Gemeenteblad van Meppel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meppel | Gemeenteblad 2025, 194901 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meppel | Gemeenteblad 2025, 194901 | beleidsregel |
Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving 2025 gemeente Meppel
Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving 2025 gemeente Meppel (hierna: uitvoeringsprogramma).
Dit uitvoeringsprogramma is een uitwerking van de uitgangspunten, doelstellingen en prioriteitstelling van de door ons op 12 november 2024 vastgestelde “Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht, openbare ruimte en openbare orde gemeente Meppel” (hierna: U&H-strategie).
Het maakt inzichtelijk welke activiteiten wij in 2025 beogen uit te gaan voeren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van de Omgevingswet, APV en bijzondere wetten. Hiermee voldoen wij ook aan de verplichting in artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit tot jaarlijkse uitwerking van (de omgevingsrechtelijke uitvoerings- en handhavingstaken in) de uitvoerings- en handhavingsstrategie in een uitvoeringsprogramma.
De uitvoering van de VTH-milieutaken is belegd bij de Omgevingsdienst Drenthe (OD), die hiervoor een apart uitvoeringsprogramma opstelt. Deze activiteiten komen in dit uitvoeringsprogramma niet terug.
De Omgevingswet vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Het transparant formuleren en uitvoeren van een uitvoeringsprogramma is daarbij een belangrijke opgave.
De artikelen 18.20 t/m 18.23 Omgevingswet geven aan hoe gemeenten, provincies en omgevingsdiensten aandacht moeten besteden aan de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Landelijk zijn kwaliteitscriteria1 ontwikkeld voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze kwaliteitscriteria moeten de kwaliteit van processen, uitvoeringsorganisatie en medewerkers borgen.
De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus. Deze beleidscyclus staat bekend als de Big 8. De procescriteria zijn in de Omgevingswet leidend voor strategie en uitvoering.
In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit worden de volgende procescriteria onderscheiden: de uitvoeringsstrategie, de handhavingsstrategie, het uitvoeringsprogramma, de uitvoeringsagenda, de uitvoeringsorganisatie, de borging van middelen en de evaluatierapportage (zie de figuur op de volgende pagina).
Zoals hierboven als is aangegeven hebben wij inmiddels een uitvoerings- en handhavingsstrategie vastgesteld. De volgende stap is nu het maken van de vertaalslag naar de uit te voeren werkzaamheden in de praktijk.
Na afronding van een uitvoeringsjaar/kalenderjaar wordt via het jaarverslag verantwoording afgelegd over de realisatie van de in het uitvoeringsprogramma opgenomen werkzaamheden. Deze terugblik/evaluatie geeft inzicht in de uitvoering van activiteiten en de bereikte resultaten. De uitkomsten van deze terugblik gebruiken we als input voor een nieuw uitvoeringsprogramma. De terugblik kan ook aanleiding geven voor bijstelling van de U&H-strategie.
Na vaststelling van het uitvoeringsprogramma en jaarverslag bieden wij deze documenten ter informatie aan de gemeenteraad (horizontaal toezicht) en de provincie Drenthe (interbestuurlijk toezicht).
1.2 Andere opzet van het uitvoeringsprogramma
Voorgaande jaren was het uitvoeringsprogramma hoofdzakelijk beschrijvend van aard. Vanaf 2025 willen wij het uitvoeringsprogramma stapsgewijs concreter maken door:
Op deze wijze ontstaat een beter inzicht in de benodigde formatie, kan betere monitoring en sturing plaatsvinden. Wij maken zichtbaarder en meetbaarder hoe met de VTH-taken bij te dragen aan een veilige, leefbare en gezonde leefomgeving.
Op inhoud moet volgens het Omgevingsbesluit een uitvoeringsprogramma tenminste de volgende onderdelen bevatten:
Dit uitvoeringsprogramma is daarom een document dat de komende jaren doorontwikkeld moet worden en zijn meerwaarde moet gaan bewijzen voor een meer efficiënte en effectieve uitvoering van VTH-taken. Wij starten in 2025 met het meer inzichtelijk maken van de prognoses en prioriteiten voor de boa-werkzaamheden. Daarbij is de beschikbare personele capaciteit rand voorwaardelijk.
In Hoofdstuk 2 wordt eerst het wettelijk en bestuurlijk richtinggevend kader (doelen, uitgangspunten en doelstellingen) voor de uitvoeringspraktijk op hoofdlijnen geschetst. Ook worden in dit hoofdstuk ontwikkelingen geschetst die in 2025 mogelijk gaan spelen/duidelijker worden, maar waarvan de impact op de VTH-taakuitvoering nu nog onvoldoende duidelijk is.
Hoofdstuk 3 brengt de personele formatie en financiële middelen die voor de uitvoerings- en handhavingsorganisatie in 2025 beschikbaar zijn, in beeld.
De vertaalslag naar concrete activiteiten en zo mogelijk prognoses voor de verschillende uitvoeringsonderdelen wordt gemaakt in hoofdstuk 4. Het Onderdeel toezicht en handhaving APV en bijzondere wetten (4.3) is in een bijlage bijgevoegd.
2. Richting gevend kader uitvoeringspraktijk
Zoals in de U&H-strategie is aangegeven, is vergunningverlening, toezicht en handhaving geen doel op zich. Het zijn middelen om bij te dragen aan wettelijke (verbeter)doelen en bestuurlijke ambities, waaronder het coalitieakkoord, de Koers, visie op participatie en het programma dienstverlening. Met uitgangspunten, doelstellingen en prioriteitstelling wordt in de U&H-strategie verder richting gegeven voor de manier van werken in de uitvoeringspraktijk.
Daarnaast zijn er lopende een uitvoeringsjaar ontwikkelingen die van invloed zijn op de VTH-taken en soms vragen om een heroverweging op activiteiten en inzet.
Kijkend naar de personele capaciteit en financiële middelen zijn niet alle taken (met dezelfde diepgang) uit te voeren. Dit is ook niet nodig, want niet alle taken zijn even belangrijk of risicovol. Daarom is het risico gestuurd werken één van de uitgangspunten voor VTH. De basis hiervoor is de risicomatrix met analyse van problemen of overtredingssoorten en een risicoscore en prioriteitstelling (hoog – gemiddeld – laag) in bijlage 3 van de U&H-strategie.
Voor 2024 hebben we een actualisatie gedaan op de bestaande risicoanalyse. Met de boa’s, toezichthouders, vergunningverleners en diverse intern, betrokken adviseurs/disciplines is gekeken of op basis van hun ervaringen de geprioriteerde onderwerpen nog de hoogste prioriteit hebben. De uitkomsten hiervan zijn uitgewerkt in de prioriteitenlijst die is opgenomen in hoofdstuk 4 van de U&H-strategie.
We willen in 2025 meer ervaring op gaan doen met de nieuwe wetten en ontwikkelingen blijven volgen. Dit geeft inzichten over het naleefgedrag in het nieuwe speelveld. Zo kan er gekeken worden naar wat het effect is van het meer vergunningsvrij, maar niet regelvrij zijn van activiteiten. En naar het effect van de verschuiving van de toetsing en het toezicht op bouwactiviteiten gevolgklasse 1 naar de private sector. De verkregen inzichten geven input voor een nieuw op te stellen probleem- en risicoanalyse in een volgende collegeperiode.
Daarbij kan eventueel ook gekeken worden naar een andere methodiek van risicoanalyse. De huidige risicoanalyse onderscheidt risico’s per beleidsdomein. Wellicht is een meer integrale, gebiedsgerichte benadering van risico’s (centrum-, woon-, haven-, industrie- en buitengebied) in aansluiting op de functietoedeling in de omgevingsvisie en het omgevingsplan te overwegen.
2.3 Ontwikkelingen van invloed op de taakuitvoering
Gedurende een jaar zijn er altijd ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de taakuitvoering, maar waar we nu nog onvoldoende zicht op hebben. Hieronder een aantal ontwikkelingen die wij in 2025 voorzien en die mogelijk leiden tot nieuwe taken in de uitvoeringspraktijk. Op het moment dat er meer duidelijkheid is over eventuele, nieuwe taken wordt in beeld gebracht of hiervoor ruimte is binnen de beschikbare capaciteit. Zo niet, dan:
Het jaar 2024 werd gezien als een overgangsjaar waarin gewerkt moest worden met de Wabo en tegelijkertijd ervaring opgedaan moest worden met de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Het nieuwe stelsel beoogt minder vergunningen, meer zorgplichten en meer algemene regels en zal ertoe leiden dat toetsingen meer achteraf plaatsvinden. Ook is sprake van een “knip” tussen de bouwtechnische vergunning en vergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Wat hiervan exact de consequenties zouden zijn op de werkzaamheden van vergunningverleners, toezichthouders en handhavers was op voorhand moeilijk in te schatten. De verwachting was dat het nieuwe stelsel meer zou vragen van de voorlichtende rol en een verschuiving plaats zou vinden van vergunningverleners naar toezichthouders.
Ook in 2024 hebben we nog onvoldoende ervaring met het nieuwe stelsel opgedaan om hier nu al een goed inzicht in te hebben. Er zijn nog weinig bouw- en gereedmeldingen op basis van dit stelsel van private kwaliteitsborging gedaan. De verwachting is dat in 2025 duidelijker zal worden wat de impact hiervan is op de uitvoering en handhaving door de gemeente.
Omgevingsplan Binnenstad en Centrumschil
In 2025 zal naar verwachting het wijzigingsplan van het omgevingsplan voor het deelgebied Binnenstad en Centrumschil worden vastgesteld. Bij vaststelling van dit wijzigingsplan door de gemeenteraad zal o.a. een nieuw, gemeentelijk beschermd stadsgezicht worden vastgesteld. De beoogde bescherming van het historisch centrum zal leiden tot een toename van het aantal vergunningaanvragen en in het verlengde daarvan een hoge prioriteit moeten krijgen bij toezicht en handhaving. De hiervoor benodigde (erfgoed)kennis en financiële en personele capaciteit moeten hierop worden aangepast.
In 2024 is de Drentse Aanpak Ondermijning van start gegaan. Dit betreft een tweejarig plan dat ook in 2025 doorloopt. Deze aanpak is erop gericht om krachten van zowel gemeenten, waterschappen en de provincie te bundelen. Zo brengen we de ‘dijken’ in Drenthe en heel Noord-Nederland op gelijke hoogte en kan kennis en expertise zo effectief en efficiënt als mogelijk worden ingezet om ondermijning aan te pakken. Ook Meppel committeerde zich aan de gezamenlijke ambities om barrières op te werpen. Eén van de ambities is het “ondermijningsproof” maken van de APV in 2025.
Vaststelling nieuw parkeerbeleid
In 2025 wordt de vaststelling van nieuw parkeerbeleid beoogd. Om ongewenst gebruik van parkeerruimte tegen te gaan is de wens in het parkeerbeleid heldere kaders voor handhaving te scheppen en handhavingscriteria op te stellen. Dit moet richting geven hoeveel tijd er aan parkeerhandhaving mag worden benut en waar de focus moet komen te liggen (op basis van informatie beoordelen in welke straten/gebieden er knelpunten zijn).
Boa inzet op verkeershandhaving
Met het “Aanhangsel aanvullende boa-bevoegdheden verkeershandhaving” zijn op het eerder vastgestelde Handhavingsarrangement afspraken gemaakt over de boa inzet op de aanvullende bevoegdheden op gebied van verkeershandhaving. Deze afspraken zijn nog onvoldoende geconcretiseerd naar activiteiten.
Verruiming doorverwijzing naar Halt
Per 1-7-2024 is het Besluit aanwijzing Halt-feiten uitgebreid met delicten die zich lenen voor een afdoening via Halt. Nu nog is de doorverwijzing door boa’s mogelijk voor een beperkt aantal feiten (openbare dronkenschap, het voor handen hebben van alcohol op voor publiek toegankelijke plaatsen en het buiten de toegestane tijden afsteken van consumentenvuurwerk). Doorverwijzing voor andere delicten is alleen mogelijk op projectmatige basis, waarbij de lokale, bestuurlijke driehoek (OM-politie-gemeente/burgemeester) bepaalt voor welke feiten boa’s jongeren naar Halt kunnen verwijzen. Het OM streeft naar een algemene aanwijzing, zodat boa’s net als de politie, voor alle feiten uit het Besluit aanwijzen Halt-feiten 2024, kunnen doorverwijzen.
Actualisering lokale regelgeving, beleid en aanwijzingsbesluiten relevant voor VTH
Er zijn diverse verordeningen, nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten die de fysieke leefomgeving van Meppel betreffen. In de uitvoeringspraktijk blijkt dat bepaalde regelgeving/beleid gedateerd is. Voor een efficiënte uitvoering is actuele regelgeving belangrijk. Onder andere de APV, het daarop gebaseerde beleid en Drank- en horecaverordening moeten worden geactualiseerd. Hiervoor wordt een plan van aanpak gemaakt.
Actualiseren vergunningenbestand
Bij doorlopende vergunningen, zoals drank-, exploitatie- en kansspelvergunningen, is het actueel zijn van vergunningen een aandachtspunt. Kenmerkend voor met name de horecabranche is, dat er relatief vaak wijzigingen plaatsvinden in eigenaarschap en bedrijfsvoering. Het is een plicht van de ondernemers wijzigingen te melden en een aanvraag in te dienen als er een nieuwe entiteit het horecabedrijf start en/of voortzet. Dat is nog niet het geval. In 2025 willen we op basis van een plan van aanpak komen tot actualisering van het vergunningenbestand.
Belang van monitoring en evaluatie
De basis om te kunnen monitoren en evalueren is een goede gegevensregistratie/-verzameling. Dat begint met te benoemen welke gegevens minimaal bijgehouden moeten worden.
In 2025 worden de minimaal te registreren gegevens, benodigd voor het jaarverslag en uitvoeringsprogramma, in beeld gebracht. Dit betreft:
Daarnaast zijn in de U&H-strategie indicatoren benoemd die inzicht moeten geven in de mate van doelbereiking en daarmee meer outcome gericht zijn.
Samen met functioneel- en informatiebeheer moeten de vak applicatie CLO/ dan wel een ander geautomatiseerd systeem zodanig ingericht worden dat deze systemen het analyseren, rapporteren en verantwoorden gaan ondersteunen.
3. Uitvoeringsorganisatie en middelen 2025
Binnen de gemeentelijke organisatie is het team Ruimte Initiatief, naast de visie- en planvorming, verantwoordelijk voor projecten, de behandeling van initiatieven, vergunningaanvragen en meldingen op basis van het omgevingsrecht. Het team Leefbaarheid en Wijkregie is verantwoordelijk voor het behandelen van vergunningsaanvragen en meldingen op basis van de APV en bijzondere wetten. Ook zijn in dit team de bouw- en slooptoezichthouders, handhavingsjurist, adviseurs ondermijning en wijkregisseurs ondergebracht.
In hoofdstuk 4 is per onderdeel de beschikbare, personele capaciteit voor de uitvoerings- en handhavingstaken op 1-1-2025 in beeld gebracht.
De voor uitvoering en handhaving beschikbare middelen liggen vast in de door de raad vastgestelde begroting. Die capaciteit wordt toegekend aan verschillende teams en taakvelden. In dit uitvoeringsprogramma worden deze middelen vertaald naar inzet van personele capaciteit.
De benodigde middelen voor VTH worden deels gedekt door inkomsten uit de leges en deels bekostigd vanuit de algemene middelen. Werkzaamheden die gerelateerd zijn aan het vergunningenproces en toezicht en handhaving op die vergunningen worden gefinancierd uit de legesinkomsten. De overige kosten (management, toezicht en handhaving anders dan vergunningsgericht en beleid) worden gedekt uit de algemene middelen.
De provincie Drenthe beoordeelt jaarlijks vanuit het interbestuurlijk toezicht (IBT) de uitvoering van een aantal (medebewind)taken van de gemeente Meppel, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Er is sprake van jaarlijks, systeemtoezicht op basis van een bestuurlijk afgesproken informatiearrangement. Na vaststelling stuurt de gemeente de documenten naar de provincie. Op basis daarvan beoordeelt de provincie of de uitvoering voldoet aan de gestelde eisen.
Het jaarverslag IBT over 2023 laat een aantal verbeterpunten zien. Dit maakt dat de provincie heeft aangekondigd in 2025 scherper te gaan toezien op het tijdig aanleveren van de benodigde stukken.
3.4 Landelijke kwaliteitscriteria
De uitvoering van de medebewindstaken om de doelen van de Omgevingswet te realiseren vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit.
In paragraaf 18.3 van de Omgevingswet staat de kwaliteitsbevordering en afstemming van de uitvoering en handhaving genoemd. Hieronder vallen onder andere de kwaliteitscriteria. Dit zijn onder meer eisen aan de capaciteit, de kennis, de ervaring en het opleidings- niveau van de medewerkers. De personele organisatie moet voldoen aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria.
4 Plannen/prognoses taakuitvoering 2025
De taken die structureel en planmatig worden uitgevoerd en met een hoge prioriteit zijn opgenomen in dit uitvoeringsprogramma. Op taken met een lage prioriteit wordt in het algemeen alleen gereageerd op basis van signalen.
4.1 Onderdeel initiatieven, vergunningen en meldingen omgevingsrecht
(Op basis van vergunningen- en meldingenstrategie hoofdstuk 3, Uitvoeringsdeel U&H-strategie)
Door de Omgevingswet en Wkb verschuiven toetsende werkzaamheden die de bouwactiviteiten gevolgklasse 1 betreffen van het team Ruimte Initiatief naar het team Leefbaarheid en Wijkregie. In plaats van een vergunningplicht is voor deze categorie bouwwerken sprake van meldplichten. De precieze impact daarvan is nog lastig in te schatten. De gemeentelijke organisatie maar ook initiatiefnemers, bouwers en private kwaliteitsborgers moeten ervaring gaan opdoen met de nieuwe rollen en verantwoordelijkheden.
|
Beleidsmedewerkers Evenwichtige toedeling van functies aan locaties |
||
|
Beleidsmedewerker Evenwichtige toedeling van functies aan locaties |
||
Activiteiten initiatieven, vergunningen en meldingen Omgevingsrecht
4.2 Onderdeel toezicht en handhaving omgevingsrecht
(Op basis van toezicht- en handhavingsstrategie, hoofdstuk 4 en 7, Uitvoeringsdeel U&H-strategie)
Toezicht houden draagt eraan bij dat mensen wettelijke voorschriften naleven en het beperkt de risico’s op het overtreden van die voorschriften. Er is noodzaak tot prioritering kijkende naar de beschikbare capaciteit voor toezicht. De verwachting is dat als gevolg van de Omgevingswet en Wkb de toezichthoudende en handhavende taken zullen toenemen en complexer gaan worden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door meer algemene regels,
Het cluster Bouwen en Wonen bestaat uit 3 Toezichthouders en een administratieve ondersteuning.
Voor 2025 zijn er 3 fte formatieplaatsen beschikbaar voor toezichthouders en 0.9 fte voor administratieve ondersteuning. Op basis van een productieve omvang van 1.437 uren per 1 fte bouwen en wonen, levert dit een beschikbare capaciteit van 4.311 uur (3 fte) voor de Toezichthouders en 1293 uur (0.9 fte) voor de administratieve ondersteuning. In totaal is er voor bouwen en wonen 5604 uur (3.9 fte) beschikbaar.
Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen en sloopmeldingen worden administratief gecontroleerd aan de hand van de door de aanvrager ingediende gegevens. Daarmee vindt een preventieve toets plaats. Dit betreft met name de bouwconstructie (toetsing constructie door constructeur, toezicht op constructie door bouwtoezicht).
Als na beoordeling van de vergunningverlener een brandveiligheidstoets is vereist, worden deze uitbesteed aan de Veiligheidsregio Drenthe (VRD). VRD beoordeelt en adviseert.
Na de vergunningverlening (door afdeling vergunningen) of het versturen van een acceptatie voor sloop/asbest (door afdeling bouwtoezicht) met betrekking tot bouw- of sloopwerkzaamheden is een startmelding vereist en achteraf een gereedmelding. De omgevingsdienst Drenthe (ODD) houdt toezicht op bedrijfsmatige asbestsaneringen. Bouwtoezicht controleert o.a. de vrijgave in Landelijk Asbest Volgsysteem (LAVS). Als de zaak volledig is wordt deze door bouwtoezicht afgesloten. Particuliere asbestmeldingen (tot 35m²) worden behandelt door bouwtoezicht. Na een gereed melding volgt een eindcontrole door bouwtoezicht.
Aan de hand van meldingen wordt ter plaatse een bouwcontrole uitgevoerd. Indien het een bouwwerk betreft die aangevraagd is voor 01-01-2024 wordt deze in behandeling genomen volgens de oude regelgeving. Indien het een bouwwerk betreft volgens de WKB wordt door bouwtoezicht de bouwmelding beoordeelt op volledigheid. Er mag niet ingeschreven worden als de woning nog niet gereed is gemeld en er geen eindcontrole heeft plaatsgevonden. Indien het een bouwwerk betreft volgens de WKB mag er niet worden ingeschreven als het as-built dossier en de gereedmelding niet is ingediend door de initiatiefnemer. Binnen 2 weken controleert bouwtoezicht het as-built dossier op volledigheid. Bij volledigheid wordt het as-built dossier gearchiveerd en kan de woning in gebruik worden genomen.
In de U&H-strategie zijn de verschillende vormen van toezicht beschreven. Hieronder geven we de belangrijkste activiteiten weer waarop we in 2025 gaan inzetten. De werkzaamheden worden uitgevoerd door de toezichthouders van bouwen en wonen, administratief ondersteuning en handhavingsjurist.
Activiteiten toezicht brandveiligheid (gebruik)
Naast het hierboven beschreven toezicht is er ook toezicht dat nagenoeg niet plaatsvindt. Dit betreft het vergunningsvrij bouwen.
In de U&H-strategie zijn de verschillende vormen van toezicht beschreven. Hieronder geven we de belangrijkste activiteiten weer waarop we in 2025 gaan inzetten. De werkzaamheden worden uitgevoerd door de toezichthouders van het team Leefbaarheid en Wijkregie en daar waar nodig ondersteuning door de juridisch adviseur van dit team.
Naast het hierboven beschreven toezicht is er ook toezicht dat nagenoeg niet plaatsvindt. Dit ziet op
“Vergunningsvrij is niet regelvrij”. Deze activiteiten mogen weliswaar zonder vergunning verricht worden, het bouwwerk moet wel aan de bouwtechnische regels voldoen. Dit is niet inzichtelijk, omdat ook geen start- of gereed melding plaatsvindt. De Basisregistraties van de gemeente Meppel krijgen vanuit toezicht geen informatie over deze activiteiten. Wel wordt naar aanleiding van klachten/vragen van burgers, of, een constatering van een toezichthouder controle uitgevoerd of het daadwerkelijk een vergunningsvrij bouwwerk betreft. Dat is niet altijd eenvoudig vast te stellen.
Omgevingsvergunning kap en aanleg
Het toezicht op deze activiteiten is geen onderdeel van het bouwtoezicht. Het toezicht hierop is onderdeel van de teams Ruimte & Initiatief en Ruimte & Verzorgen.
De juridische ondersteuning komt van het team Advies, toezicht door de boa’s Domein 1 in samenwerking met de toezichthouders uit het team Leefbaarheid en Wijkregie. Toezicht vindt plaats aan de hand van meldingen. Vanuit team leefbaarheid & wijkregie ondersteunt een medewerker (0,2 FTE) bij het vergunningentraject.
Onderdeel vergunningen en meldingen APV en bijzondere wetten
(Op basis van vergunningen- en meldingenstrategie, hoofdstuk 5, Uitvoeringsdeel U&H-strategie)
Dit onderdeel gaat het over de uitvoerende werkzaamheden (behandelen aanvragen om vergunning, ontheffing en meldingen) op basis van de APV en bijzondere wetten die door het team Leefbaarheid en Wijkregie worden uitgevoerd. Deze regels richten zich op de instandhouding van de leefbaarheid in de openbare ruimte. Dit taakveld heeft een relatie met het domein openbare orde en veiligheid.
Op 1-1-2022 zijn diverse vergunningplichten(standplaatsen, markten) uit de APV overgegaan naar de Verordening Fysieke leefomgeving.
|
coördinatie evenementen aanvragen en Alcoholwet vergunningen |
||
|
Toetsen vergunningen Alcoholwet, APV + evenementen vergunningen en omgevingsvergunningen. |
Activiteiten vergunningen en meldingen APV, VFL en bijzondere wetten
4.3 Onderdeel toezicht en handhaving APV en bijzondere wetten
(Op basis van Toezicht- en handhavingsstrategie, hoofdstuk 6 en 7, Uitvoeringsdeel U&H-strategie)
Wij starten in 2025 met het meer inzichtelijk maken van de prognoses en prioriteiten voor de boa-werkzaamheden. Daarbij is de beschikbare personele capaciteit rand voorwaardelijk.
Omdat de werkzaamheden gedurende het jaar wisselend zijn is de wens om een los document te maken wat richt is op deze werkzaamheden. Dit document is dan ook als bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoed.
Activiteiten handhaving/juridisch
(Op basis van handhavings- en gedoogstrategie, hoofdstuk 7 en 8, Uitvoeringsdeel U&H-strategie)
Binnen het team Leefbaarheid en Wijkregie zijn de juridische handhavingswerkzaamheden die zien op de naleving van het omgevingsrecht, de openbare ruimte en openbare orde ondergebracht.
Beschikbare, personele formatie handhaving/juridisch
Activiteiten Handhaving/juridisch
Zoals we in de inleiding in hoofdstuk 1 al benoemden gelden er verplichte procescriteria voor de uitvoerings- en handhavingstaken op basis van de Omgevingswet.
Naast het hebben van een actuele uitvoerings- en handhavingsstrategie en de uitwerking hiervan in activiteiten in een jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn monitoring en evaluatie twee belangrijke procescriteria die bijdragen aan een sluitende beleidscyclus.
Deze procescriteria hebben in 2024 aandacht gekregen, maar vragen nog wel om een doorontwikkeling in 2025.
Monitoring is nodig om zicht te krijgen op het behalen van beleidsdoelstellingen en de voortgang van de activiteiten in de uitvoeringspraktijk. De monitoringsresultaten worden weergegeven in het jaarverslag en gebruikt voor bijsturing (prognoses) in het uitvoeringsprogramma. Bovendien leveren de resultaten van de monitoring input voor de evaluatie van het beleid. Hiermee is de cirkel rond.
De basis om te kunnen monitoren en evalueren is een goede gegevensregistratie/-verzameling. Dat begint met af te spreken welke gegevens minimaal bijgehouden moeten worden.
Voor het jaarverslag en uitvoeringsprogramma zijn dit:
aantal klant-/informatievragen;
aantal intake- en omgevingstafels
aantal uren reactief toezicht om zicht te krijgen op inzet incidentmeldingen en handhavingsverzoeken
bijhouden overtredingen/her controles naar domein en inzicht krijgen in naleefgedrag nieuwe wetten
Daarnaast zijn in de U&H-strategie indicatoren benoemd die inzicht moeten geven in de mate van doelbereiking en daarmee meer outcome gericht zijn.
Om stappen te zetten in het informatie gestuurd en digitaal werken is in 2024 verkennend gesproken met functioneel- en informatiebeheer over de vraag hoe de vak applicatie CLO/ dan wel een ander geautomatiseerd systeem in te richten, zodat deze systemen het analyseren, rapporteren en verantwoorden gaan ondersteunen. De gewenste inrichting van systemen zal in 2025 worden voortgezet.
Bijlage Uitvoeringsprogramma 2025
Dit onderdeel van het uitvoeringsprogramma geeft richting aan de inzet van boa’s domein 1(hierna: boa’s). De werkzaamheden van de boa’s zijn zeer divers en dragen bij aan het bevorderen van de leefbaarheid in de openbare ruimte, openbare orde en veiligheid in de gemeente Meppel en daarmee aan een veilige, gezonde en schone leefomgeving.
Er wordt een omslag beoogd van een meer reactieve naar een meer proactieve werkwijze.
Dit vraagt om andere keuzes over de inzet van boa’s. Daarom beschrijven we nu eerst de voorgestane manier van werken en de rol van boa’s. Dit beeld moet helpen om te komen tot realistische verwachtingen over de inzet van boa’s. Daarna maken we de activiteiten/inzet op de verschillende onderdelen zichtbaar. Dit duidelijkheid voor het taakveld zelf, voor de interne en externe partners en de samenleving, bevordert de samenwerking en kan bijdragen aan een positieve beeldvorming over de boa’s.
De voorgestane manier van werken
Dit vraagt om goed in beeld te brengen wat behoort tot de specifieke, afgebakende opsporingsbevoegdheid van de boa en wat tot de algemene opsporingsbevoegdheid van de politie.
Onze boa’s zijn bevoegd in domein I en hebben een specifieke, afgebakende taak en beperkte opsporingsbevoegdheid én een toezichthoudende taak. Toezicht betekent het zichtbaar aanwezig zijn in de openbare ruimte, een oogje in het zeil houden voor wat betreft het naleven van alle regels die gelden. Bij overtreding van een regel kan er een sanctie worden opgelegd, maar veelal blijft het bij een waarschuwing of een goed gesprek. De boa’s zijn bij categoraal aanwijzingsbesluit aangewezen als (bestuursrechtelijk) toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb voor het toezicht op o.a. de naleving van de APV, bijzondere wetten en Gemeentewet.
Opsporing is het doelgericht op zoek gaan naar overtreders van één of enkele specifieke regels. Indien een overtreding wordt geconstateerd, wordt bijna altijd een sanctie opgelegd.
In de door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar zijn criteria opgenomen over de afbakening van de boa-bevoegdheden.
Op het snijvlak van de leefbaarheid en veiligheid – is sprake van aanzienlijke samenloop in de taken en werkzaamheden van politie en Boa’s, en kan het handhavingsarrangement helpen om de rollen/verantwoordelijkheden duidelijker te maken.
De taken van boa’s domein I werden afgebakend met het leefbaarheidscriterium. Een boa is zichtbaar aanwezig in de openbare ruimte en treedt waar nodig handhavend op in geval van kleine ergernissen, verrommeling, verloedering en overlastsituaties die de leefbaarheid aantasten. Het leefbaarheidscriterium is geactualiseerd en aangepast naar ‘inzetcriterium’ (Beleidsregels boa, paragraaf 6). Er is toegevoegd dat de door boa’s te handhaven feiten niet zien op de openbare orde. Het inzetcriterium benadrukt ook dat boa’s alleen worden ingezet wanneer er geen sprake is van te verwachten gevaarzetting. Dit is uitgewerkt in het handelingsperspectief, dat is te vinden als bijlage bij de Beleidsregels boa.
Bij constatering van situaties met geweld of dreiging of waar sprake is van criminaliteit zal de boa een beroep moeten doen op de politie. Boa’s en politie vullen elkaar dus aan en dragen samen zorg voor leefbaarheid en veiligheid op straat.
Uitgangspunten/ontwikkeling in de boa-functie
De functie van de boa is de afgelopen jaren enorm in ontwikkeling. Zoals in de U&H-strategie al is aangegeven, zien wij dat de politie zich steeds meer uit de openbare ruimte terug trekt. Hierdoor verschuift het toezicht en de handhaving op leefbaarheids- en veiligheidsthema’s steeds meer (impliciet) richting gemeente. Van de boa als toezichthouder en handhaver wordt steeds meer verwacht, onder andere bij de handhaving van verkeersovertredingen.
Het is belangrijk om de taakuitvoering van de boa verder te professionaliseren en investeren in verdere samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke teams en externe partners zoals politie.
De gemeente wil meer zicht krijgen op situaties en gelegenheidsstructuren die de georganiseerde criminaliteit faciliteren en soms zelfs aanmoedigen. Door het verzamelen van informatie en analyseren van gebeurtenissen, signalen en trends op wijk, buurt- en straatniveau kunnen efficiënter en effectiever keuzes worden gemaakt om ondermijning tegen te gaan. Ondermijnende activiteiten komen voor op alle taakvelden. Daarom is het belangrijk dat de boa’s en toezichthouders een meer preventieve rol te geven in het herkennen van signalen van ondermijning.
Het werkveld bevindt zich op dit moment in de activiteitengerichte ontwikkelfase. Dit houdt in dat het vooral gericht is op het afhandelen van meldingen. Kijkend naar de uitgangspunten in de U&H-strategie is het nodig naar een balans te zoeken tussen signaalgericht en risicogericht toezicht. Dit vraagt om een doorontwikkeling in de manier van werken:
Boa’s in domein 1 zijn integraal handhaver in de openbare ruimte. In beginsel is een boa breed inzetbaar, echter bij sommige onderwerpen is het wenselijk om wat meer de diepte in te gaan qua kennis en kunde.
Door wijkgericht te werken ontstaat meer zicht op wat er in een gebied/wijk gebeurt en nodig is. De wijkboa kan hierin als gezicht van de wijk en aanspreekpunt in een wijk een belangrijke rol spelen. Samen met andere partners zoals de wijkagent en jongerenwerker kan er proactief gehandeld worden om de leefbaarheid in de gebieden te vergroten en te versterken.
Het wordt steeds duidelijker dat de oorzaak van jeugdoverlast te herleiden is naar sociale problematiek achter de voordeur. Daarom is een betere samenwerking tussen zorg en veiligheid cruciaal. De jeugdboa kan laagdrempelig met jongeren in gesprek gaan en helpen om zicht te krijgen op kwetsbare jongeren en te voorkomen dat ze gebruikt worden voor ondermijnende activiteiten en zorgen dat ze de hulp/ zorg krijgen die nodig is.
Daarnaast zijn er taakgebieden waar meer verdieping of specialisatie voor nodig is om meer intern en extern te kunnen bereiken. Dit zijn ook taakgebieden waar boa’s veel samenwerken met ketenpartners, vaak in vaste overlegstructuren. De specifieke aandachtsvelden zoals:
Er zal nooit genoeg capaciteit zijn om alle handhavingsthema’s structureel prioriteit te geven.
Op dit moment is het dagelijks werk van de boa’s nogal reactief ingericht, oftewel het reageren op meldingen en signalen vanuit inwoners en van ketenpartners. Het versterken van de informatiepositie is nodig om de beweging te maken van meer reactief naar meer proactief en risico gestuurd werken.
Natuurlijk blijft het belangrijk om op meldingen te reageren, maar nog beter is het om meldingen te voorkomen door preventief in te zetten op hotspots, hottimes of trends/patronen. Door te kijken naar het soort meldingen, de locatie van de meldingen, het moment van de meldingen, maar ook op welke onderwerpen, tijden en locaties inwoners juist geen meldingen doen, kun je patronen en trends herkennen en op het juiste moment, op de juiste plek aanwezig zijn. Hiervoor is een goed informatiebeheer een belangrijk aandachtspunt.
Meldingen over de openbare ruimte vanuit de samenleving komen via verschillende kanalen, bijvoorbeeld Whatsapp, email, website, telefoon of baliebezoek bij de gemeente binnen. Daarnaast hebben boa’s en ketenpartners hun eigen waarnemingen/bevindingen die zij vastleggen in een eigen registratiesysteem. Wij willen het informatiemanagement verder ontwikkelen door de inrichting van een centraal registratiepunt waar alle signalen (meldingen, klachten en handhavingsverzoeken) die de openbare ruimte en openbare orde betreffen, samenkomen. Dit vraagt om aanscherping van de routing en het maken van afspraken over rollen en taken bij de afhandeling ervan.
Er zijn diverse convenanten/samenwerkingsovereenkomsten gesloten waarin afspraken met buurgemeenten, Drenthe breed en met de politie zijn vastgelegd.
De afspraken ‘wie waarover gaat’ en “wie wat doet in welke situatie” kunnen nog worden aangescherpt. Het blijft belangrijk met elkaar voor ogen te houden wie waarvoor verantwoordelijk is!
Ook heeft een jongere recht op een afdoening buiten het strafrecht. Dat is Halt. Halt zet zich in voor een veilige wijk en vroegtijdige begrenzing van grensoverschrijdend gedrag van jongeren. Daarom is Halt voor boa’s een belangrijke samenwerkingspartner.
Nieuwe ontwikkelingen van invloed op takenpakket
Gedurende een jaar zijn er altijd ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de taakuitvoering, maar waar we nu nog onvoldoende zicht op hebben. Voor 2025 denken wij hierbij aan:
Vaststelling nieuw parkeerbeleid - Nieuwe keuzes over opzet parkeerregulering en tegengaan ongewenst gebruik parkeerruimte. Wens is in het parkeerbeleid heldere kaders voor handhaving te scheppen en handhavingscriteria op te stellen. Dit moet richting geven hoeveel tijd er aan parkeerhandhaving mag worden benut en waar de focus moet komen te liggen (op basis van informatie beoordelen in welke straten/gebieden er knelpunten zijn).
Boa inzet op verkeershandhaving
Met het “Aanhangsel aanvullende boa-bevoegdheden verkeershandhaving” zijn op het eerder vastgestelde Handhavingsarrangement afspraken gemaakt over de boa inzet op de aanvullende bevoegdheden op gebied van verkeershandhaving. Deze afspraken zijn nog niet geconcretiseerd naar activiteiten.
Verruiming doorverwijzing naar Halt
Per 1-7-2024 is het Besluit aanwijzing Halt-feiten uitgebreid met delicten die zich lenen voor een afdoening via Halt. Nu nog is de doorverwijzing door boa’s mogelijk voor een beperkt aantal feiten (openbare dronkenschap, het voor handen hebben van alcohol op voor publiek toegankelijke plaatsen en het buiten de toegestane tijden afsteken van consumentenvuurwerk). Doorverwijzing voor andere delicten is alleen mogelijk op projectmatige basis, waarbij de lokale, bestuurlijke driehoek (OM-politie-gemeente/burgemeester) bepaalt voor welke feiten boa’s jongeren naar Halt kunnen verwijzen.
Het OM streeft naar een algemene aanwijzing, zodat boa’s net als de politie, voor alle feiten uit het Besluit aanwijzen Halt-feiten 2024, kunnen doorverwijzen.
Op het moment dat er sprake is van nieuwe taken voor de boa’s wordt in beeld gebracht of hiervoor ruimte is binnen de beschikbare capaciteit. Zo niet, dan:
Bovenstaande toelichting moet helpen om te komen tot realistische verwachtingen over de inzet van boa’s. Hieronder maken we de meer concrete activiteiten/inzet op de verschillende onderdelen zichtbaar. Dit geeft duidelijkheid voor het taakveld zelf, voor de interne en externe partners en de samenleving, bevordert de samenwerking en kan bijdragen aan een positieve beeldvorming over de boa’s.
Een fulltime medewerker bij de gemeente is formeel beschikbaar voor 1872 uur. Deze uren kunnen niet volledig worden ingezet voor het primaire proces, gezien diverse andere verplichtingen. In het boa team is 7 fte beschikbaar voor de uitvoering.
Hieronder een voorbeeld over hoeveel uren beschikbaar zijn voor het primaire proces.
* Medewerkers die in het bezit zijn van een Boa-akte hebben met wettelijk verplichte opleidingen en cursussen te maken waardoor de inzet op het primair proces lager uitvalt.
De uitgangspunten, doelstellingen en prioriteiten in de U&H-strategie vormen de leidraad bij het maken van de concretisering in jaarlijkse activiteiten/werkzaamheden voor de uitvoering in de praktijk. Onderstaand staan de verschillende onderwerpen opgesomd met de bepaalde prioriteit.
|
Algemene en wijkgerichte surveillance |
||||
|
Verkeersveiligheid bij scholen en bij ophaaltijden en brengtijden |
||||
|
Verkeerd aanbieden grof vuil/bijplaatsen ondergrondse containers |
||||
Afstemming over de taken gemeente en politie zijn in het Handhavingsarrangement werkafspraken gemaakt. Dit handhavingsarrangement moet nog wel geactualiseerd worden in de 2025.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-194901.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.