Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2025, 199658 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2025, 199658 | beleidsregel |
Beleidsregel kortdurende gebiedsontzeggingen Helmond 2025
Het komt regelmatig voor dat personen de openbare orde verstoren of overlastgevend gedrag vertonen op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen. Om te voorkomen dat de orde en rust op korte termijn opnieuw wordt verstoord, kan de burgemeester - voor zover er vrees is voor herhaling - door gebruik te maken van zijn wettelijke bevoegdheid neergelegd in de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020 (APV), aan een individu een kortdurende gebiedsontzegging (gebiedsverbod) opleggen. In deze beleidsregel is beschreven hoe binnen de gemeentegrenzen van Helmond door de burgemeester wordt omgegaan met zijn bevoegdheid en welke rol de politie vervult bij het opleggen van gebiedsverboden.
De basis voor deze beleidsregel is gelegen in het bepaalde in artikel 2.1.1.2a van de Algemene plaatselijke verordening Helmond 2020 (hierna: APV). Het artikel luidt als volgt:
Bij raadsbesluit van 26 september 2023 is de APV voor de derde keer gewijzigd. Deze wijziging had ook gevolgen voor artikel 2.1.1.2a. Op grond van deze wijziging kan de burgemeester bij besluit (voorheen bij bevel) aan een persoon een tijdelijk verbod opleggen, waarmee het die persoon verboden wordt aanwezig te zijn in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats. Het is sindsdien niet meer nodig om als burgemeester - zoals onder de oude redactie - vooraf een of meerdere overlastgebieden aan te wijzen. Hierover later meer in deze beleidsregel.
In de APV wordt in het eerste lid van artikel 2.1.1.2a verwezen naar een bijlage die integraal deel uitmaakt van de APV. Die bijlage bevat een opsomming van diverse strafbare feiten. Afhankelijk van de overtreding, kan een tijdelijke gebiedsontzegging worden opgelegd voor de duur van maximaal één week of maximaal twee weken. Bij overtreding van een opgelegde gebiedsontzegging binnen de in het besluit genoemde termijn of bij een nieuwe overtreding binnen een termijn van 6 maanden na het eerste gebiedsverbod (recidive) volgt doorgaans een gebiedsverbod voor de duur van maximaal twaalf weken.
Bij het opleggen van een gebiedsontzegging wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de volgende aspecten of aandachtspunten:
Persoonlijke omstandigheden* van betrokkene (zie artikel 2.1.1.2a, derde lid APV). Bijvoorbeeld omdat het voor betrokkene noodzakelijk of onoverkomelijk is zich in het aangewezen gebied te bevinden in een middel van openbaar vervoer, hij aldaar werkzaam of woonachtig is, hij een (ander) aantoonbaar redelijk belang heeft om aldaar aanwezig te zijn (te denken valt aan medische of therapeutische behandeling).
Het opleggen van een gebiedsontzegging is maatwerk en gebeurt bij (schriftelijk) besluit. Op dergelijke besluiten is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing en er dient rekening te worden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (en het evenredigheidsbeginsel (nieuwe stijl) in het bijzonder). Verder is een besluit tot het opleggen van een gebiedsverbod vatbaar voor bezwaar en beroep.
Degene die de eerste keer in de fout gaat (de zogeheten ‘first offender’) krijgt in de regel niet meteen een gebiedsontzegging opgelegd, maar ontvangt eerst een waarschuwing van de politie. Deze waarschuwing wordt in de politiesystemen vastgelegd en gedeeld met de afdeling Veiligheid en Naleving (Team Openbare Orde en Veiligheid).
Bij het opleggen van een gebiedsverbod wordt zorgvuldigheidshalve rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Het is aan betrokkene om zelf zijn of haar persoonlijke omstandigheden* tijdig te benoemen en aan te tonen.
3. ROL POLITIE BIJ OPLEGGEN GEBIEDSVERBODEN EN AFBAKENING
De bevoegdheid tot het opleggen van kortdurende gebiedsontzeggingen als beschreven in artikel 2.1.1.2a APV is in het verleden (juli 2020) door de burgemeester gemandateerd aan politieambtenaren van de Politie eenheid Oost-Brabant voor zover aangewezen als hulpofficier van justitie (hovj). Het mandaatbesluit (inclusief de bijbehorende werkinstructie) is officieel bekendgemaakt en terug te vinden op www.overheid.nl (zie:http://overheid.nlhttps://lokale regelgeving.overheid.nl/CVDR643143/1https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR643143/1).
Het mandaatbesluit dateert nog van voor de derde wijziging van de APV en dus uit de periode dat er nog werd gewerkt met vooraf aangewezen overlastgebieden. Het laatste neemt niet weg dat de politie bevoegd is en blijft om - namens de burgemeester (extern mandaat) - voor het centrum van Helmond en Binnenstad-Oost gebiedsontzeggingen op te leggen op grond van de APV.
De bevoegdheid om voor andere gebieden gebiedsverboden op te leggen komt uitsluitend de burgemeester toe en is niet gemandateerd.
4. VERHOUDING TOT ANDERE GEBIEDSVERBODEN
Naast het kortdurende gebiedsverbod ingevolge artikel 2.1.1.2a APV, bestaan er nog meer wettelijke regelingen waarop de burgemeester kan terugvallen om zodoende personen de toegang tot een gebied of deel van de gemeente voor korte of langere tijd te ontzeggen.
De lichte bevelsbevoegdheid is geregeld in artikel 172, derde lid van de Gemeentewet. Ook via een licht bevel kunnen kortdurende verblijfsontzeggingen worden opgelegd. Zoals al uit de benaming volgt gaat het hier om een bevelsbevoegdheid. Dat betekent dat de burgemeester een bevel kan geven ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Het veronderstelt een onverwijlde reactie op een situatie waarop acuut met een (mondeling) bevel moet worden gereageerd. Als de onverwijlde spoed ontbreekt en hetzelfde effect kan worden bereikt met een (schriftelijk) besluit via de APV, dan moet voorrang worden gegeven aan het laatste instrument (zie Hoge Raad 11-03-2008, ECLI:NL:HR:2008:BB4096).
De lat voor het opleggen van een gebiedsontzegging op grond van de APV ligt relatief laag. Een of enkele eerdere APV-overtredingen kunnen - na een opgelegde waarschuwing - al leiden tot een gebiedsontzegging (rekening houdend met de aspecten/aandachtspunten als vermeld in onderdeel 2). Een gebiedsverbod op grond van de Wet mbveo (artikel 172a Gemeentewet) vereist een langdurig patroon van herhaaldelijk of ernstig overlastgevend gedrag dan wel een ernstige verstoring van de openbare orde. De Wet mbveo veronderstelt uitgebreide dossiervorming en is niet bedoeld voor acute situaties (dat kenmerkend is voor de lichte bevelsbevoegdheid). Uit de tekst van artikel 172a Gemeentewet blijkt dat dat instrument kan worden ingezet zonder dat toepassing is gegeven aan de lichtere variant uit de APV. Maar in Helmond wordt de Wet mbveo pas van stal gehaald als een kortdurende gebiedsontzegging (artikel 2.1.1.2a APV) geen soelaas (meer) biedt. De aanpak volgens de Wet mbveo wordt verder uitgewerkt in de Beleidsregel Aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast Helmond 2025.
De gedragsaanwijzing ingevolge artikel 509hh Sv
Is de openbare orde verstoord als gevolg van het plegen van strafbare feiten, en is de officier van justitie voornemens over te gaan tot strafrechtelijke vervolging, dan kan hij op basis van artikel 509 hh van het Wetboek van strafvordering (Sv) aan een individu een gedragsaanwijzing opleggen. In zo’n situatie volgt er geen gebiedsontzegging op grond van de APV. Samenloop is immers niet mogelijk, zo volgt uit het vijfde lid van artikel 2.1.1.2a APV.
Zoals hiervoor is aangegeven wordt een kortdurende gebiedsontzegging bij besluit opgelegd. Hierbij wordt de volgende procedure gevolgd:
Aansluitend wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze te geven. Dit gebeurt bij voorkeur mondeling. De betrokkene wordt door de ambtenaar van politie in de gelegenheid gesteld om direct mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken. Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de zienswijze door de ambtenaar van politie schriftelijk vastgelegd. Als er geen zienswijzen volgen (bijvoorbeeld omdat betrokkene zwijgt) of als deze geen aanleiding geven om van het voornemen af te zien, legt de gemandateerde hovj (voor zover het gaat om een gebiedsontzegging voor het centrum of Binnenstad-Oost) of de burgemeester (alle overige gebieden binnen Helmond) de gebiedsontzegging op.
6. SITUATIES WAARIN EEN LAST ONDER DWANGSOM WORDT OPGELEGD
Sommige individuen laten zich niet afschrikken door een tijdelijke, kortdurende gebiedsontzegging en ook niet door het feit dat bij overtreding van een verbod de periode verlengd kan worden of strafrechtelijke consequenties met zich meebrengt. In dergelijke situaties wordt in afstemming met de politie en de officier van justitie bezien hoe te handelen, waarbij ook wordt bezien of van het instrument de last onder dwangsom geschikt lijkt. Een last onder dwangsom komt erop neer dat bij iedere overtreding van het opgelegde gebiedsverbod aan betrokkene (overtreder) een boete wordt opgelegd van maximaal € 2.500,- per overtreding tot een maximum van € 7.500,-. Van voornoemde (standaard)bedragen kan worden afgeweken afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Bijlage 1 Bepalingen zoals bedoeld in artikel 2.1.1.2a APV Helmond 2020 (Gebiedsontzeggingen)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-199658.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.