Gemeenteblad van Oldambt
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oldambt | Gemeenteblad 2025, 17788 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oldambt | Gemeenteblad 2025, 17788 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening maatschappelijke ondersteuning Oldambt 2025
De raad van de gemeente Oldambt,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2024;
gelezen het advies van de Participatieraad van 20 juni 2024;
gelet op de artikelen 2.1.3, [artikel 2.1.4 eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid en artikel 2.1.4a eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid], 2.1.4b tweede lid, [2.1.5 eerste lid,] 2.1.6, [2.1.7,] [2.3.6 vierde lid] en 2.6.6 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
het noodzakelijk is om cliënten te ondersteunen als zij beperkingen ondervinden in hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid en zij niet in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hiervoor een oplossing te vinden;
het noodzakelijk is om cliënten met psychische of psychosociale problemen en cliënten die vanwege huiselijk geweld of om andere redenen de thuissituatie hebben verlaten, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij hier niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, of met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen toe in staat zijn;
besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2025.
een zorgaanbieder die is geregistreerd zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, die beschikt over een AGB-code en die is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven. Oftewel het feitelijk woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven;
HOOFDSTUK 2: Proces ondersteuningsvraag
Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave (verslag) van de uitkomsten van het onderzoek. Het verslag wordt voor gezien en/of akkoord ondertekend door de cliënt. De cliënt zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen vijf dagen wordt geretourneerd aan het college.
Artikel 2.7 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding
HOOFDSTUK 3: Maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Artikel 3.5 Voorwaarden en weigeringsgronden maatwerkvoorziening
Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
als het een voorziening betreft die de cliënt vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd. Dit geldt niet als het college daarvoor schriftelijke toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld. Is de voorziening geaccepteerd of gerealiseerd voor de datum melding dan geldt dit niet;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Uitzondering is tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan buiten de schuld van cliënt om, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;
voor zover het voorzieningen in de gemeenschappelijke ruimte betreft, met uitzondering van automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte;
Schade en slijtage aan de verstrekte voorziening veroorzaakt door verwijtbaar gedrag van cliënt kan verhaald worden op betrokkene.
Het college kan extern advies inwinnen indien dat voor de beoordeling van een aanvraag noodzakelijk is. De zorgaanbieder kan advies geven omtrent het onderzoek, de inzet en herziening van een indicatie.
HOOFDSTUK 4: Persoonsgebonden budget
Artikel 4.1 Regels voor het persoonsgebonden budget (Pgb)
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het Pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; en
Artikel 4.2 Regels voor een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening, financiële tegemoetkoming en Pgb
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, financiële tegemoetkoming dan wel Pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het Pgb wordt verstrekt. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening is nooit meer dan de maximale eigen bijdrage die mogelijk is op grond van de wet.
De hoogte van de maandelijkse bijdrage in de kosten voor het gebruik van één of meerdere maatwerkvoorzieningen (ZIN of Pgb) bedraagt het wettelijk vastgestelde abonnementstarief voor de ongehuwde of gehuwden tezamen, tenzij op basis van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
Artikel 4.3 Weigeringsgronden Pgb
er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de Pgb-aanbieder en/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden;
zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de Pgb-aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn functie. Onverminderd de voorwaarden en/of weigeringsgronden van artikel 2.3.6 van de wet bestaat er geen recht op een Pgb indien en zolang een risico bestaat dat beslag kan worden gelegd op het Pgb.
Het college verstrekt Pgb voor zover de kosten van het betrekken van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden niet hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura of indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d en e van de wet. Indien de kosten van het Pgb hoger zijn dan de kosten van maatwerkvoorziening in natura dan zijn de meerkosten voor rekening van de aanvrager.
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het Pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
De tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud.
Het college kan extern advies inwinnen indien dat voor de beoordeling van een aanvraag noodzakelijk is. De zorgaanbieder kan advies geven omtrent het onderzoek, de inzet en herziening van een indicatie. Voor zover van toepassing wordt verwezen naar de inhoud van artikel 3.8 Onderzoek en advies en functiescheiding.
Hoofdstuk 6: Bijdragen in de kosten
Artikel 6.1. Bijdrage in de kosten
De bijdrage is gelijk aan de in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de wet genoemde bijdrage per maand voor de ongehuwde cliënten of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.14a, vijfde lid van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Dit bedrag wordt geïndexeerd krachtens de Wmo 2015.
Het college verstrekt de voorziening Beschermd Wonen conform het daartoe vastgesteld beleid van de gezamenlijke Groninger gemeenten. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of Pgb voor de gemeente door het CAK vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 7: Kwaliteit en veiligheid
Artikel 7.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Het college kan in contracten of subsidieafspraken met aanbieders opnemen aan welke kwaliteitseisen de maatschappelijke ondersteuning, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, moet voldoen. Hierbij sluit het college zoveel mogelijk aan bij artikel 3.1 van de wet en de kwaliteits- en deskundigheidseisen die in de desbetreffende branche gelden.
Artikel 7.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden
i. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en
Hoofdstuk 8: Toezicht en handhaving
Artikel 8.1 Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een maatwerkvoorziening
Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.
Als het college een beslissing op grond van het vierde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten Pgb.
De toezichthouder neemt het evenredigheidsbeginsel in acht bij de uitoefening van zijn taak. Dit houdt in dat de toezichthouder zijn bevoegdheid niet mag uitoefenen als dat voor de vervulling van zijn taak niet noodzakelijk is. Hij of zij moet altijd goed kunnen motiveren waarom de vordering noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak.
Artikel 8.2 Opschorting betaling uit het Pgb
Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het Pgb als er ten aanzien van een cliënt een vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Artikel 8.3 Onderzoek naar kwaliteit en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en Pgb’s
Het college onderzoekt overeenkomstig artikel 2.3.9 van de wet, periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerk-voorzieningen en Pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Hoofdstuk 10: Algemene bepalingen beschermd wonen en opvang
Artikel 10.2 Algemene voorziening dak- en thuislozen
Het college draagt binnen het kader van de opvang voor dak- en thuislozen zonder verblijfsalternatief zorg voor de mogelijkheid van kortdurend onderdak, in elk geval met een slaapplaats indien noodzakelijk, en verder al dan niet inclusief voeding, douche en eventueel andere diensten of faciliteiten gedurende de nacht en de dag.
Een inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als hij:
toezicht en begeleiding nodig heeft, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch of psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziekte beeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast, of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen
Artikel 10.5 Hoogte Pgb beschermd wonen
Voor Beschermd wonen (formeel en ZZP) gelden de volgende afspraken:
“verblijf accommodatie met toezicht op afroep of 24 uurs toezicht” bedraagt maximaal 100% van het inkooptarief zorg in natura (ZIN), indien de zorg/ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling. Indien de zorg door een ZZP’er wordt ingekocht bedraagt het tarief maximaal 85% van het inkooptarief ZIN;
woonbegeleiding complex (intra- en extramuraal) bedraagt 100% van het inkooptarief ZIN per uur, indien de ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling, en ingeval van inkoop via ZZP’er maximaal 85% van het inkooptarief ZIN;
‘Thuis Plus’ voor de bandbreedte 1-3 uur, 4-6 uur en 7-10 uur per week bedraagt indien de ondersteuning wordt ingekocht bij een instelling die wat betreft aard en kwaliteit vergelijkbaar is met een gecontracteerde instelling 100% en ingeval van inkoop via ZZP’er maximaal 85% van het inkooptarief ZIN;
Artikel 10.6 Regels voor Pgb opvang en beschermd wonen
Het college stelt nadere regels ten aanzien van de berekeningswijze van Pgb’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning en, voor zover van toepassing, in ieder geval in verband met de te bieden deskundigheid en/of het vereiste opleidingsniveau en/of er gewerkt wordt volgens toepasselijke professionele of kwaliteitsstandaarden.
Artikel 10.7 Bijdrage verblijf beschermd wonen
Inwoner mag bij opvang niet minder overhouden na het heffen van de bijdrage dan een bedrag aan zak- en kleedgeld, waarbij de zak- en kleedgeld grens gelijk is aan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 23, eerste lid van de Participatiewet, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie gecorrigeerd met de zorgtoeslag en inclusief vakantiegeld, overeenkomstig volgens artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de wet op de zorgtoeslag.
Artikel 10.8 Bijdrage verblijf in opvang
Inwoner mag bij opvang niet minder overhouden na het heffen van de bijdrage dan een bedrag aan zak- en kleedgeld, waarbij de zak- en kleedgeldgrens gelijk is aan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 23, eerste lid van de Participatiewet, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar, alsmede een bedrag in verband met de standaardpremie gecorrigeerd met de zorgtoeslag en inclusief vakantiegeld, overeenkomstig volgens artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag.
Indien de instelling bij voltijdopvang of crisisopvang aan de inwoner geen voeding verstrekt, dient de instelling de inwoner een bedrag per dag beschikbaar te stellen voor het inkopen van voedingsmiddelen. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting jaarlijks berekent als gemiddelde kosten voor voeding per dag.
De door het college aangewezen instellingen voor maatschappelijke opvang en opvang van personen die de huiselijke situatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld zijn verplicht de vastgestelde bijdrage van de inwoner te innen in alle gevallen dat de bijdrage niet door de gemeente wordt ingehouden op de bijstandsuitkering of inkomensvoorziening van de inwoner.
Hoofdstuk 11: Klachten en medezeggenschap
Artikel 11.3 Betrekken van inwoners bij het beleid
Het college stelt inwoners en belanghebbenden vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen te doen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, advies uit te brengen bij de besluitvorming over Verordeningen en beleidsvoorstellen over maatschappelijke ondersteuning. Daarbij voorziet het college hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 11.4 Cliëntervaringsonderzoek
Jaarlijks doet het college onderzoek naar de tevredenheid van aanvragers en de zorgaanbieders over de uitvoering van de wet en de Verordening en brengt voor 1 januari van het volgende jaar verslag uit van de onderzoeksresultaten en zijn bevindingen aan de gemeenteraad.
HOOFDSTUK 12: Overgangsrecht en slotbepalingen
Artikel 12.1 Gevallen waarin de verordening niet voorziet
In gevallen, de uitvoering van deze Verordening betreffend, waarin deze Verordening niet voorziet, beslist het college. Het college kan hiervoor nadere regels opstellen.
Artikel 12.2 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van cliënt afwijken van bepalingen in deze Verordening als door toepassing ervan de cliënt duidelijk onrecht wordt aangedaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-17788.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.