Gemeenteblad van Zutphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2025, 181802 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2025, 181802 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode van de raad van de gemeente Zutphen inhoudende bepalingen over de integriteit van burgemeester en wethouders
De raad van de gemeente Zutphen,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 800812;
gelet op artikel(en) 41c, tweede lid en 69, tweede lid van de Gemeentewet;
Gedragscode van de raad van de gemeente Zutphen inhoudende bepalingen over de integriteit van burgemeester en wethouders (Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2024)
Artikel 1.1 Geldingsbereik gedragscode
Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en voor de wethouders, maar richt zich ook tot het bestuursorgaan.
Artikel 1.3 Ontvangst gedragscode en handelen naar de gedragscode
De burgemeester en de wethouders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze gedragscode en tekenen voor ontvangst. Zij nemen hiermee kennis van de inhoud van de code en handelen in de uitoefening van hun ambt daarnaar.
De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over zijn nevenfuncties bij aanvang van het ambt. Als de burgemeester gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaardt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, levert de burgemeester de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aan bij de gemeentesecretaris.
De wethouder levert de gemeentesecretaris de informatie aan over zijn nevenfuncties bij aanvang van het ambt. Als de wethouder gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaardt of de omstandigheden bij bestaande nevenfuncties wijzigen, levert de wethouder de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aan bij de gemeentesecretaris.
Artikel 2.4 Uitsluiting werkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en de wethouders gedurende twee jaar na hun aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.
Artikel 3.1 Bewaren vertrouwelijke en geheime informatie
De burgemeester respectievelijk de wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie, als ook privacygevoelige informatie, waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
Artikel 3.2 Gebruikmaken van geheime informatie
De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen geheime informatie, ook niet na aftreden.
De burgemeester respectievelijk de wethouder meldt geschenken die hij uit hoofde van zijn ambt ontvangt en heeft geaccepteerd bij de gemeentesecretaris. Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- hebben, worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente.
Artikel 5.1 Inrichting administratieve organisatie en gebruik voorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de functionele uitgaven van de wethouders respectievelijk de burgemeester en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
Artikel 5.2 Melding voornemen buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe
De burgemeester respectievelijk de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij verschaft daarbij informatie over het doel, de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Artikel 5.4 Definitie buitenlandse dienstreis
Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling.
Artikel 5.5 Geen declaratie van al op andere wijze vergoede kosten
De burgemeester respectievelijk de wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.6 Gebruik gemeentelijke voorzieningen en eigendommen
Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente, waartoe de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn functie exclusieve toegang heeft, ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan of hier andere afspraken over gemaakt zijn. Een goed en integer handelend burgemeester respectievelijke wethouder:
De burgemeester respectievelijk de wethouder gedraagt zich en toont zich te allen tijde als een goed bestuurder.
Artikel 6.2 Onderlinge en externe bejegening
De burgemeester respectievelijk de wethouder bejegenen elkaar, raadsleden, fractievertegenwoordigers, de griffier, de gemeentesecretaris, andere ambtenaren én externen op correcte wijze, zowel mondeling, schriftelijk als ook in (sociale) media.
Artikel 6.3 Uitlatingen over individuele ambtenaren
De burgemeester respectievelijk de wethouder onthouden zich in het openbaar van uitlatingen over individuele ambtenaren.
Artikel 6.4 Kaders voor omgangsvormen in de vergadering
De burgemeester respectievelijk de wethouder houden zich tijdens college-, raads- beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen aan het Reglement van Orde; zij volgen de aanwijzingen van de voorzitter op en spreken in de vergadering altijd via de voorzitter.
Als ten aanzien van informatie, waarvan de burgemeester respectievelijk de wethouder kennis nemen, een plicht tot geheimhouding geldt of is opgelegd, houden de burgemeester respectievelijk de wethouder zich daaraan en nemen zij goede nota van de bepalingen over geheimhouding in de artikelen 87, 88 en 89 van de Gemeentewet.
Artikel 6.7 Notitie Integriteit en omgangsvormen
De burgemeester respectievelijk de wethouder neemt kennis van de Notitie Integriteit en omgangsvormen burgemeester en wethouders, die als bijlage 1 bij deze gedragscode is opgenomen, zij houden daarmee rekening in hun gedrag en hun omgangsvormen en handelen ook daarnaar.
Artikel 8.1 Intrekking oude gedragscode
De Gedragscode bestuurlijke integriteit burgemeester en wethouders 2008, zoals vastgesteld bij besluit van 15 december 2008, wordt ingetrokken.
Aldus besloten in de openbare vergadering van
de raad van de gemeente Zutphen,
gehouden op: 14 april 2025
De voorzitter,
de griffier,
Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen burgemeester en wethouders
Notitie Integriteit en omgangsvormen burgemeester en wethouders
Goed bestuur is integer bestuur. Zonder integer bestuur wordt het vertrouwen in de democratische rechtsstaat ondermijnd en verdwijnt het draagvlak voor de naleving van wetten en regels.
Integriteit en omgangsvormen van burgemeester en wethouders verwijzen naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Vertrekpunt daarbij is de eed of belofte die de burgemeester en de wethouders bij hun benoeming afleggen. Daarin verklaren zij hun plichten “naar eer en geweten” te zullen vervullen. Maar waar gaan die eer en dat geweten over?
In deze notitie wordt beschreven wat we binnen het gemeentebestuur onder eer en geweten verstaan. Deze notitie is een bijlage bij de Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen en omvat ook elementen die niet wettelijk dan wel regelgevend zijn dan wel juridisch kunnen worden vastgelegd. Papier is geduldig en integriteit en omgangsvormen zijn dan ook meer een kwestie van doen dan van schrijven. Het leidmotief voor dat doen komt neer op fatsoen. Dat is dan ook wat we van elkaar mogen verwachten: een fatsoenlijke omgang met onze inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen, de gemeente en onze collegae.
Kernbegrippen en uitgangspunten
Collegeleden stellen bij hun handelen de kwaliteit van het lokale openbaar bestuur centraal. Een hoge standaard van integriteit en omgangsvormen is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de inwoners, zijn het primaire richtsnoer van het handelen en gaan boven persoonlijke, individuele en/of politieke (deel)belangen.
Integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording van individuele collegeleden wordt intern afgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en daarenboven natuurlijk aan de gemeenteraad, maar ook extern aan inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen en tot slot aan de burgemeester in zijn rol als hoeder van de gemeentelijke integriteit.
Als uitgangspunt heeft te allen tijde ook de notie van transparantie en transparant handelen te gelden. Voor de buitenwacht moet het handelen van de burgemeester of de wethouder altijd herleidbaar en daarmee ook toetsbaar zijn. Dat geldt eens te meer waar het de eigen persoonlijke betrokkenheid van de burgemeester of de wethouder betreft. Daarmee wordt ook rekening gehouden met het risico op een verkeerde schijn tussen publieke en persoonlijke betrokkenheid en worden risico’s zoveel mogelijk vermeden.
Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit in een breder perspectief:
Het handelen van een lid van het college is vanuit het begrip dienstbaarheid aan de samenleving altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en inwoners die daar onderdeel van uit maken, ofwel het algemeen belang. Het college van burgemeester en wethouders moet te allen tijde primair staan voor het algemeen belang van de gemeente Zutphen en haar inwoners. Dat algemeen belang wordt bepaald door de uitkomst van de versmelting van de (politieke) deelbelangen die in de gemeenteraad en daarvan afgeleid in het college vertegenwoordigd zijn. Het algemeen belang is voor ieder collegelid altijd groter dan het individuele politieke deelbelang. Dat betekent dat bij de aanvaarding van het ambt van burgemeester of wethouder het collegelid altijd primair zal staan voor de uitkomst van raads- of collegebesluiten boven het (deel)belang van de eigen (politieke) opvatting en/ of specifieke individuen. Integriteit en omgangsvormen van collegeleden zijn in handelen en communicatie dan ook primair gericht op dat algemeen belang.
Het is van belang ons constant bewust te zijn dat ons democratische systeem gebaseerd is op vertrouwen. Al is iemand het nog zo oneens met de ander, het uitgangspunt blijft dat die ander handelt in het algemeen belang van onze inwoners en de gemeente. Alleen op basis van dat basisvertrouwen is een gesprek en debat mogelijk. Zodra wantrouwen uitgangspunt wordt, dooft het licht en is het niet meer mogelijk het algemeen belang na te streven. Collegeleden handelen jegens elkaar, raadsleden/ fractievertegenwoordigers en de ambtenaren op basis van wederzijds vertrouwen en respect.
Gezamenlijkheid en dienstbaarheid
Het college is het dagelijks bestuur van de gemeente en draagt de primaire verantwoordelijkheid voor de voorbereiding en de uitvoering van besluiten van de gemeenteraad. Evenals de uitvoering van wetten en regelingen van het Rijk en de provincie. Die verantwoordelijkheid vraagt om een groot gevoel van gezamenlijkheid, hetgeen iets anders is dan eenvormigheid. Het college kan alleen functioneren als zij met één mond spreekt. Na overleg en collegebesluit voegt ieder collegelid zich loyaal naar de uitkomst daarvan. Daarnaast is het college dienstbaar naar de samenleving en de raad. Dat wil zeggen dat het college zich te allen tijde de vraag stelt hoe het die samenleving zo goed mogelijk van dienst kan zijn en de gemeenteraad daarbij zodanig kan informeren dat deze zijn kaderstellende, budgetterende en controlerende taak zo goed mogelijk kan uitvoeren. De rol van het dagelijks bestuur van de gemeente vullen we dan ook gezamenlijk en dienstbaar in.
Het handelen van het college wordt gekenmerkt door onpartijdigheid. Dat geldt dus ook voor ieder collegelid individueel. Dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke (deel)belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Het gaat daarbij niet alleen om de feiten van het handelen, maar ook om het voorkomen van beeldvorming rond het handelen.
Het handelen van een collegelid is zodanig dat alle inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Het handelen van een collegelid is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is aan de raad en het publiek en er optimaal inzicht is in het handelen van het college(lid) en zijn beweegredenen daarbij. Op een collegelid moet men kunnen rekenen. Deze houdt zich aan afspraken. Kennis en informatie waarover een collegelid uit hoofde van zijn functie beschikt, wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor deze is gegeven. Dat betekent dan ook dat collegeleden altijd onafhankelijk en betrouwbaar handelen.
Deze Notitie Integriteit en omgangsvormen bevat ook afspraken over gewenste onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang tussen leden van het college van burgemeester en wethouders onderling, met raadsleden/ fractievertegenwoordigers en ambtenaren, met behoud van eigen (politieke) stijl, is immers niet alleen gewenst op individueel niveau, maar ook een voorwaarde voor het optimaal functioneren van het college als democratisch orgaan. Daarnaast is het van groot belang voor het vertrouwen van inwoners in de Zutphense democratie. Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in het college van betekenis voor de vraag hoe inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen naar het gemeentebestuur kijken. De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
Collegeleden gaan binnen en buiten de vergadering op respectvolle wijze om met elkaar, met raadsleden/ fractievertegenwoordigers, met ambtenaren en met inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente.
Collegeleden bejegenen elkaar, raadsleden en fractievertegenwoordigers, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij blijven ver weg van onbehoorlijk gedrag, (seksuele) intimidatie, discriminatie, (verbale) agressie en geweld. Zij zijn zich ervan bewust dat in de dagelijkse omgang met ambtenaren sprake is van een gezagsverhouding en houden daar in de omgang rekening mee. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van (strafbaar) gedrag aan het adres van anderen zijn ongewenste omgangsvormen.
Het college is te allen tijde verantwoordelijk voor het doen en laten van de ambtelijke organisatie en zijn individuele ambtenaren. Collegeleden onthouden zich extern derhalve van uitlatingen over individuele ambtenaren. Het is niet toegestaan ambtenaren in welke vorm dan ook direct en/ of indirect publiekelijk bij naam te noemen.
Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen collegeleden actief de sociale veiligheid. Dat doen zij door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collegeleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen.
Als collegeleden zelf ongewenst gedrag van collega-collegeleden, raadsleden/ fractievertegenwoordigers of ambtenaren ervaren (hebben), kunnen zij zich wenden tot de burgemeester en/ of de externe integriteitsdeskundige voor advisering en ondersteuning. In geval van ongewenst gedrag van de burgemeester kan men zich ook tot de Commissaris van de Koning wenden.
Collegeleden houden zich tijdens vergaderingen aan het Reglement van Orde; zij volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
Tijdens raads-, beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen houden collegeleden zich aan het Reglement van Orde van de raad; zij volgen de aanwijzingen van de voorzitter op en spreken in de vergadering altijd via de voorzitter.
Omgang met elkaar in en buiten de vergadering
Te allen tijde geldt dat als een collegelid iemands grens overschrijdt, deze daarop moet worden aangesproken, op het moment zelf of achteraf. Samen is immers vastgesteld dat een directe aanspreekcultuur binnen het gemeentebestuur nodig is en dat deze verder ontwikkeld mag worden. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de persoon die een ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij collega-collegeleden. Collegeleden spreken dus een ieder aan die ongewenst gedrag vertoont, of doen daarvan melding bij de gemeentesecretaris en/ of de burgemeester. Hierbij geldt dat ingrijpen ook gewenst is als iemand ervaart dat een ander zich onveilig voelt. Ook wordt het gewaardeerd als bij twijfel navraag wordt gedaan of iemands grens gerespecteerd is. Dat heeft de voorkeur boven het onbesproken laten en mogelijk ongewenst gedrag stilzwijgend goedkeuren. Ingrijpen wordt overigens uitsluitend intern en direct, niet via (sociale) media gedaan. Als het lastig is die directe confrontatie aan te gaan, dan kan de gemeentesecretaris en/ of de burgemeester of de externe integriteitsdeskundige worden benaderd.
Omgangsvormen op (sociale) media, e-mail en dergelijke
Collegeleden houden zich bij het gebruik van (sociale) media, e-mail en dergelijke aan de etiquette, en algemene fatsoensnormen, zoals die ook geldt voor de omgang binnen en buiten de gemeente. Dat wil zeggen dat wordt afgezien van grof taalgebruik en dat bij berichtgeving nooit op de man, maar altijd op de bal wordt gespeeld. Collegeleden gebruiken (sociale) media nooit speculatief en de informatie die wordt gedeeld is feitelijk en binnen de afspraken die gelden rond vertrouwelijkheid en privacy. Bovendien geldt ook voor uitingen op (sociale) media uiteraard het beginsel van collegiaal bestuur. Collegeleden zijn zich bewust dat uitingen op (sociale) media niet alleen iets doen met de beeldvorming van henzelf maar ook met de beeldvorming van de gemeente in het algemeen. Bovendien hebben zij een voorbeeldfunctie in de samenleving. Die voorbeeldfunctie geldt ook voor het gebruik van (sociale) media, e-mail en dergelijke.
Vorenstaande doet overigens niets af aan de vrijheid van meningsuiting. Dit is immers een grondrecht van een ieder, dus ook van een burgemeester en een wethouder. Deze vrijheid van meningsuiting is echter alleen van toepassing op uitingen die op persoonlijke titel worden gedaan; niet op uitingen van burgemeester en de wethouder uit hoofde van zijn ambt. Bij het gebruik maken van het recht op de vrijheid van meningsuiting dient de burgemeester en de wethouder er dan ook rekening mee te houden dat hierbij nimmer de belangen en/ of het imago van de gemeente worden geschaad.
Omgang met bejegening vanuit (sociale) media
Collegeleden hebben in toenemende mate te maken met agressie, belediging of persoonlijke bedreiging op sociale media. Dit kan van grote invloed zijn op de gevoelens van veiligheid, de ervaren werkdruk en daarmee het functioneren van het college als geheel. Ook ministerie en provincie roepen gemeenten op aandacht te hebben voor het belang dat collegeleden op een veilige en integere wijze hun taak kunnen uitvoeren. Om deze reden is hiervoor een handreiking opgenomen in het “Protocol Veilige Publieke taak voor bestuurders”. Het gemeentebestuur stimuleert dat ongewenste bejegening van raadsleden en fractievertegenwoordigers altijd gemeld wordt. De burgemeester ondersteunt bij ernstig en/ of terugkerend ongepaste bejegening jegens collegeleden het doen van aangifte bij de politie.
Uiteraard is het belangrijk dat collegeleden zelf ver van dit gedrag jegens collega collegeleden en/ of raadsleden/ fractievertegenwoordigers blijven. Het is belangrijk, collegiaal en noodzakelijk om voor elkaar op te komen in situaties waarin een collega (via (sociale) media) bedreigend of intimiderend wordt bejegend. Als een collegelid iets dergelijks bij een collega bestuurder ziet gebeuren (ook al is diegene de grootste politieke opponent), bijvoorbeeld onder het account van een ander, dan wordt daar samen tegen opgetreden en wordt dit direct bij de burgemeester gemeld. Gestimuleerd wordt dat ongewenste bejegening van collegeleden altijd gemeld wordt bij de gemeentesecretaris en/ of de burgemeester.
Bij veel besluiten die het college en/ of de gemeenteraad nemen, kan direct of indirect een persoonlijk belang van een collegelid in het geding zijn. Dat is inherent aan wonen in de gemeente waar men collegelid is. Dat is ook inherent aan een actieve opstelling in de lokale samenleving. Het is van het grootste belang dat die persoonlijke betrokkenheid nooit gevolgen heeft die anders zouden uitvallen dan wanneer dat belang er niet zou zijn. Met andere woorden: het algemeen belang dient altijd en onomstotelijk los te staan van die persoonlijke betrokkenheid. In toenemende mate zien we ook dat de schijn van belangenverstrengeling en bevoordeling van invloed is op de publieke opinie en het vertrouwen in het gemeentebestuur. Dat alles vraagt om een bewuste en zorgvuldige omgang met het thema van (vermeende) belangenverstrengeling. Daarbij moeten we ons niet alleen bewust zijn van de zuiverheid waar het onze eigen betrokkenheid aangaat maar die zuiverheid ook betrachten daar waar het de vertegenwoordiging van individuen of groepen aangaat.
Een persoonlijk belang hebben bij besluiten is op zichzelf niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van belangenverstrengeling. Een collegelid dient zich volgens de wet alleen van beraadslaging en stemming te onthouden als hij - naast een persoonlijk belang - ook een onmiddellijk of actueel belang bij een aangelegenheid heeft. Of daar sprake van is, hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grote kring van betrokkenen, dan staat het het collegelid vrij om daarover mee te praten en te stemmen, zolang daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijft.
Naast de juridische kaders uit de gedragscode, waarbinnen zoals hierboven beschreven, niet snel sprake is van belangenverstrengeling, speelt ook de buitenwereld een rol. Die kijkt vaak kritisch mee. Het is belangrijk dat collegeleden aan inwoners en media kunnen uitleggen dat hun persoonlijk belang geen invloed heeft op de besluitvorming. Publieke discussie hierover doet immers altijd afbreuk aan het vertrouwen in een collegelid, in het bestuur én de gemeente.
Collegeleden worden in algemene zin geacht geen werkzaamheden voor (maatschappelijke) organisaties te ondernemen die een indirecte of directe relatie met de gemeente hebben. Bestuursfuncties, structureel vrijwilligerswerk of andere verbondenheid met organisaties, die op enigerlei wijze afhankelijk zijn van de gemeente is niet gewenst. Dat geldt uiteraard niet voor nevenwerkzaamheden en functies die qualitate qua (“uit hoofde van hun functie”) worden uitgevoerd. Of een werkzaamheid of functie uit hoofde van de functie is, moet vooraf zijn vastgesteld door het college en de gemeenteraad moet hierover zijn geïnformeerd.
Uiteindelijk maakt het collegelid zelf altijd de afweging of het zich dient te onthouden van een stemming en/ of beraadslaging. Bij twijfel, is het advies om dit met de gemeentesecretaris en/ of de burgemeester te bespreken en hen om advies te vragen. Op dit punt wordt ook verwezen naar de Circulaire – toelichting wijzigingen Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (staatsblad 2022, 444) van 13 december 2022, waar in onderdeel 3 onder meer staat vermeld: “In situaties dat een raadslid zich dient te onthouden van beraadslaging of stemming dient dit begrip strikt te worden geïnterpreteerd vanwege de inperking van het fundamentele recht van het raadslid om te beraadslagen en te stemmen. Om bovengenoemde redenen is in artikel 28 Gemeentewet expliciet opgenomen dat artikel 2:4 Awb niet van toepassing is.” Het bepaalde in artikel 28 is van overeenkomstige toepassing op vergaderingen van het college (artikel 58 Gemeentewet).
Het is wenselijk dat deze thematiek minimaal eens per jaar binnen het college wordt besproken. Dit is des te belangijker omdat de normen en waarden rond belangenverstrengeling of de schijn daarvan per persoon kunnen verschillen en in de loop van de tijd ook veranderen. Om dergelijke gesprekken te faciliteren is een gespreksmodel en casuïstiek voor handen.
Omgang met financieel en bestuurlijk (juridisch) belang
Collegeleden die werkzaamheden uit hoofde van hun functie verrichten voor een onderneming, organisatie en/ of instelling (niet zijnde de gemeente), onthouden zich van financiële beloning voor die betrokkenheid. Speciale aandacht vraagt de situatie waarin een collegelid financiële belangen heeft bij of in een organisatie of instelling die op welke wijze dan ook relaties met de gemeente onderhoudt. Een dergelijke situatie is niet altijd te voorkomen, maar het collegelid dient dat belang kenbaar te maken en het beheer ervan bij derden te beleggen.
Ieder collegelid heeft het recht om in (gerechtelijke) procedures op te komen voor het persoonlijke belang, maar vermenging van persoonlijke belangen en belangen van de gemeente moet door een collegelid vermeden en voorkomen worden. Een collegelid betrekt zijn persoonlijke situatie niet in zijn werkzaamheden, noch beroept hij zich in zijn privé aangelegenheden op het zijn van wethouder of burgemeester.
Een collegelid slaat alle geschenken, in welke vorm dan ook, zoveel als mogelijk beleefd af, uiteraard onder vriendelijke dankzegging. Als er echt niet onder het aannemen van het geschenk uit gekomen kan worden, dan mag een collegelid het geschenk accepteren, waarbij het bepaalde in deze gedragscode wordt gevolgd. Een collegelid gaat na waarom een geschenk wordt gegeven. Als dat het karakter heeft om de onafhankelijkheid te beïnvloeden, dan wordt het geschenk niet aangenomen.
De burgemeester respectievelijk de wethouder zal uit zichzelf mededeling doen (actief transparant) van gegeven waaruit in een bepaald geval de schijn van belangenverstrengeling zou kunnen worden afgeleid, hoe onterecht ook.
Omgang met (geheime) informatie
Geheime informatie is informatie waarover formeel de verplichting tot geheimhouding is opgelegd (op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). Collegeleden zijn dan wettelijk verplicht tot geheimhouding. Daarnaast verplicht ieder collegelid zich tot het vooraf afstemmen van het delen van informatie, die binnen het college is besproken.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Van collegeleden wordt sowieso verwacht dat zij niet bewust onjuiste informatie verspreiden en ook hun bronnen controleren.
Het werk van collegeleden brengt met zich dat soms over informatie wordt beschikt van individuele personen en/ of individuele casus. Het is niet toegestaan welke informatie dan ook over individuen en/ of individuele situaties te delen zonder dat hier vooraf expliciet toestemming is gegeven door betrokkene(n). Een collegelid praat dus ook niet met familie, vrienden en/ of derden, op een feestje of in de werksfeer over individuele personen, gevallen en/ of casus die hem uit hoofde van het werk bekend zijn geworden.
Daarnaast zijn er situaties waarin een collegelid redelijkerwijs moet begrijpen dat de informatie waarover deze beschikt, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover het college nog tot geheimhouding kan besluiten, maar dat nog niet gedaan heeft. Of informatie die onder embargo is ontvangen en die op een later tijdstip openbaar wordt gemaakt. Informatie die kan leiden tot aanzienlijke onrust en waarop (vooralsnog) geen wettelijke verplichting tot geheimhouding is opgelegd, verspreidt een collegelid niet zonder dat hierover afspraken zijn gemaakt.
Bij vragen over specifieke informatieverspreiding, kan men zich altijd tot de gemeentesecretaris en/ of de burgemeester wenden.
Integriteit- en gedragsincidenten
Ondanks alles kan het toch voorkomen dat er gehandeld wordt in strijd met de gedragsregels. Dan moet duidelijk zijn welke stappen ondernomen kunnen of moeten worden.
Controle op naleving van de regels en afspraken door collegeleden moet worden gewaarborgd. Bijvoorbeeld door een integriteitsonderzoek bij aanvaarding van de functie, structurele registratie, monitoring en auditing van inloggegevens, een VOG, maar ook door het bespreken van integriteit en omgangsvormen binnen het college zelf. Controle op werkzaamheden is geen kwestie van wantrouwen, maar van zorgvuldig handelen van het gemeentebestuur.
Als zich een incident voordoet moet helder en navolgbaar worden gemonitord. Monitoren van integriteitsincidenten omvat het registreren, kwalificeren, rapporteren, escaleren en evalueren van integriteitsincidenten. De burgemeester informeert de raad en het college jaarlijks op hoofdlijnen over de stand van zaken, inclusief het aantal klachten rond integriteit en omgangsvormen. Er wordt daarin geen melding gemaakt van individuele klachten/ meldingen op persoonsniveau. Eventuele klachten/ meldingen zijn geanonimiseerd en gecategoriseerd.
Externe integriteitsdeskundige
De gemeente heeft de beschikking over een externe integriteitsdeskundige voor bestuurders van de gemeente (raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders). In eerste instantie worden integriteits- en gedragskwesties bij voorkeur met de burgemeester en/ of de gemeentesecretaris besproken, maar ze kunnen uiteraard ook worden gemeld bij de externe integriteitsdeskundige. Deze vervult een klankbordfunctie, waarbij een luisterend oor wordt geboden en de klager/ melder wordt geïnformeerd over de regels, procedures en afspraken. Tevens kan de externe integriteitsdeskundige aanspreekpunt zijn voor ongewenst gedrag en kan deze bemiddelen bij een conflict. De externe integriteitsdeskundige meldt de klacht/ melding niet tenzij dat door de klager/ melder gewenst wordt. Zo mogelijk, geeft de externe integriteitsdeskundige het aantal klachten en de aard en omvang aan de burgemeester op.
Om integriteit te bevorderen is zowel preventief als repressief beleid belangrijk. Ondanks inspanningen om integriteitsschendingen te voorkomen, kan er sprake zijn van een vermeende integriteitsschending. Bij een vermeende integriteitsschending beslist de burgemeester of er voldoende aanleiding is om een onderzoek in te stellen. Het is daarbij essentieel dat er zorgvuldig onderzoek wordt gedaan en dat een dergelijk onderzoek altijd gesteund wordt door degene(n) die (rechtspositioneel) in positie zijn eventuele consequenties daaraan te verbinden. Als nader onderzoek naar gedragingen van een collegelid gewenst is, neemt de burgemeester nadat het college onder geheimhouding is geïnformeerd, contact op met het seniorenconvent dat onder geheimhouding een voorstel voor onderzoek krijgt voorgelegd. Pas na een inhoudelijk advies van het seniorenconvent volgt een onderzoek.
Een zorgvuldig onderzoek betekent onder andere dat de belangen van alle betrokkenen (in ieder geval klager en beklaagde) op de juiste manier worden gewogen. Het is belangrijk dat het onderzoek op een professionele manier wordt uitgevoerd en dat daarvoor indien noodzakelijk of gewenst externe hulp wordt gezocht. Een onderzoek moet altijd een zo volledig mogelijk beeld geven van een incident. Daarom dient zowel belastend als ontlastend materiaal verzameld en vastgelegd te worden. Dat betekent ook dat altijd sprake moet zijn van hoor en wederhoor en dat dit hoor en wederhoor ook nadrukkelijk terugkomt in de rapportage. Het doel van het onderzoek is immers niet zozeer het aanwijzen van een schuldige; het onderzoek gaat om waarheidsvinding: is sprake van een integriteitsschending? Binnen welke context? En wie hebben daarbij een rol (gespeeld)?
Het gemeentebestuur staat voor consistentie. Dat betekent dat het gemeentebestuur altijd op alle meldingen over integriteitsschendingen reageert, zonder aanzien des persoons. Dat betekent niet dat op elke melding een onderzoek volgt. Allereerst dient bekeken te worden in hoeverre een incident met behulp van een goed gesprek dan wel mediation kan worden opgelost.
Bij integriteitsonderzoeken spelen twee begrippen een rol: proportionaliteit en subsidiariteit. Proportioneel betekent dat het onderzoek en de gebruikte methoden in verhouding moeten staan tot de norm die is of zou zijn geschonden. Bovendien moet ook worden afgewogen of het uiteindelijke doel met het onderzoeksmiddel kan worden bereikt (subsidiariteit). Een onderzoek moet met open vizier worden uitgevoerd, dat wil zeggen zonder vooringenomenheid. Daarbij gaan we uit van het principe van onschuld totdat het tegendeel is bewezen.
Dat laatste betekent ook grote terughoudendheid in mededelingen of commentaren in de (sociale) media. Iedereen die bij het onderzoek en het (vermeend) incident is betrokken dient zich vanaf het moment van melding tot en met het onderzoek afzijdig te houden van mededelingen omtrent het (vermeend) incident. Als externe communicatie onontkoombaar is, doet uitsluitend de burgemeester een eventuele mededeling. Verder geldt het mantra: “Hangende het onderzoek worden er geen mededelingen gedaan.”.
Een wethouder of burgemeester die niet integer werkt en/ of zich niet houdt aan de omgangsvormen zoals we die binnen het gemeentebestuur hebben afgesproken, verliest de steun binnen het college en de raad en zet daarmee de eigen positie op het spel. Collegeleden worden direct op hun gedrag aangesproken. In eerste instantie is dat in het kader van zelfreinigend vermogen de taak van het college zelf. Daarnaast is ook de burgemeester verantwoordelijk voor het aanspreken van collegeleden die ongewenst gedrag vertonen, hetzij in het kader van integriteit, hetzij in het kader van omgangsvormen. Dat gebeurt op het moment dat het incident zich voordoet en bij voorkeur ook in een persoonlijk gesprek. Als het direct aanspreken onvoldoende uitwerking heeft, dan wordt dit in het college besproken.
Een ernstige overtreding van de integriteit en/ of omgangsvorm dan wel persisterend gedrag in dat kader, bespreekt de burgemeester - al dan niet namens het college - met het seniorenconvent.
Integriteit en goede omgangsvormen zijn een kwestie van doen, ofwel zoals de schrijver C.S. Lewis het ooit schreef: “doing the right thing, even when no one is watching”. Integriteit en omgangsvormen zijn uiteindelijk niet in regels te vangen. Binnen de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de gemeente Zutphen gaan we ervan uit dat iedereen beschikt over een adequaat afgesteld moreel kompas en de bereidheid heeft dat kompas regelmatig te toetsen en zo nodig bij te stellen.
Bijlage 2 Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers, behorende bij de Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2025
Dit protocol moet mede worden bezien in het kader van artikel 170, tweede lid van de Gemeentewet. Hierin ligt de zorgplicht vast van de burgemeester tot het bevorderen van de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente. Het geldt ook als een uitwerking van de ‘Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen’ en de ‘Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen’.
Als collega-raadsleden, collega-fractievertegenwoordigers, collega-bestuurders, ambtenaren, inwoners, ondernemers, organisaties of instellingen een redelijk vermoeden hebben van schending van bestuurlijke integriteit door een raadslid, fractievertegenwoordiger of een wethouder van de gemeente Zutphen, dan kunnen zij altijd een melding doen bij de burgemeester van de gemeente Zutphen. Als het de burgemeester betreft, kunnen zij een melding doen bij de gemeentesecretaris of de griffier.
Van belang is dat er diverse (andere) bestaande regelingen zijn op grond waarvan klachten en meldingen gedaan kunnen worden over het handelen van personen die werkzaam zijn voor of bij de gemeente:
De hiervoor vermelde regelingen hebben een zekere overlap met het onderwerp van de gedragscode en dit protocol:
Klachten of meldingen in het kader van deze regelingen kunnen soms door raadsleden, fractievertegenwoordigers, wethouders of de burgemeester zelf ingediend worden, maar in de meeste gevallen zal dat niet zo zijn en gaat het bijvoorbeeld om klachten of meldingen door inwoners, ondernemers, organisaties en/ of instellingen (of ambtenaren).
Onderwerpen van mogelijke klachten en meldingen
Hoewel niet voorkomen kan worden dat er een zekere overlap bestaat tussen de verschillende klachten- en meldingsregelingen, is van belang dat zoveel mogelijk wordt onderscheiden welke regeling in welke situatie van toepassing is en wat het kader is voor het behandelen van een melding of klacht. De onderwerpen van mogelijke klachten en meldingen kunnen in vier categorieën worden ingedeeld:
Voor de vraag hoe een klacht of melding moet worden behandeld en wat daarvoor het kader is, maakt het voor sommige van de hiervoor genoemde regelingen verschil door wie de klacht/ melding is ingediend:
Niet alleen de vraag door wat voor persoon een klacht is ingediend, maar ook de vraag over wat voor soort persoon of orgaan de klacht gaat, kan verschil maken.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een klacht/ melding over:
NB Er kunnen ook klachten over een ambtenaar of een andere persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest voor de gemeente worden ingediend. Daar heeft dit protocol geen betrekking op.
Zoals uit de titel van dit protocol blijkt, ziet dit protocol alleen op gedragingen van politieke ambtsdragers en dat zijn dus alleen de eerste twee van de hiervoor genoemde categorieën ‘beklaagden’. Daarnaast ziet het protocol ook enkel op integriteitskwesties.
Integriteit is een breed begrip en dat betekent dat ook ongewenst gedrag en zaken die als een (mogelijke) ‘misstand’ aangemerkt kunnen worden, onder het begrip integriteit kunnen vallen. Om zoveel mogelijk verwarring te voorkomen met de regelingen en instanties die over die specifieke onderwerpen gaan, heeft dit protocol specifiek betrekking op integriteitskwesties, niet zijnde ongewenst gedrag én niet zijnde de melding van een vermoeden van een misstand. Het protocol ziet wel op meldingen/ klachten van politieke bestuurders onderling over ongewenst gedrag, omdat de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag (hierna ook: LKOG) die meldingen volgens artikel 1a van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid niet behandelt (terwijl bijvoorbeeld een klacht van een ambtenaar over een politieke ambtsdrager weer wel onder deze regeling valt).
Aansluiting bij de behandeling van klachten en meldingen die onder de reikwijdte van andere regeling vallen
Om ervoor te zorgen dat het voor de behandeling in de praktijk zo min mogelijk verschil uitmaakt, welke regeling van toepassing is, zijn de regels over de interne behandeling van meldingen van een vermoeden van een misstand en van de interne behandeling van een klacht over ongewenst gedrag van politieke ambtsdragers zoveel mogelijk gelijkgeschakeld met de behandeling van meldingen volgens dit protocol.
Erkend wordt dat elk vermoeden van integriteitsschending een eigen aard en achtergrond heeft en de burgemeester derhalve gemotiveerd en in overleg met of op advies van het seniorenconvent en/ of het college van burgemeester en wethouders kan besluiten af te wijken van dit Protocol.
Als er sprake is van een redelijk vermoeden van schending van bestuurlijke integriteit door de burgemeester, kunnen collega-bestuurders of politieke ambtsdragers zich via de griffier melden bij het seniorenconvent. Het seniorenconvent wijst in dat geval één of meer van zijn leden aan die in de plaats treedt van de burgemeester bij het behandelen van de melding. Het seniorenconvent stelt de Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland in kennis van de aanhangige melding. De Commissaris van de Koning kan de behandeling van een dergelijke melding ook overnemen van het seniorenconvent.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
externe integriteitsdeskundige: deskundige die door de burgemeester kan worden ingehuurd om advies te geven over integriteitsvraagstukken en die kan dienen als klankbord voor raad, college van burgemeester en wethouders en individuele leden van deze organen. Deze deskundige is het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers, dat door de minister van Binnenlandse Zaken per 1 januari 2015 in het leven is geroepen. Dit steunpunt is onderdeel van Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP);
integriteitsschending: een gedraging van een politiek ambtsdrager, die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels, zoals onder meer neergelegd in de Gedragscode Integriteit en bijbehorende Notitie Integriteit en omgangsvormen;
Raadsleden, fractievertegenwoordigers en leden van het college van burgemeester en wethouders zoeken, alvorens een melding over een raadslid, fractievertegenwoordiger of een wethouder in te dienen, actief een klankbord op als zij geconfronteerd worden met integriteitsvraagstukken. Dit klankbord kan men vinden bij de burgemeester, de griffier of de gemeentesecretaris of de externe integriteitsdeskundige. Deze personen verifiëren of sprake is van het raadplegen als klankbord of van een melding.
Artikel 4 Klacht of melding na signaal
Een mogelijke integriteitsschending door een raadslid, fractievertegenwoordiger of een wethouder kan gesignaleerd worden door collega-bestuurders, ambtenaren, inwoners, ondernemers, organisaties of instellingen, die hier melding van kunnen doen bij de burgemeester. Een mogelijke integriteitsschending door de burgemeester kan worden gemeld bij de griffier. Een melding hoeft niet noodzakelijkerwijs te gaan over een vaststaand feit. Er kan ook sprake zijn van een vermoeden. Als de persoon in kwestie een melding doet, moet het echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan, gebaseerd op eigen kennis of eigen waarneming. Alleen dan worden de meldingen door de burgemeester of het seniorenconvent, als de melding over de burgemeester gaat, in behandeling genomen.
Als er sprake is van een klacht over het handelen van een wethouder of burgemeester, is dat een klacht, in de zin van hoofdstuk 9 Awb en is dat hoofdstuk van toepassing op de behandeling van de klacht. Volgens artikel 9:1, tweede lid Awb wordt een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. Gedragingen van leden van bestuurscolleges vallen daaronder. Een raadslid of fractievertegenwoordiger is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de raad, zodat op een klacht over een raadslid of fractievertegenwoordiger, hoofdstuk 9 Awb niet van toepassing is.
Een melding kan anoniem gedaan worden, hoewel dit niet de voorkeur verdient. Een klacht, in de zin van hoofdstuk 9 Awb, moet van een naam en adres van indiener worden voorzien (artikel 9:4, tweede lid Awb). Het is niet verplicht een anonieme melding of klacht te behandelen; er kan wel besloten worden om een anonieme melding of klacht in behandeling te nemen.
Raadsleden, fractievertegenwoordigers en leden van het college van burgemeester en wethouders zijn niet wettelijk verplicht om een integriteitsschending door een raadslid of een wethouder te melden. Op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering zijn leden van de gemeenteraad, leden van het college van burgemeester en wethouders en ambtenaren alleen verplicht om (bij de politie) aangifte te doen van (ambts)misdrijven. Bij twijfel of sprake is van een integriteitsschending of van een ambts(misdrijf) kan een raadslid, fractievertegenwoordiger of lid van het college van burgemeester en wethouders in een vertrouwelijk gesprek advies inwinnen bij de burgemeester, de griffier, de gemeentesecretaris of de externe integriteitsdeskundige.
De ontvangst van een integriteitmelding loopt via de burgemeester. Hij is het (vertrouwelijke) meldpunt voor alle signalen van (mogelijke) integriteitsschendingen door raadsleden, fractievertegenwoordigers of wethouders. De burgemeester bevestigt (schriftelijk) de ontvangst van het signaal aan de melder. De burgemeester houdt na een melding regie op het administratieve proces en zorgt in alle fases voor verslaglegging. De burgemeester laat zich hierin bijstaan door de griffier en/ of gemeentesecretaris en/ of de externe integriteitsdeskundige.
Wanneer een integriteitsmelding de burgemeester zelf betreft, dan treedt het seniorenconvent op als (vertrouwelijk) meldpunt. De melding wordt gedaan aan de griffier. Het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, informeert en overlegt met de Commissaris van de Koning over de behandeling van een integriteitsmelding over de burgemeester.
Als er sprake is van een klacht over het handelen van de burgemeester, in zijn hoedanigheid als bestuursorgaan, dient de burgemeester zelf die klacht te behandelen en op die klacht te beslissen op grond van hoofdstuk 9 Awb.
Artikel 6 Duiding en beoordeling melding
Beoordeling integriteitsmeldingen
De burgemeester bespreekt een integriteitsmelding over een raadslid of fractievertegenwoordiger met de griffier en, als het een melding betreft over een wethouder, met de gemeentesecretaris. De griffier en/ of de gemeentesecretaris bespreken een melding over de burgemeester met het seniorenconvent. Het seniorenconvent wijst in dat geval één of meer van zijn leden aan die in de plaats treden van de burgemeester bij het behandelen van de melding en stelt de Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland in kennis van de aanhangige melding. De Commissaris van de Koning kan de verdere behandeling van een dergelijke melding overnemen, zoals onderstaand verwoord.
De melding wordt, als de melding duidelijk over een persoon gaat, tevens besproken met de persoon waarover wordt gemeld, mits de aard van de melding zich daartegen niet verzet. Soms kan de melding betrekking hebben op een vermoeden van een integriteitsschending zonder dat duidelijk is welke persoon het betreft. Denk bijvoorbeeld aan het lekken van informatie. Daarnaast kan het vooraf bespreken van een melding een nader onderzoek ook in de weg staan, denk hierbij bijvoorbeeld aan diefstal. De burgemeester en het seniorenconvent streven evenwel bij de afdoening altijd naar hoor en wederhoor.
In de gesprekken wordt de melding gewogen en beoordeeld.
Een integriteitsmelding wordt getoetst op:
De beoordeling wordt voorzien van een deugdelijke motivering en kan leiden tot één van de volgende conclusies:
Er is een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Als er (tevens) een redelijk vermoeden van een strafbaar feit bestaat, moet de burgemeester* aangifte doen bij het Openbaar Ministerie. Na overleg met de Officier van Justitie worden alle beschikbare gegevens door de burgemeester* ter beschikking gesteld aan het Openbaar Ministerie. Na aangifte bepaalt de Officier van Justitie of nader onderzoek nodig is. Overheden mogen de resultaten van het onderzoek na verkrijging van de Officier van Justitie, gebruiken om het eigen onderzoek af te ronden. Een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk onderzoek sluiten elkaar niet uit. Wel moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat de onderzoekers onnodig in elkaars vaarwater komen of dat betrokkenen dubbel belast worden. Aan het strafrechtelijk onderzoek wordt veelal voorrang gegeven.
Er is een onderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingen noodzakelijk. Dit integriteitsonderzoek is nodig om te beoordelen of signalen en/ of vermoedens over schendingen van integriteit op waarheden en derhalve op redelijke gronden berusten. In overleg met de externe integriteitsdeskundige en met de griffier en, als de melding een wethouder betreft, met de gemeentesecretaris, geeft de burgemeester* opdracht tot het instellen van een integriteitsonderzoek. De burgemeester betrekt hierbij altijd het seniorenconvent. Zie ook hierna bij artikel 8.
NB De melder krijgt altijd een terugkoppeling van de burgemeester* of het seniorenconvent wat er met zijn melding is gebeurd. In het geval een verder traject niet nodig wordt geacht, kan de melder bij de burgemeester* aangeven het hier niet mee eens te zijn. De burgemeester* spreekt hierover met de melder en degene over wie gemeld is, waarna de burgemeester* een besluit neemt. De melder en degene over wie gemeld is, worden hiervan op de hoogte gesteld. Als de melder volhardt in het niet eens zijn met het besluit van de burgemeester*, brengt de burgemeester* de kwestie naar het seniorenconvent dat een besluit over de kwestie neemt. Als de melder het hier niet mee eens is, kan de melder als de melding over een wethouder of burgemeester gaat zich tot de gemeentelijke ombudsman wenden. Als de melding over een raadslid of fractievertegenwoordiger gaat, kan men niet naar de gemeentelijke ombudsman, maar kan de melder eventueel de kwestie aan de civiele rechter voorleggen.
* Als de melding over de burgemeester gaat, is dit het seniorenconvent.
NB Als de burgemeester de klacht van dien aard acht dat hierover met het seniorenconvent gesproken dient te worden, bespreekt de burgemeester de klacht met het seniorenconvent. De burgemeester kan hierbij het seniorenconvent advies geven. Het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, beslist alsdan over het vervolg. De burgemeester voert dit uit. Zie ook hierna bij artikel 8.
Met een melding wordt vertrouwelijk omgegaan gedurende de gehele periode van behandeling. Intern betrokkenen onthouden zich van ieder commentaar richting (sociale) media en externen. Als zich een noodzaak tot het geven van een reactie voordoet, wordt verwezen naar de burgemeester, die alsdan als enige kan reageren en daarbij zoveel mogelijk aansluit bij het uitgangspunt dat gedurende een onderzoek geen mededelingen worden gedaan. Bij afhandeling van de melding worden zo mogelijk afspraken gemaakt met partijen op welke wijze hierover eventueel naar buiten wordt getreden.
Artikel 8 Voorbereiding onderzoek
Onderzoeksvoorstel en opdrachtformulering
Als de burgemeester van oordeel is dat een integriteitsonderzoek noodzakelijk is, stelt hij in overleg met de griffier, als de aard van de melding zich daar niet tegen verzet, het seniorenconvent in kennis van de melding. Het seniorenconvent besluit, op advies van de burgemeester, over de verder te volgen procedure en het eventueel uit te voeren onderzoek. Tevens geeft het seniorenconvent aan de burgemeester aan op welke wijze het over de procedure en het onderzoek geïnformeerd wil worden. De burgemeester handelt op basis van het besluit van het seniorenconvent. Als de melding een wethouder betreft stelt de burgemeester, na besluit van het seniorenconvent, in overleg met de gemeentesecretaris en de griffier, als de aard van de melding zich daar niet tegen verzet, het college van burgemeester en wethouders in kennis van de melding en de onderzoeksopdracht. Van een definitieve onderzoeksopdracht wordt het seniorenconvent per omgaande in kennis gesteld.
Als naar de burgemeester zelf een integriteitsonderzoek ingesteld wordt, bereidt het seniorenconvent in overleg met de griffier en de gemeentesecretaris de onderzoeksopdracht voor. Als de aard van de melding zich daar niet tegen verzet, wordt de burgemeester van de melding en de onderzoeksopdracht in kennis gesteld door één of meer leden van het seniorenconvent.
Het onderzoeksvoorstel kan, afhankelijk van de zaak, de volgende elementen bevatten (niet limitatief):
Artikel 9 Opdrachtverstrekking
De burgemeester verleent schriftelijk opdracht aan de onderzoeker(s). Onderzoek wordt verricht door een extern onderzoeksbureau; de burgemeester laat hiervoor een financiële verplichting vastleggen in de daarvoor geëigende financiële rapportage.
Als de burgemeester zelf object van onderzoek is, vindt de schriftelijke opdrachtverstrekking plaats door het seniorenconvent.
Uit zorgvuldigheid draagt de burgemeester er zorg voor dat de kring van behandelaars van de melding zo klein mogelijk blijft. De burgemeester stelt, voor zover de feiten dit toelaten, de melder en het betrokken raadslid, de betrokken fractievertegenwoordiger of de betrokken wethouder vertrouwelijk op de hoogte van de aanvang van het onderzoek. Het is primair aan het raadslid of de fractievertegenwoordiger om zijn functie, al dan niet tijdelijk, niet uit te oefenen of neer te leggen. Het is primair aan de wethouder om zijn functie tijdens een integriteitsonderzoek, al dan niet tijdelijk, niet uit te oefenen of neer te leggen.
Artikel 11 Uitvoering onderzoek
Waarborgen voortgang onderzoek
Na de beslissing over het verrichten van een onderzoek, bewaakt de burgemeester de voortgang van het onderzoeksproces. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor de wijze waarop (tijd, kwaliteit en budget) het onderzoek plaatsvindt. Tot het moment van eventuele openbaarmaking van het onderzoeksrapport wordt geheimhouding opgelegd op alles wat te maken heeft met het onderzoek en doet uitsluitend de burgemeester mededelingen over het onderzoek.
De burgemeester kan, na overleg met de griffier, in (wettelijk) bepaalde gevallen (artikel X8 Kieswet juncto artikel 15 Gemeentewet) de gemeenteraad voorstellen een raadslid gedurende het onderzoek te schorsen. Ook kan hij het raadslid tijdens het onderzoek de toegang tot bepaalde ruimtes ontzeggen dan wel bepaalde ruimtes afschermen.
Het schorsen van een wethouder is wettelijk niet mogelijk. De raad kan een wethouder ontslaan om politieke redenen (artikel 49 Gemeentewet), bijvoorbeeld vanwege een integriteitsschending of in het geval van verdenking van enig strafbaar feit. Wel kan de burgemeester de wethouder de toegang tot bepaalde ruimtes ontzeggen dan wel bepaalde ruimtes afschermen.
Schorsing van de burgemeester kan bij koninklijk besluit (artikel 62 Gemeentewet). Wanneer de burgemeester is geschorst kan hem de toegang tot bepaalde ruimtes worden ontzegd dan wel bepaalde ruimtes voor hem worden afgeschermd.
In de rapportage verantwoorden de onderzoekers op welke wijze zij stapsgewijs hun onderzoek hebben verricht. Voordat de onderzoekers de rapportage aanbieden aan de burgemeester, geven zij het raadslid, de fractievertegenwoordiger of de wethouder, naar wie onderzoek is verricht, de gelegenheid kennis te nemen van de rapportage, inclusief de bijlagen. Dit gebeurt door hem of haar uit te nodigen om de rapportage te komen inzien. Het toepassen van hoor en wederhoor is een wezenlijk onderdeel van de afronding van het onderzoek. Als het raadslid, de fractievertegenwoordiger of de wethouder op- en/ of aanmerkingen heeft, dan worden deze schriftelijk vastgelegd en eventueel als een addendum opgenomen in de definitieve rapportage. De onderzoekers onthouden zich (in de rapportage en daarbuiten) van eigen opvattingen inzake (de consequenties van) de beoordeling van de al dan niet aan de orde zijnde integriteitsschending.
Communicatie over de voortgang van het onderzoek geschiedt, in overleg met de griffier daar waar het een raadslid of fractievertegenwoordiger betreft en in overleg met de gemeentesecretaris daar waar het een wethouder betreft, onder verantwoordelijkheid van de burgemeester. Wanneer de burgemeester zelf object van onderzoek is, geschiedt de communicatie in overleg met de griffier en de gemeentesecretaris, onder verantwoordelijkheid van het seniorenconvent.
Artikel 14 Afronding onderzoek
De onderzoekers bieden de rapportage aan de burgemeester aan. Deze agendeert de rapportage voor bespreking in een besloten vergadering van het seniorenconvent. Aan deze besloten vergadering van het seniorenconvent nemen alleen de burgemeester, de fractievoorzitters (niet hun plaatsvervangers!) en de griffier deel. Het seniorenconvent adviseert de burgemeester over de verdere behandeling van de rapportage.
Als de rapportage betrekking heeft op een lid van het seniorenconvent, dan is dit lid van het seniorenconvent niet aanwezig bij deze besloten vergadering.
Als er sprake is van een klacht, in de zin van hoofdstuk 9 Awb, neemt het bevoegde bestuursorgaan een beslissing over de klacht.
De burgemeester houdt een evaluatiegesprek met het raadslid, de fractievertegenwoordiger of de wethouder naar wie onderzoek is verricht. Tevens wordt de melder door de burgemeester geïnformeerd.
Wanneer de burgemeester object van onderzoek was, houdt het seniorenconvent of de Commissaris van de Koning een evaluatiegesprek met de burgemeester. Tevens wordt de melder door één of meer leden van het seniorenconvent of de Commissaris van de Koning geïnformeerd.
Dit protocol wordt aangehaald als: Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers gemeente Zutphen 2024.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-181802.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.