Gemeenteblad van Horst aan de Maas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Horst aan de Maas | Gemeenteblad 2025, 195843 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Horst aan de Maas | Gemeenteblad 2025, 195843 | beleidsregel |
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas;
gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE HORST AAN DE MAAS 2025
De gemeente Horst aan de Maas vindt het belangrijk dat inwoners actief bijdragen aan de samenleving, zich onderdeel voelen van de gemeenschap en zo lang mogelijk in de eigen omgeving kunnen wonen en elkaar daarbij helpen. We zijn ervan overtuigd dat mensen op die manier het gezondst en gelukkigst blijven.
We benaderen iedere inwoner met een open houding, oprechte interesse en kijken samen welke mogelijkheden in de eigen omgeving en daarbuiten kunnen bijdragen aan de oplossing. Hierbij kijken we naar wat wél kan en gebruiken wet- en regelgeving als middel om te komen tot een passende oplossing.
Daarom is per 1 januari 2025 de Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas ingegaan. We bundelen zo verschillende verordeningen en we doen dit in begrijpelijke taal.
Deze beleidsregels sluiten hierop aan en gaan in op de volgende onderwerpen:
De beleidsregels maatschappelijke ondersteuning worden toegepast met inachtneming van de volgende grondhouding:
De grondhouding is ons vertrekpunt - in denken, doen en samenwerken. We gaan uit van vertrouwen: in de intenties én het handelen van onze organisatie, inwoners en partners. Vertrouwen betekent dat we ruimte geven om verantwoordelijkheid te nemen. Wordt dat vertrouwen aantoonbaar geschonden, dan volgen heldere en passende consequenties.
Hoofdstuk 2 Werken en meedoen in de samenleving
Dit hoofdstuk gaat over meedoen in de samenleving. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf of van de gemeente, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). In dit hoofdstuk staan de belangrijkste regels voor de hulp die de gemeente kan geven om mee te doen in de samenleving.
Om te bepalen welke hulp onder ‘gebruikelijke hulp’ valt hanteren we het meest recente ‘CIZ protocol gebruikelijke zorg’.
Hulp-op-maat van de Wmo wordt geïndiceerd aan de hand van een hulpvraag. De gemeente bepaalt samen met de inwoner welke doelen behaald moeten worden (wat). Dit wordt vastgelegd in het leefzorgplan en de beschikking. De aanbieder bepaalt, in samenspraak met de inwoner, hoe de doelen bereikt gaan worden (hoe). De aanbieder werkt dit uit in een plan van aanpak. Dit leidt tot meer flexibiliteit in het bieden van ondersteuning, maatwerk (er wordt optimaal aangesloten bij de ondersteuningsbehoefte op elk moment) en ruimte aan de professional. Zo kijken we naar de daadwerkelijke behoefte van de inwoner. De vastgestelde doelen en resultaten zijn leidend, maar is er is ruimte voor flexibiliteit in de manier waarop deze worden bereikt.
2.1 Verschillende trajecten/ voorzieningen
De ondersteuning binnen de Wmo kent verschillende trajecten, afhankelijk van de aard en duur van de hulpvraag.
Om duidelijkheid en transparantie te geven en zo veel mogelijk rechtszekerheid aan inwoners te bieden, worden per traject de doelen beschreven in het ‘handboek maatwerkdiensten Wmo’, dat te vinden is op de website van Sociaal domein Limburg Noord.
Hoofdstuk 3 Wonen en opgroeien in een veilige en gezonde omgeving
Als inwoners hulp nodig hebben om voor zichzelf te zorgen en mee te kunnen doen in de maatschappij, dan bekijkt de gemeente samen met de inwoner welke ondersteuning vanuit algemene voorzieningen daarbij kan helpen. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die ondersteuning, dan wordt hulp-op-maat ingezet.
Ten slotte speelt de gemeente een rol bij het ondersteunen van mantelzorgers, om te voorkomen dat zij overbelast raken. We ondersteuning daar waar nodig is. Ook wordt er jaarlijks een mantelzorgwaardering vastgesteld door het college. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente op grond van de Wmo aan deze inwoners kan geven.
Artikel 3 Financiële tegemoetkoming voor verhuis- inrichtingskosten
Als verhuizen een duurzamer alternatief is dan een woningaanpassing, dan gaan we in gesprek en zoeken we mee naar een geschikte woning, als deze beschikbaar is. Er is dan een financiële tegemoetkoming in de kosten mogelijk. Hoe hoog deze tegemoetkoming is, hangt af van offertes van bijvoorbeeld verhuisbedrijven of de Nibud prijzengids voor herinrichting. De financiële tegemoetkoming hoeft niet kostendekkend te zijn. De financiële tegemoetkoming moet binnen een half jaar na datum besluit toekenning worden besteed.
Artikel 4 Ondersteuning bij collectief vervoer
Inwoners maken zo lang mogelijk gebruik van eigen vervoer, vervoer vanuit netwerk, algemene en voorliggende voorzieningen (zoals een fiets of openbaar vervoer) of vrijwillige vervoersinitiatieven (zoals wensbus of automaatje). Wanneer dit niet meer mogelijk is, kan hulp-op-maat verstrekt worden in de vorm van collectief vervoer. Hiermee kan tegen een gereduceerd tarief gereisd worden. Er moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:
Artikel 5 Ondersteuning en waardering mantelzorgers
Mantelzorgers zijn een onmisbare schakel in onze samenleving. We bieden ondersteuning op basis van hun daadwerkelijke behoeften en denken met hen mee over duurzame oplossingen Daarbij zetten we in op maatwerk en preventie om mantelzorg beter vol te houden en overbelasting te voorkomen.
Als er sprake is van mantelzorg zijn er mogelijkheden voor het bouwen van een mantelzorgwoning. Dit is vastgesteld in de Omgevingswet 2024. Voor de voorwaarden voor een mantelzorgwoning wordt naar deze wet verwezen. De Wmo-consulent stelt vast of er al dan niet sprake is van een mantelzorgsituatie.
Artikel 8 Pré-mantelzorgwoning
Indien een inwoner op dit moment nog geen zorg nodig heeft, maar in de toekomst wel, zijn er mogelijkheden om een pré-mantelzorgwoning te plaatsen. Voor de voorwaarden voor de pré-mantelzorgwoning wordt verwezen naar de actuele beleidsregel over pré-mantelzorgwoningen.
Hoofdstuk 3.2 Woningaanpassingen en hulpmiddelen
Wanneer een inwoner zijn woning niet langer kan gebruiken vanwege een beperking, zoeken we samen naar de beste oplossing. Dit kan een woningaanpassing zijn, maar ook een verhuizing als dat een duurzamer alternatief is. We hanteren hierbij een menselijke maat en kijken naar wat écht nodig is.
Artikel 9 Woningaanpassingen en woonvoorzieningen
Woningaanpassingen zijn bouwkundige of woon technische woonvoorzieningen, vaak zijn het nagelvaste voorzieningen, bijvoorbeeld een douchezitje aan de muur of een ophoging van de tegels bij de voordeur en vallen onder hulp-op-maat.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals verhoogde toiletten, beugels, douchstoeltjes en –krukjes, drempelhulpen, thermostaatkranen e.d. (niet limitatief) vallen niet onder hulp-op-maat.
Indien er sprake is van een grote woningaanpassing kan er vanuit financieel oogpunt overwogen worden een herbruikbare, tijdelijke woonunit te plaatsen. Hierbij is aandacht voor de omgevingsvergunning. Tevens voldoet de unit aan een programma van eisen dat is vastgesteld door de gemeente. Het is niet toegestaan om zonder overleg aanpassingen aan de woonunit te doen.
De verstrekking van hulpmiddelen is gericht op het vergroten van de zelfstandigheid en het bevorderen van participatie. We stimuleren gebruik van bestaande mogelijkheden binnen de sociale omgeving en algemene voorzieningen, zonder het individu uit het oog te verliezen.
Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de gemeente hulp geeft, hoe de hulp wordt ingezet en welke regels daarbij horen. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen op grond van de Wmo.
Artikel 14 Bruikleenovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
Als de inwoner heeft gekozen voor een hulp-op-maat in natura, dan wordt haar deze voorziening namens de gemeente verstrekt en is een bruikleenovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst tussen de leverancier en de inwoner van toepassing. In deze overeenkomst worden de rechten en verplichtingen van de inwoner en van de gemeente vastgelegd. Dit geldt niet voor kleine niet- bouwkundige of woon technische woonvoorzieningen zoals sanitaire voorzieningen waarbij het vanwege hygiënische redenen niet gewenst is de voorziening in bruikleen te verstrekken.
Om een pgb te beheren moet de budgethouder pgb-vaardig zijn. De bekwaamheid van de budgethouder wordt door de gemeente getoetst volgens de 10-punten pgb-vaardigheden die landelijk zijn bepaald door het ministerie van VWS. De budgethouder moet voldoen aan onderstaande lijst met 10 punten:
De gemeente denkt actief mee in hoe inwoners op eigen kracht pgb-vaardig kunnen worden. Mocht dit niet haalbaar zijn dan kijken we naar alternatieven zoals verstrekken in hulp-op-maat in natura.
Artikel 16 Pgb maatwerkvoorzieningen
De manier waarop de hoogte van het pgb wordt bepaald is vastgelegd in de Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas.
Uitgangspunten bij maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden:
Er is de mogelijkheid om wegens bijzondere situaties af te wijken van het normenkader. Dit geldt wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis. Er kunnen dan aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. We maken een brede afweging om tot een passende ondersteuning te komen.
Artikel 17 Afschrijvingen Pgb hulp-op-maat
Op grond van het opgestelde leefzorgplan met bijbehorend offerte wordt de hoogte van het pgb vastgesteld. Hiermee wordt rekening gehouden met:
Het pgb tarief voor de hulp-op-maat vanuit de Wmo zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4 is niet hoger dan het maximale tarief van de hulp-op-maat in natura zoals vastgesteld in regionaal afgesloten raamovereenkomsten met aanbieders. De actuele maximale pgb tarieven ‘Tarieven NGA en PGB’ zijn te vinden op de website van Sociaal Domein Limburg Noord.
Het is niet mogelijk om meer uren (tegen een lager tarief ) in te kopen door middel van het toegekende pgb. Als een lager tarief dan het toegekend de maximumtarief wordt betaald dan wordt het restant van het pgb bij afname van het aantal geïndiceerde uren teruggevorderd. Dit is ook het geval als minder dan het aantal toegekende uren is ingekocht.
De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. We werken in partnerschap met inwoners, zorgaanbieders een maatschappelijke organisaties. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. Wanneer een inwoner niet tevreden is, vindt de gemeente dit een belangrijk signaal. De gemeente wil dan graag in gesprek met de inwoner en een oplossing zoeken. Als dit niet lukt, kan de inwoner een klacht indienen of bezwaar maken.
Artikel 21 Nadere regels voor de bevoegdheden van de toezichthouder kwaliteit Wmo en de toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet en Wmo.
De toezichthouder kwaliteit Wmo en de toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet en de Wmo zijn bevoegd om met gebruikmaking van de aan hen toegekende bevoegdheden ingevolge de artikelen 5:15 t/m 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6.1 van de Wmo, onafhankelijk onderzoek te doen naar de kwaliteit en de rechtmatigheid van de ondersteuning. Zij kunnen onderzoek doen op basis van signalen, meldingen of klachten of proactief, op basis van steekproefsgewijze aanpak.
Indien het onderzoek als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op een aanbieder die namens de gemeente door de Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg- Noord, hierna te noemen MGR, is gecontracteerd voor de levering van voorzieningen in het kader van de Wmo of de Jeugdwet, adviseert de toezichthouder aan de MGR.
Hoofdstuk 6 Van oud naar nieuw
Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de inwoner afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing van deze beleidsregels heel ongunstig voor de inwoner zouden zijn. Hierbij wordt de grondhouding als toetsingskader gebruikt.
Op beschikkingen die zijn afgegeven vóór 1 januari 2025 zijn de ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas’, zoals vastgesteld door het college op 28 januari 2022, van toepassing.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 april 2025,
Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas,
De burgemeester,
drs. R.F.I. Palmen
De secretaris,
drs. H. Mensink
Behorend bij de Beleidsregels Wmo gemeente Horst aan de Maas.
In deze beleidsregels worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de verordening waarop deze beleidsregels aansluiten. Deze begrippenlijst maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beleidsregels.
Aanbieder(s): de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.
Algemeen gebruikelijke voorziening(en): een voorziening die
Beschermd wonen: is een hulp-op-maat voorziening bestaande uit de volgende kenmerken:
wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlaat of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en;
Beperking(en): de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap. Dat heeft tot gevolg dat er een belemmering is ontstaan in het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied. Bij leerlingenvervoer geldt dat de beperking het vervoer naar school belemmert.
Collectief vervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).
Doelgroep: personen als bedoel in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet.
Effect: het resultaat of doel.
Eigen kracht: eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Onder gebruikelijke hulp kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar geven binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden.
Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas.
Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt.
Hulp in natura: hulp of zorg die de gemeente voor de inwoner inzet.
Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.
Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.
Inwoner(s): de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om:
Kind(eren): de minderjarige (0-18 jaar).
Leverancier: de natuurlijke person of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.
Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Mantelzorger(s): langdurig, vrijwillig en onbetaalde zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden.
Melding(en): het kenbaar maken van een hulpvraag aan de gemeente.
Openbaar Vervoer (ov): openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Daaronder valt ook een buurtbus.
Opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp in kan kopen.
Pgb-budgetplan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het Pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.
Plan van aanpak: het plan per cliënt dat in overleg tussen de zorgverlener en de cliënt is opgesteld waarin wordt aangegeven welke maatschappelijke ondersteuning wordt geboden om de resultaten te behalen, met oog voor omvang en frequentie van de ondersteuning, zoals beschreven in het leefzorgplan.
Resultaten: de doelen die behaald moeten worden binnen de leefgebieden waarop de cliënt ondersteuning ontvangt.
Traject: een tijdsduur waarbinnen de cliënt maatschappelijke ondersteuning ontvangt van de zorgverlener om de resultaten te behalen. Een traject is gekoppeld aan een unieke cliënt.
Verordening: bundeling van regels die door de gemeenteraad van Horst aan Maas zijn vastgesteld.
Voorliggende voorziening(en): een algemene of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen. Het betreft een voorziening op grond van een andere regeling of van een andere organisatie. Gaat het om bijstand, dan wordt ermee bedoeld een voorziening als bedoeld in artikel 5, onderdeel e, van de Participatiewet.
Voorziening(en): hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag, of een combinatie daarvan.
Wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijke arbeidsongeschikte zelfstandigen, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering 2021, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Wet kinderopvang, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht.
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Woning: de woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6), dan is de woning de plaats waar het kind structureel (over een langere periode) en feitelijk verblijft.
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wmo 2015 en de Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-195843.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.