Artikel I Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023
De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
Artikel 1 Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- .
algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die
- .
niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
- .
daadwerkelijk beschikbaar is;
- .
een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en;
- .
financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau;
- .
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- .
bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet;
- .
persoonsgebonden budget: bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;
- .
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en waar deze in de gemeentelijke basisregistratie personen staat ingeschreven;
- .
maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van:
een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie of ten behoeve van beschermd wonen en opvang. Onder een maatwerkvoorziening wordt ook een persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming verstaan;
- .
Krachtig ouder worden: maatwerkvoorziening die erop gericht is om, met behulp van fysiotherapie, te werken aan herstel van zelfredzaamheid en om iemand zo onafhankelijk mogelijk te maken van andere vormen van ondersteuning;
- .
mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
- .
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van:
- .
- .
- .
inwonende kinderen (18+);
- .
B
Artikel 11 komt te luiden:
Artikel 11 Weigeringsgronden
- 1.
Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
- a.
voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat.
- b.
voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen.
- c.
voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen.
- d.
indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is.
- e.
indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
- f.
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan een cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of tenzij de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
- g.
voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht.
- h.
voor zover een cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg op grond van de Wet langdurige zorg, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande.
- i.
indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond.
- j.
als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie.
- 2.
Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt:
- a.
als deze niet langdurig noodzakelijk is.
- b.
indien de cliënt geen ingezetene is van gemeente Landgraaf.
- 3.
Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
- a.
indien cliënt niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning waarvoor de voorziening wordt aangevraagd.
- b.
indien er geen sprake is van beperkingen in het normale gebruik van de woning.
- c.
voor zover de beperkingen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
- d.
ten behoeve van hotels/pensions, woonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers.
- e.
indien het een voorziening in een gemeenschappelijke ruimte van een ander gebouw dan bedoeld in onderdeel f van dit lid betreft.
- f.
indien het een voorziening betreft in of aan een woongebouw dat specifiek gericht is op ouderen en/of mensen met beperkingen en die voorziening tot de basisoutillage van het gebouw gerekend moet worden.
- g.
indien de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is.
- h.
indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
- 4.
Geen andere maatwerkvoorziening dan Krachtig ouder worden wordt verstrekt:
- a.
als uit het advies van de door de gemeente gecontracteerde deskundige (fysiotherapeut) blijkt dat andere maatwerkvoorzieningen anti-revaliderend werken voor de aanvrager, dat wil zeggen dat het herstel ermee wordt tegengewerkt.
- b.
als de maatwerkvoorziening Krachtig ouder worden reeds is verstrekt en een aanvrager hier zonder gegronde reden geen gebruik van maakt.
- 5.
Geen maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt voor zover de cliënt met een maatwerkvoorziening in natura de beperkingen kan wegnemen.
- 6.
Een maatwerkvoorziening wordt niet verstrekt indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere regels als bedoeld in artikel 10, zesde lid van deze verordening of, indien het een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget betreft, indien niet wordt voldaan aan artikel 8, lid 3 van deze verordening.
- 7.
Een cliënt kan voor een voorziening voor vervoer in natura of in de vorm van een financiële tegemoetkoming dan wel persoonsgebonden budget in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maken, dan wel een collectief systeem niet aanwezig is.
C
Artikel 13 komt te luiden:
Artikel 13 Regels voor een persoonsgebonden budget
- 1.
De hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt ingediende gemotiveerde aanvraag, waarin in ieder geval uiteen is gezet:
- a.
welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en
- b.
indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of mensen die niet als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel geregistreerd zijn.
- 2.
Bij de vaststelling van de omvang van het persoonsgebonden budget wordt onderscheid gemaakt tussen:
- a.
het persoonsgebonden budget voor voorzieningen, waaronder hulpmiddelen, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen en een autoaanpassing;
- b.
het persoonsgebonden budget voor diensten, waaronder hulp bij het huishouden, begeleiding en persoonlijke verzorging.
- 3.
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor voorzieningen wordt, met inachtneming van het bepaalde in de leden 5, 6 en 7, vastgesteld op basis van de kostprijs van de voorziening die de cliënt zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten.
- 4.
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten wordt, met inachtneming van het bepaalde in de leden 5, 6 en 7, als volgt vastgesteld:
- a.
hulp bij het huishouden:
- 1°.
een bedrag per uur voor hulp bij het huishouden, indien de zorg wordt geleverd door niet- professionele hulp op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de zorgverlener (conform CAO VVT salarisschaal HbH periodiek 5);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO VVT, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO VVT, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
vakantiedagen (conform CAO VVT).
- 2°.
een bedrag per uur voor hulp bij het huishouden, indien de zorg wordt geleverd door professionele hulp op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de beroepskracht (conform CAO VVT salarisschaal HbH periodiek 5);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO VVT, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO VVT, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
vakantiedagen (conform CAO VVT);
- v.
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO VVT);
- vi.
reis- en opleidingskosten (2 %);
- vii.
- b.
persoonlijke begeleiding:
- 1°.
een bedrag per uur voor persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging basis, indien uitgevoerd door niet-professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de zorgverlener (Conform CAO VVT FWG30);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO VVT, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO VVT, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
vakantiedagen (conform CAO VVT).
- 2°.
een bedrag per uur voor persoonlijke begeleiding / persoonlijke verzorging basis, indien uitgevoerd door professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ FWG 40);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
- v.
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
- vi.
reis- en opleidingskosten (2 %);
- vii.
- 3°.
een bedrag per uur voor persoonlijke begeleiding/ persoonlijke verzorging plus, indien uitgevoerd door professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ FWG 45);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
- v.
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
- vi.
reis- en opleidingskosten (2 %);
- vii.
- c.
dagbesteding en groepsbegeleiding:
- 1°.
een bedrag per uur, twee uur, drie uur of vier uur, voor dagbesteding en groepsbegeleiding, indien uitgevoerd door professionele hulp, op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ gemiddelden van de salarisschalen 30 tot en met 45);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
- v.
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
- vi.
reis- en opleidingskosten (2 %);
- vii.
- d.
kortdurend verblijf- en respijtzorg:
- 1°.
een vergoeding (of financiële tegemoetkoming) van € 141,- per kalendermaand voor kortdurend verblijf / respijtzorg indien de ondersteuning wordt geboden door niet-professionele hulp.
- 2°.
een bedrag per etmaal voor kortdurend verblijf / respijtzorg, indien uitgevoerd door professionele hulp op basis van de volgende componenten:
- i.
de kosten van de beroepskracht (conform CAO GHZ gemiddelden van de salarisschalen 30 tot en met 45);
- ii.
vakantiegeld (8 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan vakantiegeld;
- iii.
eindejaarsuitkering (8,33 %); indien dit percentage leidt tot een bedrag dat lager is dan het minimumbedrag genoemd in de CAO GHZ, dan wordt rekening gehouden met dit minimumbedrag aan eindejaarsuitkering;
- iv.
onregelmatigheidstoeslag;
- v.
vakantiedagen (conform CAO GHZ);
- vi.
indirecte tijd als gevolg van scholing en overleg (conform CAO GHZ);
- vii.
reis- en opleidingskosten (2 %);
- viii.
- e.
vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren.
- 5.
Voor zover de hoogte van het persoonsgebonden budget, berekend op grond van het derde en vierde lid, niet toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en cliëntgerichte diensten en voorzieningen van derden te betrekken, wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget zodanig vastgesteld dat deze/dit wel toereikend is.
- 6.
Indien het tarief voor een persoonsgebonden budget dat aan niet-professionele hulp wordt besteed, het maximumtarief van de Wlz overstijgt, wordt het maximumtarief voor het sociale netwerk uit de Wlz toegepast.
- 7.
De hoogte van het persoonsgebonden budget, berekend op grond van het derde en vierde lid, kan niet meer bedragen dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
- 8.
Bij de vaststelling van de hoogte van een persoonsgebonden budget voor het betrekken van diensten van niet-professionele hulp, wordt geen rekening gehouden met kosten van tussenpersonen of belangenbehartigers.
- 9.
De hoogte van een persoonsgebonden budget ten behoeve van opvang en beschermd wonen wordt vastgesteld aan de hand van de onderdelen waaruit de zorg bestaat en de bedragen die daarvoor gelden op grond van de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Heerlen.
D
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
- a.
onder vernummering van de leden 3 tot en met 5 tot 4 tot en met 6, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor de maatwerkvoorziening Krachtig ouder worden.
Artikel II Citeertitel en inwerkingtreding
- 1.
Dit besluit kan worden aangehaald als “tweede wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023”;
- 2.
Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering, gehouden op 3 april 2025
Toelichting
Artikel 1 definities
De raad heeft op 20 februari jl. ingestemd met het starten van Powerful Ageing. Om begrijpelijke terminologie te gebruiken voor onze inwoners zullen we in ieder geval in ons beleid de term ‘Krachtig ouder worden’ gebruiken. Deze definitie is toegevoegd aan artikel 1 en luidt als volgt: Krachtig ouder worden: ondersteuning die erop gericht is om, met behulp van fysiotherapie, te werken aan herstel van zelfredzaamheid en iemand zo onafhankelijk mogelijk te maken van andere vormen van ondersteuning.
Deze definitie sluit aan bij de doelstelling van de maatwerkvoorziening om de fysieke zelfredzaamheid van mensen te bevorderen en daarnaast het participatieniveau te verbeteren.
In dit artikel wordt daarnaast de definitie van gebruikelijke hulp toegevoegd, aangezien deze definitie nu alleen in de toelichting vermeld staat. De definitie voor gebruikelijke hulp luidt als volgt: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van:
- .
- .
- .
inwonende kinderen (18+);
- .
Artikel 11 weigeringsgronden
Artikel 11, derde lid, onderdeel f (woonvoorzieningen)
Na onderdeel e wordt een nieuw lid toegevoegd dat specifiek ziet op doelgroepengebouwen.
Geen woonvoorziening (zoals een traplift of een drempelhulp) wordt verstrekt indien het een woongebouw betreft dat gericht is op ouderen en/of mensen met beperkingen en waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze voorzieningen reeds aanwezig zijn of door de eigenaar/verhuurder aangebracht worden (basisoutillage). Onder het begrip basisoutillage wordt verstaan: alle aanpassingen die aan een gebouw moeten worden gedaan om een gebouw rolstoel toe- en doorgankelijk en gebruiksvriendelijk te maken voor ouderen of mensen met een beperking en af te stemmen op de specifieke behoeften van de doelgroep waarvoor het gebouw is bestemd (onder andere drempelhulpen, verhoogd toilet en automatische deuropeners).
Artikel 11, vierde lid (Krachtig ouder worden)
Inwoners die een indicatie krijgen voor Krachtig ouder worden ontvangen geen huishoudelijke ondersteuning of een andere maatwerkvoorziening, aangezien deze voorzieningen anti-revaliderend werken. Om deze reden wordt een nieuw lid toegevoegd met twee weigeringsgronden voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Indien de beschikking voor Krachtig ouder worden is afgegeven en de inwoner hier geen gebruik van wilt maken, heeft de inwoner geen recht op een andere maatwerkvoorziening.
Artikel 13 regels voor een persoonsgebonden budget
De kostprijselementen voor het berekenen van de pgb-tarieven huishoudelijke hulp niet professioneel en begeleiding niet-professioneel worden geactualiseerd naar aanleiding van jurisprudentie. Het betreft de elementen indirecte tijd en reis- en opleidingskosten. Deze worden niet meer meegenomen in de berekening van de twee tarieven voor informele zorg. Op basis van jurisprudentie worden de pgb-tarieven voor informele zorg niet meer berekend op basis van de Cao GHZ, maar op basis van de Cao VVT. Daarmee wordt voldaan aan het wettelijke minimum.
Artikel 17 bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget
Voor de maatwerkvoorziening Krachtig ouder worden wordt geen abonnementstarief geheven, omdat we herstel willen bevorderen en stimuleren. De omslag van compensatiegericht naar herstelgericht moet zo laagdrempelig mogelijk worden gemaakt voor de inwoners. Tussen het bestaande lid 2 en 3 wordt daarom een nieuw lid toegevoegd waarin wordt gesteld dat men geen bijdrage in de kosten is verschuldigd voor de maatwerkvoorziening Krachtig ouder worden.