Gemeenteblad van Son en Breugel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Son en Breugel | Gemeenteblad 2025, 172490 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Son en Breugel | Gemeenteblad 2025, 172490 | ander besluit van algemene strekking |
Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur
In zowel de Gedragscode integriteit raads- en burgerleden 2025 als de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders 2025 is bij artikel 6 (Uitvoering gedragscode) opgenomen dat de gemeenteraad de eenduidige interpretatie van de gedragscode bevordert en dat nadere afspraken in een bijlage worden vastgelegd. Deze procesafspraken geven daar invulling aan. De genoemde gedragscodes vormen samen met de procesafspraken de basisstructuur van de bestuurlijk integriteit in de gemeente Son en Breugel.
Daarnaast bieden de procesafspraken ook het instrumentarium voor de burgemeester om zijn wettelijke taak als 'hoeder van de integriteit' uit te oefenen (artikel 170 lid 2 Gemeentewet) en een zorgvuldige procesgang —van melding tot mogelijke sanctionering — te garanderen. De procesafspraken borgen dat rekening wordt gehouden met alle geldende principes van hoor en wederhoor en proportionaliteit.
HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN
De procesafspraken zijn gebaseerd op vier basisprincipes:
Onpartijdige handhaving: De Gedragscode integriteit raads- en burgerleden 2025 en de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders 2025 (en de wetten waarop ze gebaseerd zijn) definiëren integriteitsschendingen en leggen zo de morele minima vast waaraan hun handelen moet voldoen. De zuiverheid van de besluitvorming wordt door deze ondergrens gewaarborgd. Gegeven deze morele minima uit de gedragscodes, is er geen enkele reden om de handhaving ervan inzet te maken van partijpolitiek. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag in de handhaving geen rol spelen. Gebeurt dat toch, dan is de kans groot dat er onrecht geschiedt. Uit het beginsel van onpartijdige handhaving volgt dat alle volksvertegenwoordigers en bestuurders de discipline moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te staan.
Terughoudend met publiciteit: In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd door de media. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitsschendingen door politici kan het echter voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan. Dit kan leiden tot willekeur, schade aan (onschuldige) individuele ambtsdragers en aantasting van de geloofwaardigheid van de politiek. Daarom is het zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Hieruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk sprake blijkt te zijn van een integriteitsschending en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag en moet de kwestie naar buiten worden gebracht.
Zorgvuldigheid tegenover de vermeende schender: Iedereen die mogelijk een integriteitsschending heeft begaan, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Dat begint al voordat de betreffende handeling is uitgevoerd. Heeft u er weet van dat iemand van plan is om iets te doen wat een integriteitsschending kan opleveren, dan wordt u geacht hem of haar daarvoor te waarschuwen en de weg te wijzen naar advies. Iedere politieke ambtsdrager die twijfelt, heeft recht op vertrouwelijk advies. Komt iemand onder de verdenking te staan van het plegen van een integriteitsschending, dan dient via een vooronderzoek vastgesteld te worden of er uberhaupt grond is voor de verdenking. Zijn er gronden, dan moet er een integriteitsonderzoek volgen waarin ook de context wordt meegenomen en waarin de mate van verwijtbaarheid apart wordt beoordeeld. Een eventuele sanctie moet passend zijn en in verhouding staan tot de schending.
Bescherming van slachtoffers: Iedereen die mogelijk het slachtoffer is geworden van een interpersoonlijke schending — zoals discriminatie, pesten, seksuele intimidatie of seksueel geweld — heeft het recht om gehoord te worden, recht op een interventie om de schending stop te zetten als deze nog gaande is en recht op hulp, voor zover nodig.
HOOFDSTUK 2, PROCEDURELE BEPALINGEN
Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd, onderzoekt de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 4 noodzakelijk is. Over de vraag naar de concreetheid en ernst van de melding kan de burgemeester zich laten adviseren.
Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk binnen een redelijke termijn in kennis gesteld.
Artikel 6 Kennisgeving aan betrokkene
Bij de brief wordt in ieder geval gevoegd:
Artikel 9 Onderzoeksrapportage
De onderzoeksrapportage wordt door de burgemeester onder geheimhouding aangeboden aan het college en de raad. De onderzoeksrapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending.
Na kennisname van de onderzoeksrapportage beoordeelt de raad of de rapportage aanleiding geeft om aangifte te doen en/of een ander middel in te zetten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-172490.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.