgethouder dient aan te geven wie er nog meer op zijn of haar budget toe te rekenen uren mag schrijven.
De norm is dat een fulltime functie netto 1.450 uur ter beschikking heeft2.
Het doel van doorbelastingen is om per taakveld inzicht te geven in de kosten van een product, taak of activiteit. Hierbij worden alleen kosten opgenomen en doorbelast die betrekking hebben op het primaire proces.
De kosten van overhead worden niet doorbelast aan de diverse taakvelden, maar worden apart inzichtelijk gemaakt binnen de begroting. In ieder geval behoren de volgende elementen tot de overheadkosten:
Voor doorbelasting en overhead geldt het principe dat de nacalculatie bij de jaarrekening gelijk is aan de voorcalculatie zoals berekend bij de begroting.
Voor het aangaan van verplichtingen van budgetten die zijn opgenomen in de begroting als stelposten (of zgn. *posten) moet vooraf de goedkeuring van de gemeenteraad worden gevraagd. Dit tenzij de gemeenteraad uitdrukkelijk besloten heeft dat de besteding van nader aangeduide stelposten alleen de goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders behoeft.
Bij de samenstelling van de Programmabegroting wordt gekeken naar de aanpassing van de inkomsten en uitgaven aan actuele nominale ontwikkelingen. Dit betekent dat loon- en prijsgevoelige budgetten, alsmede de rente op een reëel niveau worden gebracht.
Naast de loon- en prijsontwikkelingen moet bij de samenstelling van de begroting ook rekening worden gehouden met autonome ontwikkelingen.
De volgende definitie voor nominale en autonome ontwikkelingen wordt hierbij gehanteerd:
De nominale ontwikkelingen worden volledig vergoed, omdat er sprake is van niet beïnvloedbare factoren. Hierbij wordt voor wat betreft de loonontwikkelingen gekeken naar het niveau van het nieuwe begrotingsjaar op basis van de laatst bekende cao. Dit is inclusief eventuele correcties van de loonontwikkelingen over voorgaande jaren.
De prijsontwikkelingen worden bepaald aan de hand van de gegevens van het Centraal Planbureau (CPB). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de ontwikkeling van het prijsindexcijfer binnen het BBP (bruto binnenlands product), zoals deze jaarlijks in het Centraal Economisch Plan door het CPB wordt gepubliceerd.
De autonome ontwikkelingen vallen uiteen in:
De toevoeging door volumeontwikkelingen is essentieel. Een toename van het aantal inwoners betekent automatisch een toename van de gemeentelijke kosten.
Herijking van de budgetten als gevolg van areaaluitbreidingen worden meegenomen twee jaar nadat het betreffende woongebied is opgeleverd. De eerste twee jaar worden de kosten van beheer en onderhoud ten laste van de exploitatie van het grondgebied gebracht.
De kaders voor de Programmabegroting worden ieder jaar in de Perspectiefnota vastgelegd.
Hierbij gaat het om de volgende kaders:
Een budget is opgebouwd uit categorieën. Voor de mate van compensatie moet voor elke categorie worden bepaald of er sprake is van:
Voor de bepaling van de compensatie is in bijlage 1 aangegeven welke categorie voor welke compensatie in aanmerking komt.
De berekening van de loonontwikkeling wordt gebaseerd op de bestaande cao-afspraken voor gemeentepersoneel. Voor zover de begrotingsperiode de cao overstijgt wordt het percentage gebaseerd op ramingen van het CPB, onderdeel prijs overheidsconsumpties, beloning werknemers die worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan. Dit percentage dient aan te sluiten met de door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gehanteerde percentage voor de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor zover deze informatie nog niet beschikbaar is, wordt het percentage bepaald aan de hand van verwachte landelijke ontwikkelingen.
Bijstelling van de compensatie vindt plaats zodra er een cao-akkoord voor gemeentepersoneel voor de begrotingsperiode is afgesloten.
Berekening prijsontwikkeling incl. subsidies
De berekening van de prijsinflatie voor het komende begrotingsjaar wordt bepaald aan de hand van de gegevens van het CPB, die in het Centraal Economisch Plan worden gepubliceerd. Hierbij wordt voor de prijsinflatie gekeken naar de ontwikkeling van de prijsindex binnen het BBP.
Indien het prijsindexcijfer voor enig jaar nog niet bekend is, wordt het meest recente, wel bekende prijsindexcijfer voor de ontwikkeling van de prijsindex binnen het BBP genomen.
De raming voor de rentelasten wordt jaarlijks bijgesteld en komt tot stand door middel van een jaarlijkse liquiditeitsprognose, waarbij rekening wordt gehouden met het rentepercentage voor een geldlening met een periodetermijn van 30 jaar. Voorts wordt met een uniform (omslag)percentage gedurende de gehele budgetcyclus gewerkt. Voor de renteomslag geldt voor zowel de Algemene middelen als de Grondexploitatie verplicht hetzelfde rentepercentage.
Onder deze categorie vallen de baten en lasten die niet beïnvloed worden door de nominale ontwikkelingen of volledig budgettair neutraal verlopen. Voorbeelden zijn de afschrijvingen en reserveringen.
Tot de categorie Specifieke uitgaven/inkomsten wordt gerekend de inkomsten en uitgaven die niet gevoelig zijn voor algemene loon- en prijsontwikkelingen, maar waarvoor specifieke regelgeving geldt.
Tot deze categorie kan o.a. worden gerekend:
Zie voor meerdere Specifieke uitgaven/inkomsten ook bijlage 2.
Voor onderstaande specifieke onderdelen worden jaarlijks bij de start van de werkzaamheden voor de opstelling van de begroting herijkingen berekend.
* De norm wordt bepaald aan de hand van de budgetten voorafgaand aan het begrotingsjaar gedeeld door het aantal woningen per 1 januari voorafgaand aan het begrotingsjaar.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Budget: een deel van de begroting dat tot uitdrukking komt in uitgaven en/of inkomsten en verbonden is aan een begrotingsprogramma.
Mandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan besluiten te nemen.
Budgethouder: een aangewezen medewerker die belast is met het beheer van één of meerdere budgetten en aan wie mandaat is verleend om in naam van het college van burgemeester en wethouders uitgaven te doen ten laste van die door de gemeenteraad vastgestelde budgetten.
Toeleverancier: een medewerker die activiteiten verricht ten behoeve van een budget, waarvan hij/zij geen budgethouder is.
Jaarlijks wordt een budgethoudersregister vastgesteld, waarin voor alle budgetten een budgethouder wordt aangewezen en geregistreerd in de financiële administratie. Ook wijzigingen van budgethouders gedurende het jaar worden vastgelegd in het budget-houdersregister en in de financiële administratie.
De budgethouder rapporteert bij een forse (dreigende) budgetover- of budgetonder-schrijding ingevolge een voorgenomen aanbesteding of opdrachtverlening aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist bij een forse (dreigende) budgetoverschrijding of tot aanbesteding dan wel opdrachtverlening mag worden overgegaan. Indien noodzakelijk maakt de budgethouder in de eerstvolgende bestuursrapportage melding van het resultaat.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland,
de secretaris,
Judith de Groot
de burgemeester,
Rob Bats
Artikelsgewijze toelichting Regeling budgethouders 2018
Budgetten hebben betrekking op uitgaven en inkomsten die zijn opgenomen in de (programma)begroting.
Op grond van het mandaatbesluit mag de budgethouder namens het college van burgemeester en wethouders budgetten beheren.
De eenheidscontroller komt zoveel als mogelijk tegemoet aan de wensen van de budgethouder om deze in de gelegenheid te stellen het budgetbeheer optimaal te voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de geldende richtlijnen ten aanzien van de inrichting van de administratie.
De in dit artikel opgenomen bepalingen moeten de beheersing van de aangegane verplichtingen en de daaruit voortvloeiende uitgaven waarborgen. Geadviseerd wordt om daarom gebruik te maken van de aanwezige verplichtingenadministratie.
Overigens geldt de beheersing ook voor de inkomsten.
Aanbestedingen gaan aan verplichtingen vooraf en leiden vaak tot budgetafwijkingen. In het geval een aanbesteding zou leiden tot een forse budgetoverschrijding (meer dan € 20.000), moet dit in een zo vroeg mogelijk stadium aan de verantwoordelijke wethouder voorgelegd worden. In overleg met deze wethouder wordt dit ook aan het college voorgelegd.
Ook onderschrijdingen zijn mogelijk. Deze komen ten gunste van de algemene middelen en mogen dus niet worden benut voor eventuele aanvullende wensen.
Artikel 5 Condities / beperkingen
Bestedingen ten laste van een budget kunnen alleen plaatsvinden met toestemming van de budgethouder of de toeleverancier.
De activiteiten die voortvloeien uit het budgetbeheer zijn overwegend van uitvoerende aard. Vandaar dat de budgethouder in de gelegenheid wordt gesteld om de afdoening van de betalingsopdracht over te dragen aan een of meerdere medewerkers. Indien de afdoening van de betalingsopdracht door een ander van toepassing is, dient dit schriftelijk te worden vastgelegd door de budgethouder. De schriftelijke bevestiging van de budgethouder wordt bewaard door de medewerker controlling.
De verantwoordelijkheid van de budgethouder betreft ook de Administratieve Organisatie en Interne Controle (AO/IC). AO/IC is een continue verbeterproces. Dit betekent dat belangrijke bevindingen vanuit IC leiden tot tussentijdse aanscherping van de AO. Te denken valt aan het verder doorvoeren van controle technische functiescheiding binnen bepaalde processen. Er moet een goede organisatie van de processen en activiteiten plaatsvinden binnen de recht-matigheidseisen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-216562.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.