Gemeenteblad van Ridderkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 215906 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 215906 | beleidsregel |
Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Ridderkerk 2025 t/m 2027
Het college van de gemeente Ridderkerk;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 78gg Participatiewet;
overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders (hierna het college):
Besluit: de ‘Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Ridderkerk 2025 t/m 2027’ vast te stellen.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
Artikel 2. Ambtshalve toekenning
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk op 13 mei 2025,
de secretaris,
Mw. M. Kitselar
de burgemeester
Dhr. C.A. Oosterwijk
Iedereen in Nederland heeft recht op een besteedbaar inkomen op het bestaansminimum. Dit bedrag is afhankelijk van leeftijd en leefsituatie. Mensen met lage inkomens krijgen extra ondersteuning door middel van toeslagen. Een groep huishoudens ontvangt door een ongelukkige samenloop van wet- en regelgeving te weinig toeslagen. Dit heeft nadelige gevolgen voor het netto-inkomen van deze huishoudens. Zij ontvangen een netto-inkomen dat lager is dan een vergelijkbaar (echt)paar met bijstand en maximale toeslagen. Daarmee komen zij netto uit onder het bestaansminimum. Deze omstandigheden noemen we de Alleenverdienersproblematiek.
Deze problematiek ontstond in 2009 toen de overdraagbaarheid van de Algemene Heffingskorting gefaseerd werd afgebouwd (volledige afbouw in 2023), en daarbij een andere afbouw volgde dan de bijstandsuitkering (volledige afbouw in 2039). Het wegnemen van deze ongewenste situatie wordt in 3 fasen gecorrigeerd waarbij het rijk gemeenten heeft verzocht hierbij te ondersteunen in fase 1 en 2.
De beleidsregels die nu voorliggen hebben betrekking op fase 2, de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Deze wet is op 1 januari 2025 in werking getreden.
De wet is een aparte regeling binnen de Participatiewet en biedt de wettelijke grondslag om de bij de Belastingdienst bekende huishoudens met alleenverdienersproblematiek over de jaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve een vaste tegemoetkoming te betalen. De vaste tegemoetkoming wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Voor het kalenderjaar 2025 is de tegemoetkoming vastgesteld op € 1.000 per huishouden per jaar.
Het Inlichtingenbureau deelt de bij de Belastingdienst bekende Burgerservicenummers van de meestverdienende partner van de betrokken huishoudens via het gegevensportaal met onze gemeente. Huishoudens waarvan onze gemeente het vermoeden heeft dat zij tot de doelgroep behoren kunnen uitgenodigd worden om een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming te doen. Huishoudens die zelf het vermoeden hebben tot de doelgroepte behoren kunnen op eigen initiatief een aanvraag doen (zogenaamde zelfmelders).
Artikel 78gg Participatiewet - Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek
Het college kent ambtshalve of op aanvraag een tegemoetkoming toe aan een huishouden, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering bestaat op grond van artikel 19, ontvangt het huishouden een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
de som van het netto-inkomen en de ontvangen tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ligt lager dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19, vanwege hetgeen genoemd is onder b.
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ: 01-01-2025 t/m heden
Artikel 15ba Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek.
De tegemoetkoming voor een huishouden dat in het jaar 2025 voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, van de wet, bedraagt € 1.000.
De tegemoetkoming geldt niet als een vorm van (algemene of bijzondere) bijstand. Dit betekent dat de tegemoetkoming geen effect heeft op de hoogte van de toeslagen.
De wetgever verwacht dat gemeenten bij het beoordelen van aanvragen de vermogensgrenzen hanteren die gelden voor toeslagen. Deze vermogensgrenzen worden vastgesteld door de Belastingdienst en zijn van toepassing op 1 januari van het betreffende jaar.
Kindgebonden budget € 141.896,00
Kinderopvangtoeslag Geen vermogensgrens
Een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming kan niet worden herzien ten nadele van de belanghebbende. Zie artikel 78gg lid 6 Participatiewet. De belanghebbende kan natuurlijk wel het bedrag uit eigen beweging terugstorten.
Op de tegemoetkoming voor alleenverdieners kan geen beslag worden gelegd. Zie artikel 78gg lid 3 Participatiewet. Dit wordt gedaan om te zorgen dat de tegemoetkoming daadwerkelijk kan worden besteed aan noodzakelijke kosten voor het levensonderhoud.
In uitzonderlijke gevallen kan de alleenverdienersproblematiek ook betrekking hebben op misgelopen kinderopvangtoeslag. Daarbij moet worden beoordeeld of een vergelijkbaar huishouden met een volledige algemene bijstandsuitkering recht zou hebben op kinderopvangtoeslag. In de praktijk komt het echter zelden voor dat een (echt)paar met een volledige algemene bijstandsuitkering, zonder aanvullend inkomen uit werk, recht heeft op kinderopvangtoeslag. Dit komt doordat een van de voorwaarden is dat beide toeslagpartners inkomen uit werk moeten ontvangen of moeten vallen onder een van de uitzonderingssituaties. Relevante uitzonderingssituaties zijn: het volgen van een traject naar werk, een opleiding of een verplichte inburgeringscursus, of bij ziekte, zwangerschap of detentie.
Voor de inrichting van deze beleidsregels is uitgegaan van een zo eenvoudig mogelijk afhandelingsproces, waarbij de inzet is om de voor de vaste tegemoetkoming in aanmerking komende huishoudens en onze uitvoerende dienst zo minimaal mogelijk te belasten. De financiering door het rijk is ook gebaseerd op deze werkwijze. Een meer precieze afhandeling leidt tot meer stress en lasten bij de getroffen huishoudens en hogere gemeentelijke uitvoeringslasten.
In deze beleidsregels is daarom opgenomen om de gehele aangeleverde lijst van de Belastingdienst ambtshalve toe te kennen en uit te keren zodra de rekeningnummers zijn ontvangen. Om die reden heeft het college besloten om geen extra voorwaarden te stellen aan de ambtshalve toekenning. Hiernaast is opgenomen dat aan bij ons bekende huishoudens de vaste tegemoetkoming voor 2025, 2026 en/of 2027 eveneens ambtshalve wordt uitgekeerd wanneer het huishouden in het voorgaande jaar ook tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek behoorde en de woon- en leefsituatie niet is gewijzigd.
Bij de gemeente bekende huishoudens waarvan het vermoeden bestaat dat zij behoren tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek worden uitgenodigd een aanvraag te doen.
De meeste huishoudens ontvangen in het najaar van 2028 hun definitieve beschikking toeslagen over 2027. Dat geeft de alleenverdieners tot 1 januari 2029 de tijd om een aanvraag in te dienen
De gemeente ontvangt via een decentrale uitkering volledige financiering voor de uitvoering van deze tijdelijke wettelijke regeling. De financiering is gebaseerd op toekenning van de jaarlijkse tegemoetkoming van de gehele doelgroep die op de lijst van de Belastingdienst is opgenomen en een percentage voor toekenning aan huishoudens die in de actualiteit recht hebben op de vaste tegemoetkoming. Er is ook rekening gehouden met de inrichtings- en uitvoeringskosten en een opslagpercentage voor onvoorziene kosten. Jaarlijks keert het Rijk een aanvulling uit op basis van de definitieve inkomensgegevens en omvang van de doelgroep. De financiering gaat daarmee uit van volledig bereik van de gehele doelgroep.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-215906.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.