Gemeenteblad van Alphen-Chaam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alphen-Chaam | Gemeenteblad 2025, 1897 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alphen-Chaam | Gemeenteblad 2025, 1897 | overige overheidsinformatie |
Regels over de zuiverheid van de besluitvorming
Deze gedragscode is vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2024
Deze gedragscode treedt in werking op 20 december 2024.
De gedragscode integriteit collegeleden Alphen-Chaam 2017 d.d. 4 november 2017 komt te vervallen.
Als politieke ambtsdrager hebben we een mooi vak. We dragen de eer en ook de verantwoordelijkheid om vóór, maar nog meer mét inwoners en ondernemers te werken aan de aantrekkelijke gemeente die we willen zijn voor iedereen. Samen willen we er voor zorgen dat iedereen in Alphen-Chaam zich kan ontwikkelen en kansrijk en veilig kan opgroeien, wonen en werken in alle kernen van onze gemeente.
We doen ons werk vanuit een aantal gezamenlijke waarden. Zo werken we zorgvuldig en motiveren we genomen besluiten, gaan we voortdurend met elkaar en inwoners in dialoog waarbij we oog hebben voor de standpunten van minderheden. We blijven kritisch op onze besluiten en zorgen voor de mogelijkheid voor tegengeluiden.
De wetgever heeft met diverse wet- en regelgeving kaders gesteld voor ons handelen. In deze voorliggende gedragscode hebben we deze wetten nader uitgewerkt in praktische regels. Deze code bevat een set afspraken die ons ondersteunen ons werk goed te doen.
Deze gedragscode biedt ons een nieuw vertrekpunt om regelmatig met elkaar in gesprek te gaan. Want ze biedt ons alleen steun als we onze waarden, omgangsvormen en afspraken voortdurend met elkaar bespreken en onderhouden.
Het belang van integriteit – waarom integriteit belangrijk is
Om een gemeente goed te kunnen besturen, moeten de volksvertegenwoordigers en bestuurders (politici) van de gemeente vertrouwen en gezag hebben. Ze moeten altijd het algemeen belang (wat het beste is voor alle inwoners samen) vooropstellen en hun werk – het openbaar bestuur – zo goed mogelijk doen. Hiervoor is het belangrijk dat ze integer (eerlijk, oprecht en betrouwbaar) zijn. Openbaar bestuur is een taak waarbij een grote verantwoordelijkheid hoort, want besluiten die worden genomen hebben vaak invloed op veel mensen. Daarom moeten de politici uitleggen waarom ze bepaalde besluiten nemen.
In Nederland vinden we integriteit heel belangrijk. Natuurlijk gaat er in Nederland ook weleens iets mis. Meestal blijkt dit dan te komen doordat de politici niet goed hebben opgelet, of doordat ze niet precies wisten wat de regels waren.
We willen dat politici weten wat er speelt in de samenleving. Om daarachter te komen, zitten politici vaak in allerlei netwerken of samenwerkingsverbanden. Zo blijven ze op de hoogte van wat er op verschillende plekken aan de hand is en houden ze contact met de mensen die ze vertegenwoordigen. Hierdoor bestaat het risico dat (of het kan soms lijken of) de politici de belangen van de eigen netwerken belangrijker vinden dan het algemeen belang, alsof ze teveel zijn beïnvloed door de mensen in de netwerken.
Dit voorbeeld maakt duidelijk dat integer handelen meer is dan alleen het beoordelen van wat mensen zelf doen. Politici moeten ook steeds nadenken over welke persoonlijke en professionele relaties ze hebben. Die relaties kunnen ‘onbewust’ invloed hebben op de keuzes die de politicus maakt en de dingen die hij of zij doet, wat vervolgens weer tot niet-integer handelen kan leiden. Het risico van ‘vriendjespolitiek’, maar ook gebeurtenissen in de samenleving kunnen de integriteit en de kwaliteit van de politiek beïnvloeden.
Politici denken na over hun taken en passen hun mening over hoe ze moeten handelen aan. Gemeenteraadsleden vinden het steeds vaker lastig om te bepalen hoe ze omgaan met de ombudsfunctie. Collegeleden komen vast te zitten in de moeilijke samenwerkingsverbanden waar ze voor de gemeente in zitten. Burgemeesters worden zelf doelwit van de criminelen die ze willen aanpakken in hun strijd tegen ondermijning. Bovendien komen gebeurtenissen in Nederland meestal snel in het nieuws, of worden ze door politici zelf op sociale media gezet. Dit levert die politici op de korte termijn dan misschien wel winst op, maar op de lange termijn beschadigt dit de geloofwaardigheid en verliezen mensen het vertrouwen in de politiek.
Doel gedragscode – waarom een gedragscode?
We hebben deze gedragscode gemaakt om als politici van Alphen-Chaam samen te werken aan integriteit. In deze gedragscode staat wat de ‘ondergrens’ is voor integriteit in de gemeente Alphen-Chaam. Ook staan er tips en voorbeelden in waarmee deze ondergrens kan worden bepaald. De ondergrens is afhankelijk van de wetten die gelden in Nederland en door de afspraken die de politici samen maken. Deze gedragscode beschermt zo de politici tegen het maken van onnodige fouten. Er staat in de gedragscode hoe er zorgvuldig wordt omgegaan met (mogelijke) overtredingen. Er staat in voorwaarden uitgelegd hoe politici moeten handelen. Een overtreding van de gedragscode is een schending van goede en eerlijke politieke besluitvorming. Het is de taak van de politici zelf om steeds samen deze ondergrens goed in de gaten te houden. Een gedragscode werkt alleen als iedereen zich eraan houdt. Dit document is daarom de basis voor een open gesprek over integriteit tussen politici. Door af te spreken dat er over de ondergrens van integriteit nooit partijpolitiek wordt gevoerd, kunnen politici zich bezighouden met de zorgvuldigheid en kwaliteit van de besluitvorming – zogenoemde bovengrens van integriteit. Het is de taak van iedere politicus om de beste en voor iedereen (inwoners, ondernemers, anderen) meest rechtvaardige besluiten te nemen.
Afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode, zijn apart vastgelegd in de procesafspraken over de handhaving van de integriteit in de politiek, zoals overeengekomen tussen raadseden, wethouders en de burgemeester van Alphen-Chaam.
Op vijf plekken is de code strenger dan de wet:
Drie (bestuurs)organen, drie codes
Het gemeentebestuur bestaat uit de gemeenteraad, college en de burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Alle drie de bestuursorganen hebben een eigen gedragscode, die wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Ze zijn alle drie zoveel mogelijk op dezelfde manier geschreven. Ze verschillen alleen waar er vanwege de rol van het bestuursorgaan (gemeenteraad, college, burgemeester) en de wet verschillen zijn.
1. Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling
Wethouders gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een wethouder een persoonlijke betrokkenheid heeft.
Wethouders onthouden zich alleen van deelname aan de stemming in het college van B&W als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden;
Het kan dan gaan om de volgende situaties:
Wethouders onthouden zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden zowel van stemming (zie artikel 1.2) als van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.
Wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan (zie bijlage 3).
Wethouders vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het wethouderschap. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt de wethouder kenbaar aan het presidium. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt de wethouder deze openbaar. Als de wethouder niet in deeltijd werkt, worden de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar gemaakt (zie bijlage 1).
Wethouders dragen er zorg voor dat een volledige en up-to-date lijst van al hun nevenfuncties bekend is. De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van de wethouders. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging. Deze lijst wordt tenminste één keer per jaar geactualiseerd.
Wethouders doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.
De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van wethouders.
Oud-wethouders worden gedurende een jaar na het eind van zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap.
De wetgever heeft wethouders op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan:
1. De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college van B&W de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming niet beïnvloeden.
Met persoonlijk belang (zie artikel 1.2) wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die wethouders uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Het gaat bij een persoonlijk belang dus niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook niet-financieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). Wethouders moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden.
De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn wethouders de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming.1 Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Dit kan in de context van het college bijvoorbeeld het geval zijn door het inbrengen door een wethouder van amendementen op een dossier dat dichtbij komt voor deze wethouder. Het is dan ook in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen.
2. De wetgever verbiedt wethouders expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij een wethouder een persoonlijk belang heeft.
De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een wethouder meestemt als sprake is van belangenverstrengeling.
3. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever wethouders expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan van regelgeving die samenhangt met de integriteit van wethouders, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden de bijlagen nauwkeurig te bestuderen.
4. De wetgever eist van wethouders dat zij al hun functies – en als de wethouder zijn functie als wethouder niet in deeltijd bekleedt ook de inkomsten uit die functies – openbaar maken. Op die manier wordt het voor andere bestuurders, raadsleden, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een wethouder te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de inwoner kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook opgenomen dat wethouders tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente.
Artikel 1 Belangenverstrengeling en netwerkbewustzijn
De neiging bestaat om per actie van de wethouder te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscode en de Gemeentewet. Dit is nuttig en zelfs noodzakelijk in de beoordeling of een handeling zelf als een schending te duiden is. Het tegengaan van veelvoorkomende schendingen vraagt echter ook om transparantie over en bewustzijn van de netwerken waarin men zich beweegt. Ter bevordering van de transparantie vereist de gemeentewet dat nevenfuncties gedeeld worden en vraagt deze code daarenboven dat substantiële belangen gedeeld worden. Netwerkbewustzijn vraagt daarnaast ook dat wethouders zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen netwerken die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van wethouders kunnen leiden. De praktijk van de lokale politiek laat zien dat raadsleden en bestuurders vaker een scheve schaats rijden precies door de aanwezigheid van netwerken waarin normen van wederkerigheid werkzaam zijn, die ervoor zorgen dat leden uit het netwerk elkaar bevoordeelden en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten.
Artikel 1.10 Draaideurconstructie
Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die gaan ondernemen en die dus opdrachten vervullen op contractbasis. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Alphen-Chaam, kan er dankzij hun informatievoorsprong oneerlijke concurrentie optreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren van hun politieke functie. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente Alphen-Chaam. Deze regel is ook van toepassing op verbonden partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Denk hierbij aan zowel (semi)publiekrechtelijke (zoals gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke organisaties.
De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar de wethouder zelf woont. Mag de wethouder het wethouderschap combineren met dit voorzitterschap?
Artikel 36B van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet.
Artikel 1.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.6) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmakingen (zie artikel 1.7).
Let op: een wethouder moet alle nevenfuncties melden.
Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar het appartement ligt waar de wethouder woont.
Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek het appartement. Er treedt geen verstrengeling van belangen op als deze wethouder meedoet aan de bespreking in het college.
Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats, dus kan de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college.
Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats, dus kan de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad.
De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar het appartement van de wethouder ligt huizen te slopen. Het appartement zal in dit geval ook gesloopt worden. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen?
Nee, dat mag niet. De aanpassingen betreffen het huis van de wethouder, waarmee er een direct belang ontstaat bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Als de wethouder het dossier blijft behandelen, is dat in overtreding met artikel 1.3 van de code.
Let op: als het een politiek gevoelig dossier betreft, is het ook een optie voor deze wethouder om te beslissen al in een eerder stadium niet betrokken te willen zijn bij het dossier, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.
2. Regels rond (schijn van) corruptie
Wethouders laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld.
Wethouders nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij wordt voldaan aan de volgende combinatie van voorwaarden:
Als geschenken om één van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een wethouder, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris. Tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2b of c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.
Indien een wethouder uit eigener beweging een geschenk wil aanbieden, komen de kosten daarvan ten laste van de vaste onkostenvergoeding.
Wanneer bij een bijzondere gelegenheid een geschenk uit naam van de gemeente Alphen-Chaam wordt aangeboden, geldt dat voor ieder geschenk boven een bedrag van circa 50 euro voorafgaand instemming van het college nodig is. Het college zal het presidium periodiek informeren over de geschenken die zij heeft gegeven.
Wethouders accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
Wethouders gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, voorstellingen, diners en recepties die door anderen worden betaald of georganiseerd alleen als:
Wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd eerst te worden besproken in het college. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan het presidium.
Artikel 2 (schijn van) Corruptie
Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor wethouders.
Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een wethouder. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om de wethouder te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen.
Artikel 2.2 en 2.3 Aannemen van geschenken
Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. Onderstaande regels zijn geformuleerd als ‘nee, tenzij’: wethouders nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden – om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.
Artikel 2.4 en 2.5 Aannemen van geschenken
Het komt ook voor dat een bestuurder een geschenk aan derden aanbiedt of dat een bestuursorgaan, vertegenwoordigd door een van haar bestuurders, in naam van de gemeente een geschenk aanbiedt. Ook hier kan de schijn van oneigenlijk beïnvloeding dan wel misbruik van middelen spelen.
Artikel 2.6 en 2.7 Accepteren van faciliteiten en diensten
Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een wethouder gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken.
Artikel 2.8 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Werkbezoeken zijn bedoeld om wethouders in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of evenementen bijwonen op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 2.8 van de gedragscode van toepassing zijn. De schijn van corruptie is doorgaans kleiner als de uitnodigende partij van een andere overheid is.
Artikel 2.9 Accepteren van reizen en verblijven
Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter in deze gevallen de schijn te vermijden.
Collegeleden krijgen van een theater gratis een jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?
Nee, het aannemen van de kaart is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de bestuurders van Alphen-Chaam.
Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in zijn portefeuille heeft, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd?
Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 2.2. van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor de wethouder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaart dient dus terug te worden gestuurd conform artikel 2.3 van de gedragscode.
Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie wordt opgeroepen.
De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor het college en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?
Nee, dit zou het college niet mogen doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes verschaft.
De organisatie van het wielrenevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de collegeleden ieder een kaartje aannemen?
Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een kleine versnapering aangeboden krijgen, valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij een eigen kaartje kopen.
Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.
Een nieuwe wijk wordt, na toespraken van de wethouder Bouwen en Wonen en de directeur van het projectontwikkelingsbureau, op ludieke wijze geopend. Alle kersverse bewoners zijn uitgenodigd om dit feestelijke moment bij te wonen en aansluitend te genieten van een hapje en een drankje in een door de projectontwikkelaar speciaal daarvoor neergezette tent. Die heeft ook het college van B&W en de gemeenteraad een uitnodiging gestuurd. Mogen collegeleden deze uitnodiging accepteren?
Ja, dat mag. De wethouder Bouwen en Wonen bekleedt een expliciete rol bij de opening. Ook andere collegeleden mogen de uitnodiging accepteren, aangezien met de oplevering van de woningen een bredere doelstelling wordt gediend: met hun aanwezigheid onderstrepen de collegeleden tegenover de nieuwe bewoners en andere belangstellenden dat de gemeente zich heeft ingespannen om de nieuwe wijk mogelijk te maken.
Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag de wethouder deze aannemen?
Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.
Let op: Situaties als die in voorbeeld 4 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.
Het college krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencingsysteem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen?
Nee, het aannemen van het systeem is een overtreding van artikel 2.6 van de gedragscode. Artikel 2.6 aanhef en onder a, is niet van toepassing; er is budget om het college te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn om een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald.
Het college van B&W nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van een optreden van bekende artiesten tijdens het zomerfestival. Daartoe zal het college zijn gasten ontvangen in een apart vak van de gemeente vlakbij het podium. Is dit een overtreding van artikel 2.1 van de code?
Nee, dit is geen overtreding. Het is voor de inwoners van Alphen-Chaam noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven ontplooien. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de gemeente is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. Wel dient zeker gesteld te worden dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewekt of onrechtmatige beloften worden gedaan.
3. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Een wethouder houdt zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen (zie bijlage 5).
Een wethouder houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen als werkkamer, ICT en kopieermachines.
Een wethouder houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties.
Artikel 3 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Wethouders kunnen bij hun bestuurswerk gebruikmaken van een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Wethouders in Alphen-Chaam beschikken over een werkkamer, laptop, tablet en dergelijke, die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan, tenzij het de bruikleen betreft van voorzieningen zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt.
Het is campagnetijd. Een wethouder staat op het punt om met een aantal partijgenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. De wethouder vraagt de secretaresse om duizend flyers en tweehonderd exemplaren van het verkiezingsprogramma te kopiëren, om uit te delen. Mag dit?
Nee. Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzicht van nieuwkomers.
De wethouder Economische Zaken heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een dienstauto gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteiten te gaan?
Nee, een dienstauto staat de wethouder ter beschikking voor zijn of haar werkzaamheden als wethouder. Het inzetten van de auto met chauffeur voor nevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 3.1 van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van deze nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren. De wethouder kan dus het beste gebruik maken van de eigen auto of het openbaar vervoer om naar de vergadering van de adviesraad voor technologieontwikkeling te gaan. De redenatie dat de wethouder is gevraagd voor de adviesraad vanwege het wethouderschap EZ (wat een relatie oplevert met de functie van wethouder) en dat de wethouder daarom gebruik kan maken, is niet houdbaar. Het lidmaatschap van de adviesraad is gekoppeld aan de persoon, niet aan de functie van wethouder EZ van de gemeente Alphen-Chaam. Als deze persoon geen wethouder meer is, vervalt niet automatisch zijn lidmaatschap van de adviesraad. Het betreft hier dus een echte nevenfunctie, waar de gemeentemiddelen niet voor ingezet kunnen worden. Overigens betekent dit ook dat de wethouder een eventuele financiële vergoeding mag accepteren en houden.
De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Wethouders zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Wethouders handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.
Wethouders die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
Wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander, gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Wethouders gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen.
Artikel 4 Regels rond informatie
Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de inwoner er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De inwoner heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd.
Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van inwoners, tot het onterecht toebrengen van schade aan inwoners en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en dit steeds zorgvuldig te beredeneren. De raad ziet hierop toe. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.
Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop wethouders omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar inwoners niet beschikken, omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken. Wethouders zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn.
De raad heeft het recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, mede doordat raadsleden het gevoel kunnen hebben dat wethouders zich niet voldoende kwijten van hun informatieplicht door bijvoorbeeld ontwijkend te antwoorden. De politieke ambtsdragers moeten hier samen uitkomen. Van leden van het college mag worden verwacht dat gevraagde informatie helder en volledig wordt aangeleverd en van raadsleden mag worden verwacht dat zij hun vragen oprecht stellen met het doel de eigen taken goed uit te voeren.
De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft aan de raad meegedeeld dat voor het betreffende dossier een verplichting tot geheimhouding geldt. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. De wethouder Bouwen en Wonen is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag de wethouder ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken?
Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of de raad kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn.
Een wethouder stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk…’ Mag de wethouder dit doen?
Nee, dit mag de wethouder niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een X-bericht als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode.
Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een wethouder schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de wethouder wil graag wonen in dat gebied. Mag de wethouder haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?
Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Deze wethouder beschikt over informatie die andere inwoners niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.
In een overleg met ambtenaren wordt de wethouder Sociale Zaken geïnformeerd over een complexe casus van een bijstandsgerechtigde die met de gemeente in aanvaring is gekomen over de sollicitatieplicht. De privacyregels waar ambtenaren aan gebonden zijn, gelden voor de wethouder niet. Nu wil de wethouder over de kwestie sparren met een collega-wethouder uit een andere gemeente. Mag de wethouder daarbij details delen over de aard van de klacht van de uitkeringsgerechtigde.
Nee, persoonsgebonden details mogen niet worden gedeeld. Artikel 4.2 van de code verplicht de wethouder tot geheimhouding van dergelijke gegevens. Een gedachtewisseling op hoofdlijnen, over hypothetische dan wel geanonimiseerde cases, is uiteraard wel toegestaan.
5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen.
Politieke ambtsdragers gaan respectvol om met elkaar en met ambtenaren, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.
Wethouders houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Wethouders onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde.
Wethouders communiceren op correcte wijze met elkaar, de burgemeester, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Wethouders twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een raadslid of de burgemeester. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen.
Wethouders streven naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Wethouders zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar elkaars argumenten, de argumenten ingebracht vanuit de raad en accepteren deze als bijdragen tot de zorgvuldige besluitvorming.
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan wethouders, mogelijk onder begeleiding, het gesprek aan met elkaar.
Artikel 5 Onderlinge omgangsvormen
Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goede bestuur in de eigen gemeente.
Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.
Op de Nieuwjaarsborrel zijn een raadslid en een wethouder in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen: ‘Die commissie is een puinhoop en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Alphen-Chaam ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?
Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.3 van de gedragscode. Een raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang.
Een raadslid uit de oppositie maakt het leven van een wethouder al geruime tijd zuur. De persoon in kwestie heeft zich als een pitbull vastgebeten in een aantal dossiers en schuwt de harde confrontatie niet. Daarbij verwijt het raadslid de wethouder regelmatig niet integer gedrag. Als de wethouder op een maandagochtend de lokale krant openslaat ziet de wethouder op pagina 4 in grote letters geschreven dat het raadslid in kwestie aan vriendjespolitiek zou doen. De wethouder pakt de telefoon erbij en schrijft op X: ‘Oh ironie! Het kan ook niet anders dat zo’n schreeuwer zelf niet zuiver op de graat is!’
Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 5.4 vraagt van wethouders niet alleen dat zij zelf de integriteit van raadsleden niet in twijfel trekt, maar ook dat zij de integriteit van het raadslid verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van het raadslid maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht de wethouder werkelijk twijfelen aan de integriteit van het raadslid dan bewandelt de wethouder de afgesproken route om een melding te doen van een vermoeden.
6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, het college en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan.
Het naleven van de gedragscode is een individuele verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd.
Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscode van de wethouders en de burgemeester op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. De burgemeester legt de resultaten van deze evaluatie voor in het presidium dat hierover verslag uitbrengt aan de gemeenteraad.
Indien een wethouder twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager, volgt de wethouder de processtappen zoals vastgelegd in het Uitvoeringsprotocol Integriteit Alphen-Chaam 2024.
Artikel 6 Vaststelling en handhaving van de gedragscode
Op gezette tijden wordt de tekst van de drie gedragscodes van Alphen-Chaam – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document.
Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.
Het toezien op de naleving van de drie gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van het college en de raad, de fractievoorzitters, de raadsgriffier en de partij-c.q. afdelingsbesturen.
Artikel 6.4 Procesafspraken Integriteit
In Alphen-Chaam zijn afspraken gemaakt over de processtappen die de raadsleden, wethouders en de burgemeester volgen in geval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Deze zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprotocol Integriteit Alphen-Chaam 2024.
In de handhaving van de integriteit zijn verschillende fasen te onderscheiden:
Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Een wethouder houdt een blog bij op internet. De blog wordt veel gelezen.
De wethouder geeft een ongezouten mening over allerlei onderwerpen, ook over onderwerpen die in de raad besproken worden. In de laatste blog suggereert de wethouder dat een raadslid van een oppositiepartij mogelijk via de raad geld heeft geregeld voor een stichting waar het raadslid bij betrokken is. Is dit in overeenstemming met het uitgangspunt van zorgvuldige handhaving van de gedragscode?
Nee, dit is niet de manier waarop je een vermoeden van een schending van de gedragscode meldt. Deze manier van communiceren is in tegenspraak met artikel 5.3 en 5.4 van de gedragscode en de basisprincipes van de procesafspraken integriteit. Als een wethouder vermoedt dat een raadslid zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de gedragscode, dient de wethouder – eventueel na advies te hebben ingewonnen bij de gemeentesecretaris – hierover de burgemeester in te lichten.
Bijlage 1: Verwijzingen naar de wet per gedragscode-artikel
Over zuiverheid van besluitvorming
Artikel 1.1 (toezicht op onafhankelijke besluitvorming)
Artikel 1.2 (onthouden van stemming)
Artikel 1.4 (verboden combinaties van functies)
Artikel 1.5 (verboden overeenkomsten/handelingen)
Artikel 1.6 (over andere functies)
Artikel 1.8 (over financiële belangen)
Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen
Artikel 4 (informatieverstrekking door bestuur)
Over respectvolle omgang met elkaar
Artikel 5.1 en 5.2 (gedrag tijdens de raadsvergadering)
Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode
Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester)
Artikel 6.1-6.3 (naleving van de code)
Bijlage 2: Specifiek uitgesloten combinaties van functies
Wethouders (Gemeentewet, artikel 36B)
Bijlage 3: Specifiek verboden overeenkomsten/ handelingen
Wethouders (Gemeentewet, artikel 41C)
Ergo: artikel 15, eerste en tweede lid, vertaald naar de situatie van wethouders.
Bijlage 4: Enkele formele sancties
Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing is, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad.
Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een wethouder er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Op het ontslag besluit is art. 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-1897.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.