Gemeenteblad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2025, 213560 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2025, 213560 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
In deze verordening wordt verstaan onder:
eigenaar: onder ‘eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek’ wordt in deze verordening mede verstaan: de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend;
HOOFDSTUK II WOONRUIMTEVERDELING
Paragraaf 2.1 Mandaat en huisvestingsvergunning
Van de bevoegdheid tot woonruimteverdeling en van de afhandeling van de bezwaarprocedure kan door het college mandaat worden verleend aan de corporaties voor wat betreft hun vastgoedportefeuille.
Artikel 4 Aanvragen vergunning sociale huur en standplaats
Door middel van het aanvaarden van een onder deze regeling aangeboden sociale huurwoning of standplaats dient de huurder, van woningen zoals vermeld onder artikel 3 lid 1 sub a en b, tevens een aanvraag om een vergunning in.
Een persoon die gedurende twee jaren onafgebroken feitelijk een gezamenlijk huishouden voert met de vergunninghouder en gedurende die tijd als bewoner op het betreffende adres staat ingeschreven in de Basisregistratie personen, wordt mede-vergunninghouder. Dit geldt niet voor doelgroepwoningen en standplaatsen.
Paragraaf 2.3 Aanbieding van sociale huurwoningen
Artikel 12a Correctieregelingen registratie woningzoekenden
Woningzoekenden van Wierden en Borgen ingeschreven voor 1 september 2021 als woningzoekende in WoningNetBovenGroningen krijgen bij reactie op een woning in de voormalige gemeente Ten Boer een gecorrigeerde inschrijftijd van 5 jaar extra. De correctie op inschrijftijd vervalt op 1 september 2026. Vanaf dat moment geldt de werkelijke inschrijfdatum voor toewijzing.
Artikel 13a bijzondere volgordebepaling
Er is sprake van urgentie als een huishouden in een zodanige noodsituatie verkeert dat verhuizen op zeer korte termijn noodzakelijk is. De situatie kenmerkt zich door een plotseling karakter. Betrokkenen dienen daarbij aannemelijk te maken zelf niet in staat te zijn binnen drie maanden andere, gezien het probleem, geschikte woonruimte te vinden.
Paragraaf 2.4 Bijzondere voorschriften toewijzing woonwagenstandplaatsen en doelgroepwoningen (ex)woonwagenbewoners
Voor de inschrijving en verlening voor woonwagenstandplaatsen en doelgroepwoningen zijn artikel 9 lid 5 tot en met 8 niet van toepassing.
Artikel 17 Rangorde op de wachtlijsten
Voor de wachtlijst woonwagenlocaties De Kring, Peizerweg, Zuiderweg en Leegeweg, en de wachtlijst woonwagenlocaties Beijum is de rangorde:
daarna de ingeschrevene die tenminste 10 jaar aaneengesloten rechtsgeldig in een woonwagen op een standplaats elders in het toepassingsgebied van de verordening woont of heeft gewoond en de ingeschrevene die rechtsgeldig tenminste 10 jaar aaneengesloten buiten het toepassingsgebied van de verordening in Nederland rechtmatig in een woonwagen op een standplaats woont of heeft gewoond;
Indien hun ouders of verzorgers overlijden of naar een verpleeghuis verhuizen, kunnen kinderen van 18 jaar en ouder die tenminste 10 jaar bij hun ouders of verzorgers inwonen het huurcontract van de ouder(s) op hun naam krijgen. Het oudste kind komt daarvoor dan als eerste in aanmerking. Het college kan vrijstelling verlenen van de leeftijdgrens van 18 jaar.
Paragraaf 2.5 Middeldure huurwoonruimte
Artikel 20 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning slechts in aanmerking:
voor een middeldure huurwoonruimte komen woningzoekenden slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als het huishoudinkomen over het inkomenstoetsjaar niet hoger is dan de voor meerpersoonshuishoudens geldende inkomensgrens zoals vermeld in artikel 10, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014.
Artikel 23 Weigeringsgronden huisvestingvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning weigeren, als:
het huishouden als gevolg van het verlenen van de huisvestingsvergunning meer dan één woonruimte in gebruik zal krijgen, tenzij burgemeester en wethouders toestaan dat het huishouden vanwege verkoop van een woonruimte tijdelijk twee woonruimten in gebruik mag hebben waarvan feitelijk slechts één woonruimte wordt bewoond;
Artikel 26 Samenwonende middeldure huurwoonruimte
Een persoon die gedurende twee jaren onafgebroken feitelijk een gezamenlijk huishouden voert met de vergunninghouder en gedurende die tijd als bewoner op het betreffende adres staat ingeschreven in de Basisregistratie personen, wordt mede-vergunninghouder.
HOOFDSTUK III WIJZIGINGEN IN DE WOONRUIMTEVOORRAAD
Paragraaf 3.1 Onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden ingetrokken als:
de vergunning, bedoeld in artikel 21 van de Wet, kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat toepassing wordt gegeven aan dit lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Paragraaf 3.2 Bijzondere regels kadastrale splitsing
Artikel 33. Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen splitsing
Gebouwen die 15 jaar, of langer, voor het passeren van de, op die gebouwen van toepassing zijnde, akte van splitsing tot stand zijn gekomen mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
Een vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet kan worden geweigerd als:
Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden ingetrokken als:
Het college kan een splitsingsvergunning intrekken, indien niet binnen een jaar nadat de splitsingsvergunning is verleend, is overgegaan tot overschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten.
Paragraaf 3.3 Wet Toeristische Verhuur
Artikel 40 Zorgplicht aanbieder
De aanbieder die een woonruimte toeristisch heeft verhuurd, zorgt ervoor dat door gedragingen in of vanuit de verhuurde woonruimte, het bijbehorende erf of de onmiddellijke nabijheid van de woonruimte geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt door toedoen van de huurders of hun bezoekers.
Paragraaf 3.4 Opkoopbescherming
Artikel 43 Vergunning voor de verhuur van binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimten (vergunning opkoopbescherming)
De vergunning wordt verleend indien:
de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste twaalf maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt, of
Artikel 45 Te verstrekken gegevens en bescheiden vergunning opkoopbescherming
In het geval dat een aanvraag ziet op verleningsgrond als bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel b wordt een schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik worden gegeven, mede aangeleverd.
Artikel 47 Beschikkingsvereisten
Een vergunning als bedoeld in artikel 43 bevat ten minste de volgende gegevens:
De vergunning als bedoeld in artikel 43 wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan één of meerdere vormen als bedoeld in het tweede lid van artikel 43 of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
De vergunning als bedoeld in artikel 43 wordt ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan de vorm waarvoor de vergunning is verleend als bedoeld in het tweede lid van artikel 31 of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
HOOFDSTUK IV OVERIGE BEPALINGEN
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren.
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 21, 22 eerste lid, 23a eerste lid, 23b eerste en tweede lid en 41, eerste lid van de Huisvestingswet 2014, of bij handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 en 26 van de Huisvestingswet 2014.
De in de tabel genoemde boetenormbedragen gelden voor iedere separate overtreding van de Huisvestingsverordening. Indien een verhuurder meerdere regels de Huisvestingsverordening overtreedt, kunnen de daarmee corresponderende boetebedragen gecumuleerd aan de overtreder worden opgelegd tot het wettelijke maximumbedrag dat in artikel 35, tweede lid van de Wet is vastgesteld.
Indien er sprake is van een andere mate van verwijtbaarheid gaan burgemeester en wethouders in de berekening uit van de volgende categorisering:
Burgemeester en wethouders hanteren 50% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in tabel 1 indien de overtreder aannemelijk maakt dat de ernst van de overtreding beperkt is of indien de overtreder aannemelijk maakt dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding.
Wanneer er sprake is van een overtreding van deze verordening die gelegaliseerd kan worden en er geen sprake is van verstoring van de woningvoorraad én een aanvraag voor een vergunning daartoe binnen twee weken na een bestuursrechtelijke aanschrijving is gedaan, kan de boete gematigd worden naar €250,- .
Artikel 52 Geringe financiële draagkracht van de overtreder
Burgemeester en wethouders kunnen de boete matigen bij geringe financiële draagkracht bij rechtspersonen met een reële onderneming in het geval de boete naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een faillissement of een daarmee vergelijkbare situatie en dit ernstige gevolgen heeft voor de overtreder en/of werknemers van de overtreder.
Gedaan te Groningen ter openbare raadsvergadering van 26 maart 2025.
De voorzitter,
Mirjam van ‘t Veld
De griffier,
Josine Spier
BIJLAGE I Boetetabel bij artikel 51
Van recidive als bedoeld in bovenstaande tabel is sprake wanneer na het opleggen van een bestuurlijke boete voor een overtreding wordt vastgesteld dat dezelfde overtreder opnieuw dezelfde overtreding begaat in hetzelfde of in een ander pand. Als recidivetermijn geldt vier jaar (na de datum van de eerdere overtreding). Een overtreding die na deze termijn wordt herhaald geldt als eerste overtreding. In de volgende gevallen is er sprake van opnieuw dezelfde gedraging:
Wanneer het gaat om dezelfde woonruimte, moet de eerste overtreding beëindigd zijn. Er kan niet tweemaal een boete worden opgelegd voor het zelfde feit. Wordt bij dezelfde woonruimte opnieuw dezelfde overtreding begaan, nadat er sprake is geweest van beëindiging van de eerste overtreding, dan geldt dit wel als opnieuw dezelfde gedraging;
Wordt eenzelfde overtreding begaan met betrekking tot een andere woonruimte door dezelfde overtreder, dan is er wel sprake van opnieuw dezelfde gedraging. Een overtreder overtreedt immers tweemaal hetzelfde artikel en de daarin beschermde norm. De eerst geconstateerde overtreding hoeft in dit geval niet al beëindigd te zijn;
Ditzelfde principe geldt ook voor een 3e, 4e en volgende overtreding.
In de volgende gevallen is er – in ieder geval – sprake van bedrijfsmatige exploitatie zoals bedoeld in bovenstaande tabel
De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met (regelgeving omtrent) huisvesting en exploitatie van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus, sleutelbedrijven en bedrijven die zich bezig houden met huisvesting van eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder;
Onttrekking van woonruimte is enkel bedrijfsmatig indien dit vanuit commercieel oogpunt plaatsvindt. Onttrekking in het kader van het voeren van een bedrijf (opslag supermarkt, meelsilo voor een bakkerij, of een logiesfunctie), maar ook het in gebruik hebben van woonruimte met een hennepkwekerij, drugshandel en/of illegale prostitutie is als een onttrekking vanuit commercieel oogpunt te beschouwen.
Uit de omvang van onzelfstandige bewoning kan ook een bedrijfsmatig karakter van de exploitatie blijken: bij vijf of meer personen, kan dit aangemerkt worden als kamerverhuur in de zin van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De exploitant dient bij een exploitatie van die omvang ook te zorgen voor een brandveilig gebruik en op de hoogte te zijn van de overige regelgeving.
Samenvoeging van een woonruimte is niet bedrijfsmatig, tenzij de overtreder zich beroepsmatig bezighoudt met huisvesting en exploitatie van onroerend goed.
Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus en bedrijven die zich bezighouden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-213560.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.