Tussentijdse wijzigingen Huisvestingsverordening

De raad van de gemeente Gouda;

 

gelezen het voorstel van 18 februari 2025,

 

gelet op de artikelen 5, 7 en 14 van de Huisvestingswet 2014

 

besluit:

 

  • 1.

    De HUISVESTINGSVERORDENING GOUDA 2023 als volgt te wijzigen.

Artikel I  

De leeswijzer wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Leeswijzer

 

De Huisvestingsverordening bevat regels voor de verdeling van huurwoningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, € 808,06 (prijsgrens 2023), en (nieuwbouw) middenhuurwoningen die vallen onder de Verordening middenhuurwoningen Gouda of een (anterieure) overeenkomst.

Een woningzoekende mag een gereguleerde huurwoning alleen in gebruik nemen als hij/zij beschikt over een huisvestingsvergunning.

In artikel 3 is vastgelegd wie voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt, in artikel 4 hoe deze moet worden aangevraagd. In artikel 5 is geregeld hoe verhuurders van goedkope huurwoningen het aanbod aan dergelijke woningen openbaar bekend moeten maken en hoe woningzoekenden kunnen reageren op dit aanbod.

Leeswijzer

 

De Huisvestingsverordening bevat regels voor de verdeling van huurwoningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, € 900,07 (prijsgrens 2025), (nieuwbouw) middenhuurwoningen en nieuwbouw koopwoningen die vallen onder de Doelgroepenverordening Gouda of een (anterieure) overeenkomst.

Een woningzoekende mag een gereguleerde huurwoning of betaalbare nieuwbouw koopwoning alleen in gebruik nemen als hij/zij beschikt over een huisvestingsvergunning.

In artikel 3 is vastgelegd wie voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt, in artikel 4 hoe deze moet worden aangevraagd. In artikel 5 is geregeld hoe verhuurders van goedkope huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen het aanbod aan dergelijke woningen openbaar bekend moeten maken en hoe woningzoekenden kunnen reageren op dit aanbod.

 

B.

 

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1. Begripsbepalingen

 

  • -

    -

  • -

    maatschappelijk gebonden: het daaromtrent in artikel 14, derde lid, onder b van de wet bepaalde;

  • -

    -

Artikel 1. Begripsbepalingen

 

  • -

    betaalbare koopwoning: een nieuw te bouwen of door transformatie voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste de betaalbaarheidsgrens, in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 genoemd bedrag en geïndexeerd als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Huisvestingswet (€ 405.000, prijspeil 2025);

  • -

    maatschappelijk gebonden: het daaromtrent in artikel 14, derde en vierde lid, onder b van de wet bepaalde;

  • -

    woningmarktregio: de woningmarktregio die gevormd wordt door de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas;

 

C. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

 

  • 1.

    De volgende categorieën woonruimten mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:

    • a.

      woonruimten van verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;

    • b.

      Middenhuurwoningen.

  • 2.

    Voor middenhuurwoningen zijn uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 , artikel 15, artikel 16 lid 6, hoofdstuk 8 en artikel 45 van deze verordening van toepassing.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      woonruimte van verhuurders die in de gemeente tien of minder woningen beneden de huur-toeslaggrens verhuren;

    • b.

      onzelfstandige woonruimte;

    • c.

      inwoning;

    • d.

      woningruil met toestemming van de verhuurder;

    • e.

      verhuizen binnen hetzelfde complex met toestemming van de verhuurder;

    • f.

      zorgwoningen;

    • g.

      dienstwoningen;

    • h.

      woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met d van de Leegstandwet;

    • i.

      woonruimte die verhuurd wordt op basis van een tijdelijk huurcontract als bedoeld in de ar-tikelen 7:271, eerste lid, onder a en 7:274 c tot en met 7:274f van het Burgerlijk Wetboek2;

    • j.

      ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens.

  • 4.

    Op de huisvesting van bijzondere doelgroepen als bedoeld in artikel 17, zijn artikelen 5, 7 t/m 16 niet van toepassing.

Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

 

  • 1.

    De volgende categorieën woonruimten mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:

    • a.

      woonruimten van verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;

    • b.

      middenhuurwoningen;

    • c.

      betaalbare koopwoningen.

  • 2.

    Voor middenhuurwoningen zijn uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 , artikel 15, artikel 16 lid 6, hoofdstuk 8 en artikel 45 van deze verordening van toepassing.

  • 3.

    Voor betaalbare koopwoningen zijn uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 derde lid, artikel 15 en artikel 45 van deze verordening van toepassing.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      woonruimte van verhuurders die in de gemeente tien of minder woningen beneden de huur-toeslaggrens verhuren;

    • b.

      betaalbare koopwoningen die ontstaan na transformatie waarbij de ontwikkeling in zijn geheel maximaal vier of minder nieuwe woningen gerealiseerd worden

    • c.

      onzelfstandige woonruimte;

    • d.

      inwoning;

    • e.

      woningruil met toestemming van de verhuurder;

    • f.

      verhuizen binnen hetzelfde complex met toestemming van de verhuurder;

    • g.

      zorgwoningen;

    • h.

      dienstwoningen;

    • i.

      woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met d van de Leegstandwet;

    • j.

      woonruimte die verhuurd wordt op basis van een tijdelijk huurcontract als bedoeld in de ar-tikelen 7:271, eerste lid, onder a en 7:274 c tot en met 7:274f van het Burgerlijk Wetboek2;

    • k.

      ligplaatsen voor woonschepen en standplaatsen voor woonwagens.

  • 5.

    Op de huisvesting van bijzondere doelgroepen als bedoeld in artikel 17, zijn artikelen 5, 7 t/m 16 niet van toepassing.

 

D.

 

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

 

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning in aanmerking woningzoekenden die :

    • a.

      meerderjarig zijn en staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen in een gemeente in Nederland, én

    • b.

      gereageerd hebben op per publicatie aangeboden woonruimte en op grond van het bepaalde in deze verordening voor de desbetreffende woonruimte in aanmerking komen.

  • 2.

    Het college kan in afwijking van het eerste lid onder b een huisvestingsvergunning verlenen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17.

Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

 

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning slechts in aanmerking woningzoekenden die :

    • a.

      meerderjarig zijn en staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen in een gemeente in Nederland, én

    • b.

      gereageerd hebben op per publicatie aangeboden woonruimte en op grond van het bepaalde in deze verordening voor de desbetreffende woonruimte in aanmerking komen.

  • 2.

    Het college kan in afwijking van het eerste lid onder b een huisvestingsvergunning verlenen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17.

 

E.

 

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning

 

  • 1.

    Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden door de woningzoekende de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      naam, contactgegevens en geboortedatum;

    • b.

      het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden dat de woonruimte zal betrekken;

    • c.

      bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10, tweede lid, van de wet;

    • d.

      bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld;

    • e.

      een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt, dat deze bereid is de woonruimte aan de woningzoekende te verhuren;

    • f.

      adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte;

    • g.

      datum van ingang van de huurovereenkomst;

    • h.

      indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een aangepaste woonruimte;

    • i.

      indien van toepassing, een afschrift van de urgentiebeschikking zoals bedoeld in artikel 7 zevende lid.

Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning

 

  • 1.

    Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden door de woningzoekende de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      naam, contactgegevens en geboortedatum;

    • b.

      het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden dat de woonruimte zal betrekken;

    • c.

      bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10, tweede lid, van de wet;

    • d.

      bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld;

    • e.

      een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt, dat deze bereid is de woonruimte aan de woningzoekende te verhuren dan wel een kopie van de verkoopovereenkomst als het gaat om een nieuwbouw koopwoning;

    • f.

      adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte dan wel verkoopprijs;

    • g.

      datum van ingang van de huurovereenkomst dan wel koopovereenkomst;

    • h.

      indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een aangepaste woonruimte;

    • i.

      indien van toepassing, een afschrift van de urgentiebeschikking zoals bedoeld in artikel 7 zevende lid;

    • j.

      indien van toepassing, de voorrangscategorie waartoe de aanvrager behoort, en een werkgeversverklaring waaruit het aantal uren, duur werkverband en een vast contract blijken.

 

F.

 

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte

 

  • 1.

    De verhuurder maakt het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar toegankelijk (digitaal) medium, voorzover deze woonruimte niet via directe bemiddeling wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17.

  • 2.

    De bekendmaking bevat in ieder geval:

    • a.

      het adres en de huurprijs van de woonruimte;

    • b.

      een goede omschrijving van de woning en woonomgeving

    • c.

      de mededeling dat een huishouden de woonruimte alleen voor bewoning in gebruik mag nemen als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend;

    • d.

      indien van toepassing, de criteria en regels voor voorrang bij het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.

Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte

 

  • 1.

    De verhuurder of verkoper maakt het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar toegankelijk (digitaal) medium, voorzover deze woonruimte niet via directe bemiddeling wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17. Bij verkoop worden nadere afspraken over de wijze van aanbieden vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

  • 2.

    De bekendmaking bevat in ieder geval:

    • a.

      het adres en de huur- of koopprijs van de woonruimte;

    • b.

      een goede omschrijving van de woning en woonomgeving

    • c.

      de mededeling dat een huishouden de woonruimte alleen voor bewoning in gebruik mag nemen als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend;

    • d.

      indien van toepassing, de criteria en regels voor voorrang bij het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.

 

G. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte

 

  • 1.

    Woningcorporaties verantwoorden achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de woonruimte als bedoeld in artikel 5, eerste lid, door bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woonruimte is binnengekomen en de motivering van de toewijzing op grond van artikel 16 van deze verordening.

  • 2.

    Woningcorporaties verantwoorden op een soortgelijke manier als in het eerste lid achteraf eveneens de toewijzingen die hebben plaatsgevonden aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17.

  • 3.

    De verantwoording als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt zo spoedig mogelijk plaats na de ingangsdatum van de huurovereenkomst van de woonruimte.

  • 4.

    Verhuurders niet zijnde woningcorporaties motiveren op verzoek van een woningzoekende de toewijzing van de woonruimte waarop de betreffende woningzoekende heeft gereageerd.

  • 5.

    Verhuurders verantwoorden hun toewijzingen aan het college indien zij hiertoe van het college een verzoek ontvangen.

Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte

 

  • 1.

    Woningcorporaties verantwoorden achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de woonruimte als bedoeld in artikel 5, eerste lid, door bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woonruimte is binnengekomen en de motivering van de toewijzing op grond van artikel 16 van deze verordening.

  • 2.

    Woningcorporaties verantwoorden op een soortgelijke manier als in het eerste lid achteraf eveneens de toewijzingen die hebben plaatsgevonden aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17.

  • 3.

    De verantwoording als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt zo spoedig mogelijk plaats na de ingangsdatum van de huurovereenkomst van de woonruimte.

  • 4.

    Verhuurders niet zijnde woningcorporaties motiveren op verzoek van een woningzoekende de toewijzing van de woonruimte waarop de betreffende woningzoekende heeft gereageerd.

  • 5.

    Verhuurders van woningen in de bestaande voorraad verantwoorden hun toewijzingen aan het college indien zij hiertoe van het college een verzoek ontvangen.

  • 6.

    De eigenaar niet zijnde een woningcorporatie van nieuwbouw sociale of middenhuurwoningen rapporteert over de toewijzingen, zoals is opgenomen in artikel 10 van de Doelgroepenverordening Gouda.

  • 7.

    De verkoper of projectontwikkelaar van door nieuwbouw of transformatie gerealiseerde betaalbare koopwoningen rapporteert over de woningverkopen die binnen de Doelgroepenverordening Gouda vallen.

 

H.

 

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs

 

  • 1.

    Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling.

  • 2.

    Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1.0 tot 1,8 maal de inkomens-grens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm).

  • 3.

    Met inachtneming van het eerste en tweede lid wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een aangepaste woning voorrang gegeven aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen.

  • 4.

    Met inachtneming van het eerste en tweede lid kunnen verhuurders op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken.

  • 5.

    Het college kan verhuurders, toestemming geven om, met inachtneming van het eerste en tweede lid, voor woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doel-groepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat.

Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs

 

  • 1.

    Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling.

  • 2.

    Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1.0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm).

  • 3.

    Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor betaalbare koopwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningnet (DAEB-norm).

  • 4.

    Met inachtneming van het eerste en tweede lid wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een aangepaste woning voorrang gegeven aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen.

  • 5.

    Met inachtneming van het eerste en tweede lid kunnen verhuurders op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken.

  • 6.

    Het college kan verhuurders toestemming geven om, met inachtneming van het eerste en tweede lid, voor woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doelgroepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat.

 

I.

 

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding

 

  • 1.

    Verhuurders kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub a, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente;

  • 2.

    Verhuurders kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub b, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente;

  • 3.

    Het college kan toestemming geven om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte of prijs, voorrang te geven aan een specifieke doelgroep met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat.

Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding en vitale beroepen

 

  • 1.

    Verhuurders kunnen maximaal 5% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub a, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en binnen de gemeente ten minste 24 uren per week werkzaam zijn in een vitale beroepsgroep. De beroepsgroepen betreffen:

    Functies binnen het onderwijs

    • a.

      Kinderopvang

      • -

        Pedagogisch medewerker

    • b.

      Primair onderwijs (ook speciaal)

      • -

        Leerkracht

    • c.

      Voortgezet onderwijs (ook speciaal)

      • -

        Vakleerkracht 

  • Functies binnen de zorg

    • d.

      VVT (verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg)

      • -

        Bevoegd verpleegkundige

      • -

        Bevoegd verzorgende individuele gezondheidszorg

    • e.

      Huisartsen

      • -

        Doktersassistent

      • -

        Praktijkverpleegkundige

    • f.

      Ziekenhuis

      • -

        Gespecialiseerd verpleegkundigen

    • g.

      Gehandicaptenzorg

      • -

        Begeleider gehandicaptenzorg

  • Overige functies

    • h.

      Vrijwillige brandweer

  • De in dit lid gestelde eis van ten minste 24 uren per week werkzaam zijn is, gelet op de aard van de beroepsgroep, niet van toepassing op de categorie “vrijwillige brandweer”.

    De werknemer dient bovendien minimaal 1 jaar in dienst te zijn, (intentie op) een vast contract te hebben en te voldoen aan één van de volgende criteria:

    • a)

      Woningzoekende had de afgelopen 12 maanden een zelfstandige woonruimte op meer dan 20 km van de werklocatie. Deze afstand wordt hemelsbreed gemeten. Het maakt niet uit hoe lang de reis per fiets, ov of met de auto duurt, of

    • b)

      woningzoekende heeft geen zelfstandige woning gehad in de afgelopen 12 maanden.

  • 2.

    Verhuurders kunnen maximaal 50% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub a, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente of regio Midden-Holland.

  • 3.

    Verhuurders kunnen maximaal 10% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub b, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en binnen de gemeente ten minste 24 uren per week werkzaam zijn in een vitale beroepsgroep. De beroepsgroepen betreffen:

    Functies binnen het onderwijs

    • a.

      Primair onderwijs (ook speciaal)

      • -

        Leerkracht

    • b.

      Voortgezet onderwijs (ook speciaal)

      • -

        Vakleerkracht 

  • Functies binnen de zorg

    • c.

      VVT (verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg)

      • -

        Bevoegd verpleegkundige

    • d.

      Huisartsen

      • -

        Praktijkondersteuner 

      • -

        Doktersassistent

      • -

        Praktijkverpleegkundige

    • e.

      Ziekenhuis

      • -

        Gespecialiseerd verpleegkundigen

    • f.

      Gehandicaptenzorg

      • -

        Begeleider gehandicaptenzorg

  • Overige functies

    • g.

      Vrijwillige brandweer.

  • De in dit lid gestelde eis van ten minste 24 uren per week werkzaam zijn is, gelet op de aard van de beroepsgroep, niet van toepassing op de categorie “vrijwillige brandweer”.

    De werknemer dient bovendien minimaal 1 jaar in dienst zijn, (intentie op) een vast contract hebben en voldoen aan één van de volgende criteria:

    • a)

      Woningzoekende had de afgelopen 12 maanden een zelfstandige woonruimte op meer dan 20 km van de werklocatie. Deze afstand wordt hemelsbreed gemeten. Het maakt niet uit hoe lang de reis per fiets, ov of met de auto duurt, of

    • b)

      woningzoekende heeft geen zelfstandige woning gehad in de afgelopen 12 maanden.

  • 4.

    Verhuurders kunnen maximaal 50% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub b, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente of regio Midden-Holland.

  • 5.

    Verkopers kunnen maximaal 50% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub c, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente of woningmarktregio. Hierbij geldt dat woningzoekenden uit de gemeente voorgaan op regionale woningzoekenden.

  • 6.

    Het college kan toestemming geven om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte of prijs (artikel 13), voorrang te geven aan een specifieke doelgroep (artikel 14) met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente of woningmarktregio. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat.

 

J.

 

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 16. Rangorde woningzoekenden

 

  • 1.

    Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - de rangorde als volgt bepaald:

    • a.

      woningzoekenden uit de urgentiecategorie genoemd in artikel 9 onder A;

    • b.

      overige woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;

    • c.

      woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding op basis van artikel 15;

    • d.

      overige woningzoekenden.

Artikel 16. Rangorde woningzoekenden

 

  • 1.

    Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - de rangorde als volgt bepaald:

    • a.

      woningzoekenden uit de urgentiecategorie genoemd in artikel 9 onder A;

    • b.

      overige woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;

    • c.

      woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding met een vitaal beroep op basis van artikel 15 lid 1 en lid 3;

    • d.

      woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding op basis van artikel 15;

    • e.

      overige woningzoekenden.

  • [tussenliggende leden worden niet gewijzigd]

  • 6.

    Als op grond van deze verordening bij betaalbare koopwoningen meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met inachtneming van artikel 13, derde lid en artikel 15, vijfde lid, de volgorde van toewijzing bepaald op basis van loting.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt één dag na bekendmaking in werking.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 april 2025.

De raad van de gemeente voornoemd,

griffier

mr. drs. E.J. Karman-Moerman

voorzitter

mr. drs. P. Verhoeve

Naar boven