Gemeenteblad van Ridderkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 192361 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 192361 | beleidsregel |
Nota Reserves en voorzieningen Ridderkerk 2025 – 2028
1. Samenvatting kaders en wijzigingen
In deze samenvatting zijn de kaders opgenomen die expliciet voor Ridderkerk gelden. De wettelijke verplichtingen vanuit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn voor reserves in hoofdstuk Wettelijke kaders reserves en voor voorzieningen in hoofdstuk Wettelijke kaders voorzieningen opgenomen.
Kader 1: Ondergrens Algemene reserve
Een ondergrens vast te stellen van € 20.000.000.
Kader 2: Incidentele lasten ten laste van reserves
De insteek is om alleen incidentele lasten te dekken uit reserves. Hiermee wordt voorkomen dat het saldo van de begroting teveel wordt beïnvloed door eenmalige lasten.
Kader 3 Onderbouwing met bestedingsplan
Bij de vorming van een bestemmingsreserve wordt het (bestedings)doel vastgelegd en onderbouwt met een bestedingsplan en wordt de looptijd bepaald.
Kader 4: Prudent maar wel flexibel omgaan met vorming afschrijvingslastenreserve
Vanwege het terugkerende karakter van vervangingsinvesteringen moet voorzichtig worden omgegaan met afschrijvingslastenreserves. Dit geldt vooral voor nieuwe investeringen die geen vervangingen zijn, maar een specifieke verandering met een eenmalig karakter. Zo kunnen incidentele middelen bijdragen aan structurele dekking in de begroting.
Kader 5: Besluiten tot vrijvallen van restant ( bestemmings )reserves
Na verstrijken van de afgesproken looptijd of vervallen van het concrete bestedingsdoel valt een (restant)saldo in de reserve (automatisch) vrij ten gunste van de Algemene reserve.
Kader 6: Kosten onttrekken uit reserve
Indien deze kosten hoger zijn dan de begrote onttrekking zal niet meer dan het begrote bedrag onttrokken worden. Indien deze kosten lager zijn dan de begrote onttrekking zal niet meer worden onttrokken dan de werkelijk gemaakte kosten.
Kader 7: Geen rente toerekenen aan reserves
Binnen Ridderkerk wordt geen rente toegerekend aan reserves op aangeven van de commissie BBV.
Kader 8: Geen rente toerekenen aan voorzieningen met uitzondering van voorziening onderhoud graven
Binnen Ridderkerk wordt geen rente toegerekend aan voorzieningen, omdat dit volgens de BBV niet is toegestaan. Enige uitzondering is de voorziening onderhoud graven 10/20 jaar het geval is.
In de Financiële verordening van de gemeente Ridderkerk is vastgelegd dat de gemeenteraad een nota Reserves en voorzieningen vast stelt. De vorige nota heeft een looptijd tot en met 2024 en wordt herijkt.
Het doel van deze nota is dat de gemeenteraad kaders voor de vorming van een verantwoorde reserve- en voorzieningenpositie vaststelt. Het voorkomen dat er overal potjes voor wordt gevormd die niet echt nodig zijn, is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Er wordt ingegaan op de begrenzing van de gemeentelijke reservepositie waaronder de Algemene reserve. Ook geeft de nota zicht op nut en noodzaak (concrete bestedingsdoelen) en (totale) omvang van de reserves en voorzieningen.
Het belangrijkste verschil tussen reserves en voorzieningen is dat reserves tot het eigen vermogen van de gemeente behoren en voorzieningen tot het vreemd vermogen. De beleidsvrijheid en invloed van de gemeenteraad is bij reserves dan ook groter dan bij voorzieningen. Dit vindt zijn oorsprong in de dwingende wettelijke regelgeving voor voorzieningen. Hieruit blijkt dat in specifieke situaties het verplicht is voorzieningen te treffen. Het instellen van reserves om beleid te realiseren behoort tot de keuzevrijheid van de gemeenteraad.
Het beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Daarbij moet voldaan worden aan datgene wat hierover is vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten inclusief actuele berichtgeving vanuit de commissie BBV. In de Financiële verordening Ridderkerk 2024 is aangegeven dat het college de nota opstelt en dat de gemeenteraad deze vaststelt. Deze nieuwe nota strekt zich uit over de periode 2025 tot en met 2028 en vervangt de ‘Nota reserves en voorzieningen 2021-2024’ (raadsbesluit 11 februari 2021).
In het algemeen kunnen reserves de volgens functies vervullen:
Inkomensfunctie. Over het eigen vermogen mag (bespaarde)rente worden berekend. Deze kan als resultaatbestemming aan het vermogen worden toegevoegd of (deels) als structureel dekkingsmiddel worden ingezet. Deze systematiek creëert een fictieve rentelast en leidt tot (onnodig) opblazen van de lasten. Mede op advies van de commissie BBV rekenen wij daarom geen rente toe aan onze reserves.
Wanneer de gemeente hoge kosten voor een bepaald beleidsveld verwacht, kan zij er voor kiezen om hierop te anticiperen door het instellen van een reserve. Reserves vormen het eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve vormt samen met de post voor onvoorziene uitgaven het weerstandsvermogen. Hierop liggen geen concrete claims. Ze worden uitsluitend aangesproken in het geval dat de begroting en eventuele bestemmingsreserves geen oplossing bieden voor een financiële tegenvaller.
De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om reserves in te stellen en op te heffen binnen de grenzen van de wettelijke regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de bijbehorende memorie van toelichting en de uitleg en aanbevelingen van de commissie BBV. Op grond hiervan besluit de gemeenteraad ook over de stortingen in en/of onttrekkingen uit de reserves. De geraamde stortingen en onttrekkingen worden opgenomen in de jaarlijkse begroting van enig jaar en worden met het vaststellen van de begroting door de gemeenteraad bekrachtigd. In de reguliere P&C-instrumenten (begrotingswijzigingen) wordt gerapporteerd over afwijkingen rond deze stortingen en onttrekkingen.
In het BBV worden twee typen reserves voorgeschreven:
In hoeverre binnen deze twee categorieën een nadere onderverdeling wordt gemaakt, is de vrijheid van de desbetreffende gemeente (zie hoofdstuk Indeling reserves). Ook is wettelijk vastgelegd dat het jaarlijkse jaarrekeningresultaat wordt verrekend met de Algemene reserve. De gemeenteraad kan bij het vaststellen van de jaarrekening besluiten om het jaarresultaat (deels) ook op een andere manier te bestemmen.
De volgende voorschriften zijn wettelijk bepaald als het om de inzet van reserves gaat: onder andere in de notitie Materiële vaste activa van januari 2020: Materiële Vaste Activa · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en de notitie Structurele en incidentele baten en lasten van december 2024: Structurele en incidentele baten en lasten · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording).
Een bestemmingsreserve afschrijvingslasten moet van voldoende omvang zijn om de afschrijvingslasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken. Wanneer het saldo van de afschrijvingen minder is dan de afschrijvingslasten van de desbetreffende activa, dan kunnen de lasten slechts naar rato aan de bestemmingsreserve worden onttrokken. Wanneer de investering vertraging oploopt zal de onttrekking evenredig lager zijn en vice versa.
In principe zijn alle stortingen in en onttrekkingen uit reserves incidenteel van aard. De afschrijvingslastenreserves en de reserve ‘Overrente’ vormen hierop de enige uitzonderingen. Door deze apart te benoemen is het duidelijk dat de dekking een structureel karakter heeft. De looptijd van de ingestelde reserve is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de geactiveerde investering of resterende gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille waarover de boeterente van toepassing zou zijn. Op die manier heeft een en ander geen invloed op het structurele begrotingssaldo.
4. Wettelijk kader voorzieningen
Voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen van de gemeente. De gemeenteraad is bevoegd om voorzieningen in te stellen of op te heffen. Al is hier nauwelijks beleidsvrijheid voor de gemeenteraad, omdat de vorming hiervan in veel gevallen verplicht voortvloeit uit de bepalingen uit het BBV.
Voorzieningen zijn passiefposten op de balans, die een schatting geven van de voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per balansdatum min of meer onzeker zijn, en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan die datum. Er zijn twee uitzonderingen op het passief registreren van voorzieningen. De voorzieningen voor dubieuze debiteuren en verliesvoorzieningen voor grondexploitaties worden verrekend met respectievelijk vorderingen Debiteuren en Voorraden. Beide posten zijn actiefposten op de balans.
Het gaat bij voorzieningen om min of meer onzekere verplichtingen die op termijn tot schulden kunnen worden gerekend, zoals garantieverplichtingen en dergelijke. Voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, bijvoorbeeld die van vakantieverlof, mogen geen voorzieningen worden gevormd (artikel 44 van het BBV).
Daarnaast kunnen voorzieningen ingesteld worden om heffingen waarvan de besteding in wet- en regelgeving is gelimiteerd onder te brengen.
Voorzieningen dienen naar beste schatting dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld. De besteding van voorzieningen is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. De uitgaven ten laste van voorzieningen worden namelijk al geautoriseerd bij het vormen van de voorzieningen en worden daarom opgenomen in de Programmabegroting en Jaarstukken. De achterliggende gedachte is dat de uitgaven ten laste van de voorzieningen geen keuzevrijheid kennen en dat de gemeenteraad de bestemming niet meer kan wijzigen. Volgens het BBV moeten uitgaven rechtstreeks ten laste van de voorzieningen worden geboekt en lopen ze niet via de exploitatie. Als de besteding ook ten laste van de rekening van baten en lasten zou lopen, zou het bedrag namelijk tweemaal als last worden verantwoord. De onttrekkingen worden dus rechtstreeks via de balans afgewikkeld en maken geen deel uit van de exploitatiebegroting/rekening.
Op grond van het BBV mag een voorziening niet negatief staan. Als er sprake is van een negatief saldo van een voorziening, dan dient dit via de exploitatie van het betreffende verslagjaar aangevuld te worden.
Indien een voorziening een omvang bereikt die hoger is dan het noodzakelijke niveau valt het meerdere bij de jaarrekening vrij ten gunste van de exploitatie.
De vorming van een nieuwe voorziening waaraan een beleidswijziging ten grondslag ligt (bijvoorbeeld het vormen van een nieuwe meerjarenonderhoudsvoorziening) vergt een expliciet raadsbesluit.
In de begroting wordt jaarlijks een overzicht opgenomen van de beoogde dotaties en inzet van de voorzieningen.
Om het inzicht in de reserves te vergroten en omdat de bestemmingsreserves uiteenlopende bestedingsdoelen hebben, is er een nadere indeling aangebracht:
De algemene reserve is een reserve waaraan geen bestemming is gegeven. De reserve is verplicht op grond van artikel 43 van het BBV. De algemene reserve is het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente.
De algemene reserve vormt een belangrijk onderdeel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze dient om middelen zonder bestemming achter de hand te hebben die als dekkingsmiddel kunnen worden ingezet. Dit kan gaan om onverwachte tekorten, ruimte voor nieuw beleid en het opvangen van risico’s die zijn beschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting en jaarverslag.
Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming (doelstelling) heeft gegeven.
De bestemmingsreserves worden binnen Ridderkerk in een viertal groepen onderverdeeld:
Het gaat hier om reserves die mogelijk kunnen worden gevormd om de exploitatie (structureel) sluitend te maken. Er zijn in 2025 geen dekkingsreserves.
B2. Afschrijvingslastenreserve (gekoppeld aan investeringen)
Indien er inzet van eigen middelen gewenst is bij bepaalde investeringen dan is wettelijk voorgeschreven dit via zogenaamde kapitaallastenreserves te doen (zie hoofdstuk Wettelijk kader vorming reserves). Binnen Ridderkerk dekken wij uitsluitend de afschrijvingslasten af (dus geen rentelasten).
Vanwege het terugkerende karakter van vervangingsinvesteringen moet met het instellen van afschrijvingslastenreserves prudent worden omgegaan. De begroting moet niet in te sterke mate afhankelijk worden aan bijdragen uit reserves voor toekomstige en (steeds) terugkerende vervangingen. Daarnaast kan het van belang zijn om flexibiliteit in de begroting te houden en in sommige gevallen toch wel afschrijvingslastenreserves te vormen. Dit geldt dan vooral voor nieuwe investeringen, niet zijnde vervangingsinvesteringen, die specifiek een verandering zijn en over het algemeen een éénmalig karakter vertonen. Binnen Ridderkerk zijn diverse afschrijvingslastenreserves gevormd. Zo worden bijvoorbeeld investeringen in nieuwbouw van gebouwen met een eenmalige inzet van de reserve meerjarig (grotendeels) gedekt tot het einde van de afschrijvingstermijn.
Voor enkele beleidsterreinen op het gebied van groot onderhoud zijn binnen Ridderkerk reserves gevormd. De verplichtingen voor groot onderhoud worden gebaseerd op een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Ieder jaar wordt bekeken of deze reserves voldoende van omvang zijn. Het gaat met name om onderhoud in de openbare ruimte en (sport)gebouwen. Gezien het grillige verloop van de kosten kunnen de fluctuaties van jaar op jaar groot zijn. De lasten voor de begroting worden met de werking van de reserve dan geëgaliseerd. De onderhoudsreserves worden jaarlijks beoordeeld of zij nog noodzakelijk zijn en indien dit niet het geval is worden zij opgeheven.
B4. Overige bestemmingsreserves
Overige bestemmingsreserves zijn reserves die met een specifiek doel zijn gevormd. Deze bestemmingen kunnen betrekking hebben op specifieke tijdelijke projecten of eenmalige beleidsintensiveringen.
Voor een specificatie van de actuele stand van reserves verwijzen wij naar onze website (ridderkerk.begrotingsapp.nl) waar de programmabegrotingen en jaarstukken gepubliceerd staan.
Het uitgangspunt in de gemeentelijke begroting is dat structurele lasten ook met structurele baten zijn gedekt. Incidentele lasten kunnen daarbij worden gedekt met incidentele baten. Conform het BBV kunnen hierbij reserves in de basis als incidentele dekkingsmiddelen worden ingezet (met uitzondering van de afschrijvingslastenreserve die afschrijvingslasten structureel dekt).
De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om voor specifieke projecten, intensiveringen of andere zaken met een tijdelijk karakter een specifieke bestemmingsreserve te vormen. Om een doelmatige inzet van middelen mogelijk te maken en te voorkomen dat middelen ‘geparkeerd’ worden zonder concreet bestedingsdoel, worden voor de vorming van reserves onderstaande kaders specifiek gehanteerd.
Kader 1: Ondergrens Algemene reserve
Voor een verdere toelichting op deze grens en hoe hier praktisch mee om te gaan wordt verwezen naar hoofdstuk Nut en noodzaak reserves en voorzieningen bij het onderdeel Algemene reserve.
Kader 2: Incidentele lasten ten laste van reserves
Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat (na bestemming) met de Algemene reserve is de insteek om alleen incidentele lasten te dekken uit reserves. Hiermee wordt voorkomen dat het saldo van de begroting teveel wordt beïnvloed door eenmalige lasten. Het doet ook recht aan het algemene dekkingsprincipe om structurele lasten met structurele baten af te dekken.
Kader 3 Onderbouwing met bestedingsplan
Het (bestedings)doel van de bestemmingsreserve wordt vastgelegd bij de vorming van de reserve en onderbouwd met een bestedingsplan dat naar zijn aard een incidenteel karakter heeft. Bij de vorming van de bestemmingsreserve wordt zo goed als mogelijk de looptijd bepaald.
Kader 4: Prudent maar wel flexibel omgaan met vorming afschrijvingslastenreserve
Vanwege het terugkerende karakter van vervangingsinvesteringen moet met het instellen van afschrijvingslastenreserves prudent worden omgegaan. De begroting moet niet gewend raken aan structurele bijdragen uit reserves voor toekomstige en (steeds) terugkerende vervangingen. Daarnaast kan het echter van belang zijn om flexibiliteit in de begroting te houden en in sommige gevallen toch wel deze reserves te vormen. Dit geldt dan vooral voor nieuwe investeringen, niet zijnde vervangingsinvesteringen, die specifiek een verandering zijn en over het algemeen een éénmalig karakter vertonen. Hiermee kunnen incidentele middelen voor structurele dekking in de begroting zorgen.
Kader 5: Besluiten tot vrijvallen van restant ( bestemmings )reserves
Na verstrijken van de afgesproken looptijd of vervallen van het concrete bestedingsdoel valt een (restant)saldo in de reserve (automatisch) vrij ten gunste van de Algemene reserve. Indien bij het verstrijken van de looptijd of het vervallen van het huidige bestedingsdoel geconstateerd wordt dat eventuele restantmiddelen langer of voor een ander bestedingsdoel nodig zijn, dan is hiervoor een nieuw raadsbesluit nodig waarbij het (nieuwe) doel, de omvang en de looptijd opnieuw worden afgewogen en vastgesteld door de gemeenteraad.
Kader 6: Kosten onttrekken uit reserve
De gemeenteraad stelt de jaarlijkse begrote onttrekking uit de reserves vast. Deze onttrekking dient ter dekking van de gemaakte kosten voor de investering gekoppeld aan de betreffende reserve of ter dekking van exploitatielasten uit de algemene reserve. Indien deze kosten hoger zijn dan de begrote onttrekking zal niet meer dan het begrote bedrag onttrokken worden. Indien deze kosten lager zijn dan de begrote onttrekking zal niet meer worden onttrokken dan de werkelijk gemaakte kosten. Het verschil tussen de begrote onttrekking en de werkelijk gemaakte kosten blijft beschikbaar in de reserve. Indien de kosten hoger zijn dan de begrote onttrekking zal niet meer onttrokken worden aan de reserve dan het door de raad geaccordeerd bedrag en blijft negatieve resultaat in de exploitatie.
Voor Ridderkerk geldt de volgende onderverdeling van voorzieningen:
Voorziening voor middelen derden met bestedingsverplichtingen
Het gaat hier om inkomsten (zogenaamde beklemde middelen) die moeten worden ingezet om bijhorende dienstverlening (met een bestedingsverplichting) te realiseren. Binnen Ridderkerk gaat het met name om heffingen voor onderhoud graven en riolering.
Voorziening verwachte verliezen grondexploitatie
Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel dient volgens het BBV bij de waardering van de voorraad gronden rekening gehouden te worden met verliesgevende grondbedrijfcomplexen. Als dit zich voordoet dan wordt dit risico rechtstreeks in mindering gebracht op de post voorraad gronden van de balans (activakant). Er is een voorziening voor de grondexploitatie Het Zand gevormd in het jaar 2021.
Deze voorziening dient om toekomstige pensioenuitkeringen (concrete verplichtingen) aan (voormalige) wethouders te verstrekken c.q. om opgebouwde rechten te kunnen betalen wanneer deze worden opgevraagd voordat de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt.
7.1.2 Wachtgelden voormalig wethouders
Voor het wachtgeld van voormalig wethouders is op basis van het wettelijk kader, zoals opgenomen in het BBV, de gemeente verplicht om een voorziening te vormen voor verplichtingen waarvan de omvang jaarlijks per 31 december redelijk in te schatten is. De gerelateerde kosten die in de volgende begrotingsjaren worden gemaakt komen ten laste van deze voorziening.
7.1.3 Afwikkelkosten Centrumplan
Er zijn afrondende werkzaamheden in de grondexploitatie van het Centrumplan waarvoor budgetten via deze voorziening beschikbaar zijn.
7.1.4 Regeling Vervroegd Uittreden
Medewerkers van een gemeente hebben volgens de cao Gemeenten recht op deelname aan de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Het is een wettelijke verplichting om voor deze regeling een voorziening in te stellen.
Per 1 januari 2023 hebben medewerkers recht op verlofsparen, zoals afgesproken in de cao Gemeenten. Dat betekent dat medewerkers hun verlof mogen sparen voor bijvoorbeeld pensioenvervroeging. Het is een wettelijke verplichting om voor verlofsparen een voorziening in te stellen. De voorziening dient gevormd geworden over het totaal aantal verlof spaaruren.
7.1.6 Onderhoud graven 10/20 jaar derden
De storting in deze voorziening bestaat uit ontvangen afkoopsommen voor onderhoud graven en de bespaarde rente over het saldo van de voorziening per 1 januari (contante waarde). De onttrekking aan de voorziening betreft de onderhoudslasten van de begraafplaatsen. Zie in dit verband ook de toelichting van toerekening rente in hoofdstuk Toerekening rente (bespaarde rente) bij onderdeel Rente ten aanzien van voorzieningen.
7.1.7 Beklemde middelen lijkbezorging
Deze voorziening is ingesteld bij raadsbesluit van december 2012 en heeft tot doel overschotten of tekorten op het product lijkbezorging bij de jaarrekening over meerdere jaren in de tarieven te verrekenen. Er wordt, op het moment van schrijven, geen gebruik gemaakt van deze voorziening.
7.1.8 Beklemde middelen riolering
Doel van deze voorziening is dat door de inzet ervan de tarieven zo laag mogelijk kunnen blijven. In 2023 is het Programma Stedelijk Water (PSW) vastgesteld ter vervanging van het Gemeentelijk Rioleringsplan. Daarbij is over een periode van 40 jaar een doorrekening gemaakt van de noodzakelijke onttrekkingen en toevoegingen aan deze voorziening.
7.1.9 Beklemde middelen afvalstoffenheffing
De voorziening dient om voor- en nadelen op de inzameling van huishoudelijk afval (uitsluitend verkregen via middelen van derden en geen eigen middelen), via de afvalstoffenheffing te egaliseren, zodat volledige kostendekking wordt bereikt.
Voor een specificatie van de actuele stand van voorzieningen verwijzen wij naar onze website (ridderkerk.begrotingsapp.nl) waar de programmabegrotingen en jaarstukken gepubliceerd staan.
8 Nut en noodzaak reserves en voorzieningen
Reserves en voorzieningen zijn belangrijke instrumenten om de financiële huishouding van de gemeente gezond te houden. Echter, bij een te ruimhartig beleid, kan het gevaar bestaan dat er te veel geld in “potjes” wordt gereserveerd, die beter ingezet kunnen worden voor andere op dat moment urgentere doelen. Vandaar dat hieronder voor iedere reserve en voorziening kritisch is gekeken naar nut en noodzaak.
De Algemene reserve is met een saldo van ruim € 30 miljoen (bron: Jaarstukken 2023) robuust te noemen. In vergelijk met veel andere gemeenten een goede uitgangspositie. Maar net als die andere gemeenten staan wij voor grote uitdagingen en is het waakzaam om het saldo van de Algemene reserve continue te monitoren.
Uit de risicoanalyse die twee keer paar jaar wordt uitgevoerd in de paragraaf Weerstandsvermogen, komt naar voren dat er een risicoprofiel is van afgerond € 8,9 miljoen (totaal risicobedrag) (bron: Jaarstukken 2023).
De ondergrens van de Algemene reserve is door de gemeenteraad op 20 april 2011 bepaald en in 2016 en 2021 opnieuw bevestigd op € 20 miljoen. Deze is bedoeld als buffer voor de te lopen risico’s en onverwachte met name incidentele tegenvallers. Omdat wij geen (bespaarde) rente toevoegen aan de Algemene reserve is deze dus volledig vrij beschikbaar, in casu geheel beschikbaar voor afdekken van incidentele risico’s, onverwachte tegenvallers of incidentele inzet van nieuw beleid.
Het weerstandsvermogen wordt jaarlijks in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarrekening inzichtelijk gemaakt.
Indien de Algemene reserve in de begroting onder de (afgerond) € 20 miljoen komt, dan is de ondergrens bereikt en komt het college na overleg met de gemeenteraad met herstelvoorstellen. Het is belangrijk dat we in staat blijven om risico's nog in voldoende mate te kunnen blijven opvangen zonder drastische financiële ingrepen.
Vanaf 2024 mogen gemeenten, volgens afspraak tussen gemeentefondsbeheerders, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de financieel toezichthouders, het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mogen gemeenten 10% inzetten voor structurele lasten. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20% is en blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld. Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.
Gemeenten zijn bestedingshuishoudens dat wil zeggen dat het primaire doel is het besteden van middelen ten behoeve van collectieve voorzieningen. Voor de gemeente is het van belang dat ontvangen geld effectief en efficiënt wordt besteed.
8.3.1 Reserve Onderhoud en baggeren haven
De reserve is ingesteld in 2008 en dient voor het dekken van de (grillige) kosten voor het periodiek baggeren van de haven. Het uitgangspunt is om dit eens in de vijf jaar te doen. Als gevolg van toenemende verplaatsing van de bodem is er ook behoefte aan incidenteel lokaal baggeren. Bulten en kuilen in de bodem, onder andere veroorzaakt door grote schepen, moeten dan geëgaliseerd worden. Uit een uitgevoerd extern onderzoek komt naar voren dat er een jaarlijkse baggeraanwas is van ca. 2.000 m3. Dit betekent minimaal eens in de vijf jaar baggeren.
8.3.2 Reserve Onderhoud verharding
De reserve dient ter egalisatie van de grilligheid van de (exploitatie)uitgaven op het gebied van onderhoud van wegen, straten en pleinen inclusief geluidsreducerend asfalt. De omvang wordt berekend in een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Investeringsuitgaven, zoals rehabilitatie waarbij alle lagen van het wegdek moeten worden vervangen, worden niet met deze reserve verrekend.
8.4.2 Reserve Innovatiefonds Sociaal Domein
Het doel van het innovatiefonds is om leer- en experimenteerruimte te faciliteren. Doordat de samenleving complex is geworden en ook steeds complexer wordt, vraagt ‘mee kunnen doen’ meer van eigen vaardigheden, zelfredzaamheid en regie van de mensen. Binnen het sociaal domein hebben we te maken met de uitdaging om met schaarse financiële middelen en meer burgerkracht sociale vraagstukken adequaat op te lossen. Dit lukt alleen als we een transformatie van het zorg-, ondersteunings- en welzijnssysteem weten te realiseren. In het ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ concretiseren we de landelijke transformatiedoelstellingen, waaronder ‘Ruimte geven aan innovatie: Op zoek naar nieuwe vormen van hulp en activiteiten’.
8.4.3 Reserve Actualisatie Integraal Accommodatieplan
Doel van deze reserve is het dekken van eenmalige kosten zoals sloopkosten en afboeken van restant boekwaarden. In het voorjaar van 2019 is het Actualisatie Integraal Accommodatieplan (AIAP) door de gemeenteraad vastgesteld. In dit plan wordt richting gegeven aan de toekomst van verschillende gemeentelijke gebouwen. Voor een groot aantal gebouwen, waarvoor geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld, is een MeerjarenOnderhoudsPlanning (MJOP) opgesteld. Hierin worden kwaliteitscriteria vastgesteld die van strategisch belang zijn.
In het AIAP zijn verschillende projecten doorgerekend om inzicht te krijgen op de financiële impact van het totale plan. Ook nieuwe regelgeving omtrent duurzaamheid van overheidsgebouwen wordt hierin meegenomen. Dit heeft invloed op de hoogte van de verwachte investeringen.
8.4.4 Reserve Vpb grondexploitaties
De reserve is op 18 oktober 2018 ingesteld om de vennootschapsbelasting (vpb) van winstgevende grondexploitaties te dekken. Op basis van het BBV zijn winstnemingen uit de grondexploitaties verplicht. Het is logisch de vpb als gevolg van deze winstnemingen ten laste te brengen van het resultaat van deze grondexploitaties. Jaarlijks wordt bij de Jaarrekening op basis van de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG) de vpb-druk voor de komende jaren bepaald. Door de vpb uit deze reserve te dekken worden grote schommelingen in de begroting en meerjarenraming voorkomen.
8.4.5 Reserve Nieuw Reijerwaard
De reserve is op 23 mei 2019 ingesteld om de OZB-opbrengst bedrijven beschikbaar te stellen voor investeringen die de ontwikkeling van het gebied ten goede komen. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld mobiliteit, duurzaamheid, leefbaarheid, energievoorziening en parkmanagement.
8.4.6 Reserve Bodemonderzoek Wooncompas
Bij akte van 31 oktober 1994 hebben wij een groot aantal woningen overgedragen aan Wooncompas. In de akte vrijwaart de gemeente Wooncompas tegen alle gevolgen voortvloeiende uit de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Van de complete lijst met overgedragen woningen is een selectie gemaakt met woningen/wijken waar Wooncompas een herstructurering gepland heeft. Dit betreft de locaties Centrum, Rembrandtweg en Blaak.
Doel van de reserve is om uitvoering te geven aan de opdrachten omtrent de klimaatvisie, zodra deze door de raad is vastgesteld. Thema’s daarbij zijn de warmtevisie, klimaatplannen, circulaire economie en voedsel.
Deze reserve Groenvisie is ingesteld bij raadsbesluit van 7 juli 2020. Doel is om het uitvoeringsprogramma Groenvisie uit te voeren dat leidend is in alle projecten en bij het dagelijks beheer en onderhoud van het groen. Jaarlijks worden de resultaten gemonitord door een ecoloog. Deze reserve zal in ieder geval in stand blijven tot en met 2025 om de werkzaamheden volledig te kunnen afronden.
8.4.9 Reserve Werken vanuit ecologie
Doel van de reserve is om de maatregelen en acties uit het rapport ‘Werken vanuit Ecologie’ uit te voeren. Het rapport is een uitwerking van de in 2020 vastgestelde Groenvisie. Het geeft invulling aan de ambitie “de grote variatie aan samenhangende natuur in onze gemeente zorgt voor een rijke biodiversiteit” dat leidend is in alle projecten en bij het dagelijks beheer en onderhoud van het groen.
8.4.10 Reserve Bestemming afvalstoffenheffing
Het doel van deze reserve is eventuele sterke tariefstijgingen tot 2025 als gevolg van sterke kostenstijgingen af te vlakken.
Om de tariefstijging te faseren is in 2021 besloten hiervoor een bedrag van € 2,7 miljoen te storten. Het restant wordt in 2025 volledig ingezet om het tarief te drukken.
8.4.11 Reserve Afbouw dekking grondexploitaties
De reserve heeft tot doel om de afbouw van de dekking van de kosten voor grondexploitaties te kunnen dekken.
8.4.12 Reserve Oeverconstructies Park Maasdonck
Het doel van deze reserve is om uitvoering te kunnen geven aan de acties uit de memo “Oeverconstructies Park Maasdonck”.
8.4.13 Reserve Gebiedsfonds Rivieroevers
Een deel van de ontwikkeling binnen Rivieroevers betreft publieke functies. Het gaat dan met name om activiteiten gericht op de ontwikkeling van het Raamwerk Oeverpark en duurzame mobiliteit. Deze komen ook ten goede aan de nieuwe bewoners van de ontwikkellocaties. Door middel van een gebiedsfonds dragen de initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen bij aan de publieke functies.
Het gebiedsfonds heet formeel de ‘Reserve gebiedsfonds Rivieroevers’. In een bestedingsplan bepalen we jaarlijks welke investeringen en lasten uit de reserve worden gedekt. Ook geven we aan wat we dat jaar aan inkomsten verwachten. Dat gebeurt binnen de gebruikelijke “planning en control cyclus” bij de begroting. De verantwoording vindt plaats bij de tussenrapportages en jaarrekening.
8.4.14 Reserve Sport Service Ridderkerk
Het doel van de reserve is om de komende jaren de exploitatietekorten van Sportservice Ridderkerk BV (SSR) op te kunnen vangen. In de meerjarenbegroting van SSR is namelijk voor de komende jaren een fors structureel tekort opgenomen. Dit tekort wordt veroorzaakt door de sinds 2022 sterk gestegen energieprijzen en overige lasten. Met name de energielasten zijn zeer sterk gestegen doordat zwembad De Fakkel verouderd is en het energieverbruik zeer hoog is.
8.5 Afschrijvingslastenreserves
Afschrijvingslastenreserves dienen om de afschrijving (geen rente) van bepaalde investeringen te dekken. De reserve volgt het verloop van de afschrijving van de desbetreffende activa, inclusief eventuele extra aanwending voor extra afschrijvingen. De volgende reserves zijn hiervoor binnen Ridderkerk gevormd:
In plaats van de rente van leningen te herzien en hiervoor een boeterente te betalen is vanuit onze Algemene reserve deze reserve ‘Overrente’ gevormd. Reservemutaties zijn in beginsel incidenteel maar voor gemeenten die hun Eneco-aandelen hebben verkocht heeft de commissie BBV een uitzondering gemaakt (publicatie BBV 22 oktober 2020). Het is toegestaan om in dit specifieke geval een bestemmingsreserve te vormen die structureel mag worden ingezet voor het dekken van rentelasten (naar analogie van de wettelijke mogelijkheid dit te doen via afschrijvings- of kapitaallastenreserves). Ook onze toezichthouder ‘Provincie Zuid-Holland’ is akkoord met deze (structurele) werkwijze. Deze reserve is dus een bestemmingsreserve, maar wordt opgenomen onder de kapitaallastenreserves (afschrijvingsreserves) vanwege het component rente.
Deze toepassing resulteert in een meer flexibele begroting, omdat we geen onomkeerbaar besluit nemen. In financieel betere tijden kan worden besloten deze reserve weer terug te draaien. Jaarlijks komt nu, op een transparante manier, een deel uit deze reserve ten gunste van (bestaande) rentelasten uit onze (meerjaren)begroting. De jaarlijkse onttrekking ten gunste van de exploitatie wordt gelijkmatig verdeeld over de resterende gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille waarover de boeterente van toepassing zou zijn.
Deze reserve is ingesteld bij raadbesluit van 5 november 2015. Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ) heeft toen een overschot in de Algemene reserve uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Op 23 februari 2017 is besloten het overschot NRIJ en het restant weestaken Stadsregio Rotterdam toe te voegen aan deze reserve ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van de Waalvisie voor zover gelegen op Ridderkerks grondgebied.
9 Toerekening rente (bespaarde rente)
9.1 Rente ten aanzien van reserves
Rentebijschrijving aan reserves is volgens het nieuwe BBV nog steeds mogelijk, maar de aanbeveling is om dit niet te doen. Om die reden is in de vorige nota uit 2016 al besloten om dit niet meer te doen. De commissie BBV adviseert deze rentebijschrijving niet (meer) toe te passen vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie. Via een renteschema wordt verplicht inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening via de paragraaf Financiering van de begroting en de jaarstukken.
Kader 7: Geen rente toerekenen aan reserves
Binnen Ridderkerk wordt geen rente toegerekend aan reserves op aangeven van de commissie BBV.
9.2 Rente ten aanzien van voorzieningen
Rentebijschrijving aan voorzieningen is volgens het BBV niet toegestaan en vindt dan ook niet plaats. De enige uitzondering is als de waardering is gebaseerd op de contante waarde. Het gaat daarbij om het bepalen van het bedrag dat op dit moment nodig is om in de toekomst een of meer betalingen te kunnen verrichten. Om het benodigde bedrag op peil te houden mag dan dus wel rente worden toegerekend. Binnen Ridderkerk is dit het geval voor de voorziening onderhoud graven 10/20 jaar. Om de voorziening op peil te houden wordt jaarlijks rente toegevoegd een en ander conform een amendement van de gemeenteraad bij de vaststelling van de nota in 2016.
Kader 8: Geen rente toerekenen aan voorzieningen met uitzondering van voorziening onderhoud graven
Binnen Ridderkerk wordt geen rente toegerekend aan voorzieningen, omdat dit volgens de BBV niet is toegestaan. Enige uitzondering is als de waardering is gebaseerd op contante waarde zoals dit bij de voorziening onderhoud graven 10/20 jaar het geval is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-192361.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.