Gemeenteblad van Berg en Dal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 200800 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 200800 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Tegemoetkoming Kosten Kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Berg en Dal 2025
De raad van de gemeente Berg en Dal;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal van 18 maart 2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
overwegende dat de taak, om te zorgen voor kinderopvang voor gezinnen met sociaal-medische problematiek, door het rijk is neergelegd bij de gemeenten;
vast te stellen onderstaande Verordening Tegemoetkoming Kosten Kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Berg en Dal 2025;
In deze verordening wordt verstaan onder:
sociaal-medische indicatie: een schriftelijk advies door een adviesorgaan waaruit blijkt dat kinderopvang van het kind of de kinderen van belanghebbende om sociaal-medische redenen noodzakelijk is. In dit advies staat tevens het benodigde aantal uren opvang per week en de benodigde duur van de opvang.
Ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag kunnen tijdelijk een financiële tegemoetkoming ontvangen in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie, ten behoeve van de opvang van kind(eren) van belanghebbende in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar of het einde van groep 8 van de basisschool.
De tegemoetkoming kan worden toegekend om tenminste één van de twee onderstaande doelen te bereiken:
Het college besluit op aanvragen met inachtneming van de verordening. In bijzondere gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van het gestelde in deze verordening.
De verordening is van toepassing op belanghebbende met een kind of meerdere kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot en met 12 jaar of het einde van groep 8 van de basisschool, waarbij een adviesorgaan een schriftelijk advies heeft afgegeven waarin de noodzaak van kinderopvang wordt aangegeven op grond van een sociaal medische indicatie. Belanghebbende kan geen beroep doen op een voorliggende voorziening.
Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bewijsstukken:
de sociaal-medische indicatie van een adviesorgaan, waarin wordt aangegeven: de grond waarop de kinderopvang nodig is, de omvang (in uren per week) en de duur van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. Dit kan met terugwerkende kracht teruggaan tot maximaal zes maanden gerekend vanaf de datum van aanvraag;
Belanghebbende moet de gegevens/bewijsstukken genoemd onder lid 2 binnen een redelijk gestelde termijn na het indienen van de aanvraag aanleveren. Als belanghebbende de gevraagde gegevens en bewijsstukken genoemd onder lid 2 niet binnen de gestelde termijn aanlevert, wordt een hersteltermijn geboden waarbinnen belanghebbende de gevraagde gegeven/bewijsstukken moet aanleveren. Als belanghebbende de gevraagde gegevens/bewijsstukken niet binnen de hersteltermijn aanlevert, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Artikel 10 Hoogte van de tegemoetkoming
De inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt vastgesteld op basis van het toetsingsinkomen en de VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. Bij de eerste (laagste) inkomensschijf wordt in afwijking van de VNG adviestabel de ouderbijdrage op € 0,00 per uur gesteld, zowel voor het eerste kind als voor het tweede kind e.v. Dit betekent dat ouders met een inkomen dat valt in de eerste inkomensschijf van de VNG adviestabel of een inkomen op 110% bijstandsniveau, geen ouderbijdrage hoeven te betalen. Voor de berekening van de tegemoetkoming bij meerdere kinderen met een indicatie wordt het kind waarvoor de minste kosten worden gemaakt beschouwd als het eerste kind.
Artikel 14 Inwerkingtreding en overgangsbepaling
Aanvragen die zijn gedaan voor de inwerkingtreding van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Berg en Dal 2025 en waarop nog niet is beslist worden afgehandeld volgens de regels die golden tot de inwerkingtreding van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Berg en Dal 2025 tenzij toepassing van de gewijzigde Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Groesbeek 2025 voor de aanvrager gunstiger uitpakt.
Vastgesteld door de raad van de gemeente Berg en Dal in zijn openbare vergadering van 17 april 2025
De griffier,
E.W.A.T. Pastoors
De burgemeester,
mr. M. Slinkman
Een gezin kan kinderopvang nodig hebben wegens sociaal-medische redenen (gelegen in de ouder of het kind), maar geen kinderopvangtoeslag van de belastingdienst ontvangen omdat de ouder of één van de ouders niet werkt. Kan een gezin dan nog een tegemoetkoming krijgen in de kosten van kinderopvang?
Aanvankelijk maakte kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) onderdeel uit van de Wet kinderopvang (de Wko). Omdat er in 2005 geen duidelijkheid ontstond over de plaats waar de centrale indicatiestelling voor de doelgroep zou moeten plaatsvinden, zijn de SMI-artikelen uit de Wko niet in werking getreden en is aan gemeenten gevraagd de uitvoering ter hand te nemen en een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van SMI te verstrekken. Hiervoor is een bedrag toegevoegd aan het gemeentefonds. De meeste gemeenten voerden dit al een aantal jaren uit. Wettelijke borging van kinderopvang op grond van SMI in de Wko is in de jaren na 2005 echter nooit tot stand gekomen, ook niet in de Jeugdwet en de Wmo.
Destijds nog de MUG-gemeenten hadden in de jaren na 2005 veelvuldig aan gezinnen een tegemoetkoming in de kosten kinderopvang verstrekt op grond van een sociaal-medische indicatie. Begin 2015 is een beleidsregel vastgesteld door het college van het toenmalige Groesbeek om dit voort te zetten. Een beleidsregel was echter niet het juiste instrument om de tegemoetkoming te kunnen toekennen, omdat de wettelijke basis ontbreekt (zie hierboven). Daarom werd op grond van artikel 149 Gemeentewet de Verordening Tegemoetkoming Kosten Kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Groesbeek 2015 vastgesteld. Artikel 149 van de Gemeentewet geeft de raad de autonome bevoegdheid om een gemeentelijk regeling vast te stellen. Deze verordening uit 2015 is de basis voor de Verordening Tegemoetkoming Kosten Kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Berg en Dal 2025, waarin op basis van de uitvoeringspraktijk een aantal zaken is geactualiseerd en aangevuld.
In de verordening is geen inkomensgrens gesteld, omdat sociaal-medische problematiek in alle inkomensgroepen voorkomt. Een brede toegang wordt ook voorgestaan door het Rijk. Wel wordt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage gevraagd conform de VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. Dit is redelijk, gezien het feit dat ook in de Wet kinderopvang en bij de peuterspeelzalen in de gemeente een inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt gevraagd.
De indicatiestelling van de kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie ligt in eerste instantie bij het sociaal team van de gemeente. Binnen het sociaal team wordt de noodzaak van kinderopvang op grond van SMI in een gezin integraal bekeken: er wordt gekeken naar de totale problematiek binnen een gezin, de totale behoefte aan hulpverlening en andere mogelijkheden van opvang van de kinderen (bijv het netwerk om het gezin heen). Het advies van het sociaal team wordt vervolgens getoetst aan de verordening. In bepaalde situaties volstaat echter een indicatie van het CIZ, met name bij aanvragen van het moeder/kind huis 24/7.
Dit artikel bevat de begripsbepalingen die op deze beleidsregels van toepassing zijn.
g: het adviesorgaan is in eerste instantie het sociaal team van de gemeente. Binnen het sociaal team wordt de noodzaak van kinderopvang op grond van SMI in een gezin integraal bekeken: er wordt gekeken naar de totale problematiek binnen een gezin, de totale behoefte aan hulpverlening en andere mogelijkheden van opvang van de kinderen (bijvoorbeeld het netwerk om het gezin heen). Het advies van het sociaal team wordt vervolgens getoetst aan de verordening.
Een indicatie van het CIZ is daarnaast ook een mogelijkheid, met name bij de aanvragen van het moeder-kind huis 24/7. Tot slot kan in een enkel geval de noodzaak tot kinderopvang zo eenduidig zijn een sociaal-medische indicatie achterwege kan blijven.
i: de adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van VNG sluit aan bij de inkomenstabel die de belastingdienst hanteert, maar is een vereenvoudigde versie, waar veel gemeenten mee werken.
j. het bruto jaarinkomen op basis van een actuele loonstrook en/of uitkeringsspecificatie houdt in dat daarin ook inkomsten uit bijvoorbeeld vakantietoeslag en uitkeringen zoals een 13e maand worden meegenomen.
Met genoemde doelstelling wordt een lacune opgevuld in de Wet kinderopvang voor ouders die vanwege sociaal medische redenen op kinderopvang zijn aangewezen of als dit de ontwikkeling van het kind ten goede komt. De tegemoetkoming is als een tijdelijke ondersteuning bedoeld aangezien ouders primair zelf verantwoordelijk zijn voor de opvang van hun kind(eren). Van hen wordt verwacht dat zij actief zoeken naar andere mogelijkheden om weer zelf te kunnen voorzien in de noodzakelijke opvang van hun kind(eren)
Artikel 3 Bevoegdheid van het college
Het college besluit over aanvragen met (uiteraard) inachtneming van de verordening, maar het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de verordening. In de praktijk behelst dit vooral aanvragen van ouders in het Moeder-Kindhuis, waarbij het in redelijkheid niet altijd mogelijk is om de verordening strict te volgen zonder daarmee een risico op bepaald gevaar of schade te veroorzaken.
Artikel 5 Voorliggende voorziening
De tegemoetkoming fungeert als een vangnet. Als het netwerk van belanghebbende, de ondersteuningsmogelijkheden vanuit lokale algemene voorzieningen, de Wet kinderopvang, de peuterspeelzaal, de Zorgverzekeringswet, de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning, een mogelijkheid biedt, dan moet daarvan gebruik worden gemaakt.
Artikel 6 Vaststellen van het recht op een tegemoetkoming
Het college neemt een besluit over de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie van een adviesorgaan.
De indicatie bevat in ieder geval:
In dit artikel is opgenomen dat het college een advies bij een ander adviesorgaan kan opvragen als zij twijfels heeft bij de noodzaak of de omvang van de gevraagde kinderopvang.
Lid 2, sub d: in een enkel geval kan de noodzaak voor kinderopvang zo duidelijk zijn dat een sociaal-medische indicatie achterwege kan blijven. Dit moet echter wel goed worden gemotiveerd.
Artikel 9 Periode van de tegemoetkoming
Kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie is met nadruk een tijdelijke oplossing. Verlenging moet niet jaar na jaar plaatsvinden; 1,5 tot 2 jaar zou het maximum moeten zijn. Werken aan een oplossing op langere termijn is hierbij belangrijk. Vandaar dat het college een indicatie kan afgeven voor maximaal 12 maanden, die verlengd kan worden met wederom maximaal 12 maanden als dat noodzakelijk is. In bijzondere gevallen kan het college een indicatie afgeven voor maximaal 18 maanden.
Artikel 10 Hoogte van de tegemoetkoming
lid 2. Door bij de eerste inkomensschijf van de VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk de ouderbijdrage op € 0,-- per uur te zetten, wordt tegemoetgekomen aan een groep ouders, die de ouderbijdrage vaak niet kan betalen wegens een minimuminkomen (110% bijstandsnorm). Deze ouders vragen hiervoor vaak bijzondere bijstand aan. Dat zou betekenen dat ze weer een aanvraag bijzondere bijstand moeten doen, met net iets andere regels, en dat de gemeente een aanvraag bijzondere bijstand moet verwerken, en de bijzondere bijstand moet uitbetalen. Nu hoeven deze ouders dat niet te doen, en hoeven ze geen ouderbijdrage te betalen aan de gemeente (en dus ook geen bijzondere bijstand hiervoor te ontvangen). Het bespaart de gemeente een hoop administratieve rompslomp. Voor de berekening van de tegemoetkoming bij meerdere kinderen met een indicatie wordt het kind waarvoor de minste kosten worden gemaakt beschouwd als eerste kind. Dit is in het voordeel van de ouders.
Ouders hebben een verantwoordelijkheid om de noodzaak van de tegemoetkoming zoveel mogelijk en zo snel mogelijk te beperken. Ouders kunnen daar ook op worden aangesproken.
Artikel 13 Intrekking recht op tegemoetkoming en terugvordering
lid 2 sub a. Teveel betaalde tegemoetkoming wordt zoveel als mogelijk voorkomen door de tegemoetkoming pas uit te betalen nadat belanghebbende de factuur van de opvanginstelling heeft overlegd.
lid 2, sub b. Het bedrag wordt teruggevorderd. Omdat deze verordening niet valt onder de Participatiewet, volgt er geen boeteprocedure.
Artikel 14 Inwerkingtreding en overgangsbepaling
lid 2. Aanvragen die nog onder de verordening 2015 zijn gedaan en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld op basis van de verordening 2015, tenzij toepassing van de verordening 2025 gunstiger is voor de aanvrager.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-200800.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.