Kennisgeving besluit omgevingsvergunning voor het project Het Werk, op de locatie Ravensteinstraat 1-134 in Amsterdam Zuidoost

Burgemeester en wethouders van Amsterdam maken ingevolge artikel 3.3 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het volgende bekend:

Burgemeester en wethouders hebben bij besluit van 18 april 2025 (kenmerk: OLO-nummer 7579347, zaaknummer Z2023-ZO001687) een omgevingsvergunning verleend voor het project Het Werk, op de locatie Ravensteinstraat 1-134 in Amsterdam Zuidoost.

Omgevingsvergunning

Het besluit omgevingsvergunning ziet toe op 64 seniorenwoningen met parkeervoorzieningen, een buurtkamer en een gemeenschappelijke tuin aan de Ravensteinstraat 1-134 in Amsterdam Zuidoost. De ontwikkeling van het project Het Werk past niet in het ten tijde van de aanvraag geldende bestemmingsplan. De omgevingsvergunning ziet toe op het afwijken van het bestemmingsplan (de activiteit ‘strijdig gebruik’) en het bouwen (de bouwactiviteit).

Voor deze ontwikkeling wordt geen exploitatieplan ex artikel 6.12, lid 1 van de Wet op de ruimtelijke ordening vastgesteld.

Crisis- en herstelwet

Op deze procedure is de Crisis- en herstelwet van toepassing als gevolg van afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet. Dat betekent dat belanghebbenden in de beroepsfase in het beroepschrift alle beroepsgronden moeten aangeven. Na afloop van de beroepstermijn van zes weken kunnen dan geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd.

Ter inzage legging

De omgevingsvergunning ligt met de daarbij behorende stukken met ingang van donderdag 24 april 2025 gedurende een termijn van zes weken ter visie op het volgende adres:

Het besluit is tevens digitaal raadpleegbaar op:

Beroep instellen tegen dit besluit

Als u het niet eens bent met het besluit kunt u met ingang van donderdag 24 april 2025 gedurende zes weken schriftelijk beroep instellen bij de Rechtbank Amsterdam, Postbus 84500 1080 BN Amsterdam.

Wie kan beroep instellen?

  • 1.

    Belanghebbenden.

  • 2.

    Niet-belanghebbenden die tijdig een zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht over het besluitonderdeel waartegen zijn beroep zich richt. Niet-belanghebbenden dienen echter wel rekening te houden met het relativiteitsvereiste.

  • 3.

    Niet-belanghebbenden die geen zienswijze naar voren hebben gebracht over het besluitonderdeel waartegen zijn beroep zich richt, maar aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijze naar voren hebben gebracht. Niet-belanghebbenden dienen echter wel rekening te houden met het relativiteitsvereiste.

Het beroepschrift dient te worden ondertekend en bevat tenminste: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; de gronden van het beroep. Verder dient zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft te worden overgelegd.

Voorlopige voorziening

Het besluit treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn. Diegene die beroep heeft ingesteld, kan bij de Rechtbank Amsterdam, Postbus 84500

1080 BN Amsterdam, een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Een verzoek om voorlopige voorziening dat binnen de beroepstermijn is ingediend schort de inwerkingtreding van het besluit op totdat op het verzoek is beslist. Voor de behandeling van zowel een beroepschrift als een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Amsterdam, 23 april 2025

Burgemeester en wethouders

Naar boven