Gemeenteblad van Zaanstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 179954 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 179954 | beleidsregel |
Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Zaanstad 2025-2026
1.2 Analyse van inzichten vergunningverlening
1.3 Doelen uit het VTH-beleidsplan
1.4 Opbouw van het Uitvoeringsprogramma VTH 2025-2026
2 Keuzes maken in de VTH-taken
2.1 Keuzes 2025, wat doen we wel?
2.2 Keuzes 2025 en 2026, wat doen we niet of weinig?
2.4 Inzet capaciteit voor uitvoering van het uitvoeringsprogramma
2.5 Uitvoering van gemeentelijke toezichtstaken door en voor anderen
3.1 Wat gaat Vergunningen doen in 2025-2026?
3.2 Wat gaat Bouw en Ruimtelijke ordening doen in 2025-2026?
3.3 Wat doen we op Ondermijning in 2025-2026?
3.4 Wat doen we in de openbare ruimte in 2025-2026?
3.5 Waar houden we horecatoezicht in 2025-2026?
3.6 Wat gaan we doen op kinderopvang in 2025-2026?
3.7 Wat doen we op het openbaar water in 2025-2026? 18
Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2025- 2026. Het maken van een VTH-uitvoeringsprogramma is een wettelijke verplichting onder het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 13.8).
In het Uitvoeringsprogramma VTH staat wat wij1 nu in de praktijk doen op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Het Uitvoeringsprogramma volgt uit het beleidsplan VTH 2023-2026. Op dit moment maken we geen nieuwe keuzes over het VTH-beleid. Wel benoemen we lopende discussies en nieuwe ontwikkelingen. Discussies over financiële middelen en capaciteit worden gevoerd bij de begroting (voorjaar of najaar).
In 2023 is het Uitvoeringsprogramma VTH 2023-2024 vastgesteld, deze loopt eind 2024 af. Daarom is het tijd om een nieuw programma te maken. Het Uitvoeringsprogramma heeft een looptijd van 2 jaar. Als er aanleiding voor is, passen we het Uitvoeringsprogramma tussentijds aan.
Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen. Zie bijlage 1 voor een overzicht van alle beleidsontwikkelingen voor 2025-2026.
Vernieuwde landelijke kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving
In de Omgevingswet staat hoe gemeenten, provincies en omgevingsdiensten aandacht moeten besteden aan de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Vanwege de uitvoering van de doelen van de Omgevingswet door alle overheden, zijn de landelijke kwaliteitscriteria vernieuwd. De vernieuwde landelijke kwaliteitscriteria gelden vanaf 2025.
Er is een trend waarbij de gemeente steeds meer taken krijgt. Dat geldt bijvoorbeeld voor taken en verantwoordelijkheden die eerder bij de politie waren ondergebracht. Daarnaast komt er veel wet- en regelgeving bij die de gemeenten moeten uitvoeren. Bijvoorbeeld de verplichting tot handhaving vanuit de Wet Goed Verhuurderschap en de Wet Betaalbare Huur. Gezien de beperkte capaciteit kan de gemeente deze taken niet zomaar overnemen. Als er taken bijkomen, dan betekent dit dat we andere taken niet meer kunnen uitvoeren.
Gemeentelijke ontwikkelingen als onderdeel van het uitvoeringsprogramma
Daarnaast zijn er nog gemeentelijke ontwikkelingen die we meenemen in het Uitvoeringsprogramma. Zoals het:
Toekomstige gemeentelijke ontwikkelingen die (nog) geen onderdeel van het uitvoeringsprogramma zijn
Er zijn ook gemeentelijke ontwikkelingen die de komende twee jaar op ons afkomen. Voor deze ontwikkelingen moet nog een discussie over de personele en financiële inzet worden gevoerd. Het gaat dan bijvoorbeeld over de:
Aanpak van woonwagenlocaties. Er is een bestuurlijke wens om meer standplaatsen voor woonwagens te maken. In 2025 starten we met een pilot bij de woonwagenlocatie ‘Ringweg’. De pilot start met een aanpak van gesprekken en handhavend optreden tegen alle illegaliteit op gemeentegrond voor zover deze plaatsvindt. Deze pilot dient als basis voor de totale uitrol over alle woonwagenlocaties. We kijken als gemeente ook naar de mogelijkheden van aanpassing van de omgevingsplannen voor uitbreidingsmogelijkheden van standplaatsen.
Organisatieontwikkelingen dwingen tot het maken van keuzes
Daarnaast hebben we te maken met een hoge werkdruk; voor de uitvoering van sommige taken is wel budget, maar kunnen we op dit moment geen personeel vinden.
1.2 Analyse van inzichten vergunningverlening
Hieronder staan de aantallen van omgevingsvergunningaanvragen en meldingen die wij voor 2025 en 2026 verwachten.
|
Aangevraagde omgevingsvergunning reguliere procedure (6 weken) |
|||
|
Aangevraagde omgevingsvergunning uniforme openbare voorbereidingsprocedure |
|||
Tabel 1 Verwachting aantallen 2025 en 2026
* We werken nu bijna 1 jaar met de Omgevingswet. Daarmee is het nog lastig om nu al een inschatting van aantallen voor 2025 en 2026 te maken.
In 2025 en 2026 verwachten we dat er vanuit gebiedsontwikkeling 13 grote woningbouwprojecten komen. Meer informatie hierover volgt in de Raadsinformatiebrief over de woningbouwproductie die naar verwachting in Q1 van 2025 komt. Of dit echt vergunningaanvragen van woningbouwprojecten zijn, hangt af van de:
In 2025 en 2026 verwachten we onder andere dat er projecten starten in:
In 2024 zijn er 77 zaken gestart aan de intake tafel (cijfers november 2024). De verwachting is dat er in 2025 en 2026 er gemiddeld 100 intaketafels plaatsvinden.
De gemeente verwacht dat er in 2025 en 2026 per jaar ongeveer 1.200 reguliere omgevingsvergunningen worden aangevraagd.
Met de komst van de Omgevingswet is het de bedoeling dat de uitgebreide procedures een uitzondering worden. De uitgebreide procedure gebruiken wij nog voor projecten die grote gevolgen kunnen hebben voor de omgeving, zoals het milieu of de veiligheid. De wet streeft naar vereenvoudiging en versnelling van de besluitvorming, maar de reguliere procedure blijft nog steeds complex. Dit komt doordat de reguliere procedure een zorgvuldige afweging van verschillende belangen vereist, zoals milieueffecten, veiligheid en ruimtelijke ordening. Bovendien moeten er vaak meerdere vergunningen en toestemmingen worden aangevraagd, wat het proces ingewikkelder maakt. Hoewel de reguliere procedure gericht is op efficiëntie, blijven deze vereisten het proces relatief complex maken, vooral bij grotere of ingrijpende projecten.
De sloopmeldingen voor asbestverwijdering gaan in 2025 naar de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Het gaat dan om meldingen voor het verwijderen van asbest. De OD NZKG handelt deze meldingen voor ons af. Wanneer het gaat om de sloop van een woning en het verwijderen van asbest, dan handelt de gemeente deze melding zelf af. In 2024 hebben we 97 sloopmeldingen afgehandeld. Voor 2025 is de verwachting dat wij 112 sloopmeldingen ontvangen.
1.4 Opbouw van het Uitvoeringsprogramma VTH 2025-2026
De gemeente Zaanstad werkt opgavegericht. De opgaven zijn Verstedelijking, Economie, Duurzaamheid, Kansengelijkheid, Gezondheid en Veiligheid en Samenwerken aan Zaanstad. De VTH-taken hebben direct en indirect raakvlakken met deze opgavegerichte sturing. De VTH-taken vallen onder verschillende producten, afdelingen en clusters. Voor dit programma gebruiken we de producten en afdelingen.
De producten hebben met name raakvlakken met verstedelijking (programma 2) en veiligheid (programma 6) zijn onder andere:
Taken die geen onderdeel uitmaken van het Uitvoeringsprogramma zijn:
2 Keuzes maken in de VTH-taken
We zijn als gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van veel toezicht- en handhavingstaken. De meeste taken staan in verschillende wet- en regelgeving. We moeten die dan ook uitvoeren. De meeste taken zijn vastgelegd in verschillende wet- en regelgeving die we moeten uitvoeren als gemeente. Dit terwijl er daarnaast altijd meer vraag is naar toezicht en handhaving dan wij als gemeente kunnen bieden.
Gezien de hoeveelheid van de taken kunnen we niet aan alles evenveel aandacht geven. Met de beschikbare medewerkers en financiële middelen is het niet mogelijk om alles:
We moeten daarom keuzes maken tussen taken die we meer en minder aandacht geven. Inwoners van Zaanstad hielpen ons in 2023 met keuzes maken via een enquête en een uitvraag via het Zaanpanel.
De keuzes staan in ons beleidsplan VTH 2023-2026. In het beleidsplan hebben we de VTH-taken in prioriteiten verdeeld. We hebben drie prioriteiten: hoog, gemiddeld en laag. In 2026 (richting 2027) moet er een nieuw beleidsplan VTH worden gemaakt.
2.1 Keuzes 2025, wat doen we wel?
In dit Uitvoeringsprogramma richten we ons op de wettelijke taken. Aanvullend pakken we de meeste taken met een hoge prioriteit op. Zo houden we toezicht op illegale woonactiviteiten en ondermijnende criminele activiteiten.
Ook houden we rekening met de taken die inwoners een hoge(re) in 2023 prioriteit gaven.
Vanuit het Rijk ontvangen we een vergoeding om bepaalde taken uit te kunnen voeren. Het gaat dan om:
Vanuit de regio ontvangen we ook een vergoeding om taken uit te voeren.
Zaanstad coördineert het controleteam prostitutie voor de regio Zaanstreek-Waterland. Vanuit iedere gemeente uit de regio komt een vergoeding in de vorm van medewerkers of geld voor dit controleteam.
Wij voeren voor de OVER gemeenten2 de constructieve toetsing uit voor de Omgevingswet. Voor het uitvoeren van deze taken ontvangt de gemeente een vergoeding.
Zie hoofdstuk 3 voor een overzicht van alle taken die we oppakken.
2.2 Keuzes 2025 en 2026, wat doen we niet of weinig?
We kunnen niet alle wettelijke taken (actief) oppakken. Dit speelt vooral bij de thema’s bouw (kwaliteit bestaande woningvoorraad) en ruimtelijke ordening, funderingen, erfgoed, horeca en water.
Thema Erfgoed en Monumenten: wat doen we weinig?
Vanwege beperkte capaciteit (1 fte) kunnen we niet alle ± 300 gemeentelijke (archeologische) monumenten en beeldbepalende panden controleren. Zie hoofdstuk 3.2 wat we dan wel doen bij dit thema.
Thema Bouw en Ruimtelijke Ordening: wat doen we niet?
Bijna alle toezichttaken zijn wettelijke taken of hebben een hoge prioriteit. Binnen de bestaande formatie is onvoldoende capaciteit om toezicht uit te voeren op het thema bouw. Wanneer we een keuze moeten maken welke taken we het eerste oppakken, kiezen we voor taken die te maken hebben met veiligheid. Dat we niet evenveel inzetten op alle thema's betekent niet dat we geen oog hebben voor deze (wettelijke) taken. We reageren op meldingen en handhavingsverzoeken en interne signalen. Wanneer de toezichthouders op locatie zijn kijken zij met een bredere blik naar de situatie. Zij beoordelen niet alleen de punten uit de melding, maar maken ook eigen waarnemingen.
Thema Wonen: wat doen we weinig?
Vanuit het programma Verbetering Kwaliteit Bestaande Woningen is de wens dat er meer capaciteit wordt ingezet op funderingen. De uitvoering van deze wens is afhankelijk van extra toegekende capaciteit hiervoor.
Thema Horeca: wat doen we weinig?
Bijna alle taken hebben een hoge prioriteit. Dit vanwege een wettelijke verplichtingen of omdat de taken in lokaal beleid staan. In 2025/2026 controleren we op de eisen uit de horecavergunningen en indien nodig voeren we een Bibob-toetsing3 uit. We gaan kijken of we nieuwe manieren van controleren kunnen inzetten waarbij we focussen op ondermijnende horeca om zo een veilige horeca te creëren.
Thema water: wat doen we weinig?
Doordat steeds meer mensen op het water zijn ontstaat er meer overlast. Dit kan geluidsoverlast zijn, maar ook overlast van afval, snelvaren of barbecueën op eilandjes in het buitengebied. Jongeren varen vaak hard en zwemmen waar dat niet mag. De afgelopen jaren zijn er op het water veel meer toezicht- en adviseringtaken bijgekomen. Er is niet voldoende capaciteit aanwezig om alle taken met voldoende aandacht op te pakken. Dit geldt ook voor meldingen buiten werktijd (piketdienst).
Voor de uitvoering van de taken uit dit Uitvoeringsprogramma staan in de gemeentelijke begroting. De gemeenteraad stelt de begroting vast en geeft zo aan hoeveel geld de gemeente aan de taken uitgeeft.
De VTH-taken zijn onderverdeelt over vier producten in de begroting.
2.4 Inzet capaciteit voor uitvoering van het uitvoeringsprogramma
De gemeente moet ieder jaar inzage geven in de beschikbare capaciteit. In het personeelsbestand houdt de gemeente de bezetting en formatie bij. Voor 2025 en 2026 staat de vaste formatie in de tabel hieronder. Een uitgesplitste tabel per onderdeel is te vinden in bijlage 2.
Voor 2025 is 261,95 fte beschikbaar. Voor 2026 is 260,95 fte beschikbaar.
Tabel 3 Beschikbare fte's. In de tabel is de formatie van o.a. inhuur niet meegenomen.
*Niet alle fte’s zijn fulltime bezig met vergunningen, toezicht en handhaving
2.5 Uitvoering van gemeentelijke toezichtstaken door en voor anderen
De gemeente voert niet alle toezichtstaken zelf uit. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) doet voor ons het toezicht op de milieu- en bodemtaken. Het toezicht op bedrijven ligt bij de Omgevingsdienst NZKG. Zij verdeelt bedrijven in (risicovolle) branches. De indeling of een bedrijf risicovol is afhankelijk van de opslag van gevaarlijke stoffen en externe veiligheid. Bedrijven die vallen onder een risicovolle branche contoleren de toezichthouders volgens het hoogste uitvoeringsniveau. Bedrijven die vallen onder laag-risicovolle branche controleert de OD NZKG niet actief.
Bodemtoezicht is gericht op het uitvoeren van (complexe) bodemsaneringen en het toepassen van grond en bouwstoffen. Bij de meest risicovolle categorieën controleert de OD NZKG altijd. Afspraken over samenwerking en uitvoering staan vermeld in de DVO 2025/2026 en UVO 2025/2026. Voor de uitvoering van de UVO 20254 is €4.834.095,- en voor UVO 2026 is € 4.786.094 begroot.
Het toezicht op de brandveiligheid van bouwwerken voert de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) voor ons uit. De afspraken en opdrachten staan in een interne afsprakenbrief.
De GGD Zaanstreek-Waterland controleert alle kinderdagverblijven, naschoolse opvang, peuterspeelzalen en gastouders. De afspraken over het aantal controles staan in een interne afsprakenbrief.
Hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijn
De hoogte van dwangsommen en de lengte van begunstigingstermijnen, staan in tabellen in verschillende uitvoeringsdocumenten:
3.1 Wat gaat Vergunningen doen in 2025-2026?
3.2 Wat gaat Bouw en Ruimtelijke ordening doen in 2025-2026?
3.3 Wat doen we op Ondermijning in 2025-2026?
3.4 Wat doen we in de openbare ruimte in 2025-2026?
3.5 Waar houden we horecatoezicht in 2025-2026?
3.6 Wat gaan we doen op kinderopvang in 2025-2026?
3.7 Wat doen we op het openbaar water in 2025-2026?
|
De gemeenteraad wil ook dierenwelzijn meenemen in dit programma. Ondanks dat de handhavers van gemeente Zaanstad niet bevoegd zijn tot handhaving op dierenwelzijn en de Wet dieren, hebben zij tijdens hun diensten wel aandacht voor dierenwelzijn. |
|
|
Zo letten handhavers er bijvoorbeeld op dat dieren in een weiland bij extreme hitte de beschikking hebben over een schaduwplek. Handhavers kunnen dierenhouders attenderen op de mogelijkheden die zij hebben in het weidegebied om schaduw te creëren zonder dat sprake is van bouwwerken. De handreiking ‘beschutting voor weidedieren’ die voor gemeenten is opgesteld, kan daarbij helpen. Zie verder de link: https://edepot.wur.nl/634322 |
|
|
Op grond van de APV is een vergunning verplicht als dieren bij evenementen worden gebruikt. De handhavers zijn niet bevoegd om te handhaven op dierenwelzijn, maar zij kunnen wel handhaven op deze vergunningplicht. |
|
|
Via het landelijke meldnummer 144 kan iedereen melding maken van vermeende misstanden (dierverwaarlozing, dierenmishandeling) met dieren (ook op evenementen). De landelijke handhavingspartners NVWA, LID en politie zijn wel bevoegd om op dierenwelzijn te handhaven. Voor wat betreft dierenwelzijn op evenementen zijn landelijke handhavingsrichtlijnen over het houden van roofvogels en uilen beschikbaar waarop deze inspectiediensten kunnen handhaven. In de onderstaande link staat meer uitleg over deze richtlijnen. Zie verder de link: https://www.rvo.nl/onderwerpen/dierenwelzijn/roofvogels-en-uilen-houden#waarom-zijn-deze-regels-er%3 |
|
Bijlage 1 Beleidsontwikkelingen 2025-2026
Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting en nieuwe wetten om woningbouw makkelijker te maken: meer betaalbare woningen bouwen, 30% sociaal woningen bouwen en snellere procedures. Verminderen van belemmeringen voor woningbouw. Beter benutten van bestaande woningen zoals optoppen.
Nieuwe regels voor energieprestaties van gebouwen: Aanpassen regelgeving t.b.v. het stoppen met energie-labels van huurwoningen.
Wetswijziging voor het stimuleren van hospitaverhuur: Eenvoudiger beëindigen (stoppen) van huurcontracten en mogelijk maken van tijdelijke huurcontracten.
Aanpassing regels voor flexibele huisvesting voor statushouders en doorstroomlocaties
Wetgeving betaalbare huur handhavingstaak voor gemeenten toegevoegd aan de Wet Goed Verhuurderschap
Wetswijziging voor uitbreiding van maatregelen in grote steden: Gemeente krijgen meer mogelijkheden om leefbaarheidsproblemen aan te pakken. Zo kunnen wij als gemeente, woningen selectief toewijzen in gebieden waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan. Dit betekent dat wij bepaalde groepen huurders kunnen weigeren op basis van inkomen of gedrag. Gemeenten kunnen bepaalde doelgroepen, zoals leraren of zorgmedewerkers, voorrang geven bij het toewijzen van woningen. Meer mogelijkheden voor de aanpak van malafide pandeigenaren.
Stikstofwetgeving: Er wordt gewerkt aan een juridisch houdbaar alternatief voor zodat de omgevingswaarden voor stikstofdepositie in de Omgevingswet kunnen worden vervangen.
Invoering Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden Deze wet biedt een juridische basis voor het systematisch delen en verwerken van persoonsgegevens binnen samenwerkingsverbanden.
Invoering Wet regulering sekswerk: Alle sekswerkers en exploitanten van seksbedrijven moeten een vergunning hebben. Sekswerkers moeten zich inschrijven in een nationaal register. Zo kunnen we controleren of ze zelfredzaam zijn en niet gedwongen worden tot het werk.
Vernieuwde landelijke kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving Vanwege de uitvoering van de doelen van de Omgevingswet door alle overheden zijn de landelijke kwaliteitscriteria vernieuwd.
Het artikel 18.20 t/m 18.23 van de Omgevingswet geven aan hoe gemeenten, provincies en omgevingsdiensten aandacht moeten besteden aan de kwaliteit van uitvoering en handhaving. De kwaliteitscriteria gaan over de kritieke massa van een organisatie (Deel B heeft) en procescriteria voor de uitvoering van de VTH-taken (Deel C). Met de komst van de Omgevingswet is deel B aangepast naar versie 3.0 en zijn competentieprofielen (Deel D) toegevoegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-179954.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.