Besluit van de raad van de gemeente Oldebroek tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving 2024 (eerste wijziging)

De raad van de gemeente Oldebroek;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 maart 2025;

 

overwegende dat wij op 9 november 2023 de Verordening voor de fysieke leefomgeving gemeente Oldebroek 2024 hebben vastgesteld

 

dat het om redenen als verwoord in het voorstel van het college burgemeester en wethouders wenselijk is de Verordening voor de fysieke leefomgeving gemeente Oldebroek 2024 te wijzigen.

 

gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 22.4 van de Omgevingswet en artikel 149 van de Gemeentewet,

 

B E S L U I T:

Artikel 1. Wijziging van de verordening

de verordening voor de fysieke leefomgeving gemeente Oldebroek 2024, wordt als volgt gewijzigd

 

A.

Artikel 3.4, vierde lid komt te luiden:

 

  • 4.

    Het college kan een vergunning voor vellen verlenen indien sprake is van:

    • a.

      instandhouding niet langer verantwoord is;

    • b.

      het verplanten van een houtopstand, waarbij dit geen bedreiging vormt voor het duurzaam behoud van deze houtopstand;

    • c.

      een zwaarwegende maatschappelijke reden voor kap van een houtopstand, waarbij alle redelijke alternatieven zijn onderzocht;

    • d.

      een gemeentelijke houtopstand waarbij het vellen daarvan past binnen de visie van geldende omgevings-, groen-, of landschapsplannen.

Voordat het college een vergunning verleent wegens grond a of b, dient door de aanvrager van de vergunning een advies te worden overgelegd van een boomtechnisch deskundige. Het college kan besluiten dat van deze verplichting kan worden afgezien, indien naar het oordeel van het college uit de aanvraag reeds genoegzaam blijkt dat aan grond a of b voldaan wordt.

 

B.

Artikel 4:13, eerste lid komt te luiden:

 

  • 1.

    Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

    • a.

      onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

    • b.

      bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

    • c.

      kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;

    • d.

      mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

C.

Artikel 5:12 komt te luiden:

 

Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

  • 1.

    Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  • 2.

    Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen langer dan achtentwintig dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking gebruik te maken van voorzieningen bestemd voor het stallen van fietsen of bromfietsen.

  • 3.

    Het college stelt nadere regels op over de wijze waarop de bevoegdheid van lid 1 en lid 2 wordt uitgeoefend.

Artikel 2 Inwerkingtreding besluit

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oldebroek op 17 april 2025.

, voorzitter T.H. Haseloop-Amsing

, griffier J. Tabak.

TOELICHTING

Op 9 november 2023 heeft de gemeenteraad de Verordening voor fysieke leefomgeving gemeente Oldebroek 2024 (in vervolg VFL2024) vastgesteld. Met de vaststelling van de VFL2024 zijn een groot aantal regels voor de fysieke leefomgeving die nu opgenomen zijn in diverse zelfstandige verordeningen grotendeels geïntegreerd en geharmoniseerd in één verordening voor de fysieke leefomgeving. Deze VFL2024 is gelijktijdig met de Omgevingswet, op 1 januari 2024, in werking getreden.

 

De VFL2024 behoeft drie wijzigingen.

 

  • A.

    artikel 3.4.

    Dit artikel regelt de vergunningplicht voor het vellen van waardevolle houtopstanden en gemeentelijke houtopstanden. In het vierde lid worden de gronden aangegeven waarop de vergunning verleend kan worden. Op grond van sub c van het vierde lid kan vergunning verleend worden als er sprake is van een zwaarwegende maatschappelijke reden voor kap, waarbij alle redelijke alternatieven zijn onderzocht. In de huidige regeling bestaat die mogelijkheid echter alleen voor bomen op de bomenlijst. Met deze grond kunnen gemeentelijke houtopstanden niet vergund worden.

    Op grond van sub c van het vierde lid kan vergunning verleend worden voor gemeentelijke houtopstanden als het vellen daarvan past binnen de visie van geldende omgevings-, groen-, of landschapsplannen. In de huidige regeling bestaat die mogelijkheid echter alleen voor gemeentelijke houtopstanden. Met deze grond kunnen bomen op de bomenlijst niet vergund worden.

     

    Het is wenselijk om de c-grond ook van toepassing te laten zijn op gemeentelijke houtopstanden. Dit omdat er omstandigheden kunnen zijn dat op grond van de d-grond (nog) geen vergunning verleend kan worden terwijl de voortgang van een project de kap wel noodzakelijk maakt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om woningbouwprojecten die niet op basis van een wijziging van het omgevingsplan gerealiseerd worden maar op basis van een omgevingsvergunningsvergunning voor een buitensplanse omgevingsactiviteit (bopa) en waarbij de kap noodzakelijk is voor de uitvoering van het project en passend is binnen de daarbij behorende inrichtingsvisie. Daarom is de beperking tot bomen op de bomenlijst komen te vervallen.

     

    Ten aanzien van de a. en b.-grond geldt dat in de huidige regeling de aanvrager in alle gevallen een advies van een boomtechnisch-deskundige moet overleggen. In de praktijk blijkt dit echter niet in alle gevallen noodzakelijk en kan op basis van de aanvraag en de gemeentelijke expertise al afdoende beoordeeld worden of er voldaan wordt aan deze a. of b.-grond. Daarom is in het artikel de mogelijkheid opgenomen dat het college kan besluiten om af te zien van deze verplichting.

  • B.

    artikel 4:13

    In het eerste lid vervangen we “opheffing van overlast” door “beëindiging van overlast”. Dit betreft een tekstuele aanpassing, die duidelijker maakt wat er nodig is om te voldoen. Een inhoudelijke aanpassing is hiermee niet beoogd.

  • C.

    artikel 5:12

    Het eerste lid bevat een taalkundige, niet inhoudelijke wijziging: ‘’opheffing” wordt vervangen door “beëindiging”.

     

    Aan het artikel wordt een nieuw tweede lid toegevoegd dat de juridische basis geeft voor handhavend optreden tegen zwerffietsen en -bromfietsen. Dergelijke fietsen nemen onnodig plaats in bij stallingen, een probleem dat zich in Oldebroek met name manifesteert bij het NS-station te Wezep.

    Aan het artikel wordt een derde lid toegevoegd dat het college opdraagt om nadere regels te stellen over de uitvoering van de bevoegdheden uit het eerste lid. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de wijze van informeren over het toepassing zijn van een aanwijzing in de zin van het eerste of tweede lid en op de wijze van handhaven van het verbod.

Naar boven