Regeling tot wijziging van de Regeling re-integratie Participatiewet Den Haag 2024

Toelichting

 

Op 1 januari 2024 is de Regeling re-integratie Participatiewet Den Haag 2024 (RIS317737) in werking getreden. In het afgelopen jaar is gebleken dat een aantal wijzigingen noodzakelijk zijn. Zo is het van belang om de fietsvoorziening voor een breder publiek toegankelijk te maken. Daarmee kunnen mensen die een inburgeringstraject volgen er ook gebruik van maken. Daarnaast wordt het scholingsbudget verhoogd om het gelijk te trekken met een andere scholingsvoorziening. Deze wijzigingen zijn van technische aard en beogen de regeling beter te laten aansluiten op de praktijk. Daarnaast is in de huidige regeling de premie voor proefplaatsing geformuleerd als een eenmalige uitkering, terwijl deze maandelijks verstrekt dient te worden. Deze omissie wordt in deze regeling eveneens hersteld.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op:

 

  • -

    artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht,

  • -

    artikel 1:2, tweede lid, van de Verordening re-integratie Participatiewet Den Haag 2023,

 

besluit vast te stellen de navolgende Regeling tot wijziging van de Regeling re-integratie Participatiewet Den Haag 2024:

 

Artikel I

De Regeling re-integratie Participatiewet Den Haag 2024 wordt gewijzigd als volgt:

  • A

    Artikel 3.1, tweede lid, komt te luiden:

    2. De tegemoetkoming kan bestaan uit een vergoeding voor het openbaar vervoer, indien de belanghebbende geen reiskostenvergoeding ontvangt en er geen goedkopere vervoersmogelijkheid is om de werk-, re-integratie, inburgerings- participatie- of opleidingslocatie te bereiken.

 

  • B

    Artikel 3.1, derde lid, komt te luiden:

    3. De tegemoetkoming kan bestaan uit een vergoeding van het lesgeld, indien de belanghebbende scholing volgt. In afwijking van het eerste lid bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 3.500,-.

 

  • C

    Artikel 3.1, vierde lid, komt te luiden:

    4. In plaats van de tegemoetkoming kan het college een fiets met slot aan de belanghebbende schenken, indien er geen andere praktische mogelijkheden zijn om de werk-, re-integratie-, participatie-, inburgerings- of opleidingslocatie te bereiken.

 

  • D

    D Artikel 5.4, eerste lid, komt te luiden:

    1. Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde een premie van € 500,- per maand proefplaatsing na afloop van de proefplaats als bedoeld in artikel 10d van de wet, mits de uitkeringsgerechtigde zich naar het oordeel van het college voldoende heeft ingezet.

 

  • E

    Aan de Artikelsgewijze toelichting wordt toegevoegd:

    Artikel 3.1

    In uitzonderlijke gevallen kan een ov-vergoeding worden toegekend zoals opgenomen in het tweede lid. Dit geldt met name voor inburgeraars die om fysieke redenen niet kunnen fietsen. De ov-vergoeding wordt enkel verstrekt wanneer een fiets aantoonbaar geen oplossing biedt en de kandidaat zonder alternatief vervoersmiddel belemmeringen ondervindt in het volgen van taalcursussen en andere noodzakelijke trajecten binnen de inburgering. Hiermee wordt voorkomen dat mobiliteitsproblemen een obstakel vormen voor succesvolle integratie en participatie.

    Scholing met behoud van uitkering, zoals opgenomen in het derde lid, heeft als doel uitkeringsgerechtigden betere arbeidsmarktkansen te bieden. Aanvankelijk was de maximale vergoeding gebaseerd op het mbo-lesgeld, maar recente ontwikkelingen tonen de noodzaak van een hoger bedrag. Subsidieregeling Haaglanden leert door Den Haag 2024 (RIS320066) verstrekt tot Regeling tot wijziging van de Regeling re-integratie Participatiewet Den Haag 2024 € 3.500,- voor om- en bijscholing, wat ook uitkeringsgerechtigden motiveert. Daarnaast hanteren private opleiders hogere tarieven, maar bieden zij relevant en kortdurend scholingsaanbod. Ook alleenstaande ouders met jonge kinderen kunnen zonder verhoging van de vergoeding moeilijker hbo- en wo-onderwijs bekostigen. Een verhoging voorkomt dat bijstandsgerechtigden een eigen bijdrage moeten betalen of schulden moeten maken.

    In de praktijk is gebleken dat de fietsvoorziening, zoals opgenomen in het vierde lid, voor inburgeraars een noodzakelijke ondersteuning vormt bij hun re-integratie en participatie. Inburgeraars moeten in sommige gevallen naar taalcursussen die niet in de buurt zijn. Om de afstand te overbruggen is een fiets daarom noodzakelijk. Om deze reden wordt de voorziening toegankelijk gemaakt voor een bredere doelgroep, zodat ook personen die een inburgeringstraject volgen hiervan gebruik kunnen maken. Hiermee wordt beter aangesloten op de feitelijke behoefte binnen deze groep en wordt hun mobiliteit en zelfredzaamheid bevorderd.

 

Artikel II

Deze regeling treedt in werking op de dag na uitgifte in het Gemeenteblad en werkt terug tot 1 januari 2025.

 

Den Haag, 13 mei 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

Naar boven