1e actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Berkelland 2020-2036

De raad van de gemeente Berkeland;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 februari 2025

 

b e s l u i t:

 

  • 1.

    De 1e actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Berkelland 2020-2036 vast te stellen.

Voorwoord

 

De gemeenteraad van Berkelland heeft op 15 september 2020 het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Berkelland vastgesteld. De looptijd van dit IHP bestrijkt de planperiode 2020-2036.

 

Het plan is voortvarend opgepakt. In deze actualisatie geven wij een terugblik over fase 0 en fase 1 en maken een actualisatie van de fases 2 en 3. In eerste instantie blikken wij ook even terug op de leerlingenprognose die is gehanteerd bij het opstellen van het IHP in 2019 en vergelijken deze met de meest actuele leerlingenprognose van 2022.

 

Het college wil, in lijn met het ingezette rijksbeleid, aandacht voor inclusief onderwijs en daarom is dit onderwerp ook als visie in deze actualisatie opgenomen.

 

Dit betreft een actualisatie van het IHP en niet een geheel nieuw IHP. Deze actualisatie leidt niet tot een verandering of wijziging van de volgorde van de vernieuwingen van de scholen ten opzichte van elkaar zoals deze waren en zijn vastgelegd in het IHP. De uitgangspunten en visies die in het IHP 2020-2036 zijn vastgelegd, blijven onverkort van toepassing tenzij hierop in deze actualisatie andere uitgangspunten worden geformuleerd.

De afgesproken fasering zoals die is vastgelegd blijft in stand. Binnen de periode van de betreffende fase kunnen de betreffende schoolbesturen een verzoek indienen om opname op het huisvestinsprogramma. De aanvraag wordt dan beoordeeld op basis van de beoordelingscriteria en de financiële mogelijkheden.

 

In de actualisatie van dit IHP zijn de wijzigingen ten opzicht van het IHP van 2020 geel gearceerd.

 

Samenvatting

 

Aanleiding

Dit IHP is in 2020 vastgesteld. Het is gebruikelijk dat een IHP tenminste eens in de vier jaar wordt geactualiseerd. De uitgangspunten van het IHP blijven onveranderd. In deze actualisatie wordt inzicht gegeven in de voortgang van het IHP en waar wenselijk worden op grond van ontwikkelingen nieuwe uitgangspunten voorgesteld.

 

Proces

Om inzicht te krijgen in de technische staat van de onderwijsgebouwen, hebben deskundigen van HEVO onderzoek uitgevoerd (de zogenaamde QuickScan). De werkgroep onderwijshuisvesting, bestaande uit een afvaardiging van de schoolbesturen, heeft input en feedback geleverd op de tussentijdse resultaten. De gesprekken over de toekomst van het onderwijs met schoolbesturen vonden veelal per kern plaats, vanwege de wisselende verdeling van schoolbesturen over de kernen. In de actualisatie is deze informatie nog steeds het uitgangspunt.

 

Fasering

In het IHP staan de plannen beschreven voor de komende 16 jaar (2020-2036). Die periode is verdeeld over 5 fases. De gebouwen behoeven nieuwbouw of een combinatie van een passende jas en duurzaamheidsmaatregelen.

Fase 0 omvat projecten die uitgevoerd zijn of worden uitgevoerd tijdens het schrijven van dit IHP onderwijs (voor september 2020).

In fase 1 (2020-2023) komen schoolgebouwen in Neede, Borculo en Rietmolen aan de orde.

In fase 2 (2024-2029) wordt een vervolg gegeven aan de ingezette herschikking van de gebouwen in Neede en Borculo.

In fase 3 (2030-2036) staan vooral scholen genoemd die in de kleine kernen staan. De komende jaren wordt duidelijk welke van deze scholen toekomstbestendig zijn, vooralsnog zijn daar geen investeringen voor opgenomen.

In de aanloopperiode naar fase 4 (2036 en verder) wordt opnieuw naar alle schoolgebouwen gekeken om te beoordelen welke maatregelen getroffen moeten worden.

 

Financiële consequenties

Bij de financiële consequenties zijn de bedragen opgenomen die volgens de VNG-normen (prijspeil 2025) van toepassing zijn. Daarnaast zijn er marktconforme bedragen opgenomen die zijn gebaseerd op de Bouwkostengenerator van HEVO. Bedragen ventilatie frisse scholen B zijn gebaseerd op de aanvullend kwaliteitskader zoals opgenomen in het Kwaliteitskader Huisvesting onderdeel Gezondheid (frisse scholen en buitenruimte) Ruimte-OK.

In de uitvoering wordt ieder uitvoeringsbesluit afzonderlijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd, inclusief een uitgewerkt plan en de bijbehorende kredietaanvraag.

Concluderend staat de gemeente Berkelland voor een enorme opgave die de komende jaren een fors beroep doet op de financiële slagkracht van de gemeente. Op dit moment worden de investeringen voor onderwijshuisvesting gedekt uit de reserve onderwijshuisvesting. Als deze reserve niet wordt aangevuld (bijvoorbeeld door mogelijke overschotten op de jaarrekening) dan is er niet voldoende budget om alle plannen bekostigen. Het is aan college/gemeenteraad om hier in de toekomst nieuwe aanvullende middelen voor vrij te maken in de begroting.

 

1. Inleiding; realisatie onderwijshuisvesting op maat

1.1 Aanleiding

Regierol gemeente

Gemeenten hebben een regierol op de huisvesting van scholen in hun gemeenten. Daarmee zijn gemeenten verantwoordelijk voor het voorzien van adequate huisvesting en de bekostiging van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van scholen. Met dit IHP onderwijs geeft de gemeente Berkelland invulling aan deze regierol. In hoofdstuk 2 en 3 wordt hier verder op ingegaan.

 

Ontwikkeling van kinderen

Adequate huisvesting is steeds belangrijker voor de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 18 jaar en de onderwijskwalificatie. Gemeente Berkelland, de schoolbesturen en de partners vanuit de kinderopvang voelen samen de verantwoordelijkheid om dit te faciliteren. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 3.2.

 

Transitieatlas

In de periode van 2013 tot en met 2016 is de transitieatlas tot stand gekomen, voor zowel Primair onderwijs als voor Beroepsonderwijs. Dit werd mogelijk door subsidies vanuit het Regiocontract en later van het ministerie van OCW.

Uit de rapportages van de Transitieatlas blijkt dat de gemeente Berkelland een stevige opgave kent qua leerlingendaling. In de periode van 2013 tot 2033 wordt in het basisonderwijs een leerlingendaling van 24,5% verwacht. Het grootste deel van deze daling is inmiddels achter de rug. In de periode 2020 tot 2033 bedraagt de daling nog maar 2,69%. De voorspellingen zoals gedaan in de Transitieatlas zijn uitgekomen. Bij het opstellen van dit IHP onderwijs is rekening gehouden met de al ingezette en nog te verwachten verdere daling.

 

Bij de uitvoering van het IHP wordt hierop ingespeeld door per kern gezamenlijke huisvesting voor de scholen te realiseren en hierbij het gesprek aan te gaan of de scholen nog zelfstandig moeten blijven bestaan of dat er wordt gewerkt naar samenwerkingsscholen.

 

Integrale aanpak

De gemeente Berkelland realiseert zich dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud en de identiteit van het onderwijs te allen tijde ligt bij de schoolbesturen, zoals ook vastgelegd in de Grondwet. Investeringen in kwalitatieve, functionele en eigentijdse scholen, die de diverse onderwijskundige en maatschappelijke vraagstukken aankunnen zijn nodig. Om dat te realiseren is samenwerking tussen de gemeente Berkelland en professionals vanuit scholen en kinderopvang organisaties noodzakelijk. De integrale aanpak draagt bij aan de ambitie voor behoud van keuzevrijheid, een goede spreiding en bereikbaarheid en passend onderwijs. Daarom is dit IHP onderwijs tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen gemeente Berkelland en de schoolbesturen.

 

Betrokkenen bij (de actualisatie van) het IHP onderwijs

Omdat het hier niet gaat om het vaststellen van een nieuw IHP, maar om het actualiseren van het lopende IHP, is het concept in eerste instantie door de gemeente opgesteld. Uiteraard is het concept in een bestuurlijk overleg met de schoolbesturen verder besproken en zijn er met de schoolbesturen en kinderopvanginstellingen kerngesprekken gevoerd.

 

1.2 Doel van het IHP onderwijs

Het doel van dit IHP onderwijs is om als schoolbesturen en gemeente samen een plan voor de toekomst te hebben over hoe we om willen gaan met de huisvesting voor onderwijs. Doordat het IHP onderwijs wordt opgenomen in de Wet op het Primair Onderwijs ontstaat een verplichting voor gemeenten om in samenspraak met de schoolbesturen een IHP onderwijs voor tenminste 16 jaar op te stellen. Dit IHP onderwijs is in combinatie met de Meerjaren Onderhoudsplanning (MOP) de basis voor een langjarige planning van investeringen in onderhoud, renovatie en nieuwbouw, maar ook sluiting en sloop, met de diversiteit van het onderwijs en de demografische ontwikkelingen als uitgangspunt.

 

Na vaststelling van dit IHP onderwijs beschikt de gemeente Berkelland over een strategisch plan voor de onderwijshuisvesting. Daarin heeft de gemeente, in overleg met de schoolbesturen, het huisvestingsbeleid voor de komende 16 jaar bepaald en het investeringsprogramma voor de komende 8 jaar vastgelegd. Het investeringsprogramma vaststellen voor de laatste 8 jaar is lastig doordat niet voor alle scholen duidelijk is wat de wensen zijn. Daarnaast is het mogelijk dat bedragen en eisen dan anders zijn. In de uitvoering wordt ieder uitvoeringsbesluit afzonderlijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd, inclusief een uitgewerkt plan en de bijbehorende kredietaanvraag. In hoofdstuk 7 is beschreven hierover meer beschreven.

 

Het IHP onderwijs is een document dat op basis van consensus is bereikt tussen gemeente en schoolbesturen. De tendens om consensus tussen gemeenten en schoolbesturen over de onderwijshuisvesting over meerdere jaren vast te leggen, heeft verschillende oorzaken. Voor de schoolbestuurders is het belangrijk dat er meer zekerheid ontstaat over te verwachten investeringsbeslissingen op korte en middellange termijn. Voor de gemeente is de consensus om dezelfde reden van belang.

 

1.3 Structuurbeschrijving

In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding tot het opstellen van een IHP onderwijs beschreven. Vervolgens geeft dit IHP onderwijs de lezer in hoofdstuk 2 beknopt inzage in de geldende wet- en regelgeving die van toepassing is op onderwijshuisvesting en de recente ontwikkelingen. Deze weergave is relevant omdat onderwijshuisvesting inmiddels een veel bredere functionaliteit heeft dan het faciliteren van het onderwijs zelf. Dat heeft te maken met de veranderende visie op het onderwijs als vindplaats van kinderen waarbinnen veel maatschappelijke organisaties intensief met elkaar samenwerken. De gemeente Berkelland heeft aan die ontwikkeling een voor de gemeente specifieke invulling gegeven, dat wordt in hoofdstuk 3 beschreven.

 

Om zicht te krijgen op de bouwkundige staat van de gebouwen en de onderwijskundige functionaliteit, heeft HEVO in opdracht van de gemeente alle schoolgebouwen ‘geschouwd’. De resultaten worden weergegeven in de rapportage van de QuickScan. In hoofdstuk 4 wordt de samenvatting weergegeven, samen met de leerlingenprognoses en een overzicht van de capaciteit van de afzonderlijke gebouwen. Omdat er in de actualisatie geen sprake is van het veranderen van de toekenning van voorzieningen per fase, is voor deze actualisatie geen nieuwe QuickScan uitgevoerd.

 

In hoofdstuk 5 staan de scenario’s beschreven voor de planperiode van 16 jaar, inclusief de uitvoeringsagenda. Ook worden de financiële consequenties daarvan in dit hoofdstuk zichtbaar.

 

In hoofdstuk 6 is beschreven hoe de uitvoering van dit IHP onderwijs wordt geborgd, zowel financieel als juridisch. Ten slot wordt in hoofdstuk 7 beschreven hoe de uitvoering van het IHP onderwijs er mogelijk uit ziet.

2. Regelgeving, visie en kaders

In dit tweede hoofdstuk zijn de visies en regelgeving voor onderwijshuisvesting beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op hoe dit voor gemeente Berkelland leidt tot een IHP onderwijs. Tot 2025 heeft het IHP onderwijs de status van een bestuurlijke afspraak, omdat er nog geen wettelijke verplichting is voor het vaststellen van een IHP onderwijs. Als het IHP onderwijs, naar verwachting in januari 2026, een wettelijk verplicht document wordt, zal ook de status veranderen. Het IHP onderwijs wordt aan die verwachtingen bijgesteld, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt met de onderwijshuisvestingsverordening.

 

2.1. Wettelijke zorgplicht

Onderwijshuisvesting

De gemeente heeft wettelijke zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente moet voorzien in adequate huisvesting voor het Primair Onderwijs, (Voortgezet) Speciaal Onderwijs en Voortgezet Onderwijs. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Zo is de gemeente onder andere verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud van de gebouwen, zowel binnen- als buitenkant, en de exploitatie van het gebouw is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Vooralsnog is niet wettelijk geregeld wie verantwoordelijk is voor de renovatie van schoolgebouwen.

 

Kinderopvang

De gemeente heeft geen zorgplicht voor de voorzieningen voor kinderopvang. De visie van gemeente Berkelland op Integrale Kindcentra (verder te noemen als IKC) is beschreven in paragraaf 2.6.

 

2.2. Gemeentelijke verordening onderwijshuisvesting

Voor de uitvoering van de wettelijke zorgplicht is de gemeentelijke verordening ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2019’ van kracht (verder te noemen als verordening). Vanuit de VNG wordt regelmatig een modelverordening opgesteld, die de gemeente Berkelland nagenoeg volledig overneemt vanwege de uniformiteit. Gemeente Berkelland heeft de verordening vastgesteld op 21 mei 2019. Hier is de verordening online te vinden. Deze verordening regelt het onderwijshuisvestingsbeleid. Het geeft onder andere uitgangspunten voor voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij de gemeente. De gemeente gebruikt de opgenomen criteria om te toetsen of een aangevraagde voorziening voor vergoeding in aanmerking komt.

De VNG is op dit moment aan de slag met het aanpassen van de modelverordening aan de nieuwe ontwikkelingen. De inzet is om deze in de eerste helft van 2025 te publiceren. De gemeente Berkelland zal hierna de modelverordening vertalen in een lokaal toegespitste Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs in overleg met de schoolbesturen. Verwachting is dat in het derde kwartaal van 2025 deze verordening aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

 

Eigendom schoolgebouwen

Over het algemeen hebben schoolbesturen het juridisch eigendom van schoolgebouwen. Er zijn enkele uitzonderingen; geplande nieuwbouw van ’t Simmelink (stichting IKC ’t Simmelink), de Willibrordusschool in Ruurlo en VSO De Triviant (maken beiden gebruik van een huurpand). Ook het Zone-College is in dit kader een uitzondering (het viel tot 2017 onder het ministerie van Economische Zaken en valt nu onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).

 

Medegebruik

In de verordening is aangegeven dat voor de verhuur van lokalen toestemming is vereist van het college. Bij verzoeken om aanvullende huisvesting gaan wij per kern ook stringenter beoordelen of er binnen de in de verordening genoemde afstand van 2 kilometer een mogelijkheid is om gebruik te maken van leegstaande ruimte in andere schoolgebouwen.

 

Terugname

Op het moment dat een schoolbestuur een gebouw aan de gemeente teruggeeft, omdat deze niet meer nodig is voor het onderwijs aan een school van dat schoolbestuur, wordt de volgende procedure gevolgd;

  • 1.

    Schoolbestuur en gemeente verklaren in een gezamenlijke akte dat de school met ingang van een bepaalde datum niet meer noodzakelijk is voor het onderwijs van die school.

  • 2.

    Door inschrijving van deze akte in het kadaster verkrijgt de gemeente weer het eigendom.

  • 3.

    De gemeente laat een conditiemeting uitvoeren op basis van score 3 en een rapport ‘staat van onderhoud’ opstellen.

  • 4.

    Gemeente en schoolbestuur gaan met elkaar in gesprek over deze ‘staat van onderhoud'. Hiervoor kan mede gebruik worden gemaakt van de meerjarenonderhoudsplanning van de betreffende school. Het resultaat van dit gesprek is de constatering of er al dan niet sprake is van achterstallig onderhoud. Is dit het geval, dan wordt dit in de akte vermeld. Ook wordt aangegeven welk bedrag het schoolbestuur aan de gemeente vergoedt om het achterstallig onderhoud op te lossen.

Doordecentralisatie

De gemeente kan er, in samenspraak met één of meerdere schoolbesturen, voor kiezen dat schoolbesturen zelf geheel verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting met inbegrip van onder andere nieuwbouw en uitbreiding. Hiervoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. We spreken hier dan over doordecentralisatie. De gemeente behoudt dan echter wel haar zorgplicht, wat betekent dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de realisatie van adequate onderwijshuisvesting bij de gemeente blijft liggen. De schoolbesturen zijn echter verantwoordelijk voor de uitvoering. Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over de monitoring en de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd.

 

Het college van B&W van de gemeente Berkelland heeft ten aanzien van doordecentralisatie het standpunt ingenomen dat hieraan geen medewerking verleend wordt. Juist in deze tijd is een integrale aanpak in de wijk of kern gewenst. De gemeente wil de vrijheid op hier op te kunnen sturen behouden.

 

2.3 Ontwikkelingen kleine scholen toeslag

Bekostiging speelt een rol bij het in standhouden van scholen. Momenteel ontvangen alle scholen met minder dan 150 leerlingen een kleine scholen toeslag. Ook scholen in grote steden. Het huidige kabinet vindt het van belang dat met name kleine scholen die belangrijk zijn voor het behoud van een bereikbaar onderwijsaanbod, doelgericht moeten worden bekostigd. Daarom wordt voorgesteld de huidige kleine scholen toeslag om te vormen naar een dunbevolktheidstoeslag. Scholen in de grote steden ontvangen dan geen kleine scholen toeslag meer. De middelen die hiermee vrij komen worden geïnvesteerd in kleine scholen in dunbevolkte regio’s. Deze wijziging in de bekostiging vraagt om zorgvuldigheid en tijd voor de uitwerking. In een kamerbriefkamerbrief van 19 december 2024 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangegeven de gesprekken hierover met het onderwijsveld te starten.

 

2.4. Financieringsstelsel

Wetsvoorstel weeffouten in het huidige financieringsstelsel

Hoewel de huidige rolverdeling tussen gemeente en schoolbesturen op papier helder is, vertoont de rolverdeling in de praktijk enige gebreken. Deze richten zich met name op het financiële vlak doordat beide partijen de mogelijkheid hebben de uitgaven te beperken. Enerzijds kan de gemeente de uitgaven beperken door relatief goedkope of niet duurzame gebouwen te realiseren ten koste van hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Anderzijds kunnen schoolbesturen de eigen uitgaven beperken door te weinig te investeren in onderhoud en op die manier eerder voor (vervangende) nieuwbouw in aanmerking te komen. Kortom de onderwijshuisvesting is en blijft een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dit IHP onderwijs draagt bij aan duidelijke verwachtingen naar alle partijen. In hoofdstuk 6 is de financiële en juridische borging van het IHP onderwijs beschreven.

 

Financieringsstelsel

De financiering van het onderwijs is complex. Samengevat heeft het onderwijs te maken met twee partijen:

  • -

    Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • -

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; de gemeente ontvangt gelden via het gemeentefonds.

Daarnaast voorziet de Rijksoverheid via diverse kanalen scholen en gemeenten van specifieke doelsubsidies. Deze richten zich de laatste tijd vooral op duurzaamheids- en energiemaatregelen. In figuur 1 is hiervan een schema weergegeven.

 

Figuur 1 Doelsubsidies (bron HEVO)

 

Tekortkomingen opheffen

Daarnaast zijn er tussen deze twee geldstromen nog diverse aspecten die niet geregeld zijn (zie: hiaten in regelgeving). Dit is voor de PO-Raad, VO-Raad en de VNG aanleiding geweest om gezamenlijk een voorstel te sturen naar de staatssecretaris van onderwijs om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor de onderwijshuisvesting op te lossen. Het voorstel heft een aantal geconstateerde tekortkomingen op en brengt de gemeente en schoolbesturen in een min of meer gelijkwaardige positie van elkaar.

 

Wetsvoorstel

Enkele belangrijke elementen uit het wetsvoorstel zijn:

  • -

    De in de verordening beschreven jaarcyclus voor aanvragen voor de onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin de gemeente na overleg met de schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastlegt in een integraal huisvestingsplan (IHP onderwijs), met een doorkijk tot het 16e jaar.

  • -

    De mogelijkheid om renovatie als een volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie zou daarom moeten worden opgenomen als een voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie/startconditie die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op een levensduurverlenging van het gebouw. De gemeenten kunnen vaststellen welke termijn van levensduurverlenging zij gaan hanteren; ten minste 25 jaar / 30 jaar of 40 jaar.

  • -

    In de nieuwe modelverordening wordt, vanuit duurzaamheid en op circulariteit bekeken, opgenomen dat bij de uitwerking van een toegekende vervanging, eerst gekeken moet worden of renovatie mogelijk is. Zo niet, dan komt vervangende nieuwbouw in beeld.

  • -

    Voor de voorzieningen die zijn opgenomen in het IHP wordt deze afweging ook toegepast. Tenzij er in het verleden specifieke afspraken zijn gemaakt dat er direct sprake is van vervangende nieuwbouw.

  • -

    Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de huidige bepalingen zoals die gelden voor het VO. PO en SO krijgen dan de mogelijkheid te investeren in de huisvesting. De huidige financieringsstromen blijven gehandhaafd, maar de versoepeling van het investeringsverbod kan leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten of versnellen.

IHP onderwijs verplicht per 1 januari 2026

Naar verwachting ligt de ingangsdatum van deze wetwijzigingen op 1 januari 2026 De start van het project bepaalt onder welke voorwaarden van de wet het project valt. Met de opstelling en actualisatie van dit IHP onderwijs worden bovenstaande elementen waar mogelijk meegenomen en lopen we binnen de kaders van de geldende wetgeving op het genoemde wetsvoorstel vooruit.

Met het inwerkingtreden van het wetsvoorstel worden gemeenten verplicht een IHP vast te stellen. Naar alle waarschijnlijkheid worden dan ook een aantal onderdelen benoemd die verplicht in een IHP moeten worden opgenomen.

Achterliggende reden hiervan is dat het ministerie van OCW meer inzicht wil krijgen in de kwaliteit van de schoolgebouwen. Het zal niet zo zijn dat direct alle gemeenten een IHP moeten gaan vaststellen die voldoet aan alle vast te stellen inderdelen. Voor gemeenten die al een IHP hebben vastgesteld zal er een overgangsperiode komen.

 

Normering kosten onderwijshuisvesting

Mede door de gebeurtenissen in de wereld zoals de coronapandemie en de oorlogssituaties zijn de werkelijke kosten voor het realiseren van onderwijsvoorzieningen behoorlijk uit de pas gaan lopen in vergelijking met de normbedragen uit de verordening.

In de modelverordening van de VNG die in de 2e helft van dit jaar zal verschijnen wordt hier aandacht aan besteed. Getracht wordt een reëler normbedrag op te nemen. Tevens wordt de wijze van jaarlijkse indexering van deze bedragen aangepast. De huidige indexering is grotendeels gebaseerd op ontwikkelingen in de woningmarkt. Er wordt nu gekeken of een onafhankelijke instantie meer waarheidsgetrouwe indexeringen kan afgeven. Bij de vaststelling van een nieuwe verordening komen wij hierop terug. Naar verwachting zal deze verordening in het derde kwartaal van 2025 aan u worden voorgelegd.

 

2.5. Duurzaamheid

Klimaatakkoord

Eind juni 2019 presenteerde het kabinet het klimaatakkoord. De aangekondigde maatregelen moeten ervoor zorgen dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49% is gedaald ten opzichte van 1990. Zie in figuur 2 de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed.

 

Figuur 2 Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed

 

Duurzaamheidsambitie gemeente Berkelland

Het college van B&W heeft in 2018 is de volgende ambitie voor energie en duurzaamheid geformuleerd:

 

“Om de doelstelling ‘Berkelland energieneutraal’ in 2030 te halen, moeten er nog veel (extra) stappen worden gezet. Ook op het gebied van duurzaamheid: de manier waarop we in de toekomst willen wonen, leven en werken met zorg voor onze aarde.

 

Gemeente als voorbeeld

Dit betekent voor ons als gemeente een actievere rol; nog meer aanjagen en stimuleren dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties investeren in duurzaamheid en energie. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen met de energietransitie. En natuurlijk moeten we zelf het goede voorbeeld geven.

 

Klimaatakkoord als aanjager

We worden bij deze opgave geholpen door de afspraken die gemaakt zijn (en nog worden gemaakt) in het kader van het Nationaal Klimaat Akkoord en de Regionale Energie-strategie.

 

Huisvesting wordt beschouwd in periodes van ten minste 40 jaar (vanwege de afschrijvingstermijn). Hiervan is de consequentie dat alle nieuwe schoolgebouwen uitgevoerd moeten worden volgens ENG. Het streven is erop gericht om de bestaande gebouwenvoorraad voor 2036 aangepast te hebben volgens de principes van Frisse Scholen C dan wel Frisse Scholen B1. Frisse Scholen is tot stand gekomen op basis van het bouwbesluit. Voor 2012 was de ambitie voor nieuwe schoolgebouwen Frisse Scholen C. Bouwbesluit 2015 eist voor nieuwe schoolgebouwen Frisse Scholen B op het gebied van ventilatie. In bijlage 4 zijn de beslisbomen verduurzaming scholen weergegeven. Bij aanpassingen van het gebouw wordt bepaald wat de huidige status en leeftijd is en anderzijds wat de gewenste levensduur is. Daarbij wordt ook gekeken of de onderwijskundige wensen in het bestaande gebouw toegepast kunnen worden. Voor deze gebouwen geldt geen verplichte Frisse Scholen klasse, immers wordt bij het bouwen van het gebouw het bouwbesluit of een hogere ambitie gevolgd.

 

Vanaf 1 januari 2021 is het verplicht om nieuw te bouwen volgens de BENG eisen (Bijna EnergieNeutraal Gebouw). De gemeente Berkelland heeft goede ervaringen opgedaan om nieuwbouw uit te voeren volgens de ENG eisen (Energieneutraal Gebouw) in combinatie met frisse scholen B. Het ambitieniveau van de gemeente is dat bij nieuwbouw of renovatie wordt gestreefd naar het realiseren van een ENG gebouw, met een financiële bijdrage vanuit het betreffende schoolbestuur. Voor onderhoud en verduurzaming van bestaande schoolgebouwen is in principe het schoolbestuur als eigenaar van de gebouwen verantwoordelijk. De gemeente heeft voor deze scholen een gedeeltelijke verantwoordelijkheid opgepakt door in het IHP een aantal scholen te benoemen waarbij voorzieningen zijn voorzien om te voorzien in de eisen van frisse scholen B ten aanzien van het onderdeel ventilatie.

 

Netcongestie

De geplande voorzieningen in dit IHP betreffen allemaal vervanging en of uitbreiding van bestaande gebouwen. Gelet hierop worden geen belemmeringen verwacht betreffende de nutsvoorzieningen. In de voorbereiding dient de bouwheer wel nader te onderzoeken of er inderdaad geen problemen zijn te verwachten. Begin 2024 heeft Liander bij gemeenten een uitvraag gedaan naar verwachte gebiedsontwikkelingen en bouwplannen. De in dit IHP opgenomen voorzieningen zijn in de aan Liander verstrekte opgave meegenomen.

 

Sectorale routekaart

De VO-raad en PO-Raad hebben de plannen uit het klimaatakkoord verwerkt in een sectorale routekaart met daarin een plan hoe alle schoolgebouwen in 2050 CO2-arm kunnen worden. Er moet een flinke versnelling van de verduurzamingsmaatregelen plaatsvinden om de doelen te bereiken. De verduurzaming moet samengaan met het verbeteren van de functionele kwaliteit van gebouwen en verbetering van het binnenmilieu.

 

Nog geen beleid

Op het thema duurzaamheid is in juli 2020 nog geen beleid geformuleerd ten behoeve van onderwijs, met uitzondering van het streven naar ENG voor nieuwbouw. Bij aanpassingen aan het gebouw wordt gestreefd naar Frisse Scholen C of B. Tijdens projecten wordt bekeken hoe dit thema kan worden geborgd. Ervaringen kunnen mogelijk worden gebruikt voor nieuwe projecten. In bijlage 5 is beschreven hoe duurzaamheid in de aanbesteding geborgd kan worden.

 

2.6 Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen

Met het aannemen van de nieuwe wet ‘Meer Ruimte Voor Nieuwe Scholen’ (wet MRvNS) zijn er vanaf 1 juni 2021 meer mogelijkheden ontstaan voor het stichten van een nieuwe school. Doel van deze wet is om ervoor te zorgen dat het starten van nieuwe openbare en bijzondere scholen in het funderend onderwijs beter aansluit bij de daadwerkelijke belangstelling van leerlingen en ouders. Deze wet zou moet zorgen voor meer vernieuwing in het onderwijs en keuzevrijheid voor de ouders. Een nieuwe school hoeft niet meer te horen bij een erkende richting zoals bijvoorbeeld protestants christelijk of algemeen bijzonder onderwijs. Initiatiefnemers moeten dan eerst in overleg treden met schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeente. Een aanvraag voor een nieuwe school moet in ieder geval informatie geven over ouderverklaringen dat men de nieuwe school wil bezoeken en informatie over de te verwachten kwaliteit van de school.

De onderwijsinspectie toetst de aanvraag op eisen die inzicht geven in de te verwachten kwaliteit van de school. Op basis van deze wettelijke regeling geldt voor de gemeente Berkelland dat een nieuwe school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste 200 leerlingen.

 

De wet MRvNS sluit in de praktijk niet goed aan op het planmatig en toekomstgericht werken zoals in het IHP. Zo zorgt de stichtingsprocedure ervoor dat er jaarlijks onzekerheid is over hoeveel nieuwe initiatieven zich aanmelden en bekostiging ontvangen. Dit maakt het voor betrokkenen lastig om deze initiatieven in de planvorming mee te nemen.

 

2.7. Integraal onderwijs

De gemeente is verantwoordelijk voor de resultaten van het sociaal domein. In de praktijk betekent dit dat de gemeente regie en beleid moet voeren gericht op het aanbod voor alle kinderen.

 

Integraal Kindcentrum (IKC)

Een IKC is een centrum waar in ieder geval basisonderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaal integraal en als een logisch geheel zijn samengebracht. Als ware het één organisatie. Deze kernpartners werken op een IKC onder één aansturing structureel samen aan onderwijs, opvang, opvoeding, ontmoeting, ontwikkeling en ontspanning. Hierbij wordt vaak samengewerkt met zorg- en ondersteuningsinstellingen en welzijnsorganisatie(s). Soms wordt ook het VO bij de samenwerking betrokken, of is het VO zelf initiatiefnemer voor een samenwerking. Hierbij kan gedacht worden aan 10-14 onderwijs, zie aan het einde van deze paragraaf.

 

Een IKC kenmerkt zich door:

 

  • -

    Eén visie, pedagogisch en educatief.

  • -

    Eén plan en aanpak, pedagogisch, educatief en op het gebied van ondersteuning/zorg en welzijn.

  • -

    Eén organisatie (in de zin van frontoffice) voor kinderen van 0-12 jaar.

  • -

    Een afgestemd dagarrangement op het gebied van tijd en aanbod.

  • -

    Eén met de omgeving, waarin grote ouder- en buurtbetrokkenheid aanwezig is.

  • -

    Eén gebouw of campus-model.

  • -

    Formeel en bestuurlijk vastgelegde afspraken.

 

Gemeente Berkelland

In de gemeente Berkelland is ervoor gekozen om te streven naar de vorming van IKC’s. Een reeks snelle maatschappelijke ontwikkelingen onderstreept die keuze om aan de slag te gaan met samenwerking. De ontgroening, die vooral in plattelandsgemeenten het voortbestaan van scholen en kinderopvang-voorzieningen bedreigt, is een belangrijk motief voor samenwerking.

 

Kind centrum-concept

Er bestaat politiek en maatschappelijk brede overeenstemming dat kinderopvang-voorzieningen niet alleen bedoeld zijn voor het combineren van arbeid en zorg door ouders, maar ook een belangrijke rol vervullen bij de ontwikkeling van kinderen. Het kind centrum-concept betekent dat kinderen binnen de reguliere voorzieningen die ondersteuning (talenten, zorg, taal etc.) krijgen die ze nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Het kind centraal dus. Vanuit het perspectief van het sociaal domein komt zo ook het uitgangspunt van de gemeentelijke jeugdzorg: zicht op kind en gezin in beeld. Dat geeft de mogelijkheid dat meer preventief en sneller en gerichter actie kan worden ondernomen. Meer inzet op preventie zorgt voor snellere regulering van de problemen. Dit heeft positieve financiële voordelen (zorgbudgetten). Ook heeft dit positieve invloed op een stabiele ontwikkeling van kinderen.

 

In die zin kan het concept gezinnen ook ontzorgen. Ouders kunnen zich gesteund voelen doordat sprake is van pedagogisch partnerschap. Ouders staan er niet alleen voor, maar voelen de steun van de mede-opvoeders. Het gaat in de kindcentra uiteraard niet alleen om zorgproblematiek, ook het accent op individuele talentontwikkeling wordt verhoogd. En dit heeft een positieve invloed op de toekomstige arbeidsmarkt en dus op de economische ontwikkeling van een gebied. In figuur 3 is weergegeven hoe IKC in het gemeentelijk sociaal domein bestaat.

 

Figuur 3 Gemeentelijk Sociaal Domein (Bron: VNG)

 

10-14 onderwijs

Naast de ontwikkeling rondom het jonge kind, zijn er ook initiatieven om de kloof tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs te dichten. Dit krijgt vorm in het zogenaamde 10-14 onderwijs. In gemeente Berkelland vindt afstemming van het onderwijs tussen de bovenbouw van het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs programmatisch plaats. Ook hier wordt een doorgaande ontwikkelingslijn gecreëerd. De gemeente vindt dit ook belangrijk en blijft hierover in gesprek met de schoolbesturen.

 

Geïntegreerde organisatie

Er zijn verschillende SO/SBO scholen in de gemeente Berkelland. Er zijn gesprekken over een eventuele samenwerking tussen de scholen.

 

De samenwerking tussen stichting OPONOA (SBO Diekmaat) en stichting SOTOG (SO en VSO) is afhankelijk van de evaluatie passend onderwijs die in het najaar van 2020 gevoerd wordt binnen SWV IJssel/Berkel. Dit leidt uiteindelijk tot een nieuw ondersteuningsplan 2021 – 2025. Hieruit blijkt wat de richting van SBO Diekmaat gaat worden. Daaruit moet blijken of een combinatie van verschillende onderwijssoorten met betrekking tot speciaal onderwijs in een geïntegreerde organisatie mogelijk is.

 

Inclusiever onderwijs

Het ministerie van OCW heeft de ‘Werkagenda route naar inclusief onderwijs’ opgesteld, waarin stappen worden beschreven om te komen tot inclusief onderwijs. Hierin wordt met name gekeken naar een verdergaande samenwerking tussen het basis- en voortgezet onderwijs met het speciaal onderwijs.

 

De gemeente Berkelland staat voor inclusieve onderwijsvoorzieningen waarbij jeugdigen dichtbij huis (thuisnabij) onderwijs kunnen volgen dat past. Het speciaal onderwijs zien we als tijdelijke specialistische onderwijsvoorziening waarbij de inzet gericht is op terugkeer naar de reguliere basis. Dit zijn onderwijsvoorzieningen die kleinschalig zijn en antwoord geven op (tijdelijke) maatwerkvragen, waarbij de reguliere context nu echt niet dienend is (te maken) voor de jeugdige en waarmee schooluitval (thuiszitten) voorkomen wordt. Speciaal onderwijs is nabij (loopafstand) regulier onderwijs (in de kern/ maatschappij) om ook daadwerkelijk gehoor te kunnen geven aan samenwerkingsmomenten. We zetten in op inclusie waarbij er zo min mogelijk separate onderwijsvoorzieningen voor selecte groepjes gecreëerd worden. Dat betekent dat we in inclusieve schoolgebouwen investeren. Voor het speciaal onderwijs investeren we in de zogenaamde ’samenbouw’ tussen PO en SO en VO en VSO. Dit kan bijvoorbeeld door middel van de school-in-schoolsetting en mediumsetting. In beide settingen volgen leerlingen onderwijs binnen de muren van een reguliere school.

Waar mogelijk streven wij naar inclusiever onderwijs. Specifieke voorzieningen worden alleen gerealiseerd bij de doelgroep waar dit echt noodzakelijk voor is (maatwerk).

 

Uitkomst kerngesprekken

In het algemeen kan worden gesteld dat inclusiever onderwijs hoog op de agenda’s staat van alle schoolbesturen. Men zet zich hier voor in en de scholen doen hierin wat ze kunnen. Er wordt aansluiting gezocht tussen kinderopvang en scholen (doorlopende leerlijn) en er is samenwerking met het Samenwerkingsverband. Daar waar mogelijk worden kinderen met een hogere ondersteuningsbehoefte binnen school begeleid.

 

Maar de schoolbesturen zien ook een grens aan hun mogelijkheden voor hun inzet op dit onderwerp. De problematiek bij de leerlingen neemt toe en de werkdruk bij het onderwijzend en begeleidend personeel is hoog. Ruimte om op dit moment nog meer taken uit te voeren hieromtrent is er niet. Er is sprake van handelingsverlegenheid (nog onvoldoende ervaring en competenties en een te hoge werkdruk). Er is geen sprake van onwelwillendheid.

 

Op basis van deze gesprekken is er een toelichtend stuk opgesteld over de visie inclusiever onderwijs. De visie staat centraal en is helder, waarbij er begrip is dit niet van vandaag op morgen kan worden gerealiseerd. De weg naar het bereiken van deze visie is dan ook continue onderwerp van gesprek tussen de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. In het bestuurlijk overleg van 16 januari 2025 is afgesproken dat gemeente, schoolbesturen en kinderopvanginstellingen deze toelichting op de visie verder gaan uitwerken. Een eerste concept is als bijlage 5 toegevoegd.

 

Betekenis van de visie op onderwijs aan nieuwkomers

We streven naar inclusie en het mixen van verschillende doelgroepen nieuwkomers. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat we Internationale Schakel Klassen/-scholen (ISK) met het voortgezet onderwijs in de grotere kernen inrichten. Voor het primair onderwijs richten we Taal Schakel Klassen (TSK) in in de reguliere basisscholen.

 

Vertaling naar zichtbaarheid van dit beleid

De opdracht en de ambities die we hebben zijn groot. We vertalen daarom concreet hoe we deze in ons beleid terugzien:

  • We zien een terugloop van indicaties in het speciaal onderwijs en een groep van collectieve indicaties in het regulier onderwijs (collectief arrangeren).

  • We zien een krimp in het marktaandeel van specialistische onderwijsvoorzieningen en groei van reguliere onderwijspartners.

  • We zien krimp van het aantal jeugdigen met een ontheffing van de leerplicht en thuiszitters.

  • We zetten actief in op samenwerking tussen het lokale bedrijfsleven en MBO instellingen en praktijkscholen. Meedoen is de norm.

  • Op gebied van onderwijshuisvesting wordt er geïnvesteerd in ‘samen’ scholen: (gebouwen) tussen PO en SO en VO en VSO. Scholen voor speciaal onderwijs zullen ‘krimpen’ qua leerlingaantallen. De speciaal onderwijsscholen huisvesten we dichterbij de reguliere samenleving.

3. Samenwerking

In dit hoofdstuk is beschreven hoe gemeente Berkelland kan samenwerken met de schoolbesturen en kinderopvang organisaties in haar gemeente.

 

3.1. Rolverdeling/regie

De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van de schoolgebouwen. De schoolbesturen voeren de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. De wijze van samenwerking kan in de toekomst uitmonden in een convenant of overeenkomst. De samenwerking die rondom dit IHP onderwijs tot stand is gekomen overstijgt de samenwerking zoals deze is geregeld in de verordening. De verordening geldt als vangnet, het onderwijshuisvestingsbeleid is in eerste instantie leidend voor alle betrokken partijen. De verordening geldt als vangnet als partijen niet tot overeenstemming kunnen komen. Dan kunnen ze zich beroepen op rechten, plichten en regelingen zoals deze staan beschreven in de geldende verordening.

 

3.2. IKC’s en 10-14 onderwijs in gemeente Berkelland

De gemeente Berkelland heeft er in 2015 voor gekozen om te streven naar het realiseren van Integrale kindcentra (IKC’s). In bijlage 6 is het visiedocument “Toekomstgericht primair onderwijs Berkelland” opgenomen. Deze is op 30 juni 2015 door de gemeenteraad van Berkelland vastgesteld. In de plannen die sindsdien zijn ontwikkeld is daar in de praktijk op een verschillende manier invulling aan gegeven:

  • -

    Voor de gemeente betekent dit rekening houden met de lokale situatie (lees: maatwerk per kern), het verbinden van (maatschappelijke) partijen op inhoud en het faciliteren van het proces.

  • -

    Schoolbesturen voor primair onderwijs en voor voortgezet onderwijs spreken over mogelijke initiatieven om deze doorgaande lijnen ook in de gemeente Berkelland vorm te gaan geven. De scholen in Neede en Eibergen gaan de beoogde samenwerking uitwerken met het Assink Lyceum. De scholen in Borculo en Ruurlo werken dit uit met het Staring College. De coronapandemie heeft ervoor gezorgd dat dit thema on hold is gezet. Desgewenst kunnen de scholen dit initiatief weer verder gaan uitwerken.

Met het raadsbesluit op 19 maart 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Berkelland de ambitie uitgesproken om de vorming van IKC’s mogelijk te maken. Het is aan de schoolbesturen om te bepalen met welke partner zij het IKC vormen, de gemeente heeft daar geen leidende rol in. Vaak werken scholen en kinderopvang al op inhoud samen. Bij nieuwbouw is het streven erop gericht om gezamenlijk gehuisvest te worden. Deze ontwikkeling is gaande. In de komende jaren worden meerdere IKC’s gerealiseerd.

In paragraaf 6.2 is beschreven hoe IKC’s kunnen worden gerealiseerd.

 

3.3. Inhoud gaat voor bouw

De huisvestingssituatie is per kern erg verschillend. In veel kernen was sprake van daling van het aantal leerlingen ten tijde van het opstellen het IHP in 2020, zie paragraaf 1.1. Inmiddels is er geen sprake meer van een verwachte daling. Ook speelt de grootte van de kern en de diversiteit aan voorzieningen binnen kernen een rol. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om een zo optimaal mogelijk (onderwijs-)voorzieningenniveau te bereiken. Daarbij is een goede (inhoudelijke) samenwerking tussen betrokken partijen een vereiste. Voorzieningen onder één dak is niet in alle kernen mogelijk en is geen voorwaarde om een optimaal voorzieningenniveau te bereiken. In dit IHP onderwijs wordt per kern inzichtelijk gemaakt hoe een zo goed mogelijk voorzieningenniveau kan worden behaald in samenwerking met betrokken partijen.

 

Nieuwe ontwikkelingen

De schoolbesturen geven allen aan dat de bouw of renovatie van een schoolgebouw de afgelopen jaren steeds duurder is geworden. Dit is een ontwikkeling die wereldwijd speelt. Naast dat het duurder wordt, hebben deze ontwikkelingen / projecten een veel langere doorlooptijd. Hetgeen weer extra beslag legt op capaciteit en middelen. Daarnaast speelt het gegeven dat de materiele exploitatiekosten heel veel duurder zijn geworden. Schoolbesturen moeten steeds vaker onderwijskundige budgetten inzetten voor adequate huisvesting. De eisen aan nieuwbouw en renovatie worden steeds hogere en bouwkosten. Gemeenten worden voor deze kosten niet genoeg gecompenseerd vanuit het Rijk. Dit zorgt naast de langere doorlooptijd van bouwprocessen ook steeds meer voor een afweging van de betaalbaarheid.

 

3.4. Opstellen strategisch meerjarig huisvestingsplan onderwijs (IHP onderwijs)

De gemeente stelt in samenspraak met de schoolbesturen een IHP onderwijs op in de lijn van het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG. Het IHP onderwijs bestrijkt een periode van 16 jaar. Wanneer de lokale en/of landelijke ontwikkelingen het nodig achtend wordt het IHP onderwijs geactualiseerd. Het IHP onderwijs geeft schoolbesturen meer duidelijkheid over de vervangingstermijn van de schoolgebouwen, zodat schoolbesturen ook de reservering voor onderhoud kunnen afstemmen op de geplande investering.

 

Schouw onderwijsgebouwen

Om inzicht te krijgen in de technische staat van de onderwijsgebouwen, heeft HEVO onderzoekende werkzaamheden uitgevoerd (zie hoofdstuk 4). HEVO heeft 27 gebouwen onderzocht die in gebruik zijn door (speciaal) basisonderwijs en 14 gebouwen die in gebruik zijn door het voortgezet (speciaal-) onderwijs. Daarnaast zijn de directeuren bevraagd op hun oordeel over de onderwijskundige kwaliteit van de gebouwen. Per kern is gekeken naar de toekomstige behoefte in relatie tot de bestaande voorziening(en). De beoordeling van de directeuren en technische beoordeling van de gebouwen zijn vertaald in een gewogen totaalscore, die leidend is bij het uitgebrachte advies over het gebouw. De resultaten van de QuickScans van de schoolgebouwen (zie paragraaf 4.2) zijn medebepalend voor de prioritering van de huisvestingvragen en zijn gebruikt bij de ordening van de aanpak van de verschillende gebouwen over de looptijd van het IHP onderwijs. Dit is weergegeven in paragraaf 5.2. In de actualisatie zijn deze gegevens niet opnieuw geactualiseerd.

 

Sessies in de kernen

Voor deze actualisatie van het IHP zijn geen sessies in de dorpen gehouden. De uitkomsten hiervan zijn immers al meegenomen bij de vaststelling van het IHP. Nu is volstaan met het houden van kerngesprekken met de schoolbesturen en kinderopvanginstellingen (zie bijlagen 6 tot en met 9).

 

Kleine scholen

De opheffingssnorm voor scholen in de gemeente Berkelland is mede door de uitgestrektheid van de gemeente door de minister van OCW vastgesteld op 40 leerlingen. Dit aantal is gericht op de specifieke kenmerken die de gemeente Berkelland als plattelandsgemeente heeft. De opheffingsnorm in Utrecht is bijv. 191 leerlingen (Deventer: 120, Enschede: 137). Dit is onder andere afhankelijk van de zogenaamde leerlingdichtheid in een gemeente.

Een school die drie achtereenvolgende jaren onder de instandhoudingsnorm zit verliest de rijksbekostiging. Tenzij het schoolbestuur aangeeft gebruik te willen maken van de regel van gemiddelde schoolgrootte. Indien het gemiddeld aantal leerlingen van het schoolbestuur boven de instandhoudingsnorm zit, kan de school in stand blijven.

 

Er is tevens nog een uitzondering als het gaat om de laatste school van een bepaalde richting/laatste openbare school binnen een straal van 5 kilometer. Heeft de betreffende school meer dan 50 leerlingen EN is het binnen een straal van 5 kilometer de enige school van de betreffende richting? Dan kan de school blijven bestaan, op voorwaarde dat het

schoolbestuur hiervan tijdig een mededeling doet bij het Ministerie van OCW.

Voor de gemeente Berkelland is deze regeling niet van toepassing omdat de opheffingsnorm 40 leerlingen is en onder de norm van deze algemene uitzonderingsregel zit.

 

Voor openbaar onderwijs geldt dat als zij binnen een straal van 10 kilometer de enige openbare school zijn, ze kunnen blijven bestaan.

Los van de getalsmatige beredenering is het goed om met elkaar het gesprek aan te gaan tot welk niveau het verantwoord is kleinere scholen in stand te houden. Argumenten die hierbij een rol kunnen spelen zijn:

  • -

    kan de kwaliteit worden geboden die noodzakelijk is voor de leerlingen;

  • -

    Is het financieel verantwoordelijk;

  • -

    Wat betekent een kleine school voor de werkdruk van de leerkrachten.

  • -

    Iis het de enige school in de kern of zijn er meerder scholen.

in 2021 vastgestelde IHP hebben de gemeente en schoolbesturen een uitgangspunt vastgesteld dat er binnen 3 kilometer een voor de leerlingen bereikbare school zou moeten zijn. Dit is geen wettelijke regeling.

 

Indien de gemeente wil afwijken van de landelijke opheffingsnormen en de vrijheid wil hebben in de kernen scholen in stand te houden, zal men hiervoor een bepaling moeten opnemen in de Verordening financiële gelijkstelling en zal hierin beschreven moeten worden onder welke omstandigheden dit van toepassing is. Dit is van van toepassing voor openbare en bijzondere scholen die zich in de situatie bevinden zoals omschreven in de verordening. Gelet op de financiële consequenties beperken wij ons tot de wettelijke kaders. Wij gaan niet afwijken van de regels met betrekking tot de landelijke opheffingsnormen. Het in standhouden van een school die niet meer voor rijksbekostiging in aanmerking komt, impliceert dat zowel de kosten van de materiele instandhouding als de personele kosten door de gemeente en/of het schoolbestuur moeten worden bekostigd.

 

3.5. Eerste stappen in de kernen

Eibergen

De eerste stap om het basisonderwijs toekomstbestendig te maken was het concretiseren van het aanbod voor basisonderwijs in Eibergen. Dit heeft er inmiddels toe geleid dat IKC Het Sterrenpalet en het IKC ’t Simmelink hun nieuwe schoolgebouw in gebruik hebben kunnen nemen. Dit is inmiddels gerealiseerd, zie hfst 5

 

Borculo

Voor het voortgezet onderwijs heeft de gemeenteraad op 7 juli besloten dat nieuwbouw voor Staring College (Herenlaan en Beukenlaan) kan plaatsvinden op De Wildbaan. Deze huisvesting is in het voorjaar van 2024 in gebruik genomen. Dit is inmiddels gerealiseerd, zie hfst 5

 

Vervolg stappen in de kernen

Om toekomstbestendig onderwijs in gemeente Berkelland te creëren worden ontwikkelingen rond alle kernen in dit IHP onderwijs opgenomen. Met het vaststellen van het IHP onderwijs wordt het proces dat tot nu toe gelopen is afgerond.

 

Middels het voeren van kerngesprekken is er een concretiseringsslag gemaakt over de recente ontwikkelingen per kern. Afgesproken is dat:

De leerlingenprognoses begin 2025 worden geactualiseerd.

In aansluiting op het landelijke Programma Onderwijshuisvesting we met schoolbesturen om tafel willen om te spreken over slimmer en beter samenwerken, maar ook over standaardiseren van processen en werkzaamheden. De gemeente neemt hierin het voortouw.

We gaan verkennen hoe we schoolgebouwen multifunctioneler in kunnen zetten. Niet alleen fysiek (bijv met BSO of avondgebruik) en op het gebied van regelgeving, maar waar mogelijk nog actiever de link leggen met de vraag uit de buurt naar maatschappelijke voorzieningen. De mogelijkheid om meer functies te combineren gaan we onderzoeken, met specifieke aandacht voor de kleinere kernen.

We een visie op gaan stellen in samenwerking met de schoolbesturen over het beheren van maatschappelijk vastgoed waar onderwijs bij betrokken is. Zijn er andere vormen van samenwerking hierin mogelijk dan waar we nu van uit gaan. Voor de leefbaarheid van de kernen kan het van meerwaarde zijn om hierin anders, integraler en / of vraaggerichter te gaan werken, met specifieke aandacht voor de kleinere kernen.

 

Kerngerichte afspraken

De conclusies per kern zijn:

 

Eibergen

Er is geconcludeerd dat er nog geen sprake is van een optimale spreiding van het aantal leerlingen. Er is leegstand in ’t Simmelink, terwijl er noodlokalen zijn op Sterrenpalet en Op d’n Esch.

Met de schoolbesturen moet het gesprek verder worden gevoerd en afspraken worden gemaakt om met elkaar tot een optimalere spreiding van leerlingen en daarmee bezetting van de schoolgebouwen te komen.

 

Neede

Er zijn geen aanvullende acties nodig voor deze kern, gezien de reeds in gang gezette projecten voor Neede-Oost en Neede-West. De betrokken schoolbesturen zijn aan zet om deze projecten verder uit te werken.

 

Borculo

In tegenstelling tot de eerdere plannen zal er een unilocatie worden gerealiseerd waarin alle openbare scholen in Borculo worden gehuisvest. In eerste instantie was de planning om op deze locatie de Heuvelschool en Kiezel en Kei onder te brengen en de openbare school Noord in het gebouw van de voormalige Wereldboom. Nieuwe inzichten van het schoolbestuur en de gemeente en de noodzakelijke investeringen om het gebouw van de Wereldboom geschikt te maken hebben geresulteerd in het voornemen drie scholen onder te brengen in het gebouw van de Beukenlaan. Aandachtspunt hierbij is de ontsluiting van het verkeer.

 

Ruurlo

In de gevoerde kerngesprekken met de schoolbesturen en kinderopvang werd geconstateerd dat het totaal aantal leerlingen per kern redelijk klopt met de prognose, maar er wel een afwijkende ontwikkeling gaande is qua leerlingenstromen. Mede daarom zal er in 2025 een nieuwe leerlingenprognose worden opgesteld.

Deze ontwikkeling houden we dus in de gaten, maar is daarmee nog geen directe prioriteit. De groei is namelijk eindig en het is vooralsnog dus alleen een verschuiving. Indien blijkt dat in de komende jaren dit een bestendige ontwikkeling is, gaan we deze ontwikkeling van een passende en structurele invulling voorzien. De mogelijkheid van een onderwijscampus zou dan onderzocht kunnen worden.

 

Kleinere kernen

Het huidige kabinet vindt het van belang dat met name kleine scholen die belangrijk zijn voor het behoud van een bereikbaar onderwijsaanbod, doelgericht moeten worden bekostigd. Daarom wordt door het kabinet voorgesteld de huidige kleine scholen toeslag om te vormen naar een dunbevolktheidstoeslag. Scholen in de grote steden ontvangen dan geen kleine scholen toeslag meer. De middelen die hiermee vrij komen worden geïnvesteerd in kleine scholen in dunbevolkte regio’s. Het komende jaar wordt gezamenlijk onderzocht wat hiervan de consequenties zijn.

 

Eén onderwijsvoorziening binnen de huidig kaders en wetgeving, in de kleine kernen is wenselijk. Elk kind heeft immers recht op zo thuisnabij onderwijs. Maar dat betekent wel wat voor o.a. de bekostiging van de huisvesting. Het komend jaar gaan we daarom onderzoeken hoe er per kern invulling kan worden gegeven aan een gezamenlijke invulling en gebruik van het lokale maatschappelijk vastgoed.

 

Een integrale weergave van de gesprekken en presentaties is opgenomen in bijlage 6 tot en met 9.

4. Onderzoek

Om een kwalitatieve vergelijking van de bestaande schoolgebouwen in de gemeente Berkelland te kunnen maken is HEVO ingeschakeld. HEVO, expert in huisvesting en vastgoed, heeft een zogenaamde QuickScan uitgevoerd.

 

4.1. Kaders

Om de schouw zoveel mogelijk geobjectiveerd te kunnen uitvoeren maakt HEVO gebruik van het Kwaliteitskader Huisvesting zoals dat door Ruimte OK2 is opgesteld. Het omvat de volgende onderwerpen: uitstraling, bouwkundige kwaliteit, veiligheid, binnenklimaat en exploitatie.

 

Kwaliteitskader

Het Kwaliteitskader werkt uit wat gezamenlijk wordt verstaan onder de basiskwaliteit van gebouwen voor primair onderwijs. Het is een werkdocument met een reeks eenduidige, herkenbare en praktisch toepasbare kwaliteitscriteria ten aanzien van de beleving, gebruik en techniek van een onderwijsgebouw. Het laat ook zien waar deze basiskwaliteit uitstijgt boven de wettelijke minimumeisen uit het Bouwbesluit. Het Kwaliteitskader vertrekt vanuit de overtuiging dat een goed onderwijsgebouw een positief effect heeft op het gedrag, welbevinden en leerproces van de leerlingen en leerkrachten die het gebouw dagelijks gebruiken.

 

De kwaliteitscriteria moeten worden opgevat als richtinggevend en niet als norm. Ze vloeien voort uit praktijkervaringen en vragen aandacht voor zaken die niet door wetgeving worden ondervangen, maar die mede de kwaliteit en instandhouding van de huisvesting gedurende de gehele levensduur bepalen. Het kader kijkt dus verder dan de minimum Bouwbesluit-eisen, maar ook breder dan de technische eisen ten aanzien van binnenmilieu en energieverbruik die zijn geformuleerd in het Programma van Eisen Frisse Scholen en de duurzaamheidsscore van GPR3. GPR is een methodiek om te kunnen sturen op duurzaamheid (met de modules Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde).

 

Onderwijskwaliteit

De beoordeling van de onderwijskundige kwaliteit van het gebouw is gebaseerd op de onderwijskundige visie van de school, al dan niet bijgesteld door het bestuur. Het gaat dan om de vraag of de organisatorische consequenties van de onderwijskundige visie in het gebouw goed uitvoerbaar zijn. Dat leidt tot een waardering.

 

Duurzaamheid en flexibiliteit

De kwaliteit van de schoolgebouwen in Nederland is qua duurzaamheid gemiddeld onder de maat. Bij duurzaamheid moet overigens niet alleen gekeken worden naar energie en circulariteit, maar ook naar de flexibiliteit van een gebouw. De manier waarop onderwijs gegeven wordt is onderhevig aan verandering. Een flexibel schoolgebouw kan de verandering doorstaan.

 

In het kader van dit IHP onderwijs is ervoor gekozen om de duurzaamheidsopgave voor de gemeente voor de onderwijsgebouwen in beeld te brengen. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd (de genoemde kleur verwijst naar kleuren uit het HEVO-rapport):

  • -

    Rood: Realiseren vervangende nieuwbouw tussen nu en 5 jaar.

  • -

    Geel en Lichtgroen: Opwaarderen tot Frisse scholen klasse C met een afschrijvingstermijn van 15 jaar.

  • -

    Donkergroen: Opwaarderen tot Frisse scholen klasse B met een afschrijvingstermijn van 25 jaar.

In bijlage 4 zijn de beslisbomen verduurzaming scholen weergegeven.

 

Binnenklimaat

Op dit moment zijn er geen CO2-metingen gedaan voor een gezond binnenklimaat. Dit is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen.

 

4.2. QuickScan

De uitkomsten van deze QuickScan zijn opgenomen in een eindrapport, zie bijlage 7. Het rapport biedt inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve situatie van de schoolgebouwen voor de korte, middellange en lange termijn, inclusief de noodzakelijke investeringen die daarmee gepaard gaan. In het rapport zijn de volgende zaken zichtbaar gemaakt:

  • -

    Functionaliteit en onderwijskundige staat van het schoolgebouw.

  • -

    Binnenmilieu, exploitatie, bereikbaarheid, veiligheid, duurzaamheid en uitstraling van het schoolgebouw.

  • -

    Welke maatregelen nodig zijn om het schoolgebouw BENG te maken en te laten voldoen aan frisse scholen klasse B.

  • -

    Welke investeringen noodzakelijk zijn voor de komende 20 jaar, gesplitst naar schoolbestuur en gemeente.

Schooldirecteuren en hun bestuurders hebben op de conceptrapportage kunnen reageren. Dit heeft tot een eindrapportage geleid die door alle betrokken partijen geaccordeerd is. In figuur 4 is het advies met kleuren weergegeven. De bevindingen zijn samengevat in tabel 2 voor het PO. In tabel 3 zijn de bevindingen voor VO en SO samengevat.

 

Figuur 4 Advies (HEVO-Eindrapport QuickScan Berkelland 2019)

 

In hoofdstuk 5 wordt uitgelegd hoe bovenstaande resultaten geleid hebben tot de fasering.

 

Tabel 1 Matrix Quickscan PO (HEVO-Eindrapport QuickScan Berkelland 2019.)

 

 

Tabel 2 Matrix Quickscan VO & SO (HEVO-Eindrapport QuickScan Berkelland 2019)

 

 

4.3. Leerlingenprognoses

DUO en MOOZ

Door OCW zijn criteria opgesteld voor prognose systematieken. Sinds 2012 worden in de regio Achterhoek de prognoses voor het Primair Onderwijs opgesteld door onderzoeksbureau MOOZ. Ook het Voortgezet Onderwijs laat prognoses maken, zij hanteren daarvoor verschillende bronnen zoals DUO en MOOZ. Alle schoolbesturen erkennen de MOOZ prognoses als leidend. Het maken van prognoses is noodzakelijk om de ontwikkelingen en leerlingenstromen actueel te houden.

 

Ruimtetekort

Wanneer het leerlingenaantal op een school sterk stijgt door bijvoorbeeld het onderwijsconcept, kan er ruimtetekort ontstaan. In eerste instantie wordt er door verwezen naar leegstand in een ander onderwijsgebouw binnen een straal van 2 kilometer. Is die niet beschikbaar, dan moet er een tijdelijke voorziening worden gerealiseerd. Duurt het ruimtetekort op basis van prognoses langer dan 15 jaar, dan heeft de school recht op nieuwbouw of uitbreiding van de bestaande school (dit is opgenomen in de verordening).

4.3.1 Prognose PO

Basisonderwijs

Bij de vaststelling van het IHP is ingegaan op de ontwikkelingen van de te verwachten leerlingendaling in het basisonderwijs in de gemeente Berkelland. Inschatting was toen dat het grootste deel van de daling al achter de rug was en deze nog beperkt zal voortzetten.

In deze actualisatie kijken wij naar de verwachtingen van toen en de meest actuele leerlingen prognoses.

 

Sinds de vaststelling van het IHP in 2020 hebben zich een aantal wijzigingen in het scholenbestand voorgedaan:

  • -

    De Wereldboom in Borculo is gesloten;

  • -

    De Julianaschool in Eibergen is gefuseerd met IKC ‘Het Sterrenpalet’;

  • -

    De Regenboog en De Schakel in Eibergen zijn samengegaan in ’t Simmelink;

  • -

    De Tormijnschool in Noordijk is gesloten.

Overzicht leerlingen basisonderwijs

 

teldatum 1 oktober 2021, 2022, 2023 en 2024.

Een goed ijkpunt om de leerlingenaantallen te kunnen vergelijken is om de laatste teldata te vergelijken met de gemeentelijke prognose van 2022.

Op 1 oktober 2024 waren er 2.748 leerlingen op de basisscholen. De prognose 2022 geeft een getal aan van 2680. Een verschil van 68 leerlingen. Het grootste verschil wordt veroorzaakt door het aantal leerlingen in Neede (verschil 37 leerlingen). Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat de leerlingen van de voormalige school in Noordijk nu een school bezoeken in Neede en leerlingen van de taalklas. De verschillen tussen de werkelijke getallen op 1 oktober 2024 en de prognosecijfers voor 2024 zijn als volgt:

Beltrum

+ 14

Haarlo

+ 6

Borculo

+ 11

Neede

+ 37

Eibergen

- 19

Rekken

+ 6

Geesteren

- 7

Rietmolen

+ 5

Gelselaar

+ 6

Ruurlo

+ 9

 

totaaloverzicht leerlingenprognose / werkelijk op teldata gemeente Berkelland.

 

1-okt

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2035

Beltrum

prognose 2022

157

164

155

156

178

172

172

166

170

169

143

werkelijk

157

156

165

170

Borculo

prognose 2022

517

497

489

491

510

532

531

545

562

561

557

werkelijk

517

516

491

502

Eibergen

prognose 2022

781

789

772

767

782

777

786

809

811

835

841

werkelijk

782

774

774

748

Geesteren

prognose 2022

79

73

63

67

66

71

71

64

65

64

73

werkelijk

79

73

63

60

Gelselaar

prognose 2022

45

40

40

42

37

38

47

51

46

40

48

werkelijk

45

46

48

48

Haarlo

prognose 2022

38

42

35

34

42

42

34

32

35

39

32

werkelijk

38

41

32

40

Neede

prognose 2022

554

438

520

506

473

459

448

462

462

491

558

werkelijk

582

598

564

543

Rekken

prognose 2022

73

67

63

65

68

74

79

72

72

76

77

werkelijk

73

72

70

71

Rietmolen

prognose 2022

81

71

87

76

76

81

84

86

92

99

93

werkelijk

81

86

80

81

Ruurlo

prognose 2022

485

489

483

476

452

441

451

437

447

427

470

werkelijk

485

489

487

485

 

Als we naar de totalen per dorp gaan er in de loop der jaren grotere verschillen ontstaan tussen de prognose en de werkelijke leerlingen aantallen. Binnen de bestaande capaciteit in de kernen is nog wel voldoende ruimte om de leerlingen te kunnen huisvesten.

Op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Berkelland mag bij het beoordelen van aanvragen van schoolbesturen een prognose niet ouder zijn dan 2 jaar. Gelet hierop wordt de leerlingenprognose voor het basisonderwijs in het eerste halfjaar van 2025 geactualiseerd.

 

Speciaal basisonderwijs en (voortgezet) Speciaal onderwijs

 

Anders dan in het basisonderwijs hebben de scholen voor speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs een duidelijk streekfunctie. Hier zijn duidelijke afwijkingen te zien in vergelijking met de leerlingenprognose 2023

 

 

(Voortgezet) speciaal onderwijs.

 

 

 

De ontwikkelingen bij het speciaal basisonderwijs en het speciaal (voortgezet) onderwijs vertonen in afwijking van de prognoses een duidelijke groei.

 

Voortgezet onderwijs

Bron prognose: Scenariomodel voortgezet onderwijs

 

Het Staring College is nu gehuisvest in het nieuwe schoolgebouw in Borculo. Een recent door het schoolbestuur gemaakte leerlingen prognose (november 2024) komt voor de langere termijn uit op een stabiel leerlingenaantal van rond de 420 leerlingen.

 

De gegevens van het Assink Lyceum in Neede geven een iets vertekent beeld omdat in de leerlingentelling van 1 oktober 2023 ook de ISK leerlingen zijn meegenomen die toen in de Julianastraat waren gehuisvest. Vanaf augustus 2024 zijn deze leerlingen in Borculo gehuisvest en worden ze afzonderlijk geregistreerd en zijn niet meegenomen in de aantallen van het Staring College in het overzicht hierboven.

 

Capaciteitsoverzichten per kern

In de verordening is opgenomen dat indien een school ruimtebehoefte heeft in eerste instantie moet worden gekeken naar beschikbare leegstand binnen de verwijsafstand van 2 kilometer hemelsbreed.

 

Bij een vraag om uitbreiding van een school, zal dan ook worden gekeken of binnen deze verwijsafstand mogelijkheden zijn om via medegebruik passende huisvesting aan te bieden.

 

In de onderstaande tabel wordt per kern een totaaloverzicht gegeven van het saldo van de totaal beschikbare normatieve capaciteit van de scholen, die mogelijk kan worden ingezet voor medegebruik.

 

 

Kanttekeningen:

  • -

    In de overzichten is geen rekening gehouden met eventueel medegebruik van ruimte in de scholen.

  • -

    In Borculo en Neede is vervangende nieuwbouw/renovatie gepland waarbij meer scholen onder één dak worden gehuisvest en het gebouw passend wordt gemaakt aan de leerlingenprognoses.

  • -

    De school in Rietmolen wordt passend gemaakt aan de noodzakelijke ruimte. Een deel van het gebouw zal worden afgestoten.

Leegstand is kostbaar

Leegstand in gebouwen is op verschillende manieren kostbaar voor de scholen:

  • a.

    Scholen ontvangen een exploitatievergoeding (bv. energie) per leerling en niet per m², en;

  • b.

    Vergoeding voor onderhoud is gebaseerd op een volume m² dat is gebaseerd op het leerlingenaantal.

De schoolbesturen moeten de kosten maken. Dit leidt er vaak toe dat ze moeten kiezen tussen:

  • -

    bezuinigen op onderwijsmiddelen, dat ten koste gaat van de leerlingen, of

  • -

    uitstellen van planmatig onderhoud, dat ten koste gaat van de kwaliteit van het gebouw.

Opvullen leegstand

Er zijn veel schoolbesturen die de leegstand opvullen met medegebruik door kinderopvang of peuterspeelzalen. Daarmee nemen de financiële gevolgen voor de schoolbesturen van de leegstand af. Toch moet er in de toekomst gestreefd worden naar passende huisvesting. Zoals uit het capaciteitsoverzicht van bijlage 9 blijkt, neemt het probleem van de leegstand in de toekomst toe. In z’n algemeenheid is het voor de exploitatie en het beheer van de scholen het meest gunstig wanneer de ruimtebehoefte (BVO = Bruto Vloer Oppervlak) overeenkomt met de beschikbare hoeveelheid ruimte. Met name bij de scholen in de buurtschappen dreigt deze verhouding door de krimp steeds verder uit de pas te raken.

 

Oplossingen voor ruimteoverschot

Zoals hierboven beschreven ontvangen scholen vergoedingen voor exploitatie en beheer op basis van het aantal ingeschreven leerlingen. Hoe groter de school en hoe minder leerlingen, hoe groter het tekort. Dit tekort kan beïnvloed worden door:

  • a.

    De niet meer in gebruik zijnde vierkante meters onttrekken aan de onderwijsbestemming en in beheer overdragen aan een andere partij, zoals een dorpshuis.

  • b.

    Het gebouw zodanig verkleinen dat de verhouding tussen gebouw en aantal leerlingen weer passend is (verder te noemen als passende jas).

  • c.

    In grotere kernen bestaat de mogelijkheid om scholen samen te huisvesten in één gebouw, een school te verhuizen naar een, beter passend, leegstaand schoolgebouw of een gebouwenruil tussen scholen te doen. Ook het fuseren van kleine scholen tot één grotere, die vervolgens passend wordt gehuisvest, behoort tot de mogelijkheden.

Herschikking

Het fuseren van scholen tot één grotere school is in Eibergen al gebeurd. In paragraaf 5.1 komt naar voren dat er de komende tijd ook herschikkingen in de onderwijshuisvesting volgen in de kernen Borculo en Neede.

5. Uitvoeringsagenda

De uitvoeringsagenda is opgesteld aan de hand van de al beschikbare rapportages (Transitieatlas), leerlingenprognoses, quickscan en visie van de gemeente Berkelland en schoolbesturen. Deze bouwstenen samen hebben tot een uitvoeringsagenda geleid waar zowel de gemeente Berkelland als schoolbesturen achter staan.

 

De uitvoeringsagenda wordt verdeeld in vijf fases. In paragraaf 5.1 wordt beschreven wat de afwegingfactoren zijn. In paragraaf 5.2 wordt weergegeven welke scholen in welke fase aan de beurt zijn. Hieraan zijn vervolgens financiële consequenties verbonden, zie paragraaf 5.3.

 

Aanbod

Het is niet wettelijk vastgesteld dat elke woonkern over onderwijs moet beschikken. In de wet staat dat openbaar onderwijs binnen een straal van 10 kilometer beschikbaar moet zijn.

In het geval dat een schoolbestuur geen gebruik maakt van de regeling ‘Gemiddelde Schoolgrootte’ (art. 157 WPO) zal de school wanneer deze na drie achtereenvolgende jaren jaar onder de lokale opheffingsnorm blijft, van rechtswege worden gesloten. Tenzij het de laatste school voor openbaar onderwijs is binnen een straal van 10 km.

 

Bewegingsonderwijs

Voor de gemeente ligt er een wettelijke taak in het faciliteren van kwalitatief goede binnensportvoorzieningen voor het bewegingsonderwijs.

 

Realiseren van toekomstbestendige sportinfrastructuur

Het speerpunt van de gemeente is ‘realiseren van een toekomstbestendige sportinfrastructuur’. Wanneer een schoolgebouw met een binnensportvoorziening een project wordt, wordt ook deze voorzieningen meegenomen in de investering. We voeren haalbaarheidsonderzoeken uit op kernniveau om de toekomstige capaciteitsbehoefte en functionaliteit van binnensportvoorzieningen te bepalen. Het onderwijs is hierin één van de belangrijkste stakeholders. Uitgangspunt is zoveel mogelijk clustering van voorzieningen en daar waar mogelijk lokalen bewegingsonderwijs afstoten. Gemeente Berkelland wil versneld investeren en slopen.

 

5.1. Wegingsfactoren

In dit IHP onderwijs is een gefaseerde aanpak van de verschillende schoolgebouwen opgenomen. Deze fasering is in overleg met de schoolbesturen tot stand gekomen. Hiervoor is uitgebreid beschreven welke factoren allemaal meegenomen zijn in de afweging. Kort samengevat gaat het om de volgende afwegingsfactoren:

  • technische staat van de gebouwen conform de quickscan van HEVO;

  • Scenario-besprekingen met de verschillende schoolbesturen voor wat betreft samenwerking op schoolniveau;

  • Leerlingenprognoses van MOOZ;

  • Verwachtingen van de schoolbesturen ten aanzien van instandhouding;

  • Bestuurlijke wensen ten aanzien van specifieke scholen en

  • Uitgangspunten van de gemeente Berkelland.

Voor de keuzes die zijn gemaakt ten aanzien van de voorgestelde duurzaamheidsmaatregelen is een aantal uitgangspunten van belang:

  • A.

    In het bouwbesluit zijn minimumeisen opgenomen voor de energiezuinigheid van bouw- en installatiedelen.

  • B.

    Het ambitieniveau van de beoogde ingreep:

    • 1.

      Wettelijk minimum: dit betreft energiebesparende maatregelen vastgesteld vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer 2019. Het Activiteitenbesluit is wettelijk verplicht voor gebouwen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 m3 gas (of een vergelijkbare energiebron) verbruiken. De maatregelen hebben een terugverdientijd van maximaal 5 jaar.

    • 2.

      Frisse Scholen klasse C: maatregelen worden genomen om het energieverbruik te verlagen en de kwaliteit van het binnenmilieu te verbeteren. De maatregelen hebben (overwegend) een maximale terugverdientijd van 15 jaar.

    • 3.

      Frisse Scholen klasse B & (bijna) aardgasvrij: maatregelen worden genomen om het energieverbruik fors te verlagen en de kwaliteit van het binnenmilieu sterk te verbeteren. De terugverdientijd is langer dan 25 jaar.

Aandacht voor duurzaamheid geeft mooie kansen en investeren in duurzaamheid loont. Door energiebesparende maatregelen gaat de energierekening omlaag. Daardoor komt meer geld voor onderwijs beschikbaar. Een gezond en fris gebouw zorgt ervoor dat leerlingen en docenten weer optimaal kunnen leren en werken.

 

5.2. Fasering

In deze paragraaf zijn de consequenties van de analyses zoals beschreven in hoofdstuk 4 en de afwegingsfactoren (paragraaf 5.1) weergegeven.

  • -

    Fase 0 betreft de gebouwen die reeds zijn gerealiseerd of in ontwikkeling zijn (voor besluitvorming over IHP onderwijs in september 2020).

  • -

    In fase 1 worden de gebouwen beschreven die een aanpassing tussen 2020 en 2023 verwachten.

  • -

    In fase 2 zijn gebouwen beschreven die een aanpassing tussen 2024 en 2029 verwachten.

  • -

    In fase 3 zijn gebouwen beschreven die een aanpassing tussen 2030 en 2036 verwachten.

  • -

    Fase 4 geeft de verwachtingen weer na 2036.

Deze fasering komt overeen met de fasering die HEVO heeft gehanteerd bij de schouw van de gebouwen.

 

In fase 1 worden de gebouwen beschreven die een aanpassing tussen 2020 en 2023 verwachten. Daarnaast wordt een aantal projecten in de fase gestart en aan het begin van fase 2 uitgevoerd. De doorlooptijd van projecten is al zo 4 jaar, zie in bijlage 10 een voorbeeld uitwerking stappenplan en tijdplan onderwijshuisvesting. Dit betekent dus dat ook projecten in fase 2 kunnen worden voorbereid en in fase 3 worden uitgevoerd, enzovoort.

5.2.1. Fase 0: <2020

De schoolgebouwen die in fase 0 zijn opgenomen zijn gerealiseerd en opgeleverd,

 

Eibergen

IKC Sterrenpalet

√ 2019

 

IKC ’t Simmelink

√ 2023

Borculo

Staring College

√ 2024

 

Kiezel en Kei, verhuur lokalen

√ 2019

5.2.2. Fase 1: 2020 – 2023

Aan de hand van de uitgangspunten (zie 5.1) is bepaald dat de ontwikkelingen rond de volgende scholen in fase 1 (2020-2023) starten. In hoofdstuk 7 is beschreven hoe projecten starten en het team wordt samengesteld.

 

Kerngerichte keuzes

Neede

In de komende tien jaar zijn vier van de vijf basisschoolgebouwen toe aan renovatie, dan wel nieuwbouw. In het overleg met de schoolbesturen is door de gemeente aangegeven dat de investeringen verdeeld moeten worden over twee fases.. De Kardinaal Alfrinkschool en OBS de Marke komen in fase 1 in aanmerking waarbij het uitgangspunt is huisvesting in één gebouw. Het programma van eisen voor het huisvesten van de scholen in de voormalige Julianaschool is vastgesteld. De architectenselectie en verdere uitwerking worden opgepakt. In fase 2 kan dan met de uitvoering worden gestart

In Neede wordt gekeken naar hoe het onderwijs meer verbonden kan worden met de wijken. Tegen de tijd dat het project in Neede wordt opgestart worden de kernprojectmanager en gebiedscontactpersoon nauw betrokken. Het streefpunt is een optimaal aanbod voor onderwijs, sport en cultuur.

 

Borculo

De schoolgebouwen van stichting OPONOA in Borculo zijn alle drie aan vervanging toe. Gezien het dalend aantal leerlingen heeft de gemeente het bestuur kenbaar gemaakt dat ze de drie scholen wil onderbrengen in twee gebouwen. Het bestuur heeft naar aanleiding hiervan een keuze gemaakt.

 

Voortschrijdend inzicht leidt er nu toe dat het schoolbestuur en de gemeente de voorkeur geven aan gezamenlijke huisvesting van de drie scholen op één locatie. Voor de oorspronkelijke planning van huisvesting van twee scholen op één locatie was al een locatieonderzoek uitgewerkt. Het terrein aan de Beukenlaan waar nu nog het Staringcollege is gehuisvest kwam hierbij als meest geschikte locatie naar voren. Het terrein heeft voldoende ruimte om een gebouw voor de drie scholen te realiseren.

In deze actualisatie wordt nu verder uitgegaan van gezamenlijke huisvesting van de drie openbare scholen op één locatie.

 

De St. Jorisschool is qua gebouw aan de beurt in fase 4. Vanwege de wens om een IKC te vormen met Avonturijn, is een beperkte aanpassing aan het gebouw opgenomen in fase 1. De aanpassingen zijn aangebracht en in 2021 opgeleverd.

 

Rietmolen

De St. Jozefschool in Rietmolen is technisch toe aan renovatie. In fase 1 wordt dit gecombineerd met het verkleinen van het gebouw. Dit leidt in de toekomst tot een sluitende exploitatie, hetgeen bijdraagt aan de instandhouding van deze school (leegstand is kostbaar). Gezien het leerlingenaantal heeft de school bestaansrecht in relatie tot de investering.

Door het onderzoek naar de haalbaarheid van scenario’s voor huisvesting van de school en het wijzigen van samenwerkingspartners voor de Kinderopvang heeft het langer geduurd voordat met de uitwerking is gestart. De kostenraming is inmiddels in beeld. Deze is aanmerkelijk hoger dan het bedrag dat in 2020 door de raad is vastgesteld. Na overleg met het schoolbestuur is een nieuwe verdeling gemaakt van de bijdrage van het schoolbestuur, de kinderopvanginstelling en de gemeente. Deze consequenties zijn meegenomen in de financiële paragraaf.

 

Fasering en prioritering

Onderstaand de projecten die in fase 1 worden gestart en in fase 2 worden uitgevoerd.

 

School

Bestuur

Opmerkingen

Neede

Kardinaal Alfrinkschool

St. Keender

Samenwoonschool Neede Oost komt op locatie Julianastraat 12. Planvorming 2023/2024. Uitvoering 2025-2026.

Obs De Marke

St. OPONOA

Rietmolen

St Jozefschool

St. Keender

Beoordelen verzoek aanpassing krediet. Planvorming 2024. Uitvoering 2024/2025.

Borculo

OBS Noord

St. OPONOA

Gezamenlijke huisvesting Beukenlaan. Planvorming 2024/2026. Uitvoering 2026/2027.

OBS Kiezel en Kei

OBS Heuvelschool

5.2.3. Fase 2: 2024 - 2029

Aan de hand van de uitgangspunten (zie 5.1) is bepaald dat de ontwikkelingen rond de volgende scholen in fase 2 (2024-2027) starten.

 

Kerngerichte keuzes

Neede

Zoals al gemeld bij de motivatie van fase 1, start in fase 2 het project om de andere scholen voor basisonderwijs in Neede te huisvesten in nieuwbouw. Het gaat hier om het onderbrengen van de Dr. Ariënsschool, OBS de Hofmaat en het Kisveld in één gebouw.

 

Borculo

VSO Korte Dreef is gehuisvest in noodlokalen die in aanmerking komen voor nieuwbouw. Gezien de leeftijd en technische staat is deze school opgenomen in de tweede fase. Deze school is niet geschouwd omdat het schoolbestuur de noodzakelijke technische gegevens niet op tijd kon aanleveren en het voor noodlokalen ook niet relevant is. De grond waarop deze noodlokalen staan, is niet in bezit van de gemeente Berkelland.

Vervanging van deze lokalen is wenselijk. Rekening houdend met de visie op inclusief onderwijs en de leerlingenprognose speciaal onderwijs moet worden bezien hoe het leerlingenaantal van deze school verloopt en hoe de leerlingen dan gehuisvest moeten worden. In dit IHP wordt nog wel rekening gehouden met een investering voor de vervanging van de noodlokalen, maar op basis van de verdere uitwerking zal moeten blijken hoe dit wordt geconcretiseerd.

 

Eibergen

In Eibergen is in de afgelopen jaren de leerlingendaling opgevangen door de samenvoeging van de bijzondere scholen. In deze fase is de samenvoeging van de openbare scholen naar verwachting aan de orde, dit is afhankelijk van hoe de leerlingenaantallen zich ontwikkelen. Nader overleg met het schoolbestuur moet uitwijzen hoe deze samenvoeging daadwerkelijk vorm krijgt. Het betreft de laatste fase in de uitvoering van een plan dat al eerder in overleg tussen schoolbesturen en gemeente tot stand is gekomen.

 

Geesteren

Dit betreft het realiseren van passende huisvesting voor de school. De omvang van de school wordt aangepast aan de leerlingenontwikkeling van de school

 

Ruurlo: Wonderwijs

Er was aangegeven dat deze school wanneer het qua leerlingaantal past kon worden gecombineerd met de Willibrordusschool. Het leerlingenverloop van beide scholen geeft echter aan dat gezamenlijke huisvesting in de bestaande accommodatie niet mogelijk is. De school kan in de nabijheid van de Willibrordusschool worden gehuisvest. Maar dan is wel uitbreiding van de locatie noodzakelijk

 

Neede: Speciaal basisonderwijsschool De Diekmaat.

Gelet op de in deze actualisatie opgenomen visie op het inclusief onderwijs is het wenselijk met het schoolbestuur te bezien welke consequenties dit heeft voor de Diekmaat.

 

Fasering en prioritering

In onderstaande tabel de projecten die in fase 2 worden gestart en uitgevoerd.

 

School

Bestuur

Opmerkingen

Neede

Dr. Ariensschool

St. Keender

Gezamenlijke huisvesting scholen Neede West. Planvorming 2025/2026.

Kisveld

VCO

Obs De Hofmaat

St. OPONOA

Eibergen

Menno ter Braak

St. OPONOA

Eventueel combineren indien leerlingenaantallen dit toelaat.

Op d’n Esch

St. OPONOA

Neede

SBO de Diekmaat

St. OPONOA

Het schoolbestuur heeft aangegeven dat zij meer duidelijk nodig heeft over de toekomst van het speciaal basisonderwijs. In het huidige gebouw is verbetering van het binnenmilieu nodig (naar frisse scholen B of C)

Geesteren

De Keikamp

St. OPONOA

Omvang van de school past niet bij leerlingenaantal. Behoefte aan passende jas.

Ruurlo

Wonderwijs

Gelderveste

School kan niet in bestaande huisvesting worden ondergebracht door leerlingenverloop. Bedrag voor vervangende huisvesting opnemen.

Borculo

VSO Korte Dreef

SOTOG

Vervangende huisvesting is wenselijk. Gelet op visie Inclusiever onderwijs bezien op welke wijze dit kan worden gerealiseerd.

5.2.4. Fase 3: 2030 - 2036

Aan de hand van de uitgangspunten (zie 5.1) is bepaald dat de ontwikkelingen rond de volgende scholen in fase 3 (2030-2036) starten.

 

Kerngerichte keuzes

De schoolgebouwen die in fase 3 zijn opgenomen, zijn hier vermeld gelet op de technische beoordelingen. Voor de scholen De Driesprong en De Voshaar geldt dat ter zijne tijd gekeken wordt of een omvangrijke investering verantwoord is in relatie met het voortbestaan van de scholen.

 

Er wordt wel een prioritering aangegeven voor de fases 3 en 4. Hierbij is echter ook bepaald dat tijdens de jaarlijkse OOGO’s naar de prioritering wordt gekeken. Dit kan leiden tot aanpassingen.

 

Fasering en prioritering

Overzicht projecten fase 3.

 

School

Bestuur

Opmerkingen

Ruurlo

Kerst Zwartschool

St. OPONOA

Geen wensen die relevant zijn voor het IHP

Ruurlo

De Driesprong

St. OPONOA

Het voortbestaan van de school komt mogelijk onder druk te staan.

Haarlo

De Voshaar

St. OPONOA

Het voortbestaan van de school komt mogelijk onder druk te staan.

Gelselaar

G.A. van de Lugt

St. OPONOA

Omvang van de school past in deze fase mogelijk niet bij leerlingenaantal. Behoefte aan passende jas.

5.2.6. Fase 4: 2036 en verder

Aan de hand van de uitgangspunten (zie 5.1) is bepaald dat de ontwikkelingen rond de volgende scholen in fase 4 (na 2036) waarschijnlijk starten.

 

Kerngerichte keuzes

De schoolgebouwen die genoemd staan in fase 4 zijn daarin opgenomen vanwege de technische beoordelingen. De Willibrordusschool wordt gehuurd en valt qua investering niet onder de gemeentelijke zorgplicht. Op dit moment verkeert deze in goede staat. De St. Jorisschool verkeert technisch in goede staat en wordt intern aangepast in het kader van IKC-vorming, tijdens fase 1.

 

Fasering en prioritering

Overzicht projecten fase 4.

 

School

Bestuur

Opmerkingen

Borculo

Sint Jorisschool

SKB-Borculo

Tijdens fase mogelijk nieuwbouw of grondige renovatie.

Rekken

OBS de Berkel

St. OPONOA

Aanpassing binnenklimaat is ter zijner tijd noodzakelijk. Tijdstip nog niet bepaald

Beltrum

De Sterrenboog

St. OPONOA

Aanpassing binnenklimaat is ter zijner tijd noodzakelijk. Tijdstip nog niet bepaald.

 

5.3. Financiële consequenties

In deze paragraaf worden de financiële consequenties gekoppeld aan de fases uit paragraaf 5.2.

5.3.1. Uitgangspunten

De financiële consequenties die in dit IHP onderwijs opgenomen zijn, zijn puur de kosten voor het aanpassen/nieuwbouw van een nieuwe voorziening. Hierbij is geen rekening gehouden met tijdelijke huisvesting, sloopkosten, infrastructurele maatregelen, parkeerplaatsen en resterende boekwaarden. Ook is er geen rekening gehouden met eventuele opbrengsten uit verkoop van vrijkomende locaties. Het daadwerkelijk benodigde krediet wordt per project bepaald. Om inzicht te krijgen in de financiële consequenties wordt er een aantal uitgangspunten aangehouden.

 

Bedragen

In paragraaf 5.3 zijn investeringsbedragen opgenomen die zijn gebaseerd op:

Soort investeringsbedrag:

Verwijzingslink:

Bedragen ventilatie frisse scholen B zijn gebaseerd op de aanvullend kwaliteitskader zoals opgenomen in het Kwaliteitskader Huisvesting onderdeel Gezondheid (frisse scholen en buitenruimte) Ruimte-OK.

Normbedragen nieuwbouw zijn gebaseerd op normbedragen VNG

https://vng.nl/nieuws/indexering-normbedragen-onderwijshuisvesting-2025

Marktconforme bedragen nieuwbouw niveau ENG zijn gebaseerd op Bouwkostengenerator HEVO 2025

 

  • -

    In de geraamde kosten verduurzaming zijn geen bedragen opgenomen voor regulier onderhoud, bouwkundige renovatie c.q. onderwijskundige aanpassingen;

  • -

    bedragen zijn inclusief BTW;

  • -

    per project dient vóór uitvoering overeenstemming bereikt te worden tussen de gemeente en de schoolbesturen over de verdeling van de te investeren bedragen.

De bouwkostengenerator van HEVO is gebaseerd op de feitelijke marktconforme kosten waarin alle projectkosten voor nieuwbouw zijn opgenomen op basis waarvan de m2-prijs tot stand komt.

 

Passende jas

De kosten voor het verkleinen van de schoolgebouwen (passende jas) zijn alleen doorberekend voor het gebouw uit fase 1. Dat is een bewuste keuze, ook gezien de kosten die dat berekenen met zich mee brengt (+/- €20.000 per gebouw) en de betrekkelijke meerwaarde gezien het ontbreken van concrete plannen. Op het moment dat een gebouw aangepast moet worden, wordt een plan ontwikkeld op basis van de criteria die op dat moment gelden. Dit rechtvaardigt de investering in plaats van dat nu al te doen.

 

Uitgangspunt nieuwbouw

Leerlingenaantallen

Bij het bepalen van het benodigde aantal vierkante meters (bruto vloeroppervlak (BVO) wordt er gekeken naar de leerlingenaantallen in 2023 en de getallen op langere termijn. Ieder jaar worden er weer nieuwe prognoses opgesteld en op het moment dat een aanvraag wordt ingediend voor aanpassingen in het gebouw wordt de meest actuele leerlingenaantal als onderlegger voor het volume vierkante meters gehanteerd.

 

Prijs per m² en vaste voet

De financiële consequenties van nieuwbouwplannen zijn gebaseerd op het aantal vierkante meters die op basis van de prognoses normatief nodig zijn.

 

In dit IHP onderwijs wordt gerekend met een marktconforme prijs volgens de bouwkostenconfigurator Hevo. De prijzen per m² die in deze berekening zijn genoemd zijn mede afhankelijk van het aantal leerlingen en dus ook de BVO waarvoor de school wordt gebouwd.

Omdat werkendeweg pas wordt beoordeeld of er sprake is van renovatie of vervangende nieuwbouw is in de berekeningen uitgegaan van de kosten van vervangende nieuwbouw.

Omdat renovatie ook een levensduur van tenminste 40 jaar moet hebben, zal het benodigde investeringsbedrag dicht tegen het nieuwbouwniveau aanliggen.

 

Bij de financiële consequenties is uitgegaan van de investeringsbedragen per school.

 

Fusie

Bij de financiële consequenties is uitgegaan van de kosten per school. Wanneer twee scholen in één voorziening worden gebouwd, levert dat geen voordeel op qua investering, wel in gebruik. Beide scholen houden recht op de vaste voet. Daar waar nu al bekend is dat er sprake is van een fusie tot één school, is éénmaal de vaste voet berekend. Een vaste voet wordt namelijk per zelfstandige school toegekend (per Brinnummer4).

 

Aanvragen voor nieuwbouw worden in de toekomst beoordeeld aan de hand van de feitelijke situatie.

 

Energie neutraal gebouw

De gemeenteraad heeft op 19 maart 2019 aangegeven er naar te willen streven om schoolgebouwen, waar mogelijk, zo energie neutraal mogelijk te maken. Dit sluit aan bij de ambitie van een energieneutraal Berkelland in 2030. In de financiële doorrekening wordt dan ook opgenomen wat de kosten zijn als nieuwbouw volgens de ENG-normen gebouwd worden.

 

Financiële consequenties

In de vorige paragraaf is te lezen welke uitgangspunten er gehanteerd zijn om tot overeenstemming te komen over welke ontwikkelingen rond scholen in fase 1 (2020-2023) in gang gezet worden. In onderstaande overzichten is per fase te zien welke financiële consequentie hieraan is gekoppeld, voor zowel de normbedragen VNG (Frisse scholen B) als de marktconforme bedragen (prijspeil 1-1-2024) voor een nieuw schoolgebouw conform ENG-eisen. Per project wordt bepaald wat de daadwerkelijke vergoeding zal zijn. Zie hoofdstuk 6.

 

VNG normvergoeding

De gemeenteraad van de gemeente Berkelland heeft op 19 maart 2019 besloten om de VNG-normvergoedingen te hanteren. Het raadsvoorstel is in bijlage 3 opgenomen. De financiële consequenties van de scenario’s zijn gebaseerd op de VNG-normbedragen van 2025.

Omdat in de praktijk te zien is dat deze normkosten niet meer conform de prijzen zijn zoals die nu in de markt worden gehanteerd, worden in de tabellen naast de VNG normen ook marktprijzen genoemd.

 

Deze geven dus een schatting van kosten die met de uitvoeringsagenda gepaard gaan. Op het moment dat een project rond aanpassing van een onderwijsgebouw daadwerkelijk tot uitvoer komt, moet er een kredietaanvraag volgen, waarbij rekening gehouden wordt met de op dat moment geldende prijspeilen. De in dit IHP onderwijs genoemde bedragen zijn dus schattingen.

 

Kinderopvang

De investeringen voor de kinderopvang zijn niet opgenomen. De kinderopvangorganisatie bepaalt de ruimtebehoefte. Hoe de gemeente financieel bij kan dragen aan IKC-vorming is beschreven in paragraaf 6.2.

5.3.2. Verdeling per fase

 

Uitloop fase 1 en fase 2

periode 2024 - 2029

pp 2025

School

aantal m² BVO

VNG Vergoeding

Marktconform ENG

St. Jozefschool te Rietmolen

Op basis van uitgewerkt plan en onderliggende raming

€ 1.328.534

€ 1.328.534

Kardinaal Alfrink en OBS De Marke te Neede

Samenwoonschool Neede Oost Julianalaan 12; 2.000 m² BVO

€ 7.104.410

€ 7.740.000

3 in 1 Openbare scholen te Borculo

Gezamenlijke huisvesting OBS Noord, Heuvelschool en Kiezel en Kei; 2.394 m² BVO

€ 8.238.342

€ 9.715.772

Aanpassing tbv definitieve huisvesting ISK onderwijs

Raming aanpassing voormalige school Kardinaal Alfrink

€ 500.000

€ 500.000

Gezamenlijke huisvesting Neede West

Dr. Ariensschool

naar verwachting 718 m²

€ 2.740.609

€ 3.186.484

De Hofmaat

naar verwachting 975 m²

€ 3.480.255

€ 3.773.250

Kisveld

naar verwachting 487 m²

€ 2.075.791

€ 2.161.306

Gezamenlijke huisvesting Eibergen

Menno ter Braakschool

Naar verwachting 1.151 m²

€ 3.986.783

€ 4.454.370

Op d'n Esch

Naar verwachting 1.191 m²

€ 4.101.903

€ 4.609.170

Wonderwijs te Ruurlo

School kan niet in bestaande capaciteit. Naar verwachting 678 m²

€ 2.625.489

€ 3.008.964

Vso de Korte Dreef

Omvang en locatie afhankelijk van uitwerking visie inclusief onderwijs. Vooralsnog rekening met 1.600 m2 bvo

€ 5.661.371

€ 6.612.800

Duurzaamheid ventilatie

Diekmaat te Neede

Aanpassing naar frisse scholen B

€ 309.120

De Keikamp te Geesteren

Aanpassing naar frisse scholen B

€ 170.660

Subtotaal

€ 41.843.487

€ 47.570.430

 

Fase 3 en 4

Periode 2030 - 2036 e.v.

School

aantal m² BVO

Kwaliteitskader

Duurzaamheid ventilatie

Willibrordusschool te Ruurlo

1.110 m²

€ 255.300

De Berkel te Rekken

575 m²

€ 132.250

De Sterrenboog te Beltrum

838 m²

€ 192.740

Totaal

€ 41.843.487

€ 48.150.720

6. Financiële en juridische borging

In dit hoofdstuk is beschreven welke financiële en juridische mogelijkheden er zijn om het IHP onderwijs tot uitvoering te brengen.

 

6.1. Investeren in scholen

Gezamenlijke investering

Voor het realiseren van de plannen zijn forse financiële investeringen noodzakelijk. Dat vraagt een grote inspanning van de gemeente en de schoolbesturen. Het verzorgen van adequate huisvesting voor het onderwijs behoort tot de wettelijke zorgplicht van de gemeenten conform de Huisvestingsverordening Onderwijs. In principe is de gemeente verantwoordelijk voor de realisatie van een schoolgebouw dat sober en doelmatig is.

 

Renovatie

Renovatie is niet wettelijk geregeld, dat is dus onderwerp van overleg tussen besturen en gemeente op het moment dat een gebouw toe is aan ingrijpende vernieuwing. De daarmee gepaard gaande kosten kunnen deels vergoed worden uit middelen die het schoolbetuur heeft ontvangen voor groot onderhoud, het andere deel wordt door de gemeente krediet voor verstrekt.

 

Duurzaamheid

Ten aanzien van de investeringen in duurzaamheid komt de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de hoek kijken. Gemeente Berkelland draagt bij om ENG mogelijk te maken. Aanpassingen van het binnenklimaat komen voor rekening van het schoolbestuur. De schoolbesturen kunnen een deel financieren op basis van Total Cost of Ownership5 in een nieuwbouw of renovatie (dit is een advies). De bijdrage kan een gunstig effect hebben op de duurzaamheid van het gebouw voor het onderhoud en de exploitatie. De schoolbesturen zetten hiervoor de materiële instandhouding (MI) vergoeding van het rijk in, voor zover dit verantwoord is binnen het geldende investeringsverbod en de totale schoolexploitatie. De scholen besparen in de aanloop naar de investering op groot onderhoud. Deze besparing investeren zij in de nieuwbouw. Na realisatie wordt bespaard op energie- en onderhoudslasten. Belangrijke voorwaarde is dat het schoolgebouw voldoet aan de eisen duurzaamheid en kwaliteit, zoals benoemd in paragraaf 4.1 en 5.1. Hoe exact invulling wordt gegeven aan duurzaamheid kan in de aanbesteding van het project worden opgenomen. Dit is een nader bespreekpunt tussen de gemeente en het schoolbestuur.

 

PO investeren in gebouw

In paragraaf 2.4 is beschreven dat op dit moment voor het Primair Onderwijs nog sprake is van het zogenaamde investeringsverbod. Echter, een schoolbestuur PO mag MI-gelden investeren in het gebouw om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Voorwaarden zijn:

  • -

    Goede onderbouwing

  • -

    Investeringen verhouden zich redelijkerwijs tot het eigen vermogen van het schoolbestuur en de tijd waarin de investering zichzelf terugverdient.

In het wetgevingsvoorstel van de PO-Raad, VO-raad en VNG staat een terugverdientijd van maximaal twintig jaar. Dit is door het ministerie van OCW, anno juli 2020, nog niet vastgelegd. Samenwerking tussen schoolbesturen en gemeente kan belangrijke voordelen opleveren:

  • a.

    Kostenbesparing door beide geldstromen te bundelen, of

  • b.

    Hogere ambities door samen slim te investeren.

VO investeren in gebouw

De investeringsmogelijkheden voor het Voortgezet Onderwijs zijn ruimer dan die voor het Primair Onderwijs. In de eerste plaats omdat de overheveling van de vergoedingen groot onderhoud al vanaf 2005 richting schoolbestuur zijn gegaan, maar ook omdat het zogenaamde investeringsverbod niet van toepassing is op het Voorgezet Onderwijs.

 

Investering per schoolgebouw

Iedere investering moet per schoolgebouw bekeken worden. Per gebouw wordt, bij uitvoering van het IHP onderwijs, een overeenkomst opgesteld tussen gemeente en schoolbestuur waarin geregeld wordt wat de respectievelijke bijdragen voor duurzaamheid zijn. Gezien de diversiteit van de verschillende gebouwen (verschillende bouwperiodes met verschillende technische kwaliteiten) is dat altijd maatwerk. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. De consequenties daarvan in financiële zin zijn in de uitvoeringsagenda niet verwerkt, zie paragraaf 6.2.

 

Schoolplein

Herinrichting van een schoolplein is een zaak die qua financiering bij het schoolbestuur c.q. schooldirectie ligt. De gemeente heeft daar geen financiële rol in te vervullen.

 

Bespaarde middelen inzetten voor nieuwbouw

Wanneer een schoolbestuur een pand aantoonbaar slecht heeft onderhouden en dat wordt objectief aangetoond, kan een gemeente het door het bestuur ontvangen bedrag voor de materiële instandhouding (MI) met terugwerkende kracht van 5 jaar verrekenen met het nieuwbouwkrediet. Het IHP onderwijs biedt voor gemeente en schoolbestuur de mogelijkheid om grote investeringen uit te stellen. De bespaarde middelen kunnen dan ingezet worden voor de nieuwbouw. Dat is wettelijk toegestaan. Uitwerking per project is mogelijk in overleg tussen gemeente en schoolbestuur.

 

Krediet ten behoeve van nieuwbouw

De gemeente Berkelland verstrekt een krediet volgens de VNG-vergoeding voor nieuwbouw van een schoolgebouw. In tabel 18 is de opbouw van het krediet weergegeven. Deze vergoeding wordt per project bepaald.

 

Tabel 3 Opbouw vergoeding

 

Normvergoeding VNG t.b.v. onderwijs

Kosten Opslag van BENG naar ENG

Gat tussen krediet en marktconforme prijs waarover de gemeente en schoolbesturen in overleg gaan

Marktconforme prijzen op basis van ENG

 

Voor de projecten in fase 0 is uit gegaan van de normvergoeding VNG + + opslag BENG naar ENG. De opslag kan verschillend zijn voor onderwijsgebouw ten opzichte van gebouw voor bewegingsonderwijs. Wanneer andere normvergoedingen bekend zijn worden deze gehanteerd.

 

Financiering vanuit de reserve onderwijshuisvesting.

Investeringen voor onderwijshuisvesting worden op dit moment volledig bekostigd uit de reserve voor onderwijshuisvesting. Op dit moment (medio 2024) zit er globaal € 17,5 miljoen in deze reserve. De reserve wordt gevoed vanuit vrijval in kapitaallasten en mogelijke positieve resultaten (overschotten) op de jaarrekening.

 

Uit het investeringsoverzicht is te zien dat de reserve op dit moment niet voldoende is om alle plannen op termijn te kunnen bekostigen. Er is op dit moment ruimte voor de St Jozefschool te Rietmolen, gezamenlijke huisvesting in Neede Oost en de 3 in 1 voorziening in Borculo.

 

Als de reserve onderwijshuisvesting de komende tijd niet wordt aangevuld dan zal de gemeenteraad te zijner tijd moeten besluiten om andere middelen vrij te maken (of plannen uit te stellen). Dat kan zij bijvoorbeeld doen door een bijdrage vanuit de algemene middelen of door binnen de meerjarenbegroting de benodigde bedragen voor kapitaalslasten (afschrijvings- en rentelasten) op te nemen. Gezien het huidge tekort op de meerjarenbegroting zal de gemeenteraad ingrijpende keuzes moeten maken voor welk doel zij de schaarse middelen wil inzetten.

 

6.2. Investeren in IKC

Kernpartners

De kinderopvang organisatie en het schoolbestuur vormen samen de kernpartners in het integraal kindcentrum. Een kernpartner heeft een plaats in dat IKC vanuit de zorgplicht van de gemeente of men heeft een langjarig (ten minste 10 jaar) intentie/huurcontract afgesloten met het schoolbestuur, dan wel met de gemeente. In dergelijke gevallen is er sprake van gebruik van lege lokalen door de kinderopvang of sprake van specifiek voor de kinderopvang gerealiseerde vierkante meters. In de eerste situatie wordt een huurovereenkomst gesloten met het schoolbestuur, in de tweede situatie kan dat ook het schoolbestuur zijn, maar ook de gemeente. Dit hangt van de specifieke situatie af. Uitgangspunt is dat in de IKC’s de scholen en daarmee de schoolbesturen, als eerstverantwoordelijken worden beschouwd. Kort gezegd: “De scholen zijn in de lead.”

 

Ketenpartners

Andere organisaties waarmee de kernpartners een geformaliseerde samenwerking afsluiten, en die een aanvullende of ondersteunende rol vervullen in de richting van de kernpartners, noemen we ketenpartners. Wanneer zij structureel gebruik maken van bestaande ruimte (al dan niet via een huurovereenkomst) in het betreffende IKC, verloopt dat in principe via medegebruik die gemeld moet worden aan de gemeente. Ander (incidenteel) gebruik wordt ook gezien als medegebruik, maar hoeft niet gemeld te worden aan de gemeente.

 

Voor de kernpartners geldt dat de gemeente bij een eventueel ruimtetekort geen gebruik maakt van haar vorderingsrecht6. Voor alle andere vormen van verhuur of medegebruik blijft het vorderingsrecht zoals vastgelegd in de Gemeentelijke verordening onderwijshuisvesting van toepassing.

 

Constructie beheer en exploitatie IKC

Het beheer en de exploitatie van integrale kindcentra vraagt, zeker wanneer er ook sprake is van bijvoorbeeld een extra lokaal voor bewegingsonderwijs, een andere juridische vorm. Dit vraagt in voorkomende gevallen maatwerk, waarbij, met inachtneming van de onderscheidende taken en verantwoordelijkheden, de gekozen vorm de beoogde integratie faciliteert en niet in de weg gaat staan. Binnen de gemeente Berkelland is de ‘Stichting IKC Het Simmelink’ daar een goed voorbeeld van.

 

Financiering kinderopvang

Vanuit de visie van VNG en ook aansluitend bij die van schoolbesturen en een aantal raadsfracties maakt kinderopvang onlosmakelijk deel uit van de visie op de begeleiding van kinderen tussen 0 en 12 jaar. Daar komt het hele IKC-gedachtengoed vandaan. Op grond daarvan heeft de gemeente Berkelland ervoor gekozen om de kinderopvang in een IKC voor te willen financieren.

 

Als de gemeente de initiële investering hiervoor doet, dan dienen de kosten hiervoor te worden vergoed vanuit de exploitatie van de kinderopvang. Dit houdt in dat de investering voor kinderopvang zich moet terugverdienen in een kostendekkende huur.

 

Voorfinanciering door gemeente Berkelland

Voor de gemeente houdt dit in dat de gemeente Berkelland de investering die ze voor de kinderopvang gedaan heeft terugkrijgt. Er is alleen sprake van eventuele investering in kinderopvang door de gemeente in het geval van de vorming van een integraal kindcentrum.

Om de risico’s bij vertrek en/of faillissement van een kinderopvangorganisatie te beperken worden huurcontracten met het schoolbestuur gesloten met een looptijd van ten minste 10 jaar. Bij leegstand, door vertrek van de kinderopvang, gaat het schoolbestuur op zoek naar een nieuwe partner. Eventueel gaat de gemeente na een jaar in overleg met het schoolbestuur om de negatieve effecten van de leegstand te beperken.

 

6.3. Andere investeringsvormen

Schoolbesturen en gemeenten hebben bij nieuwbouw of verbetering van scholen te maken met krappe budgetten, onvoldoende geïndexeerde exploitatievergoedingen en krappe normvergoedingen voor onderhoud en gas- en elektriciteitsverbruik. Toch lukt het veel schoolbesturen en gemeenten om, vaak samen, een energiezuinige en frisse school te financieren. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar:

  • Eigen middelen: Betaling ineens, budgetten naar voren halen of gespreide betaling.

  • Geld lenen: Via gemeente, BNG of leveranciers.

  • Geld van derden: Subsidies overheid, sponsoring.

  • Nieuwe contractvormen: levensduurbenadering TCO, innovatief aanbesteden en geïntegreerde contracten. (dit zijn ambities, geen eisen van gemeente Berkelland)

Huren van gebouwen gebeurt op dit moment bij Willibrordus in Ruurlo. Ook kunnen huur-koop constructies gevormd worden met externe partners, zoals bijvoorbeeld de Stichting Maatschappelijk Vastgoed. Zij hebben bijvoorbeeld De Vliert in Twello gebouwd en gaan De Passie in Wierden bouwen.

 

6.4. Subsidies

Hieronder zijn subsidies genoemd die in 2020 te verkrijgen waren. In de loop van de tijd kunnen deze wegvallen en kunnen er andere subsidies bijkomen. Per project wordt door de gemeente en het schoolbestuur bekeken welke subsidies mogelijk zijn.

 

Subsidieregeling voor Energie Innovaties

Schoolbesturen en gemeenten die op het punt staan te gaan investeren in innovatie voor aardgasloze renovatie van schoolgebouwen kunnen naast de bekende Subsidie voor duurzame Energieopwekking (SDE+) regeling ook subsidie aanvragen via de Demonstratie Energie Innovatie (DEI+) regeling. Doel van deze subsidieregeling is om de overstap voor bestaande gebouwen naar een aardgasvrije warmtevoorziening op korte termijn aantrekkelijker en goedkoper te maken. Per deelnemer is maximaal € 125.000 beschikbaar.

 

Programma scholen besparen energie

Het programma ondersteunt basisscholen en middelbare scholen actief en onafhankelijk bij het nemen van eenvoudige maatregelen om energie te besparen. Daarbij ligt de focus op kleine energiebesparende ingrepen die weinig kosten, en waarmee schoolbesturen relatief veel geld kunnen besparen. Denk bijvoorbeeld aan het inzichtelijk maken van het energieverbruik, het minimaliseren van sluimerverbruik en het energiezuinig inregelen van de verwarming. Ook aan de slag gaan met energiebesparend gedrag samen met leerlingen en leerkrachten hoort daarbij. Met al dat laaghangend fruit kan snel zo’n 10% energiebesparing worden bereikt, blijkt uit de praktijk.

7. Uitvoering van IHP onderwijs

Na de vaststelling van het IHP in 2020 is gestart met de uitvoering, te starten bij fase 1. In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit er uit kan zien. Dit is maatwerk per project en afhankelijk van de kennis van het schoolbestuur.

 

7.1 Start project

  • 1.

    Het project start door een huisvestingsaanvraag door het schoolbestuur.

  • 2.

    De gemeente neemt deze in behandeling.

  • 3.

    Na een positef besluit wordt de werkgroep samengesteld door betrokkenen van het schoolbestuur en van de gemeente. Deze samenstelling is projectafhankelijk

    • De betrokkenen van de gemeente zijn voornamelijk de opdrachtgever onderwijs, medewerkers uit het gebiedsteam, projectmanager duurzaamheid, financieel adviseur, jurist, en de programmamanager Fijn Leven. Vanuit de gemeente wordt dus vanuit alle invalshoeken gekeken naar het project, zodat een optimaal aanbod voor onderwijs, sport en cultuur gerealiseerd kan worden. Daarnaast resulteert dit in slimme investeringen. De personen worden op de juiste momenten betrokken.

    • De betrokkenen van de school zijn: schoolbestuur, directeur/locatiecoördinator, specialist gebouwenbeheer zoals een facilitair manager.

    • De benoeming van een project-procesbegeleider is een traject waar gemeente en besturen samen komen tot een gedragen benoeming.

  • 4.

    Ieder uitvoeringsbesluit wordt afzonderlijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd, inclusief een uitgewerkt plan en de bijbehorende kredietaanvraag.

    De normen en criteria vanuit de huisvestingsverordening zijn leidend, daar zijn de berekeningen en budgetten op gebaseerd: VNG-normvergoeding. Zie paragraaf 6.1 hoe het krediet tot stand komt.

7.2 Proces

Hieronder is een voorbeeld uitwerking stappenlan en tijdpad onderwijshuisvesting weergegeven. De gedetailleerde uitwerking is weergegeven in bijlage 10.

 

Jaar 1

  • -

    Initiatieffase

    • Interatief proces wijk

    • Scenario’s ontwikkelen, locatieverkenning, tijdelijke huisvesting e.d.

    • Voortgangsmelding college en raad (evt. voorbereidingskrediet)

  • Op te leveren document: haalbaarheidsonderzoek

  • -

    Definitiefase

    • Planvorming: locatieonderzoek kwalitatief en kwantitatief, infra, RO, stedenbouwkundig, groen, e.d.

    • Rapportage beschikbaar en voorbereiding aanvraag krediet

    • Kredietaanvraag en -besluit

  • Op te leveren documenten: locatiebeschrijving, programma van eisen (technisch, ruimtelijk, functioneel) en organisatie voor de volgende fasen (architect, adviseurs)

Jaar 2:

  • -

    Ontwerpfase

    • Bestek en aanbesteding

  • Op te leveren documenten: voorlopig ontwerp, definitief ontwerp en realisatiecontract

  • -

    Realisatiefase

    • Bouwtijd

  • Op te leveren: gebouw en proces verbaal van de oplevering

Jaar 4: Opening

 

Afhankelijk van de omvang van het project duurt dit proces langer of korter. Omvang wordt bepaald passende jas of nieuwbouw, zelfde locatie of nieuwe locatie, 1 school of meerdere scholen van 1 of meerdere besturen. Daarnaast worden de projecten integraal aangepakt, zie paragraaf 7.3.

 

7.3 Integrale aanpak

Het schoolbestuur bepaalt haar wensen met betrekking tot het onderwijsgebouw en gymgebouw. Vanuit gemeente Berkelland wordt integraal gekeken naar de ontwikkelingen. De kernprojectmanager en de gebiedscontactpersonen zijn verantwoordelijk voor de integrale ontwikkeling van een kern of gebied. Zij zijn op de hoogte van welke zaken er in een kern spelen. Omdat zij de contactpersonen kennen, kunnen zij snel verbinding leggen met andere mogelijke partijen die bij kunnen dragen aan een bredere gebouwelijke voorziening in een kern. In overleg tussen schoolbestuur en de gemeente Berkelland wordt gezocht naar meerwaarde.

 

Duurzaamheid

Op het thema duurzaamheid is in juli 2020 nog geen beleid geformuleerd. Tijdens projecten wordt bekeken hoe dit thema kan worden geborgd. Van ervaringen kan geleerd worden. In bijlage 5 is beschreven hoe duurzaamheid in de aanbesteding geborgd mogelijk kan worden.

 

7.4 Bouwheer

Wettelijk is het schoolbestuur bouwheer, tenzij anders wordt overeen gekomen. De gemeente en de schoolbesturen hebben onderscheidende verantwoordelijkheden. Omdat het in de toekomst waarschijnlijk om bredere voorzieningen gaat dan alleen een school (kinderopvang, wijkfuncie/dorpsfunctie) komen er meer belangen samen. Dit betekent dat er financiële risico’s aan dergelijke projecten zitten die de verantwoordelijkheid van een schoolbestuur te boven gaan. Daarom wil de gemeente ten minste de regie houden tot het moment van aanbesteden.

Wanneer een schoolbestuur vast wil houden aan de wettelijke rol van bouwheer kan dat natuurlijk, maar de consequentie: alle risico’s van aanbesteding en realisatie komen dan bij het schoolbestuur te liggen.

Het samen optrekken is een mogelijkheid dat per project wort bepaald.

 

7.5 Evaluatie en besluitvorming

Jaarlijks

Tijdens het jaarlijkse OOGO (rond september) staat onder andere op de agenda:

  • -

    Hoe verlopen de projecten?

  • -

    Welke projecten wensen prioriteit in het komende jaar?

Doordat projecten worden geëvalueerd en ervaringen met elkaar worden gedeeld kan er geleerd worden. Bijsturing in het project en in de fase kan daardoor plaatsvinden.

 

Acutalisatie

De gemeente stelt in samenspraak met de schoolbesturen een IHP onderwijs op in de lijn van het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG. Het IHP onderwijs bestrijkt een periode van 16 jaar. Wanneer de lokale en/of landelijke ontwikkelingen het nodig achtend wordt het IHP onderwijs geactualiseerd.

 

Snelheid van uitvoeren

De vrijval van kapitaallasten bepaald onder andere de snelheid van het uitvoeren van het IHP onderwijs. De raad beslist om een een project te kunnen uitvoeren. Door het IHP onderwijs in samenwerking met schoolbestuurders en gemeente op te stellen voor de komende 16 jaar wordt geborgd dat wisseling van schoolbestuurders, wethouders en raadsleden zo min mogelijk invloed heeft. Daarnaast geeft het bestuurders zekerheid over tot wanneer zij slim kunnen investeren en wanneer zij kunnen sparen voor de verbouwing/nieuwbouw. Immers er is door alle partijen besloten dat er in de komende jaren geïnvesteerd gaat worden. Schoolbesturen en gemeente Berkelland blijven in gesprek over de ontwikkelingen.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 april 2025

de griffier,

drs. J.A. Satijn

de voorzitter,

drs. J.H.A. van Oostrum

Bijlagen  

 

Bijlage 1a: Transitieatlas primair onderwijs Achterhoek managementsamenvatting

Bijlage 1b: Transitieatlas primair onderwijs Achterhoek rapport

 

Bijlage 2a: Transitieatlas Beroepsonderwijs in de Achterhoek managementsamenvatting

Bijlage 2b: Transitieatlas Beroepsonderwijs in de Achterhoek rapport

 

Bijlage 3: Onderwijshuisvesting 2019

Op 5 februari 2019 heeft het college van b&w ingestemd met het raadsvoorstel onderwijshuisvesting 2019

Op 19 maart 2019 heeft de gemeenteraad het raadsvoorstel aangenomen

 

Bijlage 4: Rapportage Quickscan

 

Bijlage 5: Handreiking inclusiever onderwijs

 

Bijlage 6: Samenvatting kerngesprekken

 

Bijlage 7: Presentatie Eibergen

 

Bijlage 8: Presentatie Ruurlo

 

Bijlage 9: Presentatie Neede, Borculo en kleine kernen

 

Bijlage 10: PO prognoses

 

Bijlage 11: Overzicht capaciteit gebouwen

Naar boven