Gemeenteblad van Gorinchem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gorinchem | Gemeenteblad 2025, 19221 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gorinchem | Gemeenteblad 2025, 19221 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;
de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden een samenwerkingsverband is van de gemeenten ten aanzien van uitvoeringstaken op het gebied van reiniging, inzameling en verwijdering van afval;
op 1 juli 2022 een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten (o.a. de Gemeentewet) in werking is getreden;
de wetswijziging ertoe strekt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken;
de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden aanpassing behoeft ten gevolge van deze wetswijziging(en);
het wenselijk is om naast de wettelijke wijzigingen ook direct andere wijzigingen (onder andere op het gebied van het stemmen en het kunnen handelen bij urgente voorstellen) aan te brengen in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden.
De Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Reinigingsdienst Waardlanden te wijzigen.
HOOFDSTUK 3 Belang, doelstelling, taken en bevoegdheden
De bedrijfsvoeringsorganisatie behartigt de gemeenschappelijke en afzonderlijke uitvoeringstaken van de gemeenten op het gebied van reiniging, inzameling en verwijdering van afval en grondstoffen. Het draagt zorg voor een zo doelmatig mogelijke uitvoering van deze taken en uitoefening van bevoegdheden op deze terreinen.
In het kader van haar doelstelling heeft de bedrijfsvoeringsorganisatie tot taak het inzamelen, verwijderen of het collectief doen inzamelen of doen verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen ter voldoening van de bij of krachtens de Wet Milieubeheer aan de gemeente opgelegde verplichting. Tot deze taak behoort in ieder geval het dagelijks onderhoud en beheer van opstallen, milieustraten en inzamelmiddelen en de zorg voor de verwerking van huishoudelijke afvalstoffen.
Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie heeft voorts tot taak het op verzoek van een of meerdere gemeenten uitvoeren of doen uitvoeren van andere gemeentelijke uitvoeringstaken op het gebied van afvalstoffenverwijdering of reiniging, zoals bijvoorbeeld: zwerfafval, onkruidbeheersing en gladheidsbestrijding.
Het bestuur is bevoegd tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van de belangen van de bedrijfsuitvoeringsorganisatie.
Paragraaf 2 De voorzitter en de secretaris
Het bestuur benoemt aan het begin van elke zittingsperiode van het college een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Bij aanvang van elke zittingsperiode kan het bestuur besluiten om een rooster van aan- en aftreden voor te leggen, zodanig dat het voorzitterschap rouleert over de deelnemende gemeenten.
HOOFDSTUK 5 De bevoegdheden van het bestuur
Paragraaf 2 De bevoegdheden van de voorzitter en de secretaris
De voorzitter vertegenwoordigt de bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde. Indien de voorzitter partij is, of als bestuurder is aangewezen door de gemeente die partij is, in het geding waarbij de bedrijfsvoeringsorganisatie betrokken is, wordt de bedrijfsvoeringsorganisatie door een ander, door het bestuur aan te wijzen lid van het bestuur vertegenwoordigd.
Paragraaf 3 Informatie- en verantwoordingsplicht
Het verstrekken van deze inlichtingen gebeurt mondeling op een door de raad of het college te bepalen wijze dan wel schriftelijk indien de raad of het college daartoe besluit. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk door (het lid van) het bestuur verstrekt. Dit geldt eveneens voor de door één of meer leden van de gemeenteraad of het college van een deelnemer aan het (lid van het) bestuur verzochte inlichtingen.
HOOFDSTUK 7 De directeur en de controller
De directeur heeft de dagelijkse leiding over de bedrijfsvoeringsorganisatie en is bevoegd tot het in dienst nemen, schorsen, treffen van disciplinaire maatregelen en ontslaan van werknemers op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, alsook het aanstellen, schorsen en ontslaan van ambtenaren, met uitzondering van de controller.
De controller rapporteert, onverminderd zijn verantwoordelijkheid tot rapportage aan de directeur, rechtstreeks aan het bestuur in die gevallen waarin naar het oordeel van de controller de financiële continuïteit van de onderneming in gevaar dreigt te komen dan wel de algemeen geldende beginselen van behoorlijk (financieel) beheer in ruime mate overschreden worden.
HOOFDSTUK 9 Financiële bepalingen
Paragraaf 4 De (ontwerp) jaarrekening
Het bestuur zendt de ontwerpjaarrekening vergezeld van een toelichting voor de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum, aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen hun zienswijze binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de ontwerpjaarrekening ter kennis brengen aan het bestuur.
De borgstelling van de gemeente met betrekking tot de voldoening van rente, aflossing en kosten van door de bedrijfsvoeringsorganisatie te sluiten vaste geldleningen alsmede van gelden die de bedrijfsvoeringsorganisatie in rekening-courant of bij wijze van geldlening zal opnemen, vind plaats naar evenredigheid van de stemverhouding zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 12.
HOOFDSTUK 11 Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing
Een besluit, zoals bedoeld in artikel 26 lid 1, wordt pas genomen nadat de raden van de gemeenten inclusief de raad van de aspirant-gemeente, het ontwerp van de gewijzigde regeling (incl. de hoogte van de toetredingsfee) voor de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling in verband met de voorgenomen toetreding is toezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp van de gewijzigde regeling ter kennis van bij de colleges en de burgemeesters te brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte.
Een zienswijze mogelijkheid voor raden, zoals bedoeld in artikel 26 lid 2 geldt ook bij het treffen van een regeling, het wijzigen van en het uittreden uit een regeling. Ook in die gevallen ontvangen de raden eerst een het ontwerp van de gewijzigde regeling en worden zij in de gelegenheid gesteld om zienswijze naar voren te brengen.
De uittreding gaat in op 1 januari nadat er twee jaar zijn verstreken na ontvangst van het besluit waarin het besluit tot opzegging bij aangetekend schrijven aan het bestuur is bekend gemaakt (bijv. als het besluit tot opzegging per aangetekend schrijven op 31 december 2024 is ontvangen bij het bestuur, dan gaat de uittreding in op 1 januari 2027).
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door de bedrijfsvoeringsorganisatie die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
De bedrijfsvoeringsorganisatie brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
De in het derde lid bedoelde systematiek wordt gebaseerd op:
feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
De bedrijfsvoeringsorganisatie en de uittredende deelnemer zijn gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het bestuur, voor specifieke onderdelen van het Uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.
Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 28 en op de jaarrekening van de bedrijfsvoeringsorganisatie over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 28 en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het bestuur een rentevergoeding in rekening brengen.
De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats indien de colleges van ten minste drie vierde van de gemeenten daartoe, met instemming van de gemeenteraden, besluiten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het bestuur of door de colleges van ten minste drie vierde van de deelnemende gemeenten (met inachtneming van de zienswijze mogelijkheid, artikel 26 lid 2 en 3). In afwijking van artikel 10 lid 4 is voor wijziging of opheffing nodig dat ten minste drie vierde van het aantal colleges hiermee instemt.
In geval van opheffing van de regeling stelt het bestuur - na overleg met de deelnemers - een regeling vast met betrekking tot de gevolgen van de opheffing (o.a. financiële en personele gevolgen), daarbij rekening houdend met een minimale opheffingstermijn van 2 kalenderjaren volgend op het jaar waarin de beslissing is genomen. Deze regeling voorziet in elk geval in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie over de deelnemers te verdelen op een in de regeling te bepalen wijze.
HOOFDSTUK 14 Recht van onderzoek
De gemeenteraad kan tezamen met de gemeenteraden van de andere deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling, op voorstel van een van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers aan de betreffende regeling een onderzoek instellen naar de bestuursvoering van de gemeenschappelijke regeling.
Gorinchem,
Burgemeester en wethouders van Gorinchem,
de secretaris,
de burgemeester,
Hardinxveld-Giessendam,
Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam,
de secretaris,
de burgemeester,
Molenlanden,
Burgemeester en wethouders van Molenlanden,
De secretaris,
de burgemeester,
Vijfheerenlanden,
Burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden,
De secretaris,
de burgemeester,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-19221.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.