Gemeenteblad van Maastricht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 180341 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 180341 | beleidsregel |
Beleidsregels voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op het ENCI-terrein
[Een deel van de tekst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: Bijlage 2 Ruimtelijk Kader ENCI-terrein, 7 juni 2024.]
Deze beleidsregels omvatten een wegingskader voor nieuwe initiatieven op het ENCI-terrein.
De toets aan deze beleidsregels draagt bij aan het al dan niet verlenen van medewerking aan het afgeven van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor bepaalde categorieën activiteiten op het ENCI- terrein. De afbakening van het ENCI-terrein is aangeduid op de kaart in bijlage 1. De inhoudelijke basis voor deze beleidsregels is het Ruimtelijk Kader ENCI-terrein (7 juni 2024, bijlage 2) dat met instemming van het college van B&W is vastgesteld door de Stuurgroep Plan van Transformatie ENCI-gebied.
In het kader van het Plan van Transformatie ENCI-gebied (PvT) werkt de gemeente Maastricht samen met een aantal partijen: provincie Limburg, eigenaar bedrijventerrein Limburg Real Estate (LRE), Natuurmonumenten en bewonersgroep Sint-Pietersberg Adembenemend (SPA). Het Plan van Transformatie is vastgesteld in 2010 en geactualiseerd in 2021. Privaatrechtelijk zijn in februari 2023 afspraken opnieuw vastgelegd in een Wijzigingsovereenkomst.
Op basis van de Actualisatie van het PvT 2021 en de overeenkomst uit 2023 hebben partijen samen een nieuwe toekomstvisie uitgewerkt voor het ENCI-bedrijventerrein. Daarvoor is in opdracht van LRE door Mecanoo/Rademacher de Vries Architecten (RDVA) een Ambitiedocument opgesteld (28 maart 2023). Dit is vervolgens in opdracht van LRE door RDVA vertaald in het Ruimtelijk Kader ENCI-terrein. Het Ruimtelijk Kader is door de Stuurgroep Plan van Transformatie ENCI-gebied vastgesteld, met instemming van het College van B&W van de gemeente Maastricht.
In de toekomstvisie zoals geschetst in het Ruimtelijk kader moet het ENCI-terrein zich ontwikkelen als een open toegankelijk gemengd werkterrein van de toekomst, waar productie, innovatie en bedrijvigheid centraal staan. Naast bedrijvigheid kunnen dus ook andere functies in de juiste balans een plek krijgen op het terrein. Belangrijke thema’s voor de toekomst van het ENCI-gebied zijn ter illustratie benoemd in voorgaande afbeelding uit het Ruimtelijk Kader.
Nieuwe functies en activiteiten moeten daarbij bezien worden in de bredere context van het gehele PvT. De opgave zoals vastgelegd in de Actualisatie van het PvT en de vastgelegde samenwerkingsafspraken zijn daarbij leidend. Alle PvT partijen onderschrijven dat het gebied zich als een integraal geheel optimaal moet kunnen ontwikkelen met respect voor de rollen en belangen van de verschillende partijen. De invulling van de verschillende delen van het PvT-gebied (bedrijventerrein, overgangszone en groeve) mag elkaar niet belemmeren. Het Ambitiedocument en Ruimtelijk Kader zijn globale visiedocumenten die nog niet volledig concreet uitgekristalliseerd zijn. Ook bieden ze geen concrete ruimtelijke randvoorwaarden. Daarnaast omvatten deze stukken een breed scala van mogelijke ontwikkelingen, die op dit moment niet in de volle breedte uitvoerbaar zijn vanwege publiekrechtelijke belemmeringen. Dit betreft onder meer de impact voor de omgeving wat betreft stikstofdepositie. Daarom kunnen de gewenste invullingen publiekrechtelijk op dit moment nog niet volledig geborgd worden in een wijziging van het Omgevingsplan waarin de ontwikkelmogelijkheden van het ENCI-terrein integraal worden vastgelegd. Dit is uiteindelijk wel het doel. Tot het moment dat dit mogelijk is, vindt toetsing op basis van deze beleidsregels plaats.
Vooruitlopend op bescherming van het industrieel erfgoed op het ENCI-terrein, en om in de tussentijd ongewenste ontwikkelingen in het gebied te voorkomen, heeft de gemeenteraad van Maastricht op 26 september 2023 een voorbereidingsbesluit genomen. Dit besluit komt van rechtswege per 1 juli 2025 te vervallen. Gebruikswijzigingen, het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden en het uitvoeren van bouwen sloopwerkzaamheden zijn door het voorbereidingsbesluit niet direct toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarbij wel de mogelijkheid om via een omgevingsvergunning af te wijken van de genoemde verboden. Daarvoor is in de bijlagen van het voorbereidingsbesluit in 2023 een aantal afwegingscriteria opgenomen (‘Richtinggevend Wegingskader’).
Om de juridische bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed in dit gebied niet te laten wachten op de definitieve planvorming voor de herontwikkeling van het ENCI-gebied, én om eventueel verval van het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed te voorkomen, is een thematische wijziging van het Omgevingsplan Maastricht in gang gezet. Dit gebeurt via het TAM-omgevingsplan ‘hoofdstuk 22a Thema Cultuurhistorie ENCI-gebied’ dat in het voorjaar van 2025 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd ter vaststelling.
Papvoorbereidingsgebouw (foto: Gemeente Maastricht, Joyce Andoetoe )
Een dergelijke thematische wijziging van het Omgevingsplan Maastricht maakt echter geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Omdat de huidige bestemming alleen (productie gebonden) industrie mogelijk maakt, zal voor nieuwe ontwikkelingen bij voorkeur een beroep moeten worden gedaan op de procedure van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Door publicatie van het vastgestelde TAM-omgevingsplan ‘hoofdstuk 22a Thema Cultuurhistorie ENCI-gebied’, wordt de voorbescherming van het industrieel erfgoed uit het voorbereidingsbesluit overgenomen en verlengd. Het 'Richtinggevend Wegingskader’ uit het voorbereidingsbesluit kan in dit thema omgevingsplan niet worden verwerkt, en komt daarmee te vervallen. Door de inhoud van het 'Richtinggevend Wegingskader’ te vertalen in de voorliggende beleidsregels, kan sturing op nieuwe ontwikkelingen opnieuw geborgd worden. Dit gebeurt in lijn met het eerder door de gemeenteraad genomen besluit.
1.2 Doelstelling en functie beleidsregels
Op grond van artikel 4:81 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan het college van burgemeester en wethouders beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de bevoegdheid van het college tot het verlenen van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kortweg: “BOPA”), op grond van artikel 5.1, eerste lid onderdeel (a) jo. artikel 5.8 Omgevingswet. Een BOPA is een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan (bijlage 1 bij Omgevingswet).
Om medewerking te kunnen verlenen aan een BOPA, dient te allen tijde worden voldaan aan de beoordelingsregels voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals opgenomen in artikel 8.0a en 8.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zo dient een initiatief te voldoen aan:
Deze beleidsregels vormen een concretisering van het vereiste van een ‘Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties’ zoals vastgelegd in de Omgevingswet. Daarbij gelden zij als een eerste afwegingskader, waarmee relatief snel en programmatisch een oordeel over de wenselijkheid van een initiatief kan worden gevormd. Een dergelijk kader is wenselijk, gelet op de behoefte aan méér regie op de invulling van het ENCI-terrein en de wettelijke verplichting om in beginsel binnen acht weken op de aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen. Daarnaast streven deze regels ernaar de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van potentiële initiatiefnemers te bevorderen, door meer inzicht te bieden in de wijze waarop een verzoek wordt beoordeeld.
Er dient te worden benadrukt dat deze regels enkel als eerste afwegingskader gelden. Aan deze regels kunnen geen aanspraken op het verlenen van een omgevingsvergunning worden ontleend. Indien een initiatief volgens deze beleidsregels als ‘positief’ wordt beoordeeld, dient onverminderd te worden getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving, waaronder overig gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid. Deze opvolgende definitieve beoordeling kan ertoe leiden dat de gevraagde omgevingsvergunning niet kan worden verleend. Omgekeerd: indien een initiatief volgens deze beleidsregels negatief uit de toets komt, kan hieraan in beginsel geen medewerking worden verleend. Er kan echter sprake zijn van uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van deze regels rechtvaardigen. Het is aan een initiatiefnemer om te stellen en te onderbouwen dat van zulke omstandigheden sprake is. Het is aan de gemeente om dit te beoordelen.
Het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit behoeft voorts in een aantal gevallen bindend advies van de gemeenteraad. De gemeenteraad van Maastricht heeft in juni 2021 bepaald in welke gevallen bindend advies van de raad aan de orde is (Gemeenteblad 2023, nr. 55305). Een voorbeeld van een BOPA zonder bindend advies van de raad betreft gebruikswijzigingen binnen bestaande bebouwingen zonder toename bebouwd oppervlak of bouwvolume.
Centrale werkplaats (foto: gemeente Maastricht, Joyce Andoetoe)
Hoogovencementsilo's (foto: gemeente Maastricht, Joyce Andoetoe )
ENCI bedrijventerrein (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Jos Stöver)
2 Werkwijze toetsing beleidsregels
2.1 Werkwijze toetsing beleidsregels
In het volgende hoofdstuk is het wegingskader uitgewerkt in verschillende thema’s. Het gaat ten eerste om enkele algemene vereisten, waar initiatieven aan moeten voldoen. Als één of meer van die vereisten niet positief zijn, betekent dit dat de functie of activiteit in beginsel niet thuishoort op het ENCI-terrein. Deze eisen zijn dus randvoorwaardelijk. Als aan deze vereisten wel wordt voldaan, dan wordt vervolgens getoetst of het initiatief voldoende hoog scoort op de tien verschillende wegingsfactoren om positief bevonden te worden. Er wordt gewerkt met een toekenning van punten, met een maximaal aantal van 90 punten. Een initiatief moet voldoen aan een minimum van 50 punten. Afhankelijk van het belang van een factor zijn maximaal 10 of 15 punten te behalen voor de zwaarwegende factoren. Dit kan verder aangevuld worden met punten op de overige wegingsfactoren (0-5 punten per factor). Op die manier worden initiatiefnemers gestimuleerd om maximaal in te zetten op positieve ontwikkelingen die voor het ENCI-gebied gewenst zijn.
In de afweging speelt ook de fasering mee. Mogelijk zijn er tijdelijke initiatieven die een bijdrage leveren aan de opwaardering van het gebied op de korte termijn (zogenaamde ‘placemaking’), maar die minder geschikt zijn voor de lange termijn. Dit kan meegenomen worden in de toetsing. De mogelijkheid bestaat om in een dergelijke situatie in de omgevingsvergunning een maximale tijdsduur op te nemen.
Voor een zorgvuldige toetsing moet de eigenaar van het terrein voldoende informatie aanleveren over het initiatief/de initiatiefnemer. Dat betreft in elk geval:
Het is mogelijk dat er aanvullende informatie of onderbouwing gevraagd wordt om te komen tot een goede afweging.
Oven 8 (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Jos Stöver)
3.1 Vereisten en wegingsfactoren voor het toetsen van initiatieven voor het ENCI-bedrijventerrein
Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 18 maart 2025
De Secretaris,
G.J.C. Kusters
De Burgemeester,
W.A.G. Hillenaar
BIJLAGE 3 Staat van Bedrijfs Inrichtingen (SBI)
Bijlage 3 ENCI SBI-lijst Staat van Inrichtingen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-180341.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.