Besluit tot wijziging van Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025

De raad van de gemeente Utrecht

  • Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 februari 2025

  • Gelet op artikel 108, tweede lid, Gemeentewet en artikelen 2.9, 2.12, 8.1.1 van de Jeugdwet;

Overwegende dat;

  • de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente neerlegt;

  • het uitgangspunt is dat ouders en jeugdigen allereerst zelf verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen;

  • het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene voorzieningen over de volgende onderwerpen:

a) de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;

b) afstemming over de toegang tot en toekenning van individuele voorzieningen met andere voorzieningen;

c) de manier van vaststellen van de hoogte van een persoonsgebonden budget;

 

Besluit de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025 als volgt te wijzigen:

Artikel I

De Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

  • A.

    In artikel 1 (definities) wordt in alfabetische volgorde ingevoegd en de verlettering gewijzigd:

  • ‘Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of ouders en personen uit het sociale netwerk om de benodigde hulp en ondersteuning te bieden bij opgroei- en/of opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en/of -stoornissen.’

  • B.

    Artikel 2 (vormen van jeugdhulp) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De zin ‘Ook vervoer van en naar de locatie waar de ambulant specialistische jeugdhulp geboden wordt, valt hieronder.’ onder sub a van het tweede lid wordt verwijderd.

  • 2.

    Na sub d van het tweede lid wordt een nieuwe sub toegevoegd, luidende: ‘e. Vervoer: vervoer van of naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden.’

  • C. Na het vierde lid van artikel 3 (toegang tot jeugdhulp) wordt, onder vernummering van de leden vijf tot en met zeven, een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • ‘5. In afwijking van het tweede, derde en vierde lid kunnen jeugdigen en/of ouders/vertegenwoordigers door middel van een volledig ingevuld en ondertekend formulier bij het team Leerlingenvervoer van de gemeente Utrecht een aanvraag indienen voor vervoer van of naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden.’

  • D. Artikel 4 (onderzoek en verslag) eerste lid sub b onder iii komt te luiden:

  • ‘of en in hoeverre de eigen kracht van de jeugdige en/of ouders en de personen die tot hun sociale netwerk behoren voldoende zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden. De Medewerker of Lokale toegang stimuleert de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger om een familiegroepsplan te maken; en’

  • E. In artikel 4 (onderzoek en verslag) wordt, onder vernummering van de leden twee tot en met vijf nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • ‘2. Bij de beoordeling van de eigen kracht, zoals bedoeld in lid 1 sub b onder iii, wordt rekening gehouden met:

  • a.

    de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige;

  • b.

    de duur daarvan;

  • c.

    de mogelijkheden van de jeugdige en/of zijn ouders;

  • d.

    de draagkracht en de draaglast van de ouders;

  • e.

    de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;

  • f.

    het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen;

  • g.

    de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige en/of zijn ouders te ondersteunen.

  • 3.

    De criteria genoemd in het vorige lid worden in samenhang beoordeeld. Daarbij is het uitgangspunt dat wanneer de jeugdige en/of ouders, eventueel met behulp van het sociale netwerk, zelf mogelijkheden hebben om de problemen op te lossen of het hoofd te bieden, er geen individuele voorziening wordt verstrekt. Ook niet wanneer de verzorging en opvoeding intensiever is dan gebruikelijk.

  • 4.

    Een uitzondering op bovenstaande criteria kan gemaakt worden als:

    • a.

      er sprake is van een jeugdige in de terminale levensfase.

    • b.

      de wens van de jeugdige van 12 jaar of ouder is om geen intieme verzorging te ontvangen van de ouder/verzorger.’

  • ‘7. De Medewerker, de Lokale toegang of team Leerlingenvervoer zorgt dat de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening collegiaal wordt getoetst als de jeugdige en/of ouder/vertegenwoordiger het oneens is met de uitkomst van de beoordeling.’

  • ‘9. Het onderzoek naar de noodzaak van dyslexiezorg wordt uitgevoerd door de Poortwachter en een gecontracteerde aanbieder van de gemeente op basis van respectievelijk het leerlingdossier en de richtlijnen van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en het geldende Protocol Dyslexie en Diagnostiek.’

  • Het achtste lid wordt als volgt gewijzigd: ‘8. De Medewerker, Lokale toegang of team Leerlingenvervoer kan een specifiek deskundig oordeel en advies vragen, als dit nodig is voor de beoordeling van een aanvraag.’

  • F. Artikel 5 (criteria voor individuele voorzieningen) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. Het eerste lid komt te luiden:

  • ‘1. Een jeugdige en/of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer de Medewerker, de Lokale toegang, het team Leerlingenvervoer of een andere verwijzer heeft vastgesteld dat:

  • a.

    inzet noodzakelijk is vanwege de aard en ernst van de hulpvraag; en

  • b.

    de jeugdige en/of ouders op eigen kracht of met inzet van personen uit het sociale netwerk, geen passende oplossing kunnen vinden voor hun hulpvraag; en

  • c.

    algemene, voorliggende of andere voorzieningen in de situatie van de jeugdige en/of ouder niet voldoende blijken.’

  • 2. Na het tweede lid worden, onder vernummering van lid twee tot en met lid acht, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • ‘3. Een toekenning voor een individuele voorziening in natura wordt alleen verleend voor jeugdhulpaanbieders die het college heeft gecontracteerd tenzij het gaat om een toekenning door een Lokale toegang.’

  • 3. Het vierde lid komt te luiden: ‘Jeugdige (en ouders) kunnen alleen in aanmerking komen voor vaktherapie bij de toekenning van een individuele voorziening ambulante specialistische jeugdhulp.

  • 4. Na het zesde lid worden, onder vernummering van de leden zes en zeven, drie nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • ‘7. Het pgb mag niet worden ingezet voor het (deels) financieren van de vakantie.’

  • ‘8. Een individuele voorziening die naar zijn aard bedoeld is om in te zetten in en rond de woning van jeugdige en/of ouder kan niet tijdens een vakantie worden ingezet.’

  • ‘9. Indien de jeugdige en/of zijn ouders het pgb nodig hebben om tijdens de vakantie te kunnen functioneren is de maximale vakantietermijn 13 weken per toekenningsperiode van 12 maanden. Echter hiervan mag maximaal 6 weken aaneengesloten worden opgenomen.’

  • 5. In het tiende lid wordt ‘beoordeling conform lid 7’ vervangen door ‘beoordeling conform lid 11'.

  • 6. Het elfde lid sub a wordt: ‘a. de jeugdige heeft een toekennend besluit ontvangen naar aanleiding van de beoordeling van het leerlingdossier door de Poortwachter; en'.

  • 7. Na het elfde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • ‘12. Jeugdigen kunnen alleen voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen:

  • a. als het gaat om vervoer van een jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt; en

  • b. gedurende de looptijd van de toekenning en het daadwerkelijke gebruik van de jeugdhulpvoorziening

  • c. als team Leerlingenvervoer oordeelt dat dat er een (medische) noodzaak is om deze voorziening in te zetten.’

  • G. Aan artikel 6 (beschikking) wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • ‘3. Voor alle besluiten die worden genomen geldt dat de datum van besluit de datum van toewijzing van de toegekende individuele voorziening is. In uitzonderlijke gevallen kan het besluit terugwerkende kracht hebben en kan worden gekozen voor een toewijzingsdatum in het verleden, echter nooit eerder dan de aanvraagdatum.’

  • H. Artikel 7 (individuele voorzieningen inkopen met een pgb) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. Het tweede lid wordt gewijzigd:

  • ‘2. De jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger moeten voor een pgb een format van het college invullen (dit wordt het formulier PGB plan genoemd) en dit inleveren bij een Medewerker, de Lokale Toegang of team Leerlingenvervoer.’

  • 2. aan het derde lid wordt, onder verlettering van c tot en met g, na sub b. een sub toegevoegd, luidende

  • ‘c. als niet wordt voldaan aan de norm van de verantwoorde werktoedeling conform (Besluit) Jeugdwet.’

  • 3. het derde lid sub h wordt gewijzigd:

  • ‘h. als niet aantoonbaar is voldaan aan de meldplicht toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieders of de meldplicht (Aanpassings)Wet toetreding zorgaanbieders (A) Wtza), behalve als de aanbieder valt onder een uitzondering van respectievelijk het Besluit Jeugdwet of Uitvoeringsbesluit Wtza.’

  • 4. in het vierde lid, sub d onder ii wordt ‘artikel 1.1. van de Jeugdwet’ vervangen door ‘Boek 1 van het Burgerlijk wetboek'.

  • I. Artikel 8 (hoogte van een pgb-tarief) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. het derde lid sub c wordt:

  • ‘c. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overhandigen als van toepassing. Als een registratie niet van toepassing is, dan worden overhandigd:

  • i. een kopie van een relevant diploma/registratie van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs dat is uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s) of vervoerder; en

  • ii. een VOG van de beoogd hulpverlener(s) of vervoerder die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden.’

  • 2. het vierde lid sub b wordt:

  • 'b. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overhandigen als van toepassing. Als een registratie niet van toepassing is, dan worden overhandigd:

  • i.

    een kopie van een relevant diploma/registratie van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs dat is uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s) of vervoerder; en

  • ii.

    een VOG van de beoogd hulpverlener(s) of vervoerder die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden.’

  • J. Artikel 16 (overgangsbepalingen) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. Na het eerste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

‘2. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend tussen 1 januari en 1 juli 2025 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening wijzigt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025 die geldt op 1 januari 2025.’

  • 2. Het tweede lid wordt verrnummerd naar drie.

  • 3. Het laatste lid vervalt.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 mei 2025.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De griffier,

Miguel Israel

Naar boven