Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 182667 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 182667 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling 010 Fit’R 2025-2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de concerndirecteur van cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 22 april 2025, met kenmerk M2501-1303;
gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, eerste lid, artikel 12, artikel 12a, eerste en tweede lid, artikel 13 en artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende dat het wenselijk is om een subsidieregeling vast te stellen voor begeleiding van kinderen met overgewicht in Rotterdam;
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van een eenmalige subsidie voor de duur van maximaal achttien maanden door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt per aanvraag ten hoogste het volgende bedrag per gebied:
Indien aan twee of meer aanvragen hetzelfde puntenaantal is toegekend en het deelplafond met deze aanvragen overschreden zou worden, gaat de aanvraag met het hoogste puntenaantal voor het criterium de kwaliteit van het begeleidingsprogramma voor. Indien de aanvragen ook hiervoor hetzelfde puntenaantal hebben behaald, wordt door middel van loting de plaats in de rangschikking bepaald.
Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies onder gebruikmaking van het daar beschikbare aanvraagformulier.
Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband overlegt de penvoerder bij de aanvraag:
een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Artikel 13 Verplichtingen subsidieontvanger
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
de activiteiten worden uitgevoerd door of onder coördinatie van professionals die beschikken over passende kwalificaties:
voor het stimuleren van gezonde leefstijl bij kinderen en het adviseren van kinderen en ouders, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, beschikt de professional ten aanzien van een of meer thema’s waarop diegene advies geeft, over een relevant diploma, of een relevante AGB-code, of een passende registratie, zijnde een registratie bij Kwaliteitsregistratie en Accreditatie Beroepsoefenaren in de Zorg, een registratie in het kwaliteitsregister voor fysiotherapeuten, een registratie in het Kwaliteitsregister voor Paramedici of een aansluiting bij de Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland;
Aldus vastgesteld in de vergadering van 22 april 2025.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage Systematiek van rangschikking als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Subsidieregeling 010 Fit’R 2025-2026
Criterium 1. De kwaliteit van het begeleidingsprogramma
Bij de kwaliteit van het begeleidingsprogramma wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde aanpak haalbaar, realistisch en origineel is. Hierbij wordt gekeken naar:
Criterium 2. De mate van aantoonbare ervaring met de activiteiten en de doelgroep
In welke mate hebben de in te zetten professionals of organisaties ervaring met de activiteiten en met de doelgroep? Hierbij wordt gekeken naar de mate van ervaring met:
Criterium 3. De mate van aantoonbare binding met het gebied
In welke mate zijn de in te zetten professionals en organisaties geworteld in het gebied? Hierbij wordt gekeken naar:
Criterium 4. De aansluiting bij de doelgroep
Bij de beoordeling van het criterium wordt gekeken in welke mate de aanpak past bij de doelgroep. Er wordt gekeken naar de wijze waarop en de mate waarin:
Criterium 5. De wervingsstrategie
Is de strategie voor het werven van kinderen en ouders haalbaar, realistisch en origineel?
Bij de beoordeling van het criterium wordt gekeken naar de kosten in verhouding tot de beschreven activiteiten rekening houdend met de duur van de begeleiding. Er wordt gekeken naar:
Toelichting bij de Subsidieregeling 010 Fit’R 2025-2026
Een gezonde leefstijl is belangrijk voor kinderen. Bewegen, een gezond voedings- en slaappatroon dragen allemaal bij aan een goede lichamelijke en mentale gezondheid. Jong geleerd is immers oud gedaan: wie op jonge leeftijd gezonde gewoontes aanleert, houdt deze gewoonten makkelijker vast. In Rotterdam kampt echter een groot aantal kinderen met overgewicht. In Nederland, maar ook wereldwijd, wordt overgewicht als een van de grootste uitdagingen voor de volksgezondheid gezien, vanwege de risico’s op gezondheidsproblemen en maatschappelijke problemen zoals verminderde school- en werkprestaties en verlaagd welbevinden.
Het college wil dat Rotterdamse kinderen met overgewicht de mogelijkheid hebben op gerichte begeleiding bij het ontwikkelen en volhouden van een gezonde(-re) leefstijl. Hierbij vormen een gezond gewicht en het voorkomen van obesitas bij deze kinderen een belangrijk uitgangspunt. Bij gezonde leefstijl gaat het om het ontwikkelen van een actieve leefstijl en gezonde voedingsgewoonten, versterken van motorische vaardigheden en om een duurzame gedragsverandering. Bij de begeleiding is er ook aandacht voor de onderwerpen slaap, schermtijd, stress, groepsdruk, verleidingen en stigma, zodat kinderen en ouders goed ondersteund worden om de ingezette veranderingen vol te blijven houden.
Op 28 november 2024 is het beleidsplan 010 Fit’R – Rotterdamse aanpak voor kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar met overgewicht – vastgesteld door de gemeenteraad. Aansluitend op dit beleidsplan is de Subsidieregeling 010 Fit’R 2025-2026 ontwikkeld. Via deze regeling kunnen lokale aanbieders subsidie aanvragen voor het bieden van begeleiding op bovenstaande thema’s aan kinderen met overgewicht en hun ouders.
Voorbeelden van geschikte beweeglocaties zijn bijvoorbeeld een gymzaal, sporthal, zwembad of sportveld. Het gaat om de bestaande Rotterdamse sportinfrastructuur. Plaatsen in de openbare ruimte, zoals het Kralingse Bos, vallen niet onder deze definitie.
De aanpak 010 Fit’R is gericht op specifieke activiteiten (namelijk integrale begeleiding op het gebied van bewegen/sporten en leefstijl) voor een specifieke doelgroep, te weten in Rotterdam wonende kinderen in de leeftijd 4 tot en met 12 jaar met overgewicht, zonder dat sprake is van obesitas, comorbiditeit of risicofactoren.
Het voorbereiden, coördineren en uitvoeren van de begeleiding
De subsidie heeft betrekking op de uitvoering van de begeleiding, en op de voorbereidende en coördinerende werkzaamheden die aanbieders uitvoeren in het kader van de begeleiding.
De ouders moeten actief betrokken worden bij de begeleiding. Zij hebben een belangrijke rol in het maken van leefstijlkeuzes voor en met hun kind en geven zelf het (goede) voorbeeld door de keuzes die ze zelf maken. Ouders bepalen bijvoorbeeld grotendeels welk voedsel er in huis is, en wat op welk moment wordt aangeboden aan een kind. Ook spelen zij een grote rol in het beweeggedrag van hun kind. Daarom is het belangrijk dat ouders handvatten krijgen bij het maken van deze keuzes en het stimuleren van hun kind op deze gebieden. Aanbieders kiezen zelf hoe zij deze betrokkenheid vormgeven. Er kunnen bijvoorbeeld aparte sessies voor ouders aangeboden worden, of geïntegreerde sessies voor ouders en hun kinderen, gericht op één thema of op een combinatie van thema’s.
Eerste lid, onderdelen a en b (Inhoud van de begeleiding)
De begeleiding van kinderen en hun ouders bestaat uit twee kernonderdelen, te weten het aanbieden van een wekelijks sport- en beweegmoment en het stimuleren van en adviseren over gezonde leefstijl. Begeleiding komt alleen voor subsidie in aanmerking als beide onderdelen worden aangeboden.
Actief sport- of beweegaanbod (onderdeel a)
Het eerste kernonderdeel is het actieve sport- of beweegaanbod. Zolang kinderen in begeleiding zijn bij de aanbieder(s), is het vereist dat zij één of twee keer per week kunnen deelnemen aan dit aanbod. Het aanbod wordt verzorgd in groepsverband door een geschikte professional op een geschikte beweeglocatie in het gebied waarvoor subsidie is aangevraagd. Het aanbod is gericht op de deelnemende kinderen, ouders mogen ook aansluiten als de aanvrager dit wenselijk acht. Er mag gebruik gemaakt worden van meerdere beweeglocaties. Er kan één specifieke sport of beweegactiviteit worden aangeboden of het kan een combinatie zijn van meerdere sporten of beweegactiviteiten. Hierbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de vijf grondmotorische vaardigheden (kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en snelheid). Ook elementen uit het eerste lid, onderdeel b, het stimuleren van een gezonde leefstijl bij kinderen en het adviseren van kinderen en ouders, mogen betrokken worden bij het actieve sport- en beweegaanbod, al naar gelang de voorkeur van de aanbieder.
Stimuleren van gezonde leefstijl bij kinderen en adviseren van kinderen en ouders (onderdeel b)
Het tweede kernonderdeel van de begeleiding is het stimuleren van gezonde leefstijl bij kinderen en het adviseren van kinderen en hun ouders op de thema’s voeding, bewegen, motorische vaardigheden, en duurzame gedragsverandering. Dit aanbod mag in (een combinatie van) groepsverband of individueel worden aangeboden, zolang het past binnen de kaders van de subsidieregeling. Aanbieders die op een aantal thema’s individuele begeleiding of groepsbegeleiding willen aanbieden aan kinderen of hun ouders met inzet van bijvoorbeeld een leefstijlaanbieder, diëtist, gewichtsconsulent of fysiotherapeut, dienen uit te zoeken hoeveel kosten kunnen worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar en deze kosten in mindering te brengen op de aangevraagde subsidie.
Aanbieders zijn vrij in hun keuze van de vorm en frequentie. Onderwerpen mogen ook spelenderwijs of in de vorm van activiteiten worden behandeld. Zo kan gekozen worden voor kookworkshops, supermarktsafari’s of het verkennen van beweegmogelijkheden (zoals speeltuinen) in de buurt. Van belang is dat kinderen (en hun ouders) daarnaast op de verschillende onderwerpen goed toegerust worden om zelfstandig betere keuzes te kunnen maken na afloop van de begeleiding.
Uitgangspunten bij gezonde voeding
Op het gebied van voeding helpen aanbieders kinderen en ouders om gezondere keuzes te maken die in lijn zijn met de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad, te vinden op de website: https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2015/11/04/richtlijnen-goede-voeding-2015. Kinderen en ouders leren meer over gezonde voeding en waarom dit belangrijk is. Aanbieders richten zich op het vergroten van kennis rondom de rol van voeding bij het overgewicht en het aanbieden van praktische handvaten voor kinderen en ouders. De adviezen sluiten aan bij de sociaaleconomische en culturele achtergronden van de deelnemers. De volgende onderwerpen kunnen in de begeleiding bijvoorbeeld aan bod komen:
De Richtlijnen Schijf van Vijf betreffen een praktische uitwerking van de Richtlijnen Goede Voeding, aangepast voor verschillende leeftijden. Hierin is meer informatie te vinden over dagelijkse porties, productgroepen en voorbeeldmenu´s specifiek voor kinderen tot en met 12 jaar. De Richtlijnen Schijf van Vijf is de vinden op de website: https://www.voedingscentrum.nl/professionals/schijf-van-vijf/richtlijnen-schijf-van-vijf.aspx
Uitgangspunten bij bewegen/sport/motoriek
Op het gebied van bewegen en sporten is de insteek dat wordt gewerkt aan alle elementen van physical literacy en dat deelnemers bewust worden van de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad voor kinderen van 4 tot 18 jaar en kinderen en ouders handvaten krijgen om dit te bewerkstelligen. Hierbij geldt dat bewegen breder wordt opgevat dan alleen sporten. Buiten spelen en lopen en fietsen in plaats van met de auto of openbaar vervoer worden bijvoorbeeld ook gestimuleerd. Er is niet alleen aandacht voor het beweeggedrag tijdens de periode van begeleiding, maar ook voor het volhouden van de ingezette verandering op de lange termijn. Aanbieders helpen kinderen en hun ouders om aansluiting te vinden bij structureel sportaanbod van bijvoorbeeld sportverenigingen, sportaanbieders, en de schoolsportvereniging in het gebied. Daarnaast wijzen ze kinderen en ouders op andere beweegmogelijkheden zoals buiten spelen, speeltuinen en andere beweeg- of sportmogelijkheden.
De elementen van physical literacy zijn:
De beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad voor kinderen van 4 tot en met 18 zijn:
De Beweegrichtlijnen zijn te vinden op de website: https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2017/08/22/beweegrichtlijnen-2017
Uitgangspunten bij duurzame gedragsverandering
De inzet op duurzame gedragsverandering is gericht op het ondersteunen van kinderen en ouders bij het maken van gezonde keuzes, het veranderen van gewoontes en gedragspatronen en het op de lange termijn volhouden van gezonde leefstijl. Het gaat hierbij om het volhouden van de ingezette veranderingen op het gebied van bewegen/sporten en voeding, maar ook om andere factoren die leefstijlgedrag kunnen beïnvloeden. Hierbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de onderwerpen slaap, schermtijd, stress, groepsdruk, verleidingen en het omgaan met het stigma rondom overgewicht. Bij onderliggende problematiek die het verbeteren van de leefstijl belemmert (bijvoorbeeld op het gebied van mentale of fysieke gezondheid, opvoeding of financiën), wijst de aanbieder kind of ouders op passend aanbod of ondersteuning in het sociaal of medisch domein.
Uitgangspunten bij werving van kinderen en samenwerking met partijen
Het is van belang dat een aanbieder kinderen en ouders in de doelgroep werft voor deelname aan de begeleiding. Hierbij kan worden samengewerkt met partners uit het sociaal/medisch domein (zoals (huis)artsen, paramedici, scholen, of andere partijen die werken met kinderen en ouders en die kinderen met overgewicht op een laagdrempelige manier kunnen doorverwijzen. Insteek is dat de promotie van de aanpak niet stigmatiserend werkt, maar juist op een positieve manier kinderen en ouders uitnodigt en motiveert om aan de slag te gaan met het verbeteren van de leefstijl van het kind. Samenwerkingsrelaties met partners in het sociaal en medisch domein kunnen ook worden benut bij het doorverwijzen van kinderen en ouders die meer of andere ondersteuning nodig hebben om de leefstijl van het kind duurzaam te verbeteren.
Bij overgewicht wordt gekeken naar de verhouding tussen lengte en gewicht, die wordt uitgedrukt in body mass index (BMI). De BMI geeft een inschatting van hoe gezond het lichaamsgewicht is in verhouding tot de lengte. Bij kinderen, die nog in de groei zijn, wordt gebruik gemaakt van een tabel met afkappunten die verschillen per leeftijd en per geslacht. Daarnaast zijn er aparte afkappunten voor kinderen met een bepaalde achtergrond. Deze afkappunten zijn gebaseerd op de internationale standaarden afkomstig uit wetenschappelijk onderzoek (Cole, 2012) en worden ook gebruikt in de Jeugdgezondheidszorg. De tabellen zijn onder andere te vinden op de website: https://www.voedingscentrum.nl/professionals/zwangerschap-en-kindervoeding/jgz-professionals/gezond-gewicht/bmi-jongens-en-meisjes.aspx.
De doelgroep betreft Rotterdamse kinderen van 4 tot en met 12 jaar. De leeftijd op de dag van aanmelding voor de begeleiding is hierbij leidend. Kinderen die gedurende de begeleiding 13 jaar worden, mogen dus ook deelnemen. Aanbieders mogen binnen hun begeleiding differentiëren binnen deze doelgroepen: bijvoorbeeld verschillende groepen/programma’s aanbieden voor specifieke groepen zoals op basis van leeftijd.
Een kind moet in ieder geval voor een duur van 12 weken begeleiding kunnen volgen, zodat er voldoende ruimte is om te werken aan structurele veranderingen in de leefstijl van het kind. Deze weken mogen aansluitend zijn, maar mogen ook onderbroken worden (bijvoorbeeld door schoolvakanties). Aanbieders mogen werken met begeleidingstrajecten met een vast begin- en eindmoment, waar alle kinderen tegelijk instromen, of ze mogen doorlopend begeleiding aanbieden en kinderen naar behoefte in- en uit laten stromen.
De aanpak 010 Fit’R is bedoeld als aanvulling op de landelijke ketenaanpak voor kinderen met obesitas of overgewicht met risicofactoren of comorbiditeit. Voor deze laatstgenoemde categorieën kinderen worden landelijk voorbereidingen getroffen voor aparte interventies (kinder-GLI en de inzet van de centrale zorgverlener) die vergoed worden door de zorgverzekeraar. De kinderen die in aanmerking (zullen) komen voor uit het basispakket van de zorgverzekering vergoede zorg door de zorgverzekeraar behoren niet tot de doelgroep van deze subsidieregeling. Alle kosten die in aanmerking komen voor vergoeding van de zorgverzekeraar komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 5 Samenwerkingsverband en penvoerderschap
Subsidie mag aangevraagd worden door één organisatie, indien deze zelf in staat is om alle activiteiten te verrichten (en dus beschikt over alle benodigde kennis en kwalificaties).
Een aanvrager mag ook samenwerken in een samenwerkingsverband, bijvoorbeeld wanneer de organisatie zelf niet beschikt over professionals die gekwalificeerd zijn om alle onderdelen van de begeleiding aan te bieden. Bij een samenwerkingsverband wijzen de betrokken partijen één penvoerder aan die namens hen de subsidie aanvraagt, aan wie de subsidie wordt verleend en die de subsidie verantwoordt. Het college heeft inzake de subsidie alleen contact met de penvoerder.
Indien partijen samenwerken in een samenwerkingsverband valt het aan te bevelen om de onderlinge afspraken goed (schriftelijk) vast te leggen, bijvoorbeeld in een samenwerkingsovereenkomst waarin de afspraken over taken, rollen en verdeling van de subsidiegelden worden vastgelegd.
Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Kosten zijn redelijk als ze noodzakelijk zijn voor de subsidiabele activiteiten, zoals omschreven in artikel 3, gebaseerd zijn op marktconforme prijzen en tarieven, en als de specificaties van aangeschafte goederen of diensten (en daarmee de kosten) niet hoger zijn dan nodig is voor de subsidiabele activiteit. Aanvragers geven inzicht in de kosten middels de begroting. Kosten worden alleen vergoed als ze redelijk zijn, en aanvragers aannemelijk kunnen maken dat zij deze kosten moeten maken om de begeleiding aan te bieden. Zaken die naar het oordeel van het college behoren tot de standaarduitrusting van partijen (zoals sportmateriaal van een sportaanbieder) beschouwt het college in dit verband niet als redelijk.
De volgende soorten kosten komen bijvoorbeeld in aanmerking voor subsidie:
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
Een aanvrager kan eenmaal subsidie per gebied aanvragen voor ten hoogste het in het artikel genoemde maximum bedrag per gebied. Met name in de grotere gebieden is er budget voor meerdere aanbieders (bijvoorbeeld minimaal 3 in de grotere gebieden).
Het totale subsidieplafond bedraagt € 3.000.000 en is uitgesplitst in deelplafonds per gebied. In alle gebieden van Rotterdam komt overgewicht voor, maar in een aantal gebieden is het probleem groter dan in andere gebieden. Het college subsidieert daarom ‘ongelijk’: voor die gebieden waar de problematiek het grootst is zijn grotere budgetten beschikbaar. De verdeelsleutel, op basis waarvan de deelplafonds zijn berekend, is gebaseerd op het aantal kinderen en de overgewichtsproblematiek in het gebied.
Alle aanvragen die binnenkomen, worden beoordeeld op basis van de criteria opgenomen in de bijlage. Aanvragen met de hoogste score komen vooraan in de rangschikking. Vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag met de daaropvolgende hoogste score, totdat het deelplafond voor het betreffende gebied is bereikt.
Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten scoren en er niet voldoende budget is om beide aanvragen toe te kennen, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium 3 ‘de kwaliteit van het begeleidingsprogramma’ voorrang krijgen. Als deze aanvragen op dit onderdeel evenveel punten scoren, zal er geloot worden.
Als er na de tenderprocedure nog budget overblijft in één of meer gebieden, kan het college besluiten een tweede aanvraagronde in te stellen. Als het college hiertoe beslist, zal deze tweede openstelling bekend gemaakt worden via www.overheid.nl onder vermelding van de gebieden waarvoor de tweede ronde wordt ingesteld, het nog beschikbare budget per gebied, de aanvraagtermijn en de beslistermijn.
Aanvragers mogen één aanvraag per gebied doen. Het is een aanvrager toegestaan om voor meerdere gebieden een subsidie aan te vragen. Per gebied moet dan een aparte subsidieaanvraag ingediend worden. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier dat gepubliceerd wordt op de subsidieportal van de gemeente Rotterdam.
In het geval van een samenwerkingsverband dient de penvoerder een, door alle in het samenwerkingsverband betrokken partijen getekende, verklaring bij te voegen waarin de samenwerkingspartijen de penvoerder machtigen namens hen op te treden. In deze verklaring staan in ieder geval de naam, het adres en de rol in het begeleidingstraject van de betrokken organisaties in het samenwerkingsverband vermeld. Alle betrokken partijen moeten deze verklaring ondertekenen.
Artikel 13 Verplichtingen subsidieontvanger
Deelname aan onderzoek (onderdeel a)
Subsidieontvangers nemen deel aan het onderzoek dat wordt uitgevoerd in opdracht van het college. Onderzoekers zullen subsidieontvangers informeren en instructies geven over het onderzoek nadat de subsidies zijn verstrekt. Hierbij kan gedacht worden aan deelname aan focusgroepen en een interview, verstrekken van een informatiebrief en toestemmingsformulier aan ouders en kinderen en het uitvoeren van metingen (bmi en motorische test).
Kwalificaties ingezette professionals (onderdeel c)
Het onderdeel actief bewegen bestaat uit de sport- of beweegtraining aan kinderen en eventueel ouders indien gewenst. Het is de bedoeling dat dit gegeven wordt door iemand die gekwalificeerd is om bewegen in groepsverband aan te bieden. Hierbij kan gedacht worden aan een professional met een opleidingsachtergrond in Sport & bewegen, CIOS (Mbo-opleiding), ALO of fysiotherapie (Hbo-opleiding of een registratie in een kwaliteitsregister voor fysiotherapeuten). Het mag ook gaan om een sportspecialist met aantoonbare kwalificaties in de sport die wordt aangeboden.
Op de subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt is het ‘Besluit VOG-plicht voor gesubsidieerde organisaties gemeente Rotterdam’ van toepassing.
Naleving van dit besluit wordt als subsidieverplichting opgenomen in de verleningsbeschikkingen aan de subsidieontvangers.
Van alle medewerkers die vanuit hun taak of functie in contact kunnen komen met kwetsbare personen, moet de organisatie beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet ouder is dan vijf jaar. Meer informatie over de VOG-plicht is te vinden op: https://www.rotterdam.nl/vog-verplicht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-182667.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.