Artikel 1 Wijzigingen
Aanvulling formatieoverzicht
Artikel 2, aanhef en sub a, van de Mandaatregeling Maashorst aan te vullen achter de komma met:
‘en, het vaststellen van de wijzigingen in het formatieoverzicht,
en het college hiervan periodiek in kennis te stellen,
zodat deze bepaling komt te luiden als volgt:
“In naam van respectievelijk de gemeente, het college en de burgemeester:
- a.
is de algemeen directeur exclusief bevoegd tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten in afwijking van het model-arbeidsovereenkomst, en, het vaststellen van de wijzigingen in het formatieoverzicht”
Aanvulling specifieke plannen
Artikel 3, vierde lid, aanhef en sub a, van de Mandaatregeling Maashorst, aan te vullen achter het woord “plannen” met:
‘die het Rijk vordert’:
zodat deze bepaling komt te luiden als volgt:
“In afwijking van het eerste lid is een leidinggevende niet bevoegd tot:
- a.
het vaststellen van beleidsregels, van plannen die het Rijk vordert, en van nadere regels ter uitvoering van een wettelijk voorschrift;
Wijziging over wegsleep
Artikel 3, vierde lid, aanhef en sub c, van de Mandaatregeling Maashorst, aan te vullen voor “;” met:
‘, en, uitgezonderd het uitvoeren van de Wegsleepverordening gemeente Maashorst’, onder opneming in het Mandaatregister van “77. Wegsleepverordening gemeente Maashorst”
zodat deze bepaling komt te luiden als volgt:
In afwijking van het eerste lid is een leidinggevende niet bevoegd tot:
- c.
het opleggen van een bestuurlijke sanctie, tenzij een domeindirecteur bestuursdwang toepast in spoedeisende gevallen of voor een situatie die spoedeisend is, en, uitgezonderd het uitvoeren van de Wegsleepverordening gemeente Maashorst;
Wijziging aangaan vaststellingsovereenkomst
Artikel 3 lid 4 sub g van de Mandaatregeling Maashorst | Lokale wet- en regelgeving aan te vullen als volgt:
In afwijking van het eerste lid is een leidinggevende niet bevoegd tot:
- g.
het aangaan van een vaststellingsovereenkomst, enkel voor zover deze gaat over de beëindiging van c.q. toeziet op een arbeidsovereenkomst, op basis van artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek, tenzij een directeur dit doet met voorafgaande instemming van het directieteam.