Gemeenteblad van Deurne
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deurne | Gemeenteblad 2025, 213236 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deurne | Gemeenteblad 2025, 213236 | overige overheidsinformatie |
Convenant aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030
hierna gezamenlijk te noemen: de partijen.
Zie voor een volledig overzicht van alle convenantpartijen het overzicht op pagina 16 van dit convenant.
Het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Brabant, hierna: het OM, onderschrijft het belang van de samenwerking ten behoeve van de in dit convenant genoemde doelen. Het OM heeft een wettelijke taak in het proces van opsporen en vervolgen van de onderhavige criminaliteit. Tevens heeft het OM wettelijke mogelijkheden in het verstrekken van gegevens aan de partijen bij dit convenant. Dit vereist per geval een toets. Daarmee bestaat er voor het OM geen juridische noodzaak het convenant te tekenen als partij. Het OM tekent ‘voor gezien en akkoord’.
In het verzorgingsgebied van de politie-eenheid Oost-Brabant veelvuldig sprake is van illegale productie, verwerking, opslag van en handel in drugs. Ook wordt drugsafval met regelmaat gedumpt en/of geloosd. Dit brengt gevaarlijke en schadelijke gevolgen voor milieu, maatschappij en volksgezondheid met zich mee;
Het voorkomt dat bewoners, huurders of eigenaren (een deel van) hun woning, woonwagen, schuur en/of (bedrijfs-)pand, perceel- of daarbij behorende opstallen, voertuigen en vaartuigen gebruiken of laten gebruiken om drugs te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, of drugs aanwezig hebben;
De voorbereiding of bevordering van het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of voor handen hebben van drugs als genoemd op lijst I of II van de Opiumwet, strafbaar is, (stank)overlast en gevaarzetting (veelal in de vorm van brandgevaar) veroorzaakt, het woon- en leefklimaat van de omgeving en het veiligheidsgevoel van omwonenden aantast;
Deze criminele activiteiten schadelijk en ondermijnend zijn voor de rechtsorde, de samenleving, de openbare drinkwatervoorziening en daarmee de volksgezondheid, de leefbaarheid in de (woon)omgeving, het woningaanbod, de openbare orde en veiligheid en het maatschappelijk aanzien van de gemeenten in Oost-Brabant;
Partijen gevaarlijke situaties wensen te beëindigen, criminele activiteiten met betrekking tot de illegale productie, verwerking, opslag van en handel in drugs willen voorkomen en bestrijden, ernaar streven de leefbaarheid in de betreffende straten en buurten te verbeteren en gevoelens van onveiligheid weg te nemen;
Deze criminele activiteiten in strijd zijn met de overeenkomsten die de netbeheerder, het drinkwaterbedrijf, de woningcorporaties en gemeenten als verhuurders hebben gesloten met hun afnemers respectievelijk huurders en voornoemde organisaties hierdoor vaak aanzienlijke schade lijden en zij met alle mogelijke middelen willen bewerkstelligen dat al hun contractspartijen hun verplichtingen uit die overeenkomsten strikt nakomen;
In dit convenant en de daarbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:
Strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs: het in strijd met de Opiumwet telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben of vervaardigen van drugs, alsmede het uitvoeren van voorbereidende handelingen daartoe of het voorhanden hebben van een voorwerp of stof met dat doel;
Drugspand: een woning, lokaal of een ander gebouw waarbij een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt vervaardigd, geteeld, bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is en/of een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is;
Drugsperceel: erf of grond waarvoor een rechtsorde (eigenaar/eigendomsrecht) geldt, waarbij een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt vervaardigd, geteeld, bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is en/of een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is;
Verwerking: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot Persoonsgegevens of een geheel van Persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid AVG;
Verwerkingsverantwoordelijke: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van Persoonsgegevens vaststelt, zoals bedoeld in artikel 4, zevende lid AVG, of genoemd in artikel 1, onder f Wpg of artikel 1, onder k Wjsg;
Alle bij dit convenant betrokken partijen leveren een betekenisvolle bijdrage vanuit een maatschappelijk belang: het komen tot veilige en leefbare straten, wijken en buurten in de Oost-Brabantse gemeenten. Het doel van dit convenant is het voorkomen en aanpakken van (ondermijnende) drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek, binnen de in dit convenant aangegeven reikwijdte.
De partijen onderkennen de dreigingen die met drugscriminaliteit gepaard gaan en komen overeen de illegale drugsproductie, verwerking, opslag van en handel in drugs via een gezamenlijke aanpak te voorkomen, te bestrijden en gevaarlijke situaties onmiddellijk te beëindigen. Door de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en civielrechtelijke maatregelen op elkaar af te stemmen wordt het aanpakken van drugscriminaliteit bevorderd. De partijen geven binnen de kaders van de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden invulling aan hun eigen taak. Met de aanpak worden onderstaande doelen beoogd:
Het tegengaan van het onrechtmatig gebruik van huurwoningen en bedrijfsruimtes en het bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid in de samenleving door het verrichten van civielrechtelijke rechtshandelingen via de rechtbank, waaronder het beëindigen of (buitengerechtelijk) ontbinden van huurovereenkomsten en ontruimen van woningen en bedrijfsruimtes, of het opleggen van een gedragsaanwijzing indien ontbinding niet haalbaar is, of om voor de woningcorporatie moverende redenen niet gewenst is, en het civielrechtelijk verhalen van schade aan woningen en bedrijfsruimtes;
Voornoemde doelen worden aangemerkt als:
Het kunnen bereiken van die doelen en kunnen monitoren van de voortgang daarvan, vergt dat partijen de voor die situatie noodzakelijke Persoonsgegevens met elkaar kunnen uitwisselen.
Zonder verstrekking van politiegegevens aan partijen is het bereiken van deze doelstellingen niet mogelijk. De partijen voorzien elkaar van relevante persoons- en overige gegevens voor zover deze noodzakelijk, relevant en niet bovenmatig zijn voor de aan hen toebedeelde taken en verplichtingen in relatie tot de aanpak van drugscriminaliteit.
4. Grondslagen gegevensverwerking
De partijen hebben de volgende taken:
de gemeentetaak zoals genoemd in artikel 13b Opiumwet, artikel 172 Gemeentewet, afdeling 18.1 Omgevingswet, artikel 92 Woningwet, artikel 32 Huisvestingswet 2014, artikel 76a Participatiewet, artikel 34 en 35 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34 en 35 de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 3 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, artikel 2.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 2.1 Jeugdwet;
de taak van het UWV, zoals genoemd in artikel 30 en 55a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), hoofdstuk 5 Awb en verder, zoals genoemd in de materiewetten als de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering, de wettelijke werkloosheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, de Toeslagenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, alsmede aan wetten die de uitvoering van deze wetten beheersen, voor zover die uitvoering niet bij of krachtens enige wet aan anderen is opgedragen;
de taak van de woningcorporatie zoals genoemd in artikel 45 lid 2 sub f van de Woningwet en artikel 51 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting de verplichtingen die een woningcorporatie op grond van artikel 7:204 lid 2 en 7:206 lid 1 Burgerlijk Wetboek jegens haar huurders en op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek jegens omwonenden kan hebben gericht op behoud van woongenot, de leefbaarheid van de wijk en veiligheid van omwonenden;
de taak van de netbeheerder zoals genoemd in artikel 16, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998 (en/of artikel 26 ab juncto artikel 95 ca van deze wet) en/of artikel 10, eerste tot en met derde en vijfde lid juncto 13b van de Gaswet. Daarnaast is de netbeheerder gehouden aan haar geheimhoudingsplicht conform artikel 79 Elektriciteitswet en artikel 37 Gaswet;
De verwerking van Persoonsgegevens ter uitvoering van deze taken vindt plaats op basis van de volgende grondslagen:
De politie verwerkt politiegegevens voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van de politietaak, zoals neergelegd in artikel 3 Politiewet 2012. De grondslag voor verwerking van politiegegevens is gelegen in de Wpg. De grondslag voor de structurele verstrekking van artikel 8 en artikel 13 [en artikel 9 en artikel 10, eerste lid, onder a en c na toestemming van de bevoegd functionaris en/of Officier van Justitie van het Openbaar Ministerie] politiegegevens, aan partijen in het samenwerkingsverband is gelegen in artikel 20 Wpg. Dit is nader vastgelegd in de ‘beslissing tot structurele verstrekking van politiegegevens aan derden op grond van artikel 20 Wpg’ in het kader van dit convenant (zie ook artikel 7 van dit convenant).
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, ieder voor zo ver het hun wettelijke bevoegdheden betreft, verwerkt en verstrekt Persoonsgegevens voor zo ver dit noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6, eerste lid, onder c AVG, of voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, eerste lid, onder e AVG.
Woningcorporaties verwerken en verstrekken Persoonsgegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de betreffende woningcorporatie of van een betrokken derde in de zin van artikel 6, lid 1 onder f AVG. Als gerechtvaardigd belang wordt aangemerkt de naleving van de verplichtingen uit de overeenkomst met Betrokkene, de wettelijke taken verplichtingen die volgen uit de aangehaalde wetsartikelen in artikel 4 van dit convenant en het belang om de leefbaarheid zoveel mogelijk te borgen in de wijk waar de woningen van woningcorporaties zijn gelegen;
Netbeheerder Enexis en drinkwaterbedrijf Brabant Water verwerken en verstrekken Persoonsgegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst, waarbij de Betrokkene partij is op grond van artikel 6, eerste lid onder b AVG, om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6, eerste lid, onder c AVG, en/of voor de vervulling van een taak van algemeen belang op grond van artikel 6, eerste lid, onder e AVG, en/of omdat de verwerking van Persoonsgegevens noodzakelijk is om het gerechtvaardigd belang van de partij of haar klanten te behartigen op grond van artikel 6, eerste lid onder f AVG.
Het UWV verwerkt Persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6, eerste lid, onder c AVG, voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, eerste lid, onder e AVG. UWV verwerkt Persoonsgegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor de vervulling van de taak als bedoeld in artikel 30 lid 1 van de Wet SUWI en artikel 55a van de Wet SUWI.
5. Categorieën Betrokkenen en categorieën Persoonsgegevens
In het kader van de samenwerking kunnen door partijen over de volgende categorieën personen de volgende categorieën Persoonsgegevens verstrekt worden voor zover dit voor de ontvangende partij noodzakelijk is om haar deel van de doelstellingen te kunnen bereiken en de gegevens toereikend zijn, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.
Categorie Betrokkene; overige Betrokkene(n)1:
6. Inspanningen, inrichting samenwerking en verwerkingsverantwoordelijkheid
Als bij één van de partijen, op basis van haar ter beschikking staande feitelijke gegevens of andere informatie, het vermoeden bestaat dat er sprake is van illegale productie, verwerking, opslag van of handel in drugs, dan informeert zij onverwijld de politie over de plaats van de vermoedelijke productie-, verwerkings-, opslag- of handelslocatie alsmede de aanleiding waarop dat vermoeden is gebaseerd.
De politie onderzoekt – in afstemming met het Openbaar Ministerie – het vermoeden om vast te stellen of er voldoende aanwijzingen zijn om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Bij het vermoeden van een strafbaar feit worden partijen met een controlebevoegdheid en/of opsporingsbevoegdheid en de betreffende gemeente geïnformeerd, zodat zij adequate maatregelen kunnen treffen, tenzij het belang van het strafrechtelijk onderzoek zich daartegen verzet.
Afhankelijk van de aangetroffen situatie worden de relevante partijen geïnformeerd over de bevindingen voor zover zij deze informatie nodig hebben om eventuele maatregelen te treffen. De politie zal conform het verstrekkingenkader zo snel mogelijk de berichtgeving ten aanzien van de convenantpartijen verzorgen, voor zo ver dit voor hun taak noodzakelijk is.
Als blijkt dat er sprake is van het tekortschieten in de verplichting uit de huurovereenkomst omdat sprake is van een drugspand in de zin van dit convenant ten aanzien van een huurwoning, huurwoonwagen en/of op een woonwagenstandplaats of daarbij behorend bijgebouw, erf of grond, dan zal de betreffende woningcorporatie alle mogelijke maatregelen treffen teneinde de overtreding te beëindigen, herhaling op die locatie te voorkomen en het signaal afgeven dat dergelijk handelen van een huurder niet wordt getolereerd. Indien de huurder/bewoner weigert om vrijwillig te ontruimen en de woningcorporatie dit om deze doelen te bereiken noodzakelijk acht, gaat de betreffende woningcorporatie over tot het opstarten van een gerechtelijke procedure om toestemming te verkrijgen van de rechter voor ontruiming van de woning, woonwagen of standplaats, en, zo nodig, de huurovereenkomst door de rechter te laten ontbinden inclusief het instellen van een vordering tot verhaal van mogelijk geleden materiële schade.
Als bij het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) divisie Handhaving op basis van de aan haar ter beschikking staande feitelijke gegevens of andere informatie, het vermoeden bestaat dat er sprake is van illegale productie, verwerking, opslag van of handel in drugs, dan onderzoekt het UWV of de deelnemer(s) wellicht ten onrechte één of meer uitkering(en) hebben genoten uit hoofde van de sociale verzekeringswetten. Door het UWV kunnen daarvoor maatregelen worden getroffen, zoals het beëindigen van of korten van inkomsten op uitkeringen, terugvorderen van ten onrechte verkregen uitkering(en), dan wel het opnemen van een aangifte en opmaken van een proces-verbaal uitkeringsfraude (indien het benadelingsbedrag boven de aangiftegrens ligt) ten behoeve van het Openbaar Ministerie, dan wel het opleggen van een bestuurlijke boete of waarschuwing.
Convenantpartijen verplichten zich over en weer tot elkaar om de in dit convenant neergelegde rechten en verplichtingen naar vermogen uit te voeren en na te leven, met inachtneming van de doelstelling van dit convenant en met behoud van ieders eigen verantwoordelijkheden en alle geldende wettelijke bepalingen.
Convenantpartijen verplichten zich om ervoor te zorgen dat hun eigen registraties (en verwerkingen) waaruit zij – via het overleg en de registratie - gegevens verstrekken aan de andere convenantpartijen, op orde zijn. Dat wil zeggen dat de convenantpartijen moeten waarborgen dat zij deze gegevens rechtmatig verzamelen én dat zij moeten waarborgen dat zij alleen als dat mag op grond van een geheimhoudingsverklaring de gegevens mogen verstrekken aan de andere convenantpartijen. Op welke wijze de convenantpartijen dat waarborgen gaat het bestek van het convenant te buiten. Het is van belang ervoor te zorgen dat de registraties van de convenantpartijen rechtmatig zijn en dat de verstrekking rechtmatig is. De rechtmatigheid van de gegevensontvangst door het overleg hangt immers mede af van de rechtmatigheid van de gegevensverstrekking door de convenantpartijen.
Ten behoeve van de samenwerking in het kader van dit convenant en de daaruit vloeiende verstrekkingen wordt geen gezamenlijk bestand gevormd. Dit betekent dat de noodzakelijke verstrekkingen aan ieder van de ontvangers afzonderlijk plaatsvinden en dat er met het oog op de gezamenlijke doeleinden uit dit convenant geen overzichten worden opgesteld met daarin naar individuele personen herleidbare gegevens. Iedere partij is daarmee zelf verantwoordelijk voor de registratie van de verstrekkingen in overeenstemming met de AVG.
7. Beslissing artikel 20 Wet politiegegevens
Op het moment van het ondertekenen van het convenant ‘Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 - 2030’ door burgemeester en Openbaar Ministerie, ondertekenen zij in hun hoedanigheid van bevoegd gezagdrager over de politie, tevens de beslissing in te stemmen met de verstrekking van politiegegevens conform artikel 20 Wpg. De beslissing artikel 20 Wpg wordt als afzonderlijk document aan dit convenant toegevoegd (bijlage 3).
Partijen dragen er zorg voor dat diegenen die Persoonsgegevens verwerken, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, verklaren tot geheimhouding van Persoonsgegevens en andere gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht.
Artikel 7 Wpg ziet op de geheimhoudingsplicht. Daaruit volgt dat de ontvanger van politiegegevens deze gegevens kan ‘doorverstrekken’ ‘voor zover een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking verplicht of zijn taak daartoe noodzaakt’. Dit betekent dat de ontvanger moet kunnen aantonen dat het voor zijn taak noodzakelijk is om de gegevens te verstrekken, dat het belang om de gegevens te vestrekking in verhouding staan tot de beperking van de persoonlijke levenssfeer (proportionaliteit) en dat het ook niet met minder gegevens kan (subsidiariteit).
Partijen beveiligen de Persoonsgegevens tegen verlies of enige vorm van onrechtmatige verwerking en treffen daartoe de nodige passende technische en organisatorische maatregelen. Overheidspartijen in het convenant voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader voor informatie- beveiliging binnen de gehele overheid. De corporaties hanteren de Baseline Informatieveiligheid Corporaties (BIC). De andere convenantpartijen voldoen minimaal aan de ISO 27001, de internationale standaard voor informatiebeveiliging. De maatregelen betreffen in ieder geval:
Beveiligde elektronische uitwisseling van gegevens, indien mogelijk door encryptie en andere vormen van beveiliging, waarbij uitlekken van gegevens wordt gesignaleerd en gegevens niet direct leesbaar zijn voor derden. Indien partijen nog niet beschikken over de mogelijkheid om beveiligd elektronisch gegevens uit te wisselen, spannen partijen zich in om dit te implementeren.
Partijen hebben procedures om de betrouwbaarheid, zowel bij aanname als gedurende het dienstverband, van medewerkers vast te stellen. Onderdeel hiervan is in ieder geval het laten ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring en een screening van medewerkers, bijvoorbeeld door middel van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) of, waar nodig, een Verklaring Omtrent het Gedrag Politiegegevens (VOG-P).
Indien de door de convenantpartijen verwerkte Persoonsgegevens niet van de Betrokkene zelf zijn verkregen, wordt de Betrokkene door de Verwerkingsverantwoordelijke die hiertoe op grond van de AVG verplicht is geïnformeerd. Het informeren kan, gelet op in artikel 14, vijfde lid, AVG, artikel 23, eerste lid, AVG, en artikel 41, eerste lid, UAVG, genoemde bepalingen op een later moment plaatsvinden of in het uiterste geval achterwege blijven, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van onder meer de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en vervolging van strafbare feiten, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid.
Een Betrokkene die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een verwijtbare inbreuk op de voor de partijen van toepassing zijnde wet- en regelgeving, heeft het recht van de onderhavige Verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.
Een vertegenwoordiging van convenantpartijen wordt geconsulteerd over de toetreding van een nieuwe partij. Het is aan de eindbeoordeling van de Regionale Driehoek2 of een partij daadwerkelijk wordt toegelaten tot dit convenant. De beoordeling wordt gemaakt aan de hand van nut en noodzaak voor de doeleinden van het convenant, rechtmatigheid en integriteit van de beoogd toetredende partij.
Partijen die willen toetreden tot het convenant, verklaren de doelstelling te onderschrijven en gerechtigd te zijn tot gegevensuitwisseling als omschreven in dit convenant. Daartoe wordt een addendum bij dit convenant opgesteld waarbij de partijen zich volledig conformeren aan de bepalingen in het convenant. Toetreding vindt plaats door middel van ondertekening van het in dit genoemde addendum door de toetredende partij.
Indien er een nieuwe partij toetreedt tot het convenant, moet het bevoegd gezag van de politie, de regioburgemeester en het Openbaar Ministerie, instemmen met de verstrekking van politiegegevens conform artikel 20 Wpg. Dit betekent dat de beslissing tot structurele verstrekking van politiegegevens op grond van artikel 20 van de Wet politiegegevens in het kader van het convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” (bijlage 3) wordt gewijzigd en opnieuw ter ondertekening wordt aangeboden aan de politie, het Openbaar Ministerie en de regioburgemeester.
Partijen kunnen hun deelname aan dit convenant, met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste drie maanden, beëindigen middels een schriftelijke verklaring aan alle convenantpartijen. Eenzijdig beëindiging van de deelname aan het convenant zonder opzegtermijn is niet mogelijk anders dan met instemming van alle convenantpartijen.
Partijen verplichten zich om iedere twee jaar het convenant en de samenwerking te evalueren. Dit gebeurt ook uiterlijk een half jaar voor het verstrijken van de looptijd. De evaluatie ziet toe op enerzijds de effectiviteit van de gegevensuitwisseling en anderzijds op de naleving van de privacy principes, waaronder dataminimalisatie. De Programmaraad Ondermijning Oost-Brabant neemt het initiatief voor de evaluatie.
Het is van belang dat de privacy officers van de deelnemende organisaties betrokken worden bij de evaluatie van het convenant. Jaarlijks zijn er ontwikkelen onder andere op het vlak van de AVG, Wpg en Wjsg. De privacy officers beoordelen of het nodig is om de nieuwe ontwikkelingen te verwerken in het convenant.
Ondertekening deelnemende partijen (tekenvellen)
ondertekend op: 18-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch
Waarnemend politiechef eenheid Oost-Brabant
Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen
Voor gezien en akkoord; ondertekend op: 18-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch
De Hoofdofficier van Justitie arrondissementparket Oost-Brabant
ondertekend op: 28-03-2025 te Eindhoven
De burgemeester, De heer J.R.V.A. Dijsselbloem
ondertekend op: 28-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch
De burgemeester, De heer J.M.L.N. Mikkers
ondertekend op: 27-03-2025 te Budel
De burgemeester, De heer F.A.P. van Kessel
Ondertekend op: 20-03-2025 te Geldrop
De burgemeester, De heer J.C.J. van Bree
ondertekend op: 26-03-2025 te Heeze
De burgemeester, De heer T. Heldens
ondertekend op: 31-03-2025 te Nuenen
De burgemeester, Mevrouw M.M. van Toorenburg
ondertekend op: 27-03-2025 te Son en Breugel
De burgemeester, Mevrouw S.M. Otters – Bruijnen
ondertekend op: 01-04-2025 te Valkenswaard
De burgemeester, De heer H.J. Looijen
ondertekend op: 25-03-2025 te Asten
De burgemeester, Mevrouw A.A.H.C.M. van Extel – van Katwijk
ondertekend op: 24-03-2025 te Deurne
De burgemeester, Mevrouw G.T. Buter
ondertekend op: 25-03-2025 te Gemert
De burgemeester, De heer M.S. van Veen
ondertekend op: 21-03-2025 te Helmond
De burgemeester, De heer S.C.C.M. Potters
ondertekend op: 17-03-2025 te Beek en Donk
De burgemeester, Mevrouw L.A.G.P. van der Aa
ondertekend op: 25-03-2025 te Someren
De loco burgemeester, De heer P. van der Broeck
ondertekend op: 20-03-2025 te Bergeijk
Mevrouw W.J.G. Delissen-van Tongerlo
ondertekend op: 31-03-2025 te Best
De burgemeester, Mevrouw M.J.D. Donders-de Leest
ondertekend op: 25-03-2025 te Bladel
De burgemeester, De heer M.A.G. van den Bosch
ondertekend op: 25-03-2025 te Eersel
De burgemeester, De heer W.A.C.M. Wouters
ondertekend op: 25-03-2025 te Oirschot
De burgemeester, Mevrouw J.C.R. Keijzers-Verschelling
ondertekend op: 25-03-2025 te Reusel
De burgemeester, Mevrouw A. van de Ven
ondertekend op: 26-03-2025 te Veldhoven
De burgemeester, De heer M.J.A. Delhez
ondertekend op: 27-03-2025 te Waalre
De burgemeester, De heer M.F. Oosterveer
ondertekend op: 25-03-2025 te Boxtel
De burgemeester, De heer R.S. van Meygaarden
ondertekend op: 18-03-2025 te Vlijmen
De burgemeester, Mevrouw W. van Hees
ondertekend op: 24-03-2025 te Veghel
De burgemeester, De heer C.H.C. van Rooij
ondertekend op: 27-03-2025 te Sint Michielsgestel
De locoburgemeester, De heer P. Raaijmakers
ondertekend op: 24-03-2025 te Vught
De burgemeester, De heer R.J. van de Mortel
ondertekend op: 21-03-2025 te Heesch
De burgemeester, De heer M.W.J.M. de Man
ondertekend op: 18-03-2025 te Oss
De burgemeester, Mevrouw W.J.L. Buijs-Glaudemans
ondertekend op: 27-03-2025 te Boekel
De burgemeester, Mevrouw C.J.M. van den Elsen
ondertekend op: 25-03-2025 te Cuijk
De burgemeester, Mevrouw M.A.H. Moorman
ondertekend op: 27-03-2025 te Uden
De burgemeester, De heer J.A. van der Pas
Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl
Ondertekend op: 11-03-2025 te Eindhoven
Directeur-bestuurder, De heer R.F.P.M. Beijnsberger
Ondertekend op: 18-03-2025 te Gemert-Bakel
Directeur-bestuurder, Mevrouw J. Abbring
Stichting Trudo en Trudo Holding B.V.
Ondertekend op: 24-03-2025 te Eindhoven
Directeur-bestuurder, De heer E.J.P. Jansen
Woningstichting Helpt Elkander
Ondertekend op: 27-03-2025 te Nuenen
Directeur-bestuurder, De heer S.D.F.J. Putters
Ondertekend op: 25-03-2025 te Helmond
Directeur-bestuurder, De heer B. Sievers
Ondertekend op: 17-03-2025 te Someren
Directeur-bestuurder, De heer M.H. Biemans
Ondertekend op: 17-03-2025 te Valkenswaard
Directeur-bestuurder, De heer M.J. Meulepas
Woningbouwvereniging Bergopwaarts
Ondertekend op: 27-03-2025 te Deurne
Directeur-bestuurder, De heer H. Vedder
Woningbouwvereniging Volksbelang
ondertekend op 17-03-2025 te Helmond
Directeur-bestuurder, De heer C.W.J. Theuws
Stichting Wooninc . en Stayinc . B.V.
Ondertekend op: 26-03-2025 te Eindhoven
Directeur-bestuurder, Mevrouw J.A.P.M. Pijnenburg
Ondertekend op: 25-03-2025 te Helmond
Directeur-bestuurder, De heer ir J.M. Lobée
Ondertekend op: 17-03-2025 te Eersel
Directeur-bestuurder, De heer R. Kersjes
Ondertekend op: 13-03-2025 te Eindhoven
Directeur-bestuurder, De heer L. A. Severijnen
Ondertekend op: 18-03-2025 te Den Bosch
Directeur-bestuurder, Mevrouw C.J.M. Beukeboom-van Woerkum
Woonstichting Charlotte van Beuningen
Ondertekend op: 18-03-2025 te Vught
Directeur-bestuurder, Mevrouw M.E. Verheijen-Verkoijen
Ondertekend op: 18-03-2025 te Drunen
Directeur-bestuurder, De heer E. Damen
Woningcorporatie Brabant Wonen
Ondertekend op: 18-03-2025 te Oss
Directeur-bestuurder, Mevrouw Y. van Mierlo
Ondertekend op: 18-03-2025 te Uden
Directeur-bestuurder, De heer P. Barské
Ondertekend op: 18-03-2025 te Schijndel
Directeur-bestuurder, De heer M.A.W. Wonders
Ondertekend op: 18-03-2025 te Boxtel
Directeur-bestuurder, Mevrouw M.A.J. Vossen
Woningcorporatie PeelrandWonen
Ondertekend op: 18-03-2025 te Boekel
Directeur-bestuurder, Mevrouw K. Priem - Mens
Woningcorporatie Wonen Vlieringsbeek
Ondertekend op: 19-03-2025 te Vlieringsbeek
Directeur-bestuurder, Mevrouw D. Geene
Ondertekend op: 18-03-2025 te Grave
Directeur-bestuurder, Mevrouw C.M.L. Jansen
Woningcorporatie Wonen Limburg en Wonen Limburg Accent B.V.
Ondertekend op: 27-03-2025 te Roermond
Bestuursvoorzitter Stichting Wonen Limburg, De heer G.G.M.P. Peeters
Bestuurder Wonen Limburg Accent B.V., De heer G.G.M.P. Peeters
Ondertekend op: 27-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch
De tekenbevoegde, De Heer P. Smits, teamleider fraudebestrijding
Ondertekend op: 14-03-2025 te Den Bosch
Algemeen directeur-bestuurder, De heer R. van Dongen
Ondertekend op: 20-03-2025 te Amsterdam
Directeur UWV Handhaving, Mevrouw A. Nuij - Hendriks
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
Ondertekend op: 11-03-2025 te Eindhoven
Directeur, Mevrouw M. Wilms-Wils
Veiligheidsregio Brabant-Noord
Bijlage 1. Uitvoeringsprotocol
Het doel van het uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 -2030 is het helder weergeven wat de rol van iedere convenantpartij is en welke stappen daarbij horen in de aanpak van drugslocaties. Het uitvoeringsprotocol (procesbeschrijving) kan op verzoek van de convenantpartijen worden herzien indien daartoe aanleiding is.
Op grond van het convenant kan informatie tussen de convenantpartijen worden verstrekt. Hierbij moet altijd afgewogen worden of de informatie bijdraagt aan het doel van het convenant (het voorkomen en aanpakken van drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek) en voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving.
Artikel 2 van dit uitvoeringsprotocol bevat algemene uitgangspunten die voor alle convenantpartijen gelden: het lokale beleidsmatige drugsoverleg, het operationeel overleg en het verzamelen en evalueren van gegevens.
Artikel 3 t/m 9 van dit uitvoeringsprotocol bevatten een toelichting op de rol van iedere convenantpartij en de daarbij horende processtappen.
Per basisteam wordt bepaalt welke functionaris (behorende tot een van de convenantpartijen) voorzitter is van dit overleg, bijvoorbeeld de Basisteam programmaleider ondermijning3. De voorzitter neemt het initiatief tot het plannen van het beleidsmatig overleg. De frequentie van het overleg wordt per basisteam bepaald, maar is wel tenminste één keer per jaar. De voorzitter is verantwoordelijk om te voorzien in een contactenlijst van de beleidsmedewerkers van convenantpartijen voor een effectieve samenwerking.
Operationeel drugsoverleg: Het aanspreekpunt van het lokale basisteam van de politie en de operationele medewerkers van de convenantpartijen werken op een pragmatische wijze samen om operationele drugszaken te bespreken.
Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn dat een operationeel overleg wordt gepland met alle operationele partijen of in kleiner verband. Doel van dit overleg is om met de betrokken partners op zaakniveau te kijken naar de feitelijke, praktische gang van zaken met betrekking tot de drugslocaties (o.a. het voorbereiden of bespreken van de plaatsgevonden acties). Per drugszaak/casus wordt een overleg gepland met de benodigde partijen.
Per basisteam wordt bepaald welke functionaris (behorende tot een van de convenantpartijen) voorzitter is van dit overleg, bijvoorbeeld de coördinator van het bestuurlijk interventieteam4. De voorzitter neemt het initiatief tot het plannen van een operationeel overleg. De frequentie van het operationeel overleg wordt per basisteam bepaald. De voorzitter is verantwoordelijk om te voorzien in een contactenlijst van operationele medewerkers van convenantpartijen voor een effectieve samenwerking.
Hierbij is het van belang dat bij het uitwisselen van informatie tussen de convenantpartijen de doelbinding van het convenant geborgd blijft (het voorkomen en aanpakken van drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek). Verstrekkingen door de politie en het OM vinden hierbij plaats conform het verstrekkingenkader gegeven in bijlage 2.
Gegevens verzamelen en evalueren: Elke convenantpartij heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het verzamelen en bijhouden van de voor haar eigen taak noodzakelijke gegevens. Voor zover noodzakelijk voor ieders taakuitoefening worden voor zover mogelijk op basis van privacywet- en regelgeving de door ieder van de partijen verzamelde gegevens in het beleidsmatige drugsoverleg besproken.
Ieder jaar wordt de samenwerking op lokaal (basisteam) niveau geëvalueerd door de convenantpartijen. Voor deze evaluatie worden de verzamelde gegevens (zie punt 2.4) zijnde geen Persoonsgegevens, inzake de drugsacties gebruikt. De voorzitter van het beleidsmatige drugsoverleg neemt het initiatief tot deze lokale evaluatie. De partijen leveren de resultaten aan bij de voorzitter. De voorzitter bundelt de resultaten en deelt dit met de convenantpartijen.
Deze lokale evaluatie staat los van de twee jaarlijkse evaluatie van het Convenant ‘aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030’.
Te verzamelen gegevens: Ten behoeve van de evaluatie en het overleg zullen de convenantpartijen in ieder geval zorgdragen voor het paraat hebben van de volgende statistische gegevens in relatie tot drugscriminaliteit:
Veiligheidsregio’s – Brandweer
De brandweer houdt geen registraties bij over de inzet bij drugsgerelateerde locaties. Indien nodig kan aanvullende informatie over de inzet bij een drugslocatie worden verstrekt.
Nu volgt een toelichting op de rol van iedere convenantpartij en de daarbij horende processtappen.
Melding ontvangen en verwerken:
Indien nodig en toegestaan volgens de politie worden convenantpartijen verzocht aan te sluiten. Mocht het gaan om een huurwoning in eigendom van een bij het convenant aangesloten verhuurder en deze wordt vooraf ingelicht, zal er ook de mogelijkheid worden geboden om aanwezig te zijn bij de betreding.
Binnen 48 uur na de interventie worden de convenantpartijen ter zake geïnformeerd over wat er ter plaatse is aangetroffen. De politie verstrekt binnen twee weken een rapportage aan de convenantpartijen, zodat zij hun bestuurlijke en/of civiele maatregelen kunnen toepassen. Welke maatregelen de afzonderlijke partijen kunnen (proportioneel, subsidiair) nemen wordt vanaf artikel 4 per partij besproken.
In het voortraject wordt door de politie – voor zo ver mogelijk op grond van het verstrekkingenkader - aan betrokken convenantpartijen de voor hen relevante informatie uit de melding verstrekt, teneinde hen in de gelegenheid te stellen informatie intern te raadplegen en de resultaten daaruit met de politie te delen.
De relevante convenantpartijen worden in de gelegenheid gesteld om aan te sluiten bij de interventie. Mocht het gaan om een huurwoning in eigendom van een bij het convenant aangesloten verhuurder en deze wordt vooraf ingelicht, zal er ook de mogelijkheid worden geboden om aanwezig te zijn bij de betreding.
Binnen 48 uur na de interventie worden de convenantpartijen ter zake geïnformeerd over de interventie en wat er is aangetroffen. De politie verstrekt binnen twee weken een rapportage aan de convenantpartijen, zodat zij hun bestuurlijke en/of civiele maatregelen kunnen toepassen. Welke maatregelen de afzonderlijke partijen kunnen (proportioneel, subsidiair) nemen wordt vanaf artikel 4 per partij besproken.
In het belang van een lopend strafrechtelijk opsporingsonderzoek kan het voorkomen dat de verstrekking van informatie door de politie, zowel in situaties onder 1 als onder 2 genoemd, niet kan plaatsvinden en/of tijdelijk wordt uitgesteld. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het OM wanneer de informatie wordt verstrekt. Het verstrekkingenkader helpt de politie bij het verstrekken van informatie aan de andere partijen.
Zo snel als mogelijk is, doch uiterlijk binnen twee weken, wordt een bestuurlijke rapportage door de politie gemaakt. Het OM beoordeelt de bestuurlijke rapportage conform de ‘werkwijze bestuurlijke rapportages Oost-Brabant’. Na goedkeuring van het OM verstrekt de politie de bestuurlijke rapportage aan de betreffende burgemeester. Bestuurlijke rapportages over hennepkwekerijen kunnen zonder tussenkomst van het OM door de politie aan de burgemeester worden verstrekt. Indien het vastgoed een object is van een woningcorporatie, welke partij in het convenant is, wordt deze een rapportage verzonden conform het format (bijlage 4).
Bij een indicatie of signaal van belastingontduiking of – fraude stelt de politie, in afstemming met het Openbaar Ministerie, de hiertoe relevante Politiegegevens o.g.v. art. 15 Wpg ter beschikking aan een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst ter uitvoering van diens opsporingstaak.
De gemeenten (bestuursorganen Burgemeester en het College van B&W)
Informatie: De gemeente informeert de politie indien er aanwijzingen zijn dat er op een bepaalde locatie drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld of voorbereiding daartoe. Dit kan telefonisch of per mail bij het aanspreekpunt van het politie basisteam. De gemeente zorgt dat intern duidelijk is waar gemeentelijke medewerkers zich kunnen melden als zij een vermoeden hebben van een drugslocatie. Idealiter verloopt dit zo veel mogelijk via de medewerkers openbare orde en veiligheid van de gemeente, naar het aanspreekpunt van het politie basisteam.
Handhaving: De bestuursrechtelijke handhaving kan bestaan uit:
Het opleggen van een last onder dwangsom tot het in overeenstemming brengen van de gehele elektrische installatie met het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Deze last onder dwangsom wordt opgelegd aan de eigenaar van het pand. De eigenaar moet een keuringsrapport overleggen. Hiermee toetst de gemeente of de installatie voldoet aan het Bbl. Nadat het pand voldoet aan de eisen van het Bbl laat de gemeente dit weten aan Enexis. Enexis kan het pand weer aansluiten op het stroomnetwerk, indien aan alle voorwaarden van Enexis wordt voldaan;
Verhuurder: De gemeente kan ook optreden als verhuurder van woningen, standplaatsen, bedrijfsruimtes, gebouwen of daarbij horende opstallen. De gemeente als verhuurder hanteert hierbij de dezelfde afspraken met betrekking tot de beëindiging van de huurovereenkomst als de woningcorporaties (zie artikel 7 van het uitvoeringsprotocol).
Acties: Naast de strafrechtelijke weg kan via de civielrechtelijke weg (woningcorporatie of gemeente als verhuurder) of via de bestuursrechtelijke weg (gemeente) vertrek van de bewoner/gebruiker worden afgedwongen, daarnaast kan het pand worden gesloten of kunnen er andere bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen. De handhavingsjuristen van de gemeente letten ook op de mogelijke multi-complexe (zorg) problematiek die kan spelen op het betreffende adres. De gemeente neemt daarin passende maatregelen.
Op locatie: Na toestemming van de politie en voordat tot interventie wordt overgegaan, stelt de politie de medewerker(s) van Enexis in de gelegenheid om onderzoek te doen. Metals doel het verbruik vast te stellen en eventueel de hoeveelheid gestolen elektriciteit en gas, enbovenal het creëren van een veilige werkomgeving. Enexis stelt, indien er sprake is van gevaarzetting van de aansluiting tot en met de meter altijd een rapportage op, ook indien er geen sprake is van een illegale aansluiting. In geval van fraude stelt Enexis ook een rapportage op. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt deze rapportage ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder.
Aangifte: In geval van diefstal van elektriciteit en/of gas doet Enexis hiervan aangifte van diefstal bij de politie. Indien er sprake is van het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van enig elektriciteitswerk of gasnet welke stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, doet Enexis aangifte van overtreding art. 161 bis Wetboek van Strafrecht.
In de aangifte beschrijft Enexis onder andere:
Gevaarzetting: Enexis stelt een rapportage op van gevaarzetting indien sprake is van gevaarzetting volgens artikel 161 Bis. WvSr. Ook indien geen sprake is van een illegale aansluiting. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt deze rapportage ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder.
Her-aansluiten: Indien er sprake is van diefstal van stroom en/of gas sluit Enexis in beginsel de stroom- en/of gasvoorziening niet weer aan c.q. plaatst geen nieuwe (slimme) meter, totdat het verschuldigde bedrag voor gebruikte energie en/of gas is voldaan of totdat er een nieuwe huurder is. Enexis kan om een waarborgsom vragen aan de contractant.
Drinkwaterbedrijf Brabant Water
Op locatie: Politie neemt telefonisch contact op met Brabant Water als er een drugslocatie is aangetroffen. Telefonisch wordt beoordeeld of het nodig is dat Brabant Water ter plaatse komt. Indien Brabant Water op locatie komt, doen zij onderzoek naar de situatie. Dit ten einde de risico’s voor de volksgezondheid, schade aan of misbruik van de drinkwatervoorzienig vast te stellen en een veilige werkomgeving te creëren.
Gevaarzetting: Brabant Water stelt een rapportage op van gevaarzetting. Zo nodig ook indien geen sprake is van een illegale aansluiting. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, kan de corporatie of de gemeente als verhuurder de rapportage van gevaarsetting opvragen bij Brabant Water.
Her-aansluiten: Indien sprake is van diefstal van water onderbreekt Brabant Water de waterlevering naar de aansluiting en herstelt de waterlevering pas nadat het gefactureerde bedrag voor schade en waterdiefstal is voldaan of totdat zich een nieuwe contractant meldt. Brabant Water kan om een waarborgsom vragen aan de contractant.
Woningcorporatie en de gemeente als verhuurder
Informatie: Indien de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder zelf stuit op een drugspand, drugsperceel of een vorm van drugscriminaliteit, dan wel het vermoeden bestaat dat er sprake is van een strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs, stellen zij de politie zo spoedig mogelijk hiervan in kennis en wordt, bij voorkeur en indien mogelijk geïntervenieerd.
Einde huurovereenkomst: Indien huurder niet vrijwillig meewerkt aan de beëindiging van de huurovereenkomst, zal de verhuurder in principe ontbinding van de huurovereenkomst en/of ontruiming van het gehuurde vorderen door middel van een gerechtelijke procedure, of het opleggen van een gedragsaanwijzing indien ontbinding niet haalbaar is, zo mogelijk inclusief verhaal van schade en daarbij ook, desgewenst, (subsidiair) gebruik maken van de mogelijkheid van de buitengerechtelijke ontbinding indien sprake is van een sluiting van de woning.
Aangifte: In geval van vernieling of beschadiging van enig gebouw doet in principe de woningcorporatie of gemeente als verhuurder aangifte bij de politie. In de aangifte beschrijft de woningcorporatie of gemeente als verhuurder o.a. bedrag van de door hen geleden schade aan de woning. De verhuurder behoudt altijd het recht om zijn schade in een civiele procedure op de huurder te verhalen.
Informatieplicht aan huurders: De woningcorporatie of gemeente als verhuurder spannen zich in om hun huurders vooraf erop te wijzen dat het produceren, verwerken, opslaan van en handelen in drugs of grondstoffen voor de productie van drugs of het aanwezig hebben van attributen bestemd voor het inrichten van een hennepkwekerij of drugslab tot beëindiging van de huurovereenkomst zal leiden en de huurders daarnaast het risico lopen de door hen veroorzaakte schade te moeten vergoeden, dan wel boetes te moeten voldoen alsmede onder voorwaarden voor een bepaalde periode niet in aanmerking komen voor een andere sociale huurwoning.
Fraude onderzoek: In geval van strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs, stelt de politie het UWV op de hoogte. De verstrekking van informatie van de politie naar het UWV gebeurt in 2 fasen:
Fase 2: indien na onderzoek door het UWV blijkt dat sprake is van een klantrelatie en samenloop met een uitkering, dan verstrekt de politie in fase 2 ook de rapportage van het strafbare feit, het proces-verbaal van de verhoor van de verdachte en de rapportage met het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Als het UWV een getuigenverklaring nodig heeft voor het eigen onderzoek, kan het daartoe een gemotiveerde aanvraag voor verstrekking bij de politie doen. De politie kan de getuigenverklaring (althans de relevante passsages daaruit), na toestemming van de officier van justitie, verstrekken aan het UWV. Identificerende gegevens van derden (zoals getuigen) worden door de politie geanonimiseerd.
Verstrekken: Het in voorkomende gevallen verstrekken van Strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden o.g.v. art. 39f Wjsg en de Aanwijzing van het College van procureurs-generaal (2018A003). Partijen kunnen hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen bij het Openbaar Ministerie.
Bijlage 2. Verstrekkingenkader
Let op: weeg per casus af welke informatie verstrekt wordt. Verstrek alleen informatie die naar het eigen oordeel -met inachtneming van de beginselen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit- aan de convenantpartij verstrekt kan worden om het doel van het convenant te bereiken. Politie, noch het OM heeft een verplichting tot het verstrekken van gegevens.
FASE: voorafgaand aan de interventie en ontmanteling
Let op: In deze fase stemt politie af met het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie weegt af of de verstrekking door politie het onderzoeks- en vervolgingsbelang niet schaadt. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het Openbaar Ministerie wanneer de politie de informatie kan verstrekken.
Let op: verstrekking aan de gemeente en/of UWV in het kader van vermoedens van ten onrechte genoten uitkeringen vindt in dit stadium niet plaats.
Doel verstrekking: het mogelijk maken van een controle (al dan niet tijdens de binnentreding van politie) bij het drugspand en/of drugsperceel door Enexis, Brabant Water, de Brandweer, de woningcorporatie en de gemeente.
Juridische grondslag: artikel 20 sub b (handhaven openbare orde) en d (uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving) Wet politiegegevens
Wijze van verstrekking: Locatiegegevens worden voor zover noodzakelijk voor de taak van de ontvangende partijen kort voor binnentreding schriftelijk verstrekt. Verdere gegevens welke ten behoeve van binnentreding noodzakelijk zijn — de hiervoor genoemde gegevens over de aard en omvang van drugsproductie, verwerking, opslag van en/of handel in drugs, en de aard en mate van gevaarzetting — worden kort voor binnentreding mondeling verstrekt aan de hiervoor genoemde partijen.
Vastlegging gedane verstrekking:
De gedane verstrekkingen worden gelet op de in de Wet politiegegevens gestelde vereisten vastgelegd in de desbetreffende politieregistratie(s).
FASE: na ontmanteling maar voor inzending van het pv aan het OM
Let op: In deze fase stemt politie af met het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie weegt af of de verstrekking door politie het onderzoeks- en vervolgingsbelang niet schaadt. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het Openbaar Ministerie wanneer de politie de informatie kan verstrekken.
Woningcorporatie of gemeente als verhuurder:
Ten behoeve van het handhaven van de orde en veiligheid conform de wettelijke taak en de doelstelling aangaande de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder in het convenant. Op basis van deze verstrekking neemt de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder één van de volgende maatregelen:
Schadeverhaal door de benadeelde(n)
Als de benadeelde expliciet kiest voor schadeverhaal door middel van een civielrechtelijke procedure en afziet van voeging in het strafproces is de verstrekking in deze fase - voor zover het gegevens ex artikel 8 (en 13) van de Wet politiegegevens betreft - gestoeld op artikel 18 eerste lid Wet politiegegevens jo artikel 4:2 eerste lid onder n Besluit politiegegevens. Als het gegevens betreft in de zin van artikel 9 Wet politiegegevens, dan vindt verstrekking ten behoeve van civiel schadeverhaal door de benadeelde plaats op grond van artikel 20 sub c Wet politiegegevens jo artikel 4:5 Besluit politiegegevens.
Overige verstrekkingsdoeleinden
De overige verstrekkingen hierboven genoemd onder c, d en e zijn gestoeld op de grondslagen genoemd in artikel 20 sub b (handhaven openbare orde) en d (uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving) van de Wet politiegegevens.
Te verstrekken politiegegevens:
Hieronder worden per partij aangegeven welke politiegegevens worden verstrekt.
Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:
Woningcorporaties of gemeente als verhuurder
Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:
Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:
Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:
Fase 2: indien na onderzoek door het UWV blijkt dat sprake is van een klantrelatie en samenloop met een uitkering, dan verstrekt de politie in fase 2 de rapportage van het strafbare feit, het proces-verbaal van het verhoor van de verdachte en de rapportage met het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Gegevens worden voor zover noodzakelijk aan ieder van de ontvangende partijen schriftelijk verstrekt.
Vastlegging gedane verstrekking:
De gedane verstrekkingen worden gelet op de in de Wet politiegegevens gestelde vereisten vastgelegd in desbetreffende politieregistratie(s).
FASE: na ontmanteling en na inzending van het pv aan het OM
In voorkomende gevallen kan het OM strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden verstrekken o.g.v. art. 39f Wjsg en de Aanwijzing van het College van procureurs-generaal (2018A003). Partijen kunnen hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen bij het Openbaar Ministerie.
Indien er aangifte is gedaan van een strafbaar feit vindt de beoordeling van de verstrekking plaats door de zaaksofficier van justitie op grond van artikel 51b Wetboek van Strafvordering.
Bijlage 3. Beslissing structurele verstrekking politiegegevens aan derden op grond van artikel 20 Wet politiegegevens
De georganiseerde drugscriminaliteit zorgt voor veel overlast en gevaarzetting in onder andere woonwijken en bedrijventerreinen en gaat gepaard met fraude, witwassen van crimineel vermogen, illegale bewoning en energiediefstal. Private partijen als woningcorporaties en verhuurders, alsmede netbeheerders en de drinkwaterleverancier worden benadeeld en er vindt uitbuiting van kwetsbare groepen plaats. Door de toenemende invloed van deze georganiseerde criminaliteit en de daarmee gepaard gaande grote winstmarges neemt het aantal verstoringen in de maatschappij toe. De drugscriminaliteit brengt met zich mee dat de onderwereld zich verweeft met de bovenwereld met behulp van crimineel vergaard kapitaal. Tevens wordt de openbare orde en veiligheid bedreigd en de witwaspraktijken bedreigen de lokale economieën. Het exploiteren van illegale drugsactiviteiten gaat vrijwel altijd gepaard met andere strafbare feiten zoals diefstal van elektriciteit en uitkeringsfraude.
De politie Oost-Brabant neemt deel aan het samenwerkingsverband “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” waartoe partijen op 1 april 2025 een convenant hebben afgesloten. Hierbij behoort de onderliggende artikel 20 Wet politiegegevens (Wpg) beslissing.
Partijen die aan dit samenwerkingsverband deelnemen zijn:
Het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Brabant, hierna: het OM, is geen convenantpartij, maar ondertekent het convenant en de artikel 20 Wpg beslissing voor kennisneming en akkoord.
Op grond van artikel 20 van de Wpg kan de politie onder bepaalde voorwaarden overgaan tot de structurele verstrekking van politiegegevens aan deelnemers van een samenwerkingsverband. Hiervoor is een afzonderlijke beslissing van de korpschef nodig en moet voldaan zijn aan de voorwaarden zoals genoemd in art. 20 van de Wpg.
Behalve dat er sprake moet zijn van een zwaarwegend algemeen belang, dient het doel van de verstrekking in overeenstemming of verenigbaar te zijn met het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, het handhaven van de openbare orde, het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven dan wel het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving. In deze artikel 20 Wpg beslissing is verwoord, dat aan deze voorwaarden is voldaan en wordt de verstrekking van politiegegevens aan de genoemde partijen van het Convenant aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030 geregeld.
De korpschef neemt de beslissing op grond van artikel 20 van de Wpg in overeenstemming met het bevoegde gezag. Onder het bevoegd gezag wordt verstaan het gezag onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden vallen ten behoeve waarvan de gegevens zijn verwerkt.
De doeleinden in onderhavig samenwerkingsverband zijn verenigbaar met:
Daarvoor is het noodzakelijk de convenantpartijen te voorzien van de benodigde Persoonsgegevens en overige gegevens, zoals beschreven in het Vertrekkingenkader behorend bij het convenant, in het kader van de aanpak van drugscriminaliteit.
Deze doelen worden als een zwaarwegend algemeen belang aangemerkt dat tot verstrekking noodzaakt. Het kunnen bereiken van die doelstellingen, en kunnen monitoren van de voortgang daarvan, vergt dat partijen bepaalde Persoonsgegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Zonder verstrekking van politiegegevens aan partijen is het bereiken van de doelstellingen niet mogelijk.
Te verstrekken gegevens artikel 8 en artikel 13 Wpg
Op grond van deze beslissing kunnen politiegegevens worden verstrekt die ingevolge artikel 8 (dagelijkse politiepraktijk) en 13 (ondersteuning politietaak) van de Wpg worden verwerkt en noodzakelijk zijn ten behoeve van de onder artikel 3 genoemde doeleinden. Met in achtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit kunnen de relevante politiegegevens worden verstrekt.
Te verstrekken gegevens artikel 9 en artikel 10 Wpg
Slechts indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking kan de verantwoordelijke, in afwijking van artikel 4:5, eerste lid Bpg, beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of artikel 10, eerste lid onder a en c Wpg (rechercheonderzoeken, TCI en TOOI-gegevens).
Omdat een dergelijke verstrekking een uitzondering betreft, dient bij iedere individuele verstrekking op grond van proportionaliteit en subsidiariteit de noodzaak te worden onderbouwd. Ook dient op grond van artikel 4:5, tweede lid Bpg eerst toestemming te zijn gegeven door de betrokken bevoegd functionaris (leider van het onderzoek) en de betrokken officier van justitie met inachtneming van de bepalingen zoals vermeld in de Aanwijzing Wpg en de rol van de officier van justitie (2018A004).
Weging opsporings- en vervolgingsbelangen
De door het Openbaar Ministerie te verlenen instemming ziet op de vraag of een voorgenomen verstrekking al dan niet het opsporing- en vervolgingsbelang kan schaden. Instemming wordt verleend ten aanzien van verstrekkingen waarbij duidelijk is dat opsporings- en vervolgbelangen niet worden geschaad.
Op grond van deze beslissing kunnen politiegegevens worden verstrekt die ingevolge artikel 9 en 10, eerste lid onder a en c van de Wpg worden verwerkt en strikt noodzakelijk zijn ten behoeve van de onder artikel 3 genoemde doeleinden. Met in achtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit kunnen de relevante politiegegevens worden verstrekt.
Groepen personen over wie kan worden verstrekt
Verstrekking van politiegegevens beperkt zich tot de volgende groepen personen, zoals beschreven in het Verstrekkingenkader behorende bij het convenant, voor zover dit voor de ontvangende partij noodzakelijk is om haar deel van de doelstellingen te kunnen bereiken, en de gegevens toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.
Bijzondere categorieën van politiegegevens
Bijzondere categorieën van politiegegevens (ras, etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, of gegevens over gezondheid, seksuele leven en seksuele gerichtheid en andere gegevens zoals genoemd in art. 5 Wpg), die door de politie mogen worden verwerkt in aanvulling op andere politiegegevens, kunnen alleen worden verstrekt aan partijen in het samenwerkingsverband, voor zover de ontvangende partij een expliciete rechtsgrondslag heeft in de voor haar van toepassing zijnde wetgeving dan wel in art. 23 t/m 30 UAVG om de betreffende bijzondere categorie Persoonsgegevens te verwerken dan wel dat dit voor de doeleinden van het samenwerkingsverband noodzakelijk is en art. 22 tweede lid UAVG van toepassing is.
De ontvangende partij heeft geen alternatieve niet-politiebronnen voor de gevraagde gegevens. Verder mogen politiegegevens alleen worden verstrekt als vooraf voldoende duidelijk is dat door de ontvanger(s) daadwerkelijk actie wordt ondernomen op basis van de verstrekte gegevens. Politiegegevens mogen alleen worden verstrekt voor zover zij juist, actueel, volledig, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.
Politiegegevens worden alleen verstrekt:
Politiegegevens kunnen mondeling en schriftelijk aan partijen in het samenwerkingsverband worden verstrekt, met inachtneming van passende informatie beveiligingsmaatregelen. Gegevens die mondeling worden verstrekt maar zijn bestemd om in een bestand te worden opgenomen, vallen onder de werking van de Wpg en de AVG.
Schriftelijke verstrekking vindt plaats door middel van e-mail en brieven, met in achtneming van de hieraan te stellen beveiligingseisen.
Politiegegevens hebben een vertrouwelijk karakter. De geheimhoudingsplicht van artikel 7 Wpg is ook op de ontvanger van toepassing en de ontvanger is gehouden maatregelen te nemen die voorkomen dat verstrekte politiegegevens ter kennis komen van onbevoegden. De ontvanger wordt hierover op de hoogte gesteld.
Verdere verwerking, waaronder doorverstrekking, van politiegegevens kan uitsluitend plaatsvinden voor zover wet- en regelgeving daartoe verplichten of voor zover de taak van de ontvanger hiertoe noodzaakt. Indien ontvangers(s) daarvan afwijken, treft de politie hiertegen maatregelen, die kunnen leiden tot het opschorten en uiteindelijk opzeggen van de samenwerking. De ontvanger wordt hierover op de hoogte gesteld.
De korpschef van politie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verstrekking van politiegegevens ingevolge de Wpg. De politie heeft het recht om een verzoek tot inzage geheel of gedeeltelijk af te wijzen op grond van de criteria zoals genoemd in art. 27 Wpg. Dit kan tot gevolg hebben dat ook geen of beperkte informatie wordt verstrekt over de verstrekking aan het samenwerkingsverband
Indien na verstrekking blijkt dat politiegegevens onjuist of onvolledig zijn, draagt de politie zorg dat ontvangende partijen op de hoogte worden gebracht van correcties en/of aanvullingen. Deze correcties worden verwerkt en geregistreerd in de daarvoor bestemde systemen.
De structurele verstrekking van politiegegevens aan het samenwerkingsverband wordt periodiek geëvalueerd volgens de afspraken die door de partijen zijn neergelegd in het convenant. Evaluatie vindt plaats in ieder geval voorafgaande aan de verlenging van het convenant. De politie is gehouden politiegegevens slechts te verwerken voor zover dit behoorlijk en rechtmatig is, de gegevens rechtmatig zijn verkregen en de gegevens gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, terzake dienend en niet bovenmatig zijn.
De politie is gehouden om een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens, bedoeld in art. 33a, Wpg, schriftelijk vast te leggen inclusief de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen ervan en de maatregelen die zijn getroffen ter correctie.
De politie staat onder toezicht van de functionaris voor gegevensbescherming zoals genoemd in art. 36 Wpg en de privacyfunctionaris zoals genoemd in art. 34 Wpg en de Autoriteit persoonsgegevens, zoals genoemd in art. 35 Wpg. Op grond van art. 33 Wpg en de Regeling periodieke audit politiegegevens, wordt de verstrekking van politiegegevens waaronder de verstrekking aan samenwerkingsverbanden op grond van art. 20 Wpg, periodiek onderworpen aan audits.
De politiemedewerker die, mondeling of schriftelijk, politiegegevens verstrekt, is verplicht deze verstrekking schriftelijk vast te leggen, onder vermelding van:
Deze beslissing treedt in werking op de dag na ondertekening door of namens de korpschef. Deze beslissing heeft een geldigheidsduur van 5 jaar, tenzij uit de evaluatie als genoemd in artikel 17.1 en 19.3 van het convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030”, is gebleken dat er een noodzaak is tot stopzetting, verandering of aanpassing.
Deze beslissing zal na deze 5 jaar, gelijklopend met het convenant, worden verlengd met 5 jaar onder dezelfde voorwaarden, tenzij uit genoemde evaluatie is gebleken dat er noodzaak is tot stopzetting, verandering of aanpassing.
De korpschef is bevoegd om deze beslissing op ieder moment in te trekken of te wijzigen zodra daartoe aanleiding is.
Deze beslissing is verbonden met voornoemd samenwerkingsverband en het daarbij behorende convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” en wordt in origineel bewaard door de politie met in achtneming van de Archiefwetgeving.
Aldus besloten, overeengestemd en ondertekend op 1 april 2025.
Waarnemend politiechef van de eenheid Oost-Brabant,
Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen
De hoofdofficier van Justitie van het arrondissementparket Oost-Brabant
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-213236.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.