Convenant aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030

 

1. Partijen bij het convenant

  • De Politie, eenheid Oost-Brabant, hierna: de politie

  • De 32 gemeenten binnen de politie-eenheid Oost-Brabant, hierna: de gemeente

  • Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, hierna: het UWV

  • Deelnemende woningcorporaties, hierna: de woningcorporatie

  • Netbeheerder Enexis, hierna: de netbeheerder

  • Brabant Water N.V., hierna: het drinkwaterbedrijf

  • Deelnemende Veiligheidsregio’s, hierna: de Veiligheidsregio

hierna gezamenlijk te noemen: de partijen.

 

Zie voor een volledig overzicht van alle convenantpartijen het overzicht op pagina 16 van dit convenant.

 

Het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Brabant, hierna: het OM, onderschrijft het belang van de samenwerking ten behoeve van de in dit convenant genoemde doelen. Het OM heeft een wettelijke taak in het proces van opsporen en vervolgen van de onderhavige criminaliteit. Tevens heeft het OM wettelijke mogelijkheden in het verstrekken van gegevens aan de partijen bij dit convenant. Dit vereist per geval een toets. Daarmee bestaat er voor het OM geen juridische noodzaak het convenant te tekenen als partij. Het OM tekent ‘voor gezien en akkoord’.

 

Overwegende dat:

  • In het verzorgingsgebied van de politie-eenheid Oost-Brabant veelvuldig sprake is van illegale productie, verwerking, opslag van en handel in drugs. Ook wordt drugsafval met regelmaat gedumpt en/of geloosd. Dit brengt gevaarlijke en schadelijke gevolgen voor milieu, maatschappij en volksgezondheid met zich mee;

  • Het voorkomt dat bewoners, huurders of eigenaren (een deel van) hun woning, woonwagen, schuur en/of (bedrijfs-)pand, perceel- of daarbij behorende opstallen, voertuigen en vaartuigen gebruiken of laten gebruiken om drugs te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, of drugs aanwezig hebben;

  • De voorbereiding of bevordering van het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of voor handen hebben van drugs als genoemd op lijst I of II van de Opiumwet, strafbaar is, (stank)overlast en gevaarzetting (veelal in de vorm van brandgevaar) veroorzaakt, het woon- en leefklimaat van de omgeving en het veiligheidsgevoel van omwonenden aantast;

  • Dit vaak gepaard gaat met andere strafbare feiten, zoals: diefstal van elektriciteit, het illegaal aftappen van drinkwater door wegneming van de watermeter, uitkeringsfraude en het in gevaar brengen van de omgeving;

  • Deze criminele activiteiten schadelijk en ondermijnend zijn voor de rechtsorde, de samenleving, de openbare drinkwatervoorziening en daarmee de volksgezondheid, de leefbaarheid in de (woon)omgeving, het woningaanbod, de openbare orde en veiligheid en het maatschappelijk aanzien van de gemeenten in Oost-Brabant;

  • Partijen gevaarlijke situaties wensen te beëindigen, criminele activiteiten met betrekking tot de illegale productie, verwerking, opslag van en handel in drugs willen voorkomen en bestrijden, ernaar streven de leefbaarheid in de betreffende straten en buurten te verbeteren en gevoelens van onveiligheid weg te nemen;

  • Deze criminele activiteiten in strijd zijn met de overeenkomsten die de netbeheerder, het drinkwaterbedrijf, de woningcorporaties en gemeenten als verhuurders hebben gesloten met hun afnemers respectievelijk huurders en voornoemde organisaties hierdoor vaak aanzienlijke schade lijden en zij met alle mogelijke middelen willen bewerkstelligen dat al hun contractspartijen hun verplichtingen uit die overeenkomsten strikt nakomen;

  • Partijen daarnaast uitkeringsfraude, oneigenlijk gebruik van woonruimte, de diefstal van elektriciteit en/of gas en het illegaal aftappen van drinkwater willen beëindigen en getracht wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel uit criminele activiteiten te ontnemen;

  • Partijen in onderlinge afstemming en in gezamenlijkheid gebruik willen maken van het brede palet van het strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en/of civiele instrumentarium en iedere partij daarbij zijn eigen verantwoordelijkheid heeft;

  • Het hiervoor noodzakelijk is dat partijen Persoonsgegevens kunnen verwerken en/of verstrekken omdat het niet mogelijk is om op andere wijze aan deze gegevens te komen.

  • De informatieverstrekking zover gaat als de daartoe strekkende wettelijke kaders en voorschriften toestaan;

  • Partijen ieder voor zich alleen Verwerkingsverantwoordelijke zijn voor de verwerking in de eigen gegevensbestanden en de verstrekking vanuit de eigen gegevensbestanden aan elkaar, aan Betrokkene(n) en derden.

2. Definities

In dit convenant en de daarbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:

  • a.

    AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming;

  • b.

    Betrokkene: degene op wie een Persoonsgegeven of politiegegeven betrekking heeft;

  • c.

    Bjsg: Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens;

  • d.

    Bpg: Besluit politiegegevens;

  • e.

    Dossier: Het complete proces-verbaal dat door de politie wordt gemaakt ten behoeve van het Openbaar Ministerie;

  • f.

    Drugs: middelen genoemd op lijst I of II behorende bij de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid Opiumwet;

  • g.

    Strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs: het in strijd met de Opiumwet telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben of vervaardigen van drugs, alsmede het uitvoeren van voorbereidende handelingen daartoe of het voorhanden hebben van een voorwerp of stof met dat doel;

  • h.

    Drugspand: een woning, lokaal of een ander gebouw waarbij een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt vervaardigd, geteeld, bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is en/of een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is;

  • i.

    Drugsperceel: erf of grond waarvoor een rechtsorde (eigenaar/eigendomsrecht) geldt, waarbij een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt vervaardigd, geteeld, bereid, bewerkt, verkocht, afgeleverd en/of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is en/of een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is;

  • j.

    Drugscriminaliteit: misdaad samenhangend met de productie, verwerking, opslag van en handel in drugs zoals genoemd onder h.;

  • k.

    Facilitator: diegene die faciliteert in (illegale) activiteiten t.b.v. de drugscriminaliteit;

  • l.

    Persoonsgegevens: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (‘de Betrokkene’), zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid AVG;

  • m.

    Politiegegevens: elk Persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3 Politiewet 2012, met uitzondering van:

    • de uitvoering van wettelijke voorschriften anders dan de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;

    • de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 1̊ en artikel 4, eerste lid, onderdeel f Politiewet 2012; zoals bedoeld in artikel 1, onder a Wpg;

  • n.

    Richtlijn: Europese richtlijn gegevensbescherming, opsporing en vervolging, richtlijn EU 2016/680;

  • o.

    Strafvorderlijke gegevens: Persoonsgegevens of gegevens over een rechtspersoon die zijn verkregen in het kader van een Strafvorderlijk onderzoek en die het Openbaar Ministerie in een strafdossier of langs geautomatiseerde weg verwerkt, zoals bedoeld in artikel 1, onder b Wjsg;

  • p.

    SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • q.

    UAVG: Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;

  • r.

    Verwerking: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot Persoonsgegevens of een geheel van Persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid AVG;

  • s.

    Verwerkingsverantwoordelijke: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van Persoonsgegevens vaststelt, zoals bedoeld in artikel 4, zevende lid AVG, of genoemd in artikel 1, onder f Wpg of artikel 1, onder k Wjsg;

  • t.

    Wjsg: Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

  • u.

    Wpg: Wet politiegegevens;

  • v.

    Wet RO: Wet op de rechtelijke organisatie.

3. Doel van het convenant

Alle bij dit convenant betrokken partijen leveren een betekenisvolle bijdrage vanuit een maatschappelijk belang: het komen tot veilige en leefbare straten, wijken en buurten in de Oost-Brabantse gemeenten. Het doel van dit convenant is het voorkomen en aanpakken van (ondermijnende) drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek, binnen de in dit convenant aangegeven reikwijdte.

 

De partijen onderkennen de dreigingen die met drugscriminaliteit gepaard gaan en komen overeen de illegale drugsproductie, verwerking, opslag van en handel in drugs via een gezamenlijke aanpak te voorkomen, te bestrijden en gevaarlijke situaties onmiddellijk te beëindigen. Door de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en civielrechtelijke maatregelen op elkaar af te stemmen wordt het aanpakken van drugscriminaliteit bevorderd. De partijen geven binnen de kaders van de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden invulling aan hun eigen taak. Met de aanpak worden onderstaande doelen beoogd:

  • Het voorkomen, opsporen en vervolgen van drugs gerelateerde criminaliteit, zowel criminele netwerken alsmede individuele criminelen.

  • Het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

  • Het handhaven van de openbare orde.

  • Het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

  • Het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van overtredingen en/of tot het voorkomen van herhaling van overtredingen door middel van het opleggen van bestuurlijke herstelsancties en bestraffende sancties.

  • Het voorkomen en bestrijden van onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en

  • overheidsvoorzieningen.

  • Het zorgen voor de veiligheid en de betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit en gas over de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen. Het bevorderen van de veiligheid bij toestellen of installaties die elektriciteit of gas verbruiken.

  • Het behouden van een goede drinkwaterkwaliteit door (mogelijke) gevaarlijke situaties voor de drinkwaterkwaliteit als gevolg van drugs(productie) op te sporen en maatregelen te nemen. Dit alles in het kader van de volksgezondheid.

  • Het nemen van maatregelen zoals het beëindigen en/of terugvorderen van inkomensuitkeringen, indien blijkt dat inkomsten zijn verkregen uit drugscriminaliteit of werkzaamheden zijn verricht in de drugscriminaliteit;

  • Het tegengaan van het onrechtmatig gebruik van huurwoningen en bedrijfsruimtes en het bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid in de samenleving door het verrichten van civielrechtelijke rechtshandelingen via de rechtbank, waaronder het beëindigen of (buitengerechtelijk) ontbinden van huurovereenkomsten en ontruimen van woningen en bedrijfsruimtes, of het opleggen van een gedragsaanwijzing indien ontbinding niet haalbaar is, of om voor de woningcorporatie moverende redenen niet gewenst is, en het civielrechtelijk verhalen van schade aan woningen en bedrijfsruimtes;

  • Het voorkomen en opheffen van voor de (volks)gezondheid en veiligheid potentieel gevaarlijke situaties en aldus de negatieve gevolgen van drugsgebruik, drugsproductie en drugshandel te beperken.

Voornoemde doelen worden aangemerkt als:

  • een zwaarwegend algemeen belang in de zin van de Wpg dat tot verstrekking van Persoonsgegevens noodzaakt of;

  • de vervulling van een wettelijke plicht die de Verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen in de zin van de AVG, dat tot verstrekking van Persoonsgegevens noodzaakt;

  • de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de Verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen in de zin van de AVG, dat tot verstrekking van Persoonsgegevens noodzaakt;

  • Een gerechtvaardigd belang in de zin van de AVG, waarbij het belang van de woningcorporatie zwaarder weegt dan het belang van de Betrokkene.

Het kunnen bereiken van die doelen en kunnen monitoren van de voortgang daarvan, vergt dat partijen de voor die situatie noodzakelijke Persoonsgegevens met elkaar kunnen uitwisselen.

 

Zonder verstrekking van politiegegevens aan partijen is het bereiken van deze doelstellingen niet mogelijk. De partijen voorzien elkaar van relevante persoons- en overige gegevens voor zover deze noodzakelijk, relevant en niet bovenmatig zijn voor de aan hen toebedeelde taken en verplichtingen in relatie tot de aanpak van drugscriminaliteit.

4. Grondslagen gegevensverwerking

De partijen hebben de volgende taken:

  • de politietaak zoals genoemd in artikel 3 Politiewet 2012;

  • de taak van het Openbaar Ministerie zoals genoemd in artikel 124 Wet op de Rechterlijke organisatie (Wet RO);

  • de gemeentetaak zoals genoemd in artikel 13b Opiumwet, artikel 172 Gemeentewet, afdeling 18.1 Omgevingswet, artikel 92 Woningwet, artikel 32 Huisvestingswet 2014, artikel 76a Participatiewet, artikel 34 en 35 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34 en 35 de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 3 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, artikel 2.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 2.1 Jeugdwet;

  • de taak van het UWV, zoals genoemd in artikel 30 en 55a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), hoofdstuk 5 Awb en verder, zoals genoemd in de materiewetten als de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering, de wettelijke werkloosheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, de Toeslagenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, alsmede aan wetten die de uitvoering van deze wetten beheersen, voor zover die uitvoering niet bij of krachtens enige wet aan anderen is opgedragen;

  • de taak van de woningcorporatie zoals genoemd in artikel 45 lid 2 sub f van de Woningwet en artikel 51 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting de verplichtingen die een woningcorporatie op grond van artikel 7:204 lid 2 en 7:206 lid 1 Burgerlijk Wetboek jegens haar huurders en op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek jegens omwonenden kan hebben gericht op behoud van woongenot, de leefbaarheid van de wijk en veiligheid van omwonenden;

  • de taak van de netbeheerder zoals genoemd in artikel 16, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998 (en/of artikel 26 ab juncto artikel 95 ca van deze wet) en/of artikel 10, eerste tot en met derde en vijfde lid juncto 13b van de Gaswet. Daarnaast is de netbeheerder gehouden aan haar geheimhoudingsplicht conform artikel 79 Elektriciteitswet en artikel 37 Gaswet;

  • de taak van het drinkwaterbedrijf, zoals genoemd in artikel 7 en 24 van de Drinkwaterwet;

  • de taak van de door de Veiligheidsregio’s ingestelde brandweer, zoals genoemd in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s.

De verwerking van Persoonsgegevens ter uitvoering van deze taken vindt plaats op basis van de volgende grondslagen:

 

  • 4.1

    De politie verwerkt politiegegevens voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van de politietaak, zoals neergelegd in artikel 3 Politiewet 2012. De grondslag voor verwerking van politiegegevens is gelegen in de Wpg. De grondslag voor de structurele verstrekking van artikel 8 en artikel 13 [en artikel 9 en artikel 10, eerste lid, onder a en c na toestemming van de bevoegd functionaris en/of Officier van Justitie van het Openbaar Ministerie] politiegegevens, aan partijen in het samenwerkingsverband is gelegen in artikel 20 Wpg. Dit is nader vastgelegd in de ‘beslissing tot structurele verstrekking van politiegegevens aan derden op grond van artikel 20 Wpg’ in het kader van dit convenant (zie ook artikel 7 van dit convenant).

     

  • De door het Openbaar Ministerie te verlenen instemming ziet op de vraag of een voorgenomen verstrekking al dan niet het opsporing- en vervolgingsbelang kan schaden. Instemming wordt verleend ten aanzien van verstrekkingen waarbij duidelijk is dat opsporings- en vervolgbelangen niet worden geschaad.

  • 4.2

    De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, ieder voor zo ver het hun wettelijke bevoegdheden betreft, verwerkt en verstrekt Persoonsgegevens voor zo ver dit noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6, eerste lid, onder c AVG, of voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, eerste lid, onder e AVG.

  • 4.3

    Woningcorporaties verwerken en verstrekken Persoonsgegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de betreffende woningcorporatie of van een betrokken derde in de zin van artikel 6, lid 1 onder f AVG. Als gerechtvaardigd belang wordt aangemerkt de naleving van de verplichtingen uit de overeenkomst met Betrokkene, de wettelijke taken verplichtingen die volgen uit de aangehaalde wetsartikelen in artikel 4 van dit convenant en het belang om de leefbaarheid zoveel mogelijk te borgen in de wijk waar de woningen van woningcorporaties zijn gelegen;

  • 4.4

    Netbeheerder Enexis en drinkwaterbedrijf Brabant Water verwerken en verstrekken Persoonsgegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst, waarbij de Betrokkene partij is op grond van artikel 6, eerste lid onder b AVG, om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6, eerste lid, onder c AVG, en/of voor de vervulling van een taak van algemeen belang op grond van artikel 6, eerste lid, onder e AVG, en/of omdat de verwerking van Persoonsgegevens noodzakelijk is om het gerechtvaardigd belang van de partij of haar klanten te behartigen op grond van artikel 6, eerste lid onder f AVG.

  • 4.5

    Het UWV verwerkt Persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting op grond van artikel 6, eerste lid, onder c AVG, voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan hem is opgedragen op grond van artikel 6, eerste lid, onder e AVG. UWV verwerkt Persoonsgegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor de vervulling van de taak als bedoeld in artikel 30 lid 1 van de Wet SUWI en artikel 55a van de Wet SUWI.

5. Categorieën Betrokkenen en categorieën Persoonsgegevens

In het kader van de samenwerking kunnen door partijen over de volgende categorieën personen de volgende categorieën Persoonsgegevens verstrekt worden voor zover dit voor de ontvangende partij noodzakelijk is om haar deel van de doelstellingen te kunnen bereiken en de gegevens toereikend zijn, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.

 

  • 5.1

    Categorie Betrokkene; verdachte:

    • a.

      NAW-gegevens en geboortedatum;

    • b.

      Bij verstrekking aan het UWV: Burgerservicenummer (BSN)

    • c.

      In aanvulling daarop kunnen door de politie de volgende politiegegevens worden verstrekt:

      • Politiegegevens als bedoeld in artikel 8 Wpg

      • Politiegegevens als bedoeld in artikel 13, eerste lid Wpg.

    • d.

      In aanvulling daarop kunnen door het OM de volgende Persoonsgegevens worden verstrekt:

      • Strafvorderlijke gegevens;

      • gegevens met betrekking tot de tenuitvoerlegging van straffen.

  • 5.2

    Categorie Betrokkene; overige Betrokkene(n)1:

    • a.

      NAW-gegevens, geboortedatum van de aangetroffen personen voor zover deze vermoedelijk zijn betrokken bij het strafbaar feit;

    • b.

      Telefoonnummer en e-mailgegevens;

    • c.

      In aanvulling daarop kunnen door de politie de volgende politiegegevens worden verstrekt:

      • Politiegegevens als bedoeld in artikel 8 Wpg;

      • Politiegegevens als bedoeld in artikel 13, eerste lid Wpg.

    • d.

      In aanvulling daarop kunnen door het OM de volgende Persoonsgegevens worden verstrekt:

      • Strafvorderlijke gegevens;

      • gegevens met betrekking tot de tenuitvoerlegging van straffen.

  • 5.3

    Categorie Betrokkene; betrokken medewerkers van de partijen:

    • a.

      Naam verstrekkende of behandelende ambtenaar of medewerker;

    • b.

      Functiebenaming verstrekkende ambtenaar of medewerker;

    • c.

      Telefoonnummer en/of e-mailadres verstrekkende ambtenaar of medewerker.

  • 5.4

    Het OM kan partijen op basis van een concreet en voldoende gemotiveerd verzoek informeren over de afdoening van een gesloten strafzaak.

6. Inspanningen, inrichting samenwerking en verwerkingsverantwoordelijkheid

  • 6.1

    Partijen verplichten zich over en weer, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, alleen die informatie te verstrekken die noodzakelijk is om de doelstellingen van dit convenant te behalen en die gegevens dienen toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.

  • 6.2

    Om de doeleinden te bereiken, verplichten partijen zich tot bepaalde inspanningen. Deze worden per partij nader vermeld in het uitvoeringsprotocol (bijlage 1).

  • 6.3

    De politie verstrekt informatie conform het verstrekkingenkader (bijlage 2). Verstrekkingen gedaan door de politie conform het verstrekkingenkader zijn in overeenstemming met het bevoegd gezag ex artikel 20 Wet politiegegevens.

  • 6.4

    Als bij één van de partijen, op basis van haar ter beschikking staande feitelijke gegevens of andere informatie, het vermoeden bestaat dat er sprake is van illegale productie, verwerking, opslag van of handel in drugs, dan informeert zij onverwijld de politie over de plaats van de vermoedelijke productie-, verwerkings-, opslag- of handelslocatie alsmede de aanleiding waarop dat vermoeden is gebaseerd.

  • 6.5

    De politie onderzoekt – in afstemming met het Openbaar Ministerie – het vermoeden om vast te stellen of er voldoende aanwijzingen zijn om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Bij het vermoeden van een strafbaar feit worden partijen met een controlebevoegdheid en/of opsporingsbevoegdheid en de betreffende gemeente geïnformeerd, zodat zij adequate maatregelen kunnen treffen, tenzij het belang van het strafrechtelijk onderzoek zich daartegen verzet.

  • 6.6

    De coördinatie van plaatselijke acties ter beëindiging van de illegale productie, verwerking, opslag van of handel in drugs is de verantwoordelijkheid van de politie.

  • 6.7

    Afhankelijk van de aangetroffen situatie worden de relevante partijen geïnformeerd over de bevindingen voor zover zij deze informatie nodig hebben om eventuele maatregelen te treffen. De politie zal conform het verstrekkingenkader zo snel mogelijk de berichtgeving ten aanzien van de convenantpartijen verzorgen, voor zo ver dit voor hun taak noodzakelijk is.

  • 6.8

    Indien er sprake is van drugscriminaliteit geven gemeenten uitvoering aan hun wettelijke taak met gebruikmaking van beleidsregels.

  • 6.9

    De woningcorporatie komt met haar huurders overeen dat drugscriminaliteit verbonden aan het gehuurde wordt uitgesloten en kan leiden tot een grond voor ontbinding van de huurovereenkomst door de rechter en ontruiming van het gehuurde.

  • 6.10

    Als blijkt dat er sprake is van het tekortschieten in de verplichting uit de huurovereenkomst omdat sprake is van een drugspand in de zin van dit convenant ten aanzien van een huurwoning, huurwoonwagen en/of op een woonwagenstandplaats of daarbij behorend bijgebouw, erf of grond, dan zal de betreffende woningcorporatie alle mogelijke maatregelen treffen teneinde de overtreding te beëindigen, herhaling op die locatie te voorkomen en het signaal afgeven dat dergelijk handelen van een huurder niet wordt getolereerd. Indien de huurder/bewoner weigert om vrijwillig te ontruimen en de woningcorporatie dit om deze doelen te bereiken noodzakelijk acht, gaat de betreffende woningcorporatie over tot het opstarten van een gerechtelijke procedure om toestemming te verkrijgen van de rechter voor ontruiming van de woning, woonwagen of standplaats, en, zo nodig, de huurovereenkomst door de rechter te laten ontbinden inclusief het instellen van een vordering tot verhaal van mogelijk geleden materiële schade.

  • 6.11

    Als bij het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) divisie Handhaving op basis van de aan haar ter beschikking staande feitelijke gegevens of andere informatie, het vermoeden bestaat dat er sprake is van illegale productie, verwerking, opslag van of handel in drugs, dan onderzoekt het UWV of de deelnemer(s) wellicht ten onrechte één of meer uitkering(en) hebben genoten uit hoofde van de sociale verzekeringswetten. Door het UWV kunnen daarvoor maatregelen worden getroffen, zoals het beëindigen van of korten van inkomsten op uitkeringen, terugvorderen van ten onrechte verkregen uitkering(en), dan wel het opnemen van een aangifte en opmaken van een proces-verbaal uitkeringsfraude (indien het benadelingsbedrag boven de aangiftegrens ligt) ten behoeve van het Openbaar Ministerie, dan wel het opleggen van een bestuurlijke boete of waarschuwing.

  • 6.12

    In de politie basisteams wordt naar behoefte voorzien in periodieke beleidsmatige en operationele overleggen. De frequentie van de overleggen worden per politie basisteam bepaald.

  • 6.13

    Convenantpartijen verplichten zich over en weer tot elkaar om de in dit convenant neergelegde rechten en verplichtingen naar vermogen uit te voeren en na te leven, met inachtneming van de doelstelling van dit convenant en met behoud van ieders eigen verantwoordelijkheden en alle geldende wettelijke bepalingen.

  • 6.14

    Convenantpartijen verplichten zich om ervoor te zorgen dat hun eigen registraties (en verwerkingen) waaruit zij – via het overleg en de registratie - gegevens verstrekken aan de andere convenantpartijen, op orde zijn. Dat wil zeggen dat de convenantpartijen moeten waarborgen dat zij deze gegevens rechtmatig verzamelen én dat zij moeten waarborgen dat zij alleen als dat mag op grond van een geheimhoudingsverklaring de gegevens mogen verstrekken aan de andere convenantpartijen. Op welke wijze de convenantpartijen dat waarborgen gaat het bestek van het convenant te buiten. Het is van belang ervoor te zorgen dat de registraties van de convenantpartijen rechtmatig zijn en dat de verstrekking rechtmatig is. De rechtmatigheid van de gegevensontvangst door het overleg hangt immers mede af van de rechtmatigheid van de gegevensverstrekking door de convenantpartijen.

  • 6.15

    Partijen in het samenwerkingsverband zijn ieder voor zich alleen verwerkingsverantwoordelijk voor de verwerking in de eigen gegevensbestanden en de verstrekking vanuit de eigen gegevensbestanden aan elkaar, aan Betrokkenen en aan derden.

  • 6.16

    Ten behoeve van de samenwerking in het kader van dit convenant en de daaruit vloeiende verstrekkingen wordt geen gezamenlijk bestand gevormd. Dit betekent dat de noodzakelijke verstrekkingen aan ieder van de ontvangers afzonderlijk plaatsvinden en dat er met het oog op de gezamenlijke doeleinden uit dit convenant geen overzichten worden opgesteld met daarin naar individuele personen herleidbare gegevens. Iedere partij is daarmee zelf verantwoordelijk voor de registratie van de verstrekkingen in overeenstemming met de AVG.

7. Beslissing artikel 20 Wet politiegegevens

Op het moment van het ondertekenen van het convenant ‘Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 - 2030’ door burgemeester en Openbaar Ministerie, ondertekenen zij in hun hoedanigheid van bevoegd gezagdrager over de politie, tevens de beslissing in te stemmen met de verstrekking van politiegegevens conform artikel 20 Wpg. De beslissing artikel 20 Wpg wordt als afzonderlijk document aan dit convenant toegevoegd (bijlage 3).

8. Wijze van verstrekking

  • 8.1

    Persoonsgegevens worden alleen verstrekt door en aan die medewerkers van partijen die door die partijen zijn aangewezen en geautoriseerd voor het verwerken van deze gegevens voor zover dit noodzakelijk is voor hun taak bij het behalen van de doelstellingen van het samenwerkingsverband.

  • 8.2

    Politiegegevens kunnen mondeling en/of schriftelijk door de politie worden verstrekt, bijvoorbeeld mondeling tijdens een overleg of schriftelijk per brief of e-mail met inachtneming van de hieraan te stellen beveiligingseisen voor e-mailverkeer.

  • 8.3

    Strafvorderlijke en/of tenuitvoerleggingsgegevens kunnen mondeling en/of schriftelijk door het Openbaar Ministerie worden verstrekt, bijvoorbeeld mondeling tijdens een overleg of schriftelijk (brief of e-mail) met inachtneming van de hieraan te stellen beveiligingseisen voor e-mailverkeer.

  • 8.4

    Iedere partij die na verstrekking constateert dat verstrekte Persoonsgegevens onjuist of onvolledig zijn, stelt de andere partijen op de hoogte van correcties van en/of aanvullingen op de Persoonsgegevens. De partij die onjuiste gegevens heeft ontvangen vernietigt deze gegevens onverwijld.

  • 8.5

    Teneinde de ‘minimale gegevensverwerking’ te waarborgen, zal iedere partij bij het verstrekken van gegevens de afweging maken of verstrekken noodzakelijk is. De verstrekte gegevens dienen toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig te zijn.

  • 8.6

    De wijze en het moment van verstrekking wordt ten behoeve van een uniforme werkwijze vastgelegd in het uitvoeringsprotocol (bijlage 1) en het verstrekkingenkader (bijlage 2).

9. Geheimhoudingsplicht

  • 9.1

    Partijen dragen er zorg voor dat diegenen die Persoonsgegevens verwerken, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, verklaren tot geheimhouding van Persoonsgegevens en andere gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht.

     

    Artikel 7 Wpg ziet op de geheimhoudingsplicht. Daaruit volgt dat de ontvanger van politiegegevens deze gegevens kan ‘doorverstrekken’ ‘voor zover een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking verplicht of zijn taak daartoe noodzaakt’. Dit betekent dat de ontvanger moet kunnen aantonen dat het voor zijn taak noodzakelijk is om de gegevens te verstrekken, dat het belang om de gegevens te vestrekking in verhouding staan tot de beperking van de persoonlijke levenssfeer (proportionaliteit) en dat het ook niet met minder gegevens kan (subsidiariteit).

  • 9.2

    Partijen verplichten zich de andere partijen op de hoogte te stellen van de voor hen van toepassing zijnde geheimhoudingsplicht.

  • 9.3

    Doorverstrekking van Persoonsgegevens vindt alleen plaats onder gelijkluidende geheimhouding en beveiligingsvoorwaarden, welke bij verstrekking overeengekomen zijn.

10. Bewaartermijnen en vernietiging

  • 10.1

    Elke partij hanteert de voor hem geldende bewaartermijnen en de termijnen voor vernietiging voor de gegevens, die voor het doel van het convenant zijn verzameld of gebruikt. Elke partij is hiervoor afzonderlijk verantwoordelijk.

11. Beveiliging

  • 11.1

    Partijen beveiligen de Persoonsgegevens tegen verlies of enige vorm van onrechtmatige verwerking en treffen daartoe de nodige passende technische en organisatorische maatregelen. Overheidspartijen in het convenant voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), het normenkader voor informatie- beveiliging binnen de gehele overheid. De corporaties hanteren de Baseline Informatieveiligheid Corporaties (BIC). De andere convenantpartijen voldoen minimaal aan de ISO 27001, de internationale standaard voor informatiebeveiliging. De maatregelen betreffen in ieder geval:

    • a.

      Een autorisatieproces voor toegang tot systemen, informatie, gebouwen, werkruimten en speciale zones zodat medewerkers slechts toegang krijgen tot de voor hen relevante onderdelen en gegevens.

    • b.

      Bescherming tegen inbraak en andere vormen van ontvreemding van informatie zodanig dat digitale inbraakpogingen onmiddellijk worden gesignaleerd en de vertraging van inbraak afdoende is om diefstal van informatie te voorkomen, ook in geval van mobiele werkplekken.

    • c.

      Interne procedures opdat gegevens niet onbedoeld in handen van derden kunnen vallen, in ieder geval over omgang met externe media en beheer en gebruik daarvan.

    • d.

      Beveiligde elektronische uitwisseling van gegevens, indien mogelijk door encryptie en andere vormen van beveiliging, waarbij uitlekken van gegevens wordt gesignaleerd en gegevens niet direct leesbaar zijn voor derden. Indien partijen nog niet beschikken over de mogelijkheid om beveiligd elektronisch gegevens uit te wisselen, spannen partijen zich in om dit te implementeren.

    • e.

      Voor uitschakeling van de beveiliging zijn specifieke procedures ingericht die ongecontroleerd uitschakelen onmogelijk maken.

  • 11.2

    Partijen hebben procedures om de betrouwbaarheid, zowel bij aanname als gedurende het dienstverband, van medewerkers vast te stellen. Onderdeel hiervan is in ieder geval het laten ondertekenen van een geheimhoudingsverklaring en een screening van medewerkers, bijvoorbeeld door middel van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) of, waar nodig, een Verklaring Omtrent het Gedrag Politiegegevens (VOG-P).

  • 11.3

    Ieder bekend incident aangaande een (mogelijk) inbreuk op de beveiliging van gegevens die in het kader van het samenwerkingsverband worden verwerkt, wordt terstond, maar uiterlijk binnen 24 uur, aan de andere partijen gemeld.

  • 11.4

    Indien, gezien de aard van de inbreuk melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens wettelijk verplicht is, dragen partijen zorg voor een afgestemde melding en woordvoering. Partijen kunnen op dat moment een nader onderzoek (laten) uitvoeren.

12. Informatieplicht

  • 12.1

    Om ervoor te zorgen dat personen en organisaties bekend worden met de gegevensuitwisseling in het kader van dit samenwerkingsverband, wordt dit convenant door de deelnemende partijen gepubliceerd op hun website en/of op andere wijze openbaar gemaakt. Hiervoor is een communicatieplan opgesteld.

  • 12.2

    Indien de door de convenantpartijen verwerkte Persoonsgegevens niet van de Betrokkene zelf zijn verkregen, wordt de Betrokkene door de Verwerkingsverantwoordelijke die hiertoe op grond van de AVG verplicht is geïnformeerd. Het informeren kan, gelet op in artikel 14, vijfde lid, AVG, artikel 23, eerste lid, AVG, en artikel 41, eerste lid, UAVG, genoemde bepalingen op een later moment plaatsvinden of in het uiterste geval achterwege blijven, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van onder meer de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en vervolging van strafbare feiten, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid.

  • 12.3

    Iedere partij zorgt ervoor dat de afspraken uit dit convenant binnen de eigen organisatie worden gecommuniceerd. Hiervoor worden desgewenst interne werkinstructies vastgesteld.

13. Rechten van Betrokkene

  • 13.1

    Betrokkene kan bij partijen een verzoek indienen om:

    • a)

      Inzage in de Persoonsgegevens die over Betrokkene worden verwerkt;

    • b)

      Rectificatie of verwijdering van Betrokkene betreffende Persoonsgegevens dan wel beperking van de verwerking.

  • 13.2

    Indien Betrokkene een verzoek richt tot een van de partijen, bericht deze Betrokkene bij de beantwoording ook over de andere partijen in het samenwerkingsverband waaraan eerder voor de doeleinden van het samenwerkingsverband gegevens zijn verstrekt.

  • 13.3

    Partijen die vallen onder het regime van de AVG kunnen een verzoek als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk afwijzen voor zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van het bepaalde in artikel 41, eerste lid UAVG.

  • 13.4

    Partijen, die gegevens verwerken onder het regime van de Wpg kunnen een verzoek geheel of gedeeltelijk afwijzen voor zover dat noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van het bepaalde in artikel 27, eerste lid Wpg.

  • 13.5

    Een verzoek van een Betrokkene op grond van artikelen 12 t/m 22 AVG wordt in samenwerking tussen de Betrokkenen partijen afgehandeld.

  • 13.6

    Partijen stemmen onderling af alvorens Betrokkene wordt beantwoord conform de op de partijen van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de daarin geldende termijnen.

14. Schade en kosten

  • 14.1

    Een Betrokkene die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een verwijtbare inbreuk op de voor de partijen van toepassing zijnde wet- en regelgeving, heeft het recht van de onderhavige Verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.

  • 14.2

    Partijen zijn in geval van toerekenbare tekortkoming ieder voor zich aansprakelijk voor schade als gevolg van hun eigen interne gegevensverwerking dan wel hun verstrekking aan partijen in het samenwerkingsverband of derden.

  • 14.3

    De partijen berekenen noch verrekenen onderling kosten voor werkzaamheden en middelen van welke aard dan ook voortvloeiende uit dit convenant.

15. Toe- en uittreding

  • 15.1

    Het convenant staat open voor toetreding door een partij die de in het convenant geformuleerde doelstellingen nastreeft en daartoe gerechtigd is. Een organisatie die tot het convenant wil toetreden, kan daartoe een aanvraag indienen bij de regioburgemeester van Oost-Brabant.

  • 15.2

    Een vertegenwoordiging van convenantpartijen wordt geconsulteerd over de toetreding van een nieuwe partij. Het is aan de eindbeoordeling van de Regionale Driehoek2 of een partij daadwerkelijk wordt toegelaten tot dit convenant. De beoordeling wordt gemaakt aan de hand van nut en noodzaak voor de doeleinden van het convenant, rechtmatigheid en integriteit van de beoogd toetredende partij.

  • 15.3

    Partijen die willen toetreden tot het convenant, verklaren de doelstelling te onderschrijven en gerechtigd te zijn tot gegevensuitwisseling als omschreven in dit convenant. Daartoe wordt een addendum bij dit convenant opgesteld waarbij de partijen zich volledig conformeren aan de bepalingen in het convenant. Toetreding vindt plaats door middel van ondertekening van het in dit genoemde addendum door de toetredende partij.

  • 15.4

    Indien er een nieuwe partij toetreedt tot het convenant, moet het bevoegd gezag van de politie, de regioburgemeester en het Openbaar Ministerie, instemmen met de verstrekking van politiegegevens conform artikel 20 Wpg. Dit betekent dat de beslissing tot structurele verstrekking van politiegegevens op grond van artikel 20 van de Wet politiegegevens in het kader van het convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” (bijlage 3) wordt gewijzigd en opnieuw ter ondertekening wordt aangeboden aan de politie, het Openbaar Ministerie en de regioburgemeester.

  • 15.5

    Partijen kunnen hun deelname aan dit convenant, met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste drie maanden, beëindigen middels een schriftelijke verklaring aan alle convenantpartijen. Eenzijdig beëindiging van de deelname aan het convenant zonder opzegtermijn is niet mogelijk anders dan met instemming van alle convenantpartijen.

  • 15.6

    Verplichtingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na de beëindiging van het convenant voort te duren, blijven bestaan. Tot deze verplichting behoort in ieder geval het bepaalde omtrent geheimhouding in artikel 9 van dit convenant.

16. Evaluatie en wijzigingen

  • 16.1

    Partijen verplichten zich om iedere twee jaar het convenant en de samenwerking te evalueren. Dit gebeurt ook uiterlijk een half jaar voor het verstrijken van de looptijd. De evaluatie ziet toe op enerzijds de effectiviteit van de gegevensuitwisseling en anderzijds op de naleving van de privacy principes, waaronder dataminimalisatie. De Programmaraad Ondermijning Oost-Brabant neemt het initiatief voor de evaluatie.

  • 16.2

    Het is van belang dat de privacy officers van de deelnemende organisaties betrokken worden bij de evaluatie van het convenant. Jaarlijks zijn er ontwikkelen onder andere op het vlak van de AVG, Wpg en Wjsg. De privacy officers beoordelen of het nodig is om de nieuwe ontwikkelingen te verwerken in het convenant.

  • 16.3

    Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen kunnen in het convenant worden aangebracht op voorwaarde van schriftelijke instemming van alle partijen.

17. Communicatie

  • 17.1

    Externe communicatie over of voortvloeiende uit activiteiten op basis van, dit convenant, wordt door de convenantpartijen onderling afgestemd. Hierbij wordt rekening gehouden met de zelfstandige verantwoordelijkheid van elk der convenantpartijen.

18. Inwerkingtreding en looptijd

  • 18.1

    Dit convenant treedt in werking de dag na ondertekening door de laatste van alle convenantpartijen.

  • 18.2

    Dit convenant heeft een geldigheidsduur van 5 jaar (2025 tot 2030), te rekenen vanaf de datum van de laatste ondertekening.

  • 18.3

    Dit convenant wordt na deze 5 jaar automatisch verlengd met 5 jaar onder dezelfde voorwaarden, tenzij uit de genoemde evaluatie (artikel 16) is gebleken dat er noodzaak is tot aanpassing of stopzetting.

  • 18.4

    Dit convenant vervangt het Eenheidsconvenant Hennep Oost-Brabant. Laatstgenoemd convenant eindigt op het moment van inwerkingtreding van dit convenant.

19. Ondertekening

De onderstaande partijen verklaren deel te nemen aan het “Convenant aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030” en invulling te geven aan de afspraken die in dit convenant en bijbehorende bijlagen worden genoemd.

Deelnemende partijen aan het convenant

 

Gemeenten (weergegeven per politie basisteam)

Overige partijen

Gemeente Eindhoven

Politie eenheid Oost-Brabant

Gemeente ‘s-Hertogenbosch

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

Gemeente Heusden

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Gemeente Boxtel

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Gemeente Meierijstad

Enexis

Gemeente Sint-Michielsgestel

Brabant Water NV

Gemeente Vught

Gemeente Oss

Woningcorporaties

Gemeente Bernheze

Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl

Gemeente Maashorst

Goed wonen Gemert

Gemeente Land van Cuijk

Stichting Trudo en Trudo Holding B.V.

Gemeente Boekel

Woningstichting Helpt Elkander

Gemeente Cranendonck

Stichting Woonpartners

Gemeente Geldrop-Mierlo

woCom

Gemeente Heeze-Leende

Woningstichting Woningbelang

Gemeente Nuenen

Woningbouwvereniging Bergopwaarts

Gemeente Son en Breugel

Woningbouwvereniging Volksbelang

Gemeente Valkenswaard

Stichting Wooninc. en Stayinc. B.V.

Gemeente Asten

Woningstichting Compaen

Gemeente Deurne

Woningstichting De Zaligheden

Gemeente Gemert-Bakel

Woningcorporatie Zayaz

Gemeente Helmond

Woningstichting ‘Thuis

Gemeente Laarbeek

Woonstichting Charlotte van Beuningen

Gemeente Someren

Woningcorporatie Woonveste

Gemeente Bergeijk

Woningcorporatie Brabant Wonen

Gemeente Best

Woningcorporatie Area

Gemeente Bladel

Woningcorporatie Woonmeij

Gemeente Eersel

Woonstichting JOOST

Gemeente Oirschot

Woningcorporatie PeelrandWonen

Gemeente Reusel - De Mierden

Woningcorporatie Wonen Vierlingsbeek

Gemeente Veldhoven

Woningcorporatie Mooiland

Gemeente Waalre

Stichting Wonen Limburg en Wonen Limburg Accent B.V.

Ondertekening deelnemende partijen (tekenvellen)

 

Politie Oost-Brabant

ondertekend op: 18-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch

Waarnemend politiechef eenheid Oost-Brabant

Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen

 

Openbaar Ministerie

Voor gezien en akkoord; ondertekend op: 18-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch

De Hoofdofficier van Justitie arrondissementparket Oost-Brabant

Mevrouw H.G.M. Rutgers

 

Gemeente Eindhoven

ondertekend op: 28-03-2025 te Eindhoven

De burgemeester, De heer J.R.V.A. Dijsselbloem

 

Gemeente Den Bosch

ondertekend op: 28-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch

De burgemeester, De heer J.M.L.N. Mikkers

 

Gemeente Cranendonck

ondertekend op: 27-03-2025 te Budel

De burgemeester, De heer F.A.P. van Kessel

 

Gemeente Geldrop-Mierlo

Ondertekend op: 20-03-2025 te Geldrop

De burgemeester, De heer J.C.J. van Bree

 

Gemeente Heeze-Leende

ondertekend op: 26-03-2025 te Heeze

De burgemeester, De heer T. Heldens

 

Gemeente Nuenen

ondertekend op: 31-03-2025 te Nuenen

De burgemeester, Mevrouw M.M. van Toorenburg

 

Gemeente Son en Breugel

ondertekend op: 27-03-2025 te Son en Breugel

De burgemeester, Mevrouw S.M. Otters – Bruijnen

 

Gemeente Valkenswaard

ondertekend op: 01-04-2025 te Valkenswaard

De burgemeester, De heer H.J. Looijen

 

Gemeente Asten

ondertekend op: 25-03-2025 te Asten

De burgemeester, Mevrouw A.A.H.C.M. van Extel – van Katwijk

 

Gemeente Deurne

ondertekend op: 24-03-2025 te Deurne

De burgemeester, Mevrouw G.T. Buter

 

Gemeente Gemert-Bakel

ondertekend op: 25-03-2025 te Gemert

De burgemeester, De heer M.S. van Veen

 

Gemeente Helmond

ondertekend op: 21-03-2025 te Helmond

De burgemeester, De heer S.C.C.M. Potters

 

Gemeente Laarbeek

ondertekend op: 17-03-2025 te Beek en Donk

De burgemeester, Mevrouw L.A.G.P. van der Aa

 

Gemeente Someren

ondertekend op: 25-03-2025 te Someren

De loco burgemeester, De heer P. van der Broeck

 

Gemeente Bergeijk

ondertekend op: 20-03-2025 te Bergeijk

De burgemeester,

Mevrouw W.J.G. Delissen-van Tongerlo

 

Gemeente Best

ondertekend op: 31-03-2025 te Best

De burgemeester, Mevrouw M.J.D. Donders-de Leest

 

Gemeente Bladel

ondertekend op: 25-03-2025 te Bladel

De burgemeester, De heer M.A.G. van den Bosch

 

Gemeente Eersel

ondertekend op: 25-03-2025 te Eersel

De burgemeester, De heer W.A.C.M. Wouters

 

Gemeente Oirschot

ondertekend op: 25-03-2025 te Oirschot

De burgemeester, Mevrouw J.C.R. Keijzers-Verschelling

 

Gemeente Reusel-de Mierden

ondertekend op: 25-03-2025 te Reusel

De burgemeester, Mevrouw A. van de Ven

 

Gemeente Veldhoven

ondertekend op: 26-03-2025 te Veldhoven

De burgemeester, De heer M.J.A. Delhez

 

Gemeente Waalre

ondertekend op: 27-03-2025 te Waalre

De burgemeester, De heer M.F. Oosterveer

 

Gemeente Boxtel

ondertekend op: 25-03-2025 te Boxtel

De burgemeester, De heer R.S. van Meygaarden

 

Gemeente Heusden

ondertekend op: 18-03-2025 te Vlijmen

De burgemeester, Mevrouw W. van Hees

 

Gemeente Meierijstad

ondertekend op: 24-03-2025 te Veghel

De burgemeester, De heer C.H.C. van Rooij

 

Gemeente Sint Michielsgestel

ondertekend op: 27-03-2025 te Sint Michielsgestel

De locoburgemeester, De heer P. Raaijmakers

 

Gemeente Vught

ondertekend op: 24-03-2025 te Vught

De burgemeester, De heer R.J. van de Mortel

 

Gemeente Bernheze

ondertekend op: 21-03-2025 te Heesch

De burgemeester, De heer M.W.J.M. de Man

 

Gemeente Oss

ondertekend op: 18-03-2025 te Oss

De burgemeester, Mevrouw W.J.L. Buijs-Glaudemans

 

Gemeente Boekel

ondertekend op: 27-03-2025 te Boekel

De burgemeester, Mevrouw C.J.M. van den Elsen

 

Gemeente Land van Cuijk

ondertekend op: 25-03-2025 te Cuijk

De burgemeester, Mevrouw M.A.H. Moorman

 

Gemeente Maashorst

ondertekend op: 27-03-2025 te Uden

De burgemeester, De heer J.A. van der Pas

 

Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl

Ondertekend op: 11-03-2025 te Eindhoven

Directeur-bestuurder, De heer R.F.P.M. Beijnsberger

 

Goed Wonen Gemert

Ondertekend op: 18-03-2025 te Gemert-Bakel

Directeur-bestuurder, Mevrouw J. Abbring

 

Stichting Trudo en Trudo Holding B.V.

Ondertekend op: 24-03-2025 te Eindhoven

Directeur-bestuurder, De heer E.J.P. Jansen

 

Woningstichting Helpt Elkander

Ondertekend op: 27-03-2025 te Nuenen

Directeur-bestuurder, De heer S.D.F.J. Putters

 

Stichting Woonpartners

Ondertekend op: 25-03-2025 te Helmond

Directeur-bestuurder, De heer B. Sievers

 

WoCom

Ondertekend op: 17-03-2025 te Someren

Directeur-bestuurder, De heer M.H. Biemans

 

Woningstichting Woningbelang

Ondertekend op: 17-03-2025 te Valkenswaard

Directeur-bestuurder, De heer M.J. Meulepas

 

Woningbouwvereniging Bergopwaarts

Ondertekend op: 27-03-2025 te Deurne

Directeur-bestuurder, De heer H. Vedder

 

Woningbouwvereniging Volksbelang

ondertekend op 17-03-2025 te Helmond

Directeur-bestuurder, De heer C.W.J. Theuws

 

Stichting Wooninc . en Stayinc . B.V.

Ondertekend op: 26-03-2025 te Eindhoven

Directeur-bestuurder, Mevrouw J.A.P.M. Pijnenburg

 

Woningstichting Compaen

Ondertekend op: 25-03-2025 te Helmond

Directeur-bestuurder, De heer ir J.M. Lobée

 

Woningstichting De Zaligheden

Ondertekend op: 17-03-2025 te Eersel

Directeur-bestuurder, De heer R. Kersjes

 

Woningstichting ‘Thuis

Ondertekend op: 13-03-2025 te Eindhoven

Directeur-bestuurder, De heer L. A. Severijnen

 

Woningcorporatie Zayaz

Ondertekend op: 18-03-2025 te Den Bosch

Directeur-bestuurder, Mevrouw C.J.M. Beukeboom-van Woerkum

 

Woonstichting Charlotte van Beuningen

Ondertekend op: 18-03-2025 te Vught

Directeur-bestuurder, Mevrouw M.E. Verheijen-Verkoijen

 

Woningcorporatie Woonveste

Ondertekend op: 18-03-2025 te Drunen

Directeur-bestuurder, De heer E. Damen

 

Woningcorporatie Brabant Wonen

Ondertekend op: 18-03-2025 te Oss

Directeur-bestuurder, Mevrouw Y. van Mierlo

 

Woningcorporatie Area

Ondertekend op: 18-03-2025 te Uden

Directeur-bestuurder, De heer P. Barské

 

Woningcorporatie Woonmeij

Ondertekend op: 18-03-2025 te Schijndel

Directeur-bestuurder, De heer M.A.W. Wonders

 

Woonstichting JOOST

Ondertekend op: 18-03-2025 te Boxtel

Directeur-bestuurder, Mevrouw M.A.J. Vossen

 

Woningcorporatie PeelrandWonen

Ondertekend op: 18-03-2025 te Boekel

Directeur-bestuurder, Mevrouw K. Priem - Mens

 

Woningcorporatie Wonen Vlieringsbeek

Ondertekend op: 19-03-2025 te Vlieringsbeek

Directeur-bestuurder, Mevrouw D. Geene

 

Woningcorporatie Mooiland

Ondertekend op: 18-03-2025 te Grave

Directeur-bestuurder, Mevrouw C.M.L. Jansen

 

Woningcorporatie Wonen Limburg en Wonen Limburg Accent B.V.

Ondertekend op: 27-03-2025 te Roermond

Bestuursvoorzitter Stichting Wonen Limburg, De heer G.G.M.P. Peeters

Bestuurder Wonen Limburg Accent B.V., De heer G.G.M.P. Peeters

 

Netbeheerder Enexis

Ondertekend op: 27-03-2025 te ‘s-Hertogenbosch

De tekenbevoegde, De Heer P. Smits, teamleider fraudebestrijding

 

Brabant Water N.V.

Ondertekend op: 14-03-2025 te Den Bosch

Algemeen directeur-bestuurder, De heer R. van Dongen

 

UWV

Ondertekend op: 20-03-2025 te Amsterdam

Directeur UWV Handhaving, Mevrouw A. Nuij - Hendriks

 

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Ondertekend op: 11-03-2025 te Eindhoven

Directeur, Mevrouw M. Wilms-Wils

 

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Ondertekend op: 11-03-2025 te ’s-Hertogenbosch

Directeur, Mevrouw M.J.H. van Schaijk

Bijlage 1. Uitvoeringsprotocol

 

  • 1.

    Inleiding

Het doel van het uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 -2030 is het helder weergeven wat de rol van iedere convenantpartij is en welke stappen daarbij horen in de aanpak van drugslocaties. Het uitvoeringsprotocol (procesbeschrijving) kan op verzoek van de convenantpartijen worden herzien indien daartoe aanleiding is.

 

Op grond van het convenant kan informatie tussen de convenantpartijen worden verstrekt. Hierbij moet altijd afgewogen worden of de informatie bijdraagt aan het doel van het convenant (het voorkomen en aanpakken van drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek) en voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving.

 

Artikel 2 van dit uitvoeringsprotocol bevat algemene uitgangspunten die voor alle convenantpartijen gelden: het lokale beleidsmatige drugsoverleg, het operationeel overleg en het verzamelen en evalueren van gegevens.

 

Artikel 3 t/m 9 van dit uitvoeringsprotocol bevatten een toelichting op de rol van iedere convenantpartij en de daarbij horende processtappen.

 

  • 2.

    Algemene uitgangspunten 

  • 2.1

    Drugsoverleg: Het drugsoverleg is een beleidsmatig overleg tussen alle lokaal betrokken convenantpartijen en het lokale aanspreekpunt van de politie. Doel van dit overleg is om met alle betrokken partijen het volgende te bespreken:

    • -

      de ontwikkelingen en de trends met betrekking tot drugscriminaliteit;

    • -

      de voortgang van het proces;

    • -

      de uniformiteit t.a.v. de werkwijze;

    • -

      de resultaten;

    • -

      de ervaringen, zowel positief als negatief, van alle partijen in het proces;

    • -

      de monitoring van de informatie-uitwisseling en de kwaliteit van dossiers.

  • Per basisteam wordt bepaalt welke functionaris (behorende tot een van de convenantpartijen) voorzitter is van dit overleg, bijvoorbeeld de Basisteam programmaleider ondermijning3. De voorzitter neemt het initiatief tot het plannen van het beleidsmatig overleg. De frequentie van het overleg wordt per basisteam bepaald, maar is wel tenminste één keer per jaar. De voorzitter is verantwoordelijk om te voorzien in een contactenlijst van de beleidsmedewerkers van convenantpartijen voor een effectieve samenwerking.

  • 2.3

    Operationeel drugsoverleg: Het aanspreekpunt van het lokale basisteam van de politie en de operationele medewerkers van de convenantpartijen werken op een pragmatische wijze samen om operationele drugszaken te bespreken. 

     

    Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn dat een operationeel overleg wordt gepland met alle operationele partijen of in kleiner verband. Doel van dit overleg is om met de betrokken partners op zaakniveau te kijken naar de feitelijke, praktische gang van zaken met betrekking tot de drugslocaties (o.a. het voorbereiden of bespreken van de plaatsgevonden acties). Per drugszaak/casus wordt een overleg gepland met de benodigde partijen.

     

    Per basisteam wordt bepaald welke functionaris (behorende tot een van de convenantpartijen) voorzitter is van dit overleg, bijvoorbeeld de coördinator van het bestuurlijk interventieteam4. De voorzitter neemt het initiatief tot het plannen van een operationeel overleg. De frequentie van het operationeel overleg wordt per basisteam bepaald. De voorzitter is verantwoordelijk om te voorzien in een contactenlijst van operationele medewerkers van convenantpartijen voor een effectieve samenwerking.

     

    Hierbij is het van belang dat bij het uitwisselen van informatie tussen de convenantpartijen de doelbinding van het convenant geborgd blijft (het voorkomen en aanpakken van drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek). Verstrekkingen door de politie en het OM vinden hierbij plaats conform het verstrekkingenkader gegeven in bijlage 2.

  • 2.4

    Gegevens verzamelen en evalueren: Elke convenantpartij heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het verzamelen en bijhouden van de voor haar eigen taak noodzakelijke gegevens. Voor zover noodzakelijk voor ieders taakuitoefening worden voor zover mogelijk op basis van privacywet- en regelgeving de door ieder van de partijen verzamelde gegevens in het beleidsmatige drugsoverleg besproken.

     

    Ieder jaar wordt de samenwerking op lokaal (basisteam) niveau geëvalueerd door de convenantpartijen. Voor deze evaluatie worden de verzamelde gegevens (zie punt 2.4) zijnde geen Persoonsgegevens, inzake de drugsacties gebruikt. De voorzitter van het beleidsmatige drugsoverleg neemt het initiatief tot deze lokale evaluatie. De partijen leveren de resultaten aan bij de voorzitter. De voorzitter bundelt de resultaten en deelt dit met de convenantpartijen.

     

    Deze lokale evaluatie staat los van de twee jaarlijkse evaluatie van het Convenant ‘aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030’.

  • 2.5

    Te verzamelen gegevens: Ten behoeve van de evaluatie en het overleg zullen de convenantpartijen in ieder geval zorgdragen voor het paraat hebben van de volgende statistische gegevens in relatie tot drugscriminaliteit:

     

    • Politie Oost-Brabant

      • aantal meldingen over drugslocaties;

      • aantal binnentredingen in drugspanden en bij drugspercelen;

      • aantal ruimingen van kwekerijen en aantal hennepplanten;

      • aantal ontmantelingen drugslabs en opslaglocaties voor drugs en chemicaliën;

      • aantal processen verbaal;

      • aantal ontnemingen;

      • het totaal van de berekeningen wederrechtelijk verkregen voordeel (wvv);

      • totaalwaarde aan beslagleggingen.

    • De politie levert het OM jaarlijks een lijst met parketnummers aan van strafdossiers over drugslocaties die het afgelopen jaar (januari t/m december) zijn ingestuurd naar het OM.

       

      Gemeenten:

      • aantal waarschuwingen;

      • aantal sluitingen (o.g.v. art. 13b van de Opiumwet);

      • aantal handhavingsacties (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom o.g.v. de Opiumwet); 

      • aantal weigeringen of intrekkingen van vergunningen (Wet Bibob in relatie tot de Opiumwet);

      • overige acties en/of maatregelen.

    • Enexis:

      • aantal aangiftes diefstal stroom en vernieling elektriciteitswerk;

      • aantal aangiftes diefstal gas en vernieling gasnet;

      • aantal afsluitingen;

      • aantal gefactureerde naheffingen diefstal stroom;

      • aantal gefactureerde naheffingen diefstal gas;

      • overige maatregelen (bv. schadeverhaal);

      • netverlies.

    • Brabant Water:

      • aantal aangiftes diefstal water en vernieling waterleiding;

      • aantal afsluitingen;

      • aantal gefactureerde naheffingen diefstal water;

      • overige maatregelen (bv. schadeverhaal).

    • Woningcorporaties:

      • aantal waarschuwingen;

      • aantal huuropzeggingen, huurontbindingen, woningontruimingen en uithuisplaatsingen inzake aantreffen drugs in huurwoningen;

      • aantal opgelegde gedragsmaatregelen;

      • aantal huurders (tijdelijk) uitgesloten van het woonruimteverdelingssysteem;

      • overige maatregelen en aantallen (bv. schadeverhaal).

    • UWV & gemeentelijke sociale dienst:

      • aantal casussen in onderzoek;

      • aantal uitkeringen gekort/beëindigd;

      • aantal processen-verbaal uitkeringsfraude;

      • aantal bestuurlijke boetes (inclusief boetebedragen);

      • aantal terugvorderingen (inclusief bedragen);

      • overige, uitgevoerde acties.

    • Openbaar Ministerie (OM):

      • instroom aantal verdachten (aantal zaak/dossier/parketnummers) per basisteam;

      • wijze van afdoening (dagvaarden, sepot, buitengerechtelijke afdoening);

      • totaal opgelegd ontnemingsbedrag per basisteam en gemeente;

      • overzicht eindvonnissen, opgesplitst naar:

        • strafoplegging (gevangenisstraf, boete, taakstraf, leerstraf, met uitsplitsing naar onvoorwaardelijk en voorwaardelijk);

        • vrijspraak.

    • Veiligheidsregio’s – Brandweer

      De brandweer houdt geen registraties bij over de inzet bij drugsgerelateerde locaties. Indien nodig kan aanvullende informatie over de inzet bij een drugslocatie worden verstrekt.

       

      Nu volgt een toelichting op de rol van iedere convenantpartij en de daarbij horende processtappen.

  • 3.

    De politie

  • 3.1

    Voorbereiding ontmantelingen

    Melding ontvangen en verwerken:

    • 1.

      Ad-hoc melding (bv wateroverlast, geuroverlast, brand)

    • 2.

      Melding geplande interventie (bv MMA melding, TCI info)

    • 3.

      Vooralsnog geen melding

    •  

    • 1.

      Ad hoc melding

      • Relevante convenantpartijen worden in kennis gesteld conform het verstrekkingenkader (bijlage 2).

      • Indien nodig en toegestaan volgens de politie worden convenantpartijen verzocht aan te sluiten. Mocht het gaan om een huurwoning in eigendom van een bij het convenant aangesloten verhuurder en deze wordt vooraf ingelicht, zal er ook de mogelijkheid worden geboden om aanwezig te zijn bij de betreding.

      • De politie gaat naar binnen en treft een locatie aan waar drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld en vervolgt zo mogelijk het opsporingsonderzoek.

      • De politie start de ontmanteling (zie 3.2) en geeft opdracht tot ontruiming.

      • Binnen 48 uur na de interventie worden de convenantpartijen ter zake geïnformeerd over wat er ter plaatse is aangetroffen. De politie verstrekt binnen twee weken een rapportage aan de convenantpartijen, zodat zij hun bestuurlijke en/of civiele maatregelen kunnen toepassen. Welke maatregelen de afzonderlijke partijen kunnen (proportioneel, subsidiair) nemen wordt vanaf artikel 4 per partij besproken.

    • 2.

      Geplande interventie

      • De melding wordt verrijkt met de informatie die nodig is voor verdere afhandeling.

      • In het voortraject wordt door de politie – voor zo ver mogelijk op grond van het verstrekkingenkader - aan betrokken convenantpartijen de voor hen relevante informatie uit de melding verstrekt, teneinde hen in de gelegenheid te stellen informatie intern te raadplegen en de resultaten daaruit met de politie te delen.

      • Vervolgens informeert de politie de convenantpartijen over het adres en de datum van ontruiming, en deelt gegevens over de aard en omvang van de drugslocatie en de aard en mate van gevaarsetting. De melding geschiedt via de vaste aanspreekpunten of de vervangers van de betreffende partijen.

      • De relevante convenantpartijen worden in de gelegenheid gesteld om aan te sluiten bij de interventie. Mocht het gaan om een huurwoning in eigendom van een bij het convenant aangesloten verhuurder en deze wordt vooraf ingelicht, zal er ook de mogelijkheid worden geboden om aanwezig te zijn bij de betreding.

      • De politie gaat naar binnen en treft een locatie aan waar drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld en vervolgt zo mogelijk het opsporingsonderzoek.

      • De politie start de ontmanteling (zie 3.2) en geeft opdracht tot ontruiming.

      • Binnen 48 uur na de interventie worden de convenantpartijen ter zake geïnformeerd over de interventie en wat er is aangetroffen. De politie verstrekt binnen twee weken een rapportage aan de convenantpartijen, zodat zij hun bestuurlijke en/of civiele maatregelen kunnen toepassen. Welke maatregelen de afzonderlijke partijen kunnen (proportioneel, subsidiair) nemen wordt vanaf artikel 4 per partij besproken.

    • 3.

      Vooralsnog geen melding

      In het belang van een lopend strafrechtelijk opsporingsonderzoek kan het voorkomen dat de verstrekking van informatie door de politie, zowel in situaties onder 1 als onder 2 genoemd, niet kan plaatsvinden en/of tijdelijk wordt uitgesteld. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het OM wanneer de informatie wordt verstrekt. Het verstrekkingenkader helpt de politie bij het verstrekken van informatie aan de andere partijen.

  • 3.2

    Uitvoering ontmanteling

    Opsporingsonderzoek:

    • a.

      Inschakeling derden: zoals het OM (toestemming ruiming door/namens Dienst Roerende Zaken), Dienst Roerende Zaken (waarschuwt ontmantelingsbedrijf), de betreffende gemeente, Enexis, Brabant Water en woningcorporatie;

    • b.

      Binnentreden;

    • c.

      Aanhouden verdachte(n) en in beginsel in verzekering stellen;

    • d.

      Sporenonderzoek (veiligstellen van sporen);

    • e.

      Inbeslagname drugs en apparatuur etc..

    • f.

      Ontnemingswetgeving toepassen, waaronder berekenen wederrechtelijk verkregen voordeel (wvv) en indien mogelijk conservatoir beslag leggen (onroerend goed, geld en luxegoederen);

    • g.

      Vernietiging in opdracht van het OM;

    • h.

      Opdracht voor vernietiging aan ontmantelingsbedrijf;

    • i.

      Inverzekeringstelling en verhoren van aangehouden verdachte(n), alsmede het verhoor van aangevers/benadeelden/getuigen;

    • j.

      Zo snel als mogelijk is, doch uiterlijk binnen twee weken, wordt een bestuurlijke rapportage door de politie gemaakt. Het OM beoordeelt de bestuurlijke rapportage conform de ‘werkwijze bestuurlijke rapportages Oost-Brabant’. Na goedkeuring van het OM verstrekt de politie de bestuurlijke rapportage aan de betreffende burgemeester. Bestuurlijke rapportages over hennepkwekerijen kunnen zonder tussenkomst van het OM door de politie aan de burgemeester worden verstrekt. Indien het vastgoed een object is van een woningcorporatie, welke partij in het convenant is, wordt deze een rapportage verzonden conform het format (bijlage 4).

    • k.

      Dossier opmaken en binnen de met de (ZSM) OvJ afgesproken inzendtermijn, inzenden OM;

    • l.

      Inwinnen, verwerken, analyseren en verstrekken van informatie die mede kan dienen tot het initiëren van zo mogelijk integrale districtelijke-, eenheids- of landelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden (csv's) die zich bezighouden met de handel en productie van drugs.

    • m.

      Bij een indicatie of signaal van uitkeringsfraude stelt de politie de hiertoe relevante Politiegegevens o.g.v. art. 20 Wpg ter beschikking aan de gemeente, zodat de toezichthouder Participatiewet een onderzoek kan starten.

    • n.

      Bij een indicatie of signaal van belastingontduiking of – fraude stelt de politie, in afstemming met het Openbaar Ministerie, de hiertoe relevante Politiegegevens o.g.v. art. 15 Wpg ter beschikking aan een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst ter uitvoering van diens opsporingstaak.

       

    • Evaluatie: De politie houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

  • 4.

    De gemeenten (bestuursorganen Burgemeester en het College van B&W)

    • 1.

      Informatie: De gemeente informeert de politie indien er aanwijzingen zijn dat er op een bepaalde locatie drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld of voorbereiding daartoe. Dit kan telefonisch of per mail bij het aanspreekpunt van het politie basisteam. De gemeente zorgt dat intern duidelijk is waar gemeentelijke medewerkers zich kunnen melden als zij een vermoeden hebben van een drugslocatie. Idealiter verloopt dit zo veel mogelijk via de medewerkers openbare orde en veiligheid van de gemeente, naar het aanspreekpunt van het politie basisteam.

    • 2.

      Op locatie: De gemeente wordt, na daartoe door de politie te zijn geïnformeerd, in staat gesteld aan te sluiten bij de interventie door de politie, om indien noodzakelijk zelf informatie te verzamelen om de bestuursrechtelijke handhaving ten uitvoer te brengen.

    • 3.

      Handhaving: De bestuursrechtelijke handhaving kan bestaan uit:

      • Het toepassen van spoedeisende bestuursdwang wanneer er sprake is van onmiddellijk gevaar.

      • Het geven van een schriftelijke waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom of het opleggen van een maatregel tot sluiting van woning of lokaal en bijbehorend erf (art. 13b Opiumwet);

      • Het opleggen van een last onder dwangsom tot het in overeenstemming brengen van de gehele elektrische installatie met het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Deze last onder dwangsom wordt opgelegd aan de eigenaar van het pand. De eigenaar moet een keuringsrapport overleggen. Hiermee toetst de gemeente of de installatie voldoet aan het Bbl. Nadat het pand voldoet aan de eisen van het Bbl laat de gemeente dit weten aan Enexis. Enexis kan het pand weer aansluiten op het stroomnetwerk, indien aan alle voorwaarden van Enexis wordt voldaan;

      • Het weigeren, intrekken, beëindigen, opschorten, herzien, korten en/of terugvorderen van aangevraagde of onterecht genoten uitkeringen en het opleggen van een bestuurlijke boete in dat kader;

      • Het zo nodig met last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang nemen van beslissingen ter handhaving van het bepaalde in bouw- en woningwetgeving;

      • Het weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel het intrekken van een gegeven beschikking (Wet Bibob).

    • 4.

      Verhuurder: De gemeente kan ook optreden als verhuurder van woningen, standplaatsen, bedrijfsruimtes, gebouwen of daarbij horende opstallen. De gemeente als verhuurder hanteert hierbij de dezelfde afspraken met betrekking tot de beëindiging van de huurovereenkomst als de woningcorporaties (zie artikel 7 van het uitvoeringsprotocol).

    • 5.

      Gemeentelijke regelgeving: Gemeenten kunnen relevante verordeningen en beleidsregels inzake artikel 13b van de Opiumwet vaststellen.

    • 6.

      Acties: Naast de strafrechtelijke weg kan via de civielrechtelijke weg (woningcorporatie of gemeente als verhuurder) of via de bestuursrechtelijke weg (gemeente) vertrek van de bewoner/gebruiker worden afgedwongen, daarnaast kan het pand worden gesloten of kunnen er andere bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen. De handhavingsjuristen van de gemeente letten ook op de mogelijke multi-complexe (zorg) problematiek die kan spelen op het betreffende adres. De gemeente neemt daarin passende maatregelen.

    • 7.

      Evaluatie: De gemeente houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

  • 5.

    Netbeheerder Enexis

    • 1.

      Vooronderzoek: Op verzoek van de politie en op eigen initiatief, uiteraard met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, verzamelt Enexis de noodzakelijke informatie eninformeert daarover de politie-eenheid Oost-Brabant.

    • 2.

      Op locatie: Na toestemming van de politie en voordat tot interventie wordt overgegaan, stelt de politie de medewerker(s) van Enexis in de gelegenheid om onderzoek te doen. Metals doel het verbruik vast te stellen en eventueel de hoeveelheid gestolen elektriciteit en gas, enbovenal het creëren van een veilige werkomgeving. Enexis stelt, indien er sprake is van gevaarzetting van de aansluiting tot en met de meter altijd een rapportage op, ook indien er geen sprake is van een illegale aansluiting. In geval van fraude stelt Enexis ook een rapportage op. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt deze rapportage ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder.

    • 3.

      Aangifte: In geval van diefstal van elektriciteit en/of gas doet Enexis hiervan aangifte van diefstal bij de politie. Indien er sprake is van het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van enig elektriciteitswerk of gasnet welke stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, doet Enexis aangifte van overtreding art. 161 bis Wetboek van Strafrecht.

       

      In de aangifte beschrijft Enexis onder andere:

      • de aangetroffen situatie (waaronder elektrische apparatuur);

      • aanwijzingen voor het illegale stroomgebruik en/of gasgebruik;

      • gegevens over de afnemer van de elektriciteit en/of gas op het betreffendeperceel, indien dit ook de verdachte betreft, zoals deze in de administratie van Enexis bekend is;

      • en het totaalbedrag van de door Enexis geleden schade.

    • Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt de aangifte ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder.

    • 4.

      Gevaarzetting: Enexis stelt een rapportage op van gevaarzetting indien sprake is van gevaarzetting volgens artikel 161 Bis. WvSr. Ook indien geen sprake is van een illegale aansluiting. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt deze rapportage ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder.

    • 5.

      Verweer: Enexis kan zich door middel van de aangifte als civiele partij voegen in de strafzaak indien deze tegen de verdachte wordt ingezet. Zij zal zo nodig verweer voeren in een eventueel door de betrokkene(n) aangespannen civiele zaak.

    • 4.

      Her-aansluiten: Indien er sprake is van diefstal van stroom en/of gas sluit Enexis in beginsel de stroom- en/of gasvoorziening niet weer aan c.q. plaatst geen nieuwe (slimme) meter, totdat het verschuldigde bedrag voor gebruikte energie en/of gas is voldaan of totdat er een nieuwe huurder is. Enexis kan om een waarborgsom vragen aan de contractant.

    • 5.

      Evaluatie: Enexis houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg. 

  • 6.

    Drinkwaterbedrijf Brabant Water

    • 1.

      Vooronderzoek: Op verzoek van politie en op eigen initiatief, uiteraard met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, verzamelt Brabant Water de noodzakelijke informatie en informeert daarover de politie Oost-Brabant.

    • 2.

      Op locatie: Politie neemt telefonisch contact op met Brabant Water als er een drugslocatie is aangetroffen. Telefonisch wordt beoordeeld of het nodig is dat Brabant Water ter plaatse komt. Indien Brabant Water op locatie komt, doen zij onderzoek naar de situatie. Dit ten einde de risico’s voor de volksgezondheid, schade aan of misbruik van de drinkwatervoorzienig vast te stellen en een veilige werkomgeving te creëren.

    • 3.

      Aangifte: In geval van diefstal van water doet Brabant Water aangifte van diefstal bij de politie. Indien er sprake is van het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van enig drinkwatervoorziening doet Brabant Water aangifte van overtreding art. 161 Wetboek van Strafrecht.

       

    • In de aangifte beschrijft Brabant Water o.a.:

      • de aangetroffen aanwijzingen voor het illegale gebruik van de watervoorziening;

      • gegevens over de contractant van de watervoorziening op het betreffende perceel, indien deze ook de verdachte betreft, zoals deze in de administratie van Brabant Water bekend is;

      • het totaalbedrag van de door Brabant Water geleden schade.

    • Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, kan de corporatie of de gemeente als verhuurder de aangifte van Brabant Water opvragen bij Brabant Water.

    • 4.

      Gevaarzetting: Brabant Water stelt een rapportage op van gevaarzetting. Zo nodig ook indien geen sprake is van een illegale aansluiting. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, kan de corporatie of de gemeente als verhuurder de rapportage van gevaarsetting opvragen bij Brabant Water.

    • 5.

      Verweer: Brabant Water kan zich door middel van de aangifte civiele partij stellen in de strafzaak indien deze tegen de verdachte wordt ingezet. Zij zal zo nodig verweer voeren in een eventueel door de betrokkene(n) aangespannen zaak.

    • 6.

      Her-aansluiten: Indien sprake is van diefstal van water onderbreekt Brabant Water de waterlevering naar de aansluiting en herstelt de waterlevering pas nadat het gefactureerde bedrag voor schade en waterdiefstal is voldaan of totdat zich een nieuwe contractant meldt. Brabant Water kan om een waarborgsom vragen aan de contractant.

    • 7.

      Evaluatie: Brabant Water houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

  • 7.

    Woningcorporatie en de gemeente als verhuurder

    • 1.

      Informatie: Indien de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder zelf stuit op een drugspand, drugsperceel of een vorm van drugscriminaliteit, dan wel het vermoeden bestaat dat er sprake is van een strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs, stellen zij de politie zo spoedig mogelijk hiervan in kennis en wordt, bij voorkeur en indien mogelijk geïntervenieerd.

    • 2.

      Locatie: De woningcorporatie of de gemeente als verhuurder wordt, indien mogelijk, voorafgaand of tijdens de interventie op de hoogte gesteld van binnentreden, zodat zij de kans heeft ter plaatse eventuele schade te (gaan) bekijken en afspraken te maken met de huurder.

    • 3.

      Einde huurovereenkomst: Indien huurder niet vrijwillig meewerkt aan de beëindiging van de huurovereenkomst, zal de verhuurder in principe ontbinding van de huurovereenkomst en/of ontruiming van het gehuurde vorderen door middel van een gerechtelijke procedure, of het opleggen van een gedragsaanwijzing indien ontbinding niet haalbaar is, zo mogelijk inclusief verhaal van schade en daarbij ook, desgewenst, (subsidiair) gebruik maken van de mogelijkheid van de buitengerechtelijke ontbinding indien sprake is van een sluiting van de woning.

    • 4.

      Woonwagen: Met betrekking tot woonwagens welke eigendom zijn van de overtreder, maar die staan op huurgrond van de woningcorporatie of gemeente, geldt dat er in sommige gevallen door de burgemeester voor een verzegeling gekozen wordt in plaats van verplaatsing van de woonwagen.

    • 5.

      Aangifte: In geval van vernieling of beschadiging van enig gebouw doet in principe de woningcorporatie of gemeente als verhuurder aangifte bij de politie. In de aangifte beschrijft de woningcorporatie of gemeente als verhuurder o.a. bedrag van de door hen geleden schade aan de woning. De verhuurder behoudt altijd het recht om zijn schade in een civiele procedure op de huurder te verhalen. 

    • 6.

      Verweer: De woningcorporatie, of de gemeente als verhuurder, kan zich als benadeelde partij door middel van de aangifte als civiele partij voegen in de strafzaak indien deze tegen de betrokkene wordt ingezet.

    • 7.

      Informatieplicht aan huurders: De woningcorporatie of gemeente als verhuurder spannen zich in om hun huurders vooraf erop te wijzen dat het produceren, verwerken, opslaan van en handelen in drugs of grondstoffen voor de productie van drugs of het aanwezig hebben van attributen bestemd voor het inrichten van een hennepkwekerij of drugslab tot beëindiging van de huurovereenkomst zal leiden en de huurders daarnaast het risico lopen de door hen veroorzaakte schade te moeten vergoeden, dan wel boetes te moeten voldoen alsmede onder voorwaarden voor een bepaalde periode niet in aanmerking komen voor een andere sociale huurwoning.

    • 8.

      Evaluatie: De woningcorporatie of gemeente als verhuurder houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

  • 8.

    UWV

    • 1.

      Fraude onderzoek: In geval van strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs, stelt de politie het UWV op de hoogte. De verstrekking van informatie van de politie naar het UWV gebeurt in 2 fasen:

      • Fase 1: de politie deelt de BSN van de verdachte, datum aantreffen van het strafbaar feit, politie-eenheid en het BVH nummer met het UWV.

      • Het UWV onderzoekt of de verdachte aan het strafbare feit ten tijde van de betrokkenheid bij drugscriminaliteit wellicht ten onrechte één of meer uitkeringen hebben genoten uit hoofde van de sociale verzekeringswetten.

      • Fase 2: indien na onderzoek door het UWV blijkt dat sprake is van een klantrelatie en samenloop met een uitkering, dan verstrekt de politie in fase 2 ook de rapportage van het strafbare feit, het proces-verbaal van de verhoor van de verdachte en de rapportage met het wederrechtelijk verkregen voordeel.

    • Als het UWV een getuigenverklaring nodig heeft voor het eigen onderzoek, kan het daartoe een gemotiveerde aanvraag voor verstrekking bij de politie doen. De politie kan de getuigenverklaring (althans de relevante passsages daaruit), na toestemming van de officier van justitie, verstrekken aan het UWV. Identificerende gegevens van derden (zoals getuigen) worden door de politie geanonimiseerd.

    • 2.

      Handhaving: Indien sprake is van dergelijke fraude treft het UWV passende maatregelen om de fraude te beëindigen en de geleden schade te vereffenen, een en ander met inachtneming van de reeds bestaande afspraken met het OM. Het UWV kan de volgende maatregelen treffen:

      • Het opleggen van een bestuurlijke maatregel: waaronder beëindiging, opschorting, herzien, korten, intrekking en/of terugvordering en verhaal van ten onrechte uitbetaalde uitkeringen;

      • Het opleggen van een bestuurlijke boete bij misbruik en/of oneigenlijk gebruik van uitkeringen;

      • Het doen van aangifte van uitkeringsfraude op basis van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude.

    • 3.

      Evaluatie: Het UWV houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

  • 9.

    Openbaar Ministerie

    • 1.

      Leiding: het OM heeft de leiding over het opsporingsonderzoek naar strafbare feiten gerelateerd aan drugscriminaliteit.

    • 2.

      Strafvervolging: Beoordelen van het dossier en bij voldoende bewijs instellen van strafvervolging ter zake overtreding van de Opiumwet en/of mits daarvan aangifte is gedaan van diefstal van stroom en/of gas, en vernieling en/of andere geconstateerde strafbare feiten conform de eigen beleidsregels.

    • 3.

      Beslag en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel: Het afwerken van het gelegde beslag en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

    • 4.

      Voegen: Informeren van benadeelde partij(en) die daarvan aangifte heeft/hebben gedaan dat zij zich kunnen voegen als benadeelde partij in het strafproces ex artikel 51a Sv, conform de Aanwijzing Slachtofferzorg.

    • 5.

      Verstrekken: Het in voorkomende gevallen verstrekken van Strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden o.g.v. art. 39f Wjsg en de Aanwijzing van het College van procureurs-generaal (2018A003). Partijen kunnen hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen bij het Openbaar Ministerie.

    • 6.

      Evaluatie: Het OM houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

  • 10.

    Veiligheidsregio’s – Brandweer

    • 1.

      Acties: De brandweer beschikt over expertise en middelen die ingezet kunnen worden in de uitvoering van een brandweer taak bij een druggerelateerde locatie. Het betreft onder andere:

      • -

        Openen (en forceren) van toegang tot panden;

      • -

        Verkennen en meten;

      • -

        Adviseren over onder andere brandveiligheid en de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen;

      • -

        Verlichting en specialistisch gereedschap.

    • 10.2

      Evaluatie: De brandweer houdt geen registraties bij over de inzet bij drugsgerelateerde locaties. Indien nodig kan aanvullende informatie over de inzet bij een drugslocatie worden verstrekt.

Bijlage 2. Verstrekkingenkader

 

Let op: weeg per casus af welke informatie verstrekt wordt. Verstrek alleen informatie die naar het eigen oordeel -met inachtneming van de beginselen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit- aan de convenantpartij verstrekt kan worden om het doel van het convenant te bereiken. Politie, noch het OM heeft een verplichting tot het verstrekken van gegevens.

 

FASE: voorafgaand aan de interventie en ontmanteling

Let op: In deze fase stemt politie af met het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie weegt af of de verstrekking door politie het onderzoeks- en vervolgingsbelang niet schaadt. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het Openbaar Ministerie wanneer de politie de informatie kan verstrekken.

 

Verstrekkende partij: politie

 

Ontvangende partijen:

  • A.

    Enexis

    • voor zover er vermoedens zijn van een onveilige situatie door elektrische en/of gas installaties bij het drugspand en/of drugsperceel;

    • voor zover er vermoedens zijn van diefstal van elektriciteit en/of gas is bij het drugspand en/of drugsperceel.

  • B.

    Brabant Water

    • voor zover er vermoedens zijn van een gevaarlijke situatie voor de drinkwaterkwaliteit bij het drugspand en/of drugsperceel;

    • voor zover er vermoedens zijn van diefstal van water bij het drugspand en/of drugsperceel.

  • C.

    De Veiligheidsregio (de inzet van de Brandweer)

    • voor zover er vermoedens zijn dat er brand en/of explosie gevaar is bij het drugspand en/of drugsperceel;

    • voor zover er vermoedens zijn dat er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn bij het drugspand en/of drugsperceel.

  • D.

    De woningcorporatie en de gemeente als verhuurder

    • voor zover het drugspand en/of drugsperceel een (gedeelte) van een woonruimte in de zin van artikel 7:233 BW, een garagebox of bedrijfsruimte van de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder betreft;

  • E.

    De gemeente

    • voor zover de gemeente (de burgemeester) de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet wil inzetten;

    • voor zover de gemeente (het college) haar bevoegdheden in het kader van bouw- en woningtoezicht wil inzetten;

    • voor zover het drugspand en/of drugsperceel een woning of bedrijfsruimte van de gemeente als verhuurder betreft.

Let op: verstrekking aan de gemeente en/of UWV in het kader van vermoedens van ten onrechte genoten uitkeringen vindt in dit stadium niet plaats.

 

Doel verstrekking: het mogelijk maken van een controle (al dan niet tijdens de binnentreding van politie) bij het drugspand en/of drugsperceel door Enexis, Brabant Water, de Brandweer, de woningcorporatie en de gemeente.

 

Juridische grondslag: artikel 20 sub b (handhaven openbare orde) en d (uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving) Wet politiegegevens

 

Te verstrekken gegevens:

  • Locatie van het drugspand en/of perceel. Let op: alleen adresgegevens; geen persoonsgegevens van bewoners en mogelijke verdachten.

  • Datum van binnentreden door politie.

  • Aanwezige gegevens over de aard en omvang van drugsproductie, verwerking, opslag van en/of handel in drugs.

  • Aanwezige gegevens over de aard en mate van gevaarzetting.

Wijze van verstrekking: Locatiegegevens worden voor zover noodzakelijk voor de taak van de ontvangende partijen kort voor binnentreding schriftelijk verstrekt. Verdere gegevens welke ten behoeve van binnentreding noodzakelijk zijn — de hiervoor genoemde gegevens over de aard en omvang van drugsproductie, verwerking, opslag van en/of handel in drugs, en de aard en mate van gevaarzetting — worden kort voor binnentreding mondeling verstrekt aan de hiervoor genoemde partijen.

 

Vastlegging gedane verstrekking:

De gedane verstrekkingen worden gelet op de in de Wet politiegegevens gestelde vereisten vastgelegd in de desbetreffende politieregistratie(s).

 

FASE: na ontmanteling maar voor inzending van het pv aan het OM

Let op: In deze fase stemt politie af met het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie weegt af of de verstrekking door politie het onderzoeks- en vervolgingsbelang niet schaadt. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het Openbaar Ministerie wanneer de politie de informatie kan verstrekken.

 

Verstrekkende partij: politie

 

Ontvangende partijen:

  • A.

    Enexis in de rol van benadeelde van diefstal van elektriciteit en/of gas.

  • B.

    Brabant Water in de rol van benadeelde van diefstal van water en de wettelijke aanwijzing als drinkwater leverend bedrijf.

  • C.

    De woningcorporatie en de gemeente in de rol van verhuurder van de woonruimte in de zin van artikel 7:233 BW, een garagebox of bedrijfsruimte.

  • D.

    De gemeente:

    • -

      Afdeling belast met de inzet van de bevoegdheid ex artikel 13b Opiumwet;

    • -

      Afdeling bouw- en woningtoezicht;

    • -

      Afdeling belast met beslissingen terzake gemeentelijke uitkeringen;

    • -

      Afdeling belast met beslissingen terzake Wet Bibob.

  • E.

    UWV voor zover de verdachte een uitkering heeft aangevraagd of genoten.

Doel verstrekking:

  • a)

    Enexis als benadeelde: verhaal van schade op de veroorzaker mogelijk maken;

  • b)

    Brabant Water als benadeelde: herstel van de drinkwaterkwaliteit en verhaal van schade op de veroorzaker mogelijk maken;

  • c)

    Woningcorporatie of gemeente als verhuurder: 

    • Als benadeelde: civielrechtelijk verhalen van schade aan woningen en bedrijfsruimtes op de veroorzaker mogelijk maken

    • Ten behoeve van het handhaven van de orde en veiligheid conform de wettelijke taak en de doelstelling aangaande de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder in het convenant. Op basis van deze verstrekking neemt de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder één van de volgende maatregelen:

      • -

        het (voorwaardelijk) beëindigen van de huurovereenkomst of (buitengerechtelijk) ontbinden en de woonruimte in de zin van artikel 7:233 BW, een garagebox of bedrijfsruimte van de woningcorporatie of gemeente als verhuurder (voorwaardelijk) ontruimen;

      • -

        het opleggen van een gedragsaanwijzing indien een ontbinding niet haalbaar is, of om voor de woningcorporatie of gemeente als verhuurder moverende redenen niet gewenst is;

  • d)

    Gemeente: het mogelijk maken van

    • uitoefenen van het toezicht op de naleving van regelgeving;

    • het nemen van bestuursrechtelijke beslissingen in het kader van

      • -

        artikel 13b Opiumwet;

      • -

        bouw- en woningwetgeving;

      • -

        gemeentelijke uitkeringen;

      • -

        Wet Bibob.

  • e)

    UWV: het uitoefenen van het toezicht op de naleving van regelgeving en het nemen van bestuursrechtelijke beslissingen in kader van aangevraagde dan wel — ten onrechte — genoten uitkeringen mogelijk maken.

Juridische grondslag:

Schadeverhaal door de benadeelde(n)

Als de benadeelde expliciet kiest voor schadeverhaal door middel van een civielrechtelijke procedure en afziet van voeging in het strafproces is de verstrekking in deze fase - voor zover het gegevens ex artikel 8 (en 13) van de Wet politiegegevens betreft - gestoeld op artikel 18 eerste lid Wet politiegegevens jo artikel 4:2 eerste lid onder n Besluit politiegegevens. Als het gegevens betreft in de zin van artikel 9 Wet politiegegevens, dan vindt verstrekking ten behoeve van civiel schadeverhaal door de benadeelde plaats op grond van artikel 20 sub c Wet politiegegevens jo artikel 4:5 Besluit politiegegevens.

 

Overige verstrekkingsdoeleinden

De overige verstrekkingen hierboven genoemd onder c, d en e zijn gestoeld op de grondslagen genoemd in artikel 20 sub b (handhaven openbare orde) en d (uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving) van de Wet politiegegevens.

 

Te verstrekken politiegegevens:

Hieronder worden per partij aangegeven welke politiegegevens worden verstrekt.

 

Brabant Water

Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:

  • locatie (adresgegevens);

  • aangetroffen hoeveelheid en soort drugs (hoeveel is in welke vorm aangetroffen en waaruit blijkt dat het om drugs gaat?);

Woningcorporaties of gemeente als verhuurder

Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:

  • Feitelijke informatie

  • aanleiding voor het onderzoek in de woonruimte, bedrijfspand, garagebox;

  • locatie (adresgegevens);

  • soort pand en gebruik van het pand (woning, bedrijfspand, garagebox; wordt het als zodanig gebruikt of bewoond?);

  • aangetroffen hoeveelheid en soort drugs (hoeveel is in welke vorm aangetroffen en waaruit blijkt dat het om drugs gaat?);

  • locatie aangetroffen drugs en relevante voorwerpen (indeling van het pand);

  • aangetroffen drugsgerelateerde stoffen en voorwerpen inclusief duiding;

  • de mate en aard van gevaarzetting (schade aan de woonruimte of woonomgeving, verloedering, overlast en gevaar(zetting) voor bewoner(s) in de woonruimte, de woonomgeving en/of medewerkers van de corporatie;

  • de vermoedelijke periode van drugsproductie, verwerking, opslag van en/of handel in drugs;

  • het aantal in het pand aangetroffen meerderjarige personen en óf er minderjarigen aanwezig zijn. Er kunnen over deze personen geen persoonsgegevens, waaronder antecedenten, worden verstrekt;

  • de aanwezigheid van de huurder(s) indien de huurder zich ter plaatse desgevraagd als zodanig bekend maakt.

Gemeenten

Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:

  • Feitelijke informatie

  • aanleiding binnentreden politie

  • locatie (adresgegevens, bekendheid van de wijk);

  • soort pand en gebruik van het pand (woning, bedrijfspand, horeca, winkel; wordt het als zodanig gebruikt of bewoond?);

  • aangetroffen hoeveelheid en soort drugs (hoeveel is in welke vorm aangetroffen en waaruit blijkt dat het om drugs gaat?);

  • locatie aangetroffen drugs en relevante voorwerpen (indeling van het pand);

  • aangetroffen drugsgerelateerde stoffen en voorwerpen inclusief duiding;

  • de mate en aard van gevaarzetting;

  • de vermoedelijke periode van drugsproductie, verwerking, opslag van en/of handel in drugs;

  • informatie over het pand, zoals eerdere Opiumwetovertredingen, observaties, meldingen en loop naar het pand;

  • schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

  • bewijskracht (op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend);

  •  

  • Persoonsinformatie

  • NAW- gegevens, geboortedatum van de aangetroffen personen voor zover deze vermoedelijk zijn betrokken bij het strafbaar feit;

  • Relevante antecedenten zoals drugsgerelateerde criminaliteit, witwassen, vermogenscriminaliteit (zowel de aanhoudingen als veroordelingen);

  • verwijtbaarheid: heeft de eigenaar of verhuurder controles uitgevoerd en had hij daardoor kunnen vermoeden of weten dat er sprake was van drugsovertredingen en de aanwezigheid van drugsgerelateerde stoffen en voorwerpen?;

  • aandachtspunten: koop of sociale huurwoning, brandgevaar, diefstal van stroom, gas en/of water, minderjarige kinderen (let op: alleen aantal minderjarige kinderen delen, geen persoonsgegevens), medische aanpassingen in het pand;

  • situatiefoto's;

UWV

Gegevens over de aangetroffen situatie, zijnde gegevens over:

  • Fase 1: de politie deelt de BSN van de verdachte, datum aantreffen van het strafbaar feit, politie-eenheid en het BVH nummer met het UWV.

  • Fase 2: indien na onderzoek door het UWV blijkt dat sprake is van een klantrelatie en samenloop met een uitkering, dan verstrekt de politie in fase 2 de rapportage van het strafbare feit, het proces-verbaal van het verhoor van de verdachte en de rapportage met het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Let wel:

  • Identificerende gegevens van de verdachte(n) worden in beginsel niet verstrekt in dit stadium, tenzij

    • dit noodzakelijk is voor de taakuitoefening van de ontvanger in dit stadium van het proces en het verdere verloop van de zaak niet kan worden afgewacht of

    • het aandeel van de verdachte voldoende aannemelijk is op basis van de onderzoeksresultaten op dat moment.

  • Identificerende gegevens van derden (getuigen e.a.) worden geanonimiseerd, tenzij ze als belanghebbende aangemerkt kunnen/moeten worden en in staat moeten worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen indien er een bestuurlijke maatregel opgelegd dreigt te worden.

Wijze van verstrekking:

Gegevens worden voor zover noodzakelijk aan ieder van de ontvangende partijen schriftelijk verstrekt.

 

Vastlegging gedane verstrekking:

De gedane verstrekkingen worden gelet op de in de Wet politiegegevens gestelde vereisten vastgelegd in desbetreffende politieregistratie(s).

 

FASE: na ontmanteling en na inzending van het pv aan het OM

Verstrekkende partij: OM

In voorkomende gevallen kan het OM strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden verstrekken o.g.v. art. 39f Wjsg en de Aanwijzing van het College van procureurs-generaal (2018A003). Partijen kunnen hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen bij het Openbaar Ministerie.

 

Indien er aangifte is gedaan van een strafbaar feit vindt de beoordeling van de verstrekking plaats door de zaaksofficier van justitie op grond van artikel 51b Wetboek van Strafvordering.

Bijlage 3. Beslissing structurele verstrekking politiegegevens aan derden op grond van artikel 20 Wet politiegegevens

 

Inleiding

De georganiseerde drugscriminaliteit zorgt voor veel overlast en gevaarzetting in onder andere woonwijken en bedrijventerreinen en gaat gepaard met fraude, witwassen van crimineel vermogen, illegale bewoning en energiediefstal. Private partijen als woningcorporaties en verhuurders, alsmede netbeheerders en de drinkwaterleverancier worden benadeeld en er vindt uitbuiting van kwetsbare groepen plaats. Door de toenemende invloed van deze georganiseerde criminaliteit en de daarmee gepaard gaande grote winstmarges neemt het aantal verstoringen in de maatschappij toe. De drugscriminaliteit brengt met zich mee dat de onderwereld zich verweeft met de bovenwereld met behulp van crimineel vergaard kapitaal. Tevens wordt de openbare orde en veiligheid bedreigd en de witwaspraktijken bedreigen de lokale economieën. Het exploiteren van illegale drugsactiviteiten gaat vrijwel altijd gepaard met andere strafbare feiten zoals diefstal van elektriciteit en uitkeringsfraude.

 

De politie Oost-Brabant neemt deel aan het samenwerkingsverband “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” waartoe partijen op 1 april 2025 een convenant hebben afgesloten. Hierbij behoort de onderliggende artikel 20 Wet politiegegevens (Wpg) beslissing.

 

  • 1.

    Convenantpartijen

Partijen die aan dit samenwerkingsverband deelnemen zijn:

  • De Politie, eenheid Oost-Brabant, hierna: de politie

  • De 32 gemeenten binnen de politie-eenheid Oost-Brabant, hierna: de gemeente

  • Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, hierna: het UWV

  • Deelnemende woningcorporaties, hierna: de woningcorporatie

  • Netbeheerder Enexis, hierna: de netbeheerder

  • Brabant Water N.V., hierna: het drinkwaterbedrijf

  • Deelnemende Veiligheidsregio’s, hierna: de Veiligheidsregio

Het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Brabant, hierna: het OM, is geen convenantpartij, maar ondertekent het convenant en de artikel 20 Wpg beslissing voor kennisneming en akkoord.

 

  • 2.

    Beslissing artikel 20 Wpg

Op grond van artikel 20 van de Wpg kan de politie onder bepaalde voorwaarden overgaan tot de structurele verstrekking van politiegegevens aan deelnemers van een samenwerkingsverband. Hiervoor is een afzonderlijke beslissing van de korpschef nodig en moet voldaan zijn aan de voorwaarden zoals genoemd in art. 20 van de Wpg.

 

Behalve dat er sprake moet zijn van een zwaarwegend algemeen belang, dient het doel van de verstrekking in overeenstemming of verenigbaar te zijn met het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, het handhaven van de openbare orde, het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven dan wel het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving. In deze artikel 20 Wpg beslissing is verwoord, dat aan deze voorwaarden is voldaan en wordt de verstrekking van politiegegevens aan de genoemde partijen van het Convenant aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030 geregeld.

 

De korpschef neemt de beslissing op grond van artikel 20 van de Wpg in overeenstemming met het bevoegde gezag. Onder het bevoegd gezag wordt verstaan het gezag onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden vallen ten behoeve waarvan de gegevens zijn verwerkt.

  • Indien de politie optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak staat zij onder het gezag van de burgemeester (art. 11 Politiewet 2012).

  • Indien de politie optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde staat zij onder het gezag van de officier van justitie (art. 12 Politiewet 2012).

  • 3.

    Doeleinden

De doeleinden in onderhavig samenwerkingsverband zijn verenigbaar met:

  • Het voorkomen, opsporen en vervolgen van drugs gerelateerde criminaliteit, zowel criminele netwerken alsmede individuele criminelen.

  • Het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

  • Het handhaven van de openbare orde.

  • Het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

Daarvoor is het noodzakelijk de convenantpartijen te voorzien van de benodigde Persoonsgegevens en overige gegevens, zoals beschreven in het Vertrekkingenkader behorend bij het convenant, in het kader van de aanpak van drugscriminaliteit.

 

Deze doelen worden als een zwaarwegend algemeen belang aangemerkt dat tot verstrekking noodzaakt. Het kunnen bereiken van die doelstellingen, en kunnen monitoren van de voortgang daarvan, vergt dat partijen bepaalde Persoonsgegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Zonder verstrekking van politiegegevens aan partijen is het bereiken van de doelstellingen niet mogelijk.

 

  • 4.

    Te verstrekken gegevens

    • 4.1

      Te verstrekken gegevens artikel 8 en artikel 13 Wpg

      Op grond van deze beslissing kunnen politiegegevens worden verstrekt die ingevolge artikel 8 (dagelijkse politiepraktijk) en 13 (ondersteuning politietaak) van de Wpg worden verwerkt en noodzakelijk zijn ten behoeve van de onder artikel 3 genoemde doeleinden. Met in achtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit kunnen de relevante politiegegevens worden verstrekt.

    • 4.2

      Te verstrekken gegevens artikel 9 en artikel 10 Wpg

      Slechts indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking kan de verantwoordelijke, in afwijking van artikel 4:5, eerste lid Bpg, beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of artikel 10, eerste lid onder a en c Wpg (rechercheonderzoeken, TCI en TOOI-gegevens).

       

      Omdat een dergelijke verstrekking een uitzondering betreft, dient bij iedere individuele verstrekking op grond van proportionaliteit en subsidiariteit de noodzaak te worden onderbouwd. Ook dient op grond van artikel 4:5, tweede lid Bpg eerst toestemming te zijn gegeven door de betrokken bevoegd functionaris (leider van het onderzoek) en de betrokken officier van justitie met inachtneming van de bepalingen zoals vermeld in de Aanwijzing Wpg en de rol van de officier van justitie (2018A004).

       

      Weging opsporings- en vervolgingsbelangen

      De door het Openbaar Ministerie te verlenen instemming ziet op de vraag of een voorgenomen verstrekking al dan niet het opsporing- en vervolgingsbelang kan schaden. Instemming wordt verleend ten aanzien van verstrekkingen waarbij duidelijk is dat opsporings- en vervolgbelangen niet worden geschaad.

       

      Op grond van deze beslissing kunnen politiegegevens worden verstrekt die ingevolge artikel 9 en 10, eerste lid onder a en c van de Wpg worden verwerkt en strikt noodzakelijk zijn ten behoeve van de onder artikel 3 genoemde doeleinden. Met in achtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit kunnen de relevante politiegegevens worden verstrekt.

    • 4.3

      Groepen personen over wie kan worden verstrekt

      Verstrekking van politiegegevens beperkt zich tot de volgende groepen personen, zoals beschreven in het Verstrekkingenkader behorende bij het convenant, voor zover dit voor de ontvangende partij noodzakelijk is om haar deel van de doelstellingen te kunnen bereiken, en de gegevens toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.

       

      Groep Betrokkenen; verdachte:

      • a.

        NAW-gegevens en geboortedatum;

      • b.

        Uitsluitend bij verstrekking aan het UWV: Burgerservicenummer (BSN);

      • c.

        In aanvulling daarop kunnen door de politie de volgende politiegegevens worden verstrekt:

        • Politiegegevens als bedoeld in artikel 8 Wpg;

        • Politiegegevens als bedoeld in artikel 13, lid 1 Wpg.

    • Groep Betrokkenen; overige betrokkene(n):

      • a.

        NAW-gegevens, geboortedatum van de aangetroffen personen voor zover deze vermoedelijk zijn betrokken bij het strafbaar feit;

      • b.

        Telefoon en/of e-mailgegevens

      • c.

        In aanvulling daarop kunnen door de politie de volgende politiegegevens worden verstrekt:

        • Politiegegevens als bedoeld in artikel 8 Wpg;

        • Politiegegevens als bedoeld in artikel 13, lid 1 Wpg.

    • Groep Betrokkenen; betrokken medewerkers van de partijen:

      • a.

        Naam verstrekkende of behandelende ambtenaar of medewerker;

      • b.

        Functiebenaming verstrekkende ambtenaar of medewerker;

      • c.

        Telefoonnummer en/of e-mailadres verstrekkende ambtenaar of medewerker.

    • 4.4

      Bijzondere categorieën van politiegegevens

      Bijzondere categorieën van politiegegevens (ras, etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, of gegevens over gezondheid, seksuele leven en seksuele gerichtheid en andere gegevens zoals genoemd in art. 5 Wpg), die door de politie mogen worden verwerkt in aanvulling op andere politiegegevens, kunnen alleen worden verstrekt aan partijen in het samenwerkingsverband, voor zover de ontvangende partij een expliciete rechtsgrondslag heeft in de voor haar van toepassing zijnde wetgeving dan wel in art. 23 t/m 30 UAVG om de betreffende bijzondere categorie Persoonsgegevens te verwerken dan wel dat dit voor de doeleinden van het samenwerkingsverband noodzakelijk is en art. 22 tweede lid UAVG van toepassing is.

  • 5.

    Voorwaarden voor verstrekken

De ontvangende partij heeft geen alternatieve niet-politiebronnen voor de gevraagde gegevens. Verder mogen politiegegevens alleen worden verstrekt als vooraf voldoende duidelijk is dat door de ontvanger(s) daadwerkelijk actie wordt ondernomen op basis van de verstrekte gegevens. Politiegegevens mogen alleen worden verstrekt voor zover zij juist, actueel, volledig, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn.

 

  • 6.

    Wie verstrekt aan wie?

Politiegegevens worden alleen verstrekt:

  • door politiemedewerkers die daartoe door de leiding zijn belast met de opsporing van drugscriminaliteit en als zodanig zijn aangewezen en geautoriseerd;

  • aan medewerkers van partijen die daartoe door hun leiding zijn aangewezen en geautoriseerd voor zover dit noodzakelijk is voor hun taak bij het behalen van de doeleinden van het convenant.

  • 7.

    Hoe wordt verstrekt?

Politiegegevens kunnen mondeling en schriftelijk aan partijen in het samenwerkingsverband worden verstrekt, met inachtneming van passende informatie beveiligingsmaatregelen. Gegevens die mondeling worden verstrekt maar zijn bestemd om in een bestand te worden opgenomen, vallen onder de werking van de Wpg en de AVG.

Schriftelijke verstrekking vindt plaats door middel van e-mail en brieven, met in achtneming van de hieraan te stellen beveiligingseisen.

 

  • 8.

    Bijzondere verplichtingen

Politiegegevens hebben een vertrouwelijk karakter. De geheimhoudingsplicht van artikel 7 Wpg is ook op de ontvanger van toepassing en de ontvanger is gehouden maatregelen te nemen die voorkomen dat verstrekte politiegegevens ter kennis komen van onbevoegden. De ontvanger wordt hierover op de hoogte gesteld.

 

Verdere verwerking, waaronder doorverstrekking, van politiegegevens kan uitsluitend plaatsvinden voor zover wet- en regelgeving daartoe verplichten of voor zover de taak van de ontvanger hiertoe noodzaakt. Indien ontvangers(s) daarvan afwijken, treft de politie hiertegen maatregelen, die kunnen leiden tot het opschorten en uiteindelijk opzeggen van de samenwerking. De ontvanger wordt hierover op de hoogte gesteld.

 

De korpschef van politie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verstrekking van politiegegevens ingevolge de Wpg. De politie heeft het recht om een verzoek tot inzage geheel of gedeeltelijk af te wijzen op grond van de criteria zoals genoemd in art. 27 Wpg. Dit kan tot gevolg hebben dat ook geen of beperkte informatie wordt verstrekt over de verstrekking aan het samenwerkingsverband

 

Indien na verstrekking blijkt dat politiegegevens onjuist of onvolledig zijn, draagt de politie zorg dat ontvangende partijen op de hoogte worden gebracht van correcties en/of aanvullingen. Deze correcties worden verwerkt en geregistreerd in de daarvoor bestemde systemen.

De structurele verstrekking van politiegegevens aan het samenwerkingsverband wordt periodiek geëvalueerd volgens de afspraken die door de partijen zijn neergelegd in het convenant. Evaluatie vindt plaats in ieder geval voorafgaande aan de verlenging van het convenant. De politie is gehouden politiegegevens slechts te verwerken voor zover dit behoorlijk en rechtmatig is, de gegevens rechtmatig zijn verkregen en de gegevens gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, terzake dienend en niet bovenmatig zijn.

 

De politie is gehouden om een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens, bedoeld in art. 33a, Wpg, schriftelijk vast te leggen inclusief de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen ervan en de maatregelen die zijn getroffen ter correctie.

 

De politie staat onder toezicht van de functionaris voor gegevensbescherming zoals genoemd in art. 36 Wpg en de privacyfunctionaris zoals genoemd in art. 34 Wpg en de Autoriteit persoonsgegevens, zoals genoemd in art. 35 Wpg. Op grond van art. 33 Wpg en de Regeling periodieke audit politiegegevens, wordt de verstrekking van politiegegevens waaronder de verstrekking aan samenwerkingsverbanden op grond van art. 20 Wpg, periodiek onderworpen aan audits.

 

  • 9.

    Documenteren (schriftelijk vastleggen verstrekking)

De politiemedewerker die, mondeling of schriftelijk, politiegegevens verstrekt, is verplicht deze verstrekking schriftelijk vast te leggen, onder vermelding van:

  • -

    “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030”;

  • -

    de datum en reden van verstrekking;

  • -

    de inhoud van de verstrekte gegevens;

  • -

    de naam van de partij(-en) en de medewerker(s) van de partij(en) aan wie is verstrekt.

  • 10.

    Ingangsdatum, looptijd en archivering

Deze beslissing treedt in werking op de dag na ondertekening door of namens de korpschef. Deze beslissing heeft een geldigheidsduur van 5 jaar, tenzij uit de evaluatie als genoemd in artikel 17.1 en 19.3 van het convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030”, is gebleken dat er een noodzaak is tot stopzetting, verandering of aanpassing.

 

Deze beslissing zal na deze 5 jaar, gelijklopend met het convenant, worden verlengd met 5 jaar onder dezelfde voorwaarden, tenzij uit genoemde evaluatie is gebleken dat er noodzaak is tot stopzetting, verandering of aanpassing.

 

De korpschef is bevoegd om deze beslissing op ieder moment in te trekken of te wijzigen zodra daartoe aanleiding is.

 

Deze beslissing is verbonden met voornoemd samenwerkingsverband en het daarbij behorende convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” en wordt in origineel bewaard door de politie met in achtneming van de Archiefwetgeving.

 

  • 11.

    Ondertekening

Aldus besloten, overeengestemd en ondertekend op 1 april 2025.

 

De korpschef, namens deze

Waarnemend politiechef van de eenheid Oost-Brabant,

Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen

 

d.d.:

te:

Voor kennisneming en akkoord,

De hoofdofficier van Justitie van het arrondissementparket Oost-Brabant

Mevrouw Mr. H.G.M. Rutgers

 

d.d.:

te:

De regioburgemeester van de politie-eenheid Oost-Brabant,

De heer J.R.V.A. Dijsselbloem

 

d.d.:

te:

Naar boven