Gemeenteblad van De Ronde Venen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Ronde Venen | Gemeenteblad 2025, 207985 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Ronde Venen | Gemeenteblad 2025, 207985 | beleidsregel |
Uitvoeringsregels beleid Grootschalige Zonnevelden
Burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;
Gelet op het feit dat het beleidsplan Grootschalige Zonnevelden De Ronde Venen 2023 is opgesteld in 2022-2023 en unaniem vastgesteld door de gemeenteraad in april 2023,
Overwegende dat het beleid bij ontwikkeling en vergunningaanvraag van zonnevelden uitwerking behoeft;
vast te stellen de volgende beleidsregels:
Uitvoeringsregels beleid Grootschalige Zonnevelden
In het beleid Grootschalige Zonnevelden van De Ronde Venen blijken in de praktijk een aantal onduidelijkheden te bestaan, die met onderstaande uitvoeringregels worden ondervangen. Toelichting op deze regels staat in de bijlage.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder
Een initiatiefnemer is bij voorkeur een energiecoöperatie of een samenwerkingsverband van een projectontwikkelaar met een energiecoöperatie.
Uitgangspunt is dat zonnevelden zich 'nestelen’ tegen grote landschappelijke eenheden aan zoals bijvoorbeeld een golfbaan of vakantiepark, óf op voldoende afstand worden gesitueerd van deze grote landschappelijke eenheden. Hierbij kan de afstand zoals genoemd in het zonneveldenbeleid gehanteerd worden: 500m in het stroom- en kreekruggenbied, 750m in het veenweidegebied, 1000m in droogmakerijen. Hier kan gemotiveerd van afgeweken worden.
Zonnevelden moeten buiten de kernrandzones blijven. Met ‘kernrandzones’ wordt verwezen naar de provinciale omgevingsverordening. Voor de exacte ligging van de kernrandzones zie de GIS-kaart van de provincie. Alleen als de gemeente aangeeft dat daarmee mogelijke ontwikkelingen of (concept) vergunningaanvragen niet worden gehinderd, mag de landschappelijke inpassing binnen de kernrandzones worden geplaatst.
Als een initiatief in het weidevogel kerngebied wordt ontwikkeld, wordt om de compensatie te bepalen de ‘Handreiking Weidvogelkerngebied’ van de provincie Utrecht gevolgd. Onderdeel van de vergunningaanvraag is een opgave van de voor de compensatie benodigde oppervlakten en het type beheermaatregelen ten behoeve van de weidevogels.
De basis voor het landschappelijk inpassingsplan is een landschapsanalyse met zichtanalyse. Om de impact van de verdubbeling van het veld te compenseren is een kwaliteitsimpuls noodzakelijk. Daarom moet de landschappelijke inpassing meer bedragen dan 30% én moet een ‘plus’ aan het landschap worden toegevoegd. Dit kan ook in de vorm van natuurontwikkeling zijn. Deze plus moet permanent zijn en bij voorkeur in de directe omgeving van het initiatief.
Bij het eerste formele contactmoment met de gemeente levert de initiatiefnemer een concept-plan landschappelijke inrichting aan, rekening houdend met kreekruggen en andere landschappelijke waarden. De gemeente kijkt op locatie of er sprake is van meer zichtbare landschapselementen die behouden moeten blijven. Deze worden meegegeven als randvoorwaarden bij de verdere ontwikkeling.
De initiatiefnemer maakt van elk gesprek of bijeenkomst een concept-verslag en stuurt dit naar aanwezigen en overige betrokkenen met de uitnodiging om binnen twee weken aanvullingen en correcties aan te geven. De initiatiefnemer verwerkt deze in een definitief verslag en voegt deze toe aan de (concept) vergunningaanvraag.
De manier waarop het lokaal eigendom wordt geregeld, met andere woorden het proces om te komen tot minimaal 50% lokaal eigendom en de juridische en financiële (eind)vorm daarvan moet duidelijk zijn beschreven bij de eerste concrete plannen. Als het initiatief meerdere partijen betreft is er minimaal een getekende intentieovereenkomst.
Ten tijde van de conceptaanvraag omgevingsvergunning (het vooroverleg) is er een getekende samenwerkingsovereenkomst van de betrokken partijen en eventuele aanvullende juridische documenten, waaruit op voorhand duidelijk blijkt dat maximale zekerheid wordt gegeven dat minimaal 50% lokaal eigendom wordt gerealiseerd op basis van gelijkwaardigheid in de ontwikkeling, bouw en exploitatie (of meerderheidsaandeel lokaal eigendom). De inhoud van zowel de intentieovereenkomst als van de samenwerkingsovereenkomst blijven vertrouwelijk.
Alleen op aangeven van de lokale energie coöperatie kan er ook worden gekozen voor een alternatieve vorm van financiële participatie waardoor winsten in omgeving terugkomen, zoals beschreven in het beleid bij locatie specifieke vergoedingen. Deze alternatieve vorm(en) van financiële participatie dient qua winstdeling gelijkwaardig te zijn met 50% lokaal eigendom en is aanvullend op de 0,50 euro per opgewekte MWh.
Uiterlijk voor publicatie van de ontwerp omgevingsvergunning moet de initiatiefnemer een juridische overeenkomst tekenen met de gemeente waarin in privaatrechtelijke zin afspraken tussen gemeente en vergunninghouder worden geborgd. Hierin worden afspraken gemaakt over onder andere over het planschaderisico en de plankosten, financiële participatie (zie beleid Grootschalige Zonnevelden, hst 5, pp 44-47), de ontmanteling en het afvoeren van materialen na afloop van het zonneparken en alle overige afspraken die niet in de vergunning staan.
Mijdrecht, 6 mei 2025
Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen,
de secretaris,
Marco Vonk
de loco-burgemeester,
Maarten van der Greft
Bijlage: Toelichting bij de Uitvoeringsregels
In het beleid Grootschalige Zonnevelden van De Ronde Venen blijken in de praktijk een aantal onduidelijkheden te bestaan, die met bovengenoemde uitvoeringregels worden ondervangen. Het waarom van deze regels volgt hier.
Dat is belangrijk omdat in gemeente De Ronde Venen het 50% lokaal eigendom een essentiële voorwaarde is bij de oprichting van zonnevelden. Vroegtijdige samenwerking van deze partijen vergroot de kans op realisatie van het lokaal eigendom.
2.1 Beleving van het landschap
Op diverse plaatsen in het beleid is sprake van ‘beleving van het open landschap’. Een zonneveld tast die beleving aan. De mate van aantasting wordt bepaald door:
Een zichtanalyse is nodig om dit te verduidelijken.
2.2 Bepalen grootte van een zonneveld
In het beleid wordt herhaaldelijk gesproken over de grootte van zonnevelden in hectares. Ook wordt aangegeven dat bij een zonneveld minimaal 30% landschappelijke inpassing nodig is. Echter wordt niet aangegeven welke onderdelen van een zonneveld-project onder landschappelijke inpassing en welke onder het netto zonneveld vallen.
2.3 De afstand tussen zonnevelden en reeds bestaande grote ruimtelijke elementen in het landschap.
In het beleid voor de zonnevelden is de minimale onderlinge afstand tussen de zonnevelden vastgelegd. Dit is gedaan om de openheid van het landschap te beschermen en ‘verrommeling’ van het landschap te voorkomen. Daarom is het ook belangrijk om de minimaal gewenste afstand tussen de te realiseren zonnevelden en bestaande grote ruimtelijke elementen in het landschap vast te leggen.
In het beleid is soms sprake van minimale onderlinge afstanden tussen zonnevelden. Dit is gedefinieerd vanuit de landschappelijke inpassing in een open landschap. Daarom zijn hierbij de buitengrenzen van het project bedoeld.
In het beleid (paragraaf 2.3.1, pg.16) staat: ‘In principe wordt een zone van 500 meter rondom de kernen vrijgehouden.’ Zonnevelden moeten buiten de kernrandzone blijven ‘tenzij een initiatiefnemer kan aantonen dat het zonneveld geen ruimtelijke ontwikkelingen in de weg zit.’ In dat laatste heeft een initiatiefnemer geen inzicht en geen rol. Bij het eerste is onduidelijk of daarmee alleen het zonneveld of ook de landschappelijke inpassing wordt bedoeld.
In de provinciale omgevingsverordening staat in de instructieregel ontwikkelingen weidvogelkerngebied (artikel 6.7) ‘… ontwikkelingen mogelijk onder voorwaarde dat de kwaliteit van het leefgebied van de weidevogels aantoonbaar per saldo minimaal wordt behouden.’ In de toelichting wordt verwezen naar de door de provincie opgestelde handreiking weidevogelkerngebied. Hierin staan richtlijnen hoe de benodigde compensatie kan worden berekend.
2.7 Landschappelijke inpassing bij verdubbeling
In het beleid (paragraaf 3.1.4 pg. 25 e.v.) worden onze landschapstypen geschetst met daarbij de mogelijkheid om een zonneveld te verdubbelen. Om de draagkracht van het landschap niet te overschrijden en de impact van de verdubbeling te compenseren moet er sprake zijn van een kwaliteitsimpuls. Daarbij wordt dan ook gesteld dat ‘bij verdubbeling van velden de landschappelijke inpassing meer dan 30%’ moet zijn. In de praktijk rijst de vraag hoeveel meer? In de uitvoering wordt niet gekozen om deze eis expliciet te maken. Wel moet de initiatiefnemer de verdubbeling van het oppervlak zo optimaal mogelijk inpassen in het landschap en daar ook nog 'een plus' aan toevoegen.
2.8 Kreekruggen en andere zichtbare landschapselementen
In het zonneveldenbeleid wordt geen melding gemaakt van kreekruggen. Kreekruggen zijn aardkundige waarden en daarom belangrijk. Ze zijn vermeld in de omgevingsverordening van de provincie en verbeeld op bijbehorende GIS-kaart, in onze bestemmingsplannen, in de structuurvisie De Ronde Venen en op de Archeologische beleidskaart met legenda De Ronde Venen 2017.
In het beleid staat onder andere: de initiatiefnemer legt de resultaten van de participatie vast in een verslag. In dat verslag staat (o.a.):
Maar hoe dat wordt gedaan is niet vastgelegd in het beleid.
In het beleid staat o.a.: ‘In ieder geval bij vergunningverlening moet het lokaal eigendom geregeld zijn.’ Maar er staat niet hoe dat moet gebeuren en wanneer het gerealiseerd moet zijn.
Vanwege de netcongestie begrenzen de netbeheerders vooralsnog de aansluiting van zonnevelden op 50% van het maximale vermogen. Daardoor is er bij verschillende zonneveld initiatieven sprake van batterijopslag. Op termijn voorzien we ook andere vormen van energetisch bijbehorende onderdelen zoals een lokaal warmtenet, waterstof productie of anderszins. Omdat dit één ‘verdienmodel’ is, moet lokaal eigendom gelden voor het totaal.
2.13 De uitnodigingskaarten zijn indicatief
De uitnodigingskaart is tot stand gekomen in 2023/2024 en is in 2025 gecorrigeerd. Hij is gebaseerd op:
Aanduidingen kunnen zijn achterhaald in de tijd. Daarom gelden de genoemde onderliggende stukken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-207985.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.