Gemeenteblad van Veere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2025, 188769 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2025, 188769 | ander besluit van algemene strekking |
Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 - Gemeente Veere
Beste inwoners en ondernemers van Veere en alle anderen die betrokken zijn bij onze gemeente,
De gemeente Veere trekt jaarlijks veel bezoekers door de zonnige stranden, mooie natuurgebieden, landelijke vergezichten en gastvrije sfeer. Het toerisme heeft de gemeente Veere welvarend gemaakt, met een hoog voorzieningenniveau. Elke verblijfstoerist geeft jaarlijks €200 uit binnen de gemeente en 25% van de banen zijn direct gerelateerd aan de verblijfsrecreatie. Toerisme heeft ook een keerzijde. De groei van het toerisme veroorzaakt ook overlast zoals toenemend autoverkeer, verstening van het landschap en minder betaalbare woonruimte voor inwoners.
Het gemeentebestuur erkent dat de groei op dit moment onvoldoende beheersbaar is en wil met dit Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 invloed uitoefenen op het bewaken en herstellen van de balans tussen toerisme en leefbaarheid en tussen economie en landschap. Er zijn stevige keuzes, die soms pijn doen, en een standvastige uitvoering nodig om deze balans te vinden en te bewaken.
Om deze balans te bewaken en herstellen kiezen we ervoor om via een breed pakket aan maatregelen in alle deelsectoren van de verblijfsrecreatie, dus bij toeristische ondernemers, agrariërs en particulieren, grip te hebben op de omvang van het verblijfsaanbod. Tegelijkertijd kiezen we ervoor om een duidelijk perspectief te bieden om aanbieders van verblijfsaccommodaties te prikkelen te investeren in de kwaliteit en verduurzaming van het aanbod. Onze gemeente is en blijft immers, en dat zeg ik met gepaste trots, de mooiste plek om te wonen, te werken, te ondernemen én vakantie te vieren!
Velen van u hebben in het proces meegedacht of zijn op een bepaalde manier betrokken geweest in het participatieproces, of via een inspraakreactie. Deze betrokkenheid waarderen wij enorm en heeft ons geholpen bij het bepalen van de richting. Wanneer de gemeenteraad dit beleid heeft vastgesteld is dit geen eindpunt van een intensief proces. Samen met u monitoren we of het beoogde effect bereikt wordt of dat bijsturing nodig is. We evalueren dan ook regelmatig, zowel intern als extern, de werking van dit Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2.
Met het vaststellen van het programma Toerisme 2021-2026 in april 2021 heeft onze gemeente 5 strategische beleidskeuzes gemaakt voor toerisme en recreatie voor de korte en middellange termijn. Dit wordt ook wel bestemmingsmanagent genoemd. Het doel vanuit het programma Toerisme is om de vrijetijdssector divers, toegankelijk, onderscheidend en op hoog niveau te houden, ons landschap en de natuur te beschermen en de lasten en lusten van het toerisme beter in balans te brengen.
Ontwikkelkader als uitwerking van het programma toerisme
Het ontwikkelkader verblijfsrecreatie is een uitwerking van de eerste strategische beleidskeuze: ‘Toerisme voegt waarde toe aan de leefbaarheid, het landschap en de natuur’. Het ontwikkelkader is gericht op de ontwikkelingen in de verblijfsaccommodaties. Dit is wat we willen bereiken:
• Een hoogwaardige, innovatieve en duurzame toeristische sector
• Verbeteren balans leefbaarheid en toerisme
• Verbeteren productdifferentiatie
• Grip op de groei van het aantal recreatieve verblijfseenheden
Integrale visie op alle vormen van verblijfsrecreatie
Het ontwikkelkader zorgt voor een integrale visie op toekomstige ontwikkelingen binnen alle vormen van verblijfsaccommodaties. Er worden nieuwe voorwaarden geïntroduceerd waar we ontwikkelingen aan gaan toetsen. Het ontwikkelkader wordt paraplubeleid boven de huidige en de toekomstige recreatieve overnachtingsontwikkelingen.
Het ontwikkelkader bestaat uit twee delen
Het ontwikkelkader verblijfsrecreatie bestaat uit twee delen. Fase 1 is door de gemeenteraad vastgesteld in oktober 2021. In fase 1 is per sub sector inzicht gegeven in de huidige groeimogelijkheden en in hoeverre de gemeente hier grip op heeft. Op basis hiervan heeft de gemeenteraad gekozen voor het scenario om grip op toekomstige groei te realiseren. Er lagen een drietal andere scenario’s voor, van niks doen tot het toerisme actief gaan beperken. Daar is door de gemeenteraad van Veere niet voor gekozen.
In fase 2 is de ingezette ontwikkelrichting vanuit het gekozen scenario verder uitgewerkt met maatregelen en een kwalitatief toetsingsinstrument, genaamd het mengpaneel. Hierbij wordt in de lijn van de Omgevingswet de nieuwe manier van het toetsen van initiatieven uitgewerkt en ingevoerd.
Het voorliggend document is de 2e fase van het ontwikkelkader verblijfsrecreatie.
De ambitie, strategie en het doel
De verblijfsrecreatie is het meest in het oog springende onderdeel van de toeristische sector in de gemeente Veere. Bij de toekomstgerichte ontwikkeling van de sector zetten we in op verduurzaming en kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod, zonder per se te moeten groeien in eenheden. De verwachte groei van aantal toeristische overnachtingen vangen we primair op door het bestaande aanbod beter te benutten.
Kijkend naar de Omgevingsvisie Veere 2047 zetten we met oog op leefbaarheid in op het bewaken of waar nodig herstellen van de balans tussen leefbaarheid en toerisme, onder andere door de groei van het aantal verblijfsaccommodaties af te remmen. Tegelijkertijd zetten we in op een vitale en kwalitatieve economie waarin we gericht sturen op kwaliteit, productdifferentiatie en duurzaamheid binnen de mogelijke groeicapaciteit. Hierbij willen we alleen meewerken aan initiatieven als er voldoende waarde wordt toegevoegd aan het landschap, de natuur en/of de samenleving.
Met oog hierop en gelet op de opgaven vanuit het programma toerisme (1. Herstellen van balans, 2. Behouden en versterken van het landschap, 3. Grip op groei, 4. Vitaal ondernemerschap) komen we voor het Ontwikkelkader Verblijfsaccommodaties tot het volgende motto:
Het motto laat het spanningsveld zien waarbinnen we opereren. Enerzijds willen we via het ontwikkelkader grip houden en (waar nodig) krijgen op groei. Tegelijkertijd willen we kwalitatieve ontwikkeling stimuleren en perspectief bieden aan ondernemers. Met deze drie delen van het motto en de vier opgaven voor ogen stellen we onze ambitie met doelen voor het ontwikkelkader fase 2 vast, dit als verdieping van de doelen zoals bepaald in fase 1.
We zetten bij toekomstige ontwikkeling in op het creëren van maatschappelijke en ecologische meerwaarde via het verblijfstoerisme. Daarbij is de sector mede producent bij het bewaken en herstellen van de balans tussen leefbaarheid en toerisme.
Om grip te krijgen op de groei van het verblijfstoerisme zetten we primair in op kwaliteitsverbetering. In de basis zonder dat dit nodig is met uitbreiding van toeristische eenheden. Ontwikkeling bij particulieren, ondernemers en agrariërs met toeristische eenheden moet gericht zijn op kwaliteitsverbetering, die een bijdrage levert aan een jaarrond aantrekkelijk, kwalitatief en divers Veere.
Aan de hierboven benoemde ambitie en strategie koppelen we de volgende doelen:
1. Ondernemers prikkelen om te investeren in de verduurzaming en toekomstbestendigheid van hun bedrijf. Hierbij hoort ook het niet laten toenemen van de ecologische voetafdruk van verblijfstoeristen. Hierbij bieden we als gemeente een realistisch perspectief zodat ondernemers aan de voorkant weten welke mogelijkheden er zijn en welke regels er gelden.
2. We streven naar een gedifferentieerd en onderscheidend aanbod in plaats van meer van hetzelfde. Bij ontwikkelingen staan we enkel onder duidelijke kwalitatieve voorwaarden (mengpaneel) van landschapsgericht ontwikkelen een beperkte intensivering van permanente recreatieve bebouwing toe.
3. We willen ons agrarisch landschap behouden waarin agrariërs de mogelijkheid hebben om te kunnen boeren. De verblijfsrecreatieve nevenactiviteit vormt meer dan voorheen een voorwaarde om te kunnen blijven boeren. De mogelijkheid om ook verblijfsrecreatie aan te bieden is en blijft ondergeschikt aan de agrarische activiteit. Ontwikkelingen in deze neventak moeten bijdragen aan toekomstbestendig agrarisch ondernemerschap.
4. Inwoners ervaren de meerwaarde van toerisme zonder toename van de negatieve impact van toerisme op de directe leefomgeving (economisch/voorzieningen).
Om de doelen zoals hiervoor verwoord te verwezenlijken wordt een palet aan maatregelen genomen. De maatregelen richten zich op drie doelgroepen, namelijk de particulieren, toeristische ondernemers en agrariërs.
Deze maatregelen zijn tweeledig:
a. Grip op groei: Maatregelen gericht op inperking van ontwikkelmogelijkheden welke de bestemmingsplannen bieden.
b. Ontwikkelperspectief: Sturende maatregelen gericht op kwalitatieve ontwikkeling van het verblijfsaanbod.
De maatregelen gericht op de inperking van ontwikkelmogelijkheden behoeven een aanpassing van de regels die tot nog toe zijn opgenomen in de verschillende bestemmingsplannen. Het gaat daarbij om de bestemmingsplannen voor de kernen, buitengebied en de kampeerterreinen.
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 worden alle voormalige bestemmingsplannen (of zoals tegenwoordig genoemd het tijdelijk Omgevingsplan) gefaseerd opgenomen in het Omgevingsplan dat geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Veere.
Afhankelijk van de prioriteiten die er vanuit verschillende beleidsterreinen gelden wordt de planning voor het omvormen van het tijdelijke Omgevingsplan (kernen, buitengebied en kampeerterreinen) naar het Omgevingsplan Veere gevolgd. Vanuit de Omgevingswet heeft de gemeente hiertoe de tijd tot uiterlijk 2032. Afhankelijk van de snelheid waarmee de diverse deelplannen kunnen worden omgezet naar het Omgevingsplan zal dit voor de maatregelen uit het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie ongeveer 2 tot 3 jaar innemen.
De sturende maatregelen gericht op kwalitatieve ontwikkeling van het verblijfsaanbod kunnen over het algemeen al wel op korte termijn worden geëffectueerd. Voor de uitvoering van deze maatregelen moet namelijk vaak gemotiveerd worden afgeweken van de bepalingen in het tijdelijke Omgevingsplan.
Dit is mogelijk via een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA). Om te motiveren waarom er afgeweken kan worden van het (tijdelijke) Omgevingsplan onderbouwt de aanvrager waarom er ruimtelijk kan worden afgeweken van de bepalingen. Daarnaast is een inhoudelijke onderbouwing nodig waarmee aangetoond kan worden dat een ontwikkeling daadwerkelijk maatschappelijke en ecologische meerwaarde creëert en waarde toevoegt aan het verblijfsaanbod. Deze ruimtelijke en inhoudelijke motivatie is van belang voor de onderbouwing waarom er sprake is van een evenwichtige toekenning van functies aan een locatie in afwijking van het Omgevingsplan. Om de inhoudelijke onderbouwing te kunnen opstellen en toetsen hebben we een instrument ontwikkeld: Het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie.
De gemeente Veere is binnen de provincie Zeeland één van de eerste gemeenten die op het gebied van verblijfsrecreatie “grip” maatregelen uitrolt. De verwachting is dat met het opstellen van het provinciale afwegingskader er ook op provinciaal niveau een “grip op groei, met behoud van perspectief” kader ontstaat.
Wij denken dat de combinatie van het bieden van inspiratie met maatregelen effectiever is dan het alleen focussen op regelgeving. Maatregelen en inspiratie gaan hand in hand. Ook denken wij dat de behoefte aan inspiratie niet alleen voor Veere geldt, maar ook provinciaal. Wij willen snel van start. Met Impuls Zeeland gaan wij daarom een samenwerking aan, zodat we als Veere een pilot gemeente worden om de inspiratieaanpak vorm te geven. Zo kan de provincie op het gebied van inspiratie snel doorpakken.
Door de focus mede te leggen op het bieden van inspiratie richten we ons op het volgende resultaat:
• Ondernemers en stakeholders inspireren om creatief te zijn en innovatieve oplossingen te bedenken. In het bijzonder gericht op een ander verdienmodel, kwaliteitsverbetering zonder uitbreiding in eenheden en een ander financieringsmodel.
• Meer flexibiliteit en ruimte voor aanpassingen bieden in de veranderende wereld. In plaats van pas in de toetsende fase met regelgeving te maken te krijgen, aan de voorkant kijken hoe je met specifieke behoeften en context tot inspirerende oplossingen kunt komen.
• Betrokkenheid en participatie van de omgeving van een initiatiefnemer bevorderen. Toerisme is een middel. Een middel om te komen tot een fijne leefomgeving (economisch / voorzieningen / landschap). Door mensen te inspireren en hen te betrekken bij het proces, kunnen gemeenschappen en belanghebbenden zich meer eigenaar voelen van de ontwikkeling van verblijfsrecreatie in hun omgeving.
• De waarde voor leefbaarheid, landschap en natuur, onderscheidend toeristisch aanbod en de Veerse maat in de toeristische ontwikkeling te bevorderen. Het mengpaneel biedt handvatten, maar hoe stimuleren we inspirerende projecten en initiatieven die deze waarden omarmen en die leiden tot een meer duurzame en aantrekkelijke omgeving voor bezoeker en inwoner?
• And last but not least, hoe te komen tot het verminderen van bureaucreatie. Hoe kunnen we ondernemers beter faciliteren door de bureaucratische rompslomp te verminderen.
Overnachtingsmogelijkheden bij particulieren
Geen realisatiemogelijkheden meer voor Domburgse Zomerwoningen, zowel binnen de kernen als in het buitengebied (m.u.v. bestaande bebouwing).
Onder de huidige regels zijn de mogelijkheden om grip op groei te krijgen beperkt. Ook is de mogelijke toename, van het aantal zomerwoningen, niet te bepalen. Wij schatten in dat dit, ondanks dat veel inwoners al een Domburgse Zomerwoning hebben, alsnog fors is.
De mogelijkheden om nog een ‘Domburgse’ zomerwoning te realiseren binnen de bebouwde kom worden stopgezet, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied . Dit betreft een generieke maatregel voor alle dorpskernen in de gemeente Veere, zoals vastgelegd in het Bestemmingsplan Kernen Veere Plus en voor het gehele buitengebied zoals vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied. Uitzondering hierop is: Het vestigen van een Domburgse zomerwoning blijft toegestaan in bestaande gebouwen van het buitengebied.
Wanneer er sprake is van het tijdelijk anders gebruiken van een zomerwoning ten behoeve van mantelzorg behoudt een eigenaar de verhuurrechten. Een bijgebouw die aanvankelijk geplaatst is als mantelzorgwoning kan, na het effectueren van de maatregel in het Omgevingsplan, niet in een later stadium alsnog de functie van zomerwoning krijgen.
De mogelijkheid om een ‘Domburgse’ zomerwoning te realiseren wordt geschrapt bij de totstandkoming van het Omgevingsplan (deelplan kernen en deelplan buitengebied). Voor het buitengebied wordt de uitzondering met betrekking tot het vestigen van een Domburgse zomerwoning in bestaande gebouwen benoemd. Het betreft hier bestaande gebouwen welke, ten tijde van publicatie van het vastgestelde Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2, op een perceel bestemd, vergund en aanwezig is.
Voor verlagen van het risico op nadeelcompensatie, zal de maatregel pas worden ingesteld na een afkoelperiode van minimaal 12 maanden na publicatie. Om voldoende tijd te hebben voor het instellen van het omgevingsplan zal er ook worden gewerkt met voorbeschermingsregels om de periode tussen afkoelen en implementatie te overbruggen.
Na vaststelling van het ontwikkelkader zullen we als gemeente eerst overgaan tot registratie, zoals met kamerverhuur ook heeft plaatsgevonden. Deze registratie moet leiden tot inzicht in aantallen en locaties.
De impact van een zomerwoning in een tuin, bij een woning, op de directe leefomgeving is groot. Zowel in sociale als in ruimtelijke zin. Een zomerwoning gaat ten koste van bijvoorbeeld geluidsarme leefomgeving, er ontstaat druk op het parkeren en het werkt het niet kennen van je buren in de hand. Een andere belangrijke factor is dat met een zomerwoning de waarde van een woning toeneemt. Dit maakt het bouwen, en kopen van woningen duurder. In het buitengebied heeft deze ook impact op het open Walcherse landschap. De maatregel wordt daarbij genomen om verdere vermenging van toeristen met de directe leefomgeving van onze inwoners te voorkomen. Overnachtingen in een bijgebouw hebben een grotere impact op de omgeving dan bijvoorbeeld overnachtingen in de woning van de eigenaar.
Met oog op het kunnen verlenen van mantelzorg vinden we het belangrijk en gerechtvaardigd wanneer een zomerwoning tijdelijk anders gebruikt wordt zonder dat dit leidt tot een inperking van de verhuurrechten. Wanneer een bijgebouw origineel als mantelzorgwoning is gerealiseerd en gebruikt kan deze niet in een later stadium worden omgezet naar zomerwoning.
Zo voorkomen we dat het via een ‘achterdeur’ mogelijk is alsnog een zomerwoning te realiseren.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 7; Domburgse zomerwoning in het buitengebied:
Het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 voorziet in het volledig stoppen met de Domburgse zomerwoning. We zien dat woningen in buitengebied steeds vaker gekocht worden om als 2e woning gebruikt te worden.
De Domburgse zomerwoning in het buitengebied veroorzaakt veel minder overlast dan in de kernen. De Domburgse zomerwoning in het buitengebied het platteland ten goede komt, omdat bewoners dan een kostendrager hebben om er permanent te kunnen (gaan) wonen. Door het alleen in bestaand gebouwen toe te staan, wordt verstening van het buitengebied voorkomen.
De verwachting is dat de afkoelperiode en voorbeschermingsperiode niet langer dan 3 jaar na vaststellen van dit beleid zal duren. Dat houdt concreet in dat we er vanuit gaan dat het Omgevingsplan binnen 3 jaar wordt vastgesteld.
Gelet op de planning voor de implementatie van het Omgevingsplan blijven de realisatiemogelijkheden voor zomerwoningen de komende jaren bestaan.
Wat moeten we nog onderzoeken?
Er moet onderzocht worden hoe we de registratie van de huidige zomerwoningen het beste kunnen regelen. Waarschijnlijk gaat dit geborgd worden via de huisvestingsverordening.
Kamerverhuur in de eigen woning blijft toegestaan en wordt ook mogelijk in het buitengebied
In het ontwikkelkader verblijfsrecreatie wordt aangegeven dat onder de toenmalige regelgeving de grip op groei beperkt is. Ook dat de potentie van groei groot is. Door eerder vastgestelde regels rondom recreatieve kamerverhuur is in woningen de grip toegenomen en zijn groeimogelijkheid beperkt.
De mogelijkheid om kamers te verhuren in een huis dat daadwerkelijk bewoond wordt blijft bestaan volgens de geldende regelgeving. Dezelfde regels voor kamerverhuur zoals deze gelden in de kernen worden ook toegepast in het buitengebied.
De mogelijkheid voor kamerverhuur en de hieraan gekoppelde aanwijzing met voorwaarden is al vastgelegd in het bestemmingsplan kernen en wordt overgenomen in het Omgevingsplan. Hierbij wordt toegevoegd dat kamerverhuur ook is toegestaan in het buitengebied (met dezelfde voorwaarden).
Dit betreft uitvoering van vastgesteld beleid wat nog niet was geëffectueerd in het bestemmingsplan buitengebied.
Hoewel het handhaven van de mogelijkheid om kamers te verhuren en het verruimen van deze mogelijkheden richting het buitengebied kan leiden tot een toename van het aantal recreatieve verblijfsmogelijkheden denken wij dit te kunnen verantwoorden. We willen dat inwoners de meerwaarde van toerisme in de gemeente Veere blijven ervaren. Het aanbieden van verblijfsmogelijkheden bij particulieren heeft voor inwoners economische meerwaarde. Daarbij biedt het ook voor de gast mogelijkheden om bij onze inwoners te overnachten, dit maakt een vakantie-ervaring veelal uniek, gedifferentieerd en goedkoper.
Ten opzichte van een zomerwoning in een bijgebouw heeft kamerverhuur, buitenom het verplicht aanbieden van een parkeerplaats op eigen terrein, geen ruimtelijke impact. Dit komt doordat er enkel in de eigen woning waar daadwerkelijk gewoond wordt mag worden overnacht. Kamerverhuur onder de huidige voorwaarden grijpt met name in, in de persoonlijke levenssfeer van de verhuurder (en is dus een bewuste, weloverwogen keuze) en minder op die van de buren.
Binnen de kernen is kamerverhuur reeds toegestaan conform de bepalingen in het bestemmingsplan Kernen Veere + (en bijbehorende beleidsregels). Deze kaders worden overgenomen in het Omgevingsplan. Het toestaan van kamerverhuur in het buitengebied worden opgenomen in het Omgevingsplan (conform de planning voor het deelplan Buitengebied).
Tot het opstellen van het Omgevingsplan (deelplan Buitengebied) is het, na vaststelling van het beleid, mogelijk via een buitenplanse afwijking vergunning te verlenen voor kamerverhuur in het buitengebied. Dit is echter niet wenselijk gelet op het feit dat de mogelijkheid om een zomerwoning te realiseren niet geblokkeerd kan worden alvorens de (op pagina 10/11 genoemde) voorbeschermingsregels van kracht worden. Met oog op het voorkomen van stapeling (zie pagina 14) is dit niet wenselijk.
Deze maatregel betreft een instandhouding van bestaand beleid en dus een uitbreiding van recreatieve mogelijkheden en is daarmee tegenstrijdig met de overige maatregelen. Gelet op motivering wordt hier wel voor geopteerd. Het in stand houden van dit bestaand beleid is echter alleen te verantwoorden als de gemeenteraad de overige maatregelen (m.b.t. de ‘Domburgse’ zomerwoning) overneemt.
Geen stapeling recreatieve verblijfsmogelijkheden op een perceel met een woonbestemming of agrarische bestemming
We merken in het buitengebied steeds vaker een combinatie van verschillende overnachtingsmogelijkheden op één terrein. Dat wordt ook wel eens gekscherend het toenemen van kleine recreatieparken genoemd.
Het stapelen van verschillende vormen van recreatief nachtverblijf op een perceel waarop een woonbestemming of agrarische bestemming rust wordt niet meer toegestaan. De mogelijkheid om én een zomerwoning én recreatieve kamerverhuur en een minicamping te hebben wordt ingeperkt. Er zal een keuze gemaakt moeten worden voor één vorm van toeristisch overnachten.
Het inperken van de stapelmogelijkheden leggen we vast in het Omgevingsplan. Voor de kernen betekent dit in samenhang met andere maatregelen dat deze van toepassing zijn op percelen waarop al een zomerwoning staat. Voor het buitengebied heeft dit betrekking op alle percelen met een woonbestemming, een agrarische bestemming of een dubbele bestemming (wonen en recreatie).
Voor het verlagen van het risico op nadeelcompensatie zal de maatregel pas worden ingesteld na minimaal een afkoelperiode van minimaal 12 maanden na publicatie. Om voldoende tijd te hebben voor het instellen van het Omgevingsplan zal er ook worden gewerkt met voorbeschermingsregels om de periode tussen afkoelen en implementatie te overbruggen.
Door het verbod op stapeling vast te leggen voorkomen we een uitbreiding van het aantal recreatieve bedden, met name op de percelen waar reeds een zomerwoning en/ of kleinschalige camping is gesitueerd. Daarbij voorkomen we ook de concentratie van verschillende vormen van verblijfsrecreatie op één adres waardoor in feite kleine recreatieparkjes ontstaan, waar het wonen/boeren niet meer de boventoon voert.
De inperking van de mogelijkheden om meerdere verblijfsmogelijkheden aan te bieden op een perceel met een woonbestemming, agrarische bestemming of dubbele bestemming (wonen en recreatie) wordt meegenomen bij het omzetten van het bestemmingsplan kernen Veere + en het bestemmingsplan buitengebied in het Omgevingsplan volgens de geldende planning.
Gelet op de planning voor de implementatie van het Omgevingsplan blijven de stapelmogelijkheden de komende jaren bestaan. Het door de raad vastgestelde beleid m.b.t. kamerverhuur binnen de kernen is juridisch planologisch opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan kernen Veere plus. Dit ontwerpbestemmingsplan betreft een beleidsarm wijzigingsplan. We kiezen er met oog op consistentie niet voor de regels voor vaststelling te wijzigen zonder dat hierop inspraak mogelijk is geweest.
Overnachtingsmogelijkheden bij toeristische ondernemers
Geen nieuwvestiging toeristische bedrijven of hotels, enkel bij het daadwerkelijk elders saneren van bedrijven/ eenheden of onder specifieke voorwaarden bij toekomstbestendig maken van cultuurhistorisch waardevolle panden
We voorzien geen mogelijkheden tot vestiging van nieuwe toeristische bedrijven gericht op recreatief nachtverblijf in de gemeente Veere.
Uitzondering hierop vormt nieuwvestiging van recreatief nachtverblijf wanneer er elders in de gemeente Veere een (minder vitaal) bedrijf binnen dezelfde categorie daadwerkelijk en planologisch wordt gesaneerd of wanneer er eenheden binnen deze categorie daadwerkelijk worden gesaneerd (en daarmee ook planologisch verdwijnen).
Voor hotels kan er sprake zijn van een uitzonderingspositie als het aankomt op het toekomstbestendig maken van cultuurhistorisch waardevolle panden of industrieel erfgoed, waarbij recreatief nachtverblijf geldt als onmisbare kostendrager. Zo willen we het cultureel erfgoed, wat anders verloren zou gaan, behouden. Bij deze uitzondering mogen geen woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad. De effectuering van deze uitzondering wordt afgewogen in het Raadsvoorstel Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie
Met betrekking tot de genoemde uitzonderingen gelden de uitgangspunten van de Omgevingsverordening Zeeland (artikel 5.22 en artikel 5.23) voortvloeiend uit de Zeeuwse Kustvisie als bindend. Nieuwvestiging (onder de voorwaarden van de genoemde uitzonderingen) van toeristische bedrijven en hotels in de kustzone is uitsluitend mogelijk binnen de begrenzing van de in de Zeeuwse omgevingsverordening aangewezen badplaatsen en aandachtsgebieden.
Wanneer bij het toekomstbestendig maken van cultuurhistorisch waardevolle paden of het onder voorwaarde van saneren van een bedrijf/ eenheden er sprake is van een plan voor nieuwvestiging is hiervoor altijd een aanpassing van het Omgevingsplan of een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA) nodig. Het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt gebruikt als instrument om te bepalen of gebruik gemaakt kan worden van de benoemde uitzondering.
Het inperken van mogelijkheden voor nieuwvestiging van bedrijven is één van de maatregelen gericht op het grip krijgen op de groei van ontwikkelmogelijkheden. Gelet op het feit dat er, ook binnen de werking van het ontwikkelkader, nog voldoende capaciteit bestaat binnen de bestaande ontwikkelruimte is het wenselijk een dergelijke inperking vast te leggen om zo de balans tussen leefbaarheid en toerisme te bewaken. Nieuwvestiging van toeristische bedrijven legt altijd een beslag op de schaarse ruimte.
Planologische ruimte voor nieuwvestiging van toeristische bedrijven is momenteel niet als zodanig opgenomen in de verschillende bestemmingsplannen. De maatregel kan dus direct geïmplementeerd worden omdat er voor het toestaan van nieuwe bedrijven (onder de genoemde voorwaarden) altijd sprake dient te zijn van een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA). Waar er al sprake is van een aanwezige bestemming of doorlopen procedure kan er nog wel sprake zijn van nieuwvestiging. In het uitvoeringsplan geven we aandacht aan een realisatieplicht binnen een bepaalde termijn.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 16; Cultuurhistorie als grond nieuwvestiging van toeristische bedrijven of hotels:
Het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 gaat ervan uit dat in cultuurhistorische panden nieuwvestiging mogelijk blijft van toeristische bedrijven of hotels. In potentie kan dat gaan om een groot aantal nieuw te vestigen toeristische eenheden in de gemeente Veere, terwijl de gemeente grip wenst te krijgen op de groei van het toerisme.
Behoud van cultuurhistorie binnen de gemeente Veere kan een grond zijn om toeristische verhuur toe te staan. Met de opbrengsten van verhuur kan het eenvoudiger zijn om cultureel erfgoed te onderhouden. Echter, dat kan mogelijk ook op andere manieren mogelijk zíjn, bijvoorbeeld door specifieke subsidies of in combinatie met andere economische activiteiten dan toeristische verhuur.
Dit amendement verplaatst cultuurhistorie als grond voor extra toeristische eenheden (en eventueel nieuwvestiging) naar het mengpaneel.
Het voorkomen van nieuwvestiging betekent dat er geen ruimte is voor innovatieve nieuwe plannen. Dit kan een rem vormen op innovatie en het beperkt mogelijk de toegang van nieuwe ondernemers tot de markt. Dit houdt in dat jonge ondernemers misschien uit gaan wijken naar omliggende gemeenten wanneer daar nog wel ruimte is.
Enkel wanneer er sprake is van het saneren (niet alleen planologisch) van bestaande capaciteit is er nog een mogelijkheid tot nieuwvestiging. Dit heeft een fors kostenverhogend effect voor initiatiefnemers maar draagt wel bij aan de gewenste kwaliteitsslag.
Limiteren uitbreidingsmogelijkheid van het aantal eenheden op maximaal 15% onder voorwaarde van kwaliteitsverbetering en aantoonbare waardecreatie
Met deze maatregel wordt enerzijds grip gehouden op de toename van het aantal verblijfsaccommodaties, terwijl aan de andere kant de maatregel is gericht op het bieden van perspectief om kwaliteitsverbetering te stimuleren en te faciliteren.
We limiteren de maximale uitbreidingsmogelijkheid van bestaande terreinen voor verblijfsrecreatie en volgen hierbij de lijn uit de kustvisie. Hierbij ligt de absolute maximale bovengrens van het extra aantal te realiseren eenheden (kampeerplaatsen, huisjes etc.) op maximaal 15%.
Deze 15% heeft betrekking op het daadwerkelijke aantal eenheden die ten tijde van een aanvraag op een terrein aanwezig is. Na vergunningverlening wordt het nieuwe maximaal aantal eenheden (bestaand + maximaal 15%) planologisch vastgelegd.
Deze maatregel is van toepassing op reguliere kampeerterreinen, en op bestaande hofstedecampings en landschapscampings .
De uitbreidingsmogelijkheid is eenmalig en geldt zolang er geen sprake is van gewijzigd beleid.
Deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid mag enkel worden ingezet om een gewenste kwaliteitsslag (die worden bepaald via het nog op te stellen mengpaneel) in de gewenste ontwikkelingsvraag mogelijk te kunnen maken. Het is aan de ondernemer om deze ontwikkelingsvraag te duiden. Hierbij geldt de voorwaarde dat er naast de kwaliteitsverbetering van het terrein en de voorzieningen aantoonbaar waarde moet worden toegevoegd voor de omgeving, de samenleving en het toeristisch product. Toetsing hiervan gebeurt via het mengpaneel ontwikkelkader verblijfsrecreatie. Deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad. Voor uitleg over de werking van het mengpaneel verwijzen wij u graag naar het betreffende hoofdstuk.
Het bieden van een eenmalige uitbreidingsmogelijkheid zal altijd moeten plaatsvinden via een aanpassing van het Omgevingsplan of door een procedure voor een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA).
Het vastleggen van het aangepaste maximumaantal eenheden gebeurt bij een eerstvolgende herziening van het Omgevingsplan na vergunningverlening (op terreinniveau).
Uitgangspunt van het ontwikkelkader verblijfsrecreatie is om de kwaliteit van het bestaande aanbod aan verblijfsaccommodaties te verbeteren. In de basis vindt kwaliteitsverbetering plaats zonder uitbreiding van het aantal eenheden. Dit vraagt van de ondernemer een andere manier van ondernemen dan zoals het tot nu toe is gegaan. Het verdienmodel, maar ook het financieringsmodel zal anders moeten worden ingericht.
Een kwaliteitsverbetering, met oog op de vitaliteit van bedrijven, is echter niet in alle gevallen realiseerbaar zonder dat er sprake is van extra verblijfsmogelijkheden die als kostendrager fungeren. Met oog hierop is het onder voorwaarden toegestaan om een gelimiteerd percentage extra eenheden te realiseren bovenop het bestaande daadwerkelijke aantal eenheden. Met het oog op de balans tussen toerisme, leefbaarheid en de omgeving moet hierbij aantoonbaar waarde worden toegevoegd.
Een gelimiteerde uitbreiding is dus alleen mogelijk wanneer er én aantoonbaar sprake is van kwaliteitsverbetering én er aantoonbaar waarde wordt toegevoegd aan de samenleving en de omgeving.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 5: 15% en mengpaneel
In het raadsvoorstel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt gesproken over een instrumentarium -het mengpaneel- om de toegevoegde waarde van een eventuele maximale uitbreiding van 15% aan te tonen.
De raad acht het daarom wijs een pas op de plaats te maken en eerst het mengpaneel met deze voorwaarden vast te laten stellen door de gemeenteraad alvorens ruimte te bieden voor extra uitbreiding.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 12: termen hofstede- en landschapscampings
De termen hofstedecamping en landschapscamping blijven bestaan voor de bestaande bedrijven, met daarbij behorende rechten en plichten. Deze bedrijven hebben eventuele uitbreidingsmogelijkheid volgens het nader vast te stelen ontwikkelkader en mengpaneel.
Door de term hofstede- en landschapscamping te behouden voor de bestaande hofstede- en landschapscamping, blijven deze bedrijven onderscheidend van de grote kampeerterreinen en de minicampings en blijft tevens deze productdifferentiatie behouden voor het toeristisch aanbod.
Dit is elk moment te realiseren als er een aanvraag wordt ingediend. Hierbij geldt het voorbehoud dat deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid pas kan worden geactiveerd na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Het beeld kan ontstaan dat iedere ondernemer met 15% kan uitbreiden waardoor er, tegen de doelstelling in, sprake is van een forse toename van het aantal eenheden en daarmee samenhangend het aantal bedden. Om in aanmerking te komen voor de maximale uitbreidingsruimte moeten serieuze maatregelen genomen worden door een initiatiefnemer. We verwachten dat het aantal recreatieve bedden als gevolg van deze maatregel in totaliteit met 15% zal toenemen.
Het maximum percentage van 15% kan ter discussie worden gesteld. Dit maximum percentage komt voort uit de maximale uitbreidingsruimte zoals vastgelegd in het ontwikkelkader behorend bij de Zeeuwse Kustvisie. Met het oog op consistentie nemen we dit maximum percentage over en passen het ook toe op terreinen die buiten de kustzone zijn gelegen.
We beperken het risico op nadeelcompensatie door niet op voorhand het maximumaantal eenheden aan te passen en planologisch vast te leggen. Er is pas sprake van aanpassing wanneer een ondernemer in aanmerking wenst te komen voor uitbreiding. Wanneer er nog planologische ruimte is kan de ondernemer binnen bestaande regels (een deel van) deze ruimte benutten door te herstructureren.
Behoud van een gedifferentieerd toeristisch product en waarborgen van de vitaliteit van verblijfsrecreatieterreinen en het voorkomen van volledige verchaletisering van terreinen door: • het vastleggen van een verbod op uitponding; • het verplichten van een centrale bedrijfsmatige exploitatie; • het vastleggen van een minimaal percentage toeristisch kamperen van 30%.
We nemen het verbod op uitponding van verblijfsrecreatieterreinen, ofwel het los verkopen van afzonderlijke percelen, op in het Omgevingsplan. Daarbij leggen we vast dat er sprake moet zijn van centrale bedrijfsmatige exploitatie. Zodoende borgen we dat alle tot de camping behorende grond eigendom blijft van de campingeigenaar en dat het verdienvermogen ten goede komt aan de exploitatie van de camping en niet (enkel) ten goede van derden. Wanneer er sprake is van uitbreiding van een kampeerterrein of een kwaliteitsverbeteringsplan waarvoor medewerking van de gemeente noodzakelijk is leggen we dit ook vast in een anterieure overeenkomst.
Om een gedifferentieerd product te waarborgen en de aantrekkelijkheid van een verblijfsrecreatieterrein te verkleinen voor overname door investeerders die enkel gericht zijn op het verkopen van recreatief vastgoed nemen we in het Omgevingsplan een minimaal percentage toeristisch kamperen op. Per verblijfsrecreatieterrein nemen we in de planregels op hoeveel plaatsen op terreinniveau minimaal toeristisch kamperen moet blijven.
Voor bedrijven die na een afkoelingsperiode van 12 maanden niet aan de gewenste verhouding voldoen leggen we in het omgevingsplan het op peildatum aanwezige permanente eenheden vast. Wil het bedrijf na deze datum uitbreiden dan moet deze gaan voldoen aan de minimale eis van 30% toeristisch kamperen.
Deze maatregel is niet van toepassing op landschapscampings en hofstedecampings. Deze bestaan volledig uit toeristische kampeerplaatsen. Hier is geen mogelijkheid tot het plaatsen van vaste eenheden.
De maatregel kan worden geëffectueerd bij de vaststelling van het Omgevingsplan (deelplan kampeerterreinen). In het Omgevingsplan leggen we het verbod op uitponding, de verplichting tot centrale bedrijfsmatige exploitatie en het minimumpercentage toeristisch kamperen vast. Per terrein kwantificeren we dit percentage in relatie tot het planologisch vastgelegde aantal eenheden.
Om te voorkomen dat er voor vaststelling van het Omgevingsplan sprake is van volledige verchaletisering van terreinen is het wenselijk om na een minimale afkoelperiode van 12 maanden, voorbeschermingsmaatregelen te nemen tot het moment van implementatie van het Omgevingsplan.
Bij bedrijven die één jaar na de afkoelingsperiode niet voldoen aan minimale percentage van 30% toeristische kampeerplaatsen leggen we in het omgevingsplan na het aflopen van deze afkoelingstermijn het aanwezige aantal permanente eenheden vast.
Het vrij kunnen omzetten van toeristische kampeerplaatsen naar permanent bebouwde kampeerplaatsen werkt ‘verstening’ in de hand. Omdat er geen sprake is van stenen gebouwen spreken we over verchaletisering. Dit heeft een grote impact op het landschap omdat, in tegenstelling tot mobiele kampeermiddelen, eenheden permanent in het landschap aanwezig zijn.
Het kunnen omzetten van toeristische kampeerplaatsen in permanent bebouwde kampeerplaatsen heeft afgelopen jaren geleid tot een eentoniger toeristisch product waarbij een nieuwe doelgroep toegang heeft gekregen tot de markt: de belegger in recreatief vastgoed.
Om productdifferentiatie en kwaliteitsverbetering te stimuleren moet het geheel aan toeristische producten in balans zijn.
Om de vrijheid van ondernemen 'achter de slagboom' te behouden maar tegelijkertijd te voorkomen dat campings, waaronder zich een aantal familiebedrijven bevinden, aantrekkelijke overnamepartners zijn voor investeerders die gericht zijn op het verkopen van recreatief vastgoed wordt de genoemde maatregel genomen.
Het vastleggen van een verbod op uitponding, het verplichten van centrale bedrijfsmatige exploitatie en het vastleggen van een minimum percentage toeristische kampeerplaatsen kan worden geeffectueerd bij de herziening van het Omgevingsplan (deelplan kampeerterreinen) volgens de geldende planning.
Hiervoor zal ook eerst een minimale afkoelperiode van 12 maanden gelden met aansluitend voorbeschermingsmaatregelen tot implementatie van het omgevingsplan.
De maatregel voorkomt geen toename van het aantal chalets, maar voorkomt een volledige verchaletisering van kampeerterreinen. Ondernemers verliezen een deel van de huidige vrijheid welke zij achter de slagboom hebben. Kampeerterreinen welke niet beschikken over toeristische kampeerplaatsen kunnen geen gebruik maken van de gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid wanneer zij, inclusief de voorgestelde uitbreiding, niet voldoen aan het minimum percentage toeristisch kamperen. Een gewenste kwaliteitsslag kan hierdoor worden belemmerd.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 9: Uitponden campings
De voorgestelde maatregel met betrekking tot het voorkomen van verchaletisering werkt onnodig belemmerend voor campinghouders en dan met name voor bedrijven die nauwelijks vaste eenheden op hun terrein hebben geplaatst.
Om de vrijheid van ondernemen 'achter de slagboom' te behouden maar tegelijkertijd te voorkomen dat campings, waaronder zich een aantal familiebedrijven bevinden, aantrekkelijke overnamepartners zijn voorinvesteerders die gericht zijn op het verkopen van recreatief vastgoed willen we bovenstaande maatregelen invoeren.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 12: termen hofstede- en landschapscampings
De termen hofstedecamping en landschapscamping blijven bestaan voor de bestaande bedrijven, met daarbij behorende rechten en plichten.
Het laten vervallen van de term hofstede- en landschapscampings en deze over te laten gaan naar reguliere kleinschalige kampeerterreinen doet geen recht aan de historische achtergrond van dit type bestaande campings. Deze bestaande bedrijven zouden de status reguliere camping krijgen. Dat heeft grote positieve invloed voor de economische waarde (en verkoopwaarde) van deze bijzondere bestaande bedrijven. Daarbij zouden deze bedrijven dezelfde rechten krijgen als reguliere campings en dat is juist een verruiming van mogelijkheden wat niet het doel is van het ontwikkelkader.
Door de term hofstede- en landschapscamping te behouden voor de bestaande hofstede- en landschapscamping, blijven deze bedrijven onderscheidend van de grote kampeerterreinen en de minicampings en blijft tevens deze productdifferentiatie behouden voor het toeristisch aanbod.
Uitbreiding zomerhuizenterreinen alleen binnen bandbreedte van aandachtsgebieden in de Kustvisie en Omgevingsvisie Veere 2047
Uitbreiding van zomerhuizenterreinen is enkel toegestaan in gebieden die in de Zeeuwse Kustvisie zijn aangemerkt als aandachtsgebied en die in de Omgevingsvisie Veere 2047 zijn aangewezen als prioritair gebied. Hierbij zijn de kaders vanuit de Zeeuwse Kustvisie (landschapsproductie waarbij ontwikkeling of uitbreiding van zomerhuizenterreinen als kostendrager geldt) leidend.
Uitbreiding van zomerhuizenterreinen dient altijd te verlopen via aanpassing van het Omgevingsplan of via een buitenplanse afwijking (BOPA).
In de Zeeuwse Kustvisie zijn een 11-tal aandachtsgebieden aangewezen waarvoor gebiedsgericht plannen moeten worden opgesteld en er, onder voorwaarde van landschapsproductie, een beperkte uitbreiding van zomerhuizenterreinen is toegestaan. In de Omgevingsvisie Veere 2047 zijn deze gebieden nader gespecificeerd.
We streven geen verdere verstening van het Veerse landschap na en zijn terughoudend als het gaat om de uitbreiding van zomerhuizenterreinen. Uitzondering hierop vormen de zomerhuizenterreinen die in of nabij een aandachtsgebied liggen (conform Kustvisie en Omgevingsvisie Veere 2047).
Omvormen hoteldefinitie op basis van landelijk gehanteerde definitie
We leggen niet langer beperkingen op ten aanzien van de voorzieningen die ondernemers in een kamer mogen realiseren, zoals een kitchenette. We passen de hoteldefinitie aan en haken hierbij aan bij de landelijke definitie zoals deze door het CBS wordt gehanteerd. Hierbij voegen we toe dat er sprake moet zijn van centrale bedrijfsmatige exploitatie en hoteldienstverlening. Zo voorkomen we dat een hotel kan verworden tot een appartementencomplex voor recreatief gebruik.
We definiëren een hotel als volgt:
Hotel: Een centraal bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar hoteldienstverlening (schoonmaak, handdoekservice, opmaak van bedden etc.) plaatsvindt en waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en aan passanten.
Met betrekking tot centrale bedrijfsmatige exploitatie geldt dat er sprake moet zijn van centrale verhuur door één rechtspersoon voor alle verblijfseenheden binnen een hotel. Wanneer er sprake is van verdeeld eigenaarschap van (een deel) van de kamers dienen verplichte verhuur en borging van het onderhoud en instandhouding op een termijn samenhangend met de economische levensduur van het hotel te zijn geregeld. De gemeente kan een exploitatievergunning verplicht stellen zodat er een toets mogelijk is met betrekking tot de herkomst van financiering.
De hoteldefinitie wordt vastgelegd in het Omgevingsplan. De wijze waarop we uitvoering willen geven aan centrale bedrijfsmatige exploitatie en het voorkomen van uitponding nemen we op in het uitvoeringsplan.
De in het bestemmingsplan plus en bestemmingsplan buitengebied vastgelegde definitie van hotels wordt als te beperkend ervaren door hotelondernemers en brancheorganisatie. De huidige definitie legt beperkingen op ten aanzien van de voorzieningen die ondernemers in een kamer kunnen realiseren, zoals bijvoorbeeld een kitchenette. De in de bestemmingsplannen gehanteerde definitie had als doel te voorkomen dat er op een hotelbestemming een appartementencomplex voor recreatief gebruik kan worden gerealiseerd.
De landelijk gehanteerde hoteldefinitie, die geen beperkingen oplegt ten aanzien van de voorzieningen, ervaren wij als passend voor Veere. Door hierbij te sturen op centrale bedrijfsmatige exploitatie en hoteldienstverlening, voorkomen we dat op een hotelbestemming een appartementencomplex voor recreatief gebruik kan worden gerealiseerd. Met de aangepaste definitie hebben hoteliers meer vrijheid om een kamer in te richten in lijn met de wensen van gasten en passend bij een onderscheidend hotelconcept.
Aanpassing kan worden meegenomen bij de geplande vaststelling van het Omgevingsplan.
Het toepassen van de landelijke definitie betekent een verruiming van de mogelijkheden om voorzieningen in een hotelkamer te plaatsen zoals een kitchenette. De aangepaste definitie ziet echter op een drietal belangrijke aspecten, namelijk overwegend een- en tweepersoonskamers, boeking per nacht en het toepassen van hoteldienstverlening. Hierin verschilt een hotelaccommodatie wezenlijk van een appartementencomplex.
Limiteren uitbreidingsmogelijkheid van het aantal eenheden (kamers) op maximaal 15% (met een ondergrens van 5 kamers), onder voorwaarde van kwaliteitsverbetering en aantoonbare waardecreatie. Hierbij leggen we het aantal kamers op bedrijfsniveau planologisch vast.
Met deze maatregel wordt enerzijds grip gehouden op de toename van het aantal verblijfsaccommodaties, anderzijds is de maatregel gericht op het bieden van perspectief om kwaliteitsverbetering te stimuleren en te faciliteren. Hierbij hebben we specifiek aandacht voor kleine hotels.
We limiteren de maximale uitbreidingsmogelijkheid van bestaande hotels. Hierbij ligt de maximale bovengrens van het extra aantal te realiseren eenheden (in hotels betreffen dit dus kamers) op maximaal 15%. Voor kleine hotels geldt hierbij een ondergrens van 5 kamers.
Deze 15% (rekening houdend met de ondergrens van 5 kamers) heeft betrekking op het daadwerkelijke aantal kamers dat ten tijde van een aanvraag op een terrein aanwezig is. Daartoe leggen we planologisch het aantal hotelkamers (dat daadwerkelijk gerealiseerd is) op bedrijfsniveau vast. Na vergunningverlening wordt het nieuwe maximaal aantal kamers (bestaand + maximaal 15%) planologisch vastgelegd.
Deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid mag enkel worden ingezet om een gewenste kwaliteitsslag in een hotel mogelijk te kunnen maken. Hierbij geldt de voorwaarde dat er naast de kwaliteitsverbetering van het hotel aantoonbaar waarde moet worden toegevoegd voor de omgeving, de samenleving en het toeristisch product. Toetsing hiervan gebeurt via het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie. Voor uitleg over de werking van het mengpaneel verwijzen wij u graag naar het desbetreffende hoofdstuk. Deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Er kan sprake zijn van een uitzondering op de gelimiteerde maximale uitbreidingsmogelijkheid wanneer er sprake is van een bestaande hotelfunctie in, of verbonden aan, een cultuurhistorische waardevol pand. Wanneer het voor het behoud van een dergelijk pand van belang is om de capaciteit te vergroten met meer dan 15% dan is het aan de ondernemer om dit goed te onderbouwen. In dat geval kan er sprake zijn van een maatwerktoepassing waarbij er meer capaciteit kan worden toegevoegd dan de genoemde bovengrens. Of er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol pand wordt getoetst aan de structuurvisie cultuurhistorie. Eventuele uitbreiding van een pand wordt ook getoetst aan de geldende ruimtelijke kaders. De effectuering van deze uitzondering wordt afgewogen in het Raadsvoorstel Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie
De uitbreidingsmogelijkheid is eenmalig en geldt zolang er geen sprake is van gewijzigd beleid.
Het vastleggen van de planologische capaciteit van hotels is nieuw en wordt op hotelniveau te worden vastgelegd in het Omgevingsplan (zowel binnen de kernen als in buitengebied0. Hiertoe voeren we een 0-meting uit waarbij we vastleggen hoeveel hotelkamers er op de peildatum per hotel zijn gerealiseerd.
De eenmalige uitbreidingsmogelijkheid zal altijd moeten plaatsvinden via een aanpassing van het Omgevingsplan of door een procedure voor een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA).
Bij een aanvraag voor uitbreiding dient op individuele basis te worden bepaald welke procedure moet worden doorlopen. Dit is mede afhankelijk van de mate waarin er ook ruimtelijk afgeweken moet worden van de bepalingen in het omgevingsplan, bijvoorbeeld ten aanzien van bouwvlak of bouwhoogte.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 5: 15% en mengpaneel
In het raadsvoorstel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt gesproken over een instrumentarium -het mengpaneel- om de toegevoegde waarde van een eventuele maximale uitbreiding van 15% aan te tonen.
De raad acht het daarom wijs een pas op de plaats te maken en eerst het mengpaneel met deze voorwaarden vast te laten stellen door de gemeenteraad alvorens ruimte te bieden voor extra uitbreiding.
Uitgangspunt van het ontwikkelkader verblijfsrecreatie is om de kwaliteit van het bestaande aanbod aan verblijfsaccommodaties te verbeteren. In de basis gebeurt dit zonder uitbreiding van het aantal eenheden. Door bijvoorbeeld het realiseren van voorzieningen zoals vergaderfaciliteiten, wellnessfaciliteiten of het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van bebouwing kan de kwaliteit van het aanbod worden verdiept.
Een dergelijke, met oog op de vitaliteit van bedrijven soms noodzakelijke, kwaliteitsslag is niet in alle gevallen realiseerbaar zonder dat er sprake is van extra verblijfsmogelijkheden die als kostendrager fungeren. Met oog hierop is het onder voorwaarden toegestaan om een gelimiteerd percentage extra eenheden te realiseren boven op het bestaande aantal eenheden. Omdat tot op heden niet is vastgelegd hoeveel kamers een hotel heeft leggen we dit vast om zodoende grip te hebben op de groei. Ook binnen de schil van bestaande gebouwen. Met oog op de balans tussen toerisme, leefbaarheid en de omgeving moet hierbij aantoonbaar waarde worden toegevoegd. Een gelimiteerde uitbreiding is dus alleen mogelijk wanneer er én aantoonbaar sprake is van kwaliteitsverbetering van het bestaande toeristisch product én er aantoonbaar waarde wordt toegevoegd aan de samenleving en de omgeving.
De genoemde uitzondering voor cultuurhistorisch waardevolle panden waarin een bestaande hotelfunctie is gevestigd of aan is verbonden is in lijn met de eerder benoemde uitzondering voor nieuwvestiging van een hotelfunctie in een cultuurhistorisch waardevol pand. Deze uitzonderingsmogelijkheid is enkel van toepassing wanneer het voor het behoud van het pand van belang is om, in afwijking van het maximale gelimiteerde uitbreidingspercentage, een hoger uitbreidingspercentage toe te staan. Het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt gebruikt als instrument om te bepalen of gebruik gemaakt kan worden van de benoemde uitzondering.
Het maximale percentage van 15% is in lijn met het percentage dat ook is vastgelegd voor verblijfsrecreatieterreinen in de Zeeuwse Kustvisie. Dit percentage nemen we over en trekken we door naar alle vormen van bedrijfsmatig geëxploiteerd recreatief verblijf binnen de gehele gemeente.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 10: Ondergrens 5 kamers
De gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid met een maximale bovengrens van 15% pakt voor kleine hotels slecht uit.
Om kleine hotels meer ruimte te bieden willen we een ondergrens van 5 kamers opnemen. Dat betekent dat er bij een toegestane uitbreiding van minder dan 5 kamers kan worden afgeweken van de grens van 15% tot de ondergrens van 5 kamers voor de kleinere hotels in de gemeente.
Het vastleggen van de planologische capaciteit per hotel leggen we vast in het betreffende Omgevingsplan conform de hiervoor geldende planning. Het vastleggen van het aantal kamers kan als een inperking van de bestaande planologische mogelijkheden worden gezien, daarom is het van belang een afkoelperiode van minimaal 12 maanden te hanteren alvorens deze maatregel via het op te stellen Omgevingsplan in te voeren. Het bieden van uitbreidingsruimte gebeurt per aanvraag. Wanneer er al voor het vaststellen van het Omgevingsplan sprake is van een gewenste uitbreiding dan wordt het bestaande aantal kamers als uitgangspunt genomen.
Hierbij geldt het voorbehoud dat deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid pas kan worden geactiveerd na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Het maximeren van de uitbreidingscapaciteit kan nadelig uitpakken, met name voor kleine hotels. De investering die gedaan moet worden om een extra hotelkamer te realiseren, zeker buiten de bestaande schil van het gebouw, is voor een hotel fors groter dan voor een reguliere camping / kleinschalige camping. Het risico bestaat dat deze hotels worden opgekocht door grotere partijen of dat het bedrijfsconcept ‘uitgehold’ wordt, omdat een hotel te klein is om met de opgaven rondom bijvoorbeeld verduurzaming, zelfstandig exploitabel te zijn. Dit is onwenselijk met oog op het behoud van de Veerse maat en lokaal ondernemerschap. Of hiervan daadwerkelijk sprake is gaan we monitoren. Met oog hierop geldt een ondergrens van 5 kamers voor kleine hotels.
De regels uit het mengpaneel behoren in dien mate toegankelijk te zijn dat deze, zeker ook voor kleine hotels (gezien het beperkte uitbreidingsvolume) werkbaar zijn. Het bij een eventuele uitbreiding toevoegen van andere voorzieningen dan kamers kan meerwaarde bieden voor zowel gasten, de omgeving en de ondernemer.
Eventuele uitbreidingsruimte dient altijd te worden gerealiseerd binnen het bouwvlak of hiertoe is een uitbreiding van het bouwvlak nodig is. Het voldoen aan de voorwaarden van het mengpaneel leidt niet automatisch tot een verruiming van het bouwvlak, dat is een aparte afweging. Ruimtelijke kaders spelen hierbij dan ook een grotere rol dan bij bijvoorbeeld (kleinschalige) kampeerterreinen.
Wat moeten we nog onderzoeken?
We brengen in beeld op welke wijze de 0-situatie van hotelkamers in beeld wordt gebracht.
Inperking planologische mogelijkheden horecapanden waardoor het niet mogelijk is om binnen de horecabestemming te schuiven naar de hotelfunctie (categorie 1c)
Panden waarop een horecabestemming rust zijn ingedeeld in drie hoofdcategorieën (1) lichte, (2) middelzware en (3)zware horeca. Horecapanden waarin een logiesfunctie wordt aangeboden zijn aangemerkt als categorie 1c (licht). We schrappen de mogelijkheid om een pand met horecabestemming in een andere categorie dan 1c om te zetten naar een hotel.
De beperking van de omzettingsmogelijkheid moet worden geregeld in het Omgevingsplan. Hieraan gekoppeld wordt een afkoelperiode van 12 maanden gehanteerd voordat er voorbeschermingsmaatregelen van kracht worden ter voorbereiding op de implementatie in het betreffende Omgevingsplan.
De maatregel is zowel relevant voor het buitengebied als voor de kernen. Voor het buitengebied betekent dit dat er niet verticaal of horizontaal kan worden geschoven (van zwaar naar licht en binnen de deelcategorieën licht). Voor de kernen was horizontaal schuiven al niet mogelijk. Ook verticaal schuiven naar een hotelbestemming sluiten we uit.
In aanvulling op de maatregel om geen nieuwvestiging van toeristische bedrijven toe te staan en grip te hebben op de groei van het aantal hotels (en hotelkamers) perken we de mogelijkheden in om binnen een horeca-bestemming te schuiven waardoor er, binnen de planologische horecabestemming, hotelfaciliteiten kunnen worden gerealiseerd. Voor het buitengebied betreft dit in de inperking van de mogelijkheden voor circa 10 van de 19 locaties.
De maatregel is dus primair gericht op het beperken van ontwikkelmogelijkheden binnen de bestaande planologische capaciteit.
De inperking van de mogelijkheid om te kunnen schuiven nemen we op in het Omgevingsplan conform de daarvoor geldende planning.
De inperking van de planologische mogelijkheden (het uit elkaar trekken van Ho en ReCa) heeft impact op de planologische mogelijkheden van bestaande panden. In het buitengebied betreft dit dus een tiental panden. Het inperken van de planologische mogelijkheden heeft mogelijk een effect op de waarde van panden. Met oog daarop wordt er gewerkt met een afkoelperiode van 12 maanden alvorens de regels vast te leggen in het betreffende Omgevingsplan.
Wat moeten we nog onderzoeken?
We brengen in beeld of en voor welke panden er sprake is van discrepantie tussen de vastgelegde bestemming en het gebruik.
Overnachtingsmogelijkheden bij agrarische ondernemers
Onderscheiden agrarische bedrijven en niet-agrarische bedrijven met logiesfunctie bij het bieden van ontwikkelmogelijkheden
Agrarisch / Wonen, buitengebied
We blijven onderscheid maken tussen agrarische bedrijven en niet-agrarische bedrijven bij het bieden van ontwikkelmogelijkheden op kleinschalige kampeerterreinen .
De bepalingen ten aanzien van een niet-onderbroken minimale oppervlakte worden gewijzigd bij het Omgevingsplan.
Of er sprake is van een actief agrarisch bedrijf blijkt uit de gecombineerde opgaven die bedrijven doen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Wanneer er twijfel is of er daadwerkelijk sprake is van een actief agrarisch bedrijf wordt de agrarische adviescommissie geconsulteerd. Het advies van deze commissie is leidend. Dit is in overeenstemming met de al gehanteerde werkwijze. De definitie voor wat we als agrarisch bedrijf definiëren blijft dus onveranderd. Bepalingen die nu als te beperkend worden ervaren met betrekking tot een niet-onderbroken oppervlakte van minimaal 4 hectare worden wel gewijzigd. Dit betekent dat wanneer een agrarisch perceel wordt doorsneden door een waterloop of weg er wel sprake is van een aaneengesloten geheel. Hierdoor is er sprake van een betere afbakening die meer recht doet aan de praktijk.
Agrarische ondernemers zijn belangrijke spelers bij de vormgeving en het onderhoud van het Veerse landschap zoals we dat kennen. We vinden het belangrijk dat agrariërs nu en in de toekomst kunnen blijven boeren en dat agrarische bedrijven toekomstgericht kunnen worden overgedragen aan jonge agrarische ondernemers. Recreatieve verblijfsmogelijkheden spelen een grote rol binnen verbrede agrarische ondernemingen. Deze mogelijkheden willen we behouden en we willen ruimte geven om via investeringen in de verblijfssector een solide basis te leggen onder agrarische bedrijven zodat én eventuele tegenvallende resultaten uit agrarische activiteiten kunnen worden opgevangen én er investeringsvermogen wordt opgebouwd om op een meer duurzame manier te boeren.
Bij het bieden van ondernemersperspectief en het toestaan van ontwikkelruimte maken we daarom onderscheid tussen agrarische ondernemers en niet-agrarische ondernemers. Om investeringsvermogen te creëren voor de agrarische bedrijfsactiviteiten en weerstandsvermogen op te bouwen voor verbrede agrarische bedrijven bieden we aan agrarische ondernemers mogelijkheden om de toeristische activiteiten, binnen de kaders van dit ontwikkelkader, door te ontwikkelen ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Voor niet-agrarische ondernemers zijn er geen ontwikkelmogelijkheden waarvoor een buitenplanse afwijking nodig is.
Conform planning van de herziening van het Omgevingsplan buitengebied.
Kwaliteitsverbetering en waardecreatie door middel van een eenmalige uitbreidingsmogelijkheid van 15% (eenheden) boven de grens van 25 voor een agrarisch bedrijf
De grip op groei binnen het huidig beleid is beperkt. De provinciale staten hebben daarnaast de ruimte gegeven aan gemeenten om minicampings door te laten groeien tot 35 eenheden.
Om een gewenste kwaliteitsslag op een kleinschalig kampeerterrein te maken en de economische positie van agrariërs te versterken bieden we onder de kwalitatieve voorwaarden van het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie een eenmalige uitbreidingsmogelijkheid van maximaal 15% aan eenheden (standplaatsen). Deze 15% komt bovenop het maximum aantal standplaatsen van 25 dat is vastgelegd in het Omgevingsplan buitengebied (afgerond maximaal 4 plaatsen).
De extra capaciteit boven dit maximum mag enkel in stand worden gehouden zolang er sprake is van een agrarisch bedrijf. De uitbreidingsmogelijkheid is eenmalig en geldt zolang er geen sprake is van gewijzigd beleid.
In het Omgevingsplan (huidig bestemmingsplan buitengebied) houden we vast aan het maximum aantal van 25 eenheden. Voor het toestaan van een eenmalige uitbreiding tot maximaal 29 plaatsen is een buitenplanse afwijking nodig (via een BOPA) waarbij het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt toegepast. Hierbij moet worden aangetoond dat er waarde wordt gecreëerd voor het landschap en de agrarische onderneming. Deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Een buitenplanse afwijking is enkel mogelijk wanneer er sprake is van een agrarisch bedrijf.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 5: 15% en mengpaneel
In het raadsvoorstel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt gesproken over een instrumentarium -het mengpaneel- om de toegevoegde waarde van een eventuele maximale uitbreiding van 15% aan te tonen.
De raad acht het daarom wijs een pas op de plaats te maken en eerst het mengpaneel met deze voorwaarden vast te laten stellen door de gemeenteraad alvorens ruimte te bieden voor extra uitbreiding.
Uitgangspunt van het ontwikkelkader verblijfsrecreatie is om de kwaliteit van het bestaande aanbod aan verblijfsaccommodaties te verbeteren. In de basis dient dit te gebeuren zonder uitbreiding van het aantal verblijfsaccommodaties (eenheden). Een kleinschalig kampeerterrein op een agrarisch bedrijf is in beginsel mogelijk gemaakt ter ondersteuning van het agrarisch bedrijf en daarmee ter behoud van het open agrarisch landschap. Een gelimiteerde uitbreiding van het aantal eenheden is enkel mogelijk wanneer hierbij aantoonbaar meerwaarde wordt toegevoegd aan het agrarisch bedrijf, behoud of verfraaiing van het landschap en het niet laten toenemen van de ecologische voetafdruk.
Het maximale percentage van 15% is in lijn met het percentage dat ook is vastgelegd in de Zeeuwse Kustvisie. Dit percentage nemen we over en trekken we door naar alle bedrijfsmatige verblijfsaccommodaties. Daarbij geldt het percentage als een absolute bovengrens.
Met de maatregel wordt enerzijds grip gehouden op de toename van het aantal verblijfsrecreatieve eenheden, anderzijds is de maatregel gericht op het bieden van perspectief om kwaliteitsverbetering te stimuleren en te faciliteren. Voor deze deelsector specifiek gericht op behoud van het landschap en het versterken van de agrarische activiteiten van agrarische bedrijven. Met oog hierop maken we dan ook het onderscheid tussen een agrarisch bedrijf en een niet agrarisch bedrijf.
Een BOPA kan worden verleend na vaststelling van het beleid, met inachtneming van het gegeven dat deze gelimiteerde uitbreidingsmogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad. Hiervoor is geen aanpassing van het Omgevingsplan vereist.
De regels uit het mengpaneel behoren in dien mate toegankelijk te zijn dat deze, gezien het beperkte uitbreidingsvolume, werkbaar zijn. Voorwaarden vanuit het mengpaneel zijn daarom primair gericht op het landschap en het agrarisch bedrijf. Vanuit de sector is sterk gelobbyd voor uitbreiding tot 35 plaatsen. Er bestaan voor dit alternatieve maximum geen zwaarwegende argumenten om hier in mee te gaan.
Juist het toestaan van een hoger plafond streeft het doel van het ontwikkelkader voorbij, namelijk grip op groei.
Voorkomen verchaletisering door • Het vastleggen van bestaande aantallen plaatsgebonden kampeermiddelen • Het maximeren van de uitbreidingsmogelijkheid hiervan tot een maximum van 20% aan plaatsgebonden kampeermiddelen (tot een maximum van 5)
We beperken de mogelijkheid om op een kleinschalig kampeerterrein met een agrarische bestemming toeristische kampeerplaatsen om te zetten naar permanente plaatsen waarop een plaatsgebonden kampeermiddel is geplaatst. Daartoe leggen we planologisch het aantal in gebruik zijnde permanente standplaatsen op perceelsniveau vast. Hierbij maken we onderscheid in categorieën: chalets, stacaravans, tenthuisjes en bijzondere kampeerobjecten.
Maximaal 20% (tot een maximum van 5 eenheden) van het aantal eenheden mag bestaan uit permanente plaatsen waarop een plaatsgebonden kampeermiddel mag worden geplaatst. Wanneer er sprake is van uitbreiding van het aantal plaatsgebonden kampeermiddelen ten opzichte van de bestaande situatie is dit enkel toegestaan onder de voorwaarden van het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie. Uitgangspunt is immers om niet zondermeer het aantal vaste eenheden uit te breiden maar juist ook ruimte te blijven bieden aan toeristisch kamperen.
Het uitbreiden van het aantal plaatsgebonden kampeermiddelen is enkel toegestaan wanneer er sprake is van een agrarisch bedrijf.
De maatregel kan worden geëffectueerd bij de vaststelling van het Omgevingsplan (deelplan buitengebied). Hiertoe voeren we vooraf een 0-meting uit waarbij we vastleggen hoeveel plaatsgebonden kampeermiddelen er op de peildatum staan binnen de verschillende categorieën (zoals ook gecategoriseerd op kampeerterreinen). In het omgevingsplan leggen we naast de aantallen ook het maximumpercentage en maximumaantal plaatsgebonden kampeermiddelen vast.
Om te voorkomen dat er voor de vaststelling van het Omgevingsplan sprake is van ‘verchaletisering’ (met wellicht een verhoogde realisatiesnelheid) wordt er na de afkoelperiode van 12 maanden, gewerkt met voorbeschermingsmaatregelen tot het moment van implementatie van het Omgevingsplan.
Voor het uitbreiden van het aantal plaatsgebonden kampeermiddelen is altijd een buitenplanse afwijking benodigd (BOPA) waarbij het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt toegepast. Deze mogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Bij een buitenplanse afwijking wordt enkel meegewerkt wanneer er sprake is van een agrarisch bedrijf.
Het vrij kunnen omzetten van toeristische kampeerplaatsen werkt ‘verstening’ in de hand. Omdat er geen sprake is van stenen gebouwen spreken we over verchaletisering. Dit heeft een grote impact op het landschap omdat, in tegenstelling tot mobiele kampeermiddelen, eenheden permanent in het landschap aanwezig zijn.
Hiermee voorkomen we op kleinschalige kampeerterreinen dat toeristische kampeerplaatsen kunnen worden omgezet naar permanent bebouwde kampeerplaatsen.
Om productdifferentiatie en kwaliteitsverbetering te stimuleren blokkeren we niet iedere mogelijkheid om het aantal permanent bebouwde eenheden uit te breiden. In lijn met de bepalingen van de Omgevingsverordening Zeeland geldt er een maximum percentage. Binnen dit percentage stimuleren we onder kwalitatieve voorwaarden vanuit het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie kwaliteitsverbetering.
Het planologisch vastleggen van het aantal chalets (en andere vormen van plaatsgebonden kampeermiddelen) en het limiteren van de maximale uitbreidingsmogelijkheid kan worden geeffectueerd bij de herziening van het Omgevingsplan (deelplan buitengebied) volgens de geldende planning.
Een BOPA kan worden afgegeven na vaststelling van het omgevingsplan.
Door het planologisch vastleggen van het aantal chalets of andere vormen van plaatsgebonden kampeermiddelen op perceelniveau, op basis van het daadwerkelijke aantal op een nader te bepalen peildatum, ontstaat er mogelijk ongelijkheid tussen ondernemers. Sommige campings hebben al het maximumaantal bereikt, andere niet. Met oog op een onderscheidend aanbod is het wenselijk meerdere typen bedrijven te hebben.
Privé sanitair op kleinschalige kampeerterreinen is onder voorwaarden toegestaan
Met het oog op het verhogen van het serviceniveau is het toegestaan privé sanitair te realiseren op een kleinschalig kampeerterrein op een agrarisch bedrijf. Er zijn hiertoe twee mogelijkheden:
1. Bij voorkeur in een centraal gebouw, waarbij het bouwvlak vergroot mag worden ten behoeve van het optimaliseren van voorzieningen waaronder sanitair.
2. Bij uitzondering op het kampeerveld waarbij privé sanitair in maximaal 5 clusters van 3 badkamers mag worden geplaatst. Omdat er sprake is van permanente bebouwing moet een cluster landschappelijk zijn ingepast volgens dezelfde regels als die gelden voor plaatsgebonden kampeermiddelen.
Het realiseren van privé sanitair op een niet agrarisch bedrijf is alleen toegestaan binnen het bouwvlak.
Het plaatsen van privé sanitair (ongeacht de vorm) vindt plaats onder de kwalitatieve voorwaarden vanuit het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie. Deze mogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Voor het toestaan van verruiming van het bouwvlak of het plaatsen van vaste eenheden t.b.v. geclusterd privé sanitair is een buitenplanse afwijking nodig (BOPA) waarbij het Mengpaneel wordt toegepast. Deze mogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Een buitenplanse afwijking is enkel mogelijk wanneer er sprake is van een agrarisch bedrijf.
Met privé sanitair stimuleren we ook om op kleinschalige kampeerterreinen een gedifferentieerd product aan te bieden. De voorkeur heeft het om privé sanitair te faciliteren binnen de bestaande bebouwing, zodat er geen extra ruimtelijke impact ontstaat.
Een BOPA kan worden afgegeven na vaststelling van het beleid. Hiervoor is geen aanpassing van het omgevingsplan vereist. Deze mogelijkheid kan pas worden benut na vaststelling van het mengpaneel door de gemeenteraad.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 8: Privésanitair
Met het toestaan van privé sanitair wordt de ondernemers de mogelijkheid geboden te innoveren en een hedendaags product aan te bieden, De voorwaarden voor plaatsing privé-sanitair zijn o.a. agrarisch bedrijf , landschappelijke inpassing en lopen via het Mengpaneel, Deze kaders zijn voldoende om doelen van het Ontwikkelkader te bereiken. Plaatsing van privé-sanitair gaat niet ten koste van plaatsgebonden kampeermiddelen.
Winterkamperen is toegestaan op een kleinschalig kampeerterrein
Op een kleinschalig kampeerterrein (agrarisch en niet-agrarisch) is het toegestaan om winterkamperen aan te bieden.
Het kampeerseizoen zoals vastgelegd in het bestemmingsplan buitengebied wordt niet overgenomen in het Omgevingsplan (deelplan buitengebied) Daarmee komt de beperking van het kampeerseizoen te vervallen en kunnen alle kleinschalige kampeerterreinen jaarrond worden gebruikt.
De afgelopen jaren is er ruimte geboden om in de winter open te zijn via een afwijking van het bestemmingsplan. Gebleken is dat er onder kampeerders een toenemende behoefte bestaat om ook in de winter te kamperen. We willen het overlaten aan de ondernemer zelf om te besluiten om in de winter open te gaan of niet. Aparte vergunningen hiervoor werpen een onnodige administratieve en financiële drempel op voor ondernemers en de ambtelijke organisatie.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 13: Schrappen kampeerseizoen
Het ontwikkelkader voorziet in winterkamperen alleen voor agrarische bedrijven. Bedrijven hiermee ondernemersperspectief geboden wordt door meer ontwikkelmogelijkheden. De ervaring is dat een beperkt aantal ondernemers gebruik maakt van het winterkamperen. De impact op de leefomgeving door ook de niet agrarische bedrijven de mogelijkheid van winterkamperen te bieden is daarom ook zeer beperkt is.
Met oog op de regulering stellen wij voor om het kampeerseizoen volledig te schrappen. Dit voorkomt dat er een aanvraag voor ontheffing moet worden gedaan. Winterkamperen legt daarmee ook geen beslag op ambtelijke capaciteit.
De wijziging van de bepaling met betrekking tot het schrappen van het kampeerseizoen wordt meegenomen bij de vaststelling van het Omgevingsplan (deelplan buitengebied). Tot dit moment is de bestaande regelgeving van toepassing waarbij eenmalig voor een periode van drie jaar ontheffing kan worden aangevraagd (of reeds is verleend eind 2023).
Uitvoering – Implementatie maatregelen
Na het vaststellen van het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 door de gemeenteraad stelt het college een uitvoeringsplan vast. Hierin leggen we vast op welke wijze en op welk moment de maatregelen worden geeffectueerd en welke aandachtspunten nog gelden alvorens maatregelen geëffectueerd kunnen worden. In het uitvoeringsplan geven we onder andere aandacht aan implementatie in interne werk- en beoordelingsprocessen en externe communicatie. Zo zorgen we ervoor dat implementatie van de maatregelen soepel verloopt.
Implementatiewijze maatregelen per deelplan van het Omgevingsplan Veere
Bij iedere maatregel is opgenomen op welke wijze en op welke termijn deze kan worden geïmplementeerd, samenhangend met de planning voor het omzetten van delen van het tijdelijk omgevingsplan (met daarin de voormalige bestemmingsplannen) naar het Omgevingsplan gemeente Veere. Voor een deel van de maatregelen is het wenselijk voorbeschermingsmaatregelen te nemen (na het hanteren van een afkoelperiode van minimaal 12 maanden) en voor een deel van de maatregelen is het mogelijk via een Buitenplanse afwijking van het (tijdelijk) Omgevingsplan (BOPA) een vergunning te verlenen. Deze maatregelen kunnen daardoor dus al eerder geeffectueerd worden. Tenslotte zijn er ook maatregelen die, direct na vaststelling van het beleid van kracht zijn.
Op volgorde van ingangstermijn onderscheiden we dus vier categorieën, namelijk:
1. Direct te effectueren na vaststelling van het beleid;
2. Via een Buitenplanse afwijking (BOPA) mogelijk maken van de maatregel;
3. Instellen van voorbeschermingsregels (na het hanteren van een afkoelperiode) alvorens deze op te nemen in het Omgevingsplan;
4. Meenemen bij wijziging en vaststelling (de diverse delen) van het Omgevingsplan.
In onderstaand overzicht is per maatregel, gekoppeld aan de diverse deelplannen van het Omgevingsplan, opgenomen in welke categorie deze vallen.
Daarnaast geven we na vaststelling van het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 ook het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie (zie volgende hoofdstuk) vorm. Dit mengpaneel geldt als toetsingsinstrument voor het bepalen en vaststellen van aantoonbare waardecreatie, specifiek voor de toetsing van ontwikkelingen waarvoor een buitenplanse afwijking (middels een BOPA) benodigd is. Het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie dient te worden vastgesteld door de gemeenteraad.
Tenslotte wordt, ook in bovenregionaal verband, gewerkt aan een inspiratie- en ondersteunings- instrumentenpakket waarmee ondernemers worden geprikkeld, gestimuleerd en ondersteund om werk te maken van kwaliteitsverbetering van het bestaande aanbod. Dit is zowel van belang voor ontwikkelingen waarvoor toestemming of medewerking vanuit de gemeente benodigd is als voor ontwikkelingen welke passen binnen de geldende regelgeving.
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 6: Mengpaneel
Het ontwikkelkader verblijfsrecreatie voorziet in een mengpaneel om buitenplanse ontwikkelingen te toetsen en te bezien of dit daadwerkelijk waarde toevoegt aan de samenleving, de omgeving en aan het toeristisch product. Het college komt met een uitwerking van deze inhoudelijke kaders. De gemeenteraad vanwege het zwaarwegende karakter van dit toeristisch kader ook de uitwerking van deze inhoudelijke punten wil vaststellen.
Instrumentarium – het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie
We zetten met het ontwikkelkader in op een jaarrond aantrekkelijk, kwalitatief en divers Veere zonder dat de ecologische voetafdruk van het toerisme op de leefomgeving wordt vergroot. We willen dat toerisme – en met name ontwikkeling in de verblijfsrecreatieve sector – ecologische en maatschappelijke meerwaarde creëert. Dit betekent dat er waarde moet worden toegevoegd aan de leefomgeving van onze inwoners, waarde aan ons landschap en waarde aan het toeristisch product.
Om aan te tonen dat er sprake is van daadwerkelijk toegevoegde waarde wordt het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie ontwikkeld.
Werking van het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie
Het ontwikkelkader laat zien welke ontwikkeling in de verblijfsrecreatieve sector nog mogelijk is. Wanneer hiervoor afgeweken moet worden van het Omgevingsplan is het mogelijk dat er via een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA) een Omgevingsvergunning wordt verleend voor een gelimiteerde uitbreiding. Om in aanmerking te komen voor een dergelijke Omgevingsvergunning motiveert de aanvrager, aan de hand van de uitgangspunten van het Handboek Initiatieven in de fysieke leefomgeving en de hieraan gekoppelde Handvatten Ruimtelijke Onderbouwing, waarom op de specifieke locatie de ruimte er is om af te wijken van het Omgevingsplan. Aanvullend hierop vindt een inhoudelijke toets plaats of een ontwikkeling daadwerkelijk waarde toevoegt aan de samenleving, de omgeving en aan het toeristisch product. Het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie wordt in samenwerking met de brancheorganisaties uitgewerkt. In Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 2 stelt de gemeenteraad aan de hand van 4 kwadranten en bijbehorende thema’s de inhoudelijke kaders vast. Het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie dient te worden vastgesteld door de gemeenteraad.
We maken bij het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie onderscheid tussen:
a. Verblijfsrecreatieterreinen (campings, huisjesparken etc.)
c. Kleinschalige kampeerterreinen gekoppeld aan een agrarische bestemming.
Het Mengpaneel fungeert enerzijds als instrument waarmee de aanvrager kan zien op welke onderdelen hij waarde moet en/ of kan toevoegen, anderzijds fungeert het als toetsingsinstrument voor vergunningverlening. Een ontwikkeling voegt daadwerkelijk waarde toe aan de samenleving, de omgeving en het Veerse toeristisch product wanneer er op 4 kwadranten activiteiten worden ontplooid.
2. Waarde aan landschap en natuur
3. Onderscheidend toeristisch aanbod
Onder ieder kwadrant worden thema’s opgenomen waarbinnen maatregelen genomen moeten/ kunnen worden. Per kwadrant zijn dit de volgende thema’s:
c. Structurele werkgelegenheid
Waarde voor natuur en landschap
Onderscheidend toeristisch aanbod
b. Mate van onderscheidendheid
d. Aansluitend op behoefte van de bezoeker
In bijlage 4 zijn de vier kwadranten en bijbehorende thema’s geduid. Aan ieder thema worden basisvoorwaarden en/ of aanvullende voorwaarden gekoppeld.
Basisvoorwaarden en uitwisselbare aanvullende voorwaarden
Op ieder kwadrant en daaraan gekoppeld thema stelt het College van Burgemeester en Wethouders voorwaarden op waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een vergunning. Voor een deel betreffen dit basisvoorwaarden waaraan iedere ontwikkeling moet voldoen. Daarnaast zijn uitwisselbare aanvullende voorwaarden geformuleerd. Hierin heeft de initiatiefnemer keuzemogelijkheid.
Zodoende kan een initiatiefnemer op het ene thema een extra stap zetten, terwijl een andere niet- basisvoorwaarde niet kan worden ingevuld. Zo spelen we optimaal in op de lokale context en kan de initiatiefnemer de voorwaarden invullen die bij hem of haar passen.
Per kwadrant moet aan alle basisvoorwaarden worden voldaan en aan een door de gemeenteraad vastgesteld aantal uitwisselbare aanvullende voorwaarden om voor een vergunning in aanmerking te komen. Het Raadsvoorstel Ontwikkelkader Mengpaneel wordt aangeboden aan de gemeenteraad in de zomer van 2025.
De uitbreidingsmogelijkheid is eenmalig en geldt zolang er geen sprake is van gewijzigd beleid.
Figuur 2: Kwadranten en thema's van het Mengpaneel Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie
Aanvulling n.a.v. aangenomen amendement 6: Mengpaneel
Het ontwikkelkader verblijfsrecreatie voorziet in een mengpaneel om buitenplanse ontwikkelingen te toetsen en te bezien of dit daadwerkelijk waarde toevoegt aan de samenleving, de omgeving en aan het toeristisch product. Het college komt met een uitwerking van deze inhoudelijke kaders. De gemeenteraad vanwege het zwaarwegende karakter van dit toeristisch kader ook de uitwerking van deze inhoudelijke punten wil vaststellen.
Richtinggevend beleidskader vanuit gemeentelijk beleid
Het lokale beleidskader voor het ontwikkelkader verblijfsrecreatie fase wordt gevormd door het programma toerisme 2021-2026, het ontwikkelkader verblijfsaccommodaties fase 1 en de Omgevingsvisie Veere 2047. Op de volgende pagina’s (bijlage 1a) worden de hoofdlijnen geschetst van het lokale beleid dat als kader dient voor het ontwikkelkader. Dit vormt het kader waarbinnen de doelen voor ontwikkelkader fase 2 zijn geformuleerd en de maatregelen zijn uitgewerkt.
Kaderstellend: Provinciale Omgevingsverordening
Kaderstellend hierbij is de Provinciale Omgevingsverordening. Deze komt voort uit de Zeeuwse Kustvisie en de Zeeuwse Omgevingsvisie. Bij alles wat we als gemeente doen in het buitengebied moet dit gebeuren binnen de kaders die de Omgevingsverordening hiervoor stelt. De Provincie Zeeland bepaalt daarmee de buitenranden. Strengere regels mogen we als lokale overheid wel hebben, ruimere ontwikkelmogelijkheden zijn niet mogelijk.
In bijlage 1b zijn de provinciale en landelijke beleidskaders opgenomen.
Programma toerisme 2021-2026 (2021)
Het toeristisch beleid van de gemeente Veere is vastgelegd in het programma toerisme 2021-2026. Hierin is de volgende ambitie vastgelegd: Als gemeente is het onze ambitie om een toeristische kustgemeente te zijn waar wonen, werken en recreëren in balans zijn, het landschap en de natuur ons kapitaal zijn en waar inwoners en ondernemers trots op zijn en toeristen zich welkom voelen.
In het Programma Toerisme hebben we vastgesteld dat we grip op de groei in verblijfseenheden houden. Dat doen we door gericht te sturen op kwaliteit, productdifferentiatie en duurzaamheid binnen de huidige groeicapaciteit. We werken alleen mee, onder voorwaarden, aan initiatieven op het gebied van verbetering en kleinschalige, beperkte uitbreiding van bestaande verblijfsaccommodaties die onderscheidend zijn en die bijdragen aan een gedifferentieerd aanbod.
Vanuit het programma toerisme zijn de volgende opgaven geformuleerd:
1. Herstellen balans leefbaarheid en toerisme: de sterke groei in verblijfsaccommodaties welke hieruit voortvloeit veroorzaakt een disbalans tussen leefbaarheid en toerisme.
2. Behouden en versterken van het landschap en de natuur: het behouden en versterken van de groene leefomgeving moet worden geborgd om de vrijetijdssector een duurzame toekomst te geven en inwoners te laten genieten van het wonen en recreëren in Veere.
3. Grip op groei aanbod toeristische verblijfsaccommodaties: het huidige beleid biedt veel ruimte voor het realiseren van nieuwe recreatieve bedden. Dit zorgt voor een structurele groei. Hiernaast ontbreekt actueel, integraal beleid voor verschillende sub sectoren.
4. Vitaal ondernemerschap en perspectief voor jongeren: ontwikkelingen die integraal bijdragen aan een aantrekkelijk, vitaal en gezond Veere verdienen medewerking. Hierbij wordt gekozen voor oplossingen die de Veerse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, als het nodig is met compenserende maatregelen.de Veerse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, als het nodig is met compenserende maatregelen.
Ontwikkelkader verblijfsaccommodaties fase 1 (2022)
Om grip te houden op de in het programma toerisme benoemde uitdagingen en de gestelde ambitie uit het programma toerisme te realiseren is ten behoeve van ontwikkelkader fase 1 de volgende strategie bepaald: Het toevoegen van waarde staat bij toekomstige ontwikkelingen voorop. De gemeente daagt initiatiefnemers in de verblijfsrecreatieve sector uit om te komen met innovatieve plannen die een kwalitatieve, duurzame, landschappelijke en maatschappelijk sociale bijdrage leveren om Veere aantrekkelijk, vitaal en gezond te houden.
Met het ontwikkelkader verblijfsrecreatie wil de gemeente Veere grip krijgen op de ontwikkelingen in de verblijfssector door de regie te pakken en te sturen. Dit vormt de basis onder de strategie en de uitgangspunten voor het ontwikkelkader. De strategie is vertaald naar twee basisuitgangspunten:
Ontwikkeling van verblijfsaccommodaties worden verstandig begeleid en waar nodig gereguleerd. Er wordt alleen meegewerkt aan initiatieven op het gebied van verbetering en kleinschalige, beperkte uitbreiding van bestaande verblijfsaccommodaties. Voorwaarde is dat deze accommodaties (of ontwikkelingen) onderscheidend zijn, bijdragen aan een gedifferentieerd aanbod en van hoge kwaliteit zijn. Daarbij moeten deze een bijdrage leveren aan de verbetering van leefbaarheid, aan nieuwe en duurzame werkgelegenheid en waarde toevoegen aan het landschap en de natuur.
Het toevoegen van recreatieve bedden is niet langer een logische keuze. Kansen op het gebied van uitbreiding in verblijfsaccommodaties zijn er in beperkte mate en alleen door een onderscheidend en duurzaam product te bieden dat aansluit bij de wensen van de doelgroepen waar Veere zich op richt. Lokaal ondernemerschap, waarbij de markt gekenmerkt wordt door familiebedrijven met een eigen identiteit en passie voor de omgeving, krijgen ruimte om te ondernemen en in te spelen op een dynamische markt. Juist het MKB en familiebedrijven zin belangrijk voor de lokale economie. Lokaal bewustzijn zorgt voor een zelfbewuste en onderscheidende uitstraling. Gestreefd wordt naar een diverse gevarieerde markt. Dit zorgt voor flexibiliteit en risicospreiding. De vrijetijdssector is geschikt om te experimenteren met grote opgaven op het gebied van duurzaamheid, circulariteit, energietransitie en klimaatadaptatie. Ondernemers moeten gefaciliteerd worden om hiermee te experimenteren.
Per deelsector is een ontwikkelrichting vastgesteld die de basis vormt voor de uitwerking in fase 2, de volgorde van de sectoren geeft de prioriteit aan zoals deze is vastgesteld. Hierbij nemen we in acht dat aan de hand van het doorlopen participatietraject er andere inzichten kunnen zijn ontwikkeld die afwijken van de ontwikkelrichting of juist een aanscherping zijn. Ook vragen ontwikkelingen, zoals wijziging van provinciaal beleid, voor een aanscherping.
Voor de ontwikkelrichtingen gelden de volgende overkoepelende criteria:
• Waarde voor leefbaarheid, landschap en natuur
• Impact op de nabije leefomgeving
1. Hotels en pensions: de grootte is momenteel geregeld in het bestemmingsplan op basis van een bouwvlak. Niet via aantallen recreatieve bedden. Hierover dient een keuze gemaakt te worden in het beleid. Aandachtspunten zijn ruimte voor kwaliteitsverbetering en inspelen op de gewijzigde eisen van de gast.
2. Reguliere campings: Het beleid dient aan te sluiten op de ambitie. Aandacht dient hierbij uit te gaan naar oppervlakte uitbreiding kampeerterreinen, verschraling van het productaanbod door de trend om toeristisch kamperen om te zetten naar chalets.
3. Kamerverhuur: in 2022 is beleid ingevoerd waarbij gekozen is voor aanscherping om de groei te remmen. Dit is enkel vastgelegd in het bestemmingsplan voor de kernen en (nog) niet voor het buitengebied.
4. Domburgse zomerwoning: beleid moet opgesteld worden.
5. Minicampings / kleinschalig kamperen: hiervoor bestond reeds beleid, de wijziging van de provinciale omgevingsverordening in 2022 waarbij een verruiming van het maximum aantal eenheden mogelijk is gemaakt vraagt om beleid.
Met betrekking tot recreatieappartementen boven detailhandel, recreatiewoningen en – appartementen, tweede woningen (met of zonder ontheffing), groepsaccommdaties, strandslaap-huisjes, NED’s en ligplaatsen in jachthavens geldt dat er reeds beleid is vastgesteld of dat ontwikkelingen gemonitord worden als basis voor eventueel nieuw beleid. In ontwikkelkader fase 2 gaan we daarom ook niet specifiek in op deze deelsectoren.
Omgevingsvisie Veere 2047 (2023)
De gezamenlijke ambitie van gemeente, inwoners, ondernemers en andere organisaties die betrokken waren bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie 2047 is om gezamenlijk bij te dragen aan een leefomgeving die aantrekkelijk, vitaal en gezond is.
Kijkend naar het landschap dan moet dit ook over 25 jaar nog steeds het belangrijkste kapitaal van Veere zijn. Een mooi landschap waar van kan worden genoten, waar mensen op af komen en waar geld mee wordt verdient. Maar wel anders dan voorheen. De grote maatschappelijke opgaven zoals de woningbouw, de energietransitie, het klimaat en de circulaire economie hebben ook in Veere invloed gehad en maken dat het landschap op een andere manier benut wordt. Het is de ambitie dat de gemeente ook de komende 25 jaar economisch aantrekkelijk blijft. De nieuwe duurzame en circulaire economie heeft grotere vormen aangenomen en trekt jonge mensen aan. Nieuwe bedrijvigheid die past bij het landschappelijk kapitaal en met respect voor de natuur, zoals duurzame kleinschalige visserij en volhoudbare landbouw. De toeristische en agrarische economie zijn daarin meegegroeid
Het perspectief is dat er als het ware een nieuwe samenwerking is ontstaan tussen het landschap, de natuur, de bewoners en de ondernemers. Een relatie die gebaseerd is op gedeelde maatschappelijke doelen, toekomstbestendige economische perspectieven en verdienmodellen en met meer betrokkenheid van bewoners en lokale ondernemers. Er wordt ingezet op een economie die op meerdere pijlers rust en daardoor gezond en vitaal is. Ook in de toekomst zullen toerisme en de gastvrijheidssector belangrijke pijlers van de economie zijn, waar bezoekers zowel het strand waarderen, maar ook de rust van de natuur en de diversiteit van het landschap en kernen die het verhaal van Veere vertellen. In dit perspectief heeft de Gemeente Veere de verblijfsrecreatie in aantal nieuwe accommodaties gelimiteerd, deze is daardoor beperkt gebleven en vooral gericht op de kust. Geen grootschalige vakantieparken en campings, maar kleinschalig, lokaal geaard.
Vanuit dit perspectief zijn verschillende opgaven geformuleerd. Gericht op verblijfsrecreatie zijn met name de opgaven Leefbaar Veere en Vitale en kwalitatieve economie voor de toekomst van belang.
Ingezet wordt op de balans tussen leefbaarheid en toerisme, behoud van sociale samenhang en voldoende woningen met een gevarieerd aanbod.
Een betere balans tussen leefbaarheid en toerisme moet worden bereikt door onder andere het afremmen van de groei van het aantal recreatieve bedden en geen grootschalige verblijfs- en dagrecreatie.
Vitale en kwalitatieve economie voor de toekomst
Om een vitale en kwalitatieve economie voor de toekomst te stimuleren wil de gemeente Veere meewerken aan initiatieven als er voldoende waarde wordt toegevoegd aan het landschap, de natuur en/ of sociaalmaatschappelijk.
Dit wil ze bereiken door gericht te sturen op kwaliteit, productdifferentiatie en duurzaamheid binnen de huidige groeicapaciteit van verblijfrecreatie.
De overige opgaven gericht op bijvoorbeeld klimaatbestendigheid en duurzaamheid zijn hieraan gelieerd. Door te sturen op duurzaamheid wordt ook bijgedragen aan deze doelen bij de ontwikkeling van verblijfsrecreatie.
Bijlage 1b: Provinciaal en nationaal beleidskader
Het provinciaal en landelijk beleid is als achtergrondkader opgenomen. Hierin komen op provinciaal niveau respectievelijk de Zeeuwse Omgevingsvisie (2021), de Zeeuwse Kustvisie (2016) en de Visie Bestemming Zeeland 2030 (2022). Op landelijk niveau zijn de nationale omgevingsvisie (NOVI) (2020) en de visie bestemming Nederland - Perspectief 2030 (2019) van belang
Eind 2021 stelde de Provincie Zeeland eind 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vast. De Omgevingsvisie gaat uit van een aantal ambities op vier verschillende hoofdthema’s op weg naar 2050. Recreatie wordt binnen deze ambities als een van de hoofdpijlers van de Zeeuwse economie en als een van de kernkwaliteiten omschreven.
1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland
2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied
3. Een duurzame en innovatieve economie
4. Klimaatbestendig en CO2 neutraal Zeeland
Deel B van de Zeeuwse Omgevingsvisie schetst het beleid voor de komende tien jaar die daarmee een bijdrage moeten leveren aan de ambities voor de komende 30 jaar.
Doelstelling voor recreatie en toerisme
In 2030 is Zeeland een bestemming waar ondernemers en bewoners de maatschappelijke meerwaarde van toerisme ervaren, gasten en bewoners betekenis kunnen geven aan hun vrije tijd en toekomstbestendig ondernemerschap en landschap samengaan. Recreatie en toerisme zijn belangrijke economische dragers voor Zeeland. De vrijetijdsector draagt wezenlijk bij aan maatschappelijke opgaven en heeft een hoog voorzieningenniveau tot gevolg, zowel in de steden als in de kleine kernen.
Gekoppeld aan de doelstelling voor 2030 zijn een viertal subdoelen benoemd
Een optimale beleving van Zeeland in alle seizoenen en alle regio’s: De Zeeuwse geografie met afwisseling van land, water, overkanten en stranden voegt aan alle andere voorzieningen een extra dimensie toe. De combinatie van het aantrekkelijke landschap met afwisseling tussen natuur, agrarisch landschap en historische/culturele kernen en steden, vormt het ‘decor van beleving’ voor gasten.
Ondernemingen in de recreatieve sector zetten in op het behoud en versterking van het gedifferentieerde aanbod en een spreiding van gasten in zowel tijd als ruimte.
De vrijetijdssector is toekomstbestendig: Bedrijven in de toeristische sector moeten aantrekkelijk blijven voor bezoekers en inwoners en inspelen op veranderende omstandigheden in de markt en omgeving.
Vanuit de overheid worden innovatief en toekomstgericht ondernemerschap gestimuleerd. Voor (nieuwe) ontwikkelingen wordt uitgegaan van verschillende kwaliteitsaspecten. Deze zijn gericht op ruimtelijke kwaliteit (versterken natuur en (nieuw) landschap), economische haalbaarheid, markt en onderscheidend vermogen (benutten lokaal DNA, gedifferentieerd aanbod voor alle doelgroepen en circulair) en sociaal- maatschappelijke bijdrage en draagvlak.
De veranderende vraag biedt kansen tot meer vitaliteit en diversiteit in het aanbod van verblijf. Kleinschaliger initiatievenzijn een waardevolle aanvulling op het reguliere aanbod en kunnen een belangrijke extra inkomstenbron zijn voor met name agrarisch ondernemers.
De sector levert een positieve bijdrage aan de omgeving en aan de samenleving: De leefomgeving is het fundament waarop het toerisme in Zeeland zich kan ontwikkelen. Tegelijkertijd heeft toerisme hierop allerlei effecten, zowel positieve als negatieve. Om de aantrekkelijkheid van Zeeland als bestemming te behouden, óók met de verwachte toename van het aantal gasten, zet de sector in op kwaliteit en flexibiliteit. Ook bij kleinere vormen van verblijfsrecreatie, zoals de toename van het aantal particuliere verhuurders is er aandacht voor de effecten op de leefomgeving. De essentiële onderleggers voor de Bestemming Zeeland 2030 zijn aanwezig: De sector zet in op een krachtige kennisinfrastructuur rondom toerisme. Dit moet leiden tot meer kennis over behoeften en motieven van bezoekers, de ontwikkeling van toerisme in Zeeland, de maatschappelijke betekenis en de effecten op de leefomgeving en van beleidskeuzes.
Beleidskeuzes en ontwikkelstrategie
Het bestaande beleid voor kleinschalig kamperen (25 kampeermiddelen waarvan ten hoogste 20% permanent), het verbod op permanente bewoning op (uitbreidingen van) verblijfsrecreatieterreinen en de plicht tot centraal bedrijfsmatige exploitatie op (uitbreidingen van) verblijfsrecreatieterreinen blijft bestaan. Daarnaast blijft vermenging van reguliere verblijfsrecreatie met tijdelijke reguliere huisvesting ongewenst, omdat dit ten koste gaat van het product.
Het streven naar een divers aanbod, de (verwachte) toenemende recreatiedruk en de behoefte aan enige ontwikkelruimte in de vrijetijdssector, in combinatie met de schaarse ruimte in Zeeland en het ruimtebeslag door andere gebruikers, vraagt om zorgvuldige afwegingen.
De in de Zeeuwse Kustvisie opgenomen kwaliteitsaspecten gelden ook voor de recreatie in de overige delen van Zeeland (en dus ook in de binnenring van Veere). Om de beoogde Zeeuwse Kwaliteitskust te bereiken geldt een tweezijdige ontwikkelingsstrategie: beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten (natuur en landschap, (verblijfs-)recreatie, water/strand en infrastructuur) en gebiedsgericht ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten.
De Zeeuwse Kustvisie is in 2016 opgesteld gedurende een interactief proces waarbij zowel overheden, natuurorganisaties als de recreatiesector betrokken waren. De Zeeuwse Kustvisie komt voort uit het landelijk kustpact en is gericht op het in balans ontwikkelen van de Zeeuwse kustregio. De Kustvisie is vertaald in de Zeeuwse Omgevingsvisie en in de provinciale Omgevingsverordening (specifiek ten aanzien van de ontwikkeling van de verblijfsrecreatiesector).
Omdat de Kustvisie specifiek inzoomt op de Zeeuwse kwaliteitskust waar Veere onderdeel van is, is zij wel relevant om apart uit te lichten in deze beleidsanalyse. De Zeeuwse Kustvisie bevat een ontwikkelkader voor de verblijfsrecreatie die als paraplu geldt voor het lokale ontwikkelkader.
Door de overheidsinvesteringen in de kustzone in de afgelopen decennia zijn de randvoorwaarden gecreëerd om tot een verdere (kwaliteits)verbetering van de Zeeuwse kust te komen. Kwaliteit en vitaliteit vragen echter niet alleen continue aandacht van de overheid, maar van alle partijen in de kust.
Met de Zeeuwse Kustvisie wordt de Zeeuwse Kwaliteitskust beschermd, versterkt en waar nodig hersteld. Er wordt ingezet op kwaliteit en niet op kwantiteit. Hierbij horen de volgende samenhangende uitgangspunten:
Symbiose: Het toeristisch product van de Zeeuwse kust wordt gevormd door de symbiose van de omgeving, de accommodaties en de onderliggende organisatie ervan. Heel veel partijen (waaronder ondernemers) dragen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de Zeeuwse kust.
Zeeuwse identiteit: Door bij alle ontwikkelingen bewust en consequent prioriteit te geven aan de Zeeuwse ruimtelijke identiteit en de identiteit van de eilanden wordt de kwaliteitskust nog meer herkenbaar echt Zeeuws. Belangrijke kenmerken zijn duurzaamheid, puurheid, respect voor natuur, landschap en andere culturen, nuchterheid in dienstverlening en handelen op basis van gelijkwaardigheid.
Herstel van kwaliteit: Daar waar de kwaliteit van de Zeeuwse kust onder druk staat, doordat de omgeving haar identiteit dreigt te verliezen, wordt ingezet op herstel. In deze gebieden wordt ingezet op een combinatie van het creëren van nieuwe landschappelijke kwaliteiten en verblijfsrecreatieve ontwikkelingen.
Differentiatie en toekomstwaarde: Om de onderscheidende kwaliteit en identiteit van de Zeeuwse kust verder te versterken wordt ingezet op een verdergaande differentiatie van het recreatieve product. Naast het benutten van de bestaande kwaliteiten, wordt ingezet op marktvergroting.
Toeristen die naar de Zeeuwse Kwaliteitskust komen verblijven in accommodaties van hoge kwaliteit. Kwaliteit in elk segment. De verblijfsrecreatieve sector zet daarom in op kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en onderscheidend vermogen tussen de verschillende regio’s. De sector draagt bij aan de landschappelijke kwaliteiten van Zeeland en staat in verbinding met de samenleving. Bedrijven met slechte kwaliteit verdwijnen op termijn.
De kernkwaliteiten van de Zeeuwse kust gaan verder dan strand, duinen en badplaatsen. Aansluitend hieraan liggen een tal van natuurgebieden met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Ook de karakteristieke openheid van het agrarische landschap draagt bij aan het ervaren van een gevoel van rust en ruimte. Gebieden met bijzondere waarden worden daarom beschermd. Andere gebieden bieden kansen om nieuwe (landschaps)kwaliteiten te ontwikkelen in samenhang met herstructurering en kwaliteitsverbetering in de verblijfsrecreatiesector. Om de beoogde Zeeuwse Kwaliteitskust dichterbij te brengen wordt ingezet op een tweezijdige ontwikkelingsstrategie:
1. Beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten
2. Gebiedsgericht ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten.
Ad 1. Beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten;
De Zeeuwse badplaatsen zijn dé locaties waar het toerisme in Zeeland zich concentreert. Voor de gemeente Veere zijn dit Vrouwenpolder, Oostkapelle, Domburg, Westkapelle en Zoutelande. De badplaatsen kennen een begrensd bebouwd gebied. Voor verblijfsrecreatieve ontwikkelingen binnen de grenzen van de badplaatsen wordt ingezet op herstructurering en kwaliteitsverbetering van het bestaande product. Binnen de benoemde grenzen zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk.
Verblijfsrecreatief gebied (geel)
Tussen de natuurgebieden, badplaatsen en het open agrarische landschap liggen veel recreatiebedrijven. De verblijfsrecreatieve sector richt zich op onderscheidende kwaliteit, differentiatie en versterking van de identiteit van Zeeland. De accommodaties zijn (meer) geïntegreerd met het (deels te creëren) kustlandschap, natuur en met de cultuur en economie van de Zeeuwse badplaatsen. De verblijfsrecreatieve gebieden bieden zowel accommodaties als dagrecreatieve mogelijkheden. Om de potentie van de Zeeuwse kust verder te benutten, wordt ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en differentiatie in de recreatiesector
Open agrarisch gebied (groen gestreept)
Centraal in deze gebieden staat het behoud van het contrast tussen de verdichte kust en het kenmerkende open agrarisch landschap. Door nieuwe (verblijfsrecreatieve) ontwikkelingen staat het behoud van de karakteristieke openheid in de lichtgroene gebieden soms onder druk. Om de openheid van het agrarische landschap te behouden, zijn nieuwe (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen uitgesloten.
Voor bestaande recreatiebedrijven grenzend aan open agrarische gebieden geldt dat bij een eventuele uitbreiding van het bedrijf de openheid van de lichtgroene gebieden zoveel als mogelijk gewaarborgd dient te blijven. Kleinschalige ontwikkelingen zijn mogelijk (aansluitend) op het (agrarisch) bouwvlak.
Ad 2. Gebiedsgericht ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten.
Aandachtsgebieden zijn gebieden waar de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn. Juist in deze gebieden liggen er kansen om integraal de kwaliteitskust opnieuw te ontwikkelen. Bij de ontwikkeling van aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren), de regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur. De recreatieve ontwikkelingsruimte in aandachtsgebieden is geen ‘vrije’ ontwikkelingsruimte. In alle gevallen moet de ontwikkeling in een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (herstructurering, verplaatsing, sanering) (elders) in de betreffende regio van de Zeeuwse kust.
In de Zeeuwse Kustvisie is een ontwikkelkader opgenomen voor de ontwikkeling van de verblijfsrecreatieve sector. Doel van het ontwikkelkader is om met een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau helderheid te verschaffen over de gewenste kwaliteit van de verblijfsrecreatie voor ondernemers en biedt een gelijk speelveld. Het ontwikkelkader is zowel in de berschermingsstrategie (voor badplaatsen geldt onderdeel B tot en met D, voor het verblijfsrecreatief gebied geldt onderdeel A tot en met D) als in de gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategie (onderdeel A tot en met D) kaderstellend. Dit betekent dat deze ook kaderstellend is bij het gemeentelijk ontwikkelkader.
Om de potenties van het recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, moeten ontwikkelingen in Zeeland minimaal aan de volgende basiskwaliteit voldoen:
Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk wanneer het nieuw uit te breiden terrein:
2. Integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap;
3. En de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap;
4. En het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is;
5. En er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op de totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen);
6. En maximaal 20% van het totale terrein mag aan de openbaarheid worden onttrokken3;
7. En de openbaar toegankelijke paden en routestructuren integraal onderdeel uitmaken van het landschap.
Figuur 2: Schematische verbeelding kwaliteitsverbetering bestaande bedrijven binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf
Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk wanneer:
a. Er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van de bestaande en toekomstige accommodatie;
b. En er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale terrein van 13% (exclusief centrale voorzieningen);
c. En er maximaal sprake is van 15% uitbreiding van eenheden.
Figuur 3: Schematische verbeelding kwaliteitsverbetering bij uitbreiding in oppervlakte en eenheden van het bedrijf
Ruimte voor maatwerkoplossingen is mogelijk als een specifieke situatie daarom vraagt. Hierbij geldt als principe dat bovengenoemde uitgangspunten communicerende vaten zijn. Een hoger percentage landschapsontwikkeling kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een hoger percentage uitbreidings-oppervlakte. Voor bestaande recreatiebedrijven grenzend aan open agrarische gebieden (groen gestreept), geldt dat bij een eventuele uitbreiding van het bedrijf de openheid van de lichtgroene gebieden zoveel als mogelijk gewaarborgd dient te blijven.
Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie.
2. Markt en onderscheidend vermogen van het concept
Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Met oog op de dynamieken verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen.
3. Sociaal maatschappelijke bijdrage
Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving
Met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is één van de uitgangspunten dat een nieuw uit te breiden terrein integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap.
Een belangrijk uitgangspunt van het Ontwikkelkader van de verblijfsrecreatieve sector is de maximale invulling (13%) van de terreinen ten behoeve van verblijfsrecreatie (exclusief centrale voorzieningen). Dit percentage is gebaseerd op gemiddelde oppervlakten van kampeereenheden. De tabel biedt een handvat om eigen maatvoering toe te passen.
Visie Bestemming Zeeland 2030 (2022)
Samen met de toeristische sector en de toeristische uitvoeringsalliantie en in samenspraak met de 13 Zeeuwse gemeenten stelde de Provincie Zeeland het toekomstbeeld op de bestemming Zeeland voor 2030 op.
Door het NBTC is richting 2030 een forse groeiprognose afgegeven voor kustprovincies wat betreft het aantal te verwachten bezoekers. Deze groei komt samen met vele andere uitdagingen en transities op de vrijetijdssector af. Deze bieden aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een waardevolle vrijetijdssector maar vragen ook om sturing.
De gezamenlijke ambitie van de sector en overheden is om te zorgen voor een vrijetijdssector die in balans met de samenleving en de omgeving bloeit. Voor het bereiken van deze balans zijn drie pijlers essentieel:
1. Toerisme draagt positief bij aan de omgeving en de samenleving
2. De vrijetijdssector is toekomstbestendig
3. Inwoner en gast hebben een optimale beleving
Verbonden aan de gezamenlijke ambitie en de drie pijlers zijn een aantal thematische ambities benoemd welke de onderlegger vormen onder een gezamenlijke uitvoeringsagenda, met betrekking tot verblijfsrecreatie zijn de volgende ambities van belang:
1. De inwoners van Zeeland kennen en ervaren de meerwaarde van de vrijetijdssector.
2. Zeeland ontvangt gasten die de kwaliteiten van Zeeland waarderen.
3. De vrijetijdssector heeft groot onderscheidend vermogen en is lokaal verbonden.
4. De natuur is beleefbaar, beschermd en versterkt.
5. De vrijetijdssector draagt positief bij aan het verduurzamen van de regio.
6. Het toerisme drukt niet meer op de woningmarkt voor de Zeeuwse inwoner.
7. De sector speelt met behulp van lokale verbinding en duidelijke regelgeving op verantwoorde manier in op nieuwe kansen en ontwikkelingen.
8. Zeeland is ook buiten het hoogseizoen aantrekkelijk
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (2020)
Vanuit het landelijk beleid is met name de nationale omgevingsvisie (NOVI) van belang als overkoepelend kader. Deze visie geeft richting aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Met name de passages over toerisme en het landelijk gebied zijn hierbij van belang.
Toerisme en recreatie zijn van toenemend economisch belang voor Nederland, maar zorgen ook voor druk op historische locaties, natuurgebieden en de lokale infrastructuur. Om het toerisme en de recreatie in goede banen te leiden is spreiding zowel in ruimte als in tijd nodig. Zo kan toerisme een positieve bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van diverse regio’s in Nederland en bijdragen aan een nieuwe, positieve dynamiek met bijbehorende werkgelegenheid. Anderzijds dragen alle verbeteringen van de ruimtelijke inrichting en kwaliteit in Nederland bij aan de toeristische mogelijkheden. In toeristische ontwikkelstrategieën kunnen gemeenten en provincies de keuzes vastleggen over de gewenste ontwikkeling van toerisme als ook de bijbehorende beleidsmaatregelen die aansluiten op de regionale opgaven en behoeften. Deze strategie wordt ook onderdeel van de Omgevingsagenda’s. Voor sturing op de ontwikkeling van toerisme is de draagkracht van de leefomgeving en samenleving uitgangspunt
Onze samenleving hecht grote waarde aan het Nederlandse landschap. Veel mensen wonen, werken en leven in dit landschap. Het geeft mensen identiteit en nodigt uit tot cultuurhistorische en ecologische beleving. Een goede indeling van het landelijk gebied is nodig om een vitaal platteland te behouden, waar het prettig is om te werken, wonen en recreëren. Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschap inclusief.
Visie bestemming Nederland - Perspectief 2030 (2019)
Het door de toeristische sector opgestelde Perspectief 2030 is tot rijksbeleid verheven. Het doel van Perspectief 2030 is het toekomstbestendig ontwikkelen van de bestemming Nederland waarin bezoek bijdraagt aan welvaart en welzijn van alle Nederlanders. Toerisme kan met name een bijdrage leveren aan het versterken van de Nederlandse identiteit, het vergroten van de leefbaarheid, realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen en het creëren van werkgelegenheid. Om Nederland als bestemming toekomstbestendig te ontwikkelen wordt ingezet op activiteiten die bijdragen aan het gedeelde belang van bewoners, bedrijven en bezoekers.
Om te bouwen aan een geliefde, waardevolle en leefbare bestemming met bezoekers die bij de bestemming passen is een aantal strategische prioriteiten geformuleerd die centraal staan in de ontwikkeling richting 2030.
Lusten en lasten in balans: toerisme moet beter in ruimtelijke plannen worden geborgd zodat een betere spreiding van toerisme en recreatie wordt gerealiseerd die een positieve invloed heeft op de leefomgeving.
Nederland overal aantrekkelijk: met oog op spreiding van bezoekers in tijd en ruimte wordt ingezet op het stimuleren van jaarrond aanbod. Ook wordt geïnvesteerd in toegankelijkheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van natuur. Regio’s moeten zich onderscheiden door de regionale voedselproductie beleefbaar en bezoekbaar te maken.
Toegankelijk en beleefbaar: ingezet wordt op leemtes in het OV-netwerk om mensen te verleiden plekken te bezoeken die minder makkelijk bezocht worden.
Duurzaam moet: de vrijetijdssector heeft een verantwoordelijkheid als het gaat om verduurzaming en minimalisering van uitstoot en vervuiling.
Gastvrije sector: een optimale gastvrijheidsbeleving is een resultante van de juiste mix van kwaliteit aanbod, serviceconcepten en persoonlijke benadering. Hiervoor wordt met name ingezet op human capital.
Bijlage 2: Cijfers m.b.t. de Veerse Verblijfsrecreatie
Om te kunnen sturen op de ontwikkeling van het verblijfsaanbod in de gemeente is het belangrijk om zicht te hebben op het aantal accommodaties in de gemeente. In Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie fase 1 was onderstaande tabel opgenomen ten aanzien van het aantal bedrijven, adressen, eenheden (kamers, kampeerplaatsen, huisjes etc.) en het aantal bedden wat daarin is gesitueerd. Deze tabel komt voort uit het onderzoek Leefbaarheid en Toerisme uit 2019.
* In buitengebied zeer beperkt
Figuur 4: Analyse bedrijven/eenheden/bedden ontwikkelkader verblijfsaccommodaties fase 1
Verdeling verblijfseenheden op basis van de Aanboddatabase Veblijfsaccommodaties
De afgelopen jaren zijn er verschillende accommodaties ontwikkeld, daarnaast is door Kenniscentrum Kusttoerisme de dataverzameling verbeterd. In de Zeeuwse aanboddatabase verblijfsaccommodaties is dit aanbod samengebracht. Vanuit deze database kunnen we de volgende data destilleren.
We benoemen hier de data van accommodaties waarop de maatregelen betrekking hebben. Hierbij maken we de cijfers inzichtelijk op het niveau van eenheden zoals deze zijn opgenomen in de aanboddatabase verblijfsaccommodaties. Voor kampeerterreinen (zowel kleinschalige kampeerterreinen als reguliere kampeerterreinen) wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen 6 type eenheden. Hierbij is telkens de definitie benoemd zoals deze geldt voor de dataverzameling. Ook het aantal slaapplaatsen wat door het CBS wordt toegekend aan een eenheid is daarbij benoemd.
Figuur 5: Verdeling totaal aantal eenheden en slaapplaatsen naar kern
• Toeristische kampeerplaatsen: grasplaatsen ten behoeve van de plaatsing van een (eigen meegebracht) mobiel kampeermiddel. Tot deze categorie behoren ook seizoensplaatsen (kampeerplaatsen die per seizoen verhuurd worden en waarop men dan een eigen kampeermiddel plaatst).
Gemiddeld 5 slaapplaatsen per kampeerplaats
• Jaarplaatsen: Kampeerplaatsen waarop de huurder een stacaravan of chalet voor eigen gebruik plaatst. De jaarplaats wordt per jaar verhuurd, meestal voor vele jaren achtereen. Er kan hierbij ook sprake zijn van verhuur voor kort toeristisch verblijf door de eigenaar van de stacaravan of het chalet.
Gemiddeld 5 slaapplaatsen per kampeerplaats
• Camperplaatsen: Camperplaatsen zijn speciaal ingericht voor kampeerauto’s / campers. Vaak zijn dit (deels) verharde plaatsen. Camperplaatsen kunnen zich bijvoorbeeld op of net buiten de camping bevinden.
Gemiddeld 5 slaapplaatsen per kampeerplaats
• Chalets/ stacaravans: Alle soorten verblijfseenheden op de grond die verplaatsbaar zijn, inclusief eigen sanitair en keuken. Het onderscheidt hen van vakantiewoningen, doordat zij in hun geheel verplaatsbaar zijn. Ook deze eenheden kennen veel verschillende verschijningsvormen en namen. Denk ook aan pipowagens, trailers etc.
Werkelijk aantal slaapplaatsen, indien niet bekend wordt met een gemiddelde van 5 slaapplaatsen per eenheid gerekend
• Tenthuisjes: Alle accommodaties met een tentdoek, denk aan bungalowtenten (verhuur), safaritenten, tentvilla’s, tipi’s, yurts e.d. Deze accommodaties beschikken veelal over eigen kookgelegenheid, maar niet altijd over eigen sanitair.
Werkelijk aantal slaapplaatsen
• Trekkershutten: Een trekkershut is een gebouw met een eenvoudige constructie (zonder sanitaire voorziening) en een beperkte omvang ten behoeve van een kortstondig recreatief nachtverblijf voor passanten.
Werkelijk aantal slaapplaatsen
Op reguliere kampeerterreinen maken we tot nog toe planologisch geen onderscheid tussen de verschillende type eenheden. Op kleinschalige kampeerterreinen wordt dit onderscheid wel gemaakt. Hier zijn, wanneer vergund, maximaal 5 vaste eenheden (chalets / stacaravans, jaarplaatsen, tenthuisjes, trekkershutten) toegestaan.
Noot: De aanboddatabase onderscheidt camperplaatsen. Planologisch wordt dit onderscheid niet gemaakt. We zien een camperplaats als toeristische kampeerplaats.
Bij de reguliere campings is er een overzicht gemaakt per overnachtingsvorm. Hierbij hebben we de gevonden data uit de aanboddata base verwerkt in het onderstaande.
Minicampings/ kleinschalig kamperen
Bij minicampings is er een overzicht gemaakt per overnachtingsvorm. Hierbij hebben we de gevonden data uit de aanboddata base verwerkt in het onderstaande.
Bij kamerverhuur is er een overzicht gemaakt per overnachtingsvorm. Hierbij hebben we de gevonden data uit de aanboddata base verwerkt in het onderstaande.
Vakantiewoningen / Domburgse zomerwoning
Doordat Veere geen registratieplicht heeft ingevoerd voor de Domburgse Zomerwoning valt er geen aparte registratie uit te voeren voor dit onderdeel. Het valt daarom onder de vakantiewoning.
Vakantiewoningen zijn in de aanboddata base geregistreerd in twee segmenten, bijzondere vakantiewoning (die alleen op een huisjesterrein gevonden kan worden) en vakantiewoning (waar ook de Domburgse zomerwoning onder valt).
Voor hotels, pensions en B&B’s zijn er twee varianten geregistreerd in de aanboddatabase. Kamers en appartementen.
Hoteldienstverlening, appartement
Duiding van verschillen tussen cijfers
In het Onderzoek Leefbaarheid en Toerisme, Programma Toerisme 2021-2026, Ontwikkelkader Verblijfsaccommodaties fase 1 en de Aanboddatabase Verblijfsrecreatie worden verschillende cijfers gebruikt ten aanzien van het aantal eenheden en bedden. De aanboddatabase verblijfsaccommodaties is de afgelopen jaren sterk verbeterd en is daarmee completer geworden.
Het grootste verschil is te duiden als gevolg van het aantal slaapplaatsen wat aan een kampeerplaats wordt toegekend. In de aanboddatabase worden aan een kampeerplaats, camperplaats en een jaarplaats standaard vijf slaapplaatsen toegerekend. In het onderzoek leefbaarheid en toerisme is uitgegaan van 3,5 slaapplaats per kampeerplaats omdat dit dichter bij de werkelijke situatie ligt.
Gebruikte definities en teleenheden waren dus verschillend waardoor de aantallen in de verschillende documenten variëren. Met oog op monitoring van toekomstige ontwikkelingen en om een goede vergelijking tussen gemeenten te kunnen maken beschouwen we de aanboddatabase verblijfsaccommodaties als uitgangspunt voor het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie - fase 2. Deze database wordt mede gevuld met de input van onze belastingsamenwerking.
Planologisch stuurt de gemeente op het aantal eenheden en niet op het aantal slaapplaatsen.
Bijlage 3: Duiding kwadranten uit het Mengpaneel
Toerisme moet bijdragen aan leefbaarheid. De bezoekers in Veere maken gebruik van dezelfde fysieke leefomgeving en voorzieningen als inwoners. Dat kan in het hoogseizoen zorgen voor een piekbelasting zoals verkeersoverlast en daadwerkelijke of ervaren drukte. Tegelijkertijd verdienen veel inwoners hun boterham in het toerisme, de sector biedt dan ook veel werkgelegenheid in Veere.
Binnen dit kwadrant sturen we op de volgende thema’s:
• Gebiedsgericht: We willen dat toerisme een wederkerige relatie heeft met onze inwoners. Eerlijk, maatschappelijk en duurzaam ondernemen zijn daar sleutelwoorden in. Daarnaast willen we dat ons toeristisch product beschikbaar is voor iedereen. Voor bezoekers en voor inwoners.
• Mobiliteit: De druk op het verkeersnetwerk is zeker in het hoogseizoen hoog. Verblijfstoerisme heeft hier een aandeel in, maar is niet allesbepalend in de piek. We zien op aankomst- en vertrekdagen, maar ook bewegingen van en naar de verblijfsaccommodatie tijdens het verblijf als momenten waar we de verkeersdruk kunnen beïnvloeden. We zetten in op het verminderen van verkeersbewegingen van auto’s door actief te stimuleren dat de gast de auto kan laten staan. Ook voor onze inwoners kan toeristische mobiliteit meerwaarde bieden.
• Structurele werkgelegenheid: Binnen de vrijetijdssector is nu veelal sprake van seizoen fluctuatie. Dit zorgt elk jaar weer voor veel druk om de bedrijfsvoering met tijdelijk personeel rond te krijgen.
• Ruimte om te wonen: Om vacatures in te kunnen vullen zien we dat (tijdelijk) personeel in toenemende mate arbeidsmigranten zijn met een huisvestingsvraagstuk. De uitdaging is, om het benodigde personeel op een menswaardige manier te huisvesten, in balans met de leefomgeving.
Waarde voor natuur en landschap
Het landschap en de natuur worden hoog gewaardeerd door inwoners en toeristen. Het behouden en versterken van de groene leefomgeving moet worden geborgd om de vrijetijdssector een duurzame toekomst te geven en inwoners te laten genieten van het wonen en recreëren in Veere.
Voorwaarden binnen dit kwadrant hebben betrekking op het gehele terrein of de gehele onderneming. Zo verkleinen we daadwerkelijk bij iedere ontwikkeling de ecologische voetafdruk.
Binnen dit kwadrant sturen we op de volgende thema’s:
• Duurzaamheid: Veere heeft alles in huis om met recht een duurzame bestemming te zijn. Er is voldoende zon, wind en water. De vrijetijdssector is geschikt om te experimenteren met grote opgaven op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en energietransitie en klimaatadaptatie. Door ondernemers te faciliteren kunnen we koploper zijn. Ook toeristen willen hun steentje hieraan bijdragen. Het begint steeds meer de norm te worden: een locatie beter achterlaten dan dat je hem aantrof.
• Klimaatadaptatie: Om weersextremen op te vangen zijn fysieke inrichtingsmaatregelen op terreinen en aanpassingen in bedrijfsvoering nodig. We leggen de focus m.b.t. klimaat adaptatie op het gebied van het verminderen van droogte en hittestress.
• Biodiversiteit: Het vergroten van de biodiversiteit verstevigt het toeristisch product in Veere. Onze omgeving is namelijk één van de unique sellingpoints waarom toeristen Veere bezoeken. Het vergroten van de biodiversiteit is noodzakelijk in de strijd tegen achteruitgang insectenstand en daarmee behoud van bestuiving, het verbeteren van het bodemleven en voldoende voedsel bieden voor mens en dier.
• Natuurinclusiviteit: Een ontwikkeling kan een bijdrage leveren aan het landschap door juist waarde toe te voegen aan het landschap en de natuur (landschapsproductie) in plaats van dat deze ontwikkeling ten koste gaat van het landschapOnderscheidend toeristisch aanbod
Onderscheidend toeristisch aanbod
Diversiteit en variatie zorgen voor flexibiliteit en risicospreiding: een monocultuur is kwetsbaar, zowel in economisch als in ecologisch opzicht. Dat gaat ook op voor recreatie en toerisme. We zetten in op een divers toeristisch verblijfsaanbod. Een gelimiteerde uitbreiding van verblijfsaccommodaties wordt enkel toegestaan wanneer een onderscheidend en duurzaam product wordt geboden dat aansluit bij de wensen van de doelgroepen waar we ons op willen richten en dat past bij wie we als bestemming zijn.
Binnen dit kwadrant sturen we op de volgende thema’s waarbij een initiatiefnemer moet motiveren in welke mate de gewenste ontwikkeling voldoet aan de volgende uitgangspunten:
• Kwaliteit: Iedere ontwikkeling moet kwalitatief van aard zijn. Kwaliteit heeft o.a. betrekking op service, borging van onderhoud, materiaalgebruik. Kwaliteit is niet persé luxe
• Mate van onderscheidenheid: We streven een gevarieerd toeristisch product na. Unieke verblijfsvormen passend bij het lokale DNA zijn hierbij het streefbeeld.
• Innovatie: Op welke manier draagt een ontwikkeling bij aan innovatie? Bijvoorbeeld op het gebied van service, techniek, type accommodatie of materiaalgebruik.
• Aansluitend op de behoefte van de bezoeker: Worden nieuwe doelgroepen bedient met het concept of betekent de ontwikkeling een verdieping van het aanbod voor reeds aanwezige doelgroepen. De gemeente bepaalt niet welke doelgroepen (moeten) worden bediend. Het is aan de ondernemer dit te onderbouwen, deze heeft immers het beste inzicht in de marktvraag vs. het aanbod.
Lokaal bewustzijn geeft een zelfbewuste en onderscheidende uitstraling. En niet onbelangrijk: lokale ondernemers hebben meer binding met collega-ondernemers in de buurt om elkaar opdrachten te gunnen. Denk aan het inrichten van een kampeerterrein of het aanbevelen van het lokale vlees van de slager om de hoek. Het houdt winst en risico bij elkaar. Bovendien waarderen de gasten onze lokale producten.
Kleinschaligheid en authenticiteit zijn bepalend voor het unieke karakter van Veere. Maar ook onder andere de herkenbaarheid van de kleine huisjes in Domburg, de rode daken in Westkapelle, de plattelandsweggetjes, het groen tussen de kernen, de rust en ruimte in het middengebied en de lieflijkheid van de bloemenakkerranden horen bij de Veerse maat. Samen bepalen ze het DNA van Veere dat willen we behouden.
• Aansluiting op het DNA: iedere dorpskern heeft een eigen kleur en karakter binnen het Veerse DNA. Een ontwikkeling maakt gebruik van- en draagt bij aan de versterking van het lokale DNA
• Schaal: Een ontwikkeling in Veere moet passen bij de schaal van het verblijfsaanbod, waarin een open landschap en ruimtelijke spreiding uitgangspunten zijn.
• Vitaal ondernemerschap: Het huidige ‘bedrijfsmatige’ productaanbod wordt grotendeels vormgegeven door kleine en middelgrote ondernemingen. Vaak familiebedrijven met een eigen identiteit en passie voor de omgeving. Zij zijn ‘de Veerse maat’. Een ontwikkeling moet bijdragen aan de versterking van deze ‘Veerse maat’, bijvoorbeeld ten aanzien van bedrijfsopvolging of het bijdragen aan de sociale samenhang met de lokale gemeenschap.
Bij het vaststellen van het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie stelt de gemeenteraad het gebruik van het instrumentarium vast. De specifieke voorwaarden binnen de 4 kwadranten en thema’s worden door de gemeenteraad middels een apart besluit vastgesteld. De voorwaarden staan niet op zichzelf, maar kunnen ook dienend zijn voor andere beleidsdoelen. Bijvoorbeeld dienend aan het mobiliteitsbeleid of duurzaamheidsbeleid. Voorwaarden die anno 2024 als uitwisselbare aanvullende voorwaarden gelden, zijn in de toekomst wellicht basisvoorwaarden.
Bijlage 4: Definities Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste definities benoemd zoals deze in het Omgevingsplan zullen worden opgenomen (op alfabetische volgorde)
Appartementen voor verblijfsrecreatie: boven dan wel onder of naast elkaar gesitueerde eenheden in één gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door personen die hun hoofdverblijf elders hebben, waarbij per eenheid een zelfstandige toegankelijkheid, gewaarborgd is. Daarnaast is ieder appartement voorzien van een eigen keukenblok, sanitair e.d.
Centrale bedrijfsmatige exploitatie: Omgevingsverordening Zeeland: via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanige exploitatie dat daarbij gedurende het jaar, in verschillende perioden, aan verschillende personen die hun hoofdverblijf elders hebben, recreatieve verblijfsmogelijkheden worden geboden.
Groepsaccommodatie: een deel van een gebouw dat bestemd is voor recreatief nachtverblijf door groepen waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/ of slaapkamers en waar een gemeenschappelijke ruimte beschikbaar is.
Hofstede camping: Een terrein of plaats behorende bij een agrarisch bedrijf en/ of direct daaraan grenzende, volgens het bestemmingsplan Buitengebied zijnde agrarisch bestemde gronden, welke geheel of gedeeltelijk zijn ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen, of geplaatst houden van mobiele kampeermiddelen en verblijfseenheden met maximaal 40 standplaatsen.
Hoofdkampeermiddel: een kampeermiddel dat op een standplaats door zijn aard, functie en afmetingen als belangrijkste kampeermiddel wordt aangemerkt.
Hotel: Een centraal bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar hoteldienstverlening (schoonmaak, handdoekservice, opmaak van bedden, etc.) plaatsvindt, en waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en eventueel aan passanten. (In toelichting opnemen: meer uitleg geven over restaurant functie/ hoteldienstverlening).
Kamerverhuur: Een ruimte in een permanente bewoonde (bedrijfs)woning die ter verhuur wordt aangeboden voor recreatief nachtverblijf. Deze ruimte is alleen bereikbaar via de hoofdingang van de woning, zonder dat een toiletruimte, badruimte of technische ruimte betreden moet worden. Er is uitsluitend sprake van logies met of zonder ontbijt. Er is in de verhuurkamer geen vaste of mobiele keuken of kookgelegenheid aanwezig.
Kampeermiddel(len): een plaatsgebonden kampeermiddel of mobiel kampeermiddel.
Kampeerseizoen: de jaarlijkse periode die loopt van 1 maart tot en met 15 november en betrekking heeft op kleinschalige kampeerterreinen. (in toelichting: bij agrarische bedrijven is straks geen kampeerseizoen)
Kampeerterrein: Een terrein of een deel van een terrein met standplaatsen, waarop kan worden overnacht in kampeermiddelen.
Kleinschalig kampeerterrein: Een terrein of plaats gelegen op een (voormalig) bouw- en/of bestemmingsvlak met de bestemming Sport, Wonen of Bedrijf en/of op direct daaraan grenzende volgens het bestemmingsplan Buitengebied als agrarisch bestemde gronden, die geheel of gedeeltelijk zijn ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen, of geplaatst houden van kampeermiddelen met maximaal 25 standplaatsen.
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: Het in een (bedrijfs)woning en/of in een bijbehorend bouwwerk uitsluitend door de bewoner(s) op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning en het woonperceel in overwegende mate hun woonfunctie behouden met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
Landschapscamping: een terrein of plaats behorende bij een agrarisch bedrijf en/of direct daaraan grenzende, volgens het bestemmingsplan Buitengebied als agrarisch bestemde gronden, welke geheel of gedeeltelijk zijn ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen, of geplaatst houden van mobiele kampeermiddelen met maximaal 60 standplaatsen.
Mobiel kampeermiddel: een voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief verblijf, zoals een tent, een tentwagen,een kampeerauto, een caravan, mits geen bouwwerk zijnde;
Niet permanente standplaats: een deel van een (kleinschalig) kampeerterrein, geschikt voor de plaatsing van een kampeermiddel, waarbij het kampeermiddel voor een aaneengesloten periode van ten hoogste het kampeerseizoen aanwezig mag zijn;
Ondersteuningsvoorziening: een ondersteunende voorziening, zijnde een onderdeel van of behorende bij een kampeermiddel, bedoeld ter fundering, bevestiging, aansluiting, koppeling dan wel ondersteuning anderszins, zoals een vlonder;
Permanente standplaats: een deel van een (kleinschalig) kampeerterrein, geschikt voor de plaatsing van een kampeermiddel, waarbij het kampeermiddel gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn.
Plaatsgebonden kampeermiddel: een eenvoudig verplaatsbaar kampeermiddel, bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen, dat jaarrond op een kampeerterrein uitsluitend op een permanente standplaats mag staan, zoals een permanente tent, een stacaravan, trekkershut, chalet, maar geen recreatiewoning.
Recreatief nachtverblijf: Met recreatief oogmerk verblijven met overnachting in een daartoe bestemde ruimte door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
Recreatiewoning: een permanent ter plaatse aanwezig gebouw ten behoeve van recreatief nachtverblijf, wat duurzaam is verbonden met de grond, niet zijnde een plaatsgebonden kampeermiddel.
Standplaats: Een niet-permanente of permanente standplaats.
Verblijfsrecreatie: Recreatie in ruimten die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf.
Verblijfsrecreatieve eenheden: Totaal aantal eenheden bestemd voor recreatief nachtverblijf. (in de toelichting verder uitleggen wat er bedoeld wordt met ‘eenheden’, bijv. kamers/kampeerplaatsen/huisjes/ etc.)
Zomerhuisje: Een gebouw bestemd voor recreatief nachtverblijf van personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
Zomerhuizenterrein: Een voor verblijfsrecreatie aangewezen terrein waarop verblijfsrecreatie in de vorm van recreatiewoningen mag plaatsvinden
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-188769.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.