Intrekken twee openbare parkeervakken alleen voor opladen elektrische voertuigen aan de Weegbree te Havelte

Kenmerk: 73-0001170

 

 

Bevoegdheid

Op grond van artikel 18, eerste lid, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het nemen van verkeersbesluiten en het intrekken daarvan die betrekking hebben op gemeentelijke wegen.

 

Grondslag

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing én verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens, en van onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

 

Adviezen

Er heeft overleg plaatsgevonden met de (gemachtigde van) de korpschef van de nationale politie, conform artikel 24 van het BABW.

BESLUIT

Wij besluiten het eerdere verkeersbesluit, inhoudende de aanwijzing van twee openbare parkeervakken uitsluitend voor het opladen van elektrische voertuigen aan de Weegbree ter hoogte van huisnummer 436 te Havelte, in te trekken. Dit betekent dat het verkeersbord E08c uit bijlage 1 van het RVV 1990, met het onderbord OB504, niet worden geplaatst en dat de parkeervakken voor regulier openbaar parkeergebruik blijven bestaan, zonder beperking tot elektrische voertuigen.

 

Motivering

Het oorspronkelijke besluit tot aanwijzing van de twee parkeervakken voor het opladen van elektrische voertuigen was gebaseerd op de 'Laadvisie Westerveld' en de wens om elektrisch rijden te stimuleren. Op dit moment achten wij de aanwijzing van deze specifieke parkeervakken als laadplaatsen niet langer noodzakelijk of passend. Redenen hiervoor zijn onder andere gewijzigde omstandigheden in de parkeerdruk, beschikbaarheid van alternatieve laadmogelijkheden in de directe omgeving, en signalen uit de wijk.

Gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet, strekt deze intrekking tot:

 Lid 1 sub c: het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; 

Lid 2 sub b: het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

 

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en wethouders van Westerveld,

namens hen,

W.W. van Meijeren

Beleidsmedewerker verkeer en vervoer

Naar boven