Gemeenteblad van Wierden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wierden | Gemeenteblad 2025, 204702 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wierden | Gemeenteblad 2025, 204702 | beleidsregel |
Gemeente Wierden Evenementenbeleid 2016
1. Inleiding en samenvatting 2
3. Evenementen: Wanneer een vergunning 3
3.3. Onderscheid in evenementen door gebruik van risicoclassificatie 4
3.4. Vergunningsvrije evenementen 5
5. Voorwaarden en richtlijnen 6
5.1. Openbare orde en veiligheid 6
5.10. Bijzondere activiteiten 13
5.11. Speeltoestellen, attracties en andere constructies 16
5.14. Gebruik van materiaal 16
Bijlage 1: Proces regionaal kader evenementenveiligheid
Voor de gemeente Wierden vormen evenementen een waardevol onderdeel van de samenleving, omdat deze activiteiten voor sociale cohesie, gemeenschapszin en levendigheid zorgen. Ook versterken evenementen de saamhorigheid in buurten wijken en de buurtschappen ( bijv. de volksfeesten als Wiezo, Hexel on Wheels en de Enterse dagen) Daarnaast versterken evenementen het imago van de dorpen en geven impulsen aan de lokale economie. Tevens kunnen evenementen een brug slaan tussen diverse culturen. Ook kunnen evenementen aantrekkingskracht hebben op toeristen , zoals de Wiezoloop en de jaarmarkten (Paardenmarkt). De verscheidenheid aan evenementen is vooral in de zomermaanden een aantrekkelijke en plezierige voorziening voor de gasten van de gemeente en uiteraard ook voor de eigen inwoners.
De evenementenvergunning is een belangrijk instrument om de openbare orde en veiligheid te bewaken en wildgroei van evenementen te voorkomen. De vergunningverlening van evenementen is een structurele aangelegenheid waarbij elk evenement zijn eigen tijdpad heeft. Het beleid stelt regels en beschrijft procedures voor het verlenen van een vergunning waardoor er eenduidig beleid kan worden gevoerd. Het beleid is ter verduidelijking en verdieping van hetgeen in de APV is vastgesteld. Het geeft duidelijkheid aan de organisatie, de omwonenden, de middenstand en aan de ambtelijke organisatie zelf. Daarnaast wordt met dit beleid aan een evenwicht gewerkt tussen de positieve kanten van evenementen en de leefbaarheid en het imago van de gemeente.
Het doel van dit beleid is om een toetsingskader te creëren dat toegepast wordt door de gemeente om evenementen veilig, beheersbaar en ordelijk te laten verlopen. Het beleid beoogt met dit wettelijk kader tevens duidelijkheid en transparantie te bieden aan organisatoren, bezoekers en omwonenden. Daarbij moet het beleid een duidelijk beeld geven van de dienstverlenende en faciliterende rol van de gemeente in het kader van evenementen. Tot slot dient de regionaal vastgestelde handreiking “Veiligheid en gezondheid bij grootschalige publieksevenementen in Twente”, te worden doorvertaald naar onze werkwijze.
In het kort willen we de volgende doelstellingen bereiken met dit beleid:
Gemeentelijk evenementenbeleid en regionaal kader evenementen
Dit evenementenbeleid bestaat uit twee delen. Het gemeentelijk evenementenbeleid waarin voornamelijk het lokale maatwerk verwerkt is en het regionale kader evenementen waarin het proces en de werkwijze beschreven staan. Beide stukken zijn gelijkwaardig, onlosmakelijk verbonden en aanvullend aan elkaar. Daarnaast is in het gemeentelijk beleid een aantal onderdelen van de werkwijze uit het regionaal kader evenementen verder uitgewerkt.
2. Evenementen in de gemeente Wierden
In onze gemeente vinden jaarlijks verschillende evenementen plaats. De belangrijkste zijn hieronder weergegeven:
Eén vergunning per evenemententerrein
Er wordt één vergunning verleend per evenemententerrein voor een bepaalde periode. Daarmee wordt voorkomen dat er “meeliftende” evenementen worden georganiseerd. Er worden geen aparte standplaatsvergunningen verleend. Zijn er goede ideeën voor nevengeschikte activiteiten, dan kunnen deze (vergund of vergunningvrij) met toestemming van de gemeente en in overleg met de organisatie worden toegestaan.
Evenementenlocaties en bestemmingsplannen
In Wierden is er discussie ontstaan over de relatie tussen evenementen en bestemmingsplannen. Evenementen die naar omvang, duur en uitstraling planologische relevantie hebben, kunnen slechts plaatsvinden als het bestemmingsplan dit toestaat of als er een omgevingsvergunning is afgegeven om te mogen afwijken van het bestemmingsplan.
3. Evenementen: Wanneer een vergunning?
Artikel 2:24 van de APV gemeente Wierden (Algemene Plaatselijke Verordening) geeft de definitie voor een evenement: Elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Onder het begrip ‘evenementen’ kan een veelheid van publieksgerichte activiteiten worden gevat. Hieronder vallen bijvoorbeeld braderieën, muziekevenementen, wedstrijden op- of aan de weg en tentfeesten.
Onder ‘evenement’ wordt verstaan een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Het is dus niet nodig een evenementenvergunning aan te vragen voor een evenement dat zich in besloten kring (‘huiskamersituatie’) afspeelt. Een organisator moet een evenementenvergunning aanvragen als het evenement wordt gehouden op een locatie die normaal niet voor het publiek toegankelijk is maar tijdens het evenement wel voor publiek toegankelijk is (bijvoorbeeld een schuur). Valt de activiteit niet onder de definitie van een evenement zoals in bovenstaand artikel beschreven dan is er ook geen evenementenvergunning vereist.
Naast de evenementenvergunning die op grond van de APV door de burgemeester wordt verleend, zijn er vaak nog meer ontheffingen of vergunningen nodig.
Naast het primaire besluit van de burgemeester om een vergunning te verlenen voor het houden van een evenement, wordt integraal ontheffing en/of vergunning verleend voor de activiteiten waarvoor dit vereist is en die zijn aangevraagd (zoals strijdigheid bestemmingsplan of omgevingsvergunning Bouw).
3.3 Onderscheid in evenementen door gebruik van risicoclassificatie
Er worden diverse evenementen georganiseerd, van groot- tot kleinschalige evenementen. Naast de belangen van de organisatie en de deelnemers, spelen voor de gemeente ook andere belangen mee waarmee rekening moet worden gehouden, zoals openbare orde en veiligheid, overlast, volksgezondheid en de bescherming van het milieu.
De risicoscan geeft een eerste indruk van de risico’s op het gebied van openbare orde, veiligheid en/of gezondheid. Het maakt ook de noodzaak tot het stellen van nadere regels op één of meer gebieden inzichtelijk. Op basis van de verstrekte gegevens voor de vergunningaanvraag, kan ook een eerste beoordeling van de kwaliteit van de organisator en eventuele leveranciers worden gedaan.
Deze classificatie sluit aan bij de categorie-indeling uit het regionaal kader evenementenveiligheid . Wij hebben er een categorie ‘vergunningvrije evenementen’ aan toegevoegd. Dit zijn evenementen waarbij de impact laag is en waarbij de risico’s van dien aard zijn dat er geen aanvullende maatregelen getroffen hoeven te worden. Deze dienen wel te worden gemeld.
De evenementen worden ingedeeld in vier evenement(risico)klassen:
3.4 Vergunningsvrije evenementen
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als:
Op dinsdag is er markt in Wierden en op zaterdag in Enter. Alleen voor de Wiezo en Koningsdag wordt de markt verplaatst. Voor (eventuele) andere evenementen wordt de markt in principe niet verplaatst maar wordt wel de inpasbaarheid beoordeeld.
Alle evenementen in Twente worden opgenomen in een digitale evenementenkalender van de Veiligheidsregio Twente. Deze is alleen in te zien door de gemeente en de hulpdiensten. Een overzicht van evenementen is belangrijk voor de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente en de regio Twente. Dit overzicht richt zich met name op het totaalbeeld van de drukte in de regio op bepaalde momenten. Hierdoor is het mogelijk om tijdig te anticiperen op eventuele onwenselijke situaties.
Met deze kalender wordt gestreefd naar een overzicht van alle evenementen die dat jaar zullen plaatsvinden. Vóór 1 december voorafgaande aan het komende evenementenjaar, moeten organisaties van de evenementen een vooraankondiging indienen. Hierin wordt onder meer aangegeven wanneer hun evenement plaatsvindt zodat jaarlijks in januari een complete evenementenkalender kan worden gepresenteerd.
Wanneer een evenement als vooraankondiging op de kalender wordt geplaatst, houdt dit niet in dat de benodigde vergunningen per definitie worden verleend. Een vergunningaanvraag wordt getoetst aan de relevante regelgeving. Daarnaast kunnen ook evenementen worden vergund die niet zijn aangemeld.
Wij volgen het proces zoals dit in het regionaal kader evenementenveiligheid staat omschreven (zie https://evenementen.vrtwente.nl/). In dit kader staat een aantal optionele mogelijkheden. Deze mogelijkheden zijn hieronder verder uitgewerkt.
Het werkproces Wierden is in Bijlage 2 uitgewerkt.
In tegenstelling tot hetgeen in het regionaal kader genoemd staat, vindt er niet voor alle evenementen standaard een vooroverleg tussen de diensten plaats. Voor de categorie A is er evenementenoverleg als dit door de vergunningverlener noodzakelijk geacht wordt. Bij B-evenementen vindt er indien noodzakelijk lokaal evenementenoverleg plaats. Is er sprake van een C- evenement dan wordt dit opgeschaald en besproken in multiregionaal overleg.
Deze groep bestaande uit Politie, Brandweer en gemeente houdt zich met name bezig over voorschriften op gebied van (brand)veiligheid onder voorzitterschap van de gemeente.
Multidisciplinair overleg evenementen
Het multidisciplinair overleg houdt zich in gezamenlijkheid, onder verantwoordelijkheid van de Veiligheidsdirectie, bezig met de adviesfase. Zij voeren hierin de regie en de coördinatie over de hulpverleningsdiensten. Het multidisciplinair overleg evenementen wordt voorgezeten door de Coördinator evenementen van Veiligheidsregio Twente. Bij het overleg is altijd de behandelend ambtenaar van de gemeente aanwezig. Ondanks dat het overleg niet door hem wordt voorgezeten, blijft de regiefunctie ten aanzien van het vergunningsverleningsproces wel bij de gemeente.
Om duidelijkheid te scheppen hanteren wij gunningscriteria. Het omschrijven van gunningscriteria voorkomt willekeur en geeft het bevoegde bestuursorgaan handvatten voor het oplossen van geschillen.
De gunningscriteria geven - in het geval van een conflict in de evenementenkalender – aan hoe het bestuursorgaan omgaat met het toewijzen van een aanvraag voor een evenementenvergunning.
De criteria zijn opgesteld in orde van belang:
Verlening of weigering vergunning
wordt een advies tot het verlenen of weigeren van de evenementenvergunning opgesteld.
In artikel 1.8 van de APV staat dat een evenementenvergunning door de burgemeester kan worden geweigerd in het belang van:
Aan de vergunning worden voorschriften en/of beperkingen verbonden waaraan de organisator zich moet houden. De adviezen van de hulpdiensten worden tevens in deze voorschriften verwerkt.
Integrale evenementenvergunning Met een integrale evenementenvergunning wordt bedoeld dat de organisator alle vergunningen en ontheffingen die benodigd zijn voor het houden van een evenement tegelijkertijd aanvraagt en ontvangt. Het proces van vergunningverlening en rechtsbescherming tegen besluiten is hierbij maximaal gestroomlijnd. Dat is tevens in de lijn van de Wet samenhangende besluiten. De administratieve lasten voor zowel aanvrager als gemeente zijn op deze wijze zo laag mogelijk.
Bekendmaking en terinzagelegging
Een besluit treedt pas in werking nadat het op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt (artikel 3.40 Awb).
Evenementenvergunningen worden gepubliceerd in het huis-aan-huis blad en op de website van de gemeente. Op deze wijze worden belanghebbenden geïnformeerd over evenementen in hun fysieke leefomgeving.
De Awb bepaalt dat zowel door de aanvrager als door belanghebbenden binnen zes weken nadat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit. Tevens kan, gelijktijdig met het indienen van een bezwaarschrift, bij de rechtbank een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend.
Na het doorlopen van de bezwaarschriftprocedure staat de mogelijkheid van beroep open bij de rechtbank. Ook dan kan er wederom een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend.
In het regionaal kader is een ‘schouw’ optioneel benoemd. De schouw gebeurt altijd op initiatief van de gemeente. Tijdens de schouw kan de gemeente zich laten bijstaan door de hulpverleningsdiensten. Een schouw wordt bijvoorbeeld gehouden als het gaat om (nieuwe) B- en C-evenementen, maar het kan ook gaan om bestaande evenementen. De gemeente initieert deze schouw.
In het regionaal kader staat omschreven dat bij alle evenementen een evaluatie plaatsvindt. Hiervan wijkt de gemeente Wierden af. Bij evenementen die voor het eerst plaatsvinden en bij C-evenementen vindt er altijd een evaluatie plaats. Voor de overige evenementen is er een evaluatie, tenzij alle betrokken partijen
(hulpdiensten, organisator en gemeente) vinden dat dit niet nodig is.
Aan een vergunning zijn voorwaarden verbonden waaraan men zich moet houden. Bijvoorbeeld voorwaarden met betrekking tot (tent)constructies, milieu- en brandweereisen, alcohol- en drugsgebruik, het inzetten van verkeersregelaars, beveiligers en EHBO, het nemen van verkeersmaatregelen, etc. Hieronder staat een uiteenzetting van diverse maatregelen die kunnen gelden als voorwaarden om een vergunning te krijgen.
5.1 Openbare orde en veiligheid
Het waarborgen van de veiligheid bij evenementen is de hoofdverantwoordelijkheid van de organisatoren. Ook zijn zij aansprakelijk voor schade die daaruit voortvloeit. Voor de categorie B- en C-evenementen moet er een veiligheidsplan worden opgesteld. Voor de A- evenementen beoordeelt de vergunningverlener of een (verkorte versie van het) veiligheidsplan noodzakelijk is. In het veiligheidsplan staan de afspraken en ook de acties die van de organisator richting gemeentelijke diensten, brandweer, politie en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR). De afspraken gaan onder meer over het inrichten van een EHBO-post, beveiliging (in verband met crowdmanagement en -control), vluchtwegen, sanitaire voorzieningen, eventueel een hekkenplan, verkooptijden, etc. De organisator stelt dit plan op, waarna het ter beoordeling wordt voorgelegd aan onder andere gemeente, politie, brandweer en GHOR. Het goedgekeurde veiligheidsplan maakt deel uit van de vergunning. De organisator blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de veiligheid van de bezoekers en een ordelijk verloop op het terrein van het evenement. Het veiligheidsplan moet volledig zijn en bij de evenementenaanvraag worden ingediend.
Crowdmanagement staat synoniem voor de systematische planning van en het sturing geven aan het ordelijke verloop van gebeurtenissen waarbij zich grote aantallen mensen verzamelen. Toegepast op een evenement komt crowdmanagement neer op het plannen en sturen van de wijze waarop het publiek samenkomt op het evenement en zich op en rondom het evenement verplaatst.
Als onderdeel van crowdmanagement kunnen vervolgens maatregelen worden genomen om het gedrag van groepen mensen bij te sturen. Dit wordt crowdcontrol genoemd. Beperkende maatregelen kunnen onderdeel zijn van de plannen en ingezet worden om een incident te de-escaleren. Het verschil tussen crowdmanagement en crowdcontrol wordt vaak eenvoudig gemaakt door het te onderscheiden als respectievelijk de voorbereiding en de uitvoering. Dit is onterecht, omdat crowdmanagement zich niet hoort te beperken tot de voorbereiding.
Uitvoering, monitoring en sturing tijdens het evenement zijn minstens zo belangrijk. Er is dan ook geen sprake van fasering in tijd, waarbij crowdmanagement wordt gevolgd door crowdcontrol. En hoewel crowdcontrol als onderdeel van crowdmanagement kan worden toegepast, vindt het op zichzelf pas plaats naar aanleiding van een incident of verstoring van de publieksveiligheid. Bij crowdmanagement is dit niet het geval. Het gegeven dat er veel mensen samenkomen en dus ‘het evenement zelf’ is daar de aanleiding. De Veiligheidsregio Twente heeft een aantal uitgangspunten opgesteld die gehanteerd kunnen worden bij evenementen waarbij crowdcontrol aan de orde is.
Vluchtwegen en bereikbaarheid hulpdiensten
Bij de inrichting van het evenemententerrein moet de organisator ook zorgen dat het publiek tijdens een incident het terrein (zo) snel en veilig (mogelijk) kan verlaten. Daarvoor zijn voldoende en duidelijk gemarkeerde vluchtwegen vereist. Er moet personeel aanwezig zijn dat goed geïnstrueerd is over het gebruik van de vluchtroutes. Bij calamiteiten moet het evenemententerrein goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten. Om deze redenen is een goede plattegrond vereist.
5.2 Beveiliging Aan de vergunninghouder kan de voorwaarde tot het inzetten van beveiligers in de vergunning worden opgelegd. Hierbij geldt het algemene uitgangspunt dat er één evenementenbeveiliger op 250 bezoekers wordt ingezet. Dit hangt ook samen met het risicoprofiel van het evenement. De aanvrager geeft in de aanvraag aan óf er beveiligers kome en zo ja hoeveel. Hierover geeft de politie advies. Elk evenement vraagt maatwerk op dit punt. Een horecaondernemer kan door middel van horecaportiers zorg dragen voor de bedrijfsbeveiliging van zijn eigen horecabedrijf. Voor evenementen zal veelal gebruik moeten worden gemaakt van medewerkers van een beveiligingsbedrijf, die beschikken over het diploma Evenementbeveiliger. De erkende beveiligers moeten voldoen aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. De beveiligers plegen voorafgaande aan en tijdens het evenement overleg met de organisatie en eventueel met de politie.
De Brandweer Twente beoordeelt een aanvraag op brandveiligheid. Naar aanleiding van de eerste bevindingen wordt wel of niet nader advies gevraagd. Bij C evenementen wordt altijd nader advies van de brandweer gevraagd.
Evenementen in een gebouw of tent
In het kader van de brandveiligheid worden voor een tent of een vast gebouw waarin meer dan 50 personen gelijktijdig aanwezig zijn, specifieke brandpreventieve maatwerkvoorschriften verbonden aan de evenementenvergunning. Soms is een apart te verlenen tijdelijke gebruiksvergunning nodig op grond van de Brandbeveiligingsverordening. De regionale brandweer Twente beoordeelt ook de benodigde blusapparatuur, het gebruik van bak- en braadapparatuur, brandpreventievoorzieningen, etc.
Indien er gebruik wordt gemaakt van een tent of een tijdelijk bouwwerk (bijv. een tribune) waarin/waarop zich meer dan 50 personen tegelijkertijd bevinden, dan wordt dit vermeld in de evenementenaanvraag. Bij de aanvraag moeten dan constructieberekeningen, een inrichtingstekening van de tent en een situatietekening van de omgeving worden ingediend.
Indien er tenten of andere tijdelijke bouwwerken worden geplaatst bij (besloten) feesten, niet zijnde evenementen, dan moet er een tijdelijke gebruiksvergunning worden aangevraagd.
Brandweergerelateerde onderwerpen
Naast de gebruiksvergunning worden ook brandveiligheidsvoorschriften gesteld in de
evenementenvergunning zoals voorwaarden rondom:
Het GHOR-bureau adviseert over de geneeskundige inzet bij evenementen. Elk evenement is anders en de inzet is afhankelijk van de activiteiten die plaatsvinden, het aantal bezoekers, de aard van het publiek, de bereikbaarheid voor hulpdiensten, de plaats, het tijdstip, enz. Per evenement moet worden beoordeeld of er met het standaardadvies van het GHOR kan worden volstaan. Hiervoor heeft de GHOR een checklist ontwikkeld. Uit de ingevulde checklist blijkt of advies op maat van de GHOR noodzakelijk is. Bij A-evenementen wordt altijd volstaan met het standaardadvies.
De organisatie is verplicht te voorzien in voldoende sanitaire voorzieningen. Wanneer deze voldoende aanwezig zijn, voorkomt dit veel overlast. De gemeente ziet toe op de aanwezigheid en de optimale plaatsing. Afhankelijk van het evenement en reguliere horeca wordt in de regel de volgende norm gehanteerd: één toiletgroep per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers, met minimaal twee toiletten (één heren- en één damestoilet). Bij het gebruik van chemische toiletten mag geen lozing plaatsvinden op het gemeentelijk riool. Daarnaast kunnen door de GHOR aanvullende voorschriften worden opgesteld. Het aantal toiletten is afhankelijk van het geschatte maximum aantal bezoekers dat op één moment aanwezig is, het soort evenement, de leeftijd van de bezoekers, de doelgroep en de gemiddelde verblijftijd van de bezoekers.
Indien tijdens het evenement etenswaren worden verkocht moet men voldoen aan de richtlijnen voor publieksevenementen van het landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV). De controle hierop wordt verricht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Schenken van alcoholhoudende drank en glasgebruik:
Het verstrekken van consumpties in glas en blik is vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan bij een evenement. Alle eet- en drinkwaren binnen het evenemententerrein moeten worden geserveerd en/of uitgeschonken in plastic of karton of veiligheidsglas. De horecagelegenheden die binnen het evenemententerrein vallen mogen glas gebruiken, mits zij een portier bij de toegangsdeur(en) hebben, die erop kan toezien dat er geen glas naar buiten gaat.
Wanneer consumpties worden verstrekt aan deelnemers en bezoekers van een evenement vanuit een horecabedrijf dat zich binnen, of direct aansluitend aan, het evenemententerrein bevindt, dan is er sprake van deelname en moet door een horecaondernemer in plastic worden geschonken. Binnen mag er eventueel in glas geschonken worden, maar dan moet er een portier bij de deur aanwezig zijn om erop toe te zien dat er geen glas naar buiten meegenomen wordt.
Voor alle bedrijfsmatige verstrekking van alcoholhoudende dranken bij een evenement buiten een horeca-inrichting en daarbij behorend terrasoppervlak, is een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank & Horecawet benodigd, dus ook in het geval een horecaexploitant net buiten een vergund terras schenkt. Het schenken van sterke dranken is niet toegestaan in gebieden waar een artikel 35 ontheffing op van toepassing is. Bij vergrote terrassen mogen alleen zwak alcoholhoudende dranken worden geschonken.
In het kader van alcoholmatiging kunnen de volgende maatregelen voorgeschreven worden in de evenementenvergunning:
“Evenementenbier” - ook wel kermisbier of festivalbier genoemd - is geen officiële term maar spreektaal voor bier met een lager alcoholpercentage. Doorgaans bevat evenementenbier tussen de 2 en 3,5% alcohol in plaats van 5%. Vanuit gezondheids- en veiligheidsperspectief is de inzet van bier met een lager alcoholpercentage bij bepaalde evenementen aan te raden. Bijvoorbeeld bij sportwedstrijden, muziekfestivals en meerdaagse activiteiten. Of evenementenbier wel of niet voorgeschreven wordt, hangt af van het risicoprofiel van de bezoekers van het evenement, de beheersbaarheid, de handhaving, mogelijk ongewenste nevenactiviteiten en goed gastheerschap.
Door het gebruik van polsbandjes kan toezicht worden gehouden op de leeftijd waarop bezoekers alcohol drinken. Bij binnenkomst (op het terrein)moeten bezoekers zich legitimeren met een geldig identiteitsbewijs waarna ze door de organisatie een gekleurd polsbandje om hun pols krijgen. Het is belangrijk dat het bandje niet kan worden verwijderd zonder beschadiging en dat het goed zichtbaar gedragen wordt. Het polsbandje moet getoond worden bij de aankoop van consumpties. Het personeel moet ook toezicht houden op het doorgeven van alcoholische consumptie aan minderjarigen. Bij evenementen waar ook personen onder de wettelijke leeftijdsgrens (zoals opgenomen in de drank- en horecawet), toegang hebben tot dit evenement, kan de organisator verplicht worden gesteld om aan de bezoekers polsbandjes uit te reiken met als doel om duidelijk herkenbaar de leeftijdsgrens te markeren.
3.Deskundigheidsbevordering barpersoneel/vrijwilligers
Personeel en vrijwilligers moeten op de hoogte zijn van de regels en risico’s rond alcoholgebruik. Er kan voorgeschreven worden dat het barpersoneel, security en/of vrijwilligers geschoold worden rondom het thema alcohol aan jongeren. Dit kan door bijvoorbeeld de Instructie Veilig Alcohol (IVA) te volgen.
De organisator van een evenement is verantwoordelijk voor het opruimen van afval, op het terrein en in de directe omgeving, tijdens en na afloop van het evenement. Slaagt de organisator er niet in om alles zelf op te ruimen dan ruimt de gemeente op, op kosten van de organisator.
Indien een evenement wordt gehouden op een plaats van openbaar groen waar de kans op schade aan het terrein bestaat door het houden van het evenement, dan kan de gemeente een voor- en naschouw doen. Als schade tijdens de voorschouw wordt voorzien, worden voorschriften opgesteld om schade te voorkomen. Zo kunnen perken worden afgezet zodat het publiek er niet doorheen kan lopen.
In grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden mogen geen activiteiten plaatsvinden die de situatie van dit gebied kunnen verslechteren. In grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden mogen geen auto’s ten behoeve van evenementen worden geparkeerd. Bij een aanvraag in grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden zal de provincie altijd om advies worden gevraagd.
Regen kan het evenemententerrein veranderen in een modderpoel. Daardoor kan schade ontstaan aan de bodem. Vooral op plaatsen waar catering plaatsvindt, veel publiek samen komt of veel kuilen in het terrein zitten, is het noodzakelijk om eventuele schade te voorkomen. In noodgevallen is het handig om houtkrullen, houtsnippers, strooisel, zand ,e.d. achter de hand te hebben om wateroverlast aan te pakken. Daarnaast moeten organisatoren rekening houden met slechtweerscenario’s (extreme hitte, storm, onweer etc.). Dit maakt deel uit van het veiligheidsplan.
Om overlast voor om- en aanwonenden te beperken en/of te voorkomen worden er begin- en eindtijden gesteld voor het houden van een evenement en het gebruik van geluidsapparatuur.
Voor A-evenementen geldt een eindtijd van 24:00 uur. Voor B- en C-evenementen wordt in de vergunning een eindtijd voor het evenement aangegeven, met een maximum eindtijd van 02.00 uur (het evenemententerrein moet dan leeg zijn). Er dient sprake te zijn van een geleidelijke afloop van het evenement. Dit betekent dat de eindtijd voor het geluid één uur en het schenken van alcoholische dranken 30 minuten voor de eindtijd van het evenement ligt.
Voor bijzondere, incidentele evenementen kunnen er afwijkende tijden worden vastgesteld door de burgemeester. Dit kan ook als er sprake is van klachten die bij de gemeente of politie bekend zijn gemaakt.
Er geldt een maximum eindtijd voor geluid voor alle evenementen van 01.00 uur. De opgelegde norm voor het maximaal te produceren geluid is 80 dB(A).
Het uitgangspunt is dat er maatwerk wordt geleverd. Om maatwerk per locatie mogelijk te maken wordt niet ingezet op één algemene geluidsnorm voor alle evenementen. Bepalend hierin zijn de geldende bestemmingsplannen en de nota “Geluid bij evenementen”.
Naast het gemiddelde geluidniveau spelen ook de bassen een belangrijke rol in de beleving van de muziek. Belangrijk voor de bezoekers, maar hinderlijk voor omwonenden. Om die hinder te beperken wordt in vergunningen ook een grenswaarde in dB(C) opgenomen waarbij de getalswaarde in de regel 10 decibel hoger zal zijn dan de waarde in dB(A).
Per locatie verschilt de geluidsruimte in afstand tot woningen, richting van het geluid en aard van de geluidsbron. Omdat evenementen en locaties zo verschillen is maatwerk per evenement vereist. In de evenementenvergunning kan maatwerk worden geboden door het stellen van voorschriften. In vooroverleg kan samen met de aanvrager worden gekomen tot de meest geschikte opstelling. De resultaten worden vervolgens in de vergunning vastgelegd. De volgende punten maken deel uit van de voorschriften in de vergunning;
De evenementen die plaatsvinden op de locaties die de bestemming ‘evenemententerrein’ hebben, worden getoetst aan de geluidsniveaus die in de betreffende bestemmingsplannen zijn opgenomen.
Parkeren en verkeersmaatregelen
Organisatoren van evenementen moeten rekening houden met de parkeerbehoefte van de bezoekers en met de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Parkeergelegenheid moet door de organisatie zelf worden geregeld. Bovendien moet de aan- en de afvoerroute minimaal vier meter breed zijn. Ook kan worden bepaald dat er bij de parkeergelegenheid medewerkers van de organisatie aanwezig moeten zijn om het parkeren in goede banen te leiden en toezicht te houden. Verder moet de organisatie ervoor zorgen dat er voldoende bewegwijzering is aangebracht naar het parkeerterrein. Parkeerplaatsen moeten zijn voorzien van deugdelijke verlichting. Omwonenden mogen gedurende de evenementen geen (overmatige) overlast ondervinden van geparkeerde auto's van bezoekers. De hulpverleningsdiensten moeten te allen tijde vrije doorgang hebben.
De verkeersveiligheid is reden om eventueel van de organisatie een verkeersplan te vragen. Dit geldt met name bij evenementen die gepaard gaan met veel bezoekers en daarmee verkeersstromen. En bij evenementen waarbij veel verkeersmaatregelen, zoals wegafsluitingen, genomen moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij triatlons en wielerrondes. De politie heeft een eigen taak voor het verkeer en de openbare orde op de weg, terwijl de aanvrager primair verantwoordelijk is voor particuliere gebieden of locaties. Omdat deze scheiding in de praktijk vaak moeilijk aan te brengen is, is gezamenlijke planvorming op dit punt essentieel.
De organisator is verantwoordelijk voor de raming van het aantal te verwachten bezoekers/deelnemers en voor de planning van de parkeercapaciteit. Hierbij moet rekening gehouden worden met een parkeervoorziening die zowel bij goed als bij slecht weer voldoende draagvlak biedt om personenvoertuigen te parkeren. De organisator is voor de regionale verkeerssituatie afhankelijk van de informatie en medewerking van de politie en de gemeente. In het verkeersplan worden aspecten als capaciteitsberekening, verkeersroutering en- regeling integraal beschouwd, alsmede het parkeerbeleid. In een verkeersplan wordt rekening gehouden met calamiteitenroutes. De organisatie is verantwoordelijk voor het opstellen van het verkeersplan. Op basis van het verkeersplan wordt beoordeeld of toestemming wordt verleend voor de te nemen verkeersmaatregelen.
Bij activiteiten op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en weggebruikers geregeld moet worden, zijn verkeersregelaars vereist. Aan de hand van de route wordt op initiatief van de organisatie, het aantal verkeersregelaars vastgesteld. De noodzaak van inzet en het aantal wordt gecontroleerd door de gemeente in overleg met de politie. Er dienen gecertificeerde verkeersregelaars ingezet te worden om het verkeer te regelen. Deze verkeersregelaars moeten een instructie volgen via een e-learning cursus. Het werven van verkeersregelaars is een eigen verantwoordelijkheid van de organisatie.
Communicatie omwonenden/bedrijven/handelsverenigingen. De organisator is verantwoordelijk om- en aanwonenden, bedrijven, winkeliers, handelsverenigingen, enz. op de hoogte stellen van het evenement. Door bijvoorbeeld het sturen van een brief of flyer kunnen de bewoners op de hoogte worden gesteld. Dit geschiedt tenminste twee weken voorafgaand aan het evenement. De mededeling omvat in ieder geval:
Bij ieder evenement moet er een bevoegd en ter zake kundig aanspreekpunt (veiligheidscoördinator) zijn voor de gemeente, de politie en de brandweer. Dit aanspreekpunt (veiligheidscoördinator) moet gedurende het gehele evenement bereikbaar en aanspreekbaar zijn (dus niet onder invloed van alcohol). Meer wisselende aanspreekpunten is toegestaan. De organisatie bepaalt wie het aanspreekpunt is. Het aanspreekpunt moet anticiperen op gebeurtenissen en klachten. In de vergunningaanvraag en het veiligheidsplan wordt aangegeven hoe het aanspreekpunt te bereiken is. Het telefoonnummer en de naam van het aanspreekpunt worden in de vergunning opgenomen.
De organisator van een evenement is verantwoordelijk voor het adequaat verzekeren van het evenement. Dit kan door een aansprakelijkheidsverzekering of een evenementenverzekering af te sluiten. Aangezien geen evenement hetzelfde is, adviseren wij de organisator contact op te nemen met een verzekeraar om eventuele schade via een verzekeringspolis financieel af te dekken.
Het komt regelmatig voor dat tijdens evenementen bijzondere activiteiten worden georganiseerd. Bijzondere activiteiten zijn bijvoorbeeld het gebruik van vuurwerk, het oplaten van ballonnen en het gebruik van helikopters. Alle bijzondere activiteiten moeten worden aangegeven op de aanvraag voor een evenementenvergunning. Per geval wordt beoordeeld of de activiteit doorgang kan vinden en of er andere beschikkingen van de gemeente of andere instanties noodzakelijk zijn.
Bij het organiseren van meerdere wandelevenementen door een en dezelfde organisatie periodiek in een jaar kan 1 evenementenvergunning worden aangevraagd en verstrekt. Voorwaarde is dat per wandeling ten minste 12 weken van te voren de volgende zaken worden aangeleverd:
Door lokale voetbalverenigingen worden regelmatig wedstrijden georganiseerd tegen betaalde voetbal competitieclubs of tegen buitenlandse clubs. De voorbereiding op de competitie, benefietwedstrijden en jubileumwedstrijden zijn meestal aanleiding voor deze evenementen. Daarnaast komt het voor dat in het reguliere programma van de KNVB tegen betaalde voetbalclubs wordt gespeeld (bijvoorbeeld in de KNVB- beker). Al deze wedstrijden worden gezien als risicowedstrijden waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd. Ook wedstrijden binnen de eigen competitie kunnen worden aangemerkt als risicowedstrijd.
Dit gemeente neemt hierover een besluit na advies van de politie. Het is mogelijk een vergunning voor het gehele seizoen af te geven.
Tijdens evenementen kan vuurwerk worden afgestoken. Vuurwerk mag alleen afgestoken worden door een gespecialiseerd bedrijf. Verder moet een ontbrandingsmelding worden gedaan of in sommige gevallen ontbrandingstoestemming worden aangevraagd en verleend door de Provincie Overijssel. De burgemeester geeft een verklaring af van ‘geen bezwaar’.
Activiteiten in gebouwen of sportcomplex met een gebruiksbesluit
Een sportcomplex is bedoeld om te sporten. Vaak is een kantinefunctie aanwezig. Steeds vaker worden concerten, kinderactiviteiten of liefdadigheidsactiviteiten in kerken, sportzalen of scholen gehouden. Voor deze activiteiten wordt gebruik gemaakt van gebouwen waarvoor een gebruiksbesluit is afgegeven. Over het algemeen is het gebruiksbesluit voor een sportcomplex niet ingesteld op andersoortig gebruik. Daar komt bij dat voor een sportfunctie op onderdelen lichtere bouwkundige eisen gelden dan voor bijeenkomstfuncties. Dit kan betekenen dat voor andersoortig gebruik zwaardere gebruikseisen gelden om brandveilig gebruik te garanderen. Daarnaast wordt de ruimte tijdelijke anders ingericht (bijv. door het plaatsen van een podium, bar, enz.). In dat geval moet een evenementenvergunning aangevraagd worden. Mocht de hal of kantine en/of het horecagedeelte bij het evenement betrokken worden en men overschrijdt de geluidsnormen dan moet ook een melding incidentele festiviteiten worden ingediend. Deze actie moet door de directe eigenaar/huurder van het sportcomplex worden aangevraagd. Op basis van de APV mag twaalf keer een melding van een incidentele festiviteit gedaan worden.
In situaties waarin sprake is van zeer afwijkend gebruik is een evenementenvergunning nodig. In de vergunning kunnen voorwaarden opgenomen worden:
Evenementen in een horeca-inrichting
Een evenement in een horeca-inrichting is een festiviteit. Hiervoor kan geen evenementenvergunning worden aangevraagd. In de APV is de regeling voor collectieve en incidentele festiviteiten opgenomen. Deze bepalingen hebben alleen betrekking op de hoeveelheid geluid. Wordt een evenement in een horeca-inrichting gehouden dan is geen evenementenvergunning nodig, mits de activiteiten binnen de normale bedrijfsvoering plaats vinden.
Een besloten feest (bruiloften, bedrijfsfeesten, examenfeesten, enz. ) of een voorstelling in een theater is in beginsel geen evenement. Maar als kaarten worden verkocht voor een zogenaamd “besloten” feest en er reclame voor wordt gemaakt, dan kan een dergelijk feest toch als een evenement wordt beschouwd. Ook feesten die worden gehouden in een horecabedrijf en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering, kunnen worden aangemerkt als een evenement. Hierbij valt te denken aan een dance-event/houseparty. Besloten feesten mogen niet plaatsvinden op gemeentegrond.
Vaak worden kermissen georganiseerd in combinatie met een dorpsfeest, ook worden wel eens afzonderlijke kermissen georganiseerd. Kermissen produceren een ander soort overlast dan muziek bij een tentfeest, omdat er sprake is van verschillende geluidsbronnen. Bovendien zijn er aan kermisattracties meer veiligheidsrisico’s verbonden. Aan een evenementenvergunning voor een kermis worden verschillende voorwaarden verbonden. Om de overlast van kermissen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, moeten kermissen uiterlijk om 24:00 uur sluiten. Kermisattracties moet de exploitant aanmelden bij de Voedsel en Waren Autoriteit/ Keuringsdienst van Waren, afdeling non-food. Aan de gemeente moet de organisator een Certificaat van Goedkeuring overleggen van de aangewezen keuringsinstantie (AKI).
Vechtevenementen/ evenementen in strijd met de menselijke waardigheid
De gemeente staat in beginsel uitsluitend vechtsportevenementen toe die onder auspiciën staan van koepelorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF.
Regelmatig vinden evenementen plaats met grote voertuigen. Bij dergelijke evenementen gaat bijzondere aandacht uit naar de locatie en naar de opstelling van het publiek ten opzichte van de voorstelling. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor voldoende parkeergelegenheid, goede verkeersafwikkeling en voldoende bereikbaarheid voor hulpdiensten. Wellicht is er sprake van geluidhinder, lichthinder en stankoverlast. Naar aanleiding van het incident in september 2014 met de monstertruck in Haaksbergen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waarbij onder meer de veiligheid van dit evenementen is beoordeeld. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen bij aanvragen voor dergelijke evenementen.
Een bijzondere categorie grote evenementen is ‘tentfeesten’. In de gemeente Wierden vinden tentfeesten plaats. Voorbeelden zijn de tentfeesten Wiezo, Agrifair, Ruiterbal Indoor Wierden, Hexel on Wheels en de Enterse dagen. Deze zijn bijzonder omdat zij behoren tot de jarenlange traditie van de dorpsfeesten in met name de verschillende kernen van onze gemeente. Dergelijke feesten moeten goed en professioneel worden georganiseerd. Het gaat immers om grote groepen mensen en er wordt alcohol gedronken.
Onder crosswedstrijden vallen onder andere autocross, motorcross en trekkertrek. Naast een evenementenvergunning is een aanwijzingsbesluit nodig op grond van artikel 5:30 lid 2 APV (Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod niet van toepassing is. Het kan regels stellen voor het gebruik van deze terreinen) en/of een milieuvergunning. Bij dergelijke evenementen is sprake van een verhoogd veiligheidsrisico. Hier gelden aanvullende bepalingen. Deze worden verbonden aan de vergunning en komen overeen met de reglementen en voorschriften van KNAC Nationale Autosport Federatie (KNAF).
Het merendeel van de horeca-inrichtingen valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bedrijven die onder dit besluit vallen moeten voldoen aan de voorschriften. Het afwijken van de normen van het besluit (zoals een hogere geluidsproductie) kan worden toegestaan met het aanvragen van een incidentele festiviteit. Het doel hiervan is om horeca- inrichtingen de mogelijkheid te bieden gedurende 12 dagen festiviteiten in de inrichting te organiseren die normaal vanwege de strenge geluidsnormen niet mogelijk zijn. Het mogen afwijken van de geluidsnorm geldt tot uiterlijk 24.00 uur.
In de APV staat dat er per kalenderjaar collectieve festiviteiten kunnen worden aangewezen, waarbij de geluidsnormen zoals bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit niet gelden. Onder collectieve festiviteit wordt verstaan: een festiviteit die niet specifiek aan één of een aantal inrichtingen is verbonden. Voorbeelden van collectieve festiviteiten zijn Oud & Nieuw en Koningsdag. Het aanwijzen van de collectieve festiviteiten gebeurt in samenspraak met de plaatselijke horeca. De gemeente wijst per kern collectieve festiviteiten aan zodat horecaondernemers en inwoners weten dat de festiviteiten collectief van aard zijn. Het aanwijzen is een eenmalige registratie c.q. publicatie. Ook hier geldt, net als bij de incidentele festiviteiten dat tot uiterlijk 24:00 uur mag worden afgeweken van de geluidsnorm.
Verschil evenement en festiviteit:
Voor het houden van circussen heeft de gemeente geen terrein beschikbaar. Het is mogelijk om op particulier terrein een circus te houden. Bij de aanvraag moet een schriftelijke verklaring van de eigenaar worden overlegd waarin toestemming wordt gegeven voor het gebruik van de grond. De aanvraag voor een circus moet volledig en tijdig worden aangevraagd. De circussen moeten aangesloten zijn bij de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemers (VNCO) en die zich houden aan de Richtlijn Welzijn Circusdieren (die tot stand is gekomen in een samenwerkingsverband tussen VNCO, de Raad voor Dierenaangelegenheden en met ondersteuning van het Ministerie van LNV). Het circus is een evenement waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd. Per jaar worden er maximaal vier vergunningen verleend.
5.11. Speeltoestellen, attracties en ander constructies
Voor het gebruik bij evenementen van attracties, speeltoestellen of andere constructies zoals tenten of andere bouwwerken, gelden voorwaarden.
Een speeltoestel is een inrichting, bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Een attractietoestel is een al dan niet permanent geïnstalleerde inrichting ter voortbeweging van personen, die bestemd is voor vermaak of ontspanning en aangedreven wordt door een niet-menselijke energiebron. Voor toestellen en attracties geldt dat ze moeten voldoen aan het Warenwetbesluit attractie en speeltoestellen en gecertificeerd moeten zijn door één van de keuringsinstellingen die de overheid heeft aangewezen. Als een certificaat ontbreekt, moet een constructieberekening worden ingediend.
Voor tenten, podia en tribunes geldt dat een certificaat of een constructieberekening moet worden ingediend.
In geval van overige toestellen/ constructies kan ten minste een berekening worden opgevraagd. Dit is ter beoordeling aan de vergunningverlener. Worden de gevraagde gegevens niet overlegd, dan is dit een reden om de aanvraag te weigeren.
Evenementen kunnen niet zonder bezoekers. Het is van belang dat organisatoren de kans krijgen om reclame te maken zodat het evenement bekend wordt onder het publiek. Deze regels staan genoemd in de reclamenota.
Iedereen die een evenement organiseert en daarvoor een evenementenvergunning aanvraagt moet leges betalen. Deze leges worden jaarlijks vastgesteld in de Legesverordening. Voor sommige vergunningen die betrekking hebben op een evenement worden separaat leges geheven. Deze zijn onder andere:
Diverse organisaties maken gebruik van faciliteiten van de gemeente. (gebruik van dranghekken, bebording, het vegen van de straten). Er is hiervoor geen vaste gedragslijn.
De wet Markt en Overheid verbiedt gemeenten om bij marktconforme activiteiten te concurreren met het bedrijfsleven. Voor gemeentelijke diensten, die ook op commerciële basis door het bedrijfsleven worden aangeboden, geldt dat de gemeente een commerciële prijscalculatie en prijsbepaling moet hanteren.
Voor sommige activiteiten kan de gemeenteraad bepalen dat het vanwege het algemeen belang wenselijk is om geen commerciële prijscalculatie te hanteren. Na vaststelling van dit beleid willen wij het college vragen om de raad voorstellen om het faciliteren van evenementen aan te wijzen als dienst van algemeen economisch belang in het kader van de Wet markt en overheid. Op deze wijze blijft het mogelijk om bebording of drankhekken, mits voorradig, kosteloos bij de gemeentewerf te lenen.
Indien blijkt dat de organisatie van een evenement het evenemententerrein niet schoon heeft achtergelaten, worden de werkzaamheden door of namens de gemeente uitgevoerd op kosten van de organisatie van het evenement.
Als blijkt dat de organisator zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden, kunnen maatregelen worden genomen. Een maatregel kan variëren van een bestuurlijke maatregel tot het onmiddellijk stilleggen van het evenement. In eerste instantie wordt na constatering van een overtreding eerst gewaarschuwd met het doel de situatie te herstellen. Afhankelijk van de aard en de ernst van de geconstateerde overtreding of het niet nakomen van afspraken, beslist de burgemeester tot een passende bestuurlijke maatregel.
De burgemeester kan besluiten tot het geven van een bestuurlijke waarschuwing. Daarmee wordt kenbaar gemaakt dat de organisator in overtreding is geweest. In de waarschuwingsbrief kan worden opgenomen dat bij een nieuwe overtreding de burgemeester overgaat tot een bestuursrechtelijke maatregel, zoals een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. De bestuurlijke waarschuwing is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan ook geen bezwaar worden gemaakt.
Het opleggen van het soort bestuursrechtelijke maatregel is afhankelijk van de spoedeisendheid. Het ongedaan maken van een overtreding en/of gevaarlijke situatie tijdens een evenement heeft vaak een spoedeisend belang. Om die reden wordt in de regel eerder gebruik gemaakt van een last onder bestuursdwang, dan een last onder dwangsom.
Last onder dwangsom (art. 5.32 Awb )
Bij een last onder dwangsom wordt aan de organisator een termijn gegeven om de overtreding alsnog ongedaan te maken. De overtreder wordt zelf opgedragen om een eind te maken aan de overtreding. Wanneer de overtreder hieraan geen gehoor geeft, wordt de dwangsom verbeurd. Een last onder dwangsom kan ook worden opgelegd om herhaling te voorkomen. De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. Ook is het mogelijk om preventief een dwangsom op te leggen.
Last onder bestuursdwang (art. 5.25 Awb )
Als een last onder bestuursdwang wordt opgelegd, krijgt de organisator, indien er geen sprake is van spoedeisendheid, de gelegenheid tot het herstel van de overtreding. Wanneer de organisator hieraan geen gehoor geeft of als de spoedeisendheid groot is, wordt de overtreding door of namens de gemeente beëindigd. De eventuele kosten kunnen op de organisator verhaald worden. Hieronder vallen ateriele, personele en administratieve kosten.
Het Evenementenbeleid gemeente Wierden wordt na twee jaar geëvalueerd. Als blijkt dat het evenementenbeleid tot onredelijke of onbedoelde maar ongewenste (neven-)effecten leidt, zal tussentijdse bijstelling plaatsvinden.
In alle gevallen waarin het Evenementenbeleid gemeente Wierden niet voorziet, beslist het bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde orgaan kan beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan in een individueel geval leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-204702.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.