Gemeenteblad van Oldebroek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oldebroek | Gemeenteblad 2025, 18838 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oldebroek | Gemeenteblad 2025, 18838 | beleidsregel |
Afwegingskader Programma Vitaal Platteland Oldebroek
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek;
gelezen het voorstel van het college van 17 december 2024;
met het Programma Vitaal Platteland Oldebroek (PVPO) wordt beoogd om op een andere manier naar ruimtelijke initiatieven in het buitengebied te kijken. Op 10 november 2022 is het Programma Vitaal Platteland Oldebroek (PVPO) vastgesteld. Een voorlopig opzet van het afwegingskader was een onderdeel hiervan. De eerste opzet en uitwerking van het afwegingskader is op basis van pilots uitgewerkt en geconcretiseerd. Met het aangepaste afwegingskader wordt tegemoet gekomen aan de wens om de randvoorwaarden te concretiseren, zonder dat dit ten koste gaat van het bieden van maatwerkoplossingen voor ruimtelijke initiatieven.
het afwegingskader is besproken met de raad. Middels een raadsgesprek op 29 maart 2023 en bespreking in de commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving op 10 september 2024 is de raad betrokken geweest bij de vorming van het uitvoeringsbeleid. Tijdens de commissieavond is vermeld dat het college het afwegingskader zal vaststellen.
gelet op het bepaalde in artikel 1.3, vierde lid en artikel 4.81 van de Algemene Wet Bestuursrecht juncto artikel 2.1 van de Omgevingswet, tevens artikel 1.3 aanhef en onder b van de Omgevingswet.
het beleid wordt aangehaald als: “afwegingskader Programma Vitaal Platteland Oldebroek”.
Het afwegingskader Programma Vitaal Platteland Oldebroek treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Afwegingskader voor initiatieven (PVPO)
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling verwacht de gemeente van de initiatiefnemer dat er wordt geïnvesteerd in verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de betreffende locatie. Uiteraard geldt dit naar evenredigheid van de omvang en de mate waarin het initiatief verandert ten opzichte van de huidige situatie. Er moet sprake zijn van ‘een voldoende bijdrage’ aan versterking van die kwaliteiten. Deze bijdrage kan in principe op verschillende manieren plaatsvinden: rechtstreeks (een ontwikkeling heeft een positieve ruimtelijk-functionele uitwerking), of de ontwikkeling biedt in sociaal opzicht een stimulans voor de leefbaarheid. Wat ‘een voldoende bijdrage’ is, is afhankelijk van de concrete situatie. Bij de beoordeling van initiatieven wordt een onderscheid gemaakt in:
Beoordeling van een initiatief en de relatie tot het VAB-beleid (Vrijkomende Agrarische Bebouwing)
Bij een nieuw initiatief wordt allereerst gekeken of het past binnen de kaders van het VAB-beleid, zoals dit is opgenomen in de structuurvisie Functieverandering Oldebroek. Bij het VAB-beleid geldt als uitgangspunt dat alle aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen (uitgezonderd de voormalige bedrijfswoning) en agrarische bouwwerken dienen te worden gesloopt. Dit geldt ook voor niet-agrarische bouwwerken voor zo ver deze bouwwerken geen functie krijgen op het erf.
Bij voldoende sloopmeters kan een woning worden teruggebouwd wanneer ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan. De sloopmeters worden bepaald aan de hand van legaal aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen. Onder agrarische bedrijfsgebouwen worden begrepen de agrarische bedrijfswoning(en), de legale bedrijfsgebouwen zoals veestallen, werktuigschuren en schuren voor opslag. Vanaf 700 m2 aan legaal aanwezige te slopen agrarische bedrijfsgebouwen kan er één vrijstaande woning teruggebouwd worden, bij meer dan 1.000 tot 2.000 m2 te slopen bebouwing kan een twee-onder-een kap woning worden teruggebouwd en vanaf 2.000 m2 te slopen bebouwing kunnen twee vrijstaande woningen worden teruggebouwd. Voor een toelichting op dit beleid en de geldende voorwaarden is de beleidsnotitie Functieverandering Vrijkomende Agrarische Bebouwing 2017 te raadplegen via de website van de gemeente.
Wanneer er een tekort aan sloopmeters is of wanneer een verzoek niet kan voldoen aan de voorwaarden van het VAB-beleid dan kan het PVPO mogelijk uitkomst bieden. Het uitgangspunt van het PVPO en dit afwegingskader is dat sloopmeters niet langer bepalend zijn. Daarentegen is er meer aandacht voor kwalitatieve ruimtelijke criteria.
Het PVPO en dit afwegingskader is tweedelig. Hieronder wordt allereerst ingegaan op de basisinspanning en vervolgens wordt ingegaan op de pluselementen. Wanneer bij een initiatief enkel sprake is van de basisinspanning dan kunnen twee vrijstaande woningen worden toegevoegd. Dit is vergelijkbaar met het bestaande VAB-beleid, met als verschil dat het initiatief op basis van andere criteria wordt beoordeeld. Wanneer er sprake is van pluselementen kunnen er meer woningen (4 en in uitzonderlijke gevallen maximaal 11) worden toegevoegd.
Waar een initiatief in ieder geval aan moet voldoen:
De ontwikkeling is verkeerstechnisch inpasbaar: er is sprake van een passende vorm van ontsluiting, die niet leidt tot overbelasting van de wegen in het buitengebied c.q. tot onveilige verkeerssituaties.
Per erf mag het aantal gezamenlijke uitwegen naar de openbare weg niet toenemen, tenzij dit verkeerstechnisch of qua verkeersveiligheid noodzakelijk is.
Indien een aanpassing van de infrastructuur nodig en aanvaardbaar is, komen de kosten voor rekening van de aanvrager.
Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en volgens de geldende parkeernorm conform de geldende parkeernota van de gemeente Oldebroek.
Er dient sprake te zijn van vermindering van het (legaal) bebouwde oppervlak op het erf. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen worden niet gesloopt, maar kunnen een nieuwe functie krijgen. Hergebruik van bestaande gebouwen voor een nieuwe functie is mogelijk, mits goed landschappelijk ingepast. Gebouwen die niet worden hergebruikt, worden gesloopt.
Het totale nieuwe erf past qua vormgeving, maat en schaal bij de agrarische/landelijke omgeving van de planlocatie. De bebouwing wordt geplaatst in een zo compact mogelijk erf. De ordening van de gebouwen refereert aan het agrarisch bedrijf, waarbij de gebouwen veelal gesitueerd zijn rondom een centrale ruimte. Er is een herkenbare ordening van hoofdgebouw gericht op de weg en schuurgebouwen daarachter.
Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing. Hiertoe dient een erfontwikkelingsrapport te worden opgesteld, dat door een ter zake kundig bureau is opgesteld (door een landschapsarchitect, die is geregistreerd in het architectenregister).
Hierin moet in ieder geval aan de orde komen:
In het erfontwikkelingsplan wordt een beplantingsplan opgenomen, waarin wordt voorzien in gebiedseigen beplanting. Het beplantingsplan geeft inzicht in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand). Instandhouding van erfbeplanting uit het erfontwikkelingsrapport wordt juridisch vastgelegd;
Met de architectonische vormgeving, toepassing van kleuren en materialen wordt aansluiting gezocht bij de bestaande landschappelijke, ruimtelijke en cultuurhistorische waarden. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit geldt de welstandsnota als afwegingskader. Afhankelijk van de situatie kan er een noodzaak zijn om nadere regels ten aanzien van beeldkwaliteit op te stellen (als deel van het erfontwikkelingsrapport).
In geval er andere functies dan wonen worden toegevoegd dan geldt dat er moet worden aangetoond waarom bepaalde oppervlakte nodig is voor de gewenste functie of activiteit. Bestaande gebouwen die geen duidelijke functie krijgen moeten verwijderd worden. Er moet sprake zijn van een clustering van gebouwen.
Pluselementen kunnen extra ontwikkelingsmogelijkheden op het erf opleveren
Bij initiatieven waarbij sprake is van woningbouw wordt als volgt beoordeeld of er sprake is van toegevoegde waarde:
Er geldt hierbij een tweedeling.
Toevoeging van maximaal vier woningen is mogelijk wanneer sprake is van minimaal twee van de volgende pluselementen:
Toevoeging van maximaal elf woningen is mogelijk wanneer er (naast de twee pluselementen) sprake is van de volgende bijzondere elementen:
Bij het toevoegen van maximaal vier of elf woningen is in beginsel de (ver)bouw van twee gebouwen het uitgangspunt, tenzij sprake is van een zeer grote oppervlakte te slopen gebouwen en het aantal van twee gebouwen niet in verhouding staat tot hetgeen gesloopt wordt. Bergingen worden in één gemeenschappelijk gebouw gerealiseerd. Dit is dan het derde gebouw dat op het erf wordt gebouwd. Afhankelijk van de situatie kan er een noodzaak zijn om vergunningsvrij bouwen uit te sluiten.
|
Er worden woningen voor specifieke doelgroepen gebouwd, zoals voor jongeren/starters of ouderen, of er is sprake van een geïntegreerd concept van wonen en zorg. Die sluit aan bij de Visie Wonen, Welzijn en Zorg om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen en de woningen betaalbaar te houden. Betaalbare woningen zijn woningen die in aanmerking komen voor de starterssubsidie van de gemeente. Middels een kettingbeding in de koopovereenkomst wordt gezorgd dat de woningen ook in de toekomst betaalbaar blijven. In geval van woningen voor ouderen moet het erf liggen op een locatie op korte afstand van centrumvoorzieningen. |
|
|
Het bouwvlak wordt verkleind en ter plaatse van het voormalige bouwvlak wordt de natuurlijke waarde versterkt |
|
|
Er worden extra landschappelijke maatregelen uitgevoerd. Naast de verplichte landschappelijke inpassing is er sprake van extra versterking van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse. Inspiratie kan gezocht worden in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) maar ook in bijlage III bij de Regels van de provinciale Omgevingsverordening (streekgids Gelderse streek Randmeerkust) en in het Gebiedsplan zoekzones landschappelijke versterking en groene wiggen. |
|
|
Maatregelen in het kader van biodiversiteit zijn een basiskwaliteit (het plaatsen van nestkasten). Extra versterking houdt in dat er natuurelementen worden toegevoegd op meer dan 20% van het perceel, die leiden tot het substantieel versterken van de biodiversiteit, zoals een kikkerpoel. Hierbij wordt de ‘Soortenatlas – kansen voor biodiversiteit in de gemeente Oldebroek’ als inspiratiebron gebruikt of diens opvolger. |
|
|
Klimaatadaptieve maatregelen zijn een basiskwaliteit (BENG-norm). Extra klimaatadaptieve maatregelen zijn bijvoorbeeld: gebouwen worden volledig energieneutraal gerealiseerd, de mogelijkheden voor duurzame opwek van energie zijn onderzocht en zoveel mogelijk toegepast, er is geen sprake van nieuwe volledige verharding, maar uitsluitend half verharding (waar nodig); de buitenruimte wordt schaduwrijk ingericht en hemelwater wordt opgevangen en hergebruikt. |
|
|
Een aantal voorbeelden zijn: Er worden publieke voorzieningen toegevoegd, zoals een openbaar wandel- of fietspad, er wordt een oplossing gevonden voor knelpunten in de infrastructuur, er worden recreatieve voorzieningen gerealiseerd. |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-18838.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.