Besluit van de raad van de gemeente Oldebroek tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening

De raad van de gemeente Oldebroek;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 maart 2025;

 

Overwegende dat de APV voor het laatst gewijzigd is op 1 januari 2024,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T:

Artikel 1: De Algemene plaatselijke verordening wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1:1 wordt ‘- gebouw’ en de bijbehorende definitie vervangen door:

  • -

    gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

B

Artikel 2:54 (Vervallen) wordt vervangen door:

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

  • 1.

    Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

    • a.

      tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aangewezen gebieden

    • b.

      in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:

      • 1°.

        sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;

      • 2°.

        er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of

      • 3°.

        het woon- of leefklimaat wordt aangetast.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het verbod geldt niet:

    • a.

      voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van het omgevingsplan is toegestaan;

    • b.

      voor woonwagens met een woonbestemming;

    • c.

      op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

    • d.

      op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Oldebroek zijn aangewezen

C

In artikel 2:60, eerste lid wordt ‘opheffing’ vervangen door ‘beëindiging’.

 

D

Artikel 2:71 komt te luiden:

Artikel 2:71 Definitie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

 

E

Artikel 2:78 komt te luiden:

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 3.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 4.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

  • 5.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

F

Artikel 2:79 komt te luiden:

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  • 1.

    Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  • 2.

    De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

    • a.

      geluid- of geurhinder;

    • b.

      hinder van dieren;

    • c.

      hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    • d.

      overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

    • e.

      intimidatie van derden vanuit een woning of een erf;

G

Artikel 2:82 komt te luiden:

Artikel 2:82 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

  • 3.

    De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

  • 4.

    Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  • 5.

    Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

  • 6.

    De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2: Inwerkingtreding

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking een dag na bekendmaking

Aldus besloten in de openbare vergadering

van de gemeenteraad van Oldebroek

op 17 april 2025.

, voorzitter T.H. Haseloop-Amsing

, griffier J. Tabak.

Artikelsgewijze toelichting

Op 1 januari 2024 is de algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) voor het laatst gewijzigd naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er zijn vanuit de VNG en vanuit de ambtelijke organisatie punten aangeleverd ter actualisering en verbetering van de verordeningen. Deze punten zijn verzameld in dit besluit.

 

Het gaat om zeven wijzigingen:

 

A artikel 1:1

De definitie van het begrip gebouw wordt gewijzigd. Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.

 

B artikel 2:54

Dit artikel wordt nieuw toegevoegd aan de APV en zorgt er voor dat er een verbod komt op het gebruik van een openbare plaats als slaapplaats. Per lid houdt dit het volgende in:

 

Lid één:

Het verbod heeft als doel het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de gemeente. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Tussen zonsondergang en zonsopgang geldt daarom een verbod in gebieden die het college kan aanwijzen. In andere gevallen geldt het verbod voor zover het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat.

 

Lid twee:

Op basis van dit lid kan het college in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod. Een ontheffing is denkbaar in het kader van overnachten in een voertuig door aanbieders van een in de gemeente te houden evenement.

 

Lid drie:

Dit lid bakent de verbodsbepaling af. Voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig of woonboot (dit zijn ook een woonark en woonschip) (a) of voor woonwagens met een woonbestemming (b) bestaan afzonderlijke voorschriften. Ook is nachtverblijf toegestaan op daartoe bestemde kampeerterreinen (c) of door het college op grond van artikel 4:19 van de Verordening Fysieke Leefomgeving aangewezen kampeerplaatsen buiten een kampeerterrein (d).

 

C artikel 2:60

In artikel 2:60, eerste lid vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’.

Dit betreft een tekstuele aanpassing, die duidelijker maakt wat er nodig is om te voldoen. Een inhoudelijke aanpassing is hiermee niet beoogd.

 

D artikel 2:71

Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is overbodig. Deze categorieaanduidingen komen te vervallen.

 

E artikel 2:78

Het gaat in dit artikel om een wijziging in de volgorde van de leden van het artikel. Lid 3 wordt lid twee en lid vier wordt lid drie.

 

Daarnaast zijn er de volgende inhoudelijke wijzigingen:

 

Lid één:

Door het verhogen van het maximale aantal uren van 24 uur naar 48 uur kan er voor langer durende evenementen waarbij toepassing van dit artikel nodig is direct op grond van lid 1 een gebiedsontzegging aan een persoon worden opgelegd.

 

Lid vier en 5 worden nieuw toegevoegd aan dit artikel:

 

Lid vier

De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 van de APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt.

Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt

 

Lid vijf:

Als iemand de openbare verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vijfde lid geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester.

 

F artikel 2:79

In artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen.

 

G artikel 2:82

Dit artikel wordt aangepast zodat het aansluit bij het model van de VNG en de begrippen aansluiten bij de recente jurisprudentie wet- en regelgeving.

 

Eerste lid

Het artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:82 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan.

 

Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn, kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. Momenteel staat in de APV het begrip ‘publiek toegankelijke ruimte’ door dit aan te passen naar het begrip gebouw sluit dit aan op de begrippen zoals opgenomen in de Omgevingswet.

 

Tweede lid

Het artikel geeft aan dat deze mogelijkheid tot sluiting een aanvulling is op de bevoegdheden van de burgemeester om op grond van de APV artikel 2:30 of artikel 13b van de Opiumwet overlast gevende inrichtingen, zoals horecabedrijven en seksinrichtingen, of woningen op grond van artikel 174a Gemeentewet te sluiten.

 

Derde tot en met vijfde lid

Naast de bekendmaking aan belanghebbende wordt ter plaatse een afschrift van het besluit tot sluiting aangebracht. Zo is voor eenieder voldoende kenbaar dat gedurende de sluiting niemand het gebouw of daarbij behorende erf zonder toestemming van de burgemeester mag betreden. Het is verboden dat afschrift te verwijderen. Lid vier en vijf zijn nieuw in dit artikel en zorgen en voor dat de huidige formulering concreter gemaakt wordt.

 

Zesde lid

Dit lid biedt de burgemeester de mogelijkheid om een sluiting op te heffen. Dit in een toevoeging aan de AVP. De burgemeester zal daartoe in de regel alleen overgaan op het moment dat er voldoende garanties aanwezig zijn waaruit blijkt dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het pand gewaarborgd zijn. Hiervan is geen sprake als er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie die heeft geleid tot een sluiting.

Naar boven