Gemeenteblad van Maastricht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 178933 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 178933 | beleidsregel |
Beheerplan Openbare Verlichting 2025-2029
Gemeente Maastricht is een stad om in te wonen, te verblijven, te recreëren en te werken. Het beheer en onderhoud hiervan draagt bij om de stad mooi, veilig en bereikbaar te houden.
Onze openbare verlichting zorgt dat als de duisternis valt, wij ons veilig kunnen verplaatsen in de openbare ruimte. Niet alleen de verkeerveiligheid maar ook sociale veiligheid is belangrijk. Het moet een behaaglijk gevoel geven als we buiten zijn.
Dit beheerplan geeft de lezer inzicht in het beheer en onderhoud Openbare Verlichting. Er komt veel kijken bij het beheren en onderhouden van de bijna 23.000 lichtpunten in Maastricht. Het is niet alleen maar een lamp vervangen of een scheve mast weer rechtzetten. Het gaat ook over ruimtelijke kwaliteit, elektrische veiligheid, energie besparen en rekening houden met de natuur.
Voor de komende periode zetten we als gemeente in op verduurzaming van het areaal en zorgen we ervoor dat we de klimaatdoelen 2030 halen. Dit doen we binnen het bestaande budget voor de vervanging.
Goed rentmeesterschap van onze kapitaalgoederen zorgt voor een veilige, en leefbare stad.
Wethouder Mobiliteit, Stadsbeheer, Duurzaamheid en Hospitality
Voor u ligt het beheerplan Openbare Verlichting voor de periode 2025-2029. Dit plan is een verdere uitwerking van de Nota IBOR 2024-2028. Het plan beschrijft binnen welke beleidskaders met bijbehorend financieel kader de Gemeente Maastricht invulling geeft aan goed rentmeesterschap van dit kapitaalgoed.
Wanneer de duisternis valt, gaat de verlichting aan om de verkeers- en sociale veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. De gemeente is verantwoordelijk voor een adequaat beheer van haar kapitaalgoederen waaronder de openbare verlichting. We gebruiken een klein deel van onze verlichting voor sfeer en beleving. Dit is een niet noodzakelijk extraatje, maar heeft wel in sterke mate invloed op de aantrekkelijkheid van de stad.
De openbare verlichting bestaat momenteel uit ca. 23.000 lichtpunten en heeft een belangrijke functie in de gemeente Maastricht. Een groot deel van deze verlichting is oud en ouderwets. Voor het instandhouden van dit kapitaalgoed heeft Stadsbeheer in haar veranderplan aangegeven een duidelijke koers te gaan varen en te gaan werken volgens de principes van assetmanagement (professioneel beheer en onderhoud) zodanig dat zij ook past binnen de organisatie Gemeente Maastricht.
Voor de komende periode wordt sterk ingezet op de volgende opgaven:
Deze opgaven zijn vertaald naar een beheerstrategie (wat gaan we doen?) en een onderhoudsstrategie (hoe gaan we dat dan doen?). Belangrijke randvoorwaarde is dat we het areaal sober en doelmatig instandhouden, dit binnen de geldende wet- en regelgeving uitvoeren en binnen het budgettair kader blijven.
Het verlichtingsprincipe dat het beste aansluit op de opgaven en randvoorwaarden heet Dark-Sky. Het is een internationaal geaccepteerde toegepaste richtlijn.
Ondanks dat dit verlichtingsprincipe niet nieuw is, zal bij de realisatie richting inwoners voldoende aandacht worden besteed aan het verstrekken van informatie over Dark-Sky.
De speerpunten vanuit het onderhoud richten zich vooral op het slim combineren van opgaven. De belangrijkste keuze is het combineren van dagelijks onderhoud met de vervangings- en verduurzamingsopgave. Voorheen waren beiden gescheiden en dat blijkt in de praktijk niet effectief. We gaan meer procesmatig werken en maken de aannemers medeverantwoordelijk door dit onderdeel van onze contracten te maken. De kwaliteit van ons areaal als ook het werk buiten gaan we meer monitoren en bijsturen waar nodig.
Met dit pakket aan maatregelen gaan we de komende periode het areaal openbare verlichting verduurzamen en het instandhouden verder verbeteren. We zetten hiermee de volgende stap in assetmanagement.
De gemeente draagt als wegbeheerder de verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte en heeft hier een zorgplicht over. Hiermee is de gemeente tegelijkertijd aansprakelijk voor een gebrek aan de openbare weg wanneer het mis gaat met personen of schades.
De openbare verlichting bestaat momenteel uit ca. 23.000 lichtpunten en heeft een belangrijke functie in de gemeente Maastricht. Wanneer de duisternis valt, gaat de verlichting aan om de verkeers- en sociale veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. De gemeente is verantwoordelijk voor een adequaat beheer van haar kapitaalgoederen waaronder de openbare verlichting. We gebruiken een klein deel van onze verlichting voor sfeer en beleving. Dit is een niet noodzakelijk extraatje, maar heeft wel in sterke mate invloed op de aantrekkelijkheid van de stad.
Beheer en onderhoud van openbare verlichting draagt in grote mate bij aan een veilige, leefbare en aantrekkelijke stad.
Het huidige beheerplan (voorheen Leidraad) loopt af en moet worden vastgesteld voor de periode 2025-2029. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten is vastgelegd dat voor het beheer van de kapitaalgoederen beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties moeten worden aangegeven alsmede een vertaling daarvan in de begroting.
Naast deze wettelijke taak zijn er een aantal trends en ontwikkelingen aanleiding om nog eens kritisch naar de aanpak uit het vorige beheerplan te kijken. Denk aan de energiecrisis en netcongestie. Hebben we al deze verlichting nodig en bevat de huidige aanpak nog wel de juiste keuzes? Hoe zorgen we ervoor dat onderhoud toch kan blijven doorgaan bij krapte op de arbeidsmarkt?
Niet alle doelstellingen uit het vorige plan zijn behaald. De belangrijkste niet behaalde doelstelling is dat de aanbesteding van het grootschalig vervangingsplan is vertraagd. Er waren grote twijfels over de haalbaarheid, omdat de aanpak niet aansloot op de actuele ontwikkelingen en onvoldoende strookte met vigerende wet- en regelgeving. Gebleken is dat deze twijfels terecht zijn en er is een nieuwe aanbesteding opgestart die beter aansluit. Een belangrijk aandachtspunt blijft installatieverantwoordelijkheid. Er wordt op dit moment, ondanks dat al stappen worden gezet, nog onvoldoende invulling gegeven aan dit thema.
Zowel het wettelijk kader, de trends en ontwikkelingen, als de achterblijvende voortgang geven voldoende aanleiding tot dit nieuwe beheerplan waarin we op een aantal thema’s kiezen voor een andere aanpak dan voorheen.
De vastgestelde Nota IBOR 2024-2028 bevat het strategisch en financieel kader. Op strategisch niveau zijn de recente inzichten meegenomen. Dit beheerplan is een verdere uitwerking van de Nota naar een:
Dit moet resulteren in een kwalitatief hoogwaardige openbare verlichting die bijdraagt aan een harmonieus, sociaal- en verkeersveilig straatbeeld voor zowel mens, flora en fauna.
Als we het hebben over openbare verlichting dan bedoelen we:
We zijn afhankelijk van Enexis die het merendeel van onze verlichting voorziet van stroom. Zij spelen een essentiële rol bij het wel of niet functioneren van de openbare verlichting en zijn verantwoordelijk voor de hoofdinfrastructuur en de aansluitpunten.
Alle afspraken met betrekking tot de ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen zijn vastgelegd in de overeenkomst met de nutsbedrijven Enexis en WML (OGN 2021) die per 1 januari 2021 in werking is getreden.
Beleidskaders en beheervisie, vastgesteld door de gemeenteraad, vormen het raamwerk waarin de wijze van beheer zowel op de korte als de lange termijn is verwoord. Enerzijds moet daarbij rekening worden gehouden met landelijke wet- en regelgeving, ontwikkeling en trends en anderzijds zal de gemeente zelf deze kaders moeten aangeven.
De gemeente Maastricht heeft als doelstelling de openbare ruimte zodanig te beheren, dat deze schoon heel en veilig is en blijft en dit tegen de meest maatschappelijk verantwoorde kosten. Belangrijk hierbinnen zijn:
Dit alles volgens de beoogde systematiek van assetmanagement.
4.1.1. Assetmanagement en de beheercirkel
Assetmanagement is het vergroten van de waarde van assets of kapitaalgoederen door optimaal beheer te realiseren op basis van afgewogen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets. Wat van waarde is, is afhankelijk van de doelstellingen, van de aard en het doel van de organisatie, en de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden (inwoners, het bestuur/college, bedrijven).
Om enerzijds invulling te geven aan de beleidsmatige kaders/doelstellingen en anderzijds het beheerproces ten behoeve van de assets in de openbare ruimte goed in te richten, heeft de gemeente Maastricht de keuze gemaakt voor de implementatie van assetmanagement in de beheerorganisatie. Deze keuze zal in de loop van de komende jaren leiden tot verdere professionalisering en een slagvaardige beheerorganisatie. Dit sluit tevens aan bij het gestelde Veranderplan Stadsbeheer om van Stadsuitvoering naar Stadsbeheer over te stappen en daarmee “in control” te komen.
De ambities, organisatiedoeleinden en budgetten worden vertaald in beleidsplannen dan wel zijn vastgelegd in de Nota IBOR 2024-2028. Deze kaders worden gebruikt voor het opstellen van beheer- en uitvoeringsplannen. Met de monitoring wordt getoetst of de gewenste ambitie gehaald wordt. Bij afwijkingen dient er bijgestuurd te worden in prestatie of budgetten. Met als doel tegen aanvaardbare kosten en binnen acceptabele risico’s te beschikken over de juiste prestaties van alle assets in de openbare ruimte gedurende hun totale levenscyclus volgen we de werkwijze “Plan-Do-Check-Act”-cyclus.
Op basis van vigerende wet- en regelgeving, gemeentelijke kaders en landelijke ontwikkelingen de beleidskaders vastgesteld in de Nota IBOR 2024-2028, en ligt daarmee de basis vast voor het beheer van de assets.
De beheercirkel omvat de hoofdprocesstappen van assetmanagement. De beleidsafdeling binnen de gemeente vervult de rol van gedelegeerd eigenaar en stelt samen met de beheerorganisatie de kaders en financiering op voor het beheer van de kapitaalgoederen. Vervolgens wordt het wordt het onderhoud voorbereid, aanbesteed en uitgevoerd. Dit gebeurt deels binnen de beheerorganisatie zelf en deels met ondersteuning van andere organisatieonderdelen binnen de Gemeente Maastricht. Stadsbeheer is als beheerorganisatie de “spin in het web” en in de basis verantwoordelijk voor de processtappen Voorbereiden, Bouwen, Onderhouden en Dienstverlening.
Het beheerproces gaat over de taken die behoren tot het Regiebureau en omvat de volgende activiteiten:
Het beheerproces kent naast het technisch instandhouden ook andere activiteiten waaronder:
Ongeveer de helft van de tijd is nodig voor deze activiteiten. De andere helft van de tijd is beschikbaar voor het eigenlijke beheerproces
Een beheerkader is een vertaling van beleid, wet- en regelgeving, trends en ontwikkelingen naar doelstellingen.
Hieronder volgt een nadere uitwerking van relevant beleid, wet- en regelgeving, gevolgd door een beschrijving van de belangrijkste trends en ontwikkelingen. Paragraaf 4.3 bevat de vertaling naar doelstellingen.
4.2.1. Beleid Gemeente Maastricht
Gemeente Maastricht heeft naast de geldende wetten en regels in relatie tot het beheer en onderhoud van Verhardingen ook eigen kaders en ambities vastgelegd. De meest relevante beleids- en visiedocumenten ten aanzien van de openbare ruimte worden hieronder worden genoemd.
Omgevingsvisie Maastricht 2040
De Omgevingsvisie beschrijft hoe men wil dat Maastricht er in 2040 uitziet en hoe hieraan gewerkt moet worden om dat te bereiken. Maastricht wil een aantrekkelijke stad blijven voor zijn inwoners en gebruikers. Aan de ene kant door zijn rol in de (Eu)regionale economie te versterken. Aan de andere kant door de lokale kwaliteit van leven te verbeteren. Door nu al vooruit te kijken, houden we de stad aantrekkelijk. En maken we Maastricht klaar voor de toekomst. Goede verbindingen tussen bijvoorbeeld ontmoetingsplekken door middel van onder andere voldoende en veilig berijdbare fiets- en wandelpaden en goed openbaar vervoer maken hier onderdeel vanuit en zijn een belangrijk item hierin.
De gemeente Maastricht heeft in de omgevingsvisie 12 gebiedsprofielen gedefinieerd. Ieder gebiedsprofiel heeft een eigen identiteit waarop de openbare verlichting kan worden aangepast. Ook de technische kwaliteit kan per deelgebied ruimte bieden voor meer vrijheid of juist strakker gehandhaafd dienen te worden. Hier zal voor de openbare verlichting dan ook op ingedeeld en gestuurd worden. De 12 gebiedsprofielen zijn als volgt gedefinieerd:
In haar akkoord op hoofdlijnen 2022-2026 zet de coalitie vooral in op Verbondenheid. Bij thema Wonen zet ze in op leefbare, groene en veilige wijken waarbij kwaliteit van wonen het uitgangspunt voor alle bewonersgroepen blijft. De huidige regelingen borgen de balans tussen een veranderende wijk en de leefbaarheid op dit moment nog onvoldoende. Goede bereikbaarheid en veilige wegen maken hier onderdeel van uit. Het gemeentebestuur heeft voor de meerjarenbegroting 2024 en verder een aantal belangrijke speerpunten benoemd.
Zowel bij de instandhouding, incidenteel- en grootonderhoud als rehabilitaties (vervangingen) hebben deze speerpunten raakvlakken.
Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte 2024-2028
Middels de Nota IBOR 2024-2028 is in november 2023 het strategische beleid (incl. de kwaliteitsniveaus) voor het onderhoud van de openbare ruimte vastgesteld. In de nota is de huidige kwaliteit van de openbare ruimte en daarmee ook de Openbare Verlichting op een rij gezet en hoe we deze kunnen behouden en waar nodig op peil brengen dan wel verbeteren.
De beoogde kwaliteit wordt hierbij in vier aspecten verdeeld:
De aspecten veiligheid en functionaliteit zijn de minimale basis kwaliteitseisen waarbij geen verschillende niveaus mogelijk zijn. De technische kwaliteit en de beeldkwaliteit zijn eisen die invloed op elkaar uitoefenen. Bij een onvoldoende technische kwaliteit is een gestelde beeldkwaliteit eis niet haalbaar. Bij een onvoldoende beeldkwaliteit zal de technische kwaliteit achteruitgaan. Voor de openbare verlichting zijn in de nota en het raadsvoorstel de onderstaande minimale eisen vastgesteld:
We blijven streven naar een zo gunstig mogelijk effect op de fauna, en de vleermuizen in het bijzonder, maar kiezen voor het uitgangspunt ‘sober en doelmatig’. We plaatsen verlichting daar waar het voor de mens nodig is, met de juiste lichtintensiteit. De verlichting is in basis functioneel en veilig.
In de Nota IBOR is aangegeven welke financiële middelen nodig zijn om het areaal op een bepaald kwaliteitsniveau te brengen en te houden. Hoofdstuk 7 van dit plan beschrijft welke activiteiten we hier allemaal voor doen In de begroting is onderscheid gemaakt in:
De Nota IBOR heeft een planperiode tot 2028. In 2028 zal de nota worden geactualiseerd voor de periode 2029-2033. Het beheerplan heeft een planperiode tot 2029. Dat betekent dat planjaar 2029 nog via de nota IBOR 2029-2033 vastgelegd moet worden. In dit beheerplan is voor 2029 daarom gerekend met continuering van het huidig financieel kader.
Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. De Gemeente Maastricht doet automatisch mee aan dit akkoord, omdat het landelijk beleid is.
Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5 ℃
Bij de Burgerbegroting beslissen inwoners over de besteding van overheidsgeld. Sinds 2022 heeft de gemeente Maastricht een Burgerbegroting.
De definitie van een Burgerbegroting:
“Een Burgerbegroting is een georganiseerd proces waarin inwoners van een bepaald gebied (zoals een gemeente) samen bepalen welke onderwerpen en vraagstukken ze belangrijk vinden, waar ze in willen investeren, welke oplossingen en innovaties ze waardevol vinden, en welke eindkeuzes ze maken.”
Veel burgerinitiatieven vinden plaats in de fysieke buitenruimte en hebben daardoor directe gevolgen voor het beheer. Afhankelijk van het type project en de impact hiervan op de openbare ruimte kan dit van invloed zijn op de beheerkeuzes.
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte moet worden uitgevoerd binnen de geldende wet- en regelgeving.
De belangrijkste daarin is het Burgerlijk Wetboek en de daarin gestelde zorgplicht en risicoaansprakelijkheid. Voor wat betreft dit laatste is de trend zichtbaar aan het worden dat mede ten gevolge van de veranderde maatschappij steeds sneller en meer gebruikers een al dan of niet terechte claim indienen bij de beheerder.
In dit beheerplan worden de meest relevante wetten, regels en normen benoemd. Deze vormen de basis voor het beheer en onderhoud.
|
Wetgeving ter bescherming van inheemse planten en diersoorten. |
|
|
Wetgeving ter bescherming van objecten van historische waarde. |
4.2.3. Trends en ontwikkelingen
4.3. Kaders vertaald naar doelstellingen
Zoals in paragraaf 4.2 is aangegeven, bevat het beheerkader een feitelijke opsomming van randvoorwaarden, maar nog geen echte doelstellingen. In deze paragraaf is de vertaalslag gemaakt.
In de beheerstrategie is beschreven op welke manier de doelstellingen gaat realiseren De doelstellingen zijn verder uitgewerkt naar een meer concrete aanpak. De aanpak is “smart” beschreven. Dat betekent:
Om de doelstellingen vanuit de basisinspanning als ook de ambities te kunnen realiseren moet eerst een (of meerdere) verlichtingsprincipe worden gekozen. De Gemeente Maastricht kiest voor het verlichtingsprincipe Dark-Sky. Dit verlichttingsprincipe heeft tot doel het minimaliseren van lichtvervuiling zonder daarbij tekort te doen aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Hieronder volgt een korte toelichting. Een meer uitgebreide beschrijving is terug te lezen het rapport “Ecologische onderbouwing OVL Maastricht” opgesteld door Regelink in opdracht van Gemeente Maastricht in samenwerking met Spectrum advies.
Om lichtvervuiling te minimaliseren zijn een aantal richtlijnen opgenomen in het Dark Sky-principe
Al het licht moet een duidelijk doel hebben.
Waar bij conventionele verlichting lichtpunten standaard worden geïnstalleerd bij bijvoorbeeld wegen, voetpaden en ingangen van gebouwen wordt er bij het Dark Sky-principe eerst een afweging gemaakt aan de hand van vragen om te bepalen of de verlichting geïnstalleerd wordt. Dit zijn vragen zoals;
Licht moet alleen worden gericht op waar het nodig is.
Het doel van conventionele verlichting is voornamelijk om voldoende licht te bieden vanuit alleen een menselijk perspectief. Hierbij worden andere factoren, zoals duurzaamheid en het behoud van duisternis, over het algemeen als minder belangrijk beschouwd. Dit leidt er vaak toe dat licht ongewenst verspreid wordt naar gebieden waar het niet nodig is. Het Dark Sky-principe beschouwt daarentegen duisternis als de belangrijkste prioriteit en streeft ernaar lichtvervuiling te minimaliseren. Dit wordt bereikt door gebruik te maken van bijvoorbeeld armaturen die de verstrooiing van licht beperken.
Verlichtingsniveau mag niet hoger zijn dan nodig is.
Ook op dit gebied verschuiven de prioriteiten in vergelijking met conventionele verlichting. Bij het installeren van verlichting dient er volgens het Dark Sky-principe goed te worden nagedacht over de hoogte van de lichtbron en het oppervlak waarop het licht wordt gereflecteerd. Liefst wordt de lichtbron zo laag mogelijk geplaatst zodat verspreiding van het licht beperkt blijft.
Licht mag alleen worden gebruikt wanneer het nuttig is.
Volgens het Dark Sky-principe wordt er ook rekening gehouden met het moment waarop licht echt noodzakelijk is. Tijden waarop er weinig gebruik wordt gemaakt van een voetpad of weg kan het licht bijvoorbeeld gedimd worden. Sfeerverlichting en aanstraalverlichting vormen hierin de uitzondering. Deze soorten verlichting passen we wel toe maar kunnen niet voldoen aan het verlichtingsprincipe.
Hieronder is in beelden weergegeven wat Dark-Sky eigenlijk betekent:
Door te kiezen voor een duidelijk en eenduidig verlichtingsprincipe is voor een groot deel invulling gegeven aan doelstellingen. Maar een verlichtingsprincipe alleen is niet voldoende. Ook andere zaken moeten geregeld worden om alle doelstellingen te realiseren. Deze thema’s en keuzes die we maken worden in deze paragraaf behandeld
Goed areaalbeheer is van groot belang bij het beheren van de assets. De omvang van het areaal en het beheer daarvan wordt alle data van masten, armaturen, lichtbronnen en communicatiemodules van de openbare verlichting vastgelegd en bijgehouden in het beheersysteem. Ook het beheren en registreren van de elektrische gegevens van de eigen netten is van groot belang. Hierbij te denken aan de installatietekeningen en bijbehorende kastpakketten.
Op dit moment is de kwaliteit van de digitale informatie ondermaats. Om dit op orde te krijgen moet alles opnieuw geïnventariseerd en geregistreerd worden. Naast dat dit een behoorlijke financiële inspanning is, kost het ook een aantal jaren voordat alle data is bijgewerkt.
We kiezen voor een andere aanpak. Omdat bijna 70 procent van het areaal wordt vervangen is het beter om bij vervanging de aannemer de data meteen bij te laten werken. Dat doen we ook bij onderhoud en storingen. Vooraf wordt in het contract aangegeven wat en op welke wijze aan data moet worden opgeleverd.
Door in te zetten op het “slim” maken van de verlichting wordt de data over het armatuur automatisch in het beheersysteem gezet. Dat scheelt tijd en is veel minder foutgevoelig. Zo verwachten we binnen drie jaar meer dan 95% van onze data op orde te hebben.
De komende periode staat vooral in het teken van het wegwerken van de achterstanden. De verwachting is dat in 2028 al een groot deel van deze achterstanden is weggewerkt en we op het moment van actualisatie Nota IBOR een meer stabiel beeld gaan zien van het onderhoudsbudget. De komende jaren zal het nog kunnen voorkomen dat het budget voor het wegwerken van storingen wat achterblijft op de werkelijkheid. De P&C-cyclus is het instrument om eventuele eenmalige tekorten op te vangen.
We werken volgens het verlichtingsprincipe Dark-Sky. De NPR-norm voor verlichting samen met het verlichtingsprincipe bepalen de lichtkwaliteit. Deze is afgestemd op de gebiedsprofielen uit de Omgevingsvisie.
Middels inspectie wordt de technische staat van de verlichting vastgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de CROW-beeldcatalogus; onderdeel technische staat. Elk jaar wordt een kwart van het areaal getoetst op de volgende technische punten:
Op basis van deze inspectie wordt een rapportage opgesteld. Op basis van deze rapportage kunnen correctieve en/of preventieve maatregelen worden getroffen. Resultaten kunnen ook aanleiding geven tot nader onderzoek, bijvoorbeeld een stabiliteitsmeting.
Daarnaast worden bij de overspanverlichting eenmaal per vijf jaar de spandraden en ankers getoetst op stabiliteit
Op dit moment werken we binnen de deelgebieden enkel met één kwaliteitsniveau en dat is basis (B) voor de technische staat. Deze past binnen het kwaliteitsniveau “Sober en Doelmatig”
Installatieverantwoordelijkheid
Een belangrijke beheertaak binnen de openbare verlichting is het regelen van de installatieverantwoordelijkheid. Dit moet voor alle installaties binnen de gemeente geregeld zijn. Voor de openbare verlichting is dit nog onvoldoende afgehecht:
De hoogst verantwoordelijke binnen de organisatie is eigenaar van de installatie. Volgens de Arbowet is de eigenaar verantwoordelijk voor de elektrische veiligheid van de installatie en hoe hiermee om gegaan wordt. Omdat de hoogst verantwoordelijke zelden tot nooit elektrotechnische kennis heeft, wordt hier iemand voor aangewezen. Hoe hieraan voldoen kan worden, helpt NEN3140 bij. De NEN3140 vertelt wat je moet doen, niet hoe. Aan de Arbowet voldoen is een wettelijke verplichting en NEN3140 is een hulpmiddel.
De gemeente Maastricht zal een Installatieverantwoordelijke moeten aanwijzen. Dit kan iemand zijn uit de eigen organisatie maar kan ook extern worden aangesteld. In beide gevallen moet de installatieverantwoordelijke schriftelijk aangewezen worden door of namens de hoogste verantwoordelijke in de organisatie voor de naleving van de arbeidsomstandighedenwet. Met het aanwijzen van deze installatieverantwoordelijke begint het gehele proces van toetsen, verbeteren, borgen en daarmee voldoen aan de wettelijke zorgplicht. De komende periode wordt een handboek opgesteld moeten worden waarin de handelingen en processen beschreven staan. En naleving wordt geborgd. Eventuele verbeteringen en financiële gevolgen worden (indien acceptabel) bij de actualisatie van de nota IBOR meegenomen.
Ten aanzien van het beheer en onderhoud als ook de gehele verduurzamingsopgave kiezen we voor een complete aanbesteding bestaande uit twee onderdelen:
Door beide aanbestedingen gelijktijdig te publiceren, streven we naar optimale synergie tussen softwareleveranciers en aannemers, zonder daarbij afbreuk te doen aan het feit dat het twee verschillende soorten disciplines zijn met elk hun eigen markt.
5.2.5. Programmamatig en integraal beheer
De gekozen inkoopstrategie is juist gekozen om zo planmatig mogelijk de verduurzamingsopgave te realiseren. Per wijk wordt de verduurzaming aangepakt. Middels de beheertafel en integrale ontwikkeltafel zorgen we ervoor dat integraal afstemming plaatsvindt met andere disciplines en taakvelden. Middels het projectenoverzicht wordt de integraliteit waar nodig geduid en vastgelegd.
Binnen de openbare verlichting zijn er nog geen vastgestelde procedures. Voor de uitvoering zal voor de materialen minimaal een materiaalpaspoort worden uitgevraagd bij leveringen. Deze materiaalpaspoorten bevatten minimaal het type materiaal en hoeveelheden van deze materialen. Dit kan dienen als grondstofregistraties in de toekomst.
Voor wat betreft de diensten zal in de aanbesteding op basis van BPKV worden beoordeeld op het werken met zo min mogelijk CO2-uitstoot. Dit kan worden gedaan op de inzet van materieel die weinig uitstoot veroorzaakt, maar ook het efficiënt werken.
Gekozen materialen zullen worden beoordeeld op onderhoudbaarheid en de mogelijkheid tot upgraden van het product. Dit met als doel het eenvoudige kunnen onderhouden van de objecten evenals het verlengen van de levensduur door het product te upgraden naar nieuwe standaarden.
Tot slot zullen bedrijven zich moeten houden aan de regels voor de stadslogistiek. Zero-emissie stadslogistiek treedt in Maastricht op 1 januari 2025 in werking. Diverse vracht- en bestelauto’s moeten dan emissievrij zijn. Vanaf 1 januari 2030 moeten álle vracht- en bestelauto’s emissievrij zijn. Om de overstap voor ondernemers te vergemakkelijken, is er een overgangsregeling. Die is landelijk vastgesteld.
Alle acties en maatregelen die uitgevoerd worden om de doelstellingen te kunnen halen, moeten wel eenduidig worden uitgevoerd, herleidbaar en controleerbaar zijn. Er wordt hiertoe een handboek openbare verlichting als ook een handboek BEI (Bedrijfsvoering Elektrotechnische installaties) opgesteld in de periode 2025-2026.
Zonder sociale controle geen sociale veiligheid
We plaatsen verlichting om de sociale veiligheid te verbeteren in de avonduren. Helaas is niet enkel het plaatsen van verlichting niet de oplossing. Ook moet worden gekeken naar de inrichting van de openbare ruimte zelf. Als er op een bepaalde locatie wel verlichting is aangebracht, maar er is vanuit omliggende woningen, vanwege belemmeringen zoals bomen of schuttingen, geen zicht op deze locatie, zal de verlichting niet de oplossing zijn voor de sociale veiligheid.
De mate van sociale controle is bepalend voor de mate van veiligheid. Drukbezochte gebieden worden al veiliger ervaren dan afgelegen parkeerplaats. Het gaat dus niet alleen om “zien” maar ook om “gezien worden”.
In sommige gevallen is het beter om bepaalde locaties te voorzien van een alternatief waar de combinatie verlichting én sociale controle zijn.
Ten gunste van de grootschalige vervangingen die plaats zullen vinden zullen de burger worden geïnformeerd. Ze zullen op de hoogte worden gesteld dat er nieuwe verlichting zal worden geplaatst. De nieuwe verlichting heeft ander technieken. Met name de eerste week zal de verlichting zichzelf inregelen (dimschema’s) en kan tot enige gewenning leiden. We gaan de effecten meten en delen met de burger.
De burger zal niet betrokken worden bij de keuze van de toe te passen materialen en het lichtniveau. Eventuele verzoeken tot het plaatsen van een object op een andere locatie zullen in overweging worden genomen. Indien mogelijk zal hier gehoor aan worden gegeven. Klachten die ontstaan naar aanleiding van het aanpassen van de verlichting, worden in behandeling genomen en daarin wordt de burger geïnformeerd. Het communiceren met de burgers zal plaatsvinden via de bestaande methoden die de gemeente hanteert.
Onder stadsilluminatie verstaan we het aanstralen van monumenten zoals de Onze Lieve Vrouwen basiliek. De huidige stadsilluminatie is nog niet verled. De Nota IBOR voorziet nu enkel in het onderhouden van deze verlichting en niet het vervangen ervan. Als deze verlichting kapot gaat, zullen we deze binnen het storingsonderhoud kijken of de lamp kan worden vervangen door een ledvariant, mits het lichtbeeld niet wordt verstoord. Deze afweging wordt samen met de collega’s van Cultureel Erfgoed en Ruimtelijke Kwaliteit gemaakt. De wijze van stadsilluminatie wordt de komende periode binnen we Gemeente Maastricht opnieuw bekeken en afgewogen. Indien dit leidt tot andere keuzes en investeringen zal dit inzicht bij het actualiseren van de Nota IBOR in 2028 worden meegenomen.
De nieuwe lichtmasten zijn in de basis geschikt voor verkeersborden en straatnaamborden. Daar waar nu ook andere objecten aan de lichtmast zijn bevestigd zal bij vervanging deze mast geschikt worden gemaakt om de bestaande objecten te kunnen dragen. Voorbeelden van andere objecten zijn bloembakken, verlichte reclame, camera’s en banieren. Nieuwe aanvragen zullen per aanvraag bekeken worden. In de meeste gevallen zijn de bestaande masten voldoende sterk om ook een bloembak te kunnen dragen, echter de combinatie met aanvullend nog een verlichte reclamebak en verkeersbord zal in leiden tot een aangepaste lichtmast met meer sterkte. Bij het te monteren object aan de mast moet voorkomen worden dat deze geen schade veroorzaakt. Dit kan worden voorkomen door rubbers tussen de mast en de montagebeugel van het aan te brengen object te plaatsen.
Het areaal openbare verlichting bestaat uit 21.986 stuks lichtobjecten met 23.148 st armaturen en 10 stuks verdeelkasten en een kabelnet. Daarnaast beheert stadsbeheer ook nog een aantal andere installaties waaronder de evenementenkast op het Orleansplein en de aansluitingen voor de evenementenverlichting (Magisch Maastricht). De stroomvoorziening Vrijthof is ondergebracht bij de civiele kunstwerken.
Wat betreft de aantallen en verdere informatie dienen deze getallen met enige terughoudendheid worden gelezen. Het areaal is nog niet volledig in beeld gebracht en getoetst op juistheid.
Hieronder volgt een overzicht van de opbouw van het areaal naar:
Onderstaand overzicht betreft een uiteenzetting van de diverse soorten verlichting, weergegeven als lichtpunttype. Deze is onderverdeeld in:
In de tabel is te lezen dat het aantal draagconstructies minder is dan het aantal armaturen. Dat komt omdat een draagconstructie meerdere armaturen kan hebben. Als voorbeeld de verlichting op de Sint Servaas brug heeft lichtmasten met twee armaturen en lichtmasten met vier armaturen. Er zijn dus meer armaturen dan masten.
De lichtpunten hebben verschillende hoogtes. Dit heeft te maken met de soorten straten die zij moeten verlichten en de opbouw van deze straten; zijn de straten breed, zit er veel busverkeer op is er een voetpad etc.
Het areaal is qua hoogte als volgt opgebouwd
Door het toepassen van het nieuwe verlichtingsprincipe is de verwachting dat de verhouding tussen lage lichtmasten en hoge lichtmasten de komende jaren gaat verschuiven naar meer lage lichtmasten
De lichtmasten worden veelal gemaakt van staal. Een gelijkwaardig product is aluminium. De meningen zijn verdeel of aluminium duurzamer is als staal. Dit is op dit moment de actueel beschikbare stand van materiaalgebruik in de openbare verlichting.
Onderstaand is een uiteenzetting van de leeftijden van de lichtmasten en armaturen weergegeven.
Er wordt gestreefd naar het beperken van het uitbreiden van het areaal. Bij nieuwbouw zal er niet aan ontkomen worden, maar bij renovaties zal gestreefd worden naar maximaal hetzelfde aantal lichtpunten. Als enige afwijking hierop kan zijn dat er gekozen wordt voor lagere lichtpunthoogtes, dan in de huidige situatie, in het kader van de gewijzigde beheerstrategie.
Op dit moment worden er geen specifieke opnames uitgevoerd om de staat van de installatie te monitoren. Het algemene beeld van de installatie is redelijk op enkele objecten na die momenteel in uitvoering zijn om te herstellen. Door een achterstallig onderhoud zijn er veelvuldig veel verstoringen in de installatie. Deze objecten zien er in veel gevallen ook vervallen uit. Verkleuring of aanslag op de objecten geeft deze indruk.
Vanuit de inwoners van de gemeente Maastricht komen met enige regelmaat meldingen m.b.t. lichtoverlast. Veelal worden meldingen ontvangen doordat het betreffende lichtpunt niet functioneert of lichthinder veroorzaakt. Meldingen met lichthinder zijn momenteel vaak onderdeel van nieuw geplaatste verlichting welke (nog) niet juist is geconfigureerd. Eventuele meldingen worden zo spoedig mogelijk opgelost waarbij de doorlooptijden welke zijn afgesproken met de aannemer leidend zijn.
Ondanks dat het aantal meldingen boven het landelijk gemiddelde ligt zijn er maar zeer beperkt escalaties nodig. Er kan vastgesteld worden, ondanks het hoge aantal meldingen, dat de waardering van de openbare verlichting naar tevredenheid van de inwoners presteert.
Naast een goede beheerstrategie (wat gaan we doen) is een goede onderhoudsstrategie (hoe gaan we dat doen) net zo belangrijk. Om te kunnen voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), is een onderbouwde onderhoudsstrategie een middel om aan te tonen dat de Gemeente Maastricht goed rentmeesterschap voert op haar kapitaalgoed. De aanbesteding van het onderhoud loopt gelijk met de termijn van het beheerplan en is dan ook bij uitstek het moment om de strategie nog eens goed onder de loep te nemen.
Bij het behalen van de doelstellingen uit de beheerstrategie hoort ook het bijpassend onderhoud. Bij de beheerstrategie is in de basis gekozen voor het verlichtingsprincipe. Bij de onderhoudsstrategie hoort een passend onderhoudsconcept.
We doen enkel het noodzakelijke onderhoud:
De Gemeente Maastricht maakt gebruik van een digitaal meldingssysteem voor onder andere de openbare ruimte. Bewoners kunnen storingen melden. Deze worden weer doorgegeven aan de onderhoudsaannemer en deze handelt de storing af.
Herstellen van schades en onvolkomenheden
Het komt regelmatig voor dat een lichtmast wordt aangereden. Uit inspecties kan naar voren komen dat lichtmasten scheef staan. Niet alles wordt gemeld helaas en niet alle schades kunnen we verhalen op de veroorzaker. Binnen het herstellen van schades valt ook het verhelpen van bevindingen uit inspecties.
Uitvoeren van levensduur verlengend onderhoud
Onder levensduur verlengend onderhoud wordt verstaan het onderhoud dat bijdraagt aan het behalen of overschrijden van de technische levensduur. Bij openbare verlichting moet worden gedacht aan de volgende onderhoudsactiviteiten:
We gaan vervangen op het moment dat de technische levensduur bereikt is, én alleen als het buiten uit inspectie en onderzoek ook echt blijkt. Hiervoor worden de volgende termijnen aangehouden:
De volgende vervangingsopgaven staan voor de periode 2025-2029 in de planning:
Alle soorten onderhoud worden ondergebracht bij één partij. Nu wordt het onderhoud uitgevoerd door een andere aannemer dan bijvoorbeeld het vervangen van verlichting. Het komt voor dat een storing (bijvoorbeeld lichtmast staat scheef) wordt verholpen door de onderhoudsaannemer en twee maanden later de vervangingsaannemer de lichtmast vervangt voor een nieuwe omdat de lichtmast te oud is. Dat mag niet de bedoeling zijn.
Daarnaast zijn aannemers niet zo geïnteresseerd in onderhoud alleen. De combinatie met vervangen van openbare verlichting maakt een contract interessant. In tijd van schaarste is het belangrijk dat het contract ook aantrekkelijk is voor de markt.
We delen de gemeente op in twee gebiedsdelen (een perceel West en een perceel Oost) welke weer zijn onderverdeeld in wijken. Per gebiedsdeel is één partij verantwoordelijk en hoofdaanspreekpunt.
Als we kiezen voor gebiedsgericht, moet ieder perceel een ongeveer gelijk aantal objecten bevatten met een soortgelijke vervangingsopgave. In de tabel hieronder is weergegeven hoe deze verdeling eruitziet.
We werken zo gestructureerd mogelijk en maken daarbij gebruik van procesbeschrijvingen en hulpmiddelen om ons werk zo efficiënt en effectief mogelijk uit te kunnen voeren.
Het procesgericht werken is nog onvoldoende uitgewerkt en ingeregeld. Dit vormt dan ook een belangrijk ontwikkelpunt, waarbij gebruik gemaakt wordt van de principes van assetmanagement. In de aanbesteding welke in 2025 plaatsvindt wordt de aannemer uitgedaagd om samen met de Gemeente Maastricht het procesgerichte onderhoud vorm te geven.
Binnen het onderhoudscontract wordt areaalbeheer ook als een proces kwalitatief uitgevraagd. Dat betekent dat de aannemer aangeeft op welke wijze hij borgt dat het areaal binnen 3 jaar na gunning actueel, betrouwbaar en compleet is. Welk proces hij daarvoor inricht is van essentieel belang.
Bij het monitoren van onderhoud is onderscheid gemaakt in exploitatie en investeringen (zie ook paragraaf 4.2.1). Daarnaast monitoren we ook de contracten zelf en gaan we ook het opleveren en overdragen van areaalinformatie specifiek monitoren. Hoe we dat doen is in de volgende paragrafen terug te vinden.
7.2.1. Exploitatie en investeringen
Voor het verhelpen van storingen werken we met zogeheten KPI’s, in dit geval servicenormen. Voor het nieuwe contract hanteren we voor onderhoud de volgende KPI’s:
Monitoren technische kwaliteit
Naast het monitoren van de snelheid van afhandelen storingen, monitoren we ook de kwaliteit. Dat doen we middels inspecties. In het verleden werd een beleidsmonitor hiervoor ingezet. Deze was echter zeer globaal en gaf daardoor een verkeerd beeld. We kiezen nu voor een beter inspectieregime (1/4 van het areaal per jaar) en betere rapportages waar we ook daadwerkelijk is mee kunnen.
De constructieve veiligheid gaan we meer meten. De overspanverlichting wordt getest en lichtmasten worden getoetst of zo nog wel voldoende stabiel zijn. Dit gaan we jaarlijks planmatig uitvoeren waarbij de overspanverlichting eenmaal per vijf jaar wordt getest en op basis van leeftijd en inspectie geclusterd stabiliteitsmetingen worden uitgevoerd.
Monitoren voortgang vervangingen
Ten aanzien van de vervangingsopgave is belangrijk dat de doelstelling 2030 wordt behaald. Hoe lang dat nog lijkt de opgave is groot en vraagt vanaf dag één om een gestructureerde en actieve houding om de vaart erin te houden en de voortgang te borgen. Dit doen we door periodiek voortgangsoverleggen te voeren met de aannemer en bij te sturen waar nodig.
We gaan de naleving op de eisen uit het contract meer controleren. Gebleken is dat werken conform het principe “de markt tenzij” op het gebied van beheer en onderhoud niet werkt. Om hier invulling aan te kunnen geven gaan we werken met een contractbeheersplan.
7.2.2. Opleveren en overdracht
Een essentieel onderdeel van instandhouding is naast voorbereiden en uitvoeren van onderhoud en vervangingen en opleveren van het geleverde werk en de overdracht van informatie. Dit proces is nieuw en nog onvoldoende uitgewerkt en ingeregeld. Om hier snel stappen in te zetten wordt deze opgave als kwalitatieve vraag meegenomen in het nieuwe contract.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-178933.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.