Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2025, 215384 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2025, 215384 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels subsidie Versterken Sociale Basis Helmond 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Wat willen we bereiken met de subsidieregeling?
We willen dat alle Helmonders kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen in onze stad (Kadernota sociaal domein 2024-2028). En dat jonge Helmonders kansrijk, gezond en veilig opgroeien, zodat ze – eenmaal volwassen – kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen (Meerjarenprogramma jeugd 2024-2032). Dit zijn onze maatschappelijke doelen.
Deze regeling gaat over aanvragen voor het jaar 2026. Met deze subsidieregeling:
In deze subsidieregeling staat een aantal woorden die wij graag uitleggen:
Activiteiten: interventies, programma’s of voorzieningen die in de gemeente worden uitgevoerd en bijdragen aan de bepalende factoren, zoals beschreven in artikel 4 van deze subsidieregeling. Een interventie of programma is een aanpak met een weldoordachte, doelgerichte en systematische werkwijze (een methode of methodiek), met een nader omschreven tijdsduur en frequentie. Een voorziening is een vrij toegankelijke activiteit of dienst, die in de wijk of gemeente aangeboden wordt;
Brede basisondersteuning: vrij toegankelijke, eerstelijns hulp en ondersteuning gericht op een breed scala van vragen, uitgevoerd in de directe leefomgeving (bijvoorbeeld in de thuissituatie, op school, in een wijkhuis). Brede basisondersteuning is systemisch (gericht op individu én zijn omgeving) en integraal (betrekt alle relevante leefgebieden). Brede basisondersteuning wordt uitgevoerd door betaalde beroepskrachten. Brede basisondersteuning is meestal een-op-een, maar ook groepswerk met een therapeutisch en systemisch karakter rekenen we tot brede basisondersteuning;
Sociale basis: de sociale basis bestaat uit wat bewoners samen doen, met of zonder organisatie. Daarnaast omvat het vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen van professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en lotgenoten, gecoördineerd door een (betaalde) coördinator. Deze activiteiten richten zich op het dagelijks leven – zoals ontmoeten, opvoeden, gezondheid, werk, inkomen, sport, cultuur en veiligheid – en kunnen preventief zijn of dienen als laagdrempelig alternatief of aanvulling op professionele hulp.
Artikel 4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Om in aanmerking te komen voor subsidie moeten activiteiten:
|
Omvat ook: sociaaleconomische status, (gezins)inkomen, opleidingsniveau, werk, werkloosheid, sociaal juridische ondersteuning |
Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Het hebben van problematische en/of niet-problematische financiële schulden, leningen, krediet- of financiële problemen en/of het vertonen van problematisch financieel (leen)gedrag. |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van armoede en schulden.
|
|
Omvat opvoedstijl en opvoedgedrag, hardhandig opvoedgedrag, gedragscontrole, ouderlijke warmte, ouderlijke steun |
Omvat verschillende aanpasbare opvoedstijlen die ouders kunnen inzetten zoals ouderlijk toezicht, houding en alcoholgebruik van ouders, ouder-kind communicatie, betrokkenheid en ondersteuning door ouders. |
Preventieve activiteiten die positief opvoedgedrag van ouders en verzorgers bevorderen en negatief opvoedgedrag voorkomen en/of beperken. Zoals het versterken van opvoedvaardigheden en ouderlijke steun, het stimuleren van ouderlijke warmte en sensitief-responsief opvoedgedrag en het beperken en/of voorkomen van inconsequente en hardhandige opvoedstijlen.
|
|
Onder psychische problemen vallen: depressie, PTSS (posttraumatische stressstoornis), psychopathologie, paranoia, schizofrenie, stemmingswisselingen, mentale aandoeningen, mentale gezondheidsproblemen, zelfmoordpogingen/gedachten, slaapproblemen, eetstoornis, dementie, onbegrepen gedrag. |
Preventieve activiteiten die psychische problemen voorkomen en/of (in vroegtijdig stadium) beperken. Behandeling is niet subsidiabel.
|
|
|
De hoeveelheid en kwaliteit van sociale relaties en deelname aan activiteiten van formele en informele groepen |
Preventieve of randvoorwaardelijke activiteiten die sociale verbondenheid, sociale cohesie en sociale steun vergroten en/of eenzaamheid en exclusie beperken. Het gaat bij sociale verbondenheid en steun niet om interventies die primair gericht zijn op cultuur.
|
|
|
Sociaal-emotionele vaardigheden Omvat ook: empathie, sensitiviteit, persoonlijkheidskenmerken, zelfvertrouwen |
De vaardigheden die betrekking hebben op het herkennen en omgaan met eigen emoties en de omgang met anderen. |
Preventieve activiteiten die sociaal-emotionele vaardigheden versterken, zoals self-efficacy empathie, coping, zelfregulatie en zelfvertrouwen.
|
|
Meetbare resultaten met betrekking tot deelname en betrokkenheid op school. Hoge prestaties omvatten actieve deelname aan schoolactiviteiten, het regelmatig bijwonen van lessen en het succesvol voorkomen van schoolverzuim met als einddoel dat een jongere het onderwijs met een kwalificatiediploma (havo, vwo of mbo 2) verlaat. Lage prestaties omvatten frequent schoolverzuim, uitval, of terugkeer naar een lager onderwijsniveau door gebrek aan betrokkenheid, of het verlaten van het onderwijs zonder kwalificatie. |
Preventieve activiteiten binnen het sociaal domein die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van slechte schoolprestaties en schooluitval en/of bijdragen aan het versterken van goede schoolprestaties.
|
|
|
Fysieke gezondheid en persoonlijke verzorging Omvat ook: conditie, overgewicht, (chronische) ziekten, gezonde voeding en bewegen |
Het gaat om meerdere aspecten van de algehele fysieke staat van mensen, zoals conditie en gewicht. Gezonde voeding is onder meer rijk aan fruit, groente en volkoren granen. Bewegen is het ondernemen van een fysieke activiteit, zoals wandelen of sport; "elke lichamelijke beweging die wordt geproduceerd door de skeletspieren en resulteert in energieverbruik" |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van fysieke gezondheidsproblemen en/of het versterken van de fysieke gezondheid. Hieronder vallen ook preventieve activiteiten ter bevordering van bewegen en consumptie van gezonde voeding.
|
|
Omvat ook: taalvaardigheden, financiële geletterdheid, gezondheidsvaardigheden, digitale vaardigheden |
Taalbeheersing gaat over de mate van beheersing van taal en omvat ook reken- en digitale vaardigheden. |
Preventieve activiteiten binnen het sociaal domein die bijdragen aan het versterken van taalbeheersing en taalvaardigheid en/of het voorkomen en/of beperken van taalproblemen, zoals leesbevordering voor het jonge kind. VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) en OAB (Onderwijs Achterstanden Beleid) activiteiten zijn niet subsidiabel onder deze regeling. Dit geldt ook voor volwasseneducatie (Wet Educatie en Beroepsonderwijs, WEB).
|
|
Een langdurige, affectieve relatie tussen ouder en kind. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie kan variëren van veilig tot verschillende vormen van onveilig |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan een veilige gehechtheidsrelatie tussen ouders/verzorgers en kinderen en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van een onveilige gehechtheidsrelatie tussen ouders/verzorgers en kinderen.
|
|
|
Meerdere aspecten van het gezinsleven, waaronder communicatie, problemen oplossen, verdeling van werk, conflictmanagement en gehechtheid. Het algemene niveau van kwaliteit, aanpassing of blijheid en tevredenheid van de relatie tussen ouders. |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het versterken van positief gezinsfunctioneren en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatief gezinsfunctioneren.
|
|
|
Omvat ook: getuige van huiselijk of relationeel geweld, mishandeling, misbruik, stalking |
Onder blootstelling aan geweld valt: geschiedenis van kindermishandeling en/of getuige van partnergeweld, betrokkenheid van jeugdbescherming, in het verleden getuige/slachtoffer van ander geweld, prevalentie van dating violence onder leeftijdsgenoten |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van blootstelling aan geweld, mishandeling, stalking, relationeel en huiselijk geweld.
|
|
Hieronder vallen onder andere: stressvolle gebeurtenissen, misbruik, trauma, verwaarlozing, mishandeling, directe en indirect blootstelling aan rampen, geweld), gedwongen migratie, mensensmokkel, slachtofferschap (intimidatie, geweld, discriminatie) |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van gevolgen van negatieve en ingrijpende levensgebeurtenissen en trauma.
|
|
|
Middelengebruik, gamen (versterkende factor), risicovol gamen (risicofactor), gokken en roken Omvat ook: alcoholgebruik, drugsgebruik, risicovol middelengebruik, risicovol internetgebruik |
Bevat meerdere definities van middelengebruik zoals alcohol en drugs waaronder: mate van middelengebruik, problematisch middelengebruik (verslaving) of op vroege leeftijd beginnen met middelengebruik. Gamen omvat gamen op de computer, mobiele telefoon, en/of spelcomputers. Het kan individueel en multiplayer gedaan worden. Risicovol gamen is bijvoorbeeld buitensporig (online) gamen met een problematisch patroon of gameverslaving. Roken is het actief inhaleren van tabaksrook, vapen, of meeroken, ofwel het inademen van tabaksrook uit de omgeving. |
Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van middelengebruik, problematisch gamen, problematisch internetgebruik, gokken en roken.
|
|
Het ervaren van discriminatie gebaseerd op de persoonlijke identiteit vanuit de sociale omgeving |
Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en/of beperken van discriminatie, racisme en exclusie. |
* Genoemde activiteiten zijn voorbeelden die aantoonbaar bijdragen aan bepalende factoren en erkend zijn door één van de landelijke databanken effectieve interventies. Als er geen erkende effectieve interventies zijn, worden hier goed onderbouwde alternatieven genoemd. De gemeente Helmond gebruikt in deze regeling ruimere criteria dan de landelijke databanken, waardoor meer activiteiten als bewezen effectief tellen. Het aanvragen van een van de als voorbeeld genoemde activiteiten, garandeert nog geen subsidie. Dit is afhankelijk van de andere in deze regeling genoemde voorwaarden, overige aanvragen en de totaalscores.
Artikel 5 Wie kan subsidie ontvangen?
We maken een uitzondering op lid 3 voor een interventie op de bepalende factor ‘Taalbeheersing’. Voor die bepalende factor kunnen kinderopvangorganisaties en onderwijsinstellingen voor primair (speciaal) onderwijs, voortgezet (speciaal) onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs wel in aanmerking komen voor subsidie.
Artikel 9 Hoe verdelen wij de subsidie en beoordelen wij de aanvragen?
Alle activiteiten benoemd in artikel 4, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, beoordelen we eerst op maatschappelijke impact en efficiëntie. Dit gebeurt per activiteit aan de hand van een beoordelingskader (bijlage 1) dat bestaat uit de volgende elementen:
De maatschappelijke impact en efficiëntie-score van een activiteit wordt berekend met de formule: A x B x C x D.
Als het subsidieplafond is bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de rangschikking zoals genoemd in lid 1. De hoogst gerangschikte activiteit komt het eerst in aanmerking voor subsidie en daarna in aflopende volgorde de opeenvolgende gerangschikte activiteiten, tot het subsidieplafond wordt bereikt. Dit geldt als bij het bereiken van het subsidieplafond voor het totaal van alle activiteiten wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, zodat sprake is van een samenhangend geheel:
Als het subsidieplafond wordt bereikt zonder dat aan de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel wordt voldaan, kunnen we het volume per activiteit verlagen, zodat de voorwaarden wel behaald worden. Als het volume per activiteit verlaagd wordt, dan gebeurt dat als eerst bij activiteiten met de laagste score. Er wordt in dat geval overlegd met de organisatie over de haalbaarheid van het verlagen van het volume.
Als het subsidieplafond wordt bereikt zonder dat, na het verlagen van het volume per activiteit, aan de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel wordt voldaan, kunnen we, in aflopende volgorde van hoge naar lage rangschikking, lager scorende activiteiten voorrang geven zodat de voorwaarden wel behaald worden. Als na toepassing van lid 3 en 4 van dit artikel nog steeds geen sprake is van een samenhangend geheel dat voldoet aan de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel, dan worden tot het subsidieplafond is bereikt de activiteiten op basis van de uiteindelijke rangschikking toegekend.
Artikel 10 Wanneer weigeren wij de aanvraag voor subsidie?
In de ASV staan weigeringsgronden.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Helmond van 22 april 2025.
Burgemeester en wethouders van Helmond,
mr. S.C.C.M. Potters
burgemeester
E.P.H. Koop, MSc
gemeentesecretaris
We scoren met de formule A x B x C x D.
Score bij A ‘bijdrage aan bepalende factoren’ x score bij B ‘effectiviteit en kwaliteit van activiteit’ x score bij C ‘prijs per directe deelnemer’ x score bij D ‘Meten, leren en verbeteren’ = maatschappelijke impact en efficiëntie.
Om de maximale score te krijgen, kiezen we de hoogste score per categorie:
De hoogste score die je kunt behalen met de gegeven scores is 2450 punten.
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij A wordt toegekend.
Sterke onderbouwing: Dit betekent dat er bewijs wordt geleverd door de meest betrouwbare onderzoekssoorten, zoals RandomizedControlledTrials (RCT's) (dit zijn experimenten waarbij de deelnemers willekeurig worden toegewezen aan verschillende groepen) en/of meta-analyses (onderzoeken die meerdere studies samenvoegen en analyseren om een algemeen resultaat te vinden).
Goede onderbouwing: Dit betekent dat het bewijs komt uit ander effectonderzoek (onderzoek dat het effect van een interventie meet) en/of systematische reviews (onderzoeken die meerdere studies op een gestructureerde manier samenbrengen) en/of longitudinaal onderzoek (onderzoek dat deelnemers over langere tijd volgt om veranderingen te meten).
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij B wordt toegekend.
Sterke aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie die in Nederland is uitgevoerd, betrouwbare bewijs toont dat de interventie of aanpak effectief is. Dit zou bijvoorbeeld een RandomizedControlled Trial (RCT) kunnen zijn, waarbij er metingen voor en na de interventie zijn uitgevoerd om de effecten te meten.
Goede aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk tot goed bewijs levert dat de interventie werkt. Dit kan bijvoorbeeld een quasi-experimenteel onderzoek zijn, wat betekent dat de onderzoekers de effecten van een interventie meten zonder willekeurige toewijzing van deelnemers aan verschillende groepen.
Eerste aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk bewijs levert voor de effectiviteit van de interventie, bijvoorbeeld onderzoek met metingen voor en na de interventie. Het kan ook onderzoek zijn dat in het buitenland is uitgevoerd, bijvoorbeeld een RCT, maar het bewijs is minder sterk dan in de vorige categorieën.
Theoretisch onderbouwd: Dit betekent dat er een theoretische uitleg is die de activiteit of interventie ondersteunt. Het gaat hierbij niet om goedgekeurde wetenschappelijke studies, maar om een beschrijving van het probleem, de doelgroep, de doelen, de aanpak, en de voorwaarden van de activiteit. De theoretische onderbouwing gebruikt wetenschappelijke theorieën en empirische kennis om uit te leggen waarom de interventie waarschijnlijk effectief is.
Geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing: Dit betekent dat er geen bewijs is dat de interventie effectief is, en ook geen theoretischeonderbouwing is gegeven om de werkzaamheid te ondersteunen. Er is dus geen betrouwbare informatie verstrekt om te bewijzen dat de interventie werkt.
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij C wordt toegekend.
De score bij C wordt bepaald op basis van de prijs per directe deelnemer aan de activiteit. Dit wordt berekend door de prijs per activiteit te delen door het aantal directe deelnemers per activiteit (zoals op het aanvraagformulier bepaald). De meest gunstige categorie scoort 7 punten, die erna 5 punten, daarna 3 punten, vervolgens 2 punten. De activiteit scoort 0 punten wanneer dit in de hoogste categorie valt. De categorieën zijn als volgt:
De manier van meten, leren en verbeteren wordt per activiteit beoordeeld. Dit is verdeeld in niveaus. Het hoogste niveau, waar aan alle criteria van meten, leren en verbeteren wordt voldaan, krijgt de hoogste score. Daarna volgen twee lagere niveaus met lagere scores. Het laagste niveau, waar aan één of geen van de criteria wordt voldaan geeft een score van 0 punten.
Meten leren en verbeteren bestaat op het hoogste niveau uit kwantitatieve en kwalitatieve metingen, een hieraan verbonden methodische wijze van leren en reflecteren en een structureel verbeterplan voor activiteiten.
Kwantitatieve outcome-meting op doel van de activiteit met gevalideerd instrument voor de doelgroep, voor, na en eventueel tijdens de activiteit
Kwantitatieve meting betekent dat de effecten van de activiteit meetbaar zijn met cijfers of cijfers gebaseerd op data (bijvoorbeeld het aantal mensen dat een bepaalde vaardigheid heeft verworven). Dit moet gedaan worden met een gevalideerd instrument, wat betekent dat het meetinstrument (bijvoorbeeld een vragenlijst) is getest en bewezen betrouwbaar is voor de specifieke doelgroep. De metingen moeten voor, na en eventueel tijdens de activiteit plaatsvinden om te zien of de activiteit daadwerkelijk invloed heeft gehad.
Kwalitatieve metingen op mechanismen van de activiteit op methodische manier
Kwalitatieve meting betekent dat er vragen worden gesteld aan de deelnemers om te begrijpen hoe en waarom de activiteit werkt. Er wordt gekeken naar de mechanismen van de activiteit. Dat zijn de onderliggende processen die de verandering mogelijk maken. Zo kan geleerd worden of de activiteit werkt zoals deze bedoeld is.. Dit moet op een systematische en planmatige manier gebeuren, bijvoorbeeld door focusgroepen, interviews, enquêtes, of observaties. Dit geeft inzicht in de achtergrond van de veranderingen die worden veroorzaakt door de activiteit.
Reflecteren en leren op methodische wijze
Dit betekent dat er planmatig wordt gereflecteerd op de uitvoering van de activiteit: wat goed ging en wat beter kan. Dit gebeurt op basis van de uitkomsten van de metingen (zowel kwantitatieve als kwalitatieve). Het is een continu proces, wat betekent dat er regelmatig wordt geëvalueerd en geleerd van de ervaringen om de activiteit in de toekomst te verbeteren. Dit moet minimaal voldoen aan de reflectiecriteria van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of de criteria van het Register voor Sociaal Werkers .
Alle bovenstaande elementen toegepast in een cyclisch proces
Alle bovenstaande onderdelen moeten samen in een herhalend (cyclisch) proces worden toegepast. Dit houdt in dat er continu wordt geëvalueerd, geleerd, verbeterd en de activiteit telkens opnieuw wordt uitgevoerd met verbeteringen. Dit proces zorgt ervoor dat de activiteit steeds effectiever en beter wordt door de tijd heen.
Gevalideerd instrument: als een instrument gevalideerd is, betekent dit dat er onderzoek is gedaan naar de validiteit en de betrouwbaarheid: het instrument meet daadwerkelijk wat het moet meten, ook als het gebruikt wordt in verschillende situaties door verschillende personen (NJi). Veel instrumenten, zowel gevalideerde als niet gevalideerde zijn te vinden in de Databank Instrumenten van het NJi: Databank Instrumenten | Nederlands Jeugdinstituut. Niet voor alle doelen en doelgroepen zijn gevalideerde instrumenten beschikbaar. Dan geldt voor dit criterium dat het best beschikbare instrument gebruikt wordt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-215384.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.