Gemeenteblad van Schouwen-Duiveland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Schouwen-Duiveland | Gemeenteblad 2025, 184584 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Schouwen-Duiveland | Gemeenteblad 2025, 184584 | beleidsregel |
Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Schouwen-Duiveland 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland,
gezien het voorstel van afdeling Wonen Werken en Leven 22 april 2025, zaaknummer: 1435984,
De Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Schouwen-Duiveland 2025 vast te stellen.
Het kan soms voorkomen dat er ten onrechte of te veel bijstand is verleend. De wet geeft aan wanneer deze bijstand kan of moet worden teruggevorderd. Terugvordering is een bevoegdheid van het college, behalve wanneer het gaat om terugvordering vanwege het geven van verkeerde informatie. Daaronder wordt ook verstaan: het geven van onjuiste informatie, te laat geven van informatie of het niet geven van informatie. In zulke gevallen is terugvordering geen bevoegdheid, maar een verplichting van het college. Ook geeft de wet aan wat de mogelijkheden zijn voor kwijtschelding van de vordering. In gevallen dat kwijtschelding mogelijk is, laat de wetgever ruimte om dit beleid nader in te vullen.
De begrippen die in deze beleidsregels niet verder worden uitgelegd, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Artikel 2. Algemene bepaling over de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering
Deze dringende redenen zijn niet bedoeld als een algemene of categoriale mogelijkheid om van terugvordering af te zien. Maar als mogelijkheid voor een individuele benadering en een zorgvuldige afweging die per situatie anders kan uitpakken.
het college een concreet signaal krijgt waaruit afgeleid kan worden dat de uitkering verlaagd of beëindigd moet worden, dan is het college verplicht om de uitkering op korte termijn aan te passen. Past het college de uitkering niet aan binnen zes maanden na dat signaal, dan vordert het college de uitkering die vanaf dat moment wordt verstrekt, niet terug.
Artikel 6. Uitzonderingen op kwijtschelding
Artikel 7. Kwijtschelding van leenbijstand
Bij verstrekking van leenbijstand voor duurzame gebruiksgoederen/inrichtingskosten hanteert het college als uitgangspunt dat belanghebbende gedurende maximaal 36 maanden aaneengesloten aflost op de geldlening. Zodra gedurende 36 maanden volledig aan de aflossingsverplichtingen is voldaan, stelt het college een eventueel restant van de lening buiten invordering (als bijstand om niet verstrekt).
Het college legt de verplichting op dat de bijzondere bijstand die wordt verleend in afwachting van andere middelen ineens geheel wordt afgelost als de belanghebbende over deze middelen beschikt. Als de middelen niet voldoende zijn om de totale lening te voldoen, lost belanghebbende het restant volgens artikel 12 en 13 van deze beleidsregels af.
Artikel 8. Kwijtschelding van (leen)bijstand in verband met een schuldregeling
Artikel 11. Uitstel van betaling
In geval van een verwijtbare vordering stelt het college aan het uitstel een extra voorwaarde. Namelijk, voor zover de inwoner beschikt of komt te beschikken over aflossingscapaciteit, hij dit vermogen gebruikt ter aflossing van de openstaande schuld. Dit geldt voor zover zijn vermogen meer bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm.
Artikel 12. Betalingsverplichting bij inwoners met een uitkering
Als een andere schuldeiser beslag legt op de uitkering, kan de aflossingsverplichting worden bepaald op de volledige beslagruimte. Zoals artikel 475da-dc van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering beschrijft. De vordering van de andere schuldeiser kan dan niet worden afgelost uit de uitkering en moet wachten totdat de vordering van het college is afgelost.
Artikel 14. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college uit eigen beweging
Omdat de financiële situatie van de inwoner niet altijd stabiel is, kan een lopende betalingsverplichting tussentijds worden aangepast. Hierbij is het belangrijk dat de aflossing past bij de financiële situatie van de inwoner. Als het college aanwijzingen heeft gekregen dat de financiële ruimte van de inwoner is gewijzigd, onderzoekt het college of de betalingsverplichting moet worden aangepast.
Artikel 15. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college op verzoek van de inwoner
Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Schouwen-Duiveland 2025’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland d.d. 22 april 2025.
G.J. Benou, Locosecretaris
A.M.J. van Burg, Locoburgemeester
De terugvordering van bijstand gebeurt bruto, door het terug te vorderen bedrag aan bijstand te verhogen met de afgedragen belasting en premies. Indien het college de belasting en premies nog kan verrekenen met de Belastingdienst en het UWV, vordert het college enkel het netto bedrag terug. Wanneer belanghebbende geen verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van de terugvordering, wordt het terugvorderingsbedrag niet gebruteerd.
Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.
Artikel 2. Algemene bepaling over de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering
Soms moet een terugvorderingsbesluit worden voorafgegaan door een herziening of een intrekking van het recht op uitkering. De wetgever heeft bewust een onderscheid gemaakt tussen situaties die zijn ontstaan doordat de inlichtingenplicht niet (goed) is nagekomen en die door andere redenen zijn ontstaan. In de gevallen dat sprake is van een schending van de inlichtingenplicht zijn wij verplicht om het recht op uitkering te herzien of in te trekken. Als om een andere reden minder of geen recht op uitkering bestaat, zijn wij bevoegd om te herzien of in te trekken. In dit artikel geven wij aan dat wij van deze bevoegdheid gebruik maken.
Wanneer sprake is van een dringende reden, ziet het college af van terugvordering. De vraag wanneer er sprake is van een dringende reden om van terugvordering af te zien, is moeilijk in zijn algemeenheid te beantwoorden. Uitgangspunt is dat een dringende reden slechts aanwezig kan zijn indien er uitzonderlijke bijzondere omstandigheden in het individuele geval aanwezig zijn waardoor terugvordering leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de belanghebbende en/of zijn gezin. Nadrukkelijk geldt dat steeds van geval tot geval aan de hand van alle omstandigheden de situatie van de belanghebbende moet worden beoordeeld. De bedoeling van dit lid is dus niet om een algemene of categoriale mogelijkheid te bieden om van terugvordering af te zien.
Artikel 4. Afzien van terugvordering of verhaal na tijdsverloop
Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.
In lid 3 is opgenomen dat kwijtschelding niet met terugwerkende kracht kan worden verleend. Hierdoor wordt voorkomen dat al betaalde aflossingsbedragen moeten worden terugbetaald. De kwijtschelding vindt dus in het uiterste geval plaats voor het bedrag dat op het moment van besluitvorming nog open staat.
Artikel 6. Uitzonderingen op kwijtschelding
Kwijtschelding van vorderingen die worden gedekt door pand of hypotheek is niet mogelijk voor zover verhaal op de onderliggende goederen mogelijk is, omdat de zekerheid in het verleden door het college nu juist is geëist om volledige terugbetaling (zo veel mogelijk) te garanderen.
Artikel 7. Kwijtschelding van leenbijstand
Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.
Artikel 8. Kwijtschelding van (leen)bijstand in verband met een schuldregeling
In dit artikel is aangegeven wanneer er wordt meegewerkt aan een schuldenregeling waarbij geheel of gedeeltelijk wordt afgezien van een terugvordering. Dit artikel is niet van toepassing in geval van verwijtbare vorderingen en als hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd of aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht. In deze situatie verbieden de artikelen 60c Participatiewet en 29a IOAW/IOAZ het meewerken aan een dergelijke schuldregeling.
Wanneer een inwoner onder bewindvoering staat, kan dit een relevante omstandigheid zijn in de belangenafweging. Bewindvoering biedt waarborgen voor het beheer van de financiën van de inwoner en kan bijdragen aan het voorkómen van toekomstige financiële problemen. Het college kan besluiten dat, ondanks het eerdere tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, medewerking aan een schuldregeling passender is om de inwoner te helpen zijn financiële situatie te stabiliseren.
Artikel 9. Kwijtschelding bij kleine bedragen
Bij een vorderingsbedrag kleiner of gelijk aan € 150,00 per kalenderjaar wordt van terugvordering afgezien. Ten behoeve van de statistieken worden kruimelbedragen wel op- en afgeboekt in het digitaal registratiesysteem. Om het afgeven van een ‘verkeerd signaal’ te voorkomen, hoeft de belanghebbende hiervan niet in kennis te worden gesteld.
Artikel 10. Invorderingsbeschikking
Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.
Artikel 11. Uitstel van betaling
Inwoners kunnen een vordering niet altijd direct betalen. De inwoner kan dan uitstel van betaling krijgen als het college daar ambtshalve voor besluit of de inwoner daarom vraagt. De inwoner kan dan een betalingsvoorstel doen om de vordering in termijnen af te lossen. Als de gemeente daarmee instemt, treft de gemeente een betalingsregeling met de inwoner en hoeft de inwoner de vordering niet in één keer af te lossen
Artikel 12. Betalingsverplichting bij inwoners met een uitkering
Inwoners met een uitkering hebben meestal weinig mogelijkheden om een schuld te betalen. Het college houdt daar rekening mee en stelt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vast op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.
Artikel 13. Betalingsverplichting bij inwoners zonder een uitkering
Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.
Artikel 14. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college uit eigen beweging
Als het college informatie heeft gekregen dat de financiële ruimte van de inwoner is gewijzigd of gaat wijzigen, onderzoekt het college of de betalingsverplichting moet worden aangepast. Het kan dan gaan om signalen vanuit de gemeente zelf, bijvoorbeeld de melding dat de inwoner aan het werk is gegaan, maar ook vanuit andere organisaties, bijvoorbeeld van UWV of SVB over werk of inkomen.
Artikel 15. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college op verzoek van de inwoner
De inwoner kan de gemeente ook zelf vragen om de betalingsverplichting aan te passen. De inwoner voegt dan documenten en andere stukken bij, waaruit blijkt dat de financiële ruimte is gewijzigd of dat de betalingsverplichting om andere redenen moet worden aangepast. Factoren die daarbij een rol kunnen spelen zijn:
Artikel 16. Verrekening en beslaglegging
Wanneer een uitkering is teruggevorderd, bestaat soms een verplichting en soms een bevoegdheid om deze vordering te verrekenen met de uitkering.
Net als bij terugvordering en bij intrekking/herziening heeft de wetgever onderscheid gemaakt tussen situaties die zijn ontstaan doordat de inlichtingenplicht is geschonden en die door een andere reden zijn ontstaan. In de gevallen dat sprake is van een schending van de inlichtingenplicht zijn wij verplicht om de vordering (en eventuele boete) te verrekenen met een eventuele uitkering. Als om een andere reden minder of geen recht op uitkering bestaat, zijn wij bevoegd om de vordering te verrekenen met de uitkering. In lid 1 is beschreven dat wij gebruik maken van deze bevoegdheid.
Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-184584.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.